Auteur: Dr. B. Klijs

Monitor online platformen 2021

Cijfermatig inzicht in de kenmerken en ontwikkeling van online platformen in Nederland

Over deze publicatie

Online platformen zijn websites of apps die bemiddelen in de uitwisseling van goederen, diensten of informatie. Bekende voorbeelden zijn Airbnb, Uber, Marktplaats en Werkspot. In korte tijd hebben online platformen een belangrijke positie verworven in economie en maatschappij. Ze hebben de manier waarop we werken, winkelen, communiceren, boodschappen doen, of eten bestellen sterk veranderd.

De opkomst van online platformen biedt kansen, maar geeft ook uitdagingen. Om de kansen te benutten en de uitdagingen in banen te leiden zijn cijfers over de stand van zaken rond platformen essentieel. De monitor online platformen geeft deze cijfers. In deze versie van de monitor wordt ingegaan op de ontwikkeling over de afgelopen jaren van de omzet, het aantal werkzame personen, en de verkoop van bedrijven via online platformen. Het gebruik van coronasteunmaatregelen door online platformen komt aan bod. Ook wordt ingegaan op een drietal specifieke typen online platformen, namelijk arbeidsbemiddelingsplatformen, free services, en commerciële platformen.

Samenvatting

Hoofdstuk 2

De omzet van de bedrijven met online platformen steeg hard in de periode 2015-2019, maar daalde in 2020 met 28 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Ook het aandeel van de platformen dat een flinke omzetgroei realiseerde daalde. In coronajaar 2020 lag het aandeel platformen met een omzetdaling van meer dan 20 procent een stuk hoger dan in eerdere jaren. In de periode 2015-2020 groeide de omzet relatief het hardst bij de kleinere platformen.

Het aantal personen dat werkzaam is bij bedrijven met online platformen is in de periode 2015-2019 met 68 procent toegenomen, en in 2020 ongeveer gelijk gebleven. Het aandeel van de bedrijven met een stijgend of dalend aantal werkzame personen veranderde in 2020 niet.

Hoofdstuk 3

43 procent van de bedrijven achter online platformen maakte in 2020 en 2021 gebruik van ten minste één coronasteunregeling. De regelingen voor belastinguitstel (32 procent), loonsteun (23 procent), en steun voor vaste lasten (16 procent) werden relatief vaak gebruikt.

Bedrijven met meer werkzame personen namen vaker deel aan een regeling dan bedrijven met minder werkzame personen. Van de bedrijven met meer dan 5 werkzame personen nam 58 tot 65 procent deel aan een coronasteunregeling.

De bedrijven achter online platformen ontvingen in totaal 216 miljoen euro aan loonsteun (voorschotten). Verder ontvingen zij 17 miljoen euro aan steun voor vaste lasten, en nog 7 miljoen euro aan overige steun (onder andere kredieten). Daarnaast hadden deze bedrijven in december 2021 nog 60 miljoen euro aan uitgestelde belastingen staan.

Bijna 1 procent van het totale bedrag aan loonsteun voor bedrijven ging naar bedrijven met online platformen.

Meer dan 50 procent van de bedrijven bij wie het platform in 2020 minder transacties had door corona nam deel aan een steunregeling. Maar ook zo’n 25 procent van de bedrijven van wie het platform juist meer transacties kreeg, nam deel aan een steunregeling.

Hoofdstuk 4

Op platformen voor arbeidsbemiddeling zijn degenen die werkopdrachten aannemen in 73 procent van de gevallen werkzaam als zelfstandige. Bij slechts 8 procent van de platformen zijn de uitvoerenden in dienst bij het platform.

Bij 24 procent van de platformen voor arbeidsbemiddeling kan de betaling afgehandeld worden door het platform. Ook ondersteuning bij het opstellen voor contracten wordt geboden. Slechts een enkel platform biedt de opdrachtnemers een gegarandeerd minimum aantal transacties of minimaal bedrag aan inkomsten.

Platformen in de arbeidsbemiddeling zijn vaker commercieel dan platformen in andere branches. Zo’n 80 procent heeft het maken van winst tot doel, tegenover 73 procent bij de overige platformen. De platformen voor arbeidsbemiddeling waren in 2020 echter minder vaak winstgevend.

Platformen in de arbeidsbemiddeling zijn, vaker dan andere platformen, vooral gericht op Nederland: op 31 procent van de platformen waren aanbieders van werk en klussen uit het buitenland actief. Bij 51 procent van de overige platformen waren aanbieders uit het buitenland te vinden.

Platformen voor arbeidsbemiddeling halen de meeste inkomsten uit commissies op transacties die via het platform worden afgesloten, of met het verschaffen van (toegangs-)rechten tot of op het platform.

Hoofdstuk 5

34 procent van de online platformen is een zogenaamde ‘free service’. Bij free services is het platform gratis te gebruiken. Het platform verdient dan bijvoorbeeld aan advertenties op het platform, of door de door gebruikers achtergelaten gegevens te gelde te maken.

Onder de free services zijn veel niet-commerciële platformen; 51 procent heeft het maken van winst niet als doel. Bij platformen waarvoor de aanbieders of afnemers moeten betalen is dit slechts 13 procent.

Free services registreren minder vaak gegevens van de gebruikers van het platform dan betaalde platformen. Free services gebruiken ook minder vaak algoritmen dan betaalde platformen. Vooral onder de niet-commerciële free services is het gebruik van algoritmen minder.

Bij meer dan de helft van de betaalde platformen en commerciële free services wordt kwaliteit gemonitord. Bij de niet-commerciële free services vindt er bij drie kwart van de platformen geen beoordeling plaats.

Betaalde platformen zijn meer internationaal gericht dan free services. De helft van de betaalde platformen had aanbieders uit het buitenland. Bij de niet-commerciële platformen met free services was dit slechts 27 procent.

Onder betaalde platformen zijn commissies op transacties en gebruikersrechten de grootste inkomstenbron. Bij free services spelen advertenties op het platform een grotere rol als inkomstenbron.

Hoofdstuk 6

Van alle online platformen had 74 procent een winstoogmerk, 26 procent was niet commercieel. Van de commerciële platformen maakte bijna de helft (48,8 procent) in 2020 daadwerkelijk winst, 31 procent maakte verlies.

Bij de niet-commerciële platformen is 66 procent een free service.

Commerciële platformen zijn meer internationaal gericht dan niet-commerciële platformen. Ze hebben vaker afnemers en aanbieders uit het buitenland. Meer dan de helft van de commerciële platformen had aanbieders uit het buitenland.

Commerciële platformen hebben vaak inkomsten uit commissies op transacties via het platform en gebruikersrechten. Een kwart gebruikt advertenties op het platform als inkomstenbron.

Hoofdstuk 7

Het aandeel van de bedrijven dat (mede) verkoopt via een online platform is onveranderd in 2020 (8 procent). Het aandeel bedrijven dat producten via een eigen website of app verkoopt is in 2020 wel fors gestegen, namelijk van 16,6 procent in 2019 naar 19,4 procent in 2020.

Ook het deel van de omzet dat door bedrijven uit de verkoop via online platformen werd behaald was in 2020 vrijwel gelijk aan het deel in 2019. Het omzetdeel uit verkoop via een eigen website (of app) steeg wel.

Bedrijven in de horeca en in de groot- en detailhandel verkochten vaker dan bedrijven in andere bedrijfstakken via online platformen. Bij de horeca leidde de verkoop via online platformen tot een aanzienlijk deel van de omzet (6,9 procent).

Tussen 2016 en 2020 hebben kleinere bedrijven een steeds groter aandeel gekregen in de omzet die voortkomt uit online platformen.

1. Inleiding

Online platformen zijn digitale diensten (websites of apps) die interacties en mogelijk transacties van goederen, diensten of informatie faciliteren tussen twee of meer van elkaar afhankelijke groepen gebruikers. Een online platform biedt meestal zelf geen producten aan, maar treedt vooral op als bemiddelaar. Bekende voorbeelden van grote online platformen zijn Airbnb, Uber, Marktplaats, Werkspot, Thuisbezorgd en Facebook. In korte tijd hebben online platformen een belangrijke positie verworven in economie en maatschappij.

De opkomst van online platformen biedt voordelen, maar geeft ook uitdagingen. Een voordeel voor de consument, bijvoorbeeld, is dat online platformen voorzien in een ruim aanbod van goederen en diensten die vaak vergeleken kunnen worden op prijs en kwaliteit. Voor particulieren maken online platformen het eenvoudiger om op te treden als producent, bijvoorbeeld door verhuur van eigen woonruimte, en ze helpen onderbenutte middelen aan te bieden aan anderen (deeleconomie). Ook spelen online platformen een rol in de beschikbaarheid van gratis diensten (free services), en bieden ze producenten een meer directe toegang tot de (wereld)markt.

Bij de uitdagingen die spelen rond de opkomst van online platformen gaat het onder meer om het waarborgen van de privacy van de gebruikers en bescherming van de positie van de consument. Een punt van zorg is de mogelijkheid op een te grote afhankelijkheid van online platformen die voortkomt uit een monopoliepositie van een online platform of lock-in-effecten. De toetreding van een online platform tot een gevestigde markt kan sterk verstorend werken. Ook kunnen er vragen zijn rond oneigenlijke concurrentie door online platformen. Online platformen die bemiddelen in arbeid kunnen de drempel tot de arbeidsmarkt verlagen, maar kunnen tegelijkertijd zorgen voor een minder sterke positie van de werknemer en vragen oproepen over mogelijke belastingontwijking.

Om de voordelen van online platformen te benutten en de uitdagingen in goede banen te leiden is het essentieel cijfermatig zicht te houden op de ontwikkelingen rond online platformen. Cijfers over online platformen zijn echter schaars. Daarom is het CBS, op basis van extra middelen beschikbaar gesteld door het Ministerie van Economische zaken en Klimaat, in 2019 begonnen met onderzoek naar online platformen. Dit eerste onderzoek had een sterk exploratief karakter. Onderdeel van dit onderzoek was de eerste “Enquête platformsamenleving”.  De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in een eerste ‘Monitor online platformen’ (Heerschap, Klijs en Ortega-Azurduy, 2020).

In 2020 werd een vervolg gegeven aan het onderzoek naar online platformen waarbij veel aandacht werd besteed aan een verbetering van de onderzoeksmethodologie. Er werd een meer systematische en geautomatiseerde methode ontwikkeld voor het bepalen van een populatie online platformen met webscraping en machine learning. Ook werden een aantal verbeteringen en verfijningen in de enquête aangebracht. De resultaten van de enquête werden verrijkt met gegevens uit andere databronnen zoals het Algemeen Bedrijvenregister (ABR), fiscale gegevens van bedrijven, import en exportgegevens en van het internet gescrapte informatie.

