Bijlage 1. Methode
Onderzoekspopulatie
Het aandeel meisjes in de onderzoekspopulatie ligt met 49 procent iets lager dan het aandeel jongens. Van alle kinderen woonde 28 procent in zeer sterk stedelijk gebied. Verder had drie kwart twee in Nederland geboren ouders en bijna 13 procent één ouder die geboren is in het buitenland. Nog eens bijna 13 procent had twee ouders die buiten Nederland geboren zijn.
| Geboortejaar | Aantal | |
|---|---|---|
| 2007 | 177 977 | |
| 2008 | 181 608 | |
| 2009 | 181 584 | |
| 2010 | 180 871 | |
| 2011 | 176 271 | |
| 2012 | 172 116 | |
| 2013 | 167 510 | |
| 2014 | 171 242 | |
| 2015 | 166 755 | |
| 2016 | 168 818 | |
| 2017 | 166 256 | |
| 2018 | 165 171 | |
| 2019 | 166 410 | |
| 2020 | 165 262 | |
| 2021 | 175 783 | |
| Totaal | 2 583 634 | |
Kwaliteitsaspecten
CBS-registraties zijn integraal en volledig voor de onderzochte populatie. Niettemin gelden enkele aandachtspunten:
- Onderwijsniveau is voor bepaalde groepen (met name oudere of buitenlands opgeleide ouders) minder vaak geregistreerd.
- Medicijnverstrekking geeft een benadering van mentale gezondheid, maar weerspiegelt niet alle vormen van mentale gezondheid. Daarbij betekent het verstrekt krijgen van medicatie niet per se daadwerkelijk gebruik daarvan.
- Gezinsstabiliteit is gebaseerd op adresregistratie en geeft geen inzicht in feitelijke opvoedsituatie in complexere gezinssamenstellingen.
- Hoewel deze beperkingen relevant zijn voor de interpretatie van de resultaten, zijn de indicatoren robuust voor trendvergelijkingen.