Auteur: Nieke Aerts, Timon Bohn, Tom Notten en Khee Fung Wong

De Nederlandse import- en exportafhankelijkheid van China, Rusland en de Verenigde Staten

Analyse van de bilaterale investerings- en handelsrelaties in goederen en diensten

Over deze publicatie

Dit onderzoek beschrijft naar aanleiding van (geopolitieke) onzekerheden in de wereldeconomie, zoals de spanningen tussen China en de Verenigde Staten, hoe en in welke mate Nederland, in het bijzonder het Nederlandse bedrijfsleven, afhankelijk is van verhandelde producten en diensten met China, Rusland en de Verenigde Staten.

1. Inleiding

Geopolitieke spanningen vormen de laatste jaren een centraal thema op het wereldtoneel, denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanhoudende handelsconflict tussen China en de Verenigde Staten dat sinds 2018 aan de gang is. Uit recente cijfers van de OESO (2019) blijkt dat de onzekerheid door Brexit en bovengenoemde Amerikaans-Chinese handelsoorlog verantwoordelijk waren voor een verlaging van economische activiteiten in de grootste economieën in de wereld – in termen van zowel handel als investeringen. Daarnaast brengt de recente uitbraak van het coronavirus (Covid-19) de koers van de wereldeconomie verder uit balans (OESO, 2020a). De zogenaamde coronacrisis heeft immers niet alleen schadelijke gevolgen op het gebied van gezondheid en maatschappij, maar ook op economisch vlak. Een eerste onderzoek van de OESO (2020b) naar de economische impact van de coronacrisis geeft aan dat de productiekrimp in China geleid heeft tot hevige ontwrichtingen in de mondiale waardeketen, vooral voor landen die sterk in verbinding staan met de Chinese maakindustrie zouden de gevolgen fors merkbaar zijn. Nederlandse bedrijven, die relatief zwaar leunen op internationale handel en buitenlandse investeringen (zie bijvoorbeeld CBS, 2019; CBS, 2020a), ondervinden ook de gevolgen van zulke mondiale schokken, zowel in hun handel met deze landen als via de (mondiale) waardeketen waar ze mee verbonden zijn. 

Eind 2019 heeft het CBS in opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een eerste onderzoek gedaan naar de Nederlandse import- en exportafhankelijkheden van China, Rusland en de Verenigde Staten (Cremers et al., 2019). Het heeft nieuwe inzichten opgeleverd over de relatie tussen Nederland en een groot veelvoud van producten uit/naar China, Rusland en de Verenigde Staten. Zo is nu bijvoorbeeld bekend dat Nederland in 2018 ruim 39 miljard euro aan goederen uit China importeerde, waarvan het merendeel – zo’n twee derde – rechtstreeks bestemd was voor wederuitvoer. Een ander gedeelte (7,6 miljard) werd ingezet door Nederlandse bedrijven voor de productie van goederen en diensten. Het was vooral de industrie die gebruik maakte van Chinese producten, en in het bijzonder medium-high-tech goederen zoals ledlampen, lithium-ion-batterijen en telefoonladers. Deze inputs bleken uiteindelijk grotendeels verwerkt te zijn in de export van goederen en diensten uit eigen makelij.

In dit rapport borduren we voort op het bovengenoemde onderzoek naar de import- en exportafhankelijkheden van Nederlandse bedrijven met China, Rusland en de Verenigde Staten, waarbij we toespitsen op de internationale handel in diensten en directe buitenlandse investeringen. De trend in de afgelopen decennia die is ingezet door o.a. digitalisering en de opkomst van de zogenaamde ‘verdienstelijking’ zorgt immers voor een toegenomen belang van de internationale handel in diensten in de wereldwijde economie, ook in vergelijking met de goederenhandel (Bohn et al., 2018; Ramaekers, 2017). Zo is de Nederlandse industrie niet alleen steeds intensiever gebruik gaan maken van binnenlandse diensten in haar productieproces (DNB, 2014; Lemmers, 2015), maar krijgt de dienstverlening uit het buitenland – denk bijvoorbeeld aan ondersteunende en aanvullende diensten zoals onderhoud, reparatie en software¬ondersteuning, maar ook leasing – een steeds grotere rol in het productieproces van (industriële) bedrijven. In 2019 exporteerden Nederlandse bedrijven bijna evenveel diensten – met 184 miljard euro – als goederen van Nederlandse makelij (232 miljard). Tegelijkertijd importeerde Nederland met 157 miljard euro ook een aanzienlijk bedrag aan diensten. Door de aanvulling van diensten wordt de reikwijdte van dit onderzoek dus sterk verbreed ten opzichte van het vorige rapport. De focus op de dienstenhandel komt ook op een goed moment, aangezien de internationale handel in diensten niet alleen in Nederland maar ook wereldwijd erg zwaar getroffen wordt door de coronacrisis, aanzienlijk meer dan de goederenhandel (CBS, 2020b; OESO, 2020c). Het is dus belangrijk om te weten hoeveel diensten werden geïmporteerd van China, Rusland en de Verenigde Staten, welk soort diensten dat zijn, en in welke mate ze in de waardeketen door bedrijfstakken worden gebruikt en voor Nederlandse export nodig zijn.

