Uitgaven binnen het energiesysteem

4. Uitgaven in energie

  • Tabel 1 Uitgaven naar type energiedrager, 2023 (mln euro, excl. btw).
  • Tabel 2 Uitgaven energie verbijzonderd naar belastingen en heffingen, 2023 (mln euro, excl btw).
  • Tabel 3 Uitgaven naar type energiedrager en belastingsoort, 2021-2023 (mln euro, excl. btw).

Deze paragraaf geeft de technische toelichting op de tabellen met uitgaven naar energieproducten (de energiemix), naar soort energie gerelateerde belasting. De tabellen omvatten de sector huishoudens en zijn verbijzonderd naar bedrijfstakken volgens een groepering die relevant is voor de energietransitie. Deze groepering is gekozen om de tabellen overzichtelijk te houden, een gedetailleerdere uitsplitsing naar bedrijfstakken is mogelijk, onder voorbehoud van geheimhouding en datakwaliteit.

4.1 Bronnen en definities

Brondata

Nationale Rekeningen (NR), 2021-2023. De cijfers zijn gebaseerd op de NR-revisie 2021.

Voor de verdeling van de emissierechten over de bedrijfstakken is gebruik gemaakt van openbare jaarlijkse gegevens van de Nederlandse emissie-autoriteit (Nea) over de uitstoot en de toegewezen gratis emissierechten per vergunninghouder (periode 2005-2023). Deze zijn gekoppeld aan bedrijfstakken via het ABR (Algemeen Bedrijven Register) van het CBS. Op basis daarvan heeft een actualisatie en verbetering plaatsgevonden van de cijfers over het verbruik van emissierechten in de Nationale Rekeningen.

Energiebelasting (en ODE) wordt geheven op het verbruik van aardgas en elektriciteit. Op de energierekening staat ook de “vermindering op energiebelasting”. Deze vermindering op energiebelasting wordt sinds de NR revisie 2021 niet meer geregistreerd als belastingitem maar als inkomensoverdracht (huishoudens) of subsidie (bedrijven), en als zodanig niet meer apart terug te vinden in de NR cijfers. Voor de kosten van de energietransitie is echter van belang om de daadwerkelijk betaalde (ofwel netto) bedragen in kaart te brengen. Er is daarom een inschatting gemaakt van de vermindering op energiebelasting voor bedrijfstakken en huishoudens in de betreffende periode. De basis van deze schatting is de grondslag van de vermindering: het aantal elektriciteitsaansluitingen. Het grootste deel van de vermindering gaat naar huishoudens (90 procent), de rest komt bij bedrijven terecht. De vermindering wordt in de gepresenteerde cijfers overigens niet verdeeld over aardgas en elektriciteit.

Verbruik

De uitgaven aan energie bestaan uit de kosten van inkopen van energiedragers. Hierin zijn inbegrepen: inkoop van energiedragers tegen basisprijzen; net- en loondiensten energie; energiegerelateerde belastingen, heffingen en accijnzen; emissierechten; (handels- en vervoers)marges en invoerrechten. Ook bepaalde kosten van investeringen en voorraadvorming zijn meegenomen en naar inzicht verdeeld over de bedrijfstakken en huishoudens.5) In Tabel 2 met belastingen en heffingen zijn cijfers voor de vermindering op energiebelasting en de impact ervan op totale kosten toegevoegd (laatste vier kolommen). Alle energiekosten zijn exclusief btw weergegeven.

Sectoren

  • Huishoudens = consumptie ingezetenen (directe en indirecte binnenlandse bestedingen, en import, i.e. inkopen motorbrandstoffen door huishoudens in het buitenland).
  • Bedrijven = SBI sectie A t/m N (landbouw, industrie en commerciële diensten)
  • Energiesector = SBI B06 (aardgas/oliewinning), C19 (aardolieproductenindustrie) en D35 (productie/handel en distributie energie)
  • Maakindustrie (excl. aardolieproducten) = SBI C industrie exclusief C19 (aardolieproductenindustrie)
  • Landbouw en overige nijverheid (excl. olie/gaswinning) = SBI A (landbouw), B (winningdelfstoffen) excl. B06, E (water en afval) en F (bouwnijverheid)
  • Commerciële diensten = SBI G t/m N (handel, vervoer, horeca, ICT, financiële instellingen, zakelijke diensten)
  • Niet-commerciële diensten = SBI sectie O t/m S (openbaar bestuur, onderwijs, zorg en overige (semi)publieke diensten)

