Auteur: Nathalie Boot, Stephan Verschuren

Jeugdbescherming en jeugdreclassering 1e halfjaar 2021

Over deze publicatie

In deze rapportage presenteert het CBS de voorlopige cijfers over jeugdbescherming en jeugdreclassering in het eerste halfjaar van 2021. Op 30 juni 2021 waren er 32,7 duizend lopende jeugdbeschermingsmaatregelen. In tweederde van de gevallen ging het om een vorm van ondertoezichtstelling en in een derde van de gevallen om een voogdijmaatregel. Er werden in de eerste helft van 2021 meer maatregelen gestart en beëindigd dan in het eerste halfjaar van 2020. Het aantal jongeren met een reguliere ondertoezichtstelling is in 2021 gedaald naar 22 430 jongeren op 30 juni. Ook het aantal jongeren met een reguliere voogdijmaatregel daalde in 2021, naar 9 715 jongeren. De gemiddelde duur van zowel ondertoezichtstellingen als voogdijmaatregelen nam in het eerste halfjaar van 2021 toe. De meeste ondertoezichtstellingen werden beëindigd omdat de jongere meerderjarig werd; de meeste voogdijmaatregelen vanwege herstel van het gezag. Jeugdbescherming kwam relatief gezien het meest voor in jeugdregio’s in Limburg en Friesland.
Op 30 juni 2021 liepen er 5 345 jeugdreclasseringsmaatregelen. In de meeste gevallen ging het om een vorm van toezicht en begeleiding. Het aantal jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel is verder gedaald, naar 5 275 jongeren op 30 juni 2021. Er werden in de eerste helft van 2021 meer maatregelen gestart en beëindigd dan in het eerste halfjaar van 2020. De meeste trajecten werden beëindigd volgens plan en de gemiddelde duur van beëindigde trajecten nam verder af. Jeugdreclassering kwam het meeste voor in de regio’s Rotterdam en Amsterdam.

Inleiding

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hulp aan jongeren. Dat is vastgelegd in de Jeugdwet. Om de gemeenten bij de uitvoering ervan te ondersteunen is in de Jeugdwet een regeling opgenomen voor het ontsluiten van beleidsinformatie. De beleidsinformatie betreft informatie over jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekken hierover gegevens aan het CBS.

In deze rapportage staan de voorlopige resultaten over de verstrekte jeugdbescherming en jeugdreclassering in het eerste halfjaar van 2021, waarbij ook een vergelijking wordt gemaakt met de jaren 2016 t/m 2020. De resultaten over jeugdhulp worden in een aparte rapportage beschreven.

1. Jeugdbescherming

Op 30 juni 2021 waren er 32,7 duizend lopende jeugdbeschermingsmaatregelen. In meer dan twee derde van de gevallen betrof het een vorm van ondertoezichtstelling (OTS). In 30 procent van alle maatregelen ging het om een voogdijmaatregel, al dan niet voorlopig of tijdelijk (tabel 1.0.1).

In de eerste helft van 2021 bleef het totaal aantal jeugdbeschermingsmaatregelen vrijwel gelijk. Op 30 juni 2021 waren er 0,2 procent minder maatregelen actief dan aan het begin van het jaar. Bij beide vormen van voogdij was sprake van een afname in het eerste halfjaar van 2021, terwijl het aantal (voorlopige) ondertoezichtstellingen licht steeg.

1.0.1 Jeugdbeschermingsmaatregelen, per type maatregel, 1e hj 2021*
Beginstand (1-1-2021)InstroomUitstroomEindstand (30-6-2021)1)
Totaal 32 785 5 980 6 045 32 720
Ondertoezichtstelling 22 360 4 400 4 375 22 380
Voorlopige ondertoezichtstelling 360 825 815 365
Voogdij 9 780 620 685 9 715
Voorlopige en tijdelijke voogdij 285 140 165 260
Bron: CBS.
1) Maatregelen met een einddatum van 30 juni tellen niet mee in de eindstand.

1.1 Meer trajecten gestart en beëindigd

Het aantal gestarte jeugdbeschermingstrajecten in de eerste helft van 2021 ligt 1,7 procent hoger dan in de eerste helft van 2020. Ook het aantal beëindigde trajecten is gestegen met 6,8 procent (figuur 1.1.1). De daling in de instroom en uitstroom in 2020, die mogelijk deels werd veroorzaakt door de uitbraak van het coronavirus in Nederland, zet dus niet door in 2021 (figuur 1.1.3 en 1.1.4)1).

Ook bij de ondertoezichtstellingen is er sprake van een stijging bij de in- en uitstroom. Net als in het eerste halfjaar van 2018, 2019 en 2020 worden er nog steeds meer ondertoezichtstellingen gestart dan beëindigd, maar het verschil is in 2021 kleiner dan in voorgaande jaren. Bij de voogdij zijn er iets meer maatregelen beëindigd dan gestart. Het aantal gestarte en beëindigde voogdijmaatregelen ligt hoger dan in het eerste halfjaar van 2020, maar lager dan in de jaren ervoor (figuur 1.1.1).

1.1.1 Instroom en uitstroom jeugdbescherming
Maatregel1e hj 2021* (maatregelen)1e hj 2020 (maatregelen)1e hj 2019 (maatregelen)1e hj 2018 (maatregelen)1e hj 2017 (maatregelen)1e hj 2016 (maatregelen)
Totaal
Instroom598058806470610063956215
Uitstroom604556556060582061156650
OTS¹⁾
Instroom440043554730443545654115
Uitstroom437538554275412544705050
Voogdij²⁾
Instroom6205306906709151160
Uitstroom685675735725715715
1)Exclusief voorlopige ondertoezichtstellingen. 2)Exclusief voorlopige voogdij en tijdelijke voogdij.

Bij de voorlopige ondertoezichtstellingen daalt zowel het aantal gestarte als het aantal beëindigde maatregelen. Er werden in het eerste halfjaar van 2021 iets meer maatregelen gestart dan beëindigd. Ook bij de tijdelijke en voorlopige voogdijmaatregelen daalde de in- en uitstroom (figuur 1.1.2). Hier werden meer maatregelen beëindigd dan gestart.

1.1.2 Instroom en uitstroom jeugdbescherming
Maatregel1e hj 2021* (maatregelen)1e hj 2020 (maatregelen)1e hj 2019 (maatregelen)1e hj 2018 (maatregelen)1e hj 2017 (maatregelen)1e hj 2016 (maatregelen)
Vrl. OTS
Instroom825845865860760775
Uitstroom815950880835785705
Vrl. en tijd. voogdij
Instroom130140190135155170
Uitstroom145160175135150180

Het aantal gestarte jeugdbeschermingsmaatregelen is vooral in maart en april van 2021 hoger dan in dezelfde maanden van 2020. In 2020 lag het aantal gestarte maatregelen in maart en april lager dan een jaar eerder, vermoedelijk als gevolg van de uitbraak van het coronavirus in Nederland in maart 2020. In de overige maanden in het eerste halfjaar van 2021 ligt het aantal gestarte jeugdbeschermingsmaatregelen juist lager dan in 2020 (figuur 1.1.3). Het aantal beëindigde maatregelen ligt in maart tot en met juni 2021 hoger dan in 2020 (figuur 1.1.4).

1.1.3 Instroom jeugdbescherming
JaarInstroom 2019 (Maatregelen)Instroom 2020 (Maatregelen)Instroom 2021* (Maatregelen)
Januari125010401005
Februari960915890
Maart10558301125
April11009451020
Mei11001045855
Juni101011001085

1.1.4 Uitstroom jeugdbescherming
JaarUitstroom 2019 (Maatregelen)Uitstroom 2020 (Maatregelen)Uitstroom 2021* (Maatregelen)
Januari108510751025
Februari940955925
Maart9759751025
April1000820985
Mei970885925
Juni10959401155
 

1.2 Minder jongeren met ondertoezichtstelling

Op 30 juni 2021 stonden 22 430 jongeren onder toezicht. Dit zijn er iets minder dan eind 2020, toen het ging om 22 715 jongeren (figuur 1.2.1). De stijging van het aantal jongeren met een ondertoezichtstelling sinds 2016 zet dus niet verder door in 2021. Het gaat hier uitsluitend om de reguliere ondertoezichtstellingen. De voorlopige ondertoezichtstellingen zijn buiten beschouwing gelaten.

