Overheidstekort en -schuld toegenomen in 2025

Over deze publicatie

In deze publicatie wordt een overzicht gegeven van de overheidsfinanciën in 2025. Het tekort van de overheid liep verder op, van 8 miljard euro in 2024 naar 19 miljard euro in 2025. De overheidsschuld steeg met 32 miljard euro tot 524 miljard euro. De schuldquote nam hierdoor toe van 44,0 naar 44,7 procent, de eerste stijging sinds 2020.

1. Tekort overheid opgelopen

Het tekort van de overheid kwam in 2025 uit op 18,9 miljard euro, tegenover 8,1 miljard euro in het voorgaande jaar. Zowel de uitgaven als de inkomsten namen toe, maar bij de uitgaven was de toename groter. Daardoor liep het tekort op. Uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) komt het overheidssaldo van 2025 uit op -1,6 procent. In 2024 was dit -0,7 procent. Hiermee voldoet Nederland aan de Europese tekortnorm, die stelt dat het tekort niet meer dan 3 procent van het bbp mag bedragen. In het coronajaar 2020 lag het tekort voor het laatst boven de 3 procent. Door de uitzonderlijke omstandigheden tijdens de coronacrisis had de Europese Commissie de begrotingsregels echter tijdelijk opgeschort. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht in zijn meest recente raming dat het tekort in 2026 oploopt naar 2,8 procent.

1.0.1 Overheidssaldo
 Centrale overheid (% bbp)Lokale overheid (% bbp)Socialezekerheidsfondsen (% bbp)Totaal (% bbp)
'00-0,301,41,1
'01-0,3-0,20-0,5
'02-1,3-0,5-0,4-2,2
'03-2,8-0,50-3,2
'04-1,6-0,30,1-1,8
'05-0,1-0,3-0,1-0,5
'060,6-0,3-0,30
'070,3-0,3-0,1-0,2
'080,1-0,70,5-0,1
'09-3-0,9-1,2-5,1
'10-3,9-1,1-0,3-5,3
'11-2,7-0,6-1,1-4,4
'12-2,9-0,4-0,5-3,8
'13-1,3-0,4-1,3-2,9
'14-1-0,2-1-2,2
'15-1,6-0,20-1,8
'16-0,90,11,10,2
'171,1-0,10,31,4
'180,9-0,20,81,5
'191,3-0,30,81,9
'20-4-0,20,5-3,7
'21-3,30,20,9-2,3
'22-1,40,31,10
'23-2,1-0,21,9-0,3
'24-1,8-0,21,3-0,7
'25*-2,1-0,30,8-1,6
*voorlopige cijfers

De toename van het tekort in 2025 komt vooral door ontwikkelingen van de begrotingssaldi van de Rijksoverheid en de socialezekerheidsfondsen. Bij het Rijk nam het tekort toe van 20,2 miljard euro naar 25,0 miljard euro. De socialezekerheidsfondsen sloten 2025 daarentegen af met een overschot van 9,6 miljard euro, maar dit was wel 4,5 miljard euro lager dan in 2024. Hiermee is 2025 het tiende achtereenvolgende jaar waarin de uitgaven van de socialezekerheidsfondsen lager liggen dan de inkomsten. Bij de gemeenten liep het tekort op van 1,9 miljard euro in 2024 naar 2,5 miljard euro in 2025, het grootste tekort sinds 2012. Bij de overige sectoren van de overheid was de bijdrage aan het overheidssaldo beperkter van omvang.

1.0.2 Overheidssaldo (mld euro)
20212022202320242025*
Rijksoverheid-29,9-14,5-21,7-20,2-25,0
Overige centrale overheid0,20,5-0,70,60,5
Gemeenten0,42,2-1,2-1,9-2,5
Gemeenschappelijke regelingen0,00,00,00,00,1
Provincies-0,3-0,20,00,5-0,3
Waterschappen-0,1-0,2-0,4-0,5-0,7
Overige lokale overheden1,61,00,0-0,9-0,7
Socialezekerheidsfondsen7,911,320,414,29,6
Overheidssaldo-20,20,0-3,6-8,1-18,9
* Voorlopige cijfers
Bron: CBS

2. Inkomsten overheid boven de 500 miljard euro

De overheidsinkomsten stegen in 2025 met 4 procent naar 510,2 miljard euro. De toename komt volledig door de belastingen en sociale premies, die goed zijn voor 90 procent van de totale inkomsten van de overheid. Daar tegenover staat dat de overheid minder verdiende aan de winning van aardgas. Doordat de stijging van de inkomsten uit belastingen en premies relatief beperkt was en de inkomsten uit aardgas afnamen, stegen de overheidsinkomsten in 2025 minder hard dan in voorgaande jaren.