4.2 Energieproducten, netdiensten en emissierechten

Tabel 1 toont het verbruik van energieproducten. Hieronder zitten alle NR goederengroepen gerelateerd aan energie: energiedragers, netdiensten en emissierechten. De kosten voor net- en loondiensten energie en emissierechten zijn in de NR niet op te splitsen naar energiedrager; daarom staan deze posten in aparte kolommen in de tabel.

Energiedragers

De laatste kolom in onderstaande tabel geeft aan welke energiedragers huishoudens verbruiken, in de regel verbruiken niet-commerciële diensten dezelfde energiedragers. Bedrijven verbruiken energie uit alle getoonde goederengroepen.

Tabel 4.1
Energiedrager in Tabel 1Betreft NR goederengroep Verbruik door huishoudens
Kolen en koolproductenSteen-/bruinkool
Cokesovenproducten
Hoogovengas
AardoliegrondstoffenAardolie ruw
Aardgascondensaat
MotorbrandstoffenBenzinex
Jetfuel
Bunker. Jetfuel
Dieselx
Bunker. Diesel
Stookolie
Bunker. stookolie
Autogas (lpg)x
Overige aardolieproductenNafta's
Gasolie grondst.
Gasolie verwarming
Petroleumx
Smeeroliex
Vloeib.PropaanButaanx
Overige gassen
Briket&ov.aardolieprx
Loondnst aardoliepr.
AardgasAardgasx
ElektriciteitElektriciteitx
WarmteStoom/Ww/Stadsverw.x
Net- en loondnst energieNetdienstenx
Loondnst energie
EmissierechtenEmissierechten

Net- en loondiensten

De net- en loondiensten voor energievoorziening zijn gerelateerd aan energiedragers gas, elektriciteit en warmte.

Emissierechten

De emissierechten zijn het saldo van ingeleverde rechten en gratis rechten. Bedrijven die deelnemen aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) moeten voor elke ton CO2 die zij uitstoten een emissierecht inleveren, om daarmee de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Sinds 2011 heeft de overheid inkomsten in verband met veilingen van emissierechten, maar het ETS bestaat al langer. De afgelopen jaren zijn de veilinginkomsten van de overheid sterk toegenomen. In fase 3 van ETS (2013-2020) kregen bedrijven beduidend minder gratis rechten en hebben zij meer rechten moeten inkopen op de veiling. In 2019 is de marktstabiliteitsreserve (MSR) in werking getreden om het aantal emissierechten in omloop te stabiliseren. De prijs van emissierechten is derhalve flink toegenomen. Fase 4 (2021-2030) van het ETS richt zich op het behalen van het EU-doel van een 55% reductie in emissies tegen 2030 ten opzichte van 1990-niveaus. Er vindt een versnelde afbouw plaats van de emissieplafonds in ETS en verhoogd gebruik van veilingen. De uitgifte van gratis emissierechten wordt afgebouwd tot 0 procent in 2034. Ook vallen meer sectoren en activiteiten onder het ETS.

De totalen van emissierechten sluiten aan bij de overheidscijfers in de NR. Internationaal is afgesproken dat emissierechten als een niet-productgebonden belasting wordt geregistreerd. Het verbruik van emissierechten per bedrijfstak wordt afgeleid aan de hand van het aantal ingeleverde rechten. De lopende (en grensoverschrijdende) handel in emissierechten en de eventuele winsten of verliezen die daarmee worden geboekt, zijn niet bekend en blijven buiten beschouwing. Het kan dus heel goed voorkomen dat in de NR wordt geregistreerd dat een bedrijfstak een belasting betaalt terwijl in feite geld verdiend wordt aan de verkoop van gratis ontvangen emissierechten. In totaal ontvangen bedrijven iets minder dan de helft van de emissierechten gratis. Vanaf fase 3 van ETS (2013-2020) ontvangen energiebedrijven geen gratis emissierechten meer, maar de industrie nog wel ter compensatie van het koolstofweglekrisico. Dit om te voorkomen dat een bedrijf productie verplaatst naar buiten de EU vanwege de kosten van EU ETS. Op termijn verdwijnen de gratis emissierechten ook voor de industrie.