1.2.1 Jongeren met jeugdbescherming op peildatum1)2)3)
DatumVoogdij (x 1 000)Ondertoezichtstelling (x 1 000)
20055,03523,98
20065,2126,38
20075,4629,605
20085,7932,145
20096,3833,17
20106,9532,565
20117,44531,5
20127,53531,105
20138,4328,145
2014*8,8625,32
20159,20521,395
20169,75520,085
20179,93520,38
20189,9420,77
20199,83521,645
20209,81522,715
2021*9,71522,43
1)Personen met voogdij of ondertoezichtstelling op peildatum, exclusief voorlopige voogdij, tijdelijke voogdij en voorlopige ondertoezichtstellingen. 2) Voor de jaren 2005 t/m 2020 wordt gekeken naar peildatum 31 december en voor 2021 naar peildatum 30 juni. 3)Door invoering van de Jeugdwet treedt met ingang van 2015 een methodebreuk op.

1.3 Aantal jongeren met voogdij neemt af

Op 30 juni 2021 gold voor 9 715 jongeren een voogdijmaatregel. Na een jarenlange stijging lag dit aantal sinds 2017 redelijk constant rond de 9,9 duizend, maar in 2021 neemt dit weer af (figuur 1.2.1). Het betreft hier uitsluitend de reguliere voogdij. Voorlopige en tijdelijke voogdij zijn buiten beschouwing gelaten.

1.4 Voogdijtrajecten meestal langer dan drie jaar

Van de beëindigde reguliere voogdijmaatregelen in 2021 duurde 75 procent drie jaar of langer (tabel 1.4.1). De meeste reguliere ondertoezichtstellingen duurden één tot drie jaar. Voorlopige ondertoezichtstellingen duurden vaak korter dan 3 maanden. Dit is officieel ook de maximale duur van een voorlopige OTS; daarna dient deze ofwel te worden beëindigd ofwel te worden omgezet in een reguliere OTS. Tijdelijke voogdij duurt meestal langer dan een jaar. Dit is een maatregel die wordt toegepast als gevolg van een gezagsvacuüm, bijvoorbeeld als de ouders langdurig in het buitenland verblijven of als de ouders zijn overleden.

1.4.1 Duur van jeugdbeschermingsmaatregelen, per type maatregel, 1e hj 2021*1)
Totaal aantal beëindigde maatregelenDuur maatregel 0 tot 3 maandenDuur maatregel 3 tot 6 maandenDuur maatregel 6 tot 12 maandenDuur maatregel 12 tot 36 maandenDuur maatregel 36 maanden of langer
Totaal 6 045 925 260 1 105 2 340 1 415
Ondertoezichtstelling 4 375 30 210 1 055 2 190 895
Voorlopige ondertoezichtstelling 815 815....
Voogdij 685. 15 20 135 515
Voorlopige voogdij 145 75 35 35..
Tijdelijke voogdij 20... 10 10
Bron: CBS.
1) Jeugdbeschermingsmaatregelen beëindigd in het eerste halfjaar van 2021.

De gemiddelde duur van reguliere voogdijmaatregelen die in het eerste halfjaar van 2021 beëindigd werden is met 2 273 dagen een stuk langer dan die van de reguliere ondertoezichtstellingen (842 dagen). Daarnaast is de gemiddelde duur van deze voogdijmaatregelen de afgelopen jaren, met uitzondering van 2018, gestegen. Na een jarenlange daling is ook de gemiddelde duur van de reguliere ondertoezichtstellingen in 2021 gestegen ten opzichte van 2020 (figuur 1.4.2). De gemiddelde duur van de beëindigde tijdelijke voogdijtrajecten ligt in 2021 hoger dan in 2020. Het gaat in de eerste helft van 2021 echter maar om 20 beëindigde tijdelijke voogdijtrajecten in totaal (tabel 1.4.1).

1.4.2 Gemiddelde duur beëindigde maatregelen1)
Maatregel1e hj 2021* (dagen)1e hj 2020 (dagen)1e hj 2019 (dagen)1e hj 2018 (dagen)1e hj 2017 (dagen)1e hj 2016 (dagen)
Totaal8878188748739591062
OTS8427998618839971128
Vrl. OTS757373737475
Voogdij227321252050183518471784
Vrl. voogdij140125131195132139
Tijd. voogdij190114092210155717741342
1)Jeugdbeschermingsmaatregelen beëindigd in het eerste halfjaar.

1.5 Meeste voogdijmaatregelen beëindigd door herstel gezag

In 2021 werden er 6 045 jeugdbeschermingsmaatregelen beëindigd, waarvan 4 375 ondertoezichtstellingen en 685 voogdijmaatregelen (zie tabel 1.4.1). Bijna 58 procent van de ondertoezichtstellingen werd in 2021 beëindigd omdat de jongere meerderjarig werd. De afgelopen jaren werden steeds minder ondertoezichtstellingen beëindigd vanwege een gezagsbeëindigende maatregel, maar in de eerste helft van 2021 neemt dit aantal weer toe (figuur 1.5.1).

1.5.1 Reden beëindiging ondertoezichtstelling1)2)
Reden beëindiging OTS1e hj 2021* (maatregelen)1e hj 2020 (maatregelen)1e hj 2019 (maatregelen)1e hj 2018 (maatregelen)1e hj 2017 (maatregelen)1e hj 2016 (maatregelen)
Bereiken meerderjarigheid35002670
Beëindiging volgens plan8451260
VOTS naar OTS685645
Tussentijdse opheffing50135145150165165
Gezagsbeëindigende maatregel10570305405620920
Niet verlengd520
Overlijden jeugdige
1)Ondertoezichtstellingen en voorlopige ondertoezichtstellingen, beëindigd in het eerste halfjaar. 2)Voor de redenen 'bereiken meerderjarigheid', 'beëindiging volgens plan', 'VOTS naar OTS' en 'niet verlengd'zijn er over de jaren 2016 t/m 2019 geen betrouwbare cijfers.

Het aantal voogdijmaatregelen dat is beëindigd door herstel van het gezag ligt in de eerste helft van 2021 62 procent hoger dan in de eerste helft van 2020. Herstel van het gezag is in 2021 de meest voorkomende reden om voogdij te beëindigen (figuur 1.5.2). Daarnaast werden in de eerste helft van 2021 380 voogdijmaatregelen beëindigd omdat de jongere meerderjarig werd. Het aantal voogdijmaatregelen dat beëindigd werd met deze reden neemt de afgelopen jaren af. Ook het aantal voogdijtrajecten dat is beëindigd omdat de voogdij naar de pleegouder ging is in de eerste helft van 2021 verder gedaald.

1.5.2 Reden beëindiging voogdij1)
 1e hj 2021* (maatregelen)1e hj 2020 (maatregelen)1e hj 2019 (maatregelen)1e hj 2018 (maatregelen)1e hj 2017 (maatregelen)1e hj 2016 (maatregelen)
Bereiken meerderjarigheid380480550595610635
Voogdij naar pleegouder30100155130140150
Voogdij naar contactpersoon550550
Herstel gezag430265195125110105
Overlijden jeugdige005000
1)Voogdij, tijdelijke voogdij en voorlopige voogdij, beëindigd in het eerste halfjaar.

1.6 Samenloop jeugdbescherming met jeugdreclassering neemt af

Van alle 0- tot en met 17-jarigen die in de eerste helft van 2021 jeugdbescherming ontvangen, heeft 2,1 procent in hetzelfde jaar ook een jeugdreclasseringsmaatregel lopen. Dit percentage neemt de laatste jaren iets af: van 3,3 procent in het eerste halfjaar van 2016 naar 2,1 procent in het eerste halfjaar van 2021 (tabel 1.6.1). Dit komt voornamelijk doordat de samenloop bij onder toezicht gestelde jongeren daalde van 4,1 procent in het eerste halfjaar van 2016 naar 2,6 procent in het eerste halfjaar van 2021. De samenloop van voogdij met jeugdreclassering daalt tot 0,9 procent. 
Het gaat in deze cijfers om alle jongeren die in het eerste halfjaar op enig moment jeugdbescherming ontvingen. Van hen is bepaald voor welk percentage ook een jeugdreclasseringsmaatregel gold in dezelfde periode.