De nu voorliggende monitor borduurt voort op de in 2020/2021 ontwikkelde methode. Ook in 2021 is aan een selectie van bedrijven een enquête uitgestuurd. De vragenlijst is op een aantal punten verder verfijnd en verduidelijkt. Meer over de bepaling van de onderzoekspopulatie is te vinden in hoofdstuk 8. Daarin wordt ook nader toegelicht waar rekening mee moet worden gehouden wanneer cijfers uit deze monitor worden vergeleken met cijfers uit voorgaande edities.

Naast een analyse van de via de nieuwe enquête verkregen gegevens zijn in 2021 en 2022 een tweetal aanvullende onderzoeken verricht. Er is een analyse gemaakt van de omzetontwikkeling en het aantal werkzame personen van online platformen over de afgelopen jaren. Hierbij is gebruikgemaakt van reeds bij het CBS bekende gegevens over bedrijfsomzetten en het aantal werkzame personen bij bedrijven. Daarnaast is een onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van coronasteunmaatregelen door online platformen. Het gaat hier onder andere om regelingen door de overheid ter compensatie van loonkosten en vaste lasten en regelingen rond belastinguitstel.

De monitor heeft de volgende indeling. Hoofdstuk 2 beschrijft de omzetontwikkeling van online platformen over de afgelopen jaren, en de ontwikkeling van het aantal werkzame personen. In hoofdstuk 3 wordt getoond hoeveel platformen gebruik hebben gemaakt van coronasteunmaatregelen, en welke bedragen hiermee gemoeid waren. In de hoofdstukken 4 tot en met 6 wordt dieper ingegaan op platformen met specifieke kenmerken, en hoe ze zich verhouden tot de overige platformen. Hoofdstuk 4 beschrijft platformen voor arbeidsbemiddeling. Hoofdstuk 5 gaat in op zogenaamde Free services: platformen waarvoor de gebruikers niet hoeven te betalen. Hoofdstuk 6 bekijkt verschillen tussen commerciële en niet-commerciële platformen. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de verkoop van bedrijven via online platformen. De analyses in dit hoofdstuk maken gebruik van enquête ICT-gebruik bedrijven. Er wordt ingegaan op de vraag hoe de verkoop door bedrijven via online platformen zich de laatste jaren heeft ontwikkeld en of er verschillen zijn naar branche en grootteklasse van de verkopende bedrijven. Hoofdstuk 8 ten slotte bevat een toelichting op de gebruikte onderzoeksmethodes.

Als bijlage bij deze rapportage is een bestand beschikbaar met tabellen over alle in de enquête uitgevraagde onderwerpen.

Een blijvende uitdaging bij het onderzoek naar online platformen is het gebrek aan een volledig zicht op de populatie van online platformen in Nederland. Omdat er geen duidelijk ophoogkader op populatieniveau is, zijn in deze monitor vooral verdelingen gepresenteerd, en in mindere mate cijfers die betrekking hebben op totaalniveaus. Ook kunnen door het ontbreken van een ophoogkader de cijfers van dit jaar minder goed vergeleken worden met die van een jaar eerder (zie ook hoofdstuk 8). In hoofdstuk 2 laten we zien dat dit niet betekent dat er geen trends in kaart gebracht kunnen worden. Door gebruik te maken van een panelbenadering en te koppelen met de binnen het CBS aanwezige informatie over bedrijven is dit wel degelijk mogelijk.

Wij danken het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, zonder wie deze editie van de monitor online platformen niet tot stand was gekomen. 

Literatuur

Heerschap, N. Klijs, B. en Ortega-Azurduy, S (2020). Monitor platformen: Meer zicht op online platformen in Nederland. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
Monitor online platformen 2020, Monitor online platformen 2020 (cbs.nl)

2. Omzetontwikkeling

In de monitor online platformen 2020 werd gerapporteerd over de omzet van online platformen in 2019. In het onderzoek dat hiervoor werd uitgevoerd, werden omzetgegevens van bedrijven gekoppeld aan de bedrijven met een online platform. Het bleek dat de totale omzet zeer scheef verdeeld is over de platformen. 99 procent van de omzet was toe te schrijven aan ongeveer 6 procent van de platformen. Het grootste deel van de totale omzet kwam voor rekening van online platformen die zich richten op bemiddeling in vakantieverblijven. Ook was het deel van de omzet dat toe te schrijven was aan platformen die bemiddelen in vervoer aanzienlijk. 

De rapportage over omzet in de monitor 2020 betrof één enkel jaar (2019). Voor de huidige monitor is onderzocht hoe de ontwikkeling van de omzet van online platformen over de afgelopen jaren (2015-2020) is geweest.

In de volgende secties worden eerst de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Vervolgens wordt de gehanteerde methode toegelicht en geëvalueerd. 

Omzet Nederlandse platformen gedaald in 2020

Onderstaande figuur toont de omzetontwikkeling van online platformen over de periode 2015-2020. Het gaat dan om de omzet van het bedrijf dat eigenaar is van het online platform (zie ook de methodologische toelichting verderop in dit hoofdstuk).

In de periode 2015-2019 steeg de omzet van online platformen hard. In 2019 lag de omzet meer dan twee keer zo hoog als in 2015. In 2020, het eerste coronajaar, vond een omslag plaats. In dat jaar daalde de omzet met 28 procent ten opzichte van het voorgaande jaar.

2.1 Omzetontwikkeling van bedrijven met online platformen
jaarOmzet (indexcijfer (omzet in 2015=100))
2015100
2016126
2017147,9
2018201
2019228,1
2020164,6

Minder platformen met flinke omzetgroei

Figuur 2.2 toont het aandeel van de (bedrijven achter de) platformen waarbij de omzet steeg dan wel daalde, ingedeeld naar de mate van stijging of daling. In alle jaren in de periode 2015-2020 waren er platformen waarbij de omzet met meer dan 20 procent steeg, maar ook platformen waarbij de omzet met meer dan 20 procent daalde.

Het deel met flinke omzetgroei lijkt in de tijd wel af te nemen. 

In coronajaar 2020 lag het aandeel platformen met een omzetdaling van meer dan 20 procent een stuk hoger dan in eerdere jaren.

2.2 Verandering omzet ten opzichte van vorig jaar
jaaromzet was 0 vorig jaar (aandeel platformen (%))minder dan -20% (aandeel platformen (%))-20% tot -10% (aandeel platformen (%))-10% tot 10% (aandeel platformen (%))10% tot 20% (aandeel platformen (%))20% of meer (aandeel platformen (%))
20162,813,27,323,410,442,9
2017314,44,729,11236,8
20183,514,66,529,911,633,9
20193,116,39,130,910,829,7
20203,329,17,9247,927,8

Kleinere platformen groeiden relatief het hardst

Om verschillen in de omzetontwikkeling van kleine en grote platformen te kunnen zien, zijn de platformen ingedeeld in 5 groepen (kwintielen), op basis van de omvang van hun omzet in 2015, zie figuur 2.3.

De omzetontwikkeling voor bedrijven met de grootste omzetten (het ‘5e kwintiel’) komt grofweg overeen met de omzetontwikkeling voor alle platformen (zie figuur 2.1). Bij bedrijven met veel kleinere omzetten (‘2e kwintiel’) is een veel grotere stijging van de omzet te zien ten opzichte van 2015. Dit zijn platformen met een omzet tot ongeveer 80 000 euro.

Kleinere platformen hebben nog veel meer ruimte om te groeien in omzet. Als de omzet al wat hoger is, is er nog wel groei te zien, maar is deze minder spectaculair; platformen die al groot zijn groeien relatief minder hard.

Het ‘1e kwintiel’ is niet in de figuur weergeven omdat het daarbij gaat om zeer kleine platformen, of platformen zonder omzet.

2.3 Omzetontwikkeling naar grootte
jaar2e Kwintiel (indexcijfer (omzet in 2015=100))3e Kwintiel (indexcijfer (omzet in 2015=100))4e Kwintiel (indexcijfer (omzet in 2015=100))5e Kwintiel (indexcijfer (omzet in 2015=100))
2015100100100100
2016148,6126,6126,7125,1
2017207,3171,4154,3146,9
2018307,2208,7184,1200,2
2019494,6223,6213,2226,7
2020789,5261,5241,3162,8

Ontwikkeling werkzame personen

Het aantal personen dat werkzaam is bij bedrijven met online platformen is in de periode 2015-2019 met 68 procent toegenomen. In 2020 is het aantal personen gelijk gebleven ten opzichte van een jaar eerder. Dit terwijl de omzet in dit jaar (zie vorige paragraaf) flink daalde. Mogelijk hebben de platformen hun personeel willen behouden ondanks de omzetdaling. De door de overheid opgezette coronasteunregelingen voor loonkosten kunnen hierbij ondersteunend zijn geweest (zie hoofdstuk 3).

2.4 Ontwikkeling werkzame personen bij bedrijven met een platform
jaarwp (indexcijfer (2015=100))
2015100
2016111,4
2017136,6
2018157,4
2019167,6
2020167,9

Aandeel met stijgend of dalend aantal werkzame personen blijft gelijk

Het aandeel platformen met een stijging dan wel een daling van het aantal werkzame personen is weergeven in figuur 2.5. Hierbij is aangegeven hoe sterk de stijging of daling was. Bij de meeste platformen stijgt of daalt het aantal werkzame personen niet meer dan 10 procent. Onder de platformen is een kleine groep snelle groeiers, die meer dan 20 procent meer werkzame personen heeft dan het jaar daarvoor.

2.5 Verandering werkzame personen ten opzichte van vorig jaar
jaarGeen wp vorig jaar (aandeel platformen (%))minder dan -20% (aandeel platformen (%))-20% tot -10% (aandeel platformen (%))-10% tot 10% (aandeel platformen (%))10% tot 20% (aandeel platformen (%))20% of meer (aandeel platformen (%))
201612,26,62,6455,627,9
201711,712,15,147,1519
201811,98,44,651,65,318,2
201911,29,86,850,7615,5
202011,410,4550,9616,4

Figuur 2.6 toont de ontwikkeling van het aantal werkzame personen, ingedeeld naar de (start)grootte in 2015. Bij bedrijven met weinig personeel in 2015 groeide het aantal werkzame personen sneller dan bij iets grotere bedrijven. Voor een deel is dit logisch; een groei van 1 naar 2 personen is al een groei van 100 procent. Mogelijk zijn kleine bedrijven die niet gegroeid zijn sinds 2015 inmiddels opgeheven, en daardoor niet in deze analyse meegenomen.

Ook bij platformbedrijven die al een groot aantal werkzame personen hadden in 2015 is een stijgende trend in het aantal werkzame personen te zien.