2.0.1 Overheidsinkomsten (mld euro)
20212022202320242025*
Belastingen en sociale premies349,3379,4413,1439,3460,5
Inkomsten uit productieactiviteiten29,736,731,836,236,1
Overige inkomensoverdrachten4,94,95,45,25,1
Rente1,11,63,13,64,4
Winstuitkeringen2,01,92,12,31,6
Inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen1,34,31,61,71,3
Overige inkomsten0,81,31,41,21,2
Totaal389,1430,0458,6489,4510,2
* Voorlopige cijfers
Bron: CBS

2.1 Collectievelastendruk onveranderd

De overheid ontving in 2025 voor 460,5 miljard euro aan belastingen en sociale premies, 5 procent meer dan in het voorgaande jaar. Dit is een kleinere toename dan in de voorliggende jaren. Om de ontwikkeling van de inkomsten uit belastingen en premies in perspectief te plaatsen worden deze vaak uitgedrukt als percentage van het bbp. De uitkomst hiervan is de zogenoemde collectievelastendruk. Deze lag in 2025 op 38,8 procent, gelijk aan de voorgaande twee jaren.

2.1.1 Belastingen en sociale premies
 2025* (mld euro)2024 (mld euro)
Loon- en inkomstenheffing147,2144,5
Belasting over de toegevoegde waarde (btw)83,279,0
Zorgverzekeringsfonds60,657,0
Vennootschapsbelasting49,945,2
Arbeidsongeschiktheidsfonds26,924,9
Accijnzen11,512,0
Algemeen Werkloosheidsfonds11,010,1
Energiebelasting10,110,0
Motorrijtuigenbelasting7,26,8
Dividendbelasting6,76,4
Onroerendezaakbelasting6,25,6
Overige belastingen en sociale premies40,037,8
*voorlopige cijfers

De toename van overheidsinkomsten uit belastingen en sociale premies wordt gedrukt doordat de grootste inkomstenbron van de overheid, de loon- en inkomstenheffing (loon- en inkomstenbelasting plus premies volksverzekeringen), beperkt steeg. Deze nam met 2 procent toe tot 147,2 miljard euro. Enerzijds stuwde een relatief sterke loonstijging de loon- en inkomstenheffing. Hier staat echter tegenover dat de opbrengst van de inkomstenbelasting uit box 2 een stuk lager was dan in 2024. Dit komt vooral doordat in 2024 het tarief van box 2 van de inkomstenbelasting is aangepast. Hogere inkomsten worden hierbij zwaarder belast. Directeur grootaandeelhouders hebben waarschijnlijk om deze reden eind 2023 meer winst aan zichzelf uitgekeerd, waardoor de winstuitkering nog onder het oude tarief viel. Bij een dergelijke winstuitkering wordt eerst als voorheffing dividendbelasting geheven. Vervolgens wordt dit later verrekend met de inkomstenbelasting in het daaropvolgende jaar. Dit zorgde voor een hogere opbrengst van de inkomstenbelasting in 2024.

De vennootschapsbelasting leverde de grootste bijdrage aan de toename van de overheidsinkomsten uit belastingen en sociale premies. De inkomsten uit deze winstbelasting namen met 4,7 miljard euro toe tot 49,9 miljard euro. De inkomsten uit btw stegen onder impuls van hogere prijzen voor goederen en diensten en toegenomen consumptie naar 83,2 miljard euro, 5 procent meer dan in 2024. 

Daarnaast droegen ook de premies voor het Zorgverzekeringsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds sterk bij aan de toegenomen opbrengsten uit belastingen en sociale premies. De premieopbrengst voor het Zorgverzekeringsfonds steeg van 57,0 miljard euro naar 60,6 miljard euro. Voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds nam dit met 8 procent toe tot 26,9 miljard euro. Beide stijgingen komen vooral doordat zowel het premiepercentage als de loonsom waarover de premie wordt betaald hoger was dan voorgaand jaar.

De inkomsten uit de overdrachtsbelasting namen met bijna een kwart toe, van 3,8 miljard euro in 2024 naar 4,7 miljard euro in 2025. Dit komt doordat zowel het aantal verkochte woningen als de gemiddelde verkoopprijs stegen. In de afgelopen tien jaar is de opbrengst van de overdrachtsbelasting verdubbeld. Hierbij profiteerde de schatkist vooral van de gestegen huizenprijzen, die voor bestaande woningen toenamen van gemiddeld 244 duizend euro in 2016 naar 480 duizend euro in 2025.