1.6.1 Inzet jeugdreclassering naar type jeugdbescherming (samenloop)1)
Jongeren met jeugdbescherming en jeugdreclasseringJongeren met ondertoezichtstelling en jeugdreclassering2)Jongeren met voogdij en jeugdreclassering3)
% van totaal aantal jongeren met jeugdbescherming% van totaal aantal jongeren met ondertoezichtstelling% van totaal aantal jongeren met voogdij
1e hj 2016 3,3 4,1 1,2
1e hj 2017 3,1 3,9 1,3
1e hj 2018 2,8 3,5 1,2
1e hj 2019 2,8 3,3 1,3
1e hj 2020 2,5 3,0 1,2
1e hj 2021* 2,1 2,6 0,9
Bron: CBS.
1) Personen van 0 tot en met 17 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel.
2) Inclusief voorlopige ondertoezichtstellingen.
3)  Inclusief tijdelijke voogdij en voorlopige voogdij.

1.7 De meeste jongeren met jeugdbescherming krijgen ook jeugdhulp

In het eerste halfjaar van 2021 ontving 72 procent van de jongeren met een ondertoezichtstelling daarnaast ook jeugdhulp (figuur 1.7.1). Het aandeel jongeren met een ondertoezichtstelling en daarnaast ook jeugdhulp zonder verblijf is ten opzichte van vorig jaar iets toegenomen; van 57 procent in het eerste halfjaar van 2020 naar 59 procent in het eerste halfjaar van 2021. Het aandeel jongeren dat naast een ondertoezichtstelling ook jeugdhulp met verblijf ontvangt neemt in de laatste jaren af; van 39 procent in het eerste halfjaar van 2016 naar 30 procent in het eerste halfjaar van 2021. In deze gevallen krijgen jongeren een ondertoezichtstelling en ontvangen zij jeugdhulp die mede inhoudt dat zij niet thuis verblijven2).

1.7.1 Samenloop OTS met jeugdhulp1)
Samenloop1e hj 2021* (%)1e hj 2020 (%)1e hj 2019 (%)1e hj 2018 (%)1e hj 2017 (%)1e hj 2016 (%)
OTS en Jeugdhulp727173737370
00
OTS en JH zonder verblijf595758565549
w.v.
Wijkteam8101011127
Ambulant353334343531
Daghulp655545
Netwerk jongere292727242119
OTS en JH met verblijf303133343739
w.v.
Pleegzorg151618192122
Gezinsgericht444444
Gesloten plaatsing234444
Overig²⁾111112121413
1)Personen van 0 tot en met 17 jaar met een ondertoezichtstelling én jeugdhulp, als percentage van het totaal aantal jongeren met een ondertoezichtstelling. Jongeren met meerdere jeugdhulpvormen komen meerdere malen in de tabel voor. 2)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.

Van alle jongeren die een voogdijmaatregel hebben in het eerste halfjaar van 2021, ontvangt 91 procent daarnaast ook jeugdhulp (figuur 1.7.2). Het aandeel jongeren dat in het eerste halfjaar van 2021 naast voogdij ook jeugdhulp zonder verblijf kreeg, ligt met 43 procent hoger dan in 2020. In het eerste halfjaar van 2021 ontving 84 procent van de jongeren met voogdij daarbij ook jeugdhulp met verblijf. Dat percentage is hoger dan vorig jaar, maar lager dan in de jaren daarvoor.

1.7.2 Samenloop voogdij met jeugdhulp1)
Samenloop1e hj 2021* (%)1e hj 2020 (%)1e hj 2019 (%)1e hj 2018 (%)1e hj 2017 (%)1e hj 2016 (%)
Voogdij en Jeugdhulp918991919290
Voogdij en JH zonder verblijf434040393935
w.v.
Wijkteam455552
Ambulant312930303128
Daghulp654443
Netwerk jongere12109876
Voogdij en JH met verblijf848186858786
w.v.
Pleegzorg636366656869
Gezinsgericht1191011109
Gesloten plaatsing122222
Overig²⁾161515161615
1)Personen van 0 tot en met 17 jaar met voogdij én jeugdhulp, als percentage van het totaal aantal jongeren met voogdij. Jongeren met meerdere jeugdhulpvormen komen meerdere malen in de tabel voor. 2)Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing.

1.8 Bijna 1 procent van alle jongeren ontvangt jeugdbescherming

Ongeveer 1 procent van alle jongeren tot en met 17 jaar ontvangt op 30 juni 2021 jeugdbescherming. Het gaat daarbij iets vaker om jongens dan om meisjes. In totaal ontvingen 17 270 jongens op 30 juni 2021 jeugdbescherming, wat overeenkomt met 1 procent van alle jongens van 0 tot en met 17 jaar. Bij meisjes bedroeg dit aantal 15 440, wat gelijkstaat aan 0,9 procent van alle meisjes in deze leeftijdsgroep (tabel 1.8.1).

1.8.1 Jeugdbescherming naar demografische kenmerken van de jongere, peildatum 30 juni 2021*1)
Totaal aantal jongeren2)Totaal aantal jongeren met jeugdbeschermingVoogdijVoorlopige en tijdelijke voogdijOndertoezichtstellingVoorlopige ondertoezichtstelling
Totaal3 311 220 32 710 9 660 255 22 425 375
Geslacht: Jongens1 696 625 17 270 4 955 135 12 000 185
Geslacht: Meisjes1 614 595 15 440 4 705 120 10 425 190
Leeftijd: 0 tot 4 jaar 681 660 3 215 525 50 2 545 90
Leeftijd: 4 tot 8 jaar 708 415 6 355 1 475 35 4 775 75
Leeftijd: 8 tot 12 jaar 749 500 8 610 2 385 50 6 110 70
Leeftijd: 12 tot 18 jaar1 171 650 14 530 5 275 120 8 990 145
Migratieachtergrond: Nederlands2 405 640 21 890 6 535 110 15 040 215
Migratieachtergrond: Overig westers 288 780 3 225 950 55 2 180 35
Migratieachtergrond: Niet-westers 616 800 7 595 2 175 90 5 205 130
Samenstelling huishouden3): Tweeoudergezin2 705 045 5 580 130 15 5 320 115
Samenstelling huishouden3): Éénoudergezin 538 285 13 195 275 45 12 670 210
Samenstelling huishouden3): Overig 67 890 13 940 9 255 195 4 435 55
Bron: CBS.
1) Personen van 0 tot en met 17 jaar.
2) De peildatum voor alle jongeren in Nederland is 1 januari 2021 en komt dus niet overeen met de peildatum voor jongeren met jeugdbescherming (30 juni 2021).
3) Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.

Op 30 juni 2021 waren 14 380 jongeren met jeugdbescherming tussen de 12 en 18 jaar oud, wat neerkomt op 1,2 procent van alle jongeren in deze leeftijd (tabel 1.8.1). Van alle 8- tot 12-jarigen in Nederland ontving 1,1 procent jeugdbescherming. Het ging op 30 juni 2021 om 8 610 jongeren. Ongeveer 0,9 procent van de kinderen tussen 4 en 8 jaar kreeg jeugdbescherming, 6 355 in totaal. De groep 0- tot 4-jarigen was met 3 215 het kleinst; ongeveer 0,5 procent in deze leeftijdsgroep ontving jeugdbescherming (tabel 1.8.1).Onder de jongeren met een ondertoezichtstelling is de groep jongeren van 8 tot 12 jaar oud gestegen van 24 procent in 2016 naar 27 procent in het eerste halfjaar van 2021. Ook het aandeel kinderen van 4 tot 8 jaar met een ondertoezichtstelling nam in deze periode licht toe. Het aandeel jongeren van 0 tot 4 en 12 tot 18 jaar nam ten opzichte van 2016 af (figuur 1.8.2). Bij de voogdijmaatregelen is een lichte stijging van het aandeel jongeren in de oudste leeftijdsgroep te zien, van 52 procent in 2016 naar 55 procent in 2021.

1.8.2 Jongeren naar leeftijd1)
Jaar0 tot 4 jaar (%)4 tot 8 jaar (%)8 tot 12 jaar (%)12 tot 18 jaar (%)
Nederland
1e hj 2021*20,5919,4226,3235,38
1e hj 202020,5818,9726,1135,44
1e hj 201920,4718,9125,635,67
1e hj 201820,4918,7125,1435,88
1e hj 201720,3918,3724,8535,97
1e hj 201620,3618,4724,1935,88
OTS
1e hj 2021*11,3521,2927,2540,1
1e hj 202012,1320,8426,8540,18
1e hj 201912,5720,9925,9340,5
1e hj 201812,6620,5725,3541,42
1e hj 201712,7120,0624,742,53
1e hj 201613,2619,8623,7343,15
Vrl. OTS
1e hj 2021*24,419,3618,0438,2
1e hj 202025,1516,2618,440,18
1e hj 201923,3912,8716,9646,78
1e hj 201823,1818,1618,1640,5
1e hj 20172418,6718,3339
1e hj 201623,0315,1618,0843,73
Voogdij
1e hj 2021*5,4315,2624,7154,6
1e hj 20205,314,9224,9854,8
1e hj 20195,7514,7525,4754,02
1e hj 20185,814,925,0754,23
1e hj 20176,114,9925,4553,46
1e hj 20166,3415,7825,4852,4
Vrl. en tijd. voogdij
1e hj 2021*20,3112,8919,1447,66
1e hj 202020,0714,716,4948,75
1e hj 201921,8912,8314,3450,94
1e hj 201823,3817,4118,4140,8
1e hj 201730,5914,1215,8839,41
1e hj 201635,4611,3514,1839,01
1)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor de jongeren met jeugdbescherming naar peildatum 30 juni.

Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de jeugdbescherming: van alle 0- tot en met 17-jarigen in Nederland heeft 19 procent een niet-westerse migratieachtergrond, bij jongeren met jeugdbescherming is dat 23 procent. Op peildatum 30 juni 2021 ontvingen 7 595 jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond jeugdbescherming. Dit komt overeen met 1,2 procent van alle jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond in Nederland. Bij jongeren met een Nederlandse respectievelijk een westerse migratieachtergrond bedroegen deze aandelen 0,9 en 1,1 procent (tabel 1.8.1). 
Bij de reguliere voogdijmaatregelen is het aandeel jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond de afgelopen jaren gedaald en het aandeel met een Nederlandse achtergrond gestegen. Ook bij  de voorlopige ondertoezichtstellingen en de voorlopige en tijdelijke voogdijmaatregelen zien we ten opzichte van vorig jaar een stijging in het aandeel jongeren met een Nederlandse achtergrond (figuur 1.8.3).

1.8.3 Jongeren naar migratieachtergrond1)2)
JaarNL (%)Westers (%)Niet-westers (%)
Nederland
1e hj 2021*72,658,7218,63
1e hj 202073,058,5118,44
1e hj 201973,638,2418,13
1e hj 201874,14817,86
1e hj 201774,717,817,49
1e hj 201675,317,6217,07
OTS
1e hj 2021*67,079,7323,21
1e hj 202066,999,9623,04
1e hj 201967,639,6722,69
1e hj 201867,189,6923,14
1e hj 201766,999,8623,14
1e hj 201666,629,4623,93
Vrl. OTS
1e hj 2021*56,59,0234,48
1e hj 202051,2313,535,28
1e hj 201956,7310,5332,75
1e hj 201849,1613,1337,71
1e hj 201754,6710,6734,67
1e hj 201658,8914,5826,53
Voogdij
1e hj 2021*67,659,8422,51
1e hj 202067,269,6123,13
1e hj 201966,69,5423,86
1e hj 201865,699,3224,99
1e hj 201765,139,2125,66
1e hj 201664,339,1126,55
Vrl. en tijd. voogdij
1e hj 2021*42,5822,2735,16
1e hj 202035,1317,5647,31
1e hj 201934,3421,1344,53
1e hj 201835,3226,8737,81
1e hj 201736,4722,9440,59
1e hj 201644,6818,4436,88
1)Personen van 0 tot en met 17 jaar. 2)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor de jongeren met jeugdbescherming naar peildatum 30 juni.

In totaal woonden op 30 juni 2021 13 195 jongeren met jeugdbescherming in een éénoudergezin, wat gelijkstaat aan 2,5 procent van alle jongeren die in een éénoudergezin wonen. Bij de overige huishoudens is het aandeel jongeren met jeugdbescherming het hoogst: 21 procent van alle jongeren in een overig huishouden ontvangt jeugdbescherming. Een overig huishouden is bijvoorbeeld een institutioneel huishouden of een alleenwonende (tabel 1.8.1).

Het aandeel tweeoudergezinnen neemt bij jongeren met alle vormen van jeugdbescherming in de eerste helft van 2021 af ten opzichte van 2020. Ook het aandeel jongeren in een éénoudergezin neemt in alle groepen af, behalve bij jongeren met een voorlopige ondertoezichtstelling. Ten opzichte van vorig jaar stijgt het percentage overige huishoudens bij jongeren met een reguliere ondertoezichtstelling en bij alle vormen van voogdij; bij jongeren met een voorlopige ondertoezichtstelling neemt dit aandeel juist af (figuur 1.8.4).

Het in deze figuur beschreven huishouden is de situatie in de Basisregistratie Personen (BRP). Dit kan zowel het ouderlijk huishouden zijn als een ander huishouden. Bij een voogdijmaatregel woont de jongere niet meer in het ouderlijk huis, maar wordt hij of zij opgevoed in een pleeggezin of in een tehuis. Bij een ondertoezichtstelling kan een jongere nog wel bij de ouders thuis wonen, tenzij er een uithuisplaatsing is uitgesproken of de jongere op vrijwillige basis elders verblijft.

1.8.4 Jongeren naar samenstelling huishouden1)2)
JaarTweeoudergezin (%)Éénoudergezin (%)Overig (%)
Nederland
1e hj 2021*81,6916,262,05
1e hj 202081,7716,162,07
1e hj 201981,9216,022,06
1e hj 201882,0515,782,16
1e hj 201782,2715,532,2
1e hj 201682,5315,432,03
OTS
1e hj 2021*23,7256,519,78
1e hj 202025,6558,2216,13
1e hj 201926,3258,0315,65
1e hj 201827,1856,3616,46
1e hj 201728,2154,7917
1e hj 201628,753,1618,15
Vrl. OTS
1e hj 2021*30,2455,1714,59
1e hj 202033,4446,9319,63
1e hj 201932,4647,6619,88
1e hj 201830,7351,9617,32
1e hj 201729,3350,3320,33
1e hj 201638,7846,9414,29
Voogdij
1e hj 2021*1,352,8695,8
1e hj 20201,954,3893,67
1e hj 20192,174,6893,14
1e hj 20182,284,693,12
1e hj 20172,44,6292,97
1e hj 20162,714,8692,44
Vrl. en tijd. voogdij
1e hj 2021*5,8617,5876,56
1e hj 20206,4529,0364,52
1e hj 20197,1728,6864,15
1e hj 20189,9535,3254,73
1e hj 20179,4131,7658,82
1e hj 20167,831,9160,28
1)Personen van 0 tot en met 17 jaar. 2)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor de jongeren met jeugdbescherming naar peildatum 30 juni.

1.9 Jeugdbescherming vooral in Limburg en Fryslân

De vijf jeugdregio’s met het grootste aandeel jeugdbescherming zijn Zuid-Limburg, Friesland, Noord-Limburg, Kop van Noord-Holland en Twente. De laagst scorende regio’s liggen in het zuiden van Noord-Holland en in de provincie Utrecht (figuur 1.9.1 en tabel 1.9.2).

1.9.1 Jeugdbescherming bij 0 t/m 17-jarigen naar jeugdregio, 30 juni 20211)
Jeugdzorgregios_naamJeugdbescherming (%)
Groningen1,24
Friesland(Frysl�n)1,35
KopvanNoord-Holland1,34
Drenthe1,08
WestFriesland1,08
Alkmaar(Noord-Kennemerland)0,98
IJsselland1,01
Flevoland1,1
Zaanstreek-Waterland0,78
IJmond(MiddenKennemerland)1,21
ZuidKennemerland0,66
Noord-Veluwe1,24
Amsterdam-Amstelland0,61
Twente1,32
Haarlemmermeer0,46
GooienVechtstreek0,62
MiddenIJssel/OostVeluwe1,2
HollandRijnland0,81
UtrechtWest0,77
Eemland0,83
FoodValley0,94
UtrechtStad0,57
ZuidoostUtrecht0,92
Haaglanden0,77
Achterhoek1,29
Lekstroom0,85
MiddenHolland1,31
CentraalGelderland1,04
Rijnmond1,05
Rivierenland0,87
Zuid-HollandZuid1,09
RijkvanNijmegen0,97
NoordoostBrabant1,02
WestBrabantOost0,75
Midden-Brabant0,97
WestBrabantWest0,94
Noord-Limburg1,35
Zeeland1,18
Zuidoost-Brabant0,81
Zuid-Limburg1,41
Midden-LimburgOost1,24
Midden-LimburgWest1,15
1)De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2021 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (30 juni 2021).

