Digitalisering en kenniseconomie 2025

Samenvatting

In deze publicatie Digitalisering en kenniseconomie geeft het CBS de actuele stand van zaken op het terrein van digitalisering en de kenniseconomie aan de hand van een selectie kernindicatoren. Waar mogelijk worden trends over de afgelopen jaren gepresenteerd. De publicatie maakt samen met het Dashboard Digitalisering en kenniseconomie onderdeel uit van het Dossier Digitalisering en kenniseconomie

ICT en economie

  • Het aantal ICT-bedrijven is in 2025 verder gegroeid naar ruim 106 duizend. In de afgelopen jaren is de toename van ICT-bedrijven voornamelijk toe te schrijven aan de groei in het aantal ICT-dienstverlenende bedrijven.
  • In 2024 groeide de toegevoegde waarde van de ICT-sector met 3,2 procent. Daarmee is de ICT-sector harder gegroeid dan de gehele Nederlandse economie die een groei van 1,1 procent kende. Ook in de twee jaren daarvoor groeide de ICT-sector harder dan de gehele economie.
  • Het aantal ICT’ers is de afgelopen jaren flink gegroeid. In 2024 waren 622 duizend ICT’ers werkzaam in diverse bedrijfstakken van de Nederlandse economie.
  • In 2024 bedroegen de investeringen in ICT door bedrijven, overheden en huishoudens 35,5 miljard euro. Dit is 15,5 procent van de totale Nederlandse investeringen. In 2024 gaven bedrijven, overheden en consumenten samen ruim 82,3 miljard euro uit aan ICT-goederen en -diensten. Deze ICT-uitgaven hebben daarmee een aandeel van 4,3 procent in de totale uitgaven in de Nederlandse economie.

ICT-gebruik bij bedrijven

  • In 2025 had 82 procent van het personeel bij bedrijven met 10 of meer werkzame personen internettoegang voor werkdoeleinden. Dit aandeel is ten opzichte van 2024 en 2023 niet gewijzigd. 
  • In 2025 ondersteunde 80 procent van de bedrijven telewerken. Dit aandeel is in de afgelopen 10 jaar flink toegenomen. In 2005 was het bij slechts 36 procent van de bedrijven mogelijk om te telewerken.  
  • Van alle Nederlandse bedrijven had 27 procent in 2024 elektronische verkopen via een website of app en/of EDI. Het aandeel bedrijven met elektronische verkopen is sinds 2014 niet sterk veranderd.
  • In 2025 gebruikte 33 procent van de bedrijven één of meer van acht specifieke AI-technologieën, zoals spraakherkenning, machine learning en afbeelding- of gezichtsherkenning. Dit is een substantiële toename ten opzichte van 2024 toen dit aandeel 23 procent bedroeg. 
  • Van de uitgevraagde AI-technologieën werden text mining en natural language generation het vaakst gebruikt (22 en 16 procent).

ICT-gebruik bij personen

  • In 2025 was 96 procent van de bevolking van 12 jaar of ouder dagelijks online. Dat is 20 procentpunten meer dan in 2012.
  • Het vaakst wordt een mobiele telefoon of smartphone gebruikt voor online activiteiten (96 procent in 2025).
  • Ruim 90 procent van de bevolking van 12 jaar of ouder gebruikte digitale communicatievormen, zoals E-mailen en tekstberichten versturen, onder meer via WhatsApp.
  • Bellen via internet komt ook vaak voor. In 2025 belde ruim 90 procent in de leeftijdsgroep van 12 tot 45 jaar via internet. Onder 45-plussers ligt dat aandeel lager.
  • In 2025 zei 80 procent van de mensen van 12 jaar of ouder online iets gekocht te hebben in de drie maanden voorafgaand aan het onderzoek. Dat is meer dan in 2012, toen was dat nog 46 procent. Kleding, schoenen of accessoires worden het vaakst gekocht online.

Kennispotentieel

  • Het onderwijsniveau van de jongere generatie ligt hoger dan van de oudere generatie. Zo hebben 25- tot 35-jarigen vaker een hbo- of wo-niveau dan 65- tot 75-jarigen. 
  • In studiejaar 2024/’25 stonden er bijna 450 duizend studenten aan het hbo ingeschreven en bijna 342 duizend aan het wo. Het aantal mbo-studenten (exclusief extraneï-studenten) kwam in dat studiejaar uit op bijna 467 duizend. 
  • In studiejaar 2023/’24 werden op alle mbo-niveaus de meeste diploma’s (36 procent) behaald in de studierichting “Zorg, welzijn en sport”.
  • In het hoger onderwijs zorgen de studierichtingen op het gebied van “Recht, administratie, handel en zakelijke dienstverlening” voor de meeste diploma’s.

Research & Development

  • In 2023 gaven Nederlandse bedrijven en instellingen meer dan 24,2 miljard euro uit aan R&D. Dat is 70 procent meer dan in 2013.
  • In 2023 besteedden Nederlandse bedrijven en instellingen samen 193 duizend arbeidsjaren aan R&D. Dat is bijna 42 procent meer dan in 2013.
  • De R&D-uitgaven per R&D-arbeidsjaar kwamen in 2023 uit op 125 duizend euro per arbeidsjaar.
  • Ten opzichte van de economie in Nederland bleven de R&D-uitgaven gelijk.

Innovatie

  • Meer dan 56 procent van de Nederlandse bedrijven met 10 of meer werkzame personen was innovatief in de periode 2020–2022. Nederland staat hiermee op de tiende plek op de lijst van 27 EU-landen en scoort hoger dan gemiddeld in de EU.
  • Van de bedrijven in Nederland had 49,5 procent één of meerdere innovaties voltooid en geïmplementeerd en voerde 23,5 procent zowel product- als bedrijfsprocesinnovaties door in de periode 2020–2022.
  • In Nederland realiseerde 29 procent van de bedrijven een productinnovatie in de periode 2020–2022. In de EU als geheel lag dit aandeel net iets lager op 26 procent.
  • In de periode 2020–2022 heeft 42 procent van de bedrijven in de EU een procesinnovatie gerealiseerd. Voor Nederland lag dit aandeel met 44 procent dicht in de buurt van het EU-gemiddelde.