2.1.2 Gemiddelde verkoopprijs bestaande woningen
JaarGemiddelde verkoopprijs bestaande woningen (euro)
'16243837
'17263295
'18287267
'19307978
'20334488
'21386714
'22428591
'23416153
'24450985
'25*479527
*voorlopig cijfer

Naast de overdrachtsbelasting kenden ook de premieontvangsten voor de Werkhervattingskas een relatief grote toename. Deze namen met 22 procent toe tot  2,8 miljard euro, vooral doordat zowel het premiepercentage als de loonsom waarover premie wordt betaald hoger lagen dan in het voorgaande jaar. De Werkhervattingskas financiert bepaalde uitkeringen voor arbeidsongeschikte werknemers.

Tegenover de stijgingen staan ook enkele dalingen in de belastinginkomsten. Zo nam de opbrengst van de emissierechten af van 1,7 miljard euro naar 0,9 miljard euro. De inkomsten waren in 2024 incidenteel hoger door een verandering in het tijdsschema van veilingen en het inleveren van de rechten. De overheidsinkomsten uit tabaksaccijns daalden met 15 procent tot 2,5 miljard euro. In vergelijking met 2023 namen de inkomsten zelfs met bijna een vijfde af, ondanks het feit dat de tarieven toen lager waren. De daling van de opbrengst van de tabaksaccijns is een combinatie van meerdere factoren. Zo speelt mee dat het aantal rokers gestaag daalt. Daarnaast geven meer rokers aan sigaretten in het buitenland te kopen. 

3. Uitgaven overheid 6 procent hoger

In 2025 gaf de overheid 529,1 miljard euro uit, 6 procent meer dan in het voorgaande jaar. De overheidsuitgaven stegen, net als de laatste jaren, sneller dan het bbp. Uitgedrukt als percentage van het bbp namen de overheidsuitgaven toe van 44,6 procent in 2024 naar 45,2 procent in 2025. 

De absolute stijging van de overheidsuitgaven is voor ruim 40 procent toe te schrijven aan de sociale uitkeringen, waartoe ook de zorguitgaven van de overheid worden gerekend. De sociale uitkeringen zijn goed voor bijna de helft van de overheidsuitgaven en zijn daarmee verreweg de grootste kostenpost van de overheid. Ook de apparaatskosten (beloning van werknemers plus aanschaf van goederen en diensten) en investeringen, met name in militaire goederen, stuwden de overheidsuitgaven.  

3.0.1 Overheidsuitgaven (mld euro)
20212022202320242025*
Sociale uitkeringen188,0196,1217,0235,8249,8
Beloning van werknemers75,582,089,297,6103,9
Intermediair verbruik56,960,667,474,376,7
Investeringen30,431,634,736,741,0
Subsidies30,519,217,815,215,6
Rente4,85,77,17,98,5
Afdrachten aan de Europese Unie6,86,55,65,46,8
Overige uitgaven16,328,423,324,726,8
Totaal409,3430,0462,2497,5529,1
* Voorlopige cijfers
Bron: CBS

3.1 Uitkeringslasten naar 250 miljard euro

De lasten van de sociale uitkeringen kwamen in 2025 uit op 249,8 miljard euro, 6 procent meer dan in 2024. Hiermee is de toename kleiner dan in de voorgaande twee jaren.

De toename is voor ongeveer een derde toe te schrijven aan verder stijgende zorgkosten via de Zvw en Wlz. De uitgaven aan de Zvw stegen met 2,9 miljard euro tot 59,6 miljard euro. De uitgaven aan de Wlz bedroegen 35,6 miljard euro, tegenover 33,8 miljard euro een jaar eerder. Onder de Zvw worden medische kosten vanuit het basispakket van de zorgverzekering vergoed, terwijl de Wlz betrekking heeft op langdurige zorg zoals verblijf in een verzorgings- of verpleegtehuis. 

Naast de zorgkosten groeiden ook de uitkeringslasten van de AOW gestaag door. Deze namen met 6 procent toe tot 55,2 miljard euro. De stijging komt zowel door een toename van het aantal AOW-uitkeringen als door indexatie van de hoogte van de AOW-uitkeringen. In 2025 ontvingen gemiddeld 3.660 duizend mensen een AOW-uitkering, 68 duizend meer dan in 2024. 

Daarnaast droegen de uitgaven in het kader van de wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) bij aan de stijgende uitgaven aan sociale uitkeringen. De WIA-uitkeringen, een inkomensondersteuning bij (gedeeltelijk) arbeidsongeschiktheid, stegen met 11 procent toe tot 13,6 miljard euro. Zowel het aantal uitkeringen als de hoogte van de uitkering nam in 2025 toe.

