3. Investeringen in energie
Dit hoofdstuk geeft de technische toelichting op de tabel met betrekking tot de investeringen ten behoeve van de energiehuishouding (Tabel 4. Investeringen). De tabel omvat de investeringen in de totale Nederlandse economie, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen huishoudens en een aantal groepen bedrijfstakken die relevant zijn voor de energietransitie.
Bij het samenstellen van de investeringen in energie wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen ten behoeve van:
- de productie van hernieuwbare energie;
- de productie van conventionele energie;
- de energienetwerken (bv. het elektriciteits- en gasnet);
- energiebesparing;
- mobiliteit.
Op termijn zou mogelijk ook onderscheid gemaakt kunnen worden naar investeringen in de opslag van energie, zoals investeringen in batterijen. Hier zijn nu geen cijfers over beschikbaar.
Bij investeringen ten behoeve van de productie van energie wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen in conventionele energie en in hernieuwbare energie. Daarnaast worden investeringen energienetwerken meegenomen. Onder energiebesparing worden onder andere isolatiewerkzaamheden meegenomen, maar ook overige energiebesparende technieken waarin wordt geïnvesteerd door bedrijven. Onder de investeringskosten in energiesystemen, zoals zonnepanelen, windmolens of een kolencentrale, vallen niet alleen de kosten van het energiesysteem zelf, maar ook de gerelateerde bouw en installatiekosten. Tot slot zijn investeringen meegenomen in CO2-efficiënte mobiliteit, waaronder o.a. elektrische auto’s, spoorvervoer en binnenvaart vallen.
Recentelijk heeft Eurostat richtlijnen opgesteld om te bepalen welke investeringen gerekend worden tot de investeringen in het beperken van klimaatverandering. Deze richtlijnen zijn voor Nederland toepast en in 2025 gepubliceerd2). Deze vormen de basis voor de cijfers over investeringen in energie. De methode bouwt voort op de eerdere ramingen zoals die eerder zijn gepubliceerd als onderdeel van de Klimaat- en energieverkenning (KEV, 2019). In grote lijnen komen de benaderingen overeen. De methode is waar nodig verbeterd en uitgebreid. Zo zijn investeringen in mobiliteit toegevoegd als aparte categorie. En er is nu extra informatie toegevoegd over wie de investeringen doet en zijn de investeringen verbijzonderd naar verschillende bedrijfstakken en huishoudens. Aangezien de statistiek nog in ontwikkeling is en in gevallen gebaseerd op subsidie data kan het zo zijn dat de weergegeven investeringscijfers niet volledig zijn.
3.1 Algemene toelichting investeringscategorieën
Bij de investeringen gaat het om investeringen in de bestaande energie-infrastructuur en in de energietransitie. Om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, zal onze manier van produceren en consumeren van energie drastisch moeten veranderen. Er zal een transitie moeten worden gemaakt naar CO2-neutrale productie en consumptie. Investeringen spelen een belangrijke rol in de klimaat- en energietransitie.
Het CBS heeft op basis van internationale richtlijnen gewerkt aan het opstellen van nieuwe statistieken over klimaatgerelateerde investeringen3). Klimaatgerelateerde investeringen zijn investeringen die erop gericht zijn de gevolgen van klimaatverandering te beperken door de uitstoot van broeikasgassen naar de atmosfeer te voorkomen of te verminderen, en de opname en vastlegging van broeikasgassen vanuit de atmosfeer te vergroten. Van sommige investeringen, zoals windmolens en zonnepanelen, is duidelijk dat zij bijdragen aan het terugdringen van broeikasgasemissies, maar voor andere soorten investeringen is dat niet meteen helder. Eurostat heeft richtlijnen opgesteld om te bepalen welke categorieën in Europees verband wel en niet tot klimaatgerelateerde investeringen worden gerekend.