Voor beleid is het relevant om zicht te krijgen op de mate waarin Nederland, in het bijzonder het Nederlandse bedrijfsleven, afhankelijk is – direct of indirect – van een breed scala aan geïmporteerde producten én diensten uit China, Rusland en de Verenigde Staten. De economische belangen verbonden aan zulke importstromen zijn het meest omvangrijk voor Nederland. De bundel met producten én diensten die Nederlandse bedrijven uit het buitenland importeren, fungeert namelijk als cruciale inputs in de productieprocessen van deze bedrijven. Een vollediger beeld over de import- en exportafhankelijkheid van het buitenland – verkregen dankzij de aanvulling van de dienstenstroom op de goederenhandel – stelt ons dan in staat om vast te stellen hoe het ‘importpakket’ van een Nederlandse sector (bijvoorbeeld de machine-industrie) eruitziet om te kunnen produceren: Wat is het aandeel van een bepaalde buitenlandse dienst (bijvoorbeeld zakelijke diensten uit de Verenigde Staten) en welk deel van het pakket betreft goederen (bijvoorbeeld lithium-ion-batterijen uit China)? Op dezelfde wijze wordt ook het exportpakket van een sector (bijvoorbeeld export van machines en machineonderdelen naar China) bepaald. 

Eerdere CBS-onderzoeken (bijvoorbeeld CBS, 2017; CBS, 2018) hebben aangetoond dat de Nederlandse positie in de wereldhandel blijft toenemen, mede door de opkomst van grote afzetmarkten zoals China, de toenemende Europese integratie en de aanhoudende fragmentatie van wereldwijde productieprocessen. Nederlandse bedrijven importeren doorgaans veel goederen en diensten die (efficiënter) in het buitenland worden geproduceerd of ze niet zelf kunnen produceren. Een aanzienlijk deel van deze goederen en diensten is essentieel om concurrerend te kunnen exporteren. Door het bovengenoemde ‘importpakket’ aan het ‘exportpakket’ te relateren schetsen we in dit rapport het stuk van de Nederlandse waardeketen dat raakvlakken heeft met het buitenland. Welke inputs blijken onmisbaar te zijn om bepaalde exportproducten te kunnen maken, of om Nederlandse diensten in het buitenland te kunnen verlenen? En welke bestemming heeft deze export? Onze analyse geeft een beter beeld van het belang van een product uit China dat ingezet wordt in de productie van een bepaald product van Nederlandse makelij dat bijvoorbeeld voornamelijk Duitsland als afzetmarkt blijkt te hebben.

Leeswijzer

De rest van dit rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden verschillende aspecten van de bilaterale handel tussen Nederland en de landen China, Rusland en de Verenigde Staten besproken. In hoofdstukken 2.2 en 2.3 beschrijven we de ontwikkeling van de bilaterale goederenhandel tussen Nederland en China, Rusland en de Verenigde Staten, en de samenstelling van deze goederenhandel. Hoofdstukken 2.4 en 2.5 bekijken dit voor de internationale handel in diensten. In hoofdstuk 3 wordt het import- en exportpakket van Nederlandse bedrijfstakken vastgesteld. Concreter wordt onderzocht welke goederen en diensten Nederlandse sectoren naar China, Rusland en de Verenigde Staten exporteren. En hoe zit het met de import door de Nederlandse bedrijven in de waardeketen; welke bedrijfstakken importeren (en dus gebruiken) goederen en diensten direct én indirect (via de waardeketen)? Daarna worden de resultaten in hoofdstuk 4 bekeken vanuit een dynamisch perspectief waarbij gekeken wordt naar wat er gebeurt nadat een product of dienst is geïmporteerd door de Nederlandse bedrijfstakken: welk deel blijft in Nederland, en welk deel stroomt via de keten door naar het buitenland? In hoofdstuk 5 beschrijven we vervolgens de Nederlandse investeringsrelatie met de landen China, Rusland en de Verenigde Staten. Hierbij wordt beschreven hoeveel er vanuit Nederland in China, Rusland en de Verenigde Staten geïnvesteerd wordt, en vice versa. Hoofdstuk 6 vat samen en concludeert.