Met een toename van 15 procent, van 4,7 miljard euro in 2024 naar 5,4 miljard euro in 2025, namen ook de uitkeringen voor kinderopvang flink toe. Dit komt voornamelijk door een hogere gemiddelde tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang.

Ten slotte kenden ook de uitgaven voor WW-uitkeringen een relatief sterke stijging. De overheid keerde in 2025 voor 4,7 miljard euro aan WW-uitkeringen uit, 0,6 miljard euro meer dan in 2024. Hier speelt mee dat de werkloosheid in 2025 iets hoger was dan in 2024. In 2025 ontvingen gemiddeld 188 duizend mensen een WW-uitkering, tegenover 171 duizend in het voorgaande jaar. Daarnaast lag de gemiddelde WW-uitkering hoger.

3.2 Hogere apparaatskosten en meer geld naar het buitenland

De apparaatskosten van de overheid namen in 2025 met 5 procent toe tot 180,6 miljard euro. Hiermee is de stijging kleiner dan voorgaand jaar, toen deze uitgaven met 10 procent stegen. Dit kwam onder andere door nieuw afgesloten cao’s, waardoor de loonkosten toen relatief veel toenamen. Daarnaast speelt de laatste jaren mee dat de relatief hoge inflatie doorwerkt in de kosten voor aankopen van goederen en diensten. De apparaatskosten vormen ongeveer een derde van het totaal van de overheidsuitgaven.

Daarnaast stegen de overheidsuitgaven door hogere overdrachten aan het buitenland. Deze namen met bijna 40 procent toe tot 18 miljard euro, vooral door hogere afdrachten aan de Europese Commissie en steun aan Oekraïne.  

Hogere uitgaven aan militair materieel stuwden de investeringen. Daarnaast investeerden gemeenten meer in gebouwen en gww werken. De overheid investeerde in 2025 voor 41,0 miljard euro in vaste activa, tegenover 36,7 miljard euro in 2024.  

Net als in voorgaande jaren namen ook de rentelasten verder toe. In 2025 betaalde de overheid 8,5 miljard euro rente over haar schuld, 0,6 miljard euro meer dan in 2024 . Na een jarenlange daling nemen de rentelasten sinds 2022 weer toe. Dit komt doordat de rentetarieven sindsdien zijn toegenomen, terwijl daarnaast de overheidsschuld de afgelopen vier jaar met ruim 70 miljard euro opliep.

De stijging van de overheidsuitgaven wordt enigszins gedempt door een incidentele uitgave in 2024. In dat jaar had de overheid 4,3 miljard euro hogere lasten door de uitspraak van de Hoge Raad over box 3. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het inkomen uit vermogen (box 3) moet worden berekend op basis van het werkelijke rendement in plaats van een door de Belastingdienst verondersteld fictief rendement, ook wel het forfaitair rendement genoemd. Vanaf de zomer van 2025 kunnen huishoudens voor bepaalde voorgaande jaren hun werkelijke rendement opgeven en eventueel terugbetaling aanvragen. Deze zijn geregistreerd in het jaar van de rechterlijke uitspraak, in dit geval 2024. Aangezien de daadwerkelijke terugbetalingen nog niet hebben plaatsgevonden, is de bovengenoemde 4,3 miljard euro een schatting op basis van informatie van het ministerie van Financiën.

4. Schuldquote toegenomen, maar blijft relatief laag

De overheidsschuld liep in 2025 met 32  miljard euro op tot 524 miljard euro. Dit is de grootste toename sinds 2020, toen de schuld hard opliep door de financiering van diverse maatregelen tijdens de coronacrisis. De toename van de schuld in 2025 komt deels door het tekort van 18,9 miljard euro, maar ook leningen van totaal 12 miljard euro van de Staat aan Tennet droegen hieraan bij. Tennet is het staatsbedrijf dat verantwoordelijk is voor het hoogspanningsnetwerk. Leningen hebben, net als andere financiële transacties, geen direct effect op het overheidstekort. Dit werkt echter wel door in de overheidsschuld doordat de overheid de leningen moet financieren.