Deze richtlijnen zijn ook toegepast bij het samenstellen van de cijfers voor Nederland die de basis vormen voor de investeringen in energie. In het onderstaande tabel in een overzicht gegeven van welke categorieën en subcategorieën zijn meegenomen in de investeringen in energie. De subcategorieën met bron ‘CCM’ (Climate Change Mitigation) zijn afkomstig van de statistiek over klimaatgerelateerde investeringen. Daar zijn vervolgens investeringen in productie en gebruik van fossiele energie aan toegevoegd (bron ‘x’ in de tabel). Onder de tabel wordt per categorie kort een toelichting gegeven welke investeringen er onder vallen.
| Categorie | Subcategorie | Bron |
|---|---|---|
| Hernieuwbare energie | Biobrandstoffen, groen gas, houtketels/kachels | CCM |
| Warmtepompen | CCM | |
| Waterstof en geothermie | CCM | |
| Windenergie | CCM | |
| Zonne-energie | CCM | |
| Conventionele energie | CV-ketels | x |
| Productie van energie uit conventionele bronnen (aardgas, aardolie, kernenergie) | x | |
| Energiebespraring | Energiebesparing | CCM |
| Netwerken | Elektriciteitsnetwerk | CCM |
| Gasnetwerken | x | |
| Warmtenetwerk | CCM | |
| Waterstofnetwerk en smart grids & opslag | CCM | |
| Mobiliteit | Elektrische en hybride personenauto's | CCM |
| Fietsen en elektrische fietsen | CCM | |
| Goederenvervoer over binnenwater | CCM | |
| Goederenvervoer per trein | CCM | |
| Havens en overslag | CCM | |
| Infrastructuur binnenwater | CCM | |
| Infrastructuur spoor | CCM | |
| Laadpalen | CCM | |
| Openbaar vervoer | CCM | |
| Overig elektrisch wegvervoer | CCM | |
Hernieuwbare energie
Hernieuwbare energie is energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. Dit zijn wind, zon, bodem, buitenluchtwarmte, waterkracht en biomassa. Het gaat met name om investeringen in kapitaalgoederen die de productiecapaciteit vergroten voor het produceren van hernieuwbare elektriciteit en/of warmte. Bekende voorbeelden zijn zonnepanelen, windmolens en warmtepompen. Verder zijn investeringen in geothermie, groen gas, houtkachels en biomassaketels, biobrandstoffeninstallaties en groene waterstof meegenomen onder overige hernieuwbare energie. Een deel van de productie van hernieuwbare energie uit biomassa vindt plaats door bij- en meestook van biomassa in bestaande elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties. Investeringen gerelateerd aan deze activiteiten zijn in deze publicatie vooralsnog buiten beschouwing gelaten.
Conventionele energie
Een groot deel van de investeringen in conventionele energie wordt bepaald op basis van de investeringen door drie bedrijfstakken, namelijk ‘winning van aardolie en aardgas (SBI 06)’, ‘vervaardiging van cokesovenproducten en aardolieverwerking (SBI 19)’ en ‘productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht (SBI 35)’. De investeringen uit de twee eerstgenoemde bedrijfstakken (SBI 06 en 19) worden volledig meegenomen als energie gerelateerde investeringen. De investeringen uit de laatstgenoemde bedrijfstak (SBI 35) worden gesplitst in conventionele energie, hernieuwbare energie en distributie van energie (i.e. netwerken). Naast de investeringen door deze drie bedrijfstakken worden ook investeringen in cv-ketels en radiatoren als aparte subcategorie meegenomen bij de investeringen in conventionele energie.
Netwerken
Energienetwerken voor elektriciteit, gas, warmte en waterstof vallen binnen de scope. Elektrificatie van processen en systemen, zoals bij vervoer en verwarming, is een belangrijke manier om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de klimaatdoelen te halen. De uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnetwerk is een voorwaarde voor de verdere elektrificatie van de samenleving. Dit is nodig om bijvoorbeeld de groei van het aantal laadpalen voor elektrisch vervoer en zonnepanelen te kunnen faciliteren.
Bij warmtenetwerken wordt gebruik gemaakt van restwarmte van de industrie en afvalverbranding om bijvoorbeeld woningen te verwarmen. De warmtebron is hierbij vaak nog wel fossiel, bijvoorbeeld warmte afkomstig uit de chemische industrie of staalindustrie. Wel maken warmtenetwerken het benutten van duurzame alternatieven mogelijk, zoals warmte uit geothermie en biomassa.
