Werkende mantelzorgers in beeld
Over deze publicatie
In 2024 gaf 13 procent van alle werkende 18- tot 75-jarigen aan mantelzorg te geven: 10 procent verleende mantelzorg maar voelde zich hierdoor niet zwaarbelast, 3 procent voelde zich wel zwaarbelast. Onder zowel werknemers als zelfstandigen daalde het totale percentage mantelzorgers en steeg het percentage zwaarbelaste mantelzorgers tussen 2016 en 2024. Het aantal uren zorg dat door zwaarbelaste werkende mantelzorgers werd verleend, daalde in deze periode van gemiddeld 19 uur per week naar 14 uur per week.
Het aandeel mantelzorgers was in 2024 het hoogst onder werkenden in de gezondheids- en welzijnszorg. Ten opzichte van 2016 daalde het aandeel mantelzorgers in deze bedrijfstak van 23 procent naar 21 procent in 2024. In dezelfde periode nam het aandeel zwaarbelaste mantelzorgers juist toe van 3 procent naar 5 procent. Dit blijkt uit de Gezondheidsmonitors Volwassenen en Ouderen 2016 en 2024. De Gezondheidsmonitor is een grootschalig vragenlijstonderzoek onder mensen van 18 jaar of ouder, uitgevoerd door de Gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD’en), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
1. Inleiding
De toenemende vergrijzing in Nederland stelt de samenleving voor verschillende uitdagingen. Het aandeel ouderen groeit sterk en ouderen wonen steeds langer thuis. Hoewel de gezondheidstoestand van ouderen verbeterd is ten opzichte van rond de eeuwwisseling (Bruggink, Reep, 2023), blijft het zo dat naarmate mensen ouder worden, zij vaker te maken krijgen met gezondheidsproblemen en lichamelijke beperkingen. Dit kan vervolgens weer leiden tot een toenemende vraag naar zorg. Die zorgbehoefte kan op een formele of informele manier worden ingevuld. Ook is een combinatie van beide mogelijk. Door de vergrijzing en personeelstekorten in de formele zorg is het mogelijk dat de vraag naar en het belang van informele zorg groeit. Mantelzorg is zorg die iemand geeft aan een familielid of bekende, zoals een partner, kind of vriend, als deze persoon voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. Deze zorg kan bijvoorbeeld bestaan uit het huishouden doen, wassen en aankleden, gezelschap houden, helpen bij vervoer of het regelen van geldzaken.
Veel mantelzorgers combineren hun mantelzorgtaken met een betaalde baan. Mantelzorg kan positieve en waardevolle ervaringen met zich meebrengen, maar kan in combinatie met betaald werk ook belastend zijn. De overheid stimuleert burgers om meer mantelzorg te geven, waarbij het beleid erop is gericht om de behoefte aan zorg en ondersteuning eerst in het eigen netwerk op te vangen, voordat een beroep wordt gedaan op professionele instanties (RIVM, 2021). Tegelijkertijd vindt de overheid het belangrijk dat mensen meer gaan werken en probeert de overheid het combineren van werk en zorg eenvoudiger te maken (Rijksoverheid, 2025). De verwachting is dan ook dat meer mensen te maken krijgen met de combinatie van werk en mantelzorg. Ook de Sociaaleconomische Raad pleit voor meer ondersteuning om de combinatie van werk en mantelzorg te vergemakkelijken (SER, 2026).
In 2024 gaf 14 procent van de volwassenen mantelzorg (CBS, StatLine 2024). Een groot deel van de mantelzorg wordt gegeven door mensen die een of twee ouders hebben van 80 jaar of ouder (Reep & Bruggink, 2024). De getalsmatige verhouding tussen jongeren en ouderen verandert echter als gevolg van demografische ontwikkelingen. De ouderen van de nabije toekomst hebben gemiddeld minder kinderen om op terug te kunnen vallen voor mantelzorg dan de ouderen van nu en vroeger. Ook zullen hun kinderen vaak nog werkzaam zijn tegen de tijd dat ouders hulpbehoevend worden.
Dit artikel beschrijft eerst hoe het aandeel (zwaarbelaste) mantelzorgers (van 18 tot 75 jaar) zich in 2024 heeft ontwikkeld ten opzichte van 2016, met aandacht voor verschillende achtergrondkenmerken. Vervolgens gaat het artikel dieper in op de werkende mantelzorgers. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:
- Was het percentage (zwaarbelaste) mantelzorgers in 2024 hoger of lager dan in 2016? Zijn er verschillen naar geslacht, leeftijd, financiële welvaart, sociaaleconomische categorie en het wel of niet hebben van thuiswonende kinderen?
- In welke bedrijfstakken is het percentage (zwaarbelaste) werkende mantelzorgers het hoogst? Is het aandeel (zwaarbelaste) mantelzorgers hoger onder werknemers dan onder zelfstandigen? En is er een samenhang tussen het aandeel (zwaarbelaste) mantelzorgers en het aantal uren dat iemand werkt? Is dit veranderd ten opzichte van 2016?
- Hoe is de groep zwaarbelaste werkende mantelzorgers samengesteld en is dit veranderd ten opzichte van 2016? Zijn er verschillen naar geslacht, leeftijd, het aantal uren mantelzorg dat gegeven wordt, het hebben van thuiswonende kinderen, bedrijfstak, deeltijdfactor en de ervaren gezondheid?
