Conjunctuurenquête Nederland, tweede kwartaal 2026

3. Personeelsindicator

De personeelsindicator is een stemmingsindicator van het Nederlandse bedrijfsleven over de personeelssterkte binnen het bedrijf. Een positieve uitkomst van de stemmingsindicator duidt op verwachte uitbreiding van het personeelsbestand, een negatieve uitkomst op krimp van het personeelsbestand. De indicator is opgebouwd uit het ongewogen seizoengecorrigeerde gemiddelde van de saldo’s uit twee vragen. Deze twee vragen betreffen de ontwikkeling in de afgelopen drie maanden en de verwachting voor de komende drie maanden van de personeelssterkte.

3.1 Personeelsindicator totale niet-financiële bedrijfsleven

De personeelsindicator is licht gedaald en komt aan het begin van het tweede kwartaal van 2026 uit op 4,3. Daarmee ligt de indicator boven het gemiddelde (3,1) van de reeks vanaf 2012. De personeelsindicator bereikte eind 2021 een piek van 17,4 en vertoonde daarna een dalende trend. Ten opzichte van vorig kwartaal zijn ondernemers negatiever geworden over de verwachting en ontwikkeling van hun personeelssterkte. Sinds halverwege 2020 zijn ondernemers steeds positiever over de verwachting van de personeelssterkte dan over de daadwerkelijke ontwikkeling daarvan. Voor 2020 lagen beide reeksen altijd nagenoeg op hetzelfde niveau.

3.1.1 Personeelsindicator
periode_labelCategories2Personeelsindicator (Gemiddelde van de deelvragen)Verwachting personeelssterkte (Gemiddelde van de deelvragen)Ontwikkeling personeelssterkte (Gemiddelde van de deelvragen)
2022januari13,817,110,6
2022april15,019,210,9
2022juli12,016,27,9
2022oktober10,012,77,3
2023januari10,914,37,6
2023april9,412,86,0
2023juli6,78,74,7
2023oktober5,38,32,3
2024januari6,08,33,7
2024april5,07,12,9
2024juli3,56,90,1
2024oktober4,97,81,9
2025januari5,49,80,9
2025april4,86,62,9
2025juli5,67,63,6
2025oktober4,87,91,8
2026januari5,57,13,9
2026april4,36,32,2
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

3.2 Personeelsindicator per bedrijfstak

In de meeste bedrijfstakken is de personeelsindicator positief. Ten opzichte van het vorige kwartaal is de indicator bij zes bedrijfstakken gedaald en bij vier bedrijfstakken gestegen. In de landbouw, bosbouw en visserij en de groothandel en handelsbemiddeling is het cijfer nagenoeg gelijk gebleven.

3.2.1 Personeelsindicator per bedrijfstak
 april 2026 (Gemiddelde van de deelvragen)januari 2026 (Gemiddelde van de deelvragen)
Totaal (ex, financieel of nutsbedrijven)4,35,5
Bouwnijverheid20,524,8
Verhuur en handel van onroerend goed10,49,3
Vervoer en opslag8,53,6
Cultuur, sport en recreatie8,414,4
Zakelijke dienstverlening7,76,8
Autohandel en -reparatie4,916,2
Groothandel en handelsbemiddeling3,43,8
Detailhandel (niet in auto's)2,0-1,0
Landbouw, bosbouw en visserij1,71,9
Industrie0,10,9
Informatie en communicatie-2,82,4
Horeca-6,83,1
Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW

Personeelsindicator sterkst gedaald in de autohandel en -reparatie

De personeelsindicator is in het tweede kwartaal het sterkst gedaald in de autohandel en -reparatie (-11,3). Ook in de horeca en de cultuur, sport en recreatie is de personeelsindicator relatief sterk gedaald. In de horeca is daarmee het cijfer negatief geworden, in de autohandel en -reparatie en de cultuur, sport en recreatie is het nog steeds positief. De horeca is in het tweede kwartaal van 2026 de meest negatieve bedrijfstak, gevolgd door de informatie en communicatie.

Ondernemers in de bouw het meest positief over personeelssterkte

Ondernemers in de bouwnijverheid zijn het meest positief over hun personeelssterkte van alle bedrijfstakken. De personeelsindicator komt hier uit op 20,5. Dat is wel een daling ten opzichte van een kwartaal eerder toen het cijfer op 24,8 uitkwam. In verhuur en handel van onroerend goed, de vervoer en opslag en de cultuur, sport en recreatie is de personeelsindicator ook relatief hoog.