1.9.2 Jeugdregio's met de hoogste en laagste aandelen jongeren met jeugdbescherming, peildatum 30 juni 2021*1)
% van het totale aantal personen van 0 tot en met 17 jaar2)
hoogste aandelen: Zuid-Limburg 1,41
hoogste aandelen: Friesland (Fryslân) 1,35
hoogste aandelen: Noord-Limburg 1,35
hoogste aandelen: Kop van Noord-Holland 1,34
hoogste aandelen: Twente 1,32
laagste aandelen: Haarlemmermeer 0,46
laagste aandelen: Utrecht Stad 0,57
laagste aandelen: Amsterdam-Amstelland 0,61
laagste aandelen: Gooi en Vechtstreek 0,62
laagste aandelen: Zuid Kennemerland 0,66
Bron: CBS.
1) Personen van 0 tot en met 17 jaar met jeugdbescherming.
2) De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2021 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (30 juni 2021).

De gemeenten waar relatief gezien de meeste jongeren met jeugdbescherming wonen zijn Stadskanaal, Twenterand en Doesburg3) (figuur 1.9.3).

1.9.3 Jeugdbescherming bij 0 t/m 17-jarigen naar gemeente, 30 juni 20211)
Gemeente_naamJeugdbescherming: (%)
Groningen (gemeente)0,99
Almere0,86
Stadskanaal2,22
Veendam1,9
Zeewolde1,33
Achtkarspelen1,64
Ameland0,59
Harlingen1,72
Heerenveen1,18
Leeuwarden1,4
Ooststellingwerf1,41
Opsterland1,43
Schiermonnikoog0
Smallingerland1,8
Terschelling0,43
Vlieland0
Weststellingwerf1,32
Assen0,97
Coevorden1,09
Emmen1,37
Hoogeveen1,14
Meppel0,89
Almelo1,66
Borne1,15
Dalfsen0,73
Deventer0,94
Enschede1,49
Haaksbergen0,83
Hardenberg1,2
Hellendoorn0,8
Hengelo (O.)1,57
Kampen0,91
Losser0,95
Noordoostpolder1,29
Oldenzaal1,09
Ommen1,12
Raalte0,72
Staphorst0,64
Tubbergen1
Urk1,19
Wierden1,22
Zwolle1,12
Aalten0,88
Apeldoorn1,33
Arnhem0,97
Barneveld1,25
Beuningen1,01
Brummen1,23
Buren1,05
Culemborg0,49
Doesburg2,14
Doetinchem1,5
Druten0,54
Duiven0,67
Ede0,79
Elburg1,22
Epe0,97
Ermelo1,87
Harderwijk1,12
Hattem0,73
Heerde1,11
Heumen0,86
Lochem0,87
Maasdriel1,06
Nijkerk0,88
Nijmegen0,93
Oldebroek0,97
Putten1,41
Renkum1,43
Rheden1,43
Rozendaal0
Scherpenzeel0,7
Tiel1,27
Voorst1,12
Wageningen0,66
Westervoort1,42
Winterswijk1,1
Wijchen1,08
Zaltbommel0,79
Zevenaar1,24
Zutphen1,32
Nunspeet1,03
Dronten1,29
Amersfoort0,81
Baarn0,89
De Bilt0,8
Bunnik0,42
Bunschoten0,9
Eemnes0,48
Houten0,76
Leusden0,83
Lopik1,24
Montfoort0,67
Renswoude0,65
Rhenen0,79
Soest0,85
Utrecht (gemeente)0,57
Veenendaal1,02
Woudenberg0,95
Wijk bij Duurstede0,87
IJsselstein0,79
Zeist1
Nieuwegein0,82
Aalsmeer0,43
Alkmaar1,11
Amstelveen0,45
Amsterdam0,66
Beemster0,72
Bergen (NH.)0,62
Beverwijk1,11
Blaricum0,44
Bloemendaal0,62
Castricum0,44
Diemen0,35
Edam-Volendam0,56
Enkhuizen1,02
Haarlem0,69
Haarlemmermeer0,46
Heemskerk1,2
Heemstede0,37
Heerhugowaard1,3
Heiloo0,49
Den Helder1,97
Hilversum0,73
Hoorn1,11
Huizen0,67
Landsmeer0,54
Langedijk1,23
Laren (NH.)0,36
Medemblik1,37
Oostzaan0,81
Opmeer0,79
Ouder-Amstel0,28
Purmerend0,79
Schagen0,8
Texel0,74
Uitgeest0,8
Uithoorn0,44
Velsen1,29
Weesp0,74
Zandvoort1,06
Zaanstad0,88
Alblasserdam1,05
Alphen aan den Rijn0,96
Barendrecht0,43
Drechterland1,17
Brielle0,56
Capelle aan den IJssel1,14
Delft0,85
Dordrecht1,2
Gorinchem1,19
Gouda1,47
's-Gravenhage (gemeente)0,77
Hardinxveld-Giessendam1,07
Hellevoetsluis1,34
Hendrik-Ido-Ambacht0,49
Stede Broec0,91
Hillegom0,74
Katwijk0,78
Krimpen aan den IJssel1,07
Leiden1,02
Leiderdorp0,76
Lisse0,86
Maassluis1
Nieuwkoop0,72
Noordwijk0,46
Oegstgeest0,55
Oudewater0,98
Papendrecht0,99
Ridderkerk0,95
Rotterdam1,16
Rijswijk (ZH.)0,75
Schiedam1,08
Sliedrecht1,71
Albrandswaard0,55
Westvoorne0,62
Vlaardingen1,24
Voorschoten0,66
Waddinxveen1,34
Wassenaar0,41
Woerden0,81
Zoetermeer1,15
Zoeterwoude0,42
Zwijndrecht1,26
Borsele1,05
Goes1,31
West Maas en Waal0,69
Hulst1,03
Kapelle1,01
Middelburg (Z.)1,16
Reimerswaal0,87
Terneuzen1,43
Tholen1,31
Veere0,97
Vlissingen1,36
De Ronde Venen0,75
Tytsjerksteradiel1,63
Asten1,2
Baarle-Nassau0,61
Bergen op Zoom0,98
Best0,66
Boekel0,64
Boxmeer1,25
Boxtel1,02
Breda0,7
Deurne0,65
Pekela1,99
Dongen0,97
Eersel0,76
Eindhoven0,99
Etten-Leur0,71
Geertruidenberg0,64
Gilze en Rijen0,97
Goirle0,79
Grave1,54
Helmond0,83
's-Hertogenbosch1,22
Heusden0,9
Hilvarenbeek0,52
Loon op Zand0,68
Mill en Sint Hubert0,79
Nuenen, Gerwen en Nederwet0,63
Oirschot0,42
Oisterwijk0,73
Oosterhout0,81
Oss1,16
Rucphen1,32
Sint-Michielsgestel0,63
Someren0,41
Son en Breugel0,42
Steenbergen0,91
Waterland0,57
Tilburg1,2
Uden1,19
Valkenswaard1,13
Veldhoven0,64
Vught0,55
Waalre0,79
Waalwijk0,72
Woensdrecht1,02
Zundert0,54
Wormerland0,75
Landgraaf1,67
Beek (L.)0,7
Beesel1,65
Bergen (L.)1,09
Brunssum1,67
Gennep1,42
Heerlen2,12
Kerkrade1,65
Maastricht1,58
Meerssen0,43
Mook en Middelaar0,71
Nederweert1,23
Roermond1,54
Simpelveld1,75
Stein (L.)0,91
Vaals0,54
Venlo1,5
Venray1,34
Voerendaal0,76
Weert0,79
Valkenburg aan de Geul1,47
Lelystad1,43
Horst aan de Maas1,26
Oude IJsselstreek1,45
Teylingen0,7
Utrechtse Heuvelrug1,11
Oost Gelre1,39
Koggenland0,67
Lansingerland0,46
Leudal1,64
Maasgouw0,82
Gemert-Bakel1,01
Halderberge0,84
Heeze-Leende0,53
Laarbeek0,69
Reusel-De Mierden0,84
Roerdalen1,15
Roosendaal0,95
Schouwen-Duiveland1,18
Aa en Hunze1,29
Borger-Odoorn2,1
Cuijk1,44
Landerd1,01
De Wolden0,51
Noord-Beveland0,73
Wijdemeren0,64
Noordenveld0,69
Twenterand2,18
Westerveld0,8
Sint Anthonis0,43
Lingewaard0,69
Cranendonck0,91
Steenwijkerland1,27
Moerdijk1,17
Echt-Susteren0,98
Sluis1,08
Drimmelen0,77
Bernheze0,7
Alphen-Chaam0,64
Bergeijk0,88
Bladel0,58
Gulpen-Wittem0,87
Tynaarlo0,68
Midden-Drenthe1,05
Overbetuwe1
Hof van Twente0,94
Neder-Betuwe0,93
Rijssen-Holten0,82
Geldrop-Mierlo0,68
Olst-Wijhe1,08
Dinkelland1,08
Westland0,62
Midden-Delfland0,62
Berkelland1,26
Bronckhorst1,32
Sittard-Geleen1,25
Kaag en Braassem0,7
Dantumadiel1,77
Zuidplas1,25
Peel en Maas1,04
Oldambt1,85
Zwartewaterland0,89
S�dwest-Frysl�n1,21
Bodegraven-Reeuwijk0,98
Eijsden-Margraten1,06
Stichtse Vecht0,75
Hollands Kroon1,32
Leidschendam-Voorburg0,83
Goeree-Overflakkee0,79
Pijnacker-Nootdorp0,41
Nissewaard1,26
Krimpenerwaard1,37
De Fryske Marren0,7
Gooise Meren0,47
Berg en Dal1,34
Meierijstad0,78
Waadhoeke1,31
Westerwolde1,2
Midden-Groningen1,34
Beekdaelen0,79
Montferland1,18
Altena0,87
West Betuwe0,69
Vijfheerenlanden0,91
Hoeksche Waard0,87
Het Hogeland0,93
Westerkwartier0,63
Noardeast-Frysl�n1,32
Molenlanden1,24
Eemsdelta1,77
1)De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2021 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (30 juni 2021).

