De Nederlandse economie in 2025

2. Economische groei en bestedingen

Handels- en geopolitieke spanningen zorgden voor veel onzekerheid in 2025. Ondernemers in Nederland zijn al sinds 2022 negatief over het economisch klimaat. Ondanks het pessimisme en de economische onzekerheid in de wereld is de Nederlandse economie in 2025, voor prijsveranderingen gecorrigeerd, met 1,8 procent gegroeid. Dat is iets onder het gemiddelde van 2,0 procent in de afgelopen 30 jaar, maar groter dan in 2024. Toen groeide de economie met 1,1 procent.

De economie, ofwel het bruto binnenlands product (bbp), kan groeien doordat er meer wordt gewerkt en/of doordat werkenden productiever zijn geworden. Dit artikel gaat over de groei van de hele Nederlandse economie. Daarom wordt hier gekeken naar de gewerkte uren en de arbeidsproductiviteit van alle Nederlandse bedrijfstakken samen, als eerste snelle raming. Het CBS publiceert later in het jaar uitgebreider over de arbeidsproductiviteit van de commerciële sector, waarbij ook nieuwe broninformatie wordt meegenomen.

Het aantal gewerkte uren kromp in 2025 met 0,6 procent. Dat was de eerste daling in vijf jaar en komt op het conto van de zelfstandigen. Doordat de economie wel groeide, was de arbeidsproductiviteit, het bbp per gewerkt uur, 2,4 procent hoger dan in 2024. Dit is de hoogste toename van de productiviteit in twintig jaar. Gemiddeld steeg de arbeidsproductiviteit in het afgelopen decennium met 0,3 procent per jaar. In de twee decennia daarvoor, 2006-2015 en 1996-2005, was dat gemiddeld respectievelijk 0,7 en 1,7 procent per jaar. De arbeidsproductiviteit neemt al een tijd af.

Figuur 2.1 Bruto binnenlands product (volume), arbeidsproductiviteit en gewerkte uren
JaarBbp (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Arbeidsproductiviteit (% verandering t.o.v. een jaar eerder)Gewerkte uren (% verandering t.o.v. een jaar eerder)
20162,40,02,4
20172,80,52,3
20182,3-0,42,7
20192,3-0,32,7
2020-3,90,4-4,2
20216,31,64,7
202251,13,8
2023-0,6-1,91,4
20241,1-0,31,3
20251,82,4-0,6

De economische groei in 2025 was breed gedragen. De consumptie door huishoudens droeg het meest bij aan de jaargroei van 1,8 procent. Daarnaast leverden ook de consumptie door de overheid, het handelssaldo en de investeringen een positieve bijdrage. In 2024 droeg de overheidsconsumptie het meest bij aan de groei. Als naar de overheidsconsumptie en -investeringen samen wordt gekeken, leverde de overheid ook in 2025 de grootste bijdrage aan de economische groei. De ontwikkelingen van de bestedingen zijn voor prijsveranderingen gecorrigeerd.

Huishoudens consumeerden vorig jaar 1,5 procent meer dan in 2024. De consumptiegroei was iets hoger dan in 2024, toen de consumptie met 1,1 procent groeide. Consumenten hadden in 2025 gemiddeld meer te besteden dan in 2024. Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens was 2,7 procent groter dan in 2024.

Huishoudens gaven vorig jaar zowel meer uit aan diensten, zoals vervoer en communicatie, huisvesting, recreatie en cultuur en horeca, als aan goederen, zoals voedingsmiddelen, kleding, schoenen en elektrische apparaten. Bestedingen aan diensten maken ruim de helft uit van de totale binnenlandse consumptieve bestedingen door huishoudens.

De overheidsconsumptie groeide met 1,9 procent harder dan de consumptie door huishoudens, maar droeg wat minder bij aan de totale groei. Dat komt doordat de consumptie door huishoudens zwaarder meetelt in de economie. De groei van de overheidsconsumptie is vooral toe te schrijven aan hogere zorgkosten en hogere uitgaven van het Rijk en gemeenten, onder meer door hogere personeelskosten. In 2024 bedroeg de groei 3,6 procent.