Literatuur

Bohn, T., Brakman, S. & Dietzenbacher, E. (2018). The role of services in globalisation. The World Economy, 41(10), 2732-2749. 

CBS (2017). CBS Internationaliseringsmonitor 2017, vierde kwartaal: Waardeketens. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2018). Internationaliseringsmonitor 2018, eerste kwartaal: De positie van Nederland. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2019). Nederland Handelsland: Export, investeringen en werkgelegenheid 2019. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2020a). Nederland Handelsland: Export, investeringen en werkgelegenheid 2020. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2020b). Economie krimpt met 8,5 procent in tweede kwartaal 2020. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Cremers, D., Loog, B., Notten, T., Prenen, L. & Wong, K.F. (2019). De Nederlandse importafhankelijkheid van China, Rusland en de VS. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

DNB (2014). De dienstensector als exportmotor van Nederland. Geraadpleegd van https://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2014/dnb309403.jsp.

Lemmers, O. (2015). Waarom diensten de dienst uitmaken in export. Internationaliseringsmonitor 2015, eerste kwartaal: Waardeketens. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

OESO (2019). Economic Outlook: Weak trade and investment threaten long-term growth. Geraadpleegd van https://www.oecd.org/economy/economic-outlook-weak-trade-and-investment-threaten-long-term-growth.htm.

OESO (2020a). OECD Economic Outlook, Interim Report March 2020. Geraadpleegd van https://doi.org/10.1787/7969896b-en.

OESO (2020b). Evaluating the initial impact of COVID-19 containment measures on economic activity. Geraadpleegd van https://read.oecd-ilibrary.org/view/?ref=126_126496-evgsi2gmqj&title=Evaluating_the_initial_impact_of_COVID-19_containment_measures_on_economic_activity.

OESO (2020c). Merchandise trade growth beginning to stabilize but services trade remains weak. Geraadpleegd van https://www.oecd.org/sdd/its/international-trade-pulse-oecd-updated-october-2020.htm.

Ramaekers, P. (2017). Internationale diensten in het kort. Internationaliseringsmonitor 2017, tweede kwartaal: Internationale handel in diensten. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

2.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de handelsrelatie van Nederland met China, Rusland en de Verenigde Staten. Het eerste deel van dit hoofdstuk geeft een overzicht van de trends in de Nederlandse goederenhandel met China, Rusland en de Verenigde Staten. Daarbij wordt ingegaan op de volgende onderzoeksvragen:

  • Hoeveel exporteert Nederland aan goederen naar China, Rusland en de Verenigde Staten? En hoe heeft zich de goederenuitvoer naar deze drie landen de laatste jaren ontwikkeld? Welke goederen worden er naar deze drie landen geëxporteerd? Bestaat deze export uit goederen die geproduceerd zijn in Nederland of uit wederuitvoer?
  • Hoeveel bedroeg de goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten? Hoe heeft de goedereninvoer zich de laatste jaren ontwikkeld? Wat is de samenstelling van de geïmporteerde goederen? Is de invoer uit deze drie landen bestemd voor binnenlands verbruik of voor wederuitvoer?