2.6 Ontwikkeling werkzame personen naar grootte in 2015
jaar0-1 werkzame personen (indexcijfer (wp in 2015 = 100))1-2 werkzame personen (indexcijfer (wp in 2015 = 100))2-5 werkzame personen (indexcijfer (wp in 2015 = 100))5-10 werkzame personen (indexcijfer (wp in 2015 = 100))10-20 werkzame personen (indexcijfer (wp in 2015 = 100))20-50 werkzame personen (indexcijfer (wp in 2015 = 100))meer dan 50 werkzame personen (indexcijfer (wp in 2015 = 100))
2015100100100100100100100
2016126,5144,2130,2121,2116119110,4
2017135,1159,4158,5130,6118134,4137
2018163,8176,8185,1141,7124,9147,2158,3
2019193,5226,8207,3145,6125153,7168,6
2020203,8256,5228,2143,3133,4172,4167,3

Methodologische toelichting

Beschrijving gebruikte methode
Voor het in kaart brengen van de ontwikkeling van de omzet van online platformen is een panelbenadering gebruikt. Het startpunt bij deze benadering zijn alle online platformen die het CBS in zijn onderzoeken tot nu toe (2019-2020) heeft geïdentificeerd. Voor deze platformen wordt de bedrijfsomzet voor de jaren 2015-2020, beschikbaar uit andere onderzoeken van het CBS, opgezocht. De platformen waarvoor de informatie over de bedrijfsomzet niet beschikbaar was voor alle jaren (2015-2020) werden niet meegenomen. Dit resulteerde in een panel van 508 platformen op basis waarvan de omzetontwikkeling werd bepaald. 

Omzetgegevens waren beschikbaar voor de meeste bedrijfstakken (SBI-indeling). Voor een aantal bedrijfstakken waren echter geen gegevens beschikbaar. Het betreft hier Onderwijs, ‘Gezondheids- en welzijnszorg’, ‘Cultuur, sport en recreatie’, ‘Financiële instellingen’ en ‘Overige dienstverlening’. De omzetontwikkeling van 165 platformen in deze bedrijfstakken is niet meegenomen in de analyses in dit hoofdstuk.

Een soortgelijke methode is toegepast om de ontwikkeling van het aantal werkzame personen bij online platformen in kaart te brengen. Er is hierbij gebruikgemaakt van gegevens over het aantal bij een bedrijf werkzame personen waarover het CBS reeds beschikte. Ook is een selectie van platformbedrijven gekozen waarvoor er voor ieder jaar (2015-2020) gegevens over het aantal werkzame personen beschikbaar waren. Het panel op basis waarvan de ontwikkeling van het aantal werkzame personen in kaart werd gebracht omvatte 605 platformen.

Evaluatie gebruikte methode
Eén van de methodische uitdagingen in het onderzoek naar online platformen is dat er geen volledig zicht is op de ‘randpopulatie’, dus op het totaal aan online platformen in Nederland. Ook de trend in de omzet en het aantal werkzame personen is in kaart gebracht op basis van een selectie van platformen. Het is echter niet waarschijnlijk dat het niet meenemen van een deel van de platformen heeft geleid tot een (aanzienlijke) vertekening van de resultaten. De omzetontwikkeling wordt namelijk gedomineerd door een aantal (zeer) grote platformen die goed zijn voor een groot deel van de totale omzet. Deze grote platformen zijn onderdeel van de populatie.

Ook het excluderen van de platformen waarvoor de omzetgegevens niet beschikbaar waren voor de gehele periode 2015-2020 heeft waarschijnlijk niet geleid tot een vertekening van de omzetontwikkeling. De groep waarvoor de gegevens wel beschikbaar waren voor de gehele periode besloeg namelijk zo’n 98 procent van de totale omzet van alle platformen. Als extra test is een analyse voor de jaren 2019 en 2020 uitgevoerd, waarbij de online platformen met missende informatie over de bedrijfsomzet in eerdere jaren wel werden meegenomen. De omzetontwikkeling was in deze analyse vrijwel gelijk aan de omzetontwikkeling binnen het panel waarbij platformen met een missende omzet voor eerdere jaren wel werden geëxcludeerd. 

Informatie over welke online platformen er zijn, was alleen beschikbaar voor de jaren 2019 en 2020. Dit betekent dat de ontwikkeling voor online platformen die vóór 2019 werden opgeheven niet wordt meegeteld. Omdat alle online platformen met een aanzienlijke omzet onderdeel waren van het analysesample is de invloed van het niet meenemen van deze opgeheven platformen in eerdere jaren waarschijnlijk gering.

De uitgevoerde analyse geeft de omzetontwikkeling van bedrijven mét een platform. Een deel van de omzet van de geïncludeerde bedrijven is platform-gerelateerd, maar een deel ook niet. Omdat de omzetgegevens betrekking hebben op het gehele bedrijf was het ook niet mogelijk de omzetontwikkeling in kaart te brengen voor uitsluitend de platformgerelateerde activiteiten van de bedrijven. Om toch een indruk te krijgen van of het meenemen van de niet-platformgerelateerde omzet van bedrijven invloed heeft gehad op de berekende trend is een extra analyse uitgevoerd op een beperktere set bedrijven (n=223) waarvoor uit een eerdere analyse bekend was dat het zwaartepunt bij platformactiviteiten ligt. De omzetontwikkeling voor deze beperktere set bedrijven leek sterk op de ontwikkeling berekend voor het totale panel online platformen (figuur 2.1). Dit suggereert dat het niet-platform gerelateerde omzetdeel in de analyse niet leidt tot een grote vertekening van de ontwikkeling van de platformgerelateerde omzet.

2.7 Omzetontwikkeling bij bedrijven met zwaartepunt bij platform
jaarZwaartepunt bij platform (indexcijfer (omzet in 2015 = 100))
2015100
2016129
2017148,9
2018225,5
2019251,7
2020142,4

Eenzelfde soort analyse is uitgevoerd voor de ontwikkeling van het aantal werkzame personen. In onderstaande figuur is te zien dat, net als voor het totale sample in figuur 2.4, het aantal werkzame personen tussen 2015-2019 toeneemt. Anders dan van voor het totale sample, waar het aantal werkzame personen gelijk blijft tussen 2019-2020, neemt het aantal werkzame personen bij bedrijven met het zwaartepunt bij het platform toe in deze periode. Dit suggereert dat de berekende ontwikkeling voor het aantal werkzame personen wat minder robuust is dan de trend voor de omzetontwikkeling en wordt beïnvloed door niet-platform gerelateerde activiteiten van bedrijven.

2.8 Ontwikkeling werkzame personen bij bedrijven met zwaartepunt bij platform
jaarZwaartepunt bij platform (indexcijfer (wp in 2015 = 100))
2015100
2016130,7
2017159,6
2018209,5
2019239,1
2020272

3. Coronasteun

De afgelopen twee jaar heeft de Rijksoverheid steunpakketten opgesteld ter ondersteuning van bedrijven die door de corona-uitbraak financiële schade opliepen, zoals bedrijven die verplicht hun activiteiten tijdelijk moesten staken of door de coronamaatregelen (veel) minder omzet hadden. Het gaat dan onder andere om regelingen voor het kunnen doorbetalen van medewerkers (loonsteun), regelingen om vaste lasten te kunnen blijven betalen, en de mogelijkheid om het betalen van belasting uit te stellen. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoeveel online platformen gebruik hebben gemaakt van de verschillende steunpakketten en hoeveel geld hier mee gemoeid was.

Voor de analyses in dit hoofdstuk zijn de coronasteunregelingen in vier groepen ingedeeld: loonsteun, vaste lasten, belastinguitstel en krediet/overig. In onderstaande tabel worden de verschillende regelingen genoemd die zijn meegenomen in het onderzoek, en wordt aangegeven in welke groep iedere regeling is ingedeeld. Een uitgebreide toelichting op de verschillende soorten coronasteunregelingen is hier te vinden. Hier zijn ook de looptijden van de diverse regelingen te vinden.

3.1 Overzicht coronasteunregelingen die zijn meegenomen in het onderzoek
IndelingRegelingenAanvraagperiodes / tranches
LoonkostenTijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud
van werkgelegenheid (NOW-regeling)
NOW 1
NOW 2
NOW 3.1
NOW 3.2
NOW 3.3
NOW 4
NOW 5
Vaste lastenTegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren
COVID-19 (TOGS)
Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)TVL 1
TVL Q4 2020
TVL Q1 2021
TVL Q2 2021
TVL Q3 2021
TVL Q4 2021
Vaste Lasten Evenementenbranche (VLE)VLE Q4 2020
VLE Q1 2021
BelastinguitstelUitstel belastingbetaling
Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig
ondernemers (Tozo)
Tozo 1.0
Tozo 2.0
Tozo 3.0
Tozo 4.0
Krediet/overigVerruimde borgstelling voor MKB-kredieten (BMKB-C)
Klein Krediet Corona (KKC)
Verruimde Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-C)
Tegemoetkoming Verruiming Borgstellingskrediet
voor de Landbouw (BL-C)
Corona-overbruggingsLening (COL)
Qredits - uitstel van aflossing
Qredits - overbruggingskrediet
Subsidieregeling Evenementen (TRSEC)
Tegemoetkoming fritesaardappeltelers
Tegemoetkoming sierteeltsector

Methodologische opmerkingen:

Dit hoofdstuk beschrijft het gebruik van coronasteunregelingen door bedrijven achter online platformen. Een deel van de bedrijven achter de online platformen heeft ook niet-platformgerelateerde activiteiten. Het gebruik van de coronasteunmaatregelen heeft betrekking op het hele bedrijf, niet alleen op het platformdeel.

In de analyse is gekeken naar het gebruik van coronasteunregelingen door de platformen die in het huidige onderzoek (2021) of in eerdere onderzoeken (2019 en 2020) zijn geïdentificeerd (n=912). In sommige deelanalyses kon niet deze volledige populatie gebruikt worden. Als dit het geval is wordt de grootte van het analyse-sample bij de betreffende figuur aangegeven. In het onderzoek zijn de gegevens uit het coronasteunbestand van december 2021 gebruikt. Dit betekent dat de analyses de stand van zaken op dat moment weergeven. Gegevens over 2022 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het onderzoek.

De bedragen aan Belastinguitstel die in deze publicatie worden genoemd, zijn de nog openstaande bedragen in december 2021. Het bedrag aan uitgestelde belasting dat vóór december 2021 al werd terugbetaald is dus niet meegenomen.

De loonsteun is een voorschot op basis van de verwachte daling van de omzet. Als de daadwerkelijke omzet minder hard blijkt gedaald, moet het teveel aan ontvangen loonsteun terugbetaald worden. De in dit onderzoek gepresenteerde cijfers hebben betrekking op de voorschotten, en niet op het uiteindelijk vastgestelde bedrag. Dit kan leiden tot afwijkingen ten opzichte van elders gepresenteerde cijfers.

