Auteur(s): Sanneke de la Rie, Tristan Fromberg, Ilona Veer, Ruben van Gaalen
Kansen en risico’s in de eerste duizend dagen

2. Data en methode

2.1 Databronnen

Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van diverse integrale registraties die bij het CBS beschikbaar zijn binnen het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SSB; zie Bakker et al., 2014). Deze bestanden bevatten informatie over demografie, inkomen, vermogen, huishoudenssamenstelling, onderwijs, zorg en arbeid. De belangrijkste bronnen zijn:

  • Basisregistratie Personen (BRP) voor vaststelling van geboortejaar, woonland, woonsituatie en de juridische ouder-kindrelatie.
  • Inkomensstatistiek en Vermogensstatistiek voor het bepalen van het welvaartsniveau van ouders.
  • Onderwijsregisters (DUO) voor het vaststellen van het onderwijsniveau van ouders.
  • Polisadministratie (UWV) en Inkomensstatistiek voor de arbeidsparticipatie via de belangrijkste inkomensbron van ouders.
  • Medicijnverstrekkingen uit Genees- en hulpmiddelen Informatie Project (GIP, Vektis) voor het meten van ouderlijke mentale gezondheid.

2.2 Onderzoekspopulatie

De onderzoekspopulatie bestaat uit alle kinderen die van 2007 tot en met 2021 in Nederland zijn geboren en van wie ten minste één juridische ouder bekend is in de BRP. Dit betreft 2.633.120 kinderen. Om de omstandigheden in de eerste duizend dagen volledig en vergelijkbaar te kunnen reconstrueren, gelden de volgende selectiecriteria:

  1. Het kind woont in het geboortejaar en het daaropvolgende kalenderjaar in Nederland.
  2. Ten minste één ouder woont in het jaar vóór de geboorte, het geboortejaar en het daaropvolgende jaar in Nederland.

Na toepassing van deze criteria vallen 39.400 kinderen af door migratie en 10.090 kinderen overleden in de eerste duizend dagen. De onderzochte cohorten omvatten in totaal 2.583.630 kinderen. Een verdere omschrijving van de populatie staat in Bijlage 1.

2.3 Operationalisering eerste duizend dagen

De eerste duizend dagen worden in dit onderzoek benaderd als drie kalenderjaren:

  • het kalenderjaar vóór de geboorte;
  • het geboortejaar;
  • het kalenderjaar daarna.

Deze operationalisering sluit aan bij bestaande CBS-methoden en bij programmatische kaders van Kansrijke Start, waarbinnen pre-conceptie, zwangerschap, geboorte, en de eerste levensfase samenhangend worden beschouwd.

2.4 Indicatoren

Voor elk kind zijn vijf indicatoren vastgesteld. 

1. Welvaartsniveau van ouder(s)

Het welvaartsniveau is bepaald aan de hand van het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen en het vermogen van de ouder(s), gemiddeld over de drie relevante kalenderjaren. Als de ouders niet hetzelfde huishouden delen, vormen beide welvaartsniveaus de basis voor deze indicator, waarbij het kind centraal staat. De resulterende welvaartsscore is ingedeeld in vijf kwintielgroepen, waarbij het eerste kwintiel de 20 procent kinderen omvat die in huishoudens met de laagste welvaart wonen.

2. Onderwijsniveau van ouder(s)

Voor elke ouder is het hoogst behaalde diploma bepaald aan de hand van DUO-registraties. Wanneer het onderwijsniveau van beide juridische ouders bekend is, wordt het hoogste niveau als indicator gebruikt.

3. Arbeidsparticipatie van ouder(s)

Arbeidsparticipatie wordt benaderd via de belangrijkste inkomensbron van het ouderlijk huishouden tijdens de eerste duizend dagen. Indien voor ten minste één ouder in ten minste één van de drie jaren inkomen uit arbeid de belangrijkste inkomensbron is, wordt het huishouden als participerend geclassificeerd. 

4. Gezinsstabiliteit

Op basis van de adresbewoning van beide juridische ouders is vastgesteld in welke mate kinderen gedurende de eerste duizend dagen opgroeien in een tweeoudergezin. Er worden drie categorieën onderscheiden: volledig een eenoudergezin, deels een eenoudergezin en volledig tweeoudergezin.  

5. Mentale gezondheid van ouder(s)

Mentale gezondheid wordt benaderd via verstrekkingen van antidepressiva en/of antipsychotica aan ten minste één ouder in de drie kalenderjaren. Deze medicatie wordt vaak verstrekt bij psychische problemen.

Voor een beschrijving van relevante beperkingen in de operationalisering van deze indicatoren, zie Bijlage 1 (kwaliteitsaspecten).

Stapeling van risicofactoren

Er is gekeken naar het tegelijkertijd voorkomen van de vijf risicofactoren in de eerste duizend dagen: basisonderwijs, vmbo of mbo-1-onderwijsniveau, geen arbeidsparticipatie, laag welvaartsniveau (laagste kwintiel), onderdeel zijn van een eenoudergezin en verstrekkingen van antidepressiva en/of antipsychotica aan ouder(s).

2.5 Trendanalyse: cohortaanpak

Alle indicatoren zijn beschreven per geboortejaar. Dit maakt een trendanalyse mogelijk over een periode van vijftien cohorten (2007–2021).

Om te bekijken in hoeverre gezinnen met het laagste welvaartsniveau in de periode 2007-2021 meer te maken krijgen met een opeenstapeling van risicofactoren zijn ordinale logistische regressieanalyses uitgevoerd. Tot slot is voor de meest kwetsbare groep –gezinnen die te maken kregen met een opeenstapeling van vier of vijf risicofactoren– bekeken of deze over tijd van sociaal-demografische samenstelling is veranderd.