1) Met ingang van 2020 is er een kleine verandering doorgevoerd in de berekenwijze van de definitieve cijfers. Dit leidt tot een zeer beperkte trendbreuk in het aantal jongeren en maatregelen tussen de jaren tot en met 2019 en de jaren vanaf 2020. Voor een uitgebreide beschrijving van de methodewijziging en de gevolgen, zie https://www.cbs.nl/-/media/cbs/onze-diensten/methoden/onderzoek/pdf/toelichting-trendbreuk-jeugdzorgcijfers-2020-en-2021.pdf.
2) De jongere verblijft in deze gevallen elders. Of anders gezegd: de jongere slaapt formeel elders, niet zijnde thuis in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf.
3) Volgens het woonplaatsbeginsel. Zie https://vng.nl/files/vng/201607_factsheet_woonplaatsbeginsel_2016.pdf.

2. Jeugdreclassering

Aan het einde van het eerste halfjaar van 2021 was op 5 275 jongeren een jeugdreclasseringsmaatregel van toepassing. Dit betreft personen van 12 tot en met 22 jaar met één of meerdere jeugdreclasseringsmaatregelen. In totaal waren op dat moment 5 345 jeugdreclasseringsmaatregelen van kracht. Dat zijn er 165 minder dan bij de start van het jaar (tabel 2.0.1).

De twee varianten van toezicht en begeleiding (T&B) worden het meest toegepast, samen goed voor 97 procent van alle jeugdreclasseringsmaatregelen. Het gaat hier dan vooral om toezicht en begeleiding in het gedwongen kader (4 670 maatregelen aan het einde van het eerste halfjaar van 2021). Voor beide type maatregelen geldt dat het aantal trajecten aan het eind van het jaar is afgenomen ten opzichte van het begin van het jaar. De (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel en het scholings- en trainingsprogramma komen nauwelijks nog voor (tabel 2.0.1).

2.0.1 Jeugdreclasseringsmaatregelen, per type maatregel, 1e hj 2021*
Beginstand (1-1-2021)InstroomUitstroomEindstand (30-6-2021)1)
Totaal 5 510 2 750 2 920 5 345
Toezicht en begeleiding: gedwongen kader 4 805 1 700 1 835 4 670
Toezicht en begeleiding: vrijwillig 540 870 905 505
Individuele trajectbegeleiding Harde Kern 130 125 120 135
Individuele trajectbegeleiding Criem 30 50 50 30
Scholings- en trainingsprogramma....
Gedragsbeïnvloedende maatregel....
Voorbereiding gedragsbeïnvloedende maatregel....
Bron: CBS.
1) Maatregelen met een einddatum van 30 juni tellen niet mee in de eindstand.

2.1 Meer trajecten gestart en beëindigd

De uitstroom van jeugdreclasseringsmaatregelen is in het eerste halfjaar van 2021 met 14 procent gestegen ten opzichte van het eerste halfjaar van 2020. Daarmee ligt de omvang van de uitstroom weer iets meer op het niveau van vóór het eerste halfjaar van 2020, waar de uitstroom was afgenomen met 15 procent (figuur 2.1.1)4). De instroom is ook weer toegenomen, met 11 procent wel iets minder sterk. De omvang van de instroom van jeugdreclasseringsmaatregelen is daarmee nog steeds 7 procent lager dan in de eerste helft van 2019, het jaar vóór de uitbraak van het coronavirus. Verderop (figuur 2.1.3 en 2.1.4) wordt ingegaan op de maand tot maand ontwikkeling.

Het aantal ingestroomde jeugdreclasseringsmaatregelen ligt net zoals in de afgelopen 4 jaren onder het aantal uitgestroomde maatregelen. De grootste toename in het aantal ingestroomde maatregelen vindt plaats bij toezicht en begeleiding in het gedwongen kader, met 295 (21 procent) meer begonnen maatregelen in het eerste halfjaar van 2021 dan in het eerste halfjaar van 2020. De uitstroom is het sterkst gestegen bij toezicht en begeleiding in het vrijwillige kader, namelijk met 220 trajecten (32 procent). In beide gevallen was er in de eerste helft van 2020 nog sprake van een sterke afname (figuur 2.1.1).

2.1.1 Instroom en uitstroom jeugdreclassering1)
Maatregel1e hj 2021* (maatregelen)1e hj 2020 (maatregelen)1e hj 2019 (maatregelen)1e hj 2018 (maatregelen)1e hj 2017 (maatregelen)1e hj 2016 (maatregelen)
Totaal²⁾
Instroom275024702965285528253070
Uitstroom292025653015311530253070
T&B gedwongen
Instroom170014051845182017951800
Uitstroom183517001880199019951850
T&B vrijwillig
Instroom870880935835835915
Uitstroom905685950895825945
1)Jeugdreclasseringsmaatregelen bij personen van 12 tot en met 22 jaar. 2) Inclusief ITB Harde Kern, ITB Criem en overig.

In de eerste helft van 2021 is het aantal trajecten bij de individuele trajectbegeleiding Harde Kern met 10 afgenomen, terwijl dat bij de individuele trajectbegeleiding Criem is toegenomen met 15. Bij de individuele trajectbegeleiding Harde Kern zijn wel nog steeds 2,5 keer zo veel personen ingestroomd dan bij de individuele trajectbegeleiding Criem. Voor beide type maatregelen geldt dat de in- en uitstroom in het eerste halfjaar van 2021 meer in balans zijn dan in eerdere jaren (figuur 2.1.2).

2.1.2 Instroom en uitstroom jeugdreclassering1)
Maatregel1e hj 2021* (maatregelen)1e hj 2020 (maatregelen)1e hj 2019 (maatregelen)1e hj 2018 (maatregelen)1e hj 2017 (maatregelen)1e hj 2016 (maatregelen)
ITB Harde Kern
Instroom1251371209510095
Uitstroom12111710011585100
ITB Criem
Instroom4837558575100
Uitstroom485465909075
Overig
Instroom510152515160
Uitstroom812202530105
1)Jeugdreclasseringsmaatregelen bij personen van 12 tot en met 22 jaar. 2)Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Het aantal gestarte jeugdreclasseringstrajecten per maand in 2021 was in de maanden januari tot en met april vergelijkbaar met diezelfde periode van 2019. Vanaf maart 2021 tot en met juni 2021 is de instroom met 27 procent weer sterk afgenomen, bijna vergelijkbaar met de afname in de maanden na de uitbraak van het coronavirus in Nederland in maart 2020. Deels kan dit mogelijk verklaard worden doordat de cijfers voor de eerste helft van 2021 nog voorlopig zijn (figuur 2.1.3). 

Het aantal beëindigde jeugdreclasseringsmaatregelen is in het eerste halfjaar van 2021 bijna weer op het niveau van 2019, hoewel de uitstroom in juni 2021 een minder sterke stijging laat zien (figuur 2.1.4).

