1. Inleiding
1.1 Aanleiding
Een goede start in het leven vormt een krachtige voorspeller van latere gezondheid, welzijn en maatschappelijke participatie. Zowel nationale als internationale studies laten zien dat omstandigheden in de eerste levensjaren – vaak aangeduid als de eerste duizend dagen – een blijvende invloed kunnen hebben op de cognitieve, lichamelijke en sociale ontwikkeling van kinderen (Rindermann & Baumeister, 2015; Van den Hof et al., 2025). De omstandigheden waarin kinderen hun eerste levensjaren doorbrengen, vormen een belangrijke basis voor hun verdere ontwikkeling. Niet ieder kind krijgt echter dezelfde kansen. Zowel sociale als economische en gezondheidsgerelateerde factoren blijken gedurende deze periode sterk samen te hangen met latere uitkomsten op het gebied van gezondheid, onderwijs, arbeidsdeelname en maatschappelijke participatie (zie bijvoorbeeld Veer et al., 2023a). Een omvangrijke internationale literatuurstudie beschrijft deze eerste duizend dagen – van het jaar vóór de geboorte tot en met het jaar erna – als een kritieke fase waarin vroege verschillen zich kunnen vertalen in duurzame ongelijkheid (Capitani et al., 2022; Darling et al., 2020). Recente epidemiologische studies, waaronder Van den Hof et al. (2025), benadrukken dat sociale omstandigheden rondom de geboorte sterk samenhangen met verschillen in morbiditeit en welzijn op latere leeftijd. Daarbij speelt het principe van ‘cumulative disadvantage’ een cruciale rol: vroege risico’s versterken elkaar en hebben gestapeld een blijvend effect, tenzij er daarna verbetering optreedt in de omstandigheden.
Nederlandse analyses bevestigen dit beeld. In eerder CBS-onderzoek (Veer et al., 2023b) is vastgesteld dat kinderen die in huishoudens met lage inkomens worden geboren aanzienlijk vaker worden geconfronteerd met een stapeling van risicofactoren dan hun leeftijdsgenoten uit huishoudens met hogere inkomens. Deze cumulatie betreft onder meer lagere onderwijsniveaus en beperkte arbeidsparticipatie van ouders, instabiele gezinssituaties en gezondheidsproblemen. Het onderzoek laat zien dat ongelijke omstandigheden al vroeg in het leven zichtbaar zijn en dat deze verschillen gedurende het verdere leven vaak structureel aanwezig blijven.
De maatschappelijke en beleidsmatige relevantie van deze inzichten is groot. Het landelijke programma Kansrijke Start richt zich sinds 2018 expliciet op het versterken van de sociale, medische en pedagogische omgeving in de eerste duizend dagen van kinderen. In december 2025 is aangekondigd dat Kansrijke Start structureel wordt verankerd binnen het VWS-beleid vanaf 2026 (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [VWS], 2025).
Deze inzichten maken duidelijk dat het van belang is om ontwikkelingen in de sociale omstandigheden van jonge kinderen nauwkeurig en langdurig te volgen. Tot op heden ontbrak een consistente, over meerdere geboortejaren vergelijkbare trendanalyse die beschrijft hoe de omstandigheden in de eerste duizend dagen van in Nederland geboren kinderen zich door de tijd heen ontwikkelen. De periode van de eerste duizend dagen geldt internationaal als een kritiek ‘window of development’ waarin sociale en biologische processen elkaar beïnvloeden en waarin eventuele interventies het meest effectief kunnen zijn.
Veel onderzoek naar de gevolgen van risicofactoren tijdens de vroege kindertijd is gericht op een enkele determinant, zoals de negatieve consequenties van ouderlijke scheiding op de kwaliteit van de relatie tussen ouders en kinderen (Spaan et al., 2022), of het moment waarop zij het ouderlijk huis verlaten (Harmsen et al., 2013). Er is ook veel onderzoek gericht op sociale ongelijkheid in ontwikkelingsuitkomsten voor kinderen, zoals overgewicht (Wardle & Cole, 2010) of cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling (Cattan et al., 2024). Daarbij worden soms ook trends in kaart gebracht. Er is echter nog weinig onderzoek gedaan naar de opeenstapeling van (meer dan twee) risicofactoren (Sabates & Dex, 2022), en wat voornamelijk ontbreekt zijn de ontwikkelingen daarin. De monitor Kansrijke Start van het RIVM vormt hier een uitzondering op (Van Meijeren-van Lunteren et al., 2025).
In het verlengde van de doelstellingen van het programma Kansrijke Start is het zinvol om onderzoek te doen naar de combinatie van verschillende factoren. Dit artikel gaat daarom, naast een beschrijving van de aparte hulpbronnen, verder in op de afwezigheid van meerdere hulpbronnen tegelijkertijd, oftewel een opeenstapeling van risicofactoren.
1.2 Doel van dit artikel
Het doel van deze publicatie is om de ontwikkeling van sociale, economische en gezinsgerelateerde omstandigheden in de eerste duizend dagen van kinderen die in Nederland worden geboren systematisch in kaart te brengen. De nadruk ligt op trends over de tijd: verandert de aanwezigheid van risicofactoren in de gezinnen waarin kinderen opgroeien? Zo ja, welke risicofactoren vallen op, en verandert de demografische samenstelling van de meest kwetsbare subgroep (met de meeste risicofactoren) over de tijd heen?
Door trends in risicofactoren over meerdere geboortejaren in kaart te brengen, kan worden vastgesteld of omstandigheden structureel verbeteren, verslechteren of stabiel blijven, en welke groepen in toenemende mate risico lopen. Daarmee levert deze studie empirische inzichten voor zowel beleidsvorming als verder wetenschappelijk onderzoek.
1.3 Onderzoeksvragen
De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:
- In welke mate komen risicofactoren voor gedurende de eerste duizend dagen van tussen 2007 en 2021 in Nederland geboren kinderen, en wat zijn daarin ontwikkelingen?
- Treden er verschuivingen op in stapeling van deze risicofactoren binnen gezinnen van kinderen?
- Treden er verschuivingen op in sociaal-demografische kenmerken, zoals de herkomst van kinderen en de leeftijd van moeders?