Bijna helft platformbedrijven gebruikte coronasteun

43 procent van de bedrijven achter online platformen maakte in 2020 en 2021 gebruik van ten minste één coronasteunregeling. De regelingen voor belastinguitstel (32 procent), loonsteun (23 procent), en steun voor vaste lasten (16 procent) werden relatief vaak gebruikt. Krediet- of overige regelingen werden het minst vaak (3 procent) gebruikt.

3.2 Deelname aan coronasteunregelingen
Deelname% van bedrijven achter platformen (% van bedrijven achter platformen)
Ten minste één regeling43,1
Loonkosten23,1
Vaste lasten15,9
Belastinguitstel32,5
Krediet/overig2,6

Bedrijven met meer werkzame personen namen vaker deel aan een regeling dan bedrijven met minder werkzame personen. Van de bedrijven met meer dan 5 werkzame personen nam 58 tot 65 procent deel aan een coronasteunregeling. 

Onder bedrijven met 0 tot 1 werkzame persoon nam slechts 31 procent deel aan een regeling. Hier speelt mogelijk mee dat deze bedrijven geen, of minder, loonkosten hebben en dus ook niet kunnen deelnemen aan regelingen voor loonsteun.

Loonkostensteun en belastinguitstel werden het vaakst gebruikt bij grotere bedrijven met een platform. Steun voor vaste lasten en kredietregelingen kwamen vaker voor bij bedrijven met 5 tot 20 werkzame personen. Dit geldt overigens niet alleen voor de bedrijven met een online platform; ook in veel andere sectoren benutten vooral kleine bedrijven de vaste lastenregelingen (zie ook: Bijna een vijfde coronasteun naar horeca (cbs.nl)). Voor een deel hangt dit samen met het feit dat alleen bedrijven in het midden- en kleinbedrijf in 2020 deel konden nemen aan deze regelingen. In 2021 en later stond de regeling ook open voor grotere bedrijven.

3.3 Deelname aan coronasteunregelingen naar aantal werkzame personen
Werkzame personen0-1 (% van bedrijven achter platformen)1-2 (% van bedrijven achter platformen)2-5 (% van bedrijven achter platformen)5-10 (% van bedrijven achter platformen)10-20 (% van bedrijven achter platformen)20-50 (% van bedrijven achter platformen)meer dan 50 (% van bedrijven achter platformen)
Ten minste één regeling30,937,653,264,559,261,457,8
Loonkosten4,618,341,851,647,947,143,3
Vaste lasten12,510,121,525,828,221,413,3
Belastinguitstel23,427,535,448,449,341,447,8
Krediet/overig0,203,812,911,32,92,2

Grootste bedrag als loonsteun

De bedrijven achter online platformen ontvingen in totaal 216 miljoen euro aan loonsteun. Loonsteun is daarmee de grootste steunregeling voor de online platformen, zie figuur 3.4. Verder ontvingen zij 17 miljoen euro aan steun voor vaste lasten, en nog 7 miljoen euro aan overige steun (onder andere kredieten). Daarnaast hadden deze bedrijven in december 2021 nog 60 miljoen euro aan uitgestelde belastingen staan. Ook wanneer alleen gekeken wordt naar de bedrijven waarbij het zwaartepunt van de activiteiten bij het online platform ligt, is loonsteun de grootste steunregeling1).

Het grootste deel van het bedrag aan loonsteun ging naar bedrijven met meer dan 500 werkzame personen. Een deel van de ontvangen loonsteun moet misschien nog worden terugbetaald als definitief is vastgesteld hoeveel omzet het bedrijf is misgelopen.

3.4 Bedrag aan coronasteunregelingen bij online platformen
Bedrag in mln euroBedrijven met zwaartepunt bij het platform (mln euro)Bedrijven met zwaartepunt bij andere activiteiten dan het platform (mln euro)
Loonsteun87,9128,3
Steun voor vaste lasten4,612,0
Overige steun4,23,1
Belastinguitstel15,844,7

Aandeel coronasteun platformen in totale coronasteun

Bijna 1 procent van het totale bedrag aan loonsteun voor bedrijven ging naar bedrijven achter online platformen. Bij 0,4 procent ging het om bedrijven waarbij het online platform het belangrijkste onderdeel (zwaartepunt) van de activiteiten was.

Bij de andere steunmaatregelen was het aandeel van de platformen kleiner.

De platformbedrijven behoren niet tot de groepen die de grootste bedragen aan steun ontvingen. De bedrijfstak Horeca ontving bijna 6 miljard euro aan loonsteun en steun voor vaste lasten. De bedrijfstak Handel ontving 5 miljard euro.

Het bedrag van 233 miljoen euro dat de platformbedrijven ontvingen, is vergelijkbaar met het bedrag dat bijvoorbeeld de bedrijfstak Financiële dienstverlening kreeg. Meer over het gebruik van coronasteunregelingen door andere sectoren is te hier vinden.

3.5 Aandeel platformen in totale coronasteun
RegelingBedrijven met zwaartepunt bij het platform (% van totale bedrag van coronasteunregeling)Bedrijven met zwaartepunt bij andere activiteiten dan het platform (% van totale bedrag van coronasteunregeling)
Loonsteun0,4040,589
Steun voor vaste lasten0,0570,148
Overige steun0,2130,16
Belastinguitstel0,0870,248

3.6 Loonsteun, naar opeenvolgende regelingen
RegelingBedrag (mln euro)
NOW 1117,4
NOW 238,9
NOW 3.118,4
NOW 3.218
NOW 3.313,9
NOW 47,1
NOW 52,6

Tijdens de NOW1-regeling ontvingen de platformbedrijven het grootste bedrag aan loonsteun (117 miljoen euro), zie figuur 3.6. Bij de regelingen NOW2 tot en met NOW5 lag dit bedrag veel lager, onder de 40 miljoen euro.

Voor een juiste interpretatie van de figuur is het van belang op te merken dat niet elk steunpakket even lang duurde of dezelfde voorwaarden kende. Zie dit overzicht voor een uitgebreide beschrijving van de verschillende steunpakketten.

Meer transacties op het platform door corona, toch coronasteun

Het CBS heeft de online platformen gevraagd of er door corona en de coronamaatregelen, minder of juist meer transacties op hun platform plaatsvonden. Vervolgens is gekeken of deze platformen ook coronasteun ontvingen.

Meer dan 50 procent van de bedrijven bij wie het platform in 2020 minder transacties had door corona nam deel aan een steunregeling. Maar ook zo’n 25 procent van de bedrijven van wie het platform juist meer transacties kreeg nam deel aan een steunregeling.

Hierbij moet wel worden opgemerkt dat niet het aantal transacties leidend is voor het ontvangen van steun, maar de omvang van omzetverlies. Ook is het van belang dat de verandering in het aantal transacties alleen betrekking heeft op het platformdeel van het bedrijf, terwijl voor het ontvangen van steun de situatie van het hele bedrijf van belang is. Daarnaast gaat het bij een aantal steunmaatregelen om voorschotten. Het bedrijf kan zich uit voorzorg hebben ingeschreven voor bijvoorbeeld loonsteun, omdat niet van te voren duidelijk was hoe de omzet van het platform zich zou ontwikkelen. Het bedrijf kan de ontvangen steun dan later terugbetalen mocht de omzet niet gedaald blijken. 

N.B. de data voor onderstaande figuur betreft alleen de platformen die in 2021 respondeerden op de enquête (n=706).

3.7 Deelname aan coronasteunregelingen, naar effect van corona op het aantal transacties via het platform
Effect CoronaMinder transacties (% van bedrijven achter platformen)Geen invloed (% van bedrijven achter platformen)Meer transacties (% van bedrijven achter platformen)N.v.t. / geen transacties (% van bedrijven achter platformen)
Ten minste één regeling54,130,925,428,7
Loonkosten28,114,416,411,5
Vaste lasten24,96,64,99,8
Belastinguitstel38,824,921,318,9
Krediet/overig3,61,12,51,6

1) In de figuren in dit hoofdstuk zijn bedrijven waarvoor niet bekend was waar het zwaartepunt lag, meegeteld in de categorie ‘Bedrijven met zwaartepunt bij andere activiteiten dan het platform’. Uitleg over hoe het zwaartepunt is bepaald wordt gegeven in hoofdstuk 2.

4. Arbeidsbemiddeling

Dit hoofdstuk gaat in op platformen voor arbeidsbemiddeling. Platformen voor arbeidsbemiddeling richten zich op het koppelen van werk aan personen die dat werk kunnen uitvoeren. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om klussen op locatie, waarbij de uitvoerder fysieke klussen verricht, maar ook om online werk. Ook het vervoer van personen of goederen valt in deze categorie.

18 procent van de online platformen houdt zich bezig met arbeidsbemiddeling. Het gaat dan in de meeste gevallen om werk, klussen of opdrachten op locatie (76 procent).

4.1 Platformen voor arbeidsbemiddeling, 2021
Platformen (%)
Werk, klussen, of opdrachten online16,8
Werk, klussen, of opdrachten op locatie76,3
Werk, vervoer van personen of goederen6,9

Meestal wordt gewerkt als zelfstandige

Vaak is er bij dit soort platformen een duidelijk onderscheid tussen aanbieders en afnemers. De aanbieders kunnen in dienst zijn van het platform, of als zelfstandige opdrachten aannemen. Bij bijna drie kwart van de platformen werken de personen die het werk uitvoeren als zelfstandige, bijvoorbeeld als zzp’er. Bij slechts 8 procent van de platformen zijn de uitvoerenden in dienst bij het platform.

4.2 Arbeidsrelatie opdrachtnemers, 2021
Platformen (%)
Via de Regeling dienstverlening aan huis6,7
In dienst bij het online platform7,8
Via een payroll-constructie2,2
Via een uitzendconstructie10,0
Als zelfstandige (o.a. zzp'er) via het online platform73,3

Eisen die het platform stelt aan aanbieders

Platformen voor arbeidsbemiddeling stellen regelmatig eisen aan de uitvoerenden van het werk. Voor zelfstandigen geldt vaak dat een inschrijving bij de Kamer van Koophandel noodzakelijk is, alsmede een geldig identiteitsbewijs, zie tabel 4.3. Ook werkervaring of diploma’s worden soms vereist.

Een minimale klantwaardering of rating is slechts bij een klein gedeelte van de platformen vereist. Ook zijn op veruit de meeste platformen de uitvoerenden vrij om opdrachten te weigeren; er is geen maximum aantal opdrachten dat achter elkaar geweigerd mag worden.

