6. Belemmeringen
Ieder kwartaal worden ondernemers gevraagd naar de belangrijkste belemmering die ze op dat moment ondervinden in de bedrijfsvoering. Van de zeven antwoordcategorieën kunnen ze er maximaal twee selecteren. De uitkomsten worden daarvoor niet genormaliseerd en geven dus het percentage ondernemers aan die de belemmering hebben gekozen.
6.1 Belemmeringen totale niet-financiële bedrijfsleven
Sinds het derde kwartaal van 2021 is het tekort aan arbeidskrachten onafgebroken de meest genoemde belemmering door ondernemers. Na de coronacrisis liep dit op tot meer dan 49 procent in het derde kwartaal van 2022. Daarna nam het langzaam af en komt het in het tweede kwartaal van 2026 uit op ruim 30 procent. Daarmee is het percentage gedaald ten opzichte van het vorige kwartaal (31,5 procent). Bijna een derde van de ondernemers gaf aan geen belemmeringen te ervaren, iets meer dan het aandeel dat een tekort aan arbeidskrachten ervaarde.
De belemmering onvoldoende vraag is dit kwartaal met bijna 20 procent nagenoeg gelijk gebleven, al was dit halverwege 2022 nog maar 10 procent. Voor bijna 11 procent van de ondernemers zijn financiële beperkingen de belangrijkste belemmering in de bedrijfsvoering. Dit percentage is nagenoeg gelijk aan dat van vorig kwartaal, maar ten opzichte van begin 2022 ruimschoots verdubbeld. Het tekort aan productiemiddelen is sinds het tweede kwartaal van 2022 geleidelijk afgenomen. Waar toen bijna 24 procent van de ondernemers dit als belemmering aangaf, is het aandeel in het tweede kwartaal van 2026 gedaald tot bijna 8 procent.
Ten opzichte van het vorige kwartaal is de categorie andere oorzaken toegenomen van ruim 12 procent naar ruim 17 procent. Hier wordt door bedrijven onder andere de internationale situatie, economische onzekerheid, en wet- en regelgeving aangegeven. Bijna een derde van de ondernemers geeft aan geen belemmeringen te ervaren.
| periode_label | Categories2 | Tekort aan arbeidskrachten (% bedrijven) | Onvoldoende vraag (% bedrijven) | Andere belemmeringen (% bedrijven) | Financiële beperkingen (% bedrijven) | Tekort aan productiemiddelen (% bedrijven) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | januari | 35,0 | 11,9 | 20,7 | 4,5 | 17,1 |
| 2022 | april | 43,7 | 10,6 | 14,1 | 4,5 | 23,9 |
| 2022 | juli | 49,3 | 11,3 | 11,5 | 5,2 | 22,4 |
| 2022 | oktober | 48,2 | 14,1 | 13,7 | 6,9 | 20,4 |
| 2023 | januari | 44,4 | 15,0 | 11,0 | 8,4 | 16,1 |
| 2023 | april | 42,9 | 16,2 | 9,7 | 7,3 | 13,7 |
| 2023 | juli | 42,3 | 16,8 | 9,6 | 7,1 | 12,3 |
| 2023 | oktober | 41,7 | 19,6 | 10,0 | 8,8 | 9,5 |
| 2024 | januari | 37,5 | 20,8 | 9,1 | 8,5 | 7,6 |
| 2024 | april | 38,4 | 21,2 | 8,8 | 8,2 | 8,0 |
| 2024 | juli | 36,9 | 19,8 | 8,4 | 8,8 | 8,3 |
| 2024 | oktober | 39,9 | 20,4 | 9,3 | 8,7 | 7,5 |
| 2025 | januari | 35,8 | 19,0 | 9,4 | 10,3 | 7,1 |
| 2025 | april | 33,9 | 18,8 | 10,5 | 9,9 | 8,2 |
| 2025 | juli | 36,3 | 19,8 | 11,7 | 10,4 | 6,4 |
| 2025 | oktober | 33,3 | 21,8 | 13,3 | 10,4 | 6,0 |
| 2026 | januari | 31,5 | 19,7 | 12,6 | 10,3 | 6,4 |
| 2026 | april | 30,1 | 19,6 | 17,4 | 10,9 | 7,8 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||||||
6.2 Belemmeringen per bedrijfstak
De belemmeringen voor het totale niet-financiële bedrijfsleven geven een goed beeld op macro-economisch niveau. De uitkomsten voor de onderliggende bedrijfstakken geven een indicatie voor de verwachtingen op bedrijfstakniveau en zorgen daarmee voor gedetailleerdere informatie.
