Nationale rekeningen bestaan 75 jaar

© Hollandse Hoogte
Dit jaar bestaat het systeem van nationale rekeningen precies 75 jaar. Begin 1943 werd er binnen het CBS een commissie samengesteld met als doel het opzetten van een nationale boekhouding. Dit wordt wel als het startpunt gezien van de huidige nationale rekeningen. Sindsdien geven de nationale rekeningen een volledig en geïntegreerd beeld van de nationale economie en spelen ze een cruciale rol in internationale vergelijkingen van economieën. De nationale rekeningen zijn bijvoorbeeld de basis voor het beoordelen van de overheidsfinanciën van de Europese lidstaten en het bepalen van de Europese afdrachten. Dit meldt het CBS in het artikel 75 jaar nationale rekeningen in Nederland.

De meeste bekendheid genieten de nationale rekeningen door de regelmatige publicatie (elk kwartaal) van het bruto binnenlands product (bbp). De volumemutatie van dit bbp is een maat voor de groei van de economische activiteit in Nederland en wordt gezien als een belangrijke indicator voor de economische groei.

Het systeem van nationale rekeningen herbergt echter veel meer indicatoren dan dit bbp alleen. Sterker nog, een zinvolle analyse van de staat van de Nederlandse economie is alleen mogelijk als ook naar andere uitkomsten van de nationale rekeningen wordt gekeken. Zo geven de nationale rekeningen veel informatie over de activiteiten per bedrijfstak, de consumptie van huishoudens, de winsten van bedrijven en vele andere macro-economische indicatoren. Alleen in samenhang met elkaar bekeken wordt een compleet beeld van de Nederlandse economie verkregen en worden structurele veranderingen zichtbaar.

Aandeel dienstverlening in economie steeds groter

Zo is bijvoorbeeld de verdienstelijking van de Nederlandse economie in de laatste 50 jaar zichtbaar in de nationale rekeningen. De commerciële dienstverlening is naar verhouding steeds belangrijker geworden. Ook de nijverheid groeide in termen van toegevoegde waarde, maar deze groei was veel kleiner dan die van de zakelijke dienstverleners en de handel. Ook de landbouw heeft in vergelijking met 1969 aan belang ingeboet. Voor een diepere analyse van de ontwikkeling van de verschillende bedrijfstakken zie het artikel Economische groei en verdienstelijking 1969-2016.

Aandeel in toegevoegde waarde (%)
 LandbouwNijverheidBouwCommerciële dienstverleningNiet-commerciële dienstverlening
19695,829,58,936,019,8
19705,328,98,936,620,2
19715,028,49,136,421,1
19724,828,48,836,121,9
19734,828,18,536,522,2
19744,228,47,836,623,0
19754,427,17,536,424,6
19764,427,37,336,424,6
19773,826,57,137,425,2
19783,725,27,138,425,6
19793,725,66,738,225,9
19803,625,96,938,025,6
19814,126,86,137,725,4
19824,226,05,638,425,7
19834,125,85,339,525,4
19844,027,25,139,724,0
19854,127,24,940,223,6
19864,125,05,142,223,5
19874,023,45,343,224,1
19883,923,25,843,723,3
19894,223,15,844,322,5
19904,123,25,744,622,4
19914,022,95,545,422,2
19923,821,95,646,222,5
19933,421,55,546,822,8
19943,421,35,447,622,2
19953,421,75,347,921,8
19963,121,55,249,021,2
19973,220,65,150,220,9
19982,820,15,151,420,6
19992,519,15,452,520,5
20002,519,35,452,620,2
20012,419,35,651,920,8
20022,318,35,651,822,0
20032,218,05,551,522,7
20042,018,25,451,722,7
20052,018,55,551,622,5
20062,118,65,651,722,0
20072,018,45,752,321,7
20081,818,35,852,022,1
20091,716,76,151,424,2
20101,916,85,451,624,4
20111,717,25,251,724,3
20121,817,44,851,524,6
20131,916,94,551,924,7
20141,815,94,653,024,6
20151,815,74,653,924,0
20161,815,24,754,124,0

Consumptiegroei kleiner dan bbp-groei

De nationale rekeningen geeft ook de mogelijkheid om binnen het bbp ontwikkelingen bloot te leggen. De omvang van de nationale economie, uitgedrukt in het bruto binnenlands product, is sinds 1969 grofweg verdrievoudigd. Het deel van deze economische groei dat door huishoudens wordt gebruikt, de werkelijke individuele consumptie van huishoudens blijft hier de laatste 30 jaar bij achter en is ten opzichte van 1969 met een factor 2,5 toegenomen. Dit hangt onder andere samen met de achterblijvende inkomensgroei van huishoudens in vergelijking met die van de rest van de economie. Zie hiervoor het artikel De inkomensverdeling tussen sectoren.

Volumeontwikkeling van het bruto binnenlands product en de werkelijke individuele consumptie (1969=100)
 Werkelijke individuele consumptieBruto binnenlands product
1969100100
1970106,2106,1
1971109,4110,9
1972113,4115,0
1973118,7121,1
1974121,9125,0
1975125,7125,3
1976131,5130,7
1977136,0133,6
1978140,8137,3
1979143,7140,2
1980145,4142,0
1981143,4140,7
1982142,7138,8
1983144,2141,6
1984144,9145,8
1985148,0149,7
1986151,5153,8
1987155,1156,9
1988157,1162,2
1989161,6169,7
1990166,7176,4
1991171,7180,8
1992174,3184,2
1993176,2186,3
1994179,8191,9
1995184,5197,8
1996191,3204,9
1997198,7213,7
1998209,3223,4
1999220,0234,7
2000228,4244,6
2001234,0249,8
2002238,5250,1
2003239,9250,8
2004241,6255,9
2005244,2261,4
2006251,0270,6
2007255,8280,6
2008259,7285,4
2009258,7274,6
2010260,0278,5
2011261,2283,1
2012258,4280,1
2013255,8279,6
2014256,6283,5
2015260,7289,9
2016264,5296,4

Om stil te staan bij de verjaardag van de nationale rekeningen publiceert het CBS het achtergrondartikel 75 jaar nationale rekeningen in Nederland, in de reeks De Nederlandse economie. Hierin wordt niet alleen stilgestaan bij de geschiedenis van het systeem, maar worden ook enkele van de vele gebruiksmogelijkheden van de nationale boekhouding aangestipt. Ten slotte worden drie uitdagingen besproken die de nationale rekeningen aan zullen moeten gaan om ook de komende 75 jaar relevant te blijven.