4.3 Eisen die het platform stelt aan uitvoerenden, 2021
Platformen (%)
Inschrijving bij KvK35,6
Geldig identiteitsbewijs27,8
Intakegesprek26,7
Minimum leeftijd25,6
Werkervaring25,6
Diploma of certificaat24,4
Werkvergunning voor Nederland18,9
Vast woonadres16,7
Minimum uren beschikbaar13,3
WA-verzekering13,3
Verklaring van goed gedrag12,2
Verblijfsvergunning voor Nederland10,0
Minimale klantwaardering of rating6,7
Bezit auto scooter of fiets4,4
Rijbewijs4,4
Maximum aantal transacties dat achter elkaar geweigerd mag worden1,1
Geen31,1

Voorzieningen die het platform biedt aan de uitvoerenden van het werk

Het online platform kan, naast het koppelen van opdrachtgevers aan uitvoerenden, andere diensten bieden om de afhandeling makkelijker te maken. Zo kan bij 24 procent van de platformen voor arbeidsbemiddeling de betaling afgehandeld worden door het platform. Ook ondersteuning bij het opstellen voor contracten wordt geboden.

Garanties bieden de platformen vaak niet. Slechts een enkel platform biedt de opdrachtnemers een gegarandeerd minimum aantal transacties of minimaal bedrag aan inkomsten.

4.4 Voorzieningen die het platform biedt aan de uitvoerenden van het werk, 2021
Platformen (%)
Afhandeling van de betaling24,1
Hulp bij opstellen contracten14,5
Informatie over kosten bij werken voor platform14,5
Hulp bij opstellen cv en deze delen via platform12,0
Training cursus of opleiding10,8
Verzekering8,4
Pensioenbijdrage7,2
Minimum of vast bedrag per transactie4,8
Materiaal/goederen om het werk te kunnen verrichten3,6
Afhandeling belastingaangifte2,4
Garantie van een minimum aan inkomsten1,2
Garantie van een minimum aantal transacties0,0
Geen61,4

In het vervolg van dit hoofdstuk wordt besproken welke kenmerken van platformen voor arbeidsbemiddeling anders zijn dan die van andere platformen.

Minder platformen met winst in de arbeidsbemiddeling

Platformen in de arbeidsbemiddeling zijn vaker commercieel dan platformen in andere branches. Zo’n 80 procent heeft het maken van winst tot doel, tegenover 73 procent bij de overige platformen. De platformen voor arbeidsbemiddeling waren in 2020 echter relatief minder vaak winstgevend. Waar onder de overige platformen meer platformen waren die winst maakten dan verlies draaiden, waren er onder de platformen voor arbeidsbemiddeling evenveel platformen die winst als verlies maakten.

4.5 Winstgevendheid in 2020
PlatformenWinst (% van platformen)Verlies noch winst (% van platformen)Verlies (% van platformen)Niet commercieel (% van platformen)
Arbeidsbemiddeling2920,629,820,6
Overige platformen37,613,621,327,4

Platformen voor arbeidsbemiddeling gebruiken vaker algoritmen. Bij 46 procent van de platformen werden algoritmen ingezet om bijvoorbeeld automatisch werkopdrachten aan uitvoerders te koppelen. Bij overige platformen gebeurde dit bij 33 procent van de platformen.

Er zitten relatief vaak grotere bedrijven achter platformen voor arbeidsbemiddeling. Bij 26 procent telt het achterliggende bedrijf meer dan 20 werkzame personen. Bij de overige platformen is dit maar 11 procent. Onder alle soorten platformen wordt echter een groot deel beheerd door een bedrijf met maar 1 werkzaam persoon.

4.6 Werkzame personen, 2021
Platformen<=1 (% van platformen)<=5 (% van platformen)<=20 (% van platformen)>20 (% van platformen)
Arbeidsbemiddeling41,917,913,726,5
Overige platformen53,721,613,611,1

Vaker beoordeling kwaliteit bij arbeidsbemiddeling

Waar bij de overige platformen 48 procent kwaliteit beoordeelt, en dan meestal alleen de kwaliteit van producten of het functioneren van het platform, wordt bij platformen voor arbeidsbemiddeling bij 60 procent van de platformen kwaliteit beoordeeld. Daarbij gebeurt het bij de platformen voor arbeidsbemiddeling ook nog eens vaker op meerdere manieren; niet alleen het functioneren van het platform wordt beoordeeld, maar ook de aanbieders en afnemers.

4.7 Beoordeling van kwaliteit, 2021
Arbeidsbemiddeling (%)Overige platformen (%)
Beoordeling aanbieder32,117,6
Beoordeling afnemer27,514,1
Beoordeling product of platform30,527,7
Beoordeling gebruiker3,16,1
Geen beoordeling kwaliteit40,552,3

Platformen in arbeidsbemiddeling meer gericht op Nederland

Platformen in de arbeidsbemiddeling zijn, vaker dan andere platformen, vooral gericht op Nederland: op 31 procent van de platformen waren aanbieders van werk en klussen uit het buitenland actief. Bij de overige platformen waren bij 51 procent daarvan aanbieders uit het buitenland te vinden. Het gaat dan niet om hele grote aantallen. Slechts bij 9 procent van de platformen in arbeidsbemiddeling is meer dan een kwart van de aanbieders afkomstig uit het buitenland.

Hetzelfde beeld is zichtbaar bij de afnemers (degenen die het werk uitvoeren). Deze zijn bij platformen voor arbeidsbemiddeling ook minder vaak afkomstig uit het buitenland.

Het feit dat het werk veelal fysiek, op locatie, dient te worden uitgevoerd (zie eerste tabel in dit hoofdstuk), speelt waarschijnlijk een rol in het meer op Nederland gericht zijn. Op platformen waarop bijvoorbeeld goederen verhandeld worden, kunnen de goederen vaak makkelijker van of naar het buitenland verstuurd worden.

4.8 Aanbieders en afnemers uit het buitenland, 2021
Arbeidsbemiddeling (%)Overige platformen (%)
Aanbieders uit buitenland30,951,3
>25% aanbieders uit buitenland9,316,7
Afnemers uit buitenland37,156,9
>25% afnemers uit buitenland10,314,7

Inkomstenbron minder vaak advertenties, vooral commissies

Platformen voor arbeidsbemiddeling halen de meeste inkomsten uit commissies op transacties die via het platform worden afgesloten, of met het betaald verschaffen van (toegangs-)rechten tot of op het platform.

In vergelijking met andere platformen zijn bij platformen voor arbeidsbemiddeling advertenties minder vaak de grootste inkomstenbron. Ook wordt minder verdiend aan doorverwijzingen naar andere sites (affiliate marketing). Het doorverkopen van gebruikersdata komt slechts bij een enkel platform voor.

Opvallend is dat veel platformen ‘andere bronnen’ aangeven als grootste inkomstenbron. Het is niet duidelijk over welke bronnen het dan gaat.

4.9 Grootste inkomstenbron, 2021
PlatformenAdvertenties op het online platform (% van platformen met inkomsten)Commissies op transacties en gebruikersrechten (% van platformen met inkomsten)Doorverwijzen naar verkopende websites (% van platformen met inkomsten)Delen of verkopen van data aan/met derden (% van platformen met inkomsten)Andere inkomstenbronnen (% van platformen met inkomsten)
Arbeidsbemiddeling7,447,93,23,238,3
Overige platformen18,938,69,70,632,2

5. Free services

Bij online platformen moet soms worden betaald om toegang te krijgen tot het platform. Soms moet een aanbieder op het platform betalen om de producten te mogen aanbieden, of betalen afnemers een bedrag aan commissie op elke transactie via het platform.

Dit is onder online platformen echter niet het enige verdienmodel. Dit hoofdstuk gaat in op zogenaamde ‘free services’. Bij free services is het niet noodzakelijk om te betalen voor het gebruik van het platform, niet door de aanbieders noch door de afnemers of gebruikers. Men kan het platform ‘gratis’ gebruiken. Het platform verdient op een andere wijze aan de gebruikers. Het kan bijvoorbeeld advertenties tonen aan de bezoekers van de website, of de door gebruikers achtergelaten gegevens te gelde maken.

Er zijn ook hybride vormen mogelijk, waarbij toegang tot het platform in principe gratis is, maar waarbij bijvoorbeeld voor specifieke functies moet worden betaald, of vanaf een bepaald aantal via het platform gedane transacties.

34 procent platformen is ‘free service’

In veel gevallen dient de aanbieder te betalen voor het gebruik van het platform. Bij een kleiner deel van de platformen betalen de afnemers of gebruikers2). Bij 34 procent van de platformen is er sprake van een free service.

Vooral onder platformen die zich richten op communicatie (47 procent) en het geven van informatie (56 procent) zijn veel free services te vinden. Bij platformen voor uitwisseling van goederen of het aanbieden van diensten is het aandeel free services lager (24 en respectievelijk 28 procent).

5.1 Free service of betaald platform, 2021
PlatformenFree service (% van platformen)Betaald platform (% van platformen)
Goederen23,676,4
Diensten28,271,8
Informatie56,243,8
Communicatie47,452,6

Het vervolg van dit hoofdstuk gaat over kenmerken waarin de free services verschillen van de ‘betaalde’ platformen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen commerciële free services, die een winstoogmerk hebben, en niet-commerciële free services.

Onder de free services zijn veel niet-commerciële platformen; 51 procent heeft het maken van winst niet als doel. Bij platformen waarvoor de aanbieders of afnemers moeten betalen is dit slechts 13 procent.

Figuur 5.2 toont de winstgevendheid van de commerciële platformen. Betaalde platformen maken iets vaker winst dan free services; 51 procent van de betaalde platformen maakte winst in 2020, tegenover 43 procent van de free services. Betaalde platformen maakten echter ook iets vaker verlies dan de free services: 32 procent maakte verlies, tegenover 28 procent van de free services.

5.2 Winstgevendheid in 2020
PlatformenWinst (% van platformen)Verlies noch winst (% van platformen)Verlies (% van platformen)
Betaald50,717,332,0
Free service42,530,027,5

Eerder in dit hoofdstuk werd al aangegeven dat platformen in communicatie of informatie vaker free service zijn dan platformen voor uitwisseling van goederen of het aanbieden van diensten. Uit onderstaande figuur blijkt dat het met name de niet-commerciële free services zijn die zich richten op communicatie of informatie. Commerciële free services houden zich bijna even vaak bezig met goederen of diensten als de platformen waarvoor betaald moet worden.

5.3 Platformen naar soort product, 2021
PlatformenCommunicatie (% van platformen)Diensten (% van platformen)Goederen (% van platformen)Informatie (% van platformen)
Betaald16,731,344,08,1
Free service commercieel15,027,541,715,8
Free service niet commercieel42,920,611,924,6

Free services registreren minder vaak gegevens van de gebruikers van het platform dan betaalde platformen; 48 procent van de niet-commerciële free services legt geen gegevens vast van aanbieders of afnemers. Bij bijna 80 procent van de betaalde platformen worden er gegevens geregistreerd, vaak zowel van de aanbieders als de afnemers. Deels is dit een gevolg van het betaald zijn; om de betaaltransactie te verrichten zullen gegevens moeten worden vastgelegd.