2. Data en methode
2.1 Gezondheidsmonitor
Dit onderzoek maakt gebruik van data uit de 2016- en 2024-edities van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen. Deze data zijn aangevuld met registergegevens over de arbeidsmarktpositie en de (financiële) welvaartspositie van mensen. De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen is een onderzoek van GGD’en, CBS en RIVM en heeft als doel om de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van de Nederlandse bevolking in kaart te brengen. In 2024 deden ruim 454 duizend personen van 18 jaar of ouder mee aan het onderzoek. Meer informatie over de onderzoeksmethode is te vinden in de onderzoeksbeschrijving. In 2016 werd de Gezondheidsmonitor uitgevoerd onder de bevolking van 19 jaar of ouder. Omdat er onder 18-jarigen weinig mantelzorgers zijn, heeft dit nauwelijks invloed op de vergelijkbaarheid met de uitkomsten van het onderzoek in 2024.
2.2 Mantelzorg
In de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen zijn de volgende vragen opgenomen over het geven van mantelzorg.
Inleidende tekst:
Mantelzorg is de zorg die u geeft aan bekenden die voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt zijn. Denk aan uw partner, ouders, kind, buren of vrienden. Deze zorg kan bestaan uit het huishouden doen, wassen en aankleden, gezelschap houden, vervoer, geldzaken regelen, enzovoorts. Mantelzorg wordt niet betaald. Een vrijwilliger vanuit een vrijwilligerscentrale is geen mantelzorger.
Vervolgens werd de vraag gesteld:
- Geeft u mantelzorg?
Deze vraag kon beantwoord worden met ‘ja’ of ‘nee’.
Mensen die ‘ja’ antwoordden kregen vervolgens de vragen:
- Hoeveel uur mantelzorg geeft u gemiddeld per week, reistijd meegerekend?
- Hoelang geeft u al mantelzorg?
De antwoordopties waren ‘korter dan drie maanden’ en ‘drie maanden of langer’.
Ten slotte kregen mensen die aangaven mantelzorg te geven de vraag:
- Sommige mensen voelen zich erg belast door de verzorging van een ander. Zij vinden de zorg zwaar en moeilijk vol te houden. Voor andere mensen geldt dat minder. Hoe belast voelt u zich door het geven van mantelzorg?
Hierop kon geantwoord worden met ‘niet of bijna niet belast’, ‘een beetje belast’, ‘redelijk zwaarbelast’, ‘erg zwaarbelast’ en ‘overbelast’.
Aan de hand van deze vragen over mantelzorg zijn de volgende afleidingen gemaakt:
- Mantelzorger:
Personen die mantelzorg geven waarbij de mantelzorg al minimaal drie maanden duurt óf de persoon minimaal 8 uur per week zorg geeft. - Zwaarbelaste mantelzorger:
Mantelzorgers die aangeven zich door die zorg 'redelijk zwaarbelast', 'erg zwaarbelast' of 'overbelast' te voelen. - Niet-zwaarbelaste mantelzorger:
Mantelzorgers die zich ‘niet of bijna niet belast’ of ‘een beetje belast’ voelen door het geven van mantelzorg. - Uren mantelzorg per week:
Het gemiddelde aantal uren mantelzorg dat per week wordt verleend door een mantelzorger.
Van ongeveer 1 procent van de mantelzorgers is onbekend of ze zwaarbelast worden door mantelzorg of niet. Deze personen worden wel meegerekend in het totale percentage mantelzorgers, maar worden niet apart weergegeven in de figuren die onderscheid maken tussen niet-zwaarbelaste en zwaarbelaste mantelzorgers.
2.3 Extra variabelen uit het SSB
Om ook uitspraken te kunnen doen over de vraag of, hoeveel en waar mantelzorgers werken, en over hun financiële welvaart, zijn de volgende variabelen vanuit het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SSB) aan de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen gekoppeld:
Financiële welvaart:
De financiële welvaart van een huishouden (en de huishoudensleden) is gebaseerd op een maat die informatie bevat over zowel het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen als het vermogen van het huishouden. Op grond daarvan zijn huishoudens geordend van laag naar hoog en in gelijke groepen ingedeeld. Huishoudens in de laagste welvaartsgroep hebben een laag inkomen én een laag vermogen. Naarmate het inkomen of vermogen hoger is, wordt een huishouden in een hogere groep ingedeeld. Huishoudens in de hoogste welvaartsgroep hebben een hoog inkomen én een hoog vermogen. Alle personen in een huishouden behoren tot dezelfde groep als het huishouden (zie ook Van den Brakel en Gidding, 2019).
Sociaaleconomische categorie:
- Werkzaam
- Uitkeringsontvanger
- Pensioenontvanger
- Scholier/student
- Geen eigen inkomen
Daarnaast zijn uitkeringsontvangers verder uitgesplitst naar type uitkering:
- Ontvanger werkloosheidsuitkering
- Bijstandsontvanger
- Ontvanger overige sociale voorziening
- Arbeidsongeschikte
Bedrijfstak:
De Standaardbedrijfsindeling (SBI) van werkenden is ingedikt tot de standaardindeling SBI10. De bedrijfstak ‘G-I Handel, vervoer en horeca’ is vervolgens opgesplitst in de afzonderlijke bedrijfstakken handel, vervoer en opslag, en horeca. Ook de bedrijfstak ‘O-Q Overheid en zorg’ is opgesplitst in de bedrijfstakken openbaar bestuur en overheidsdiensten, onderwijs en gezondheids- en welzijnszorg. De reden hiervoor is dat tussen deze bedrijfstakken verschillen in het percentage zwaarbelaste mantelzorgers werden verwacht. Hierdoor zijn uiteindelijk de volgende veertien bedrijfstakken onderscheiden:
A Landbouw, bosbouw en visserij
B tot E Nijverheid, geen bouw en energie
F Bouwnijverheid
G Handel
H Vervoer en opslag
I Horeca
J Informatie en communicatie
K Financiële dienstverlening
L Verhuur en handel van onroerend goed
M tot N Zakelijke dienstverlening
O Openbaar bestuur en overheidsdiensten
P Onderwijs
Q Gezondheids- en welzijnszorg
R tot U Cultuur, recreatie, overige diensten
Omdat in sommige bedrijfstakken relatief weinig mensen werken en daarom de aantallen zwaarbelaste mantelzorgers klein zijn (en grote marges hebben), is gekozen om niet uit te splitsen naar de veelgebruikte SBI21 indeling.