De cijfers van het verbruik van emissierechten per bedrijfstak in Tabel 1 (en zo ook in Tabellen 2 en 3) wijken af van de NR. Om beter recht te doen aan de werkelijke kosten voor bedrijven zijn namelijk in een voorlopige herijking ook de gratis rechten meegenomen. Hierdoor blijken bepaalde bedrijfstakken eigenlijk meer kosten te hebben moeten maken voor emissierechten (zoals energiebedrijven), en andere juist minder. In de ‘Overige maakindustrie (excl. aardolieproducten)’ is daarbij zelfs sprake van negatieve kosten doordat er meer gratis rechten zijn toegewezen ten opzichte van de gerealiseerde CO2 uitstoot. De totaalcijfers sluiten aan op de veilinginkomsten van de overheid. Handelsinkomsten en ook eventuele btw op emissierechten zijn niet meegenomen.

4.3 Productgebonden belastingen

Tabel 2 toont belastingen en heffingen gerelateerd aan energie uit de NR. Daarnaast staan er gegevens in over de netdiensten en emissierechten, en (separaat) de vermindering op energiebelasting. Deze zijn niet te verbijzonderen naar energiedrager. De kolom ‘Verbruik’  is gelijk aan het totaal minus de net- en loondiensten, belastingen en emissierechten. Verbruik omvat de inkopen tegen basisprijzen, incl. (handels- en vervoers)marges en invoerrechten. Marges en invoerrechten zijn ten hoogste 5% van het totaal uitgaven. Voor de overzichtelijkheid zijn deze meegenomen in de kolom 'verbruik' in plaats van ze apart te zetten.

Op de data voor huishoudens uit de Input-Output Tabellen wordt een correctie uitgevoerd voor de belastingen op de export van aardgas, elektriciteit, benzine en diesel: de energiebelasting, ODE en accijnzen. Dit gebeurt omdat het totaal aan belastingen en heffingen altijd overeen moet komen met de officiële statistiek voor overheidsinkomsten. Verder is er voor de bedrijvensector ook een correctie gemaakt voor brandstoffenbelastingen in 2022. Deze correcties worden ook gemaakt voor de tabel “Milieubelastingen en -heffingen” op Statline, de open database van het CBS (zie https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86107NED/table?dl=CA498)

Energiebelasting en ODE

Heffing op aardgas, elektriciteit en andere verwarmingsbrandstoffen (huisbrandolie, petroleum, lpg voor zover niet gebruikt voor het aandrijven van motorrijtuigen en pleziervaartuigen). Ook de Opslag Duurzame Energie (ODE), een heffing op het verbruik van aardgas en elektriciteit, zit erbij inbegrepen.

Accijns en brandstoffenbelasting

Accijns is de belasting op verbruik van benzine en overige brandstoffen. De brandstoffenbelasting is een heffing voor de aflevering of het gebruik van kolen. Die belasting is grotendeels verdwenen na de invoering van de Europese richtlijn Energiebelastingen per 1 januari 2004. Alleen voor kolen, waar een wetswijziging binnen een korte termijn niet mogelijk was, bleef de brandstoffenbelasting voorlopig bestaan, maar is nu nagenoeg nul.

De laatste kolom in onderstaande tabel geeft aan wat huishoudens betalen aan belastingen, in de regel betalen niet-commerciële diensten dezelfde belastingen. Bedrijven betalen belastingen voor alle getoonde goederengroepen.

