Conjunctuurenquête Nederland, tweede kwartaal 2026

2. Ondernemersvertrouwen

Het ondernemersvertrouwen is een stemmingsindicator van het Nederlandse bedrijfsleven. Hoe optimistischer of pessimistischer de ondernemers gestemd zijn, des te meer de waarde van het ondernemersvertrouwen positief of negatief zal afwijken van de nullijn. De indicator is opgebouwd uit het ongewogen seizoengecorrigeerde gemiddelde van de saldo’s uit twee vragen. Deze twee vragen betreffen de ontwikkeling en verwachting van het economisch klimaat. Het ondernemersvertrouwen van het totale Nederlandse bedrijfsleven is een gewogen gemiddelde van de vertrouwensindicatoren van de onderliggende bedrijfstakken.

2.1 Ondernemersvertrouwen totale niet-financiële bedrijfsleven

Het ondernemersvertrouwen is voor het achttiende kwartaal op rij negatief en komt in het tweede kwartaal van 2026 uit op -14,8. Daarmee is het cijfer sterk gedaald ten opzichte van het vorige kwartaal (-1,8). Het ondernemersvertrouwen ligt onder het gemiddelde (-3,8) van de reeks vanaf 2012 en op het laagste niveau sinds eind 2022. Het ondernemersvertrouwen is sinds begin 2022 niet meer zo sterk gedaald.

Ondernemers zijn sinds eind 2022 structureel minder negatief over de verwachting van het economisch klimaat dan over de ontwikkeling van het economisch klimaat. Dit patroon werd alleen in het tweede kwartaal van 2025 eenmalig onderbroken. De daling van het ondernemersvertrouwen in het tweede kwartaal van 2026 komt doordat ondernemers negatiever zijn over zowel de ontwikkeling als de verwachting van het economisch klimaat.

2.1.1 Ondernemersvertrouwen
periode_labelcategories2Ondernemersvertrouwen (Gemiddelde van de deelvragen)Verwachting economisch klimaat (Gemiddelde van de deelvragen)Ontwikkeling economisch klimaat (Gemiddelde van de deelvragen)
2022januari-0,31,4-2,0
2022april-7,6-8,7-6,4
2022juli-10,9-10,1-11,6
2022oktober-20,3-21,3-19,3
2023januari-12,0-10,6-13,3
2023april-6,8-5,7-7,8
2023juli-7,4-6,3-8,5
2023oktober-8,7-6,4-10,9
2024januari-7,1-4,3-9,9
2024april-5,8-2,5-9,2
2024juli-3,7-1,4-5,9
2024oktober-3,1-0,2-6,0
2025januari-5,2-2,4-7,9
2025april-7,1-7,4-6,9
2025juli-3,9-1,7-6,2
2025oktober-4,1-2,1-6,1
2026januari-1,8-0,5-3,0
2026april-14,8-13,7-15,8
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

2.2 Ondernemersvertrouwen per bedrijfstak

Het totaalcijfer voor het ondernemersvertrouwen is sterk gedaald en nog steeds negatief. In het tweede kwartaal van 2026 daalde het vertrouwen in alle bedrijfstakken en is nu in alle bedrijfstakken negatief.

2.2.1 Ondernemersvertrouwen per bedrijfstak
 april 2026 (Gemiddelde van de deelvragen)januari 2026 (Gemiddelde van de deelvragen)
Totaal (ex, financieel of nutsbedrijven)-14,8-1,8
Informatie en communicatie-4,99,2
Autohandel en -reparatie-5,25,8
Zakelijke dienstverlening-7,60,3
Cultuur, sport en recreatie-7,6-1,1
Industrie-10,9-2,9
Detailhandel (niet in auto's)-11,81,4
Vervoer en opslag-13,5-4,7
Verhuur en handel van onroerend goed-16,9-3,5
Groothandel en handelsbemiddeling-19,4-3,9
Bouwnijverheid-29,41,1
Horeca-30,1-12,0
Landbouw, bosbouw en visserij-36,3-20,6
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Omslag van vertrouwen in vier bedrijfstakken

Het ondernemersvertrouwen sloeg in vier bedrijfstakken om van positief naar negatief. Dit waren de informatie en communicatie, de autohandel en -reparatie, de detailhandel en de bouwnijverheid. De sterkste daling vond plaats in de bouwnijverheid, waar het cijfer daalde van 1,1 in het eerste kwartaal naar -29,4 in het tweede kwartaal. Desondanks zijn veel andere indicatoren, zoals de orderpositie, hier nog wel positief. Ook in de horeca en de landbouw, bosbouw en visserij daalde het ondernemersvertrouwen sterk.

Ondernemersvertrouwen negatiefst in de landbouw

De landbouw, bosbouw en visserij is net als vorig kwartaal de meest negatieve bedrijfstak. Het ondernemersvertrouwen daalde hier van -20,6 naar -36,3. Over zowel de ontwikkeling van (-37,7) als de verwachting over (-34,9) het economisch klimaat zijn ondernemers hier het meest negatief van alle bedrijfstakken. Ook in de horeca en de bouwnijverheid is het ondernemersvertrouwen relatief negatief.

2.3 Ondernemersvertrouwen naar regio

Net als het landelijke cijfer is het ondernemersvertrouwen in alle provincies negatief in het tweede kwartaal van 2026. Het cijfer is ook in alle provincies gedaald ten opzichte van het vorige kwartaal. In Overijssel is het ondernemersvertrouwen van 1,0 naar -17,3 het meest gedaald. Ook in Gelderland is het vertrouwen relatief sterk gedaald van 1,2 naar -15,4. De meest negatief gestemde provincie in het tweede kwartaal van 2026 is Fryslân met een ondernemersvertrouwen van -18,5.

2.3.1 Ondernemersvertrouwen per provincie
ProvincieStatcode
Groningen (PV)-13,9
Fryslân (PV)-18,5
Drenthe (PV)-14,8
Overijssel (PV)-17,3
Flevoland (PV)-12,8
Gelderland (PV)-15,4
Utrecht (PV)-10,8
Noord-Holland (PV)-14,4
Zuid-Holland (PV)-14,5
Zeeland (PV)-17,2
Noord-Brabant (PV)-15,3
Limburg (PV)-15,3
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW