7. Overheid
De overheidsuitgaven stegen in 2025, net als de laatste jaren, sneller dan het bbp. Met een stijging van 32 miljard euro kwamen de uitgaven over 2025 uit op 529 miljard euro. De overheidsinkomsten zijn in 2025 met 22 miljard euro gestegen tot 510 miljard euro. De uitgaven waren 19 miljard hoger dan de inkomsten. Dat komt overeen met een tekort over 2025 van 1,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Een jaar eerder was dat 0,7 procent.
| Jaar | Overheidssaldo (% bbp) (% bbp) | EMU-norm (% bbp) (% bbp) |
|---|---|---|
| 2016 | 0,2 | -3 |
| 2017 | 1,4 | -3 |
| 2018 | 1,5 | -3 |
| 2019 | 1,9 | -3 |
| 2020 | -3,7 | -3 |
| 2021 | -2,3 | -3 |
| 2022 | 0 | -3 |
| 2023 | -0,4 | -3 |
| 2024 | -0,7 | -3 |
| 2025 | -1,6 | -3 |
De overheidsschuld is eind 2025 uitgekomen op 524 miljard euro. Dat is 32 miljard euro hoger dan eind 2024. Dat komt neer op een stijging van ongeveer 1 800 euro per inwoner. De overheidsschuld steeg sneller dan het bbp. De schuldquote steeg hierdoor van 43,8 procent van het bbp eind 2024, naar 44,4 procent eind 2025.
Het overheidssaldo en de overheidsschuld zijn de belangrijkste indicatoren voor de toestand van de overheidsfinanciën. Volgens het Groei- en Stabiliteitspact voor eurolanden mag het tekort van de overheid niet boven de 3 procent van het bbp en de schuld van de overheid niet boven de 60 procent van het bbp uitkomen. Deze normen vormen de basis van de Europese begrotingsregels voor lidstaten.
| Jaar | Schuldquote (% bbp) (% bbp) | EMU-norm (% bbp) (% bbp) |
|---|---|---|
| 2016 | 60,9 | 60 |
| 2017 | 56 | 60 |
| 2018 | 51,6 | 60 |
| 2019 | 47,7 | 60 |
| 2020 | 53,4 | 60 |
| 2021 | 50,5 | 60 |
| 2022 | 48,4 | 60 |
| 2023 | 45,8 | 60 |
| 2024 | 43,8 | 60 |
| 2025 | 44,4 | 60 |