Voor de industrie is niet alleen elektrificatie maar ook het gebruik van waterstof als energiedrager belangrijk. Investeringen in het waterstofnetwerk zijn daarom ook opgenomen in dit thema. Tenslotte vallen ook energieopslag en investeringen in smart grids onder dit thema.
Energiebesparing
Onder energiebesparing vallen investeringen in energie-efficiëntie. Deze investeringen zorgen ervoor dat er minder energie nodig is voor hetzelfde resultaat. Hier gaat het om investeringen voor het verbeteren van de energie-efficiëntie van woningen, gebouwen en productieprocessen. Investeringen in energie-efficiëntie van vervoer vallen onder de categorie mobiliteit.
Het belangrijkste deel van de investeringen in energiebesparing gaat het om isolatiemaatregelen voor het verbeteren van de energieprestatie van woningen en gebouwen. Het betreft de materiaal- en installatiekosten voor het aanbrengen van isolatiemateriaal en/of het plaatsen van HR-glas voor zowel nieuwbouw als renovatie van bestaande bouw.
Daarnaast gaat het om investeringen in allerlei technische voorzieningen voor het verbeteren van de energie-efficiëntie of warmte-efficiëntie van het productieproces van bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld gaan om automatische meet- en regelapparatuur, energiezuinigere apparatuur of het aanbrengen van LED-verlichting. Ook technische oplossingen die energieverspilling tegengaan in het productieproces van bedrijven vallen hieronder, bijvoorbeeld het verminderen van warmte- of koellast mogelijk maken van of warmtehergebruik. Bij warmte-efficiëntie gaat het om specifieke investeringen van bedrijven in het energiezuiniger maken van het koelen of verwarmen van binnenlucht. Het gaat voornamelijk om koude- of warmteterugwinningssystemen uit ventilatielucht. Daarnaast vallen bijvoorbeeld energie-efficiënte koelsystemen hieronder, zoals koel- en/of vriesinstallaties met uitsluitend CO2 als koudemiddel.
Mobiliteit
Bij de categorie mobiliteit gaat het om allerlei investeringen die gericht zijn om mobiliteit CO2-neutraal of CO2-efficiënter te maken. In de eerste plaats zijn dit investeringen gericht op de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame alternatieven. Bij vervoer gaat het hier om de omslag van traditionele benzine- of dieselvoertuigen naar volledig elektrische of hybride voertuigen. Ook investeringen in de benodigde laadpaalinfrastructuur worden meegenomen. Daarnaast zijn ook andere vormen van transport belangrijk als het gaat om het verminderen van de CO2-uitstoot. Zo stoten openbaar vervoer en goederenvervoer per spoor en water minder emissies uit per passagier of ton-kilometer dan traditioneel vervoer over de weg. In de Europese richtlijnen wordt openbaar vervoer en goederenvervoer over spoor en water expliciet benoemd om mee te nemen onder klimaatgerelateerde investeringen. Hierbij worden zowel investeringen in voertuigen (bussen, treinen, binnenvaartschepen etc.) als infrastructuur meegenomen (railinfrastructuur, havens, vaarwegen). Tot slot is de aanschaf van fietsen meegenomen, inclusief elektrische fietsen.
3.2 Bronnen en methode
In de uitwerking van de investeringen in energie vormt de CBS-publicatie ‘Investeringen in activiteiten ter beperking van klimaatverandering’ de basis (CBS, 2025)3). Hierin is volgens internationale richtlijnen een uitwerking gemaakt van welke investeringen gerekend worden tot de investeringen in het beperken van klimaatverandering.
Voor het meten van de investeringen is zo goed mogelijk aangesloten bij definities zoals deze gehanteerd worden bij de Nationale rekeningen. Het gaat om investeringen in bruto vaste activa, dat zijn uitgaven aan productiemiddelen die langer dan een jaar worden gebruikt in het productieproces, zoals gebouwen, machines en apparatuur, en vervoermiddelen. Hier vallen ook uitgaven aan groot onderhoud onder, maar investeringen in grond en tweedehands artikelen worden niet meegenomen. Waar wijken we in deze meting af van de gebruikelijke definities van de Nationale rekeningen?