5.4 Gegevensverzameling, 2021
PlatformenAlleen van aanbieders (% van platformen)Alleen van afnemers (% van platformen)Van aanbieders en afnemers (% van platformen)Geen (% van platformen)
Betaald16,015,847,320,8
Free service commercieel18,320,025,036,7
Free service niet commercieel11,118,323,047,6

Free services gebruiken minder vaak algoritmen dan betaalde platformen. Vooral onder de niet-commerciële free services is het gebruik van algoritmen minder.

5.5 Gebruik van algoritmen, 2021
PlatformenGebruikt algoritmen (%) (% van platformen)
Betaald39,2
Free service commercieel35,8
Free service niet commercieel18,3

Bij meer dan de helft van de betaalde platformen en commerciële free services wordt kwaliteit gemonitord. Bij de platformen met free services is er een tweedeling: bij de niet-commerciële free services vindt er bij drie kwart van de platformen geen beoordeling plaats. Bij de commerciële free services wordt kwaliteit bijna even vaak beoordeeld als bij de betaalde platformen.

5.6 Beoordeling kwaliteit, 2021
Betaald (%)Free service commercieel (%)Free service niet commercieel (%)
Beoordeling aanbieder25,815,04,0
Beoordeling afnemer19,616,74,8
Beoordeling product of platform32,125,016,7
Beoordeling gebruiker4,212,54,0
Geen beoordeling kwaliteit45,243,375,4

Betaalde platformen zijn meer internationaal gericht dan free services. Ze hebben vaker afnemers en aanbieders uit het buitenland. De helft van de betaalde platformen had aanbieders uit het buitenland. Bij de niet-commerciële platformen met free services was dit slechts 27 procent. Het aantal platformen waarbij meer dan een kwart van de aanbieders uit het buitenland komt, is veel kleiner. Eenzelfde beeld geldt voor afnemers: bij de niet-commerciële platformen met free services lag het aandeel platformen dat afnemers uit het buitenland had lager dan bij de betaalde platformen.

Wanneer er op een platform geen duidelijk onderscheid valt te maken in aanbieders en afnemers, en er alleen sprake is van ‘gebruikers’, zijn er zowel bij de free services als de betaalde platformen relatief vaak gebruikers uit het buitenland.

5.7 Internationaal, 2021
Betaald (%)Free service commercieel (%)Free service niet commercieel (%)
Aanbieders uit buitenland49,348,827,1
>25% aanbieders uit buitenland17,39,34,2
Afnemers uit buitenland55,451,233,3
>25% afnemers uit buitenland15,011,66,3
Gebruikers uit buitenland66,775,066,0
>25% gebruikers uit buitenland18,316,712,0

Free services hebben vaker geen inkomstenbron, of alleen een ‘andere’ bron dan de in onderstaande tabel genoemde inkomstenbronnen. Onder betaalde platformen zijn commissies op transacties en gebruikersrechten de grootste inkomstenbron. Bij free services spelen advertenties op het platform een grotere rol als inkomstenbron.

Bij free services wordt minder vaak verdiend aan doorverwijzingen naar andere sites (affiliate marketing). Het doorverkopen van gebruikersdata komt slechts bij een enkel platform voor.

5.8 Inkomstenbronnen, 2021
Betaald (%)Free service commercieel (%)Free service niet commercieel (%)
Advertenties op het online platform25,626,77,9
Commissies op transacties en gebruikersrechten54,40,00,0
Doorverwijzen naar verkopende websites13,312,55,6
Delen of verkopen van data aan/met derden3,31,70,0
Andere inkomstenbronnen29,630,046,8
Geen inkomsten11,341,744,4

5.9 Grootste inkomstenbron, 2021
PlatformenAdvertenties op het online platform (% van platformen met inkomsten)Commissies op transacties en gebruikersrechten (% van platformen met inkomsten)Doorverwijzen naar verkopende websites (% van platformen met inkomsten)Delen of verkopen van data aan/met derden (% van platformen met inkomsten)Andere inkomstenbronnen (% van platformen met inkomsten)
Betaald13,853,38,21,223,5
Free service commercieel38,60,014,31,445,7
Free service niet commercieel14,30,05,70,080,0

Platformen met free services hebben minder concurrenten dan betaalde platformen. Het betreft dan voornamelijk de niet-commerciële free services; de commerciële free services hebben ongeveer evenveel concurrenten als de betaalde platformen.

Twee derde van de niet-commerciële free services heeft naar eigen zeggen geen directe concurrenten.

Het vaakst heeft een platform 2 tot 5 concurrerende platformen; grotere aantallen concurrenten komen minder vaak voor. Deze cijfers zeggen overigens niets over de grootte van deze platformen of de mate van concurrentie die het platform ondervindt.

5.10 Aantal concurrenten, 2021
PlatformenGeen (% van platformen)1 (% van platformen)2-5 (% van platformen)6-10 (% van platformen)11-100 (% van platformen)meer dan 100 (% van platformen)
Betaald17,78,139,217,314,43,3
Free service commercieel19,27,538,314,214,26,7
Free service niet commercieel65,94,818,33,24,04,0

2) Bij ‘gebruikers’: Bij platformen die zich richten op de uitwisseling van goederen of diensten is vaak een duidelijk onderscheid te maken tussen degenen die de goederen of diensten aanbieden (de aanbieders) en degenen die ze afnemen (de afnemers). Bij platformen die zich richten op informatie of communicatie (zoals zoekmachines, dating sites, of sociale media) is dit onderscheid vaak minder duidelijk. Daarom wordt voor deze platformen de term ‘gebruiker’ gehanteerd in dit onderzoek

6. Commerciële en niet-commerciële platformen

Onder de Nederlandse online platformen bevinden zich diverse commerciële platformen, platformen die het maken van winst tot doel hebben. Daarnaast zijn er niet-commerciële platformen, die winst maken niet als (hoofd)doel zien, maar die een andere meerwaarde van het platform zien.

Dit hoofdstuk bekijkt welk deel van de platformen commercieel is, en hoe vaak er winst wordt gemaakt. Daarna wordt ingegaan op een aantal kenmerken waarop commerciële en niet-commerciële platformen van elkaar verschillen.

In hoofdstuk 5 wordt binnen de groep free services een onderscheid gemaakt tussen commerciële en niet-commerciële platformen. In dit hoofdstuk gaat het om alle platformen, zowel de betaalde als de free services.

Bijna drie kwart online platformen commercieel

Van alle online platformen had 74 procent een winstoogmerk, 26 procent was niet commercieel. Van de commerciële platformen maakte bijna de helft (48,8 procent) in 2020 daadwerkelijk winst, 31 procent maakte verlies. Het aantal winstgevende online platformen was dus aanzienlijk groter dan het aantal verlieslatende platformen.

6.1 Winstgevendheid in 2020
Alle platformen (%)Commerciële platformen (%)
Verlies22,931,0
Verlies noch winst14,920,2
Winst36,148,8
Niet commercieel26,2

In de Monitor online platformen 2021 is gepubliceerd over winstgevendheid van platformen in 2019. Door wijzigingen in de methode en samenstelling van de onderzoekspopulatie zijn de daar genoemde cijfers over winstgevendheid niet direct te vergelijken met de hier gepresenteerde cijfers.

Commerciële platformen houden zich het vaakst bezig met handel in goederen of het bemiddelen in diensten. Niet-commerciële platformen zijn het meest te vinden in de ‘communicatie’, denk aan platformen voor community-vorming of communicatie en uitwisseling rondom hobby’s. Daarnaast gaat het bij niet-commerciële platformen ook vaker dan bij de commerciële platformen om ‘informatie’.

6.2 Platformen naar soort product, 2021
PlatformenCommunicatie (% van platformen)Diensten (% van platformen)Goederen (% van platformen)Informatie (% van platformen)
Commercieel14,430,645,79,3
Niet commercieel39,523,716,320,5

Niet-commercieel platform vaak free service

Onderstaande figuur geeft weer of er op het platform betaald moet worden voor het gebruik ervan. Op commerciële platformen is het het vaakst de aanbieder van goederen of diensten die betaalt, en soms ook de afnemer. Bij iets meer dan 22 procent van de commerciële platformen gaat het om een free service, dat wil zeggen dat de aanbieders, afnemers of andere gebruikers niet hoeven te betalen voor gebruik van het platform.

Bij de niet-commerciële platformen is 66 procent zo’n free service. Toch moet ook bij de niet-commerciële platformen in sommige gevallen betaald worden voor het gebruik. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op free services.

6.3 Betaalde platformen en free services, 2021
PlatformenFree service (% van platformen)Betaald (% van platformen)
Commercieel22,477,6
Niet commercieel66,333,7

Commerciële platformen zijn meer internationaal gericht dan niet-commerciële platformen. Ze hebben vaker afnemers en aanbieders uit het buitenland. Meer dan de helft van de commerciële platformen had in 2021 aanbieders uit het buitenland. Bij de niet-commerciële platformen was dit slechts 32 procent. Het gaat dan vaak niet om grote aantallen aanbieders: het aantal platformen waarbij meer dan een kwart van de aanbieders uit het buitenland komt, is veel kleiner (6 procent). Eenzelfde beeld is zichtbaar voor afnemers: bij de niet-commerciële platformen lag het aandeel platformen dat afnemers uit het buitenland had lager dan bij de commerciële platformen.

Voor de platformen waarbij geen duidelijk onderscheid is tussen aanbieders en afnemers, en er alleen sprake is van ‘gebruikers’, zijn er zowel bij de commerciële als de niet-commerciële platformen relatief vaak gebruikers uit het buitenland.

6.4 Internationaal, 2021
Commercieel (%)Niet commercieel (%)
Aanbieders uit buitenland50,731,9
>25% aanbieders uit buitenland17,55,5
Afnemers uit buitenland56,039,6
>25% afnemers uit buitenland15,66,6
Gebruikers uit buitenland71,165,1
>25% gebruikers uit buitenland19,311,1

Inkomsten van commerciële platformen

Commerciële platformen hebben vaak inkomsten uit commissies op transacties via het platform en gebruikersrechten. Voor bijna de helft van de commerciële platformen is dit zelfs de grootste inkomstenbron. Een kwart gebruikt advertenties op het platform als inkomstenbron. Ook wordt er verdiend aan doorverwijzingen naar andere sites (affiliate marketing). Het doorverkopen van gebruikersdata komt slechts bij een enkel platform voor.

Niet-commerciële platformen hebben veel minder vaak inkomsten uit commissies of advertenties, en vaak is dit ook niet de grootste inkomstenbron. Deze platformen hebben vaak ‘andere bronnen’ als inkomstenbron, of geven aan dat het platform helemaal niet als inkomstenbron dient. De kosten voor het platform worden dan van buitenaf betaald, bijvoorbeeld uit andere bedrijfsactiviteiten.