Positie in de werkkring:
- Werknemer
- Zelfstandige
Positie in de werkkring is bepaald voor alle mensen van 18 tot 75 jaar met inkomen uit loon of inkomen uit onderneming.
Deeltijdfactor:
De relatieve arbeidsduur van de baan ten opzichte van een voltijdbaan in hetzelfde bedrijf of in dezelfde bedrijfssector. In dit artikel wordt de volgende indeling gebruikt:
- Deeltijdfactor tot 0,30;
- Deelfactor van 0,30 tot 0,60;
- Deeltijdfactor van 0,60 tot 0,80;
- Deeltijdfactor van 0,80 tot 0,95;
- Deeltijdfactor van 0,95 t/m 1,00.
2.4 Analyses
Dit artikel heeft vooral als doel om uitspraken te doen over de groep werkende mantelzorgers. Daarom zijn in dit onderzoek alleen respondenten van 18 tot 75 jaar in de analyses opgenomen. Voor de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen geldt 18 jaar als de leeftijdsondergrens, terwijl 75 jaar de gebruikelijke bovengrens is die het CBS hanteert bij statistieken over arbeid.
Voordat er ingegaan wordt op de werkende mantelzorgers, worden in paragraaf 3.1 eerst alle mantelzorgers beschreven naar geslacht, leeftijd, financiële welvaart, thuiswonende kinderen en sociaaleconomische categorie. Paragraaf 3.2 gaat vervolgens in op de werkende mantelzorgers. Daarbij zijn alle mensen met loon (als werknemer) of inkomen uit eigen onderneming (als zelfstandige) als werkenden meegeteld, ook als zij meer inkomsten uit een andere bron hebben (bijvoorbeeld pensioen). Werkenden worden uitgesplitst naar bedrijfstak, positie in de werkkring en deeltijdfactor. De uitsplitsing naar deeltijdfactor heeft alleen betrekking op werknemers. Paragraaf 3.3 kijkt tot slot alleen naar de zwaarbelaste werkende mantelzorgers.
De analyses zijn uitgevoerd met SPSS. Met verschillen tussen groepen worden statistisch significante verschillen bedoeld. Om te onderzoeken of er verschillen zijn tussen groepen, is gebruikgemaakt van de SPSS-procedure Complex Samples Logistische Regressie, zodat er rekening wordt gehouden met het steekproefdesign. Voor sommige achtergrondkenmerken wordt bovendien rekening gehouden met de leeftijd van de mantelzorgers, zoals bijvoorbeeld bij het hebben van thuiswonende kinderen. Hiervoor wordt leeftijd aan bovenstaande logistische regressie toegevoegd. In paragraaf 3.3 wordt gerapporteerd over zwaarbelaste werkende mantelzorgers in 2016 en 2024. Verschillen zijn getoetst met de Chi-kwadraat toets van de SPSS-procedure Complex Samples, waarbij rekening is gehouden met het steekproefdesign.
Om te onderzoeken of het percentage mantelzorgers, het percentage zwaarbelaste mantelzorgers en het gemiddelde aantal uren mantelzorg zijn veranderd over de tijd, zijn de cijfers van 2024 vergeleken met de cijfers van 2016.
3. Resultaten
3.1 (Zwaarbelaste) mantelzorgers naar persoonskenmerken
Deze paragraaf beschrijft het aandeel mantelzorgers van 18 tot 75 jaar naar achtergrondkenmerken.
Meer vrouwen dan mannen zijn (zwaarbelaste) mantelzorger
In 2024 gaf 14 procent van de 18- tot 75-jarigen aan mantelzorg te geven: 11 procent is een niet-zwaarbelaste mantelzorger en 3 procent een zwaarbelaste mantelzorger. Vrouwen vervullen de rol van mantelzorger vaker dan mannen. Zo verleent 17 procent van de vrouwen en 11 procent van de mannen mantelzorg.
Het percentage mantelzorgers is afgenomen ten opzichte van 2016. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam daarentegen toe. Dezelfde ontwikkeling is ook zichtbaar bij mannen en vrouwen.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Mantelzorgers | Mannen | 11,5 | 10,5 |
| Mantelzorgers | Vrouwen | 18,2 | 17,1 |
| Mantelzorgers | Totaal | 14,9 | 13,8 |
| Zwaarbelaste mantelzorgers | Mannen | 1,5 | 2,1 |
| Zwaarbelaste mantelzorgers | Vrouwen | 2,7 | 4,1 |
| Zwaarbelaste mantelzorgers | Totaal | 2,1 | 3,1 |
| Niet-zwaarbelaste mantelzorgers | Mannen | 10,1 | 8,6 |
| Niet-zwaarbelaste mantelzorgers | Vrouwen | 15,8 | 13,5 |
| Niet-zwaarbelaste mantelzorgers | Totaal | 12,9 | 11,0 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Relatief veel mantelzorgers onder 55- tot 65-jarigen
In 2024 was het percentage mantelzorgers het hoogst onder 55- tot 65-jarigen. Een kwart van hen gaf mantelzorg. Dit aandeel is niet veranderd ten opzichte van 2016. Wel nam het percentage zwaarbelaste mantelzorgers in deze leeftijdsgroep toe van 3 naar 6 procent. Ook bij 35- tot 45-jarigen en 65- tot 75-jarigen bleef het percentage mantelzorgers gelijk, maar nam het percentage zwaarbelaste mantelzorgers toe.
