4. Ontwikkelingen eerste kwartaal 2026
Ondernemers worden in de COEN gevraagd naar ontwikkelingen over verschillende onderwerpen in het afgelopen kwartaal. Ondernemers geven dan per onderwerp aan of het is verslechterd, gelijk is gebleven of verbeterd. Als de vraag in iedere bedrijfstak is gesteld kan een cijfer voor het totale niet-financiële bedrijfsleven worden gemaakt.
4.1 Ontwikkelingen totale niet-financiële bedrijfsleven
In het afgelopen kwartaal waren er meer ondernemers die hun winstgevendheid zagen verslechteren dan verbeteren; daarmee is het saldo hierover negatief. In dezelfde periode een jaar geleden lag het saldo iets hoger. Verder zagen ondernemers per saldo hun orderontvangst toenemen in het afgelopen kwartaal en zijn zij iets positiever over hun concurrentiepositie. Desondanks was het oordeel over de orderpositie per saldo nog licht negatief. Dat betekent dat ondernemers hun orderpositie als (te) klein beschouwen. Over de omzetontwikkeling waren ondernemers licht negatief.
| VerkorteVraagTekst | april 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | april 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) |
|---|---|---|
| Orderontvangst | 2,0 | 1,7 |
| Concurrentiepositie Nederlandse Markt | 1,6 | -0,1 |
| Omzet | -2,6 | 0,0 |
| Orderpositie | -2,9 | -2,3 |
| Winstgevendheid | -8,6 | -5,8 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
4.2 Ontwikkelingen per bedrijfstak
De ontwikkelingen voor het totale niet-financiële bedrijfsleven geven een goed beeld op macro-economisch niveau. De uitkomsten voor de onderliggende bedrijfstakken geven een indicatie voor de ontwikkelingen op bedrijfstakniveau en zorgen daarmee voor gedetailleerdere informatie.
Landbouw, bosbouw en visserij negatiever over winstgevendheid
In het afgelopen kwartaal zag per saldo bijna 9 procent van de ondernemers de winstgevendheid verslechteren. In dezelfde periode vorig jaar was dit nog bijna 6 procent. Behalve in de informatie en communicatie zijn ondernemers in alle bedrijfstakken negatief over de winstgevendheid. De helft van de bedrijfstakken is negatiever dan een jaar geleden en bij de andere helft bleef het saldo nagenoeg gelijk of steeg het. In de landbouw, bosbouw en visserij daalde het saldo over de winstgevendheid het sterkst van -9 procent naar -25 procent. Ook in onder andere de horeca en de verhuur en handel van onroerend goed waren ondernemers negatiever over de winstgevendheid. In de informatie en communicatie is het saldo het sterkst gestegen en zijn ondernemers het meest positief van alle bedrijfstakken. Horecaondernemers zijn met een saldo van -32,5 procent het meest negatief over hun winstgevendheid in de afgelopen drie maanden.
| april 2026 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | april 2025 (Saldo % positieve antwoorden en % negatieve antwoorden) | |
|---|---|---|
| Totaal (ex, financieel of nutsbedrijven) | -8,6 | -5,8 |
| " | ||
| Informatie en communicatie | 6,3 | 1,4 |
| Zakelijke dienstverlening | -0,7 | 2,0 |
| Bouwnijverheid | -2,7 | 5,7 |
| Industrie | -5,1 | -5,2 |
| Groothandel en handelsbemiddeling | -5,5 | -6,1 |
| Autohandel en -reparatie | -7,6 | -7,8 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | -7,9 | 1,8 |
| Detailhandel (niet in auto's) | -8,0 | -8,1 |
| Cultuur, sport en recreatie | -8,8 | -12,0 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | -24,8 | -8,9 |
| Vervoer en opslag | -29,2 | -21,4 |
| Horeca | -32,5 | -20,4 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | ||
Bezettingsgraad nagenoeg hetzelfde
De bezettingsgraad in de industrie en de dienstverlening is nagenoeg hetzelfde als in het vorige kwartaal. De bezettingsgraad in de industrie ligt met 78,6 procent nog wel steeds onder het gemiddelde (81 procent) van de reeks vanaf 2012. Binnen de industrie ligt de bezettingsgraad het hoogst in de hout- en bouwmaterialenindustrie (81,1 procent) en het laagst bij de raffinaderijen en textiel-, kleding-, en lederindustrie (76,2 procent).
De bezettingsgraad in de dienstverlening ligt met 88,6 procent net onder het gemiddelde (89 procent) van de reeks vanaf 2012. Binnen de dienstverlening is de bezettingsgraad het hoogst in de verhuur en handel van onroerend goed (92,8 procent) en het laagst bij de informatie en communicatie (85,1 procent).
| periode_label | Categories2 | Dienstverlening (%) | Industrie (%) |
|---|---|---|---|
| 2022 | januari | 87,3 | 83,6 |
| 2022 | april | 88,6 | 84,2 |
| 2022 | juli | 89,9 | 84,2 |
| 2022 | oktober | 89,7 | 82,7 |
| 2023 | januari | 89,3 | 82,6 |
| 2023 | april | 89,1 | 82,5 |
| 2023 | juli | 89,2 | 81,6 |
| 2023 | oktober | 89,1 | 81,0 |
| 2024 | januari | 88,6 | 78,4 |
| 2024 | april | 88,8 | 79,6 |
| 2024 | juli | 89,2 | 78,0 |
| 2024 | oktober | 89,1 | 77,1 |
| 2025 | januari | 89,2 | 77,2 |
| 2025 | april | 89,0 | 77,5 |
| 2025 | juli | 89,0 | 77,7 |
| 2025 | oktober | 88,7 | 77,2 |
| 2026 | januari | 88,5 | 77,9 |
| 2026 | april | 88,6 | 78,6 |
| Bron: CBS, EIB, KVK, MKB-Nederland, VNO-NCW | |||
De bezettingsgraad voor de industrie wordt op een andere manier bepaald dan voor de dienstverlening. Bij de industrie gaat het om de bezettingsgraad van de beschikbare productiecapaciteit. Bij de dienstverlening wordt de bezettingsgraad afgeleid uit de vraagtoename die bedrijven met hun huidige middelen aankunnen. Over het algemeen ligt de bezettingsgraad van de dienstverlening hoger dan die van de industrie. Dit heeft mogelijk te maken met het methodeverschil in de vraagstelling.