Onvoldoende vraag vaker belemmering bij autohandel- en reparatie
Het aandeel bedrijven dat onvoldoende vraag als belangrijkste belemmering ervaart ligt met bijna 20 procent op een iets hoger niveau dan een jaar geleden. Binnen de bedrijfstakken zijn echter grote verschillen. In de autohandel- en reparatie ervaart bijna een derde van de ondernemers onvoldoende vraag als belangrijkste belemmering. Een jaar geleden was dit nog ruim 18 procent. Ook binnen de detailhandel en de zakelijke dienstverlening is deze belemmering met 5 procentpunt toegenomen. Ondernemers in de cultuursector, de bouwnijverheid en de vervoer en opslag ervaren onvoldoende vraag minder vaak als belangrijkste belemmering ten opzichte van een jaar geleden. Bij de laatstgenoemde bedrijfstak nam dit percentage met 10 procentpunt het sterkst af; bijna 17 procent ervaart dit nog als belangrijkste belemmering.
| april 2026 (% bedrijven) | april 2025 (% bedrijven) | |
|---|---|---|
| Totaal (ex, financieel of nutsbedrijven) | 19,6 | 18,8 |
| Autohandel en -reparatie | 30,9 | 18,3 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 26,8 | 26,0 |
| Industrie | 25,9 | 24,5 |
| Horeca | 24,8 | 23,5 |
| Informatie en communicatie | 19,8 | 19,3 |
| Zakelijke dienstverlening | 18,9 | 14,3 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 17,4 | 15,9 |
| Vervoer en opslag | 16,7 | 26,8 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 14,7 | 9,4 |
| Cultuur, sport en recreatie | 10,8 | 13,3 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 8,2 | 7,4 |
| Bouwnijverheid | 5,7 | 9,9 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
Tekort aan arbeidskrachten blijft de belangrijkste belemmering
Met 30 procent blijft het tekort aan arbeidskrachten de belangrijkste belemmering voor bedrijven. Ten opzichte van een jaar geleden is dit percentage iets afgenomen. Dit geldt ook voor zeven van de twaalf bedrijfstakken. In de vervoer en opslag is het tekort aan arbeidskrachten als belangrijkste belemmering verreweg het sterkst gedaald, in deze bedrijfstak nam het 19 procentpunt af. In de detailhandel is het tekort aan arbeidskrachten met 7,5 procentpunt het sterkst gestegen. Ook in de autohandel-en reparatie ervaren meer ondernemers dit en nam het percentage toe naar bijna 46 procent. Daarmee wordt het tekort aan arbeidskrachten in deze bedrijfstak het vaakst genoemd als belemmering. In de bouwnijverheid is deze belemmering het minst vaak genoemd.
| april 2026 (% bedrijven) | april 2025 (% bedrijven) | |
|---|---|---|
| Totaal (ex, financieel of nutsbedrijven) | 30,1 | 33,9 |
| Autohandel en -reparatie | 45,6 | 42,5 |
| Zakelijke dienstverlening | 42,1 | 48,6 |
| Vervoer en opslag | 30,7 | 49,8 |
| Horeca | 30,4 | 37,4 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | 29,0 | 28,8 |
| Detailhandel (niet in auto's) | 28,6 | 21,1 |
| Informatie en communicatie | 27,8 | 31,1 |
| Cultuur, sport en recreatie | 25,1 | 23,3 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 24,6 | 28,4 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 24,1 | 25,1 |
| Industrie | 24,0 | 31,8 |
| Bouwnijverheid | 21,7 | 18,0 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||