Lokale overheden heffen 14,2 miljard euro in 2018

29-3-2018 00:00
Gemeenten, provincies en waterschappen hebben voor 2018 voor 64,2 miljard euro aan zowel baten als lasten begroot. Daarbij zijn de onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gesaldeerd. Aan baten verwachten de lokale overheden onder meer 14,2 miljard euro aan heffingen te innen bij huishoudens en bedrijven. Gemeenten heffen 9,7 miljard euro, waterschappen 2,8 miljard euro en provincies 1,6 miljard euro. In 2017 verwachtten de drie overheidslagen nog 13,7 miljard aan heffingen binnen te halen. Dit meldt het CBS op basis van begrotingen 2018.

Baten van lokale overheden

De begrote baten van gemeenten bedragen dit jaar 55,5 miljard euro, met de onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gesaldeerd. Het grootste deel van de baten van gemeenten is afkomstig van bijdragen van het rijk. De rijksbijdragen bedragen 34,9 miljard euro, bijna 63 procent van de totale baten. Van de bijdragen van het rijk komt 28,4 miljard euro uit het gemeentefonds, de resterende 6,5 miljard euro heeft betrekking op specifieke bijdragen, zoals bijdragen voor de bijstand. Gemeenten begroten voor 9,7 miljard euro aan gemeentelijke heffingen zoals de onroerendezaakbelasting, rioolheffing, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing.

De begrote baten van provincies bedragen 5,6 miljard euro, met de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves gesaldeerd. Van deze baten is 2,5 miljard euro (ruim 45 procent) afkomstig van het rijk. Het grootste deel hiervan betreft de uitkering uit het provinciefonds. Naast de ontvangsten van het rijk, zijn de inkomsten uit de motorrijtuigenbelastingen, die provincies samen met het rijk heffen, een belangrijke inkomstenbron. In 2018 verwachten provincies ruim 1,6 miljard euro aan belasting te innen, dit is ruim 29 procent van de totale baten. Ook ontvangen de provincies nog ruim 0,4 miljard euro aan rente en dividenden in 2018. Aan overige baten zoals verkopen van grond en onroerende zaken, huur- en pachtinkomsten en bijdragen van derden, begroten provincies nog ruim 0,3 miljard euro.

Waterschappen dekken de kosten voor hun taken grotendeels met eigen belastingopbrengsten. In 2018 maken de heffingen met 2,8 miljard euro bijna 90 procent van de totale baten van 3,2 miljard euro uit. Zij heffen belasting voor de watersysteemtaak (controle waterpeil en waterveiligheid oftewel ‘de zorg voor droge voeten’) en de afvalwaterzuiveringstaak. De overige 0,3 miljard euro aan baten bestaan onder andere uit onttrekkingen aan reserves, opbrengsten van diensten voor derden, bijdragen van het rijk en andere overheden en zijn niet direct te koppelen aan een taak.

Interen op reserves

De drie genoemde lokale overheden verwachten in 2018 per saldo 2,1 miljard aan hun reserves te onttrekken en teren daarmee in op hun vermogen. Gemeenten onttrekken per saldo 1,5 miljard euro aan hun reserves, provincies per saldo 0,6 miljard en waterschappen per saldo 0,1 miljard.

Lasten van lokale overheden

Veruit de grootste lastenpost van gemeenten betreft met 23,3 miljard euro het sociaal domein. Het gaat hierbij om activiteiten op het gebied van bijstand, werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd. Voor het overige zijn de uitgaven van gemeenten aan wettelijke taken en eigen beleid zeer divers.

Van de 5,6 miljard euro aan netto lasten geven provincies ruim 2,3 miljard euro uit aan verkeer en vervoer. Met deze uitgaven zorgen provincies onder andere dat gebieden op een snelle en veilige manier bereikbaar zijn via wegen en openbaar vervoer. Een ander belangrijk beleidsterrein is ruimte en economie. In 2018 verwachten provincies 1,4 miljard euro aan dit beleidsterrein uit te geven. Hieronder vallen onder andere taken als het beheer en ontwikkelen van natuurgebieden, maar ook de stimulering van de regionale economie door middel van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers.

Waterschappen verwachten voor de watersysteemtaak in 2018 het meest te betalen, ongeveer 1,5 miljard euro. Voor de waterzuiveringstaak verwachten zij 1,3 miljard euro kwijt te zijn. De watersysteemtaak is niet altijd de grootste kostenpost geweest. Doordat waterschappen verwachten dat de klimaatverandering (meer neerslag, stormen) sneller gaat dan eerder verwacht, moeten zij eerder maatregelen nemen ter bescherming tegen het hoge water.