4.0.1 Schuldquote
 Schuldquote (% bbp)
'0052,2
'0149,5
'0248,8
'0349,9
'0450,2
'0549,6
'0645,0
'0742,8
'0854,3
'0956,3
'1058,9
'1161,2
'1265,7
'1367,2
'1467,2
'1563,8
'1660,9
'1756,0
'1851,6
'1947,7
'2053,4
'2150,5
'2248,4
'2345,9
'2444,0
'25*44,7
*voorlopig cijfer

Om de omvang van de schuld te kunnen beoordelen wordt vaak gekeken naar de schuldquote, de schuld uitgedrukt als percentage van het bbp. In tegenstelling tot voorgaande jaren steeg in 2025 de schuld sneller dan het bbp. Hierdoor nam de schuldquote toe, van 44,0 procent naar 44,7 procent. Hiermee komt voorlopig een einde aan de trend van de laatste jaren waarbij de schuldquote daalde. Met uitzondering van een toename tijdens de coronacrisis in 2020 nam de schuldquote tussen 2014 en 2024 jaarlijks af. Ondanks de toename in 2025 is de schuldquote historisch gezien nog altijd zeer laag. Het CPB gaat in zijn meest recente raming uit van een stijging van de schuldquote naar 46,1 procent eind 2026.

Bijlagen

Bijlage 1: Belastingen en sociale premies (mld euro)
20212022202320242025*
Loon- en inkomstenbelasting71,574,988,0106,3104,8
Belasting over de toegevoegde waarde (btw)65,470,575,679,083,2
Vennootschapsbelasting30,738,347,545,249,9
Accijnzen11,710,911,512,011,5
Energiebelasting7,76,38,410,010,1
Motorrijtuigenbelasting6,16,16,46,87,2
Dividendbelasting4,35,511,46,46,7
Onroerendezaakbelasting4,74,95,35,66,2
Overdrachtsbelasting3,84,63,13,84,7
Assurantiebelasting3,23,43,73,94,2
Erf- en schenkbelasting2,52,63,03,44,1
Omslagheffing waterschappen1,71,81,92,12,3
Rioolrechten1,71,81,82,02,1
Heffingen op waterverontreiniging1,41,41,61,81,9
Belasting van personenauto's en motorrijwielen (bpm)1,51,51,41,41,3
Kansspelbelasting0,30,90,91,01,0
Emissierechten0,51,01,21,70,9
Vliegbelasting0,10,20,60,70,8
Opslag duurzame energie3,12,80,30,0-
Eenmalige heffingen energiesector-5,6-0,2-
Overige belastingen 6,25,14,85,04,9
Totaal belastingen227,9250,0278,3298,3307,7
Zorgverzekeringsfonds47,448,653,457,060,6
Arbeidsongeschiktheidsfonds19,119,521,724,926,9
Algemeen Ouderdomsfonds24,526,124,023,225,6
Fonds langdurige zorg15,816,615,814,916,6
Algemeen Werkloosheidsfonds5,98,99,510,111,0
Toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers4,55,25,56,16,4
Werkhervattingskas2,12,52,52,32,8
Wet kinderopvang1,31,41,61,71,8
Uitvoeringsfonds voor de overheid0,60,50,60,70,7
Algemeen Nabestaandenfonds0,20,20,20,20,2
Sectorfondsen0,00,00,00,00,0
Totaal sociale premies121,4129,5134,8141,0152,8
* Voorlopige cijfers
Bron: CBS

Bijlage 2: Sociale uitkeringen (mld euro)
20212022202320242025*
Zorgverzekeringswet (Zvw)46,648,552,556,759,6
Algemene Ouderdomswet (AOW)43,044,047,951,955,2
Wet langdurige zorg (Wlz)25,427,630,633,835,6
Werk en Inkomen Arbeidsvermogen (WIA)7,98,710,512,213,6
Bijstand6,26,06,67,07,5
Wet Maatsch.Ondersteuning (Wmo)5,95,96,46,57,0
Zorgtoeslag5,55,67,96,46,8
Jeugdwet4,24,44,96,06,6
Uitkering rechtstreeks door werkgever4,55,25,56,16,4
Kinderopvang3,53,94,24,75,4
Huurtoeslag4,03,94,14,95,3
Kindgebonden budget (kgb)2,62,73,54,95,0
Algemene Kinderbijslagwet (AKW)3,73,94,44,64,8
Wet arbeidsong. jonggehandic. (Wajong)3,53,64,14,44,7
Werkloosheidswet (WW)4,33,13,54,14,7
Studiefinanciering2,62,53,03,93,7
Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO)3,93,73,83,73,5
Wet Arbeid en Zorg (WAZO)1,92,32,93,33,5
Ziektewet vangnet (ZW-vangnet)2,32,32,62,93,1
Toeslagenfonds (Tf)0,80,70,80,90,9
Aanv. Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)0,40,40,40,50,5
Algemene Nabestaandenwet (Anw)0,30,30,40,40,4
Overige sociale voorzieningen5,26,76,56,05,9
Totaal188,0196,1217,0235,8249,8
* Voorlopige cijfers
Bron: CBS