- Binnen de Nationale rekeningen kunnen huishoudens (exclusief zelfstandigen) alleen investeringen doen in woningen. De aanschaf van duurzame consumptiegoederen, zoals bijvoorbeeld een personenauto, valt onder de ‘consumptieve bestedingen’. Echter in de context van klimaatgerelateerde investeringen is in de Europese richtlijnen expliciet opgenomen dat huishoudens een belangrijke rol spelen in het tegengaan van klimaatverandering. De aanschaf van een elektrische personenauto of een warmtepomp wordt daarom wel meegenomen in de meting van de investeringen in energie.
- Investeringen in software zijn niet meegenomen, omdat die niet goed geraamd konden worden in de ontwikkelde methodologie van de klimaatgerelateerde investeringen.
- Normaliter worden zelfstandigen geschaard onder de sector huishoudens. In deze statistiek zijn zij geschaard onder bedrijven.
De belangrijkste databronnen die gebruikt zijn in het meten van de investeringen zijn:
Nationale Rekeningen
De Nationale rekeningen bevatten informatie over de totale investeringen per bedrijfstak. De totale investeringen door energiegerelateerde bedrijfstakken ((SBI) 06, 19 en 35) worden hieruit afgeleid. Op basis van de onderliggende brongegevens uit de investeringsstatistiek op bedrijfsniveau is vervolgens binnen SBI 35 een uitsplitsing gemaakt naar hernieuwbare energie, conventionele energie en netwerken.
Daarnaast is op basis van de aanbod- en gebruiktabellen van de Nationale Rekeningen het verbruik van de goederengroep ‘CV-ketels en radiatoren’ als bron gebruikt voor het ramen van een deel van de investeringen in conventionele energie.
Investeringsstatistiek
Voor de meeste categorieën is deze statistiek leidend. In deze statistiek zijn de jaarlijkse investeringen van bedrijven in vaste activa opgenomen, met een onderscheid tussen nieuw en tweedehands. Ook geeft deze statistiek inzicht in investeringen in onderhanden werk.
Energiestatistieken
Investeringsdata voor hernieuwbare energie worden geraamd op basis van fysieke gegevens (bijgeplaatst vermogen) uit de energiestatistieken voor zonne-energie, windenergie, warmtepompen, houtkachels en biomassaketels van bedrijven.
Vervoersstatistieken
Aantallen nieuw aangeschafte elektrische voertuigen en informatie over de gemiddelde prijs zijn gebruikt voor het bepalen van investeringen in elektrisch vervoer over de weg. Gebruikmakend van de vervoersstatistieken is een verdeelsleutel opgesteld tussen elektrische en niet elektrische nieuw geregistreerde voertuigen.
Overheidsstatistieken
Voor investeringen van de overheid in infrastructurele projecten is gebruik van financiële informatie van de centrale overheid uit de Rijksdatabase.
Subsidieregelingen m.b.t. hernieuwbare energie en energie-efficiëntie
Voor investeringsbedragen van bedrijven in hernieuwbare energie (groen gas, geothermie), en energiebesparing (o.a. energie-efficiëntie, warmtenetwerken, waterstof, smart grids, en biobrandstoffen) is gebruik gemaakt van informatie van verschillende subsidieregelingen afkomstig van RvO (SDE+, EIA). Verdeling van deze investeringen naar bedrijfstak zijn gebaseerd op een verdeelsleutel vanuit de subsidie data.
Prijsinformatie m.b.t. investeringskosten in hernieuwbare energie
Per investeringscategorie in hernieuwbare energie zijn op basis van de jaarlijkse PBL-rapportage ‘Eindadvies basisbedragen SDE+’ (2021) de investeringskosten van bedrijven vastgesteld. De investeringskosten van huishoudens voor zonnepanelen en warmtepompen zijn gebaseerd op informatie van Milieucentraal
Marktinformatie bouwinstallatiebranche
Gedetailleerde marktinformatie over de materiaal- en installatiekosten en de toepassing van isolatiemateriaal en dubbel glas door de bouwinstallatiebranche uit verschillende bronnen (ECN, Builtsight).