Onder 18- tot 35-jarigen en 45- tot 55-jarigen daalde het percentage mantelzorgers tussen 2016 en 2024. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam echter ook in deze leeftijdsgroepen toe.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| 18 tot 35 jaar | 2016 | 0,6 | 4,8 |
| 18 tot 35 jaar | 2024 | 1,0 | 3,6 |
| 35 tot 45 jaar | 2016 | 1,8 | 8,2 |
| 35 tot 45 jaar | 2024 | 2,5 | 7,1 |
| 45 tot 55 jaar | 2016 | 3,1 | 17,6 |
| 45 tot 55 jaar | 2024 | 4,4 | 14,5 |
| 55 tot 65 jaar | 2016 | 3,3 | 21,8 |
| 55 tot 65 jaar | 2024 | 5,5 | 19,6 |
| 65 tot 75 jaar | 2016 | 2,1 | 16,0 |
| 65 tot 75 jaar | 2024 | 3,3 | 15,2 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Ruim 1 op de 10 mensen met thuiswonende kinderen gaf mantelzorg in 2024
Het percentage mantelzorgers was in 2024 hoger onder de mensen zonder thuiswonende kinderen dan onder mensen met thuiswonende kinderen (15 versus 13 procent). Omdat mensen met thuiswonende kinderen gemiddeld tien jaar jonger zijn dan mensen zonder thuiswonende kinderen is onderzocht of het percentage mantelzorgers ook significant verschilt tussen deze groepen wanneer rekening wordt gehouden met de leeftijdssamenstelling. Dat blijkt inderdaad het geval. Ook wanneer er rekening wordt gehouden met leeftijd is het percentage mantelzorgers hoger onder mensen zonder thuiswonende kinderen.
Zowel onder de mensen met als zonder thuiswonende kinderen is het percentage mantelzorgers gedaald ten opzichte van 2016. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers is echter in beide groepen toegenomen van 2 naar 3 procent.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Geen thuiswonende kinderen | 2016 | 2,1 | 13,7 |
| Geen thuiswonende kinderen | 2024 | 3,2 | 11,9 |
| Thuiswonende kinderen | 2016 | 2,1 | 12,1 |
| Thuiswonende kinderen | 2024 | 3,0 | 10,0 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Meer mantelzorgers onder mensen met een hogere financiële welvaart
In de groep met de hoogste financiële welvaart was het aandeel mantelzorgers in 2024, met 16 procent, hoger dan in de groepen met een lagere financiële welvaart. Vergeleken met 2016 nam het aandeel mantelzorgers in de groep met de hoogste financiële welvaart echter af. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam daarentegen toe in deze welvaartsgroep van 2 naar 3 procent.
Het percentage mantelzorgers is ook in het derde en vierde kwintiel afgenomen, terwijl het percentage zwaarbelaste mantelzorgers in alle welvaartsgroepen toenam.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Financiële welvaart: laagste kwintiel | 2016 | 2,4 | 8,9 |
| Financiële welvaart: laagste kwintiel | 2024 | 2,9 | 8,7 |
| Financiële welvaart: tweede kwintiel | 2016 | 2,3 | 11,8 |
| Financiële welvaart: tweede kwintiel | 2024 | 3,3 | 10,5 |
| Financiële welvaart: derde kwintiel | 2016 | 1,8 | 12,6 |
| Financiële welvaart: derde kwintiel | 2024 | 3,1 | 10,5 |
| Financiële welvaart: vierde kwintiel | 2016 | 2,0 | 13,3 |
| Financiële welvaart: vierde kwintiel | 2024 | 3,1 | 11,0 |
| Financiële welvaart: hoogste kwintiel | 2016 | 2,2 | 16,0 |
| Financiële welvaart: hoogste kwintiel | 2024 | 3,2 | 13,1 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Het percentage mantelzorgers daalt in bijna alle sociaaleconomische categorieën
Uit de analyse van de sociaaleconomische categorieën blijkt dat het aandeel mantelzorgers in 2024 het hoogst was onder pensioenontvangers en mensen zonder inkomen (19 procent en 18 procent). Hoewel het percentage mantelzorgers het hoogst is in deze sociaaleconomische categorieën, is het aantal mantelzorgers het hoogst onder de werkenden. Werkenden vertegenwoordigen namelijk 63 procent van de sociaaleconomische categorieën in de leeftijdsgroep van 18 tot 75 jaar. Het percentage mantelzorgers is in alle sociaaleconomische categorieën gedaald ten opzichte van 2016, behalve bij mensen met een uitkering. Bij hen bleef het aandeel mantelzorgers gelijk.
Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers is het hoogst onder uitkeringsontvangers: 5 procent van hen voelt zich zwaarbelast door het geven van mantelzorg. Dit hangt samen met hun minder goede ervaren gezondheid. Van de uitkeringsontvangers had 40 procent een (zeer) goede ervaren gezondheid. Dat is lager dan bij de werkenden (84 procent), scholieren en studenten (83 procent), mensen zonder inkomen (72 procent) en pensioenontvangers (69 procent). Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers steeg in alle sociaaleconomische categorieën, met uitzondering van scholieren en studenten.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Werkzaam | 2016 | 1,9 | 12,5 |
| Werkzaam | 2024 | 3,1 | 10,9 |
| Uitkeringsontvanger | 2016 | 3,6 | 12,9 |
| Uitkeringsontvanger | 2024 | 4,9 | 11,6 |
| Pensioenontvanger | 2016 | 2,2 | 16,7 |
| Pensioenontvanger | 2024 | 3,3 | 15,4 |
| Scholier/student | 2016 | 0,4 | 4,6 |
| Scholier/student | 2024 | 0,5 | 3,1 |
| Geen inkomen | 2016 | 2,9 | 17,2 |
| Geen inkomen | 2024 | 3,9 | 14,2 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Toename van zwaarbelaste mantelzorgers bij vrijwel alle uitkeringsgroepen
Mensen met een uitkering kunnen verschillende soorten uitkeringen ontvangen. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers was in 2024 hoger onder mensen met een uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid (6 procent) dan onder mensen met een werkloosheidsuitkering of bijstandsuitkering (beide 4 procent). Er was geen verschil in het percentage zwaarbelaste mantelzorgers tussen mensen met een uitkering wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid en mensen met een overige uitkering sociale voorzieningen (5 procent).
Onder mensen met een werkloosheidsuitkering is het percentage mantelzorgers gedaald ten opzichte van 2016. Voor de overige uitkeringen waren er geen verschillen tussen 2016 en 2024. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers was in 2024 hoger voor alle groepen uitkeringsontvangers, behalve bij de mensen met een bijstandsuitkering.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Ontvanger werkloosheidsuitkering | 2016 | 2,4 | 18,4 |
| Ontvanger werkloosheidsuitkering | 2024 | 3,5 | 14 |
| Bijstandsontvanger | 2016 | 3,4 | 9,5 |
| Bijstandsontvanger | 2024 | 3,8 | 9,5 |
| Ontvanger overige sociale voorziening | 2016 | 2,5 | 11,4 |
| Ontvanger overige sociale voorziening | 2024 | 4,9 | 9,8 |
| Arbeidsongeschikte | 2016 | 4,8 | 13,4 |
| Arbeidsongeschikte | 2024 | 6,1 | 13,2 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Daling van het aantal uren mantelzorg
Het aantal uren zorg dat mantelzorgers gemiddeld geven per week is gedaald van 11 uur in 2016 naar 10 uur in 2024. Onder zwaarbelaste mantelzorgers daalde het aantal uren mantelzorg van 24 uur naar 17 uur, en onder niet-zwaarbelaste mantelzorgers van 9 uur naar 8 uur. Zowel in 2016 als in 2024 gaven zwaarbelaste mantelzorgers meer uren mantelzorg op dan niet-zwaarbelaste mantelzorgers.
| 2016 (Aantal uren) | 2024 (Aantal uren) | |
|---|---|---|
| Zwaarbelaste mantelzorgers | 23,9 | 17,4 |
| Niet-zwaarbelaste mantelzorgers | 8,6 | 7,6 |
| Totaal | 10,8 | 9,8 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
3.2 Werkende mantelzorgers
Deze paragraaf beschrijft het aandeel mantelzorgers binnen de werkende bevolking van 18 tot 75 jaar. In 2024 gaf 13 procent van alle werkende 18- tot 75-jarigen aan mantelzorg te geven: ruim 10 procent verleende mantelzorg maar voelde zich hierdoor niet, ruim 3 procent voelde zich wel zwaarbelast. Het percentage werkende mantelzorgers was in 2024 lager dan in 2016. Toen gaf 14 procent van de werkende 18- tot 75- jarigen mantelzorg, waarbij 12 procent zich niet zwaarbelast voelde en 2 procent wel.
Hoogste percentage mantelzorgers in gezondheids- en welzijnszorg
In 2024 was het aandeel mantelzorgers met 21 procent het hoogst in de gezondheids- en welzijnszorg. In deze bedrijfstak werken relatief veel vrouwen, die vaker dan mannen mantelzorg verlenen. In de bedrijfstak informatie en communicatie en in de bouwnijverheid, waar meer mannen werken, is het percentage mantelzorgers laag (StatLine, 2024b). Ook in de horeca is het percentage mantelzorgers laag. Hierbij speelt leeftijd een rol. In de horeca werken namelijk relatief veel jongeren en het percentage jongeren dat mantelzorg geeft is relatief laag (StatLine, 2024b).
In de gezondheids- en welzijnszorg gaf 5 procent aan zwaarbelast te zijn door mantelzorg, 16 procent gaf aan hier niet zwaar door belast te zijn. Het aandeel mantelzorgers is in deze bedrijfstak afgenomen van 23 procent in 2016 naar 21 procent in 2024. Het percentage niet-zwaarbelaste mantelzorgers daalde van 20 naar 16 procent, terwijl het percentage zwaarbelaste mantelzorgers in dezelfde periode juist toenam van 3 naar 5 procent.