6.5 Inkomstenbronnen, 2021
Commercieel (%)Niet commercieel (%)
Advertenties op het online platform25,913,7
Commissies op transacties en gebruikersrechten45,010,5
Doorverwijzen naar verkopende websites14,64,2
Delen of verkopen van data aan/met derden3,40,0
Andere inkomstenbronnen27,247,9
Geen inkomsten17,734,2

6.6 Grootste inkomstenbron, 2021
PlatformenAdvertenties op het online platform (% van platformen met inkomsten)Commissies op transacties en gebruikersrechten (% van platformen met inkomsten)Doorverwijzen naar verkopende websites (% van platformen met inkomsten)Delen of verkopen van data aan/met derden (% van platformen met inkomsten)Andere inkomstenbronnen (% van platformen met inkomsten)
Commercieel17,547,4101,423,8
Niet commercieel15,214,44066,4

7. Verkoop van bedrijven via online platformen

Dit hoofdstuk gaat in op Nederlandse bedrijven die verkopen via een online platform. Het gaat hier specifiek over platformen die aan verkoopbemiddeling doen, en niet over de bredere groep online platformen die in eerdere hoofdstukken is besproken.

De gegevens zijn afkomstig uit de enquête ICT-gebruik bij bedrijven van het CBS. Deze enquête beschrijft het ICT-gebruik bij bedrijven met ten minste 2 werkzame personen, in de SBI-bedrijfstakken C t/m N en Q. Op deze enquête is aan bedrijven gevraagd of zij (1) producten verkopen via een eigen website of app, en (2) of zij producten verkopen via de website of app van een ander bedrijf. In het tweede geval is dit beschouwd als verkoop via een online platform.

Deze gegevens zijn beschikbaar tot en met 2020. Dit betekent dat deze zicht geven op de ontwikkelingen ten tijde van het eerste coronajaar 2020. Omdat de cijfers gebaseerd zijn op steekproefonderzoek zit er enige onzekerheid rond de gepresenteerde cijfers. Cijfers over trends zijn in dit deel daarom alleen gepresenteerd voor relatief grote groepen. Sommige cijfers die in dit deel worden gepresenteerd voor 2020 zijn in de vorige monitor online platformen gepresenteerd voor het jaar 2019. Bij het naast elkaar leggen van de cijfers in deze monitor (2021) en de monitor voor 2020, om trends in kaart te brengen, moet terughoudendheid betracht worden, zeker als het gaat om kleinere groepen. 

Aandeel bedrijven dat verkoopt via online platform onveranderd in 2020

In 2020 verkocht 8,0 procent van de bedrijven (mede) via een online platform, zie figuur 7.1. Ten opzichte van de twee voorgaande jaren 2018 en 2019 is dit percentage daarmee nauwelijks veranderd. Hetzelfde geldt voor het aandeel bedrijven dat uitsluitend via online platformen (dus niet via een eigen website of app) verkocht (1,7 procent). 

Het aandeel bedrijven dat producten via een eigen website of app verkoopt is in 2020 wel fors gestegen, namelijk van 16,6 procent in 2019 naar 19,4 procent in 2020. Hiermee is het aandeel bedrijven dat verkoopt via een eigen website of app ruim twee keer zo groot als het aandeel bedrijven dat verkoopt via een online platform.

7.1 Percentage Nederlandse bedrijven dat verkoopt via een eigen website of online platform
Jaar(Mede) via eigen website of app(Mede) via online platformUitsluitend via online platform
201612,64,61,3
201716,36,91,9
2018177,91,7
201916,67,81,9
202019,481,7

Omzet uit online platformverkoop blijft minder dan 1 procent

Ook het deel van de omzet dat door bedrijven uit de verkoop via online platformen werd behaald was in 2020 vrijwel gelijk aan het deel in 2019 (0,9 procent versus 0,8 procent). Het omzetdeel uit verkoop via een eigen website (of app) steeg wel, namelijk van 8,1 procent in 2019 naar 8,8 procent in 2020.

7.2 Omzetdeel behaald uit verkoop via eigen website of online platform onder Nederlandse bedrijven
JaarVia eigen website of appVia online platform
20164,60,5
20175,20,6
20186,50,9
20198,10,8
20208,70,9

Handel en horeca verkocht vaakst via online platform

Bedrijven in de horeca en in de groot- en detailhandel verkochten vaker dan bedrijven in andere bedrijfstakken via online platformen, zie tabel 7.3. In 2020 verkocht 20,8 procent van de horecabedrijven via een online platform, tegen 12,6 procent in de handel.

Bij de horeca leidde de verkoop via online platformen tot een aanzienlijk deel van de omzet (6,9 procent). Voor de handel was het omzetdeel uit platformverkopen kleiner, namelijk 1,5 procent. 

7.3 Nederlandse bedrijven die verkopen via een online platform, naar SBI-groep in 2020
Deel bedrijven met verkopen via online platform (%)Omzetdeel bedrijven uit verkopen via online platform (%)
CIndustrie4,70,6
D-EEnergievoorziening en afvalbeheer2,80,6
FBouwnijverheid2,90,0
GHandel12,61,5
HVervoer en opslag5,60,8
IHoreca20,86,9
JInformatie en communicatie4,81,2
KFinanciële dienstverlening beperkt7,80,3
LVerhuur van en handel in onroerend goed3,80,2
MSpecialistische zakelijke diensten3,70,6
NVerhuur en overige zakelijke diensten3,30,4
QGezondheids- en welzijnszorg1,60,1
* Er is een bepaalde mate van onzekerheid rond de resultaten, waardoor vergelijken met voorgaande jaren niet altijd goed mogelijk is.

In tabel 7.4 is de verdeling van Nederlandse bedrijven over de bedrijfstakken weergegeven (voor de bedrijfstakken die zijn opgenomen in de enquête ICT-gebruik bij bedrijven). De bedrijfstak handel is goed voor meer dan de helft van de omzet uit verkopen via online platformen. De horeca komt met 12,5 procent op de tweede plaats. Vanwege het grote belang van deze twee bedrijfstakken worden deze in het vervolg van de tekst in groter detail uitgelicht.

7.4 Verdeling naar SBI-groep van het aantal Nederlandse bedrijven en hun omzet in 2020
Verdeling bedrijven (%)Verdeling bedrijven met verkoop via online platform (%)Verdeling omzet bedrijven (%)Verdeling omzet bedrijven uit verkopen via online platform (%)
Totaal100,0100,0100,0100,0
CIndustrie7,54,417,811,9
D-EEnergievoorziening en afvalbeheer0,30,12,41,6
FBouwnijverheid9,73,58,50,2
GHandel28,644,931,352,7
HVervoer en opslag4,73,36,35,8
IHoreca10,627,41,612,5
JInformatie en communicatie5,33,24,56,0
KFinanciële dienstverlening beperkt0,70,75,62,0
LVerhuur van en handel in onroerend goed2,51,21,70,4
MSpecialistische zakelijke diensten14,46,75,93,9
NVerhuur en overige zakelijke diensten6,52,75,02,3
QGezondheids- en welzijnszorg9,01,89,30,6
* Er is een bepaalde mate van onzekerheid rond de resultaten, waardoor vergelijken met voorgaande jaren niet altijd goed mogelijk is.

Eén op de acht handelsbedrijven verkoopt via online platform

Tussen 2016 en 2020 is in de bedrijfstak handel het aandeel bedrijven dat producten verkoopt via een online platform gestegen van 6,7 procent in 2016 naar 12,6 procent in 2020 (Figuur 7.5). Dat is bijna een verdubbeling. Van deze bedrijven was in 2020 het grootste deel (meer dan 60 procent) actief in de detailhandel. Van alle bedrijven in de detailhandel verkocht in 2020 15,2 procent producten via een online platform. Net als voor de gehele bedrijfstak handel nam het gebruik van online platformen door detailhandelaars toe tussen 2016 en 2020.

7.5 Percentage Nederlandse bedrijven in de bedrijfstak Handel dat verkoopt via een online platform
jaarHandelDetailhandel
20166,79
201710,411,8
20181215,5
201911,916,3
202012,615,2

Ook het omzetdeel dat behaald werd uit verkoop via een online platform nam toe in de bedrijfstak handel, van 0,4 procent in 2016 tot 1,5 procent in 2020. Ook specifiek voor detailhandelaars nam dit aandeel toe. In absolute zin was het aandeel met 1,5 procent of minder voor de gehele periode beperkt. Ter vergelijking, het omzetdeel behaald uit verkoop via de eigen website (of app) in dezelfde bedrijfstak was 18,3 procent in 2020. 

7.6 Omzetdeel behaald uit verkoop via een online platform onder Nederlandse bedrijven in de bedrijfstak Handel
jaarHandelDetailhandel
20160,40,6
20170,60,7
201810,8
20190,91,4
20201,51,4

Omzetdeel uit platformverkopen door eet- en drinkgelegenheden in vijf jaar verzesvoudigd 

In 2020 maakte meer dan 20 procent van de bedrijven in de horeca gebruik van een online platform voor de verkoop van producten. Dat is een ruime verdubbeling ten opzichte van 2016 (9,4 procent). In 2020 waren 70 procent van alle horecabedrijven die producten verkochten via een online platform eet- en drinkgelegenheden. Deze eet- en drinkgelegenheden maken met 18 procent wel weer iets minder vaak gebruik van een platform dan bedrijven in de gehele horeca sector (20,8 procent, inclusief bedrijven in de logiesverstrekking).

7.7 Percentage Nederlandse bedrijven in de bedrijfstak Horeca dat verkoopt via een online platform
jaarHorecaEet- en drinkgelegenheden
20169,45,9
201715,411,8
201816,414,4
201916,213,7
202020,818

Het omzetdeel dat eet- en drinkgelegenheden behalen uit de verkoop via een online platform is lager dan dat voor de gehele horecasector. Wel is voor deze eet- en drinkgelegenheden het omzetdeel dat behaald wordt uit verkopen via een online platform de laatste jaren sterk gestegen, namelijk van 0,9 procent in 2016 naar 5,8 procent in 2020. Dat komt neer op een verzesvoudiging in vijf jaar. Vooral in het coronajaar 2020 was de stijging sterk. In dat jaar steeg het aandeel van 2,2 procent in 2019 naar 5,8 procent. 

