Kwart onbenut arbeidspotentieel hoogopgeleid

© Hollandse Hoogte
Mensen die geen werk hebben maar wel op zoek zijn naar en/of beschikbaar zijn voor werk, zijn relatief vaak laag- of middelbaar opgeleid en hebben een diploma in een algemene onderwijsrichting. In het tweede kwartaal van 2018 had ruim de helft van de laag- en middelbaar opgeleiden in het zogeheten onbenut potentieel zonder werk bijvoorbeeld een mavo-, havo- of vwo-diploma of alleen basisonderwijs. Een kwart van het totale onbenut potentieel is hoogopgeleid in een meer specifieke onderwijsrichting. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van het CBS.

Het onbenut arbeidspotentieel omvat naast de werklozen volgens de internationale ILO-definitie, ook een groep mensen zonder werk die net buiten die definitie vallen. Iemand die meetelt in de werkloosheidscijfers heeft geen betaald werk, heeft recent gezocht naar werk en is daarvoor ook beschikbaar. Degenen zonder betaald werk die wel beschikbaar zijn en niet hebben gezocht, of wel hebben gezocht maar niet direct beschikbaar zijn, worden tot het onbenut arbeidspotentieel gerekend. Ook vallen daaronder deeltijdwerkers die meer uren zouden willen werken.

Onbenut arbeidspotentieel krimpt

Net als de werkloosheid is het onbenut arbeidspotentieel de afgelopen jaren flink afgenomen. In het eerste kwartaal van 2014 ging het om ruim 1,8 miljoen mensen, in het tweede kwartaal van 2018 waren het er ruim 1,1 miljoen. Bijna 400 duizend daarvan waren mensen met werk die meer uren willen werken en hier beschikbaar voor zijn. Zij worden ook wel onderbenutte deeltijders genoemd. Het overige deel van het onbenut arbeidspotentieel bestond uit 732 duizend mensen zonder werk, onder wie 354 duizend werklozen.

Onbenut arbeidspotentieel (x 1 000 personen (15 tot 75 jaar))
 Onbenut potentieel met betaald werkOnbenut potentieel zonder betaald werk
2013 1e kwartaal5051095
2013 2e kwartaal5771137
2013 3e kwartaal5871166
2013 4e kwartaal6071142
2014 1e kwartaal6031214
2014 2e kwartaal5911181
2014 3e kwartaal5641154
2014 4e kwartaal5741114
2015 1e kwartaal5881168
2015 2e kwartaal5571115
2015 3e kwartaal5471106
2015 4e kwartaal5591075
2016 1e kwartaal5631086
2016 2e kwartaal5241032
2016 3e kwartaal4851000
2016 4e kwartaal469922
2017 1e kwartaal486919
2017 2e kwartaal460887
2017 3e kwartaal445833
2017 4e kwartaal420801
2018 1e kwartaal402800
2018 2e kwartaal399732

Ruim drie kwart laag- of middelbaar opgeleid

Van alle 15- tot 75-jarigen in Nederland was in het tweede kwartaal van 2018 69 procent laag- of middelbaar opgeleid. Onder personen in het onbenut arbeidspotentieel zonder werk was dit aandeel hoger, namelijk 76 procent. Van alle laag- en middelbaar opgeleiden in het onbenut potentieel zonder werk had ruim de helft (53 procent) een diploma in een algemene onderwijsrichting, bijvoorbeeld een mavo-, havo- of vwo-diploma of alleen basisonderwijs. Bij laag- en middelbaar opgeleiden in de totale bevolking van 15 tot 75 jaar was dat 42 procent.

Onbenut arbeidspotentieel naar onderwijsniveau, 2e kwartaal 2018 (% )
 LaagMiddelbaarHoogOnbekend
Totaal 15 tot 75 jaar2939312
Onbenut potentieel zonder werk3837232
Onbenut potentieel met werk2347301

Bijna een kwart van het onbenut arbeidspotentieel zonder werk was hoogopgeleid. Deze groep heeft vrijwel altijd in de hoogst genoten opleiding een specifieke studierichting gevolgd. Een opleiding binnen ‘recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening’ komt het meest voor (bijna 3 op de 10), gevolgd door ‘gezondheidszorg en welzijn’ en ‘journalistiek, gedrag en maatschappij’.

Onbenut arbeidspotentieel zonder werk naar onderwijsniveau en -richting, 2e kwartaal 2018 (%)
 Laag- of middelbaar opgeleidHoogopgeleid
Algemeen531
Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening1228
Techniek, industrie en bouwkunde108
Dienstverlening84
Gezondheidszorg en welzijn815
Informatica22
Vormgeving, kunst, talen en geschiedenis28
Onderwijs110
Landbouw, diergeneeskunde en -verzorging12
Journalistiek, gedrag en maatschappij113
Wiskunde, natuurwetenschappen05
Onbekend23

Samenstelling in 2014 en 2018 vrijwel gelijk

De samenstelling van het onbenut arbeidspotentieel naar onderwijsachtergrond verschilt medio 2018 (in een hoogconjunctuur) niet veel dan die begin 2014 (op het hoogtepunt van de economische crisis). Wel was in het tweede kwartaal van 2018 het aandeel laag- en middelbaar opgeleiden met een diploma in een algemene richting iets hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2014. Bij laagopgeleiden ging dit aandeel in die periode van 66 naar 71 procent, bij middelbaar opgeleiden van 30 naar 35 procent.
Het aandeel technici in het onbenut potentieel zonder werk was in het tweede kwartaal van 2018 juist iets kleiner bij alle onderwijsniveaus. Het aandeel hoogopgeleiden nam iets toe, met name in de onderwijsrichtingen ‘recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening’ en ‘gezondheidszorg en welzijn’.

Onbenut potentieel met werk minder vaak algemeen opgeleid

In het onbenut potentieel met werk, de deeltijders, heeft 40 procent van alle laag- en middelbaar opgeleiden een algemene opleiding. Dat is lager dan bij het potentieel zonder werk (53 procent). Het aandeel middelbaar opgeleiden met een opleiding ‘gezondheidszorg en welzijn’ is juist wat groter. Bij hoogopgeleiden in het onbenut potentieel met werk komt de afstudeerrichting ‘recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening’ verhoudingsgewijs wat minder voor.

Evenals bij het onbenut arbeidspotentieel zonder werk, is de samenstelling naar onderwijsrichting van de groep deeltijders die meer uren willen werken de afgelopen jaren niet wezenlijk veranderd.