Ook in de bedrijfstakken nijverheid (geen bouw en energie), handel, vervoer en opslag, horeca, informatie en communicatie, en onderwijs nam het percentage mantelzorgers af in de periode 2016 tot en met 2024. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam daarentegen in alle bedrijfstakken toe, behalve in de verhuur en handel van onroerend goed. In een groot deel van de bedrijfstakken was het percentage zwaarbelaste mantelzorgers in 2024 twee keer zo hoog als in 2016.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | |
|---|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 2,8 | 19,8 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 2,7 | 14,4 |
| Onderwijs | 2,6 | 13,6 |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 2,3 | 13,7 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 1,2 | 14,3 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 1,9 | 11,5 |
| Financiële dienstverlening | 1,6 | 10,6 |
| Nijverheid, geen bouw en energie | 1,5 | 10,4 |
| Vervoer en opslag | 1,6 | 10,2 |
| Zakelijke dienstverlening | 1,4 | 9,5 |
| Handel | 1,2 | 9,4 |
| Bouwnijverheid | 1,2 | 8,6 |
| Informatie en communicatie | 1,0 | 7,5 |
| Horeca | 0,8 | 7,5 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | |
|---|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 4,5 | 16,2 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 4,0 | 12,9 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 2,7 | 13,6 |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 4,0 | 11,8 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 2,5 | 12,9 |
| Onderwijs | 3,6 | 10,8 |
| Financiële dienstverlening | 2,1 | 10,6 |
| Nijverheid, geen bouw en energie | 2,5 | 9,0 |
| Vervoer en opslag | 2,4 | 9,1 |
| Zakelijke dienstverlening | 2,3 | 8,6 |
| Handel | 2,0 | 8,0 |
| Informatie en communicatie | 2,3 | 7,2 |
| Bouwnijverheid | 1,8 | 7,5 |
| Horeca | 1,5 | 5,6 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
Meer zwaarbelaste mantelzorgers onder werknemers en zelfstandigen
In 2024 was het percentage mantelzorgers onder de werknemers iets lager dan in 2016 (13 procent versus 14 procent). Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam in deze periode toe van 2 naar 3 procent.
Ook onder zelfstandigen daalde het percentage mantelzorgers tussen 2016 en 2024 (van 17 naar 16 procent), terwijl het percentage zwaarbelaste mantelzorgers toenam van 2 naar 3 procent.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Werknemer | 2016 | 1,8 | 11,9 |
| Werknemer | 2024 | 2,9 | 10,1 |
| Zelfstandige | 2016 | 2,3 | 14,5 |
| Zelfstandige | 2024 | 3,2 | 12,9 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
Hoogste aandeel mantelzorgers onder werknemers met deeltijdfactor 0,60 tot 0,80
In 2024 was het percentage mantelzorgers met 18 procent het hoogst onder werknemers met een middelgrote deeltijdbaan van 60 tot 80 procent, ook wanneer rekening wordt gehouden met geslacht. Dit percentage was vrijwel gelijk aan 2016. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers was binnen deze groep werknemers echter twee keer zo hoog als in 2016 (4 procent versus 2 procent).
Onder werknemers in de kleine deeltijdbanen tot 60 procent en grote deeltijdbanen boven de 95 procent daalde het percentage mantelzorgers. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam in elke deeltijdgroep toe.
| Zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | Niet-zwaarbelaste mantelzorgers (% ) | ||
|---|---|---|---|
| Deeltijdfactor tot 0,30 | 2016 | 1,4 | 12,2 |
| Deeltijdfactor tot 0,30 | 2024 | 1,8 | 7,6 |
| Deeltijdfactor 0,30 tot 0,60 | 2016 | 2 | 16 |
| Deeltijdfactor 0,30 tot 0,60 | 2024 | 3,2 | 12,3 |
| Deeltijdfactor 0,60 tot 0,80 | 2016 | 2,2 | 15,8 |
| Deeltijdfactor 0,60 tot 0,80 | 2024 | 4,1 | 14,4 |
| Deeltijdfactor 0,80 tot 0,95 | 2016 | 2,1 | 12 |
| Deeltijdfactor 0,80 tot 0,95 | 2024 | 3,5 | 10,8 |
| Deeltijdfactor 0,95 tot 1,00 | 2016 | 1,5 | 9,5 |
| Deeltijdfactor 0,95 tot 1,00 | 2024 | 2,4 | 8,3 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |||
3.3. Zwaarbelaste werkende mantelzorgers
Deze paragraaf beschrijft de samenstelling van de groep zwaarbelaste werkende mantelzorgers van 18 tot 75 jaar.
Zwaarbelaste werkende mantelzorgers in 2024 gemiddeld ouder dan in 2016
In 2024 was 64 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers een vrouw. Dat percentage is vrijwel niet veranderd ten opzichte van 2016. De leeftijdsverdeling van deze groep is wel veranderd tussen 2016 en 2024. Zo is de gemiddelde leeftijd van de zwaarbelaste mantelzorgers toegenomen van 49 jaar naar 51 jaar. Dit is ook terug te zien in verschuivingen tussen leeftijdsgroepen. Zo is er een verschuiving van de leeftijdsgroepen van 35 tot 55 jaar naar de leeftijdsgroepen van 55 jaar of ouder. In 2024 vormden de oudere leeftijdsgroepen van 55 tot 65 jaar en 65 tot 75 jaar een groter deel van de totale groep zwaarbelaste werkende mantelzorgers dan in 2016. Het aantal uren mantelzorg dat zwaarbelaste werkende mantelzorgers gemiddeld per week geven is tussen 2016 en 2024 gedaald van 19 uur naar 14 uur.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | |
|---|---|---|
| 18 tot 35 jaar | 9,4 | 10,6 |
| 35 tot 45 jaar | 19,3 | 15,9 |
| 45 tot 55 jaar | 37,7 | 30,2 |
| 55 tot 65 jaar | 30,5 | 37,0 |
| 65 tot 75 jaar | 3,2 | 6,3 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
Helft van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers had thuiswonende kinderen in 2024
In 2024 had 52 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers thuiswonende kinderen. Dat is minder dan de 57 procent in 2016. Mogelijk speelt leeftijd hierbij een rol. In 2024 waren de zwaarbelaste mantelzorgers gemiddeld ouder waardoor kinderen mogelijk al het huis uit waren.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | |
|---|---|---|
| Geen thuiswonende kinderen | 42,5 | 47,7 |
| Thuiswonende kinderen | 57,5 | 52,3 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
1 op de 3 zwaarbelaste werkende mantelzorgers heeft een hoge financiële welvaart
In 2024 had 35 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers een hoge financiële welvaart (vijfde kwintiel). Een relatief klein deel had een lage financiële welvaart (eerste kwintiel). Ook in 2016 had 1 op de 3 zwaarbelaste werkende mantelzorgers een hoge financiële welvaart. Onder de groep met de laagste financiële welvaart is het percentage werkende mensen het laagst.