In 2025 waren de investeringen in vaste activa 1,1 procent hoger dan in 2024. De bedrijfsinvesteringen waren echter net als in 2024 lager dan een jaar eerder, terwijl de overheidsinvesteringen opnieuw hoger lagen. De internationale handelsspanningen en de beleidsonzekerheid maken bedrijven terughoudend om te investeren. In de conjunctuurenquête van juli 2025 meldde bijna drie kwart van de ondernemers meer onzekerheid te hebben ervaren, vooral door veranderingen in de vraag of markt, geopolitiek en binnenlands beleid.

Er is meer geïnvesteerd in machines (waaronder militair materiaal), woningen en infrastructuur. De investeringen in overig wegvervoer (zoals opleggers, vrachtwagens en busjes) en bedrijfsgebouwen waren echter lager. De krimp van de investeringen in overig wegvervoer hing samen met de belastingwijzigingen per 1 januari 2025, waardoor investeringen in deze transportmiddelen waarschijnlijk naar 2024 zijn gehaald.

De totale uitvoer van goederen en diensten groeide in 2025, ondanks de internationale onzekerheid en verhoogde invoerheffingen door de Verenigde Staten, met 2,4 procent. De groei van de uitvoer volgt op twee jaar waarin de uitvoer kromp, met respectievelijk 3,0 en 0,2 procent. In 2025 was de wederuitvoer (uitvoer van eerder ingevoerde producten) 3,8 procent, de uitvoer van Nederlands product 1,9 procent en de uitvoer van diensten 1,3 procent hoger dan in 2024. Vooral de export van machines, ruwe aardolie en aardgas, voedingsmiddelen en landbouw- en visserijproducten was hoger.

De Nederlandse uitvoer beweegt over het algemeen mee met de wereldhandel. In 2025 lag het volume van de relevante wereldhandel (CPB, 2026) 4,2 procent hoger dan in 2024. De Nederlandse uitvoer van goederen groeide minder sterk. Dat komt door een verslechterende prijsconcurrentiepositie, veroorzaakt door relatief hoge loon- en energiekosten. Daarnaast maakte de appreciatie van de euro Nederlandse producten in niet-eurolanden duurder. Dat zette eveneens druk op de concurrentiepositie (DNB, 2025).

Figuur 2.2 Wereldhandel en Nederlandse export goederen, volume, seizoengecorrigeerd
   Wereldhandel (2021=100)Export goederen (2021=100)
20211e kwartaal98,798,6
20212e kwartaal99,5100,3
20213e kwartaal99,1101,2
20214e kwartaal102,699,8
20221e kwartaal102,6100
20222e kwartaal103,3102,3
20223e kwartaal104,4101,7
20224e kwartaal102,6102,6
20231e kwartaal102,1101,1
20232e kwartaal10298,8
20233e kwartaal102,294,5
20234e kwartaal102,896,6
20241e kwartaal103,394,1
20242e kwartaal104,596,6
20243e kwartaal105,597,2
20244e kwartaal106,297,5
20251e kwartaal108,496,8
20252e kwartaal108,698,1
20253e kwartaal109,8100,1
20254e kwartaal110,4101,9
Bron: CBS, CPB (Wereldhandelsmonitor)

De groei van de export van Nederlands product in 2025 is ook terug te zien in de ontwikkeling van de toegevoegde waarde (het verschil tussen productie en verbruik van energie, materialen en diensten) van de industrie. De toegevoegde waarde van de industrie groeide met 3,3 procent. Een jaar eerder kromp de toegevoegde waarde van de industrie met 1,0 procent, ook de uitvoer van in Nederland gefabriceerde goederen kromp toen.

In 2025 was de invoer van goederen en diensten 2,4 procent hoger dan een jaar eerder. Vooral de invoer van ruwe aardolie en aardgas groeide. De stijging van de uitvoer en de invoer waren in 2025 even groot, maar het volume van de uitvoer is groter dan dat van de invoer. Hierdoor had ook het handelssaldo een positieve bijdrage aan de economische groei in 2025.

Figuur 2.3 Bestedingen (volume)
Categorie2025 (% verandering t.o.v. jaar eerder)2024 (% verandering t.o.v. jaar eerder)
Bruto binnenlands product1,81,1
Invoer goederen en diensten2,40,1
Uitvoer goederen en diensten2,4-0,2
Consumptie overheid1,93,6
Consumptie huishoudens1,51,1
Investeringen in vaste activa1,1-0,5