Tabel 4.2
Belasting in Tabel 2Betreft NR goederengroepBelasting voor huishoudens
Energiebelasting/ODEAardgasx
Elektriciteitx
Accijns Benzinex
Dieselx
Gasolie verwarming
Petroleumx
Stookolie
Autogas (lpg)x
BrandstoffenbelastingSteen-/bruinkool

4.4 Kanttekeningen

Verbruik

In de NR is bij bedrijven geen onderscheid mogelijk tussen inkoop ten bate van eigen verbruik en inkoop van energiedragers als input in productie/verdere bewerking en handel (gebruik). Met name bij de aardolie-industrie en energiebedrijven is het grootste deel van inkoop van energiedragers bestemd voor verdere bewerking of omzetting in productie. In de tabellen is wel onderscheid gemaakt naar aardoliegrondstoffen, motorbrandstoffen en overige aardolieproducten. Daarnaast is het zo dat een klein deel van de zelf geproduceerde energiedragers verbruikt wordt binnen de bedrijfstakken zelf. Ook dit kan niet rechtstreeks uit de NR cijfers afgeleid worden.

Niet-energetische producten

Met de NR cijfers voor energiedragers is het niet mogelijk om onderscheid te maken tussen energetisch en niet-energetisch gebruik binnen een bepaalde goederengroep. Briketten bijvoorbeeld kunnen gezien worden als energetisch product, maar overige aardolieproducten zoals bitumen voor asfaltering van wegen niet. Deze twee producten vallen echter binnen één goederengroep in de NR, en een goederengroep is niet opsplitsbaar.

Hernieuwbare energie

Daarnaast zijn in de NR beperkt gegevens beschikbaar over 'hernieuwbare' energiedragers, zoals biomassa en biobrandstoffen. Dit moet in de toekomst nader worden uitgezocht. Ook speelt de vraag bij elektriciteit en warmte hoe deze zijn gegenereerd, maar dit wordt niet gemeten in de NR. De huidige fysieke energiegegevens van het CBS meten dit wel, zoals de energiebalans.

Belastingen en emissierechten

Verder moet benadrukt worden dat in de NR cijfers voor de verdeling van de vermindering op energiebelasting en de emissierechten over de bedrijfstakken niet af te leiden zijn (de vermindering) of niet de werkelijke kosten representeren (emissierechten). Daarom zijn er buiten de NR om schattingen gemaakt van deze posten, om de werkelijke netto kosten in kaart te kunnen krijgen. Het totaal aan emissierechten en totaal aan vermindering op energiebelastingen zijn wel te herleiden naar de NR databronnen. Tot slot is de verdeling van de (belasting)tarieven naar verbruiker vastgesteld op basis van (gereviseerde) niveaus van peiljaar 2021. De tarieven in de jaren daarna worden verdeeld naar rato van het jaar ervoor. Daarom is voorzichtigheid geboden bij interpretatie van de ontwikkeling van de tarieven over de jaren heen.

Subsidies

De door gebruikers (bedrijven en huishoudens) daadwerkelijk ontvangen energie gerelateerde productgebonden subsidies zijn niet voorhanden in de input-output tabellen (IOT), in tegenstelling tot de betaalde (productgebonden) belastingen en accijnzen. De NR heeft gegevens over een specifieke subsidie op elektriciteit. Dit is subsidie op duurzame energie, ofwel de regelingen MEP, SDE en SDE+, en SDE++, vooral voor windparken. Deze subsidie wordt echter alleen door producenten ontvangen, niet door gebruikers van elektriciteit (bedrijven of huishoudens). Door de SDE regeling zijn elektriciteitsproducenten wel in staat om tegen een lagere prijs groene stroom te leveren aan hun klanten, wat zich dan uit in de inkoopkosten van deze klanten. De gebruikers van energie ontvangen zeer waarschijnlijk wel energiegerelateerde niet-productgebonden energiesubsidies, maar dit is niet af te leiden uit de NR. Bij het CBS (Milieurekeningen en Energiestatistieken) zijn verschillende statistieken in ontwikkeling over milieusubsidies waaronder energie-gerelateerde subsidies.