Er waren in 2024 minder zwaarbelaste werkende mantelzorgers met een lage financiële welvaart (eerste kwintiel) dan in 2016: 5 procent versus 8 procent. Voor de andere welvaartsgroepen waren er geen verschillen tussen 2016 en 2024.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | |
|---|---|---|
| Financiële welvaart: laagste kwintiel | 7,7 | 5,3 |
| Financiële welvaart: tweede kwintiel | 15,2 | 13,6 |
| Financiële welvaart: derde kwintiel | 18,7 | 19,9 |
| Financiële welvaart: vierde kwintiel | 25,7 | 26,0 |
| Financiële welvaart: hoogste kwintiel | 32,7 | 34,7 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
27 procent van de zwaarbelaste mantelzorgers werkt in de gezondheids-en welzijnszorg
Er vonden tussen 2016 en 2024 geen noemenswaardige verschuivingen plaats naar de bedrijfstak waarin zwaarbelaste mantelzorgers werken. In 2024 werkte 27 procent in de gezondheids- en welzijnszorg, 13 procent werkte in de zakelijke dienstverlening en 11 procent in het onderwijs.
| 2024 (% ) | |
|---|---|
| Gezondheids- en welzijnszorg | 27,4 |
| Zakelijke dienstverlening | 13,4 |
| Onderwijs | 10,7 |
| Openbaar bestuur en overheidsdiensten | 9,7 |
| Handel | 9,3 |
| Nijverheid, geen bouw en energie | 7,9 |
| Cultuur, recreatie, overige diensten | 6 |
| Informatie en communicatie | 3,7 |
| Vervoer en opslag | 3,2 |
| Bouwnijverheid | 2,4 |
| Financiële dienstverlening | 2,4 |
| Horeca | 1,9 |
| Landbouw, bosbouw en visserij | 1,3 |
| Verhuur en handel van onroerend goed | 0,7 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | |
Meer zwaarbelaste werkende mantelzorgers naarmate deeltijdfactor hoger is
In 2024 werkten meer zwaarbelaste mantelzorgers als werknemer dan in 2016 (85 procent versus 81 procent). Het percentage zwaarbelaste, als werknemer werkende, mantelzorgers is in 2024 hoger naarmate de deeltijdfactor stijgt. Bijna 4 op de 10 zwaarbelaste mantelzorgers werkte in een grote deeltijdbaan van 95 tot 100 procent. Dit is ongeveer gelijk aan 2016. Het aandeel zwaarbelaste werknemers met een grote deeltijdbaan van 80 tot 95 procent is in dezelfde periode toegenomen van 18 procent naar 23 procent. Voor de andere deeltijdfactoren zijn er geen significante veranderingen tussen 2016 en 2024.
| 2016 (% ) | 2024 (% ) | |
|---|---|---|
| Deeltijdfactor tot 0,30 | 4,8 | 3,9 |
| Deeltijdfactor 0,30 tot 0,60 | 15,4 | 12,9 |
| Deeltijdfactor 0,60 tot 0,80 | 18,5 | 21,2 |
| Deeltijdfactor 0,80 tot 0,95 | 18,4 | 22,8 |
| Deeltijdfactor 0,95 tot 1,00 | 42,9 | 39,2 |
| Bron: GGD’en, CBS en RIVM | ||
7 op de 10 zwaarbelaste werkende mantelzorgers ervaren een goede gezondheid
In 2024 beoordeelde 70 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers de eigen gezondheid als (zeer) goed . Dat is vergelijkbaar met het aandeel in 2016, ondanks de hogere gemiddelde leeftijd van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers in 2024. Onder de werkende mantelzorgers die zich niet zwaarbelast voelden door mantelzorg had 83 procent een (zeer) goede ervaren gezondheid in 2024. Onder de totale bevolking van 18 tot 75 jaar was dit 77 procent.
4. Conclusie
In 2024 gaf 14 procent van alle 18- tot 75-jarigen (werkend en niet-werkend) aan mantelzorg te geven. Daarbij verleende 11 procent mantelzorg zonder zich zwaarbelast te voelen, 3 procent is wel een zwaarbelaste mantelzorger. Vooral vrouwen en 55- tot 65-jarigen geven aan mantelzorg te geven en voelen zich hierdoor zwaar belast.