2.1.3 Instroom jeugdreclassering
JaarInstroom 2019 (Jeugdreclasseringstrajecten)Instroom 2020 (Jeugdreclasseringstrajecten)Instroom 2021* (Jeugdreclasseringstrajecten)
Januari450480420
Februari495495505
Maart520455540
April475270465
Mei490335425
Juni535440395

2.1.4 Uitstroom jeugdreclassering
JaarUitstroom 2019 (Jeugdreclasseringstrajecten)Uitstroom 2020 (Jeugdreclasseringstrajecten)Uitstroom 2021* (Jeugdreclasseringstrajecten)
Januari460390420
Februari455435535
Maart610515605
April485355470
Mei425350435
Juni580515455

2.2 Steeds minder jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel

Op peildatum 30 juni 2021 hadden 5 275 jongeren een jeugdreclasseringsmaatregel. Over de gehele periode is een dalende trend te zien. Tussen 31 december 2011 en 30 juni 2021 is het aantal jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel meer dan gehalveerd. Met uitzondering van 2019 is de afname echter nog niet zo klein geweest als in het eerste halfjaar van 2021 (figuur 2.2.1).

2.2.1 Jongeren met jeugdreclassering1)2)3)
JaarJeugdreclassering (aantal jongeren)
201111110
201210830
20139210
20147790
20157590
20166735
20176420
20185925
20195915
20205440
2021*5275
1)Personen van 12 tot en met 22 jaar met één of meerdere jeugdreclasseringsmaatregelen. 2)Voor de jaren 2005 t/m 2020 wordt gekeken naar peildatum 31 december en voor 2021 naar peildatum 30 juni 3)Door invoering van de Jeugdwet treedt met ingang van 2015 een methodebreuk op.

2.3 Jeugdreclassering bijna altijd beëindigd volgens plan

Jeugdreclassering werd in 2021 in nagenoeg alle gevallen beëindigd volgens plan. De overige mogelijke redenen van beëindiging komen nauwelijks voor. In de eerdere jaren was dat ook al het geval (figuur 2.3.1). Hierbij speelt vermoedelijk mee dat jeugdreclasseringstrajecten met tussentijdse wijzigingen, waarbij de jeugdreclassering wel ononderbroken wordt voortgezet, als één doorlopend traject worden gezien. Alleen de reden van beëindiging bij het definitieve einde van de maatregel komt daarmee in beeld in deze figuur.

2.3.1 Reden beëindiging jeugdreclassering1)
Reden1e hj 2021* (maatregelen)1e hj 2020 (maatregelen)1e hj 2019 (maatregelen)1e hj 2018 (maatregelen)1e hj 2017 (maatregelen)1e hj 2016 (maatregelen)
Totaal292025653015311530253070
Beëindiging volgens plan291025552980307529603035
Overig²⁾51040406535
1)Jeugdreclasseringsmaatregelen beëindigd in de eerste helft van het jaar. 2)Tussentijdse opheffing, overgang naar volwassen reclassering, overlijden jeugdige, terugmelding, nader besluit rechter.

2.4 Gemiddelde duur toezicht en begeleiding in vrijwillige kader blijft afnemen

Van alle afgesloten jeugdreclasseringsmaatregelen duurden de maatregelen toezicht en begeleiding in het gedwongen kader het langst. Bijna 60 procent van deze maatregelen duurde een jaar of langer (tabel 2.4.1). Bij de overige vormen van jeugdreclassering duurden de trajecten doorgaans korter dan 6 maanden, variërend van drie op de vier trajecten tot negen op de tien trajecten.

2.4.1 Doorlooptijd van jeugdreclasseringsmaatregelen, naar type maatregel, 1e hj 2021*1)
0 tot 3 maanden3 tot 6 maanden6 tot 12 maanden12 tot 24 maanden24 tot 36 maanden36 maanden of langer
Totaal 780 600 430 815 200 85
T&B: gedwongen 245 310 225 775 200 85
T&B: vrijwillig 485 200 185 35..
ITB Harde Kern 10 85 20...
ITB Criem 35 10....
Overig2)......
Bron: CBS.
1) Jeugdreclasseringsmaatregelen die werden beëindigd in het eerste halfjaar van 2021.
2) Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

De gemiddelde duur van de maatregelen is in het eerste halfjaar van 2021 gedaald met 9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Dit komt met name door de daling van de gemiddelde duur van de maatregelen toezicht en begeleiding in het gedwongen kader, waar in de twee daaraan voorafgaande jaren nog sprake was van een toenemende gemiddelde duur. Waar de gemiddelde duur van toezicht en begeleiding in het vrijwillige kader in 2019 en 2020 nog was afgenomen met achtereenvolgens 11 en 17 procent, is de afname met 1 procent nu duidelijk minder sterk (figuur 2.4.2).

2.4.2 Gemiddelde duur beëindigde maatregelen1)
Maatregel1e hj 2021* (dagen)1e hj 2020 (dagen)1e hj 2019 (dagen)1e hj 2018 (dagen)1e hj 2017 (dagen)1e hj 2016 (dagen)
Totaal368403383386423408
T&B gedwongen511543526517562577
T&B vrijwillig115117140158150143
ITB Harde Kern196190198182185197
ITB Criem109118117101100103
Overig²⁾168262163109371215
1)Jeugdreclasseringsmaatregelen die werden beëindigd in de eerste helft van het jaar. 2)Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

2.5 Ruim vier op de tien jongeren met jeugdreclassering ontvangt ook jeugdhulp

Jeugdreclassering gaat in ruim vier op de tien gevallen gepaard met de inzet van jeugdhulp. Dit is minder dan bij jeugdbescherming, waar bijna driekwart van de jongeren met een ondertoezichtstelling en 91 procent van de jongeren met voogdij ook jeugdhulp ontvangt (figuur 1.7.1 en 1.7.2). Een deel van de jongeren met jeugdreclassering is ouder dan 18 jaar en kan aanvullende zorg en hulp mogelijk ook ontvangen vanuit andere zorgdomeinen (de Wet Langdurige Zorg, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning of de Zorgverzekeringswet).

Het aandeel jongeren dat naast een jeugdreclasseringsmaatregel ook jeugdhulp ontvangt, is sinds 2016 nog niet zo hoog geweest als in het eerste halfjaar van 2021 (tabel 2.5.1). Het aandeel samenloop met jeugdhulp is het hoogst bij individuele trajectbegeleiding Harde Kern (49 procent). Hier is het aandeel ten opzichte van vorig jaar met vijf procentpunten toegenomen.

2.5.1 Inzet jeugdhulp naar type jeugdreclassering (samenloop)1)
Totaal jongeren met jeugdreclassering en ook jeugdhulpToezicht en begeleiding: gedwongen kaderToezicht en begeleiding: vrijwilligIndividuele trajectbegeleiding Harde KernIndividuele trajectbegeleiding CriemOverig2)
% van totaal jongeren met jeugdreclassering% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering% van totaal jongeren met dit type jeugdreclassering
1e hj 2016 38,4 37,6 40,8 56,5 28,4 55,6
1e hj 2017 40,7 40,7 41,9 46,5 20,8.
1e hj 2018 39,7 39,9 39,1 43,5 24,0 83,3
1e hj 2019 40,1 40,0 41,5 48,4 38,2 60,0
1e hj 2020 39,8 39,9 40,0 44,3 38,1 66,7
1e hj 2021* 41,8 42,3 39,6 49,3..
Bron: CBS.
1) Personen van 12 tot en met 22 jaar met een jeugdreclasseringsmaatregel op peildatum 30 juni die tegelijkertijd jeugdhulp ontvingen.
2)  Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.
 

2.6 Jongens vaker in jeugdreclassering dan meisjes

Op 30 juni 2021 waren meer jeugdreclasseringsmaatregelen bij jongens dan bij meisjes van kracht. Dit geldt voor ieder type jeugdreclassering. In totaal was op 4 600 jongens een jeugdreclasseringsmaatregel van toepassing. Bij meisjes bedroeg dit aantal 675 (tabel 2.6.1). Ook relatief gezien komt jeugdreclassering vaker voor bij jongens dan bij meisjes, respectievelijk bij 0,4 en 0,1 procent.

