De Nederlandse economie in 2020

3. Internationaal

De krimp van de Nederlandse economie in 2020 was kleiner dan in de ons omringende landen (België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) en ook kleiner dan gemiddeld in de Europese Unie. Van alle EU-lidstaten kromp alleen de economie in Polen, Finland, Zweden, Denemarken en de Baltische staten minder hard. Ierland is het enige EU-land met een groei in 2020. Dat is voor het grootste deel toe te schrijven aan de export van medisch materiaal, farmaceutische producten en ICT door multinationals. Hierdoor kon een krimp van de binnenlandse bestedingen worden gecompenseerd. Economieën als Spanje en Italië, waar sectoren zoals toerisme, recreatie en horeca een relatief groot aandeel hebben, zijn zwaarder geraakt dan economieën waar dit niet het geval is.

Volgens DNB (jaarverslag 2020, maart 2021) hangt de relatief kleine Nederlandse economische krimp waarschijnlijk samen met het feit dat de contactbeperkende maatregelen in Nederland tijdens de eerste coronagolf in het tweede kwartaal minder streng waren, de Nederlandse economie minder afhankelijk is van toerisme en de Nederlandse overheid relatief snel heeft gehandeld met het treffen van noodmaatregelen voor bedrijven en werkenden. Tevens viel de economische schade mogelijk mee doordat de digitalisering in Nederland bovengemiddeld is en al voor de pandemie behoorde tot de voorhoede wat telewerken en online-winkelen betreft.

Van de drie grote economische blokken kromp de economie in de EU het hardst. Gemiddeld was de omvang van de economie in de EU 6,2 procent kleiner dan in 2019. De krimp in de Verenigde Staten was met 3,5 procent kleiner. China noteerde wel een groei van ruim 2 procent, maar dit was de laagste groei in ruim veertig jaar.

3.1 Economische groei in Europa, China en de Verenigde Staten, 2020
LandGroei (%)
Ierland3,4
Litouwen-0,8
Noorwegen-0,8
Luxemburg-1,3
Polen-2,7
Finland-2,8
Zweden-2,8
Estland-2,9
Zwitserland-2,9
Denemarken-3,3
Letland-3,6
Nederland-3,8
Romenië-3,9
Bulgarije-4,2
Duitsland-4,9
Hongarije-5
Cyprus-5,1
Slowakije-5,2
Slovenië-5,5
Tsjechië-5,6
België-6,4
Oostenrijk-6,6
Ijsland-6,6
Malta-7
Portugal-7,6
Frankrijk-8,1
Griekenland-8,2
Kroatië-8,4
Italië-8,9
Verenigd Koninkrijk-9,9
Spanje-11
China2,3
VS-3,5
EU27-6,2
Bron: CBS, Eurostat

In vrijwel alle landen maakte de economie in 2020 eenzelfde soort ontwikkeling door. Het begon met een bescheiden krimp in het eerste kwartaal van 2020, gevolgd door een uitzonderlijke klap in het tweede kwartaal en een even uitzonderlijk herstel in het derde kwartaal. In het vierde kwartaal stabiliseerde de ontwikkeling enigszins.

Vooral in het tweede kwartaal dreven de economieën van de diverse landen uit elkaar. In het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk kreeg de economie de grootste klap. Over het algemeen geldt dat in de landen waar de economie in de eerste twee kwartalen het sterkst kromp, het herstel in het derde kwartaal ook het sterkst was. Hierdoor kwamen de landen in derde kwartaal weer een stuk dichter bij elkaar dan in het tweede kwartaal, hoewel in de meeste gevallen de achterstand niet meer helemaal goed werd gemaakt.

3.2 Bbp van Nederland, omringende landen en Zweden (volume, seizoengecorrigeerd)
   VK (2019-IV=100)België (2019-IV=100)Frankrijk (2019-IV=100)EU27 (2019-IV=100)Duitsland (2019-IV=100)Ned (2019-IV=100)Zweden (2019-IV=100)
2019vierde kwartaal100100100100100100100
2020eerste kwartaal97,196,694,196,79898,499,7
2020tweede kwartaal78,785,281,485,888,590,192,2
2020derde kwartaal91,395,196,595,89697,198,1
2020vierde kwartaal92,294,995,195,496,49797,9
Bron: CBS, Eurostat