Het percentage mantelzorgers is gedaald ten opzichte van 2016. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam daarentegen toe. De toename van het percentage zwaarbelaste mantelzorgers vond plaats in vrijwel alle leeftijdsgroepen en financiële welvaartsgroepen, en zowel onder mantelzorgers met als zonder thuiswonende kinderen. Behalve onder scholieren, studenten en mensen met een bijstandsuitkering steeg het percentage zwaarbelaste mantelzorgers ook in alle sociaaleconomische categorieën. Niet alleen is het percentage mantelzorgers afgenomen, ook het aantal uren mantelzorg is gedaald van gemiddeld 11 uur per week in 2016 naar 10 uur in 2024. Zowel onder zwaarbelaste mantelzorgers als onder niet-zwaarbelaste mantelzorgers daalde het aantal uren mantelzorg.
In 2024 gaf 13 procent van alle werkende 18- tot 75-jarigen mantelzorg: 10 procent verleende mantelzorg maar voelde zich hierdoor niet zwaarbelast, 3 procent voelde zich wel zwaarbelast.
Ook onder de werkende bevolking nam het percentage mantelzorgers af tussen 2016 en 2024 en steeg het percentage zwaarbelaste mantelzorgers. Het aantal uren mantelzorg nam eveneens af in deze periode. In de gezondheids- en welzijnszorg was het aandeel mantelzorgers in 2024 het hoogst (21 procent). Bijna 5 procent van de werkenden in de gezondheids- en welzijnszorg gaf aan zwaarbelast te zijn door de mantelzorg. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam in alle bedrijfstakken toe, behalve in de verhuur en handel van onroerend goed. Zowel onder werknemers als onder zelfstandigen daalde het percentage mantelzorgers en steeg het percentage zwaarbelaste mantelzorgers tussen 2016 en 2024. Als er gekeken wordt naar de deeltijdfactor van werknemers is het percentage mantelzorgers gedaald in de groepen met een deeltijdfactor tot 0,60 en in de groep met een deeltijdfactor van boven de 0,95. Het percentage zwaarbelaste mantelzorgers nam in iedere deeltijdfactorgroep toe.
In 2024 was 64 procent van de zwaarbelaste werkende mantelzorgers een vrouw. De gemiddelde leeftijd van zwaarbelaste werkende mantelzorgers is toegenomen van 49 jaar in 2016 naar 51 jaar in 2024. Het aantal uren mantelzorg dat zwaarbelaste werkende mantelzorgers wekelijks geven, is in dezelfde periode gedaald van 19 uur tot 14 uur. Er vonden tussen 2016 en 2024 geen significante verschuivingen plaats naar de bedrijfstak waarin zwaarbelaste mantelzorgers werken. 27 procent van de mantelzorgers werkte in 2024 in de gezondheids- en welzijnszorg. En bijna 4 op de 10 zwaarbelaste mantelzorgers werkten (bijna) voltijd, dat wil zeggen met een deeltijdfactor van 0,95 tot 1,00. Dit was ongeveer gelijk aan 2016. Het aandeel zwaarbelaste mantelzorgers met een deeltijdfactor van 0,80 tot 0,95 is toegenomen van 18 procent in 2016 naar 23 procent in 2024. Onder de zwaarbelaste werkende mantelzorgers had 30 procent een minder dan goede ervaren gezondheid in 2024, dat is vrijwel gelijk aan 2016.
Op basis van dit artikel kan geconcludeerd worden dat het percentage mantelzorgers is gedaald tussen 2016 en 2024 en dat het percentage zwaarbelaste mantelzorgers is toegenomen. Die toename ziet men zowel onder de werkende als niet-werkende mantelzorgers, in zo goed als alle bedrijfstakken, in alle groepen deeltijdfactoren en zowel onder zelfstandigen als werknemers. Het aantal uren mantelzorg is gedaald onder zowel zwaarbelaste als niet-zwaarbelaste mantelzorgers.
Er was geen informatie beschikbaar over de persoon of personen aan wie mantelzorg werd gegeven en welk soort mantelzorg er werd gegeven. Daardoor kon niet worden nagegaan of deze factoren een rol spelen bij het wel of niet zwaarbelast voelen van een mantelzorger.
In dit artikel werd alleen onderzoek gedaan naar mantelzorg. Een andere vorm van informele hulp is vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning (SCP, 2020). Of het aantal vrijwilligers in de zorg ook daalt of juist toeneemt, kan niet worden onderzocht in de Gezondheidsmonitor. Verder onderzoek is nodig om te bekijken wat de maatschappelijke gevolgen zijn van de toename van het percentage zwaarbelaste mantelzorgers.
Literatuur
Brakel van den, M. & Gidding, K.(2019). Hoe is de financiële welvaart verdeeld?
Bruggink, J. & Reep, C. (2023). Minder beperkingen onder 75- tot 85-jarigen dan rond de eeuwwisseling.
CBS, StatLine (2024). Gezondheidsmonitor; bevolking 18 jaar of ouder, regio, 2024. Geraadpleegd op 22 februari 2026.
CBS, StatLine (2024b). Werkzame beroepsbevolking; bedrijf. Geraadpleegd op 26 februari 2026.
CBS (2023). Mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg.
Reep, C. & Bruggink J. (2024). Vader en moeder op leeftijd. Mantelzorg door kinderen van 80-plussers.
Rijksoverheid (2025). Kabinet wil het makkelijker maken om werk te combineren met zorg.Geraadpleegd op 22 februari 2026.
RIVM (2021). Werkende mantelzorgers van ouderen.
SCP (2020). Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019.
SER (2026). Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving - Een integrale aanpak voor een werkende combinatie.