Uitgaven binnen het energiesysteem

2. Scope en definities

Dit project richt zich op de uitgaven van de Nederlandse maatschappij die gerelateerd zijn aan de energievoorziening. Er zijn verschillende uitgaven of kosten van energie waarnaar gekeken kan worden:

  • Energie als product (bv. aardgas, elektriciteit, benzine, et cetera). 
  • Energie gerelateerde producten (bv. zonnepanelen, Cv-ketels, et cetera).
  • Energie gerelateerde diensten (bv. installatie zonnepanelen, isolatie, et cetera).
  • Energie gerelateerde overdrachten (bv. de energiebelasting, de SDE)

Bijvoorbeeld, de uitgaven aan energie door huishoudens zijn vaak gerelateerd aan specifieke energieproducten, zoals de consumptie van elektriciteit, aardgas of benzine. Bij investeringen in energie wordt er juist gekeken naar de energie gerelateerde producten en diensten. Bij de installatie van zonnepanelen worden de kosten van het product zelf (de zonnepanelen) en de bijbehorende (installatie)dienst in kaart gebracht. In deze studie worden de energie gerelateerde diensten nog niet meegenomen, maar de overige categorieën wel. 

Analoog aan de ‘energie gerelateerde activiteiten1)’ kan er bij het in kaart brengen van de kosten onderscheid gemaakt worden tussen:

  • Hernieuwbare/duurzame energiebronnen
  • Conventionele energiebronnen
  • Energiebesparing
  • Netwerken/infrastructuur
  • Overige energie gerelateerde activiteiten  (bv. energieopslag, waterstof en CO2 afvang en opslag).

De uitgaven gerelateerd aan energie worden gedefinieerd op basis van de nationale rekeningen (CBS), wat weer is gebaseerd op de internationale richtlijnen volgens de European System of Accounts (ESA 2010) (Europese Commissie, 2013). De nationale rekeningen vormen dus de uitgangspositie voor het samenstellen van de benodigde kostenvariabelen.

Uitgaven versus kosten

Uitgaven en kosten worden vaak als synoniemen van elkaar gebruikt. Toch zit er een wezenlijk verschil tussen beide begrippen. Uitgaven zijn de daadwerkelijke betalingen die een bedrijf of een huishouden doet. In de boekhouding moeten uitgaven worden geboekt op het tijdstip dat ze daadwerkelijk plaatsvinden. Kosten daarentegen dienen te worden geboekt in de periode waarop de kosten betrekking hebben, en dat kan verschillen met het moment dat je daadwerkelijk de uitgave doet. Het verschil doet zich met name voor bij het registreren van investeringen. De uitgaven gerelateerd aan investeringen worden geboekt wanneer daadwerkelijk voor de investering wordt betaalt. Je boekt op dat moment echter niet direct het bedrag als kosten. Deze worden bepaald aan de hand van de afschrijvingen die afgeboekt worden over de levensduur van de investering. Op het moment dat iets wordt aangeschaft en direct wordt gebruikt, dan zijn de kosten gelijk aan de uitgaven. Vaak zijn de uitgaven dus gelijk aan de kosten. In dit rapport ligt in eerste instantie de focus op uitgaven, in een eventueel vervolg kunnen aan de hand van de kapitaalgoederenvoorraad van energie gerelateerde investeringen de afschrijvingen worden bepaald om de energie kosten nader te berekenen.