7.8 Omzetdeel behaald uit verkoop via een online platform onder Nederlandse bedrijven in de bedrijfstak Horeca
jaarHorecaEet- en drinkgelegenheden
20163,60,9
20174,51,2
20184,91,9
20196,12,2
20206,95,8

Aandeel kleinere bedrijven in omzet platformverkopen groeit 

Tussen 2016 en 2020 hebben kleinere bedrijven een steeds groter aandeel gekregen in de omzet die voortkomt uit platformverkopen. Zo nam het aandeel van bedrijven met 2-9 werkzame personen toe van 8,9 procent in 2016 tot 17,7 procent in 2020. Het aandeel van grotere bedrijven is in dezelfde periode juist afgenomen. Met name het aandeel van bedrijven met 500 of meer werkzame personen is sterk afgenomen, namelijk van 45,5 procent in 2016 naar 15,4 procent in 2020.

7.9 Verdeling naar grootteklasse van de omzet uit verkopen via online platformen door Nederlandse bedrijven
Totaal2 werkzame personen3-4 werkzame personen5-9 werkzame personen10-19 werkzame personen20-49 werkzame personen50-99 werkzame personen100-249 werkzame personen250-499 werkzame personen500 en meer werkzame personen
20163,03,42,53,89,89,011,811,245,5
20172,73,05,55,211,78,916,64,542,0
20181,83,85,96,510,412,622,110,026,9
20192,04,37,78,913,012,117,65,429,2
20204,35,57,97,218,113,913,913,715,4

8. Samenstelling onderzoekspopulatie

Een groot deel van de gegevens in deze rapportage zijn afkomstig uit een door het CBS gehouden enquête onder online platformen. In deze paragraaf wordt beschreven hoe de onderzoekspopulatie is samengesteld.

Er bestaat geen compleet register van alle online platformen in Nederland. Iedereen kan een website starten, zonder zich ergens officieel te registreren als platform. Om te bepalen welke online platformen er zijn in Nederland, heeft het CBS daarom gebruikgemaakt van webscraping, modellering en machine learning.

Er is gestart met een lijst van reeds bij het CBS bekende online platformen. Deze platformen waren bijvoorbeeld bekend uit de vorige enquête platformsamenleving. Uit deze vorige enquête was ook bekend welke deelnemers uiteindelijk geen platform bleken te zijn. Deze lijst is gebruikt als ‘trainings-dataset’ voor een model. Met behulp van machine learning leerde dit model onderscheid te maken tussen websites die een online platform zijn en websites die dat niet zijn, voornamelijk door te kijken naar woorden en tekstgedeeltes op de website.

Vervolgens zijn de websites op een zeer omvangrijke lijst met websites in Nederland, samengesteld door het bedrijf Dataprovider, door een webscraper bezocht (Webscraping is het automatisch door een computerscript laten bekijken van grote hoeveelheden publiek toegankelijke websites, en het registreren van enkele kenmerken van deze websites). De teksten op de website zijn vervolgens in het model ingevoerd. Output van het model was een score die de kans weergeeft dat een bepaalde website een online platform is.

Websites die, volgens het model, een kans van minstens 70 procent hadden om online platform te zijn, zijn geselecteerd als ‘potentieel platform’. Hieraan is nog een aantal websites toegevoegd, die bekend waren uit de vorige enquête platformsamenleving. Ook zijn websites waarvan reeds bekend was (bijvoorbeeld uit een eerdere enquête) dat het geen online platform betreft uit de lijst verwijderd.

Deze lijst is gekoppeld aan het bedrijvenregister van het CBS op basis van adresinformatie en informatie over Kamer van Koophandel-inschrijving uit de dataset van Dataprovider. Daardoor zijn van de websites ook de contactgegevens en kenmerken van het achterliggende bedrijf bekend. Een deel van de websites kon niet eenduidig aan een bedrijf gekoppeld worden. Naar de wel gekoppelde bedrijven heeft het CBS de enquête uitgestuurd.

Om de lastendruk voor bedrijven laag te houden, hebben bedrijven die meerdere platformen bezitten maar voor één van hun platformen een enquête gekregen. Voor meer informatie over de methodologische effecten hiervan, zie hoofdstuk 9.1 in de vorige monitor online platformen.

Bedrijven die een ‘adult website’ runnen zijn buiten de populatie gehouden. Aan hen is geen enquête gestuurd.

Uiteindelijk zijn er ongeveer 4 600 bedrijven benaderd om de enquête in te vullen. Zo’n 3 100 bedrijven vulden de enquête in.

Op de enquête wordt in eerste instantie geverifieerd of het bedrijf daadwerkelijk de eigenaar van de website is. Vervolgens wordt de vraag gesteld:
 “Bemiddelt of ondersteunt uw website of app de uitwisseling van goederen, diensten of informatie tussen personen, bedrijven of organisaties? (Het kan hier gaan om bemiddeling of ondersteuning bij verkoop van goederen, het bij elkaar brengen van bewoners, patiënten en familie, crowdfunding, dating, nieuwe vriendschappen, het verhuren van accommodaties, het lenen van spullen etc.)”

Als deze vraag met “ja” wordt beantwoord, wordt gevraagd of het bedrijf de enige aanbieder van goederen, diensten of informatie op de website of app is. Als het antwoord op deze tweede vraag ‘Nee’ is, en er dus meerdere aanbieders op de website zijn, beschouwt het CBS het als online platform in het kader van dit onderzoek. Op deze wijze konden via deze enquête 726 websites daadwerkelijk geclassificeerd worden als online platform.

De resultaten in de hoofdstukken 4, 5 en 6 zijn gebaseerd op deze 726 online platformen die de enquête in 2021 invulden. In de hoofdstukken over omzetontwikkeling en over coronasteunmaatregelen worden ook resultaten gepresenteerd over de volledige groep van alle bij het CBS bekende online platformen (1 200 platformen).

Trends op basis van enquêtedata

De CBS-enquête onder online platformen is een aantal opeenvolgende jaren uitgevoerd. Een directe vergelijking van cijfers in de uitkomsten van de verschillende verslagjaren is echter niet altijd mogelijk. Dit heeft een aantal redenen.

Bij het samenstellen van het sample van de populatie platformen die een enquête ontvangt is gekozen voor een hybride vorm, waarbij deels nieuwe platformen en deels reeds bekende platformen zijn geselecteerd. Het includeren van nieuwe platformen is van belang om zicht te houden op ontwikkelingen in de populatie platformen; ieder jaar worden nieuwe platformen opgericht en verdwijnen andere. Het includeren van reeds bekende platformen werd van belang geacht voor het in kaart brengen van jaar-op-jaar ontwikkelingen. Er is echter gebleken dat van de reeds bekende platformen een deel niet respondeerde, waardoor het deel platformen dat zowel dit jaar als vorig jaar respondeerde te klein was om een valide vergelijking met vorig jaar te maken.

Daarnaast is de vraagstelling op de enquête op enkele punten verbeterd, vaak naar aanleiding van feedback van respondenten. Dit leidde tot betere beantwoording van de vragen, maar had als nadeel dat de vergelijkbaarheid met eerdere jaren kleiner werd.

Bijlage

B.1 Online platformen naar type, 2021
Platformen (%)
Goederen38,0
Diensten28,8
Informatie12,3
Communicatie20,9

B.2 Online platformen naar type aanbieder en afnemer, 2021
AanbiedersAfnemersPlatformen (%)
BedrijvenTotaal44,6
BedrijvenBedrijven9,9
BedrijvenHuishoudens of zzp'ers25,9
BedrijvenMix van bedrijven en huishoudens6,7
Huishoudens en zzp'ersTotaal23,0
Huishoudens en zzp'ersHuishoudens en zzp'ers18,9
Non-profit organisatiesTotaal4,4
Mix van bedrijven en huishoudensTotaal28,0
Bij platformen die zich richten op de uitwisseling van goederen of diensten is vaak een duidelijk onderscheid te maken tussen degenen die de goederen of diensten aanbieden (de aanbieders) en degenen die ze afnemen (de afnemers). Bij platformen die zich richten op informatie of communicatie (zoals zoekmachines, dating sites, of sociale media) is dit onderscheid vaak minder duidelijk. Daarom wordt voor deze platformen de term ‘gebruiker’ gehanteerd in dit onderzoek. De cijfers in deze tabel hebben betrekking op platformen waarbij het onderscheid tussen aanbieders en afnemers te maken is. Tabel B.3 gaat over platformen waarbij dit onderscheid niet te maken is.

B.3 Online platformen naar type gebruiker, 2021
Platformen (%)
Bedrijven7,3
Huishoudens en zzp'ers60,0
Non-profit organisaties6,7
Mix van bedrijven en huishoudens26,0
Bij platformen die zich richten op de uitwisseling van goederen of diensten is vaak een duidelijk onderscheid te maken tussen degenen die de goederen of diensten aanbieden (de aanbieders) en degenen die ze afnemen (de afnemers). Bij platformen die zich richten op informatie of communicatie (zoals zoekmachines, dating sites, of sociale media) is dit onderscheid vaak minder duidelijk. Daarom wordt voor deze platformen de term ‘gebruiker’ gehanteerd in dit onderzoek. De cijfers in deze tabel hebben betrekking op deze gebruikers. Tabel B.2 gaat over platformen waarbij het onderscheid tussen aanbieders en afnemers wel te maken is.

B.4 Online platformen naar gebruik van algoritmen, 2021
Platformen (%)
Wel gebruik algoritmen35
Geen gebruik algoritmen65

B.5 Online platformen naar verzameling van gegevens, 2021
Platformen (%)
Gegevens van aanbieders, bij gebruik23,1
Gegevens van aanbieders, bij registratie50,6
Gegevens van afnemers, bij gebruik30,4
Gegevens van afnemers, bij registratie47,7

B.6 Online platformen naar winstgevendheid, 2020
Platformen (%)
Winst36,1
Verlies noch winst14,9
Verlies22,9
Niet commercieel26,2

B.7 Online platformen naar herkomstregio van de gebruikers, 2021
Platformen met aanbieders in herkomstregio (%)Platformen met afnemers in herkomstregio (%)Platformen met gebruikers in herkomstregio (%)
Totaal100100100
100% uit Nederland53,147,331,5
Deels uit het buitenland46,952,768,5
25% of meer uit het buitenland15,113,815,8
50% of meer uit het buitenland9,86,75,5
Deels uit Duitsland, België of Luxemburg43,150,967,8
25% of meer uit Duitsland, België of Luxemburg5,36,74,8
50% of meer uit Duitsland, België of Luxemburg1,10,91,4
Deels uit andere EU landen25,827,147,3
25% of meer uit andere EU landen6,04,01,4
50% of meer uit andere EU landen3,61,61,4
Deels uit landen buiten de EU17,116,931,5
25% of meer uit landen buiten de EU3,31,82,7
50% of meer uit landen buiten de EU2,20,42,1

B.8 Online platformen naar locatie van belangrijkste concurrenten, 2021
Platformen (%)
Nederland93,8
Andere Europese landen23,6
Verenigde Staten17,0
Overige landen4,7
China1,9