Huizenprijzen op niveau van voor de kredietcrisis

© Hollandse Hoogte
Tien jaar na het uitbreken van de kredietcrisis zijn de verkoopprijzen van bestaande koopwoningen in Nederland terug op het niveau van 2008. Er zijn echter grote regionale verschillen. In grote delen, voornamelijk buiten de Randstad, liggen de prijzen nog lager dan in 2008. In de grote steden liggen prijzen ver boven het peil van 2008. Dit meldt het CBS naar aanleiding van vragen vanuit de media.

In september 2008 viel de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers om. Hiermee ontbrandde de tot dan toe sluimerende kredietcrisis en viel de wereld in een diepe recessie. Zowel de crisis in de financiële wereld als de daaropvolgende economische recessie in Nederland hadden een grote weerslag op de koopwoningmarkt. Het aantal woningverkopen nam in Nederland snel af. Het dieptepunt werd bereikt in 2013, toen ruim 110 duizend bestaande woningen werden verkocht, terwijl in 2007 nog meer dan 200 duizend woningen van eigenaar wisselden. Na 2013 liep het aantal transacties weer op. In 2017 werden bijna 242 duizend bestaande koopwoningen verkocht, het hoogste aantal sinds 1995.

Prijzen terug op niveau 2008

Ook de prijzen van bestaande koopwoningen daalden na het uitbreken van de kredietcrisis, zij het geleidelijker dan het aantal transacties. In 2013 lagen de verkoopprijzen bijna 20 procent lager dan in 2008. Met het toenemen van het aantal woningtransacties na 2013 stegen ook de prijzen weer. In 2017 werden bestaande koopwoningen maar liefst 7,6 procent duurder in een jaar tijd, de grootste stijging in de voorbije tien jaar. In het tweede kwartaal van 2018 evenaarden de prijzen het piekniveau van 2008.

Prijzen en transacties bestaande koopwoningen (1e kwartaal 2006=100)
 VerkoopprijzenAantal verkochte woningen
2006 1e kwartaal100100
2006 2e kwartaal101,2101,2
2006 3e kwartaal102,5100,4
2006 4e kwartaal102,998,5
2007 1e kwartaal104,197,4
2007 2e kwartaal105,496,1
2007 3e kwartaal106,995,3
2007 4e kwartaal107,395,1
2008 1e kwartaal108,793
2008 2e kwartaal108,891,9
2008 3e kwartaal109,990,2
2008 4e kwartaal109,185,7
2009 1e kwartaal108,479,2
2009 2e kwartaal105,770,9
2009 3e kwartaal104,263,7
2009 4e kwartaal103,359,9
2010 1e kwartaal103,260,1
2010 2e kwartaal103,360,9
2010 3e kwartaal103,460,5
2010 4e kwartaal102,259,2
2011 1e kwartaal101,659,5
2011 2e kwartaal101,258,4
2011 3e kwartaal100,557,6
2011 4e kwartaal98,756,7
2012 1e kwartaal97,454,6
2012 2e kwartaal95,657
2012 3e kwartaal91,853,4
2012 4e kwartaal91,255,1
2013 1e kwartaal89,254,7
2013 2e kwartaal87,348,8
2013 3e kwartaal87,651,6
2013 4e kwartaal87,351,7
2014 1e kwartaal87,854,5
2014 2e kwartaal88,360,1
2014 3e kwartaal89,264,9
2014 4e kwartaal89,272,1
2015 1e kwartaal89,974,7
2015 2e kwartaal90,677,8
2015 3e kwartaal91,883,2
2015 4e kwartaal92,383,7
2016 1e kwartaal93,587,7
2016 2e kwartaal94,592,2
2016 3e kwartaal96,996,9
2016 4e kwartaal98100,9
2017 1e kwartaal99,9107
2017 2e kwartaal101,8110,8
2017 3e kwartaal104,3111,1
2017 4e kwartaal106113,6
2018 1e kwartaal108,8111,8
2018 2e kwartaal110,8109,2
Bron: CBS, Kadaster

Regionale verschillen

Er zijn wel sterke regionale verschillen in het niveau van de verkoopprijzen ten opzichte van 2008. In de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) liggen de prijzen duidelijk boven die van tien jaar geleden. In grote delen van Nederland echter niet. In de ‘Randstadprovincies’ Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland zijn de prijzen hoger. In alle andere provincies zijn de prijzen niet op het niveau van 2008.

Prijzen bestaande koopwoningen, tweede kwartaal 2018 t.o.v. 2008 (%)
 Prijsontwikkeling t.o.v. tweede kwartaal 2008
Groningen (PV)-2,0
Friesland (PV)-6,3
Drenthe (PV)-6,8
Overijssel (PV)-2,4
Flevoland (PV)5,0
Gelderland (PV)-5,1
Utrecht (PV)7,5
Noord-Holland (PV)13,7
Zuid-Holland (PV)6,2
Zeeland (PV)-3,5
Noord-Brabant (PV)-4,9
Limburg (PV)-3,1
Bron: CBS, Kadaster

Prijsherstel vooral in steden en de Randstad

Voor de periode 2008-2016 is ook prijsinformatie beschikbaar voor de veertig zogeheten COROP-gebieden waarin Nederland is opgedeeld. In het grootste deel van de COROP-regio’s daalden de verkoopprijzen na het tweede kwartaal van 2008 met 15 à 25 procent. In sommige regio’s werd het dieptepunt al in 2013 bereikt, in andere pas in 2014. Oost-Groningen kende met circa 25 procent de sterkste daling. Naast de economische malaise hadden ook aardbevingen in een deel van Oost-Groningen een negatief effect op de prijzen. Opvallend genoeg daalden de prijzen ook in het Gooi en de omgeving van Haarlem met circa 25 procent. In slechts vier regio’s bleef de afname beperkt tot minder dan 15 procent. Zeeuwsch-Vlaanderen kende de kleinste prijsdaling.

Het prijsherstel na het dieptepunt vertoont nog meer variatie tussen de regio’s. Halverwege 2016 was er één gebied waar de prijzen al boven het 2008-niveau lagen: de regio Groot-Amsterdam. Gemiddeld veerden de huizenprijzen in de Randstad terug tot maximaal 10 procent onder het peil van voor de crisis. Buiten de Randstad lagen de prijzen nog altijd tussen de 10 en 20 procent lager dan in 2008. In de meeste grotere steden lagen de prijzen dichter bij het 2008-niveau dan daarbuiten. Uitzonderingen zijn er ook, zo lagen de prijzen in Ede en Apeldoorn in het tweede kwartaal van 2016 er nog 20 procent onder.

De verkoopprijzen van bestaande koopwoningen per COROP-gebied en de 25 grootste gemeenten zijn beschikbaar tot en met het tweede kwartaal van 2016. Een tabel met de ontwikkelingen op COROP-niveau tot en met het tweede kwartaal van 2018 wordt op verzoek van het Ministerie van BZK eenmalig opnieuw samengesteld en gepubliceerd in het najaar van 2018.