2.6.1 Jeugdreclassering naar demografische kenmerken van de jongere, peildatum 30 juni 2021*1)
Totaal aantal jongeren2)Totaal aantal jongeren met jeugd-reclasseringToezicht en begeleiding: gedwongen kaderToezicht en begeleiding: vrijwilligIndividuele traject-begeleiding Harde KernIndividuele traject-begeleiding Criemoverig4)
Totaal2 276 430 5 275 4 685 515 135 30.
Geslacht: Jongens1 162 970 4 600 4 065 455 135 30.
Geslacht: Meisjes1 113 460 675 620 55...
Leeftijd: 12 tot en met 14 jaar 572 155 230 205 30...
Leeftijd: 15 tot en met 17 jaar 599 490 2 300 1 970 290 70 25.
Leeftijd: 18 tot en met 22 jaar1 104 785 2 745 2 510 195 60..
Migratieachtergrond: Nederlands1 647 780 2 440 2 205 205 50..
Migratieachtergrond: Overig westers 207 145 460 420 35 10..
Migratieachtergrond: Niet-westers 421 505 2 375 2 060 270 75 25.
Samenstelling huishouden3): Tweeoudergezin1 533 350 1 775 1 575 170 50 15.
Samenstelling huishouden3): Éénoudergezin 420 305 2 270 2 010 235 55 10.
Samenstelling huishouden3): Overig 322 775 1 225 1 100 110 30..
Bron: CBS.
1) Personen van 12 tot en met 22 jaar met jeugdreclasseringsmaatregelen op peildatum 30 juni 2021.
2) De peildatum voor alle jongeren in Nederland is 1 januari 2021 en komt dus niet overeen met de peildatum voor jongeren met jeugdreclassering (30 juni 2021).
3) Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen pleegkinderen.
4) Scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Vergeleken met 2016 is het aandeel jongens onder jongeren met een jeugdreclasseringsmaatregel toegenomen, variërend van 8 tot 11 procentpunten voor de verschillende vormen van jeugdreclassering (figuur 2.6.2).

2.6.2 Jongeren naar geslacht1)2)
MaatregelJongens (%)Meisjes (%)
Nederland
1e hj 2021*51,0948,91
1e hj 202051,0248,98
1e hj 201951,0748,93
1e hj 201851,0948,91
1e hj 201751,1148,89
1e hj 201651,0848,92
T&B gedwongen
1e hj 2021*86,7813,22
1e hj 202083,2416,76
1e hj 201980,6819,32
1e hj 201880,2419,76
1e hj 201780,1519,85
1e hj 201679,120,9
T&B vrijwillig
1e hj 2021*88,9111,09
1e hj 202085,5914,41
1e hj 201982,4517,55
1e hj 201877,0722,93
1e hj 201777,5322,47
1e hj 201678,9521,05
Overig³⁾
1e hj 2021*97,652,35
1e hj 202098,351,65
1e hj 201993,826,18
1e hj 201896,693,31
1e hj 201795,434,57
1e hj 201686,6313,37
1) Personen van 12 tot en met 22 jaar. 2)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor de jongeren met jeugdreclassering naar 30 juni. 3) ITB Harde Kern, ITB Criem, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

De groep 15- tot en met 17-jarigen is relatief gezien het ruimst vertegenwoordigd in de jeugdreclassering. Dit betrof 2 300 jongeren (tabel 2.6.1) wat overeenkomt met 0,4 procent van alle personen in deze leeftijdsklasse. Bij de 18- tot en met 22-jarigen is dit 0,3 procent en bij de leeftijdscategorie 12- tot en met 14-jaar ligt dit aandeel flink lager: 0,04 procent. 

Van alle jongeren met jeugdreclassering neemt het aandeel jongeren van 18 tot en met 22 jaar sinds 2016 toe. Op 30 juni 2021 is inmiddels meer dan de helft tussen de 18 en 22 jaar, in was 2016 dit nog 46 procent. Het aandeel jongeren in de leeftijdscategorie 15 tot en met 17 jaar is in dezelfde periode afgenomen van 49 procent naar 44 procent. Bij toezicht en begeleiding in het gedwongen kader vormen jongeren van 18 tot en met 22 jaar altijd al de grootste groep (figuur 2.6.3).

2.6.3 Jongeren naar leeftijd1)
Maatregel12 tot en met 14 jaar (%)15 tot en met 17 jaar (%)18 tot en met 22 jaar (%)
Nederland
1e hj 2021*25,1326,3348,53
1e hj 202025,0526,7948,16
1e hj 201925,4727,1547,38
1e hj 201826,0527,4646,49
1e hj 201726,5527,4446,01
1e hj 201626,9727,3245,7
T&B gedwongen
1e hj 2021*4,3342,0953,56
1e hj 20204,0842,3253,6
1e hj 20193,2944,1552,52
1e hj 20183,3645,0851,56
1e hj 20173,546,6749,84
1e hj 20163,764749,24
T&B vrijwillig
1e hj 2021*5,4556,2338,33
1e hj 20205,8760,4233,71
1e hj 20194,5759,5935,84
1e hj 20186,1854,4539,37
1e hj 20177,0158,9634,03
1e hj 20168,2367,3424,43
Overig²⁾
1e hj 2021*4,1258,2437,06
1e hj 20204,9562,6432,42
1e hj 20193,9360,6735,39
1e hj 20183,9758,2837,75
1e hj 20175,716430,29
1e hj 20168,5962,7728,64
1)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor jongeren met jeugdreclassering naar peildatum 30 juni. 2) ITB Harde Kern, ITB Criem, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Op 30 juni 2021 was op 2 375 jongeren met niet-westerse migratieachtergrond een jeugdreclasseringsmaatregel van toepassing (tabel 2.6.1). Dit komt overeen met 0,6 procent van alle jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. Bij jongeren met westerse en Nederlandse (migratie)achtergrond was dit 0,2 procent. Sinds 2016 neemt het aandeel onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond jaarlijks af, in totaal met ruim 0,3 procentpunten.

Van alle jongeren met jeugdreclassering was het aandeel jongeren met een Nederlandse achtergrond met 46 procent op 30 juni 2021 1 procentpunt hoger dan het aandeel met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit verschilt niet heel sterk met eerdere jaren (figuur 2.6.4). Bij toezicht en begeleiding in het vrijwillige kader is het aandeel met een niet-westerse migratieachtergrond in de periode 2016-2021 met tien procentpunten het sterkst toegenomen, met name tussen de eerste helft van 2020 en die van 2021 (figuur 2.6.4).

2.6.4 Jongeren naar migratieachtergrond1)2)
MaatregelNL (%)Westers (%)Niet-westers (%)
Nederland
1e hj 2021*72,389,118,52
1e hj 202072,698,9918,31
1e hj 201973,428,6317,95
1e hj 201874,068,3117,63
1e hj 201774,748,0317,23
1e hj 201675,437,8216,74
T&B gedwongen
1e hj 2021*47,068,9543,99
1e hj 202045,638,5845,8
1e hj 201946,739,0344,25
1e hj 201846,889,0344,09
1e hj 201745,469,1445,41
1e hj 201645,378,7745,86
T&B vrijwillig
1e hj 2021*40,087,252,72
1e hj 202045,039,5145,45
1e hj 201944,548,5546,9
1e hj 201846,768,944,34
1e hj 201748,578,1843,25
1e hj 201647,649,8542,51
Overig³⁾
1e hj 2021*33,537,0659,41
1e hj 202030,776,5962,64
1e hj 201925,287,8766,85
1e hj 201824,511,9263,58
1e hj 201725,149,7165,14
1e hj 201625,067,1667,78
1)Personen van 12 tot en met 22 jaar. 2)Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor jongeren met jeugdreclassering naar peildatum 30 juni. 3)ITB Harde Kern, ITB Criem, scholings- en trainingsprogramma en (voorbereiding) gedragsbeïnvloedende maatregel.

Jeugdreclassering komt, relatief gezien, het vaakst voor in de groep thuiswonende kinderen in een éénoudergezin. Dit betrof 2 270 jongeren (tabel 2.6.1) wat overeenkomt met 0,5 procent van alle thuiswonende kinderen in een éénoudergezin. Dit aandeel is dalende sinds 2016, toen het nog 0,8 procent was. Bij thuiswonende kinderen in een tweeoudergezin (0,1 procent) en overige huishoudens (0,4 procent) ligt dit aandeel lager in het eerste halfjaar van 2021.

Van alle jongeren met jeugdreclassering op 30 juni 2021 woonde 34 procent thuis in een tweeoudergezin, 43 procent thuis in een éénoudergezin en 23 procent in een andere samenstelling van het huishouden. Over het algemeen is er geen sprake van grote ontwikkelingen hierin over de jaren heen en verschilt het niet sterk tussen de type jeugdreclasseringsmaatregelen (zie figuur 2.6.5).