Nederlandse bedrijven exporteren en importeren niet alleen goederen maar in toenemende mate ook diensten. De dienstenhandel is in de laatste jaren belangrijker geworden en speelt een steeds grotere rol vergeleken met de goederenhandel – zowel voor Nederland (Cremers & Jaarsma, 2019) als wereldwijd (Bohn et al., 2018). In het tweede deel van dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de dienstenhandel met China, Rusland en de Verenigde Staten, waarbij de volgende onderzoeksvragen centraal staan:

  • Zien we ook in de Nederlands handelsrelaties met China, Rusland en de Verenigde Staten dat de handel in diensten belangrijker is geworden?
  • Hoeveel bedraagt de dienstenexport naar China, Rusland en de Verenigde Staten? Welke type diensten exporteert Nederland het meest naar deze drie landen? Welke dienstensoorten zijn in de loop van de tijd meer of minder belangrijk geworden in absolute en relatieve zin in de dienstenexport naar de drie landen?
  • Voor welk bedrag werd er aan diensten uit deze drie landen ingevoerd? Welke diensten werden er de afgelopen jaren met name  geïmporteerd uit China, Rusland en de Verenigde Staten? Hebben er de laatste jaren verschuivingen plaatsgevonden in de samenstelling van de dienstenimport uit deze drie landen?

Leeswijzer

In paragraaf 2.2 worden eerst de trends in de uitvoer van goederen besproken. Paragraaf 2.3 gaat dieper in op trends in de goedereninvoer, waarbij ook gekeken wordt naar de bestemming van de goedereninvoer. In paragraaf 2.4 worden de trends in de dienstenexport onder de loep genomen. Tot slot worden in  paragraaf 2.5 de trends in de dienstenimport beschreven.

2.2 Export van goederen

In deze paragraaf worden de algemene trends in de uitvoer van goederen naar China, Rusland en de Verenigde Staten geschetst vanuit een macroperspectief. Er wordt een overzicht gegeven van de totale export, maar ook van het relatieve belang van deze landen op de totale export. Daarnaast worden de belangrijkste exportproducten per land gekenschetst. De uitvoer wordt uitgesplitst naar uitvoer van Nederlandse makelij en wederuitvoer. Dit laatste zijn goederen die ingevoerd worden, tijdelijk in Nederland verblijven en vrijwel onbehandeld weer uitgevoerd worden.

Nederland exporteerde in 2019 voor ruim 494 miljard euro aan goederen naar het buitenland.1) Daarvan bestond 47 procent (232 miljard euro) uit goederen van Nederlandse makelij en het resterende 53 procent (261 miljard euro) betrof wederuitvoer. Wederuitvoer droeg dus iets meer bij aan de waarde van de goederenexport dan de export van eigen makelij. Een aantal onderzoeken (bijvoorbeeld Aerts et al., 2020; Jaarsma & Wong, 2020) liet zelfs zien dat deze verhouding in de meest recente jaren verder aan het verschuiven is in het voordeel van de wederuitvoer. In figuur 2.2.1 zoomen we in op de goederenexport naar China, Rusland en de Verenigde Staten in de periode 2015-2019. Uit deze figuur kunnen we opmaken dat het hierboven geschetste patroon niet helemaal strookt met die van de goederenexport naar China, Rusland en de Verenigde Staten. Het overgrote deel van de Nederlandse goederenexport naar die drie landen bestaat immers uit de uitvoer van goederen van eigen makelij. Dit is met name zichtbaar voor China en de Verenigde Staten.

Van deze drie landen exporteerde Nederland het meest aan goederen naar de Verenigde Staten, gevolgd door China en Rusland. In 2019 bedroeg de totale goederenexport naar de Verenigde Staten 21 miljard euro. Dat is 6,2 miljard euro meer dan in 2015, oftewel een toename van ruim 42 procent. Circa twee derde van de goederenuitvoer bestond in 2019 uit de export van Nederlandse makelij (14,2 miljard euro). Ook is deze export tussen 2015 en 2019 – met ruim 45 procent – harder gegroeid dan de wederuitvoer naar de Verenigde Staten (36 procent). Het relatieve belang van de Verenigde Staten voor de Nederlandse goederenexport – het aandeel Verenigde Staten in de totale Nederlandse goederenexport – blijkt ook toe te nemen. In 2019 was dit aandeel 4,3 procent. Dit was 0,7 procentpunt hoger dan in 2015 (3,6 procent). Het toenemende belang van de Verenigde Staten is vooral toe te schrijven aan de sterke groei die de export van goederen van Nederlandse makelij doormaakt; in 2015 was 4,6 procent van de Nederlandse goederenuitvoer bestemd voor de Verenigde Staten, in 2019 is dit aandeel opgelopen tot 6,1 procent. Daarmee bleef de Verenigde Staten tussen 2015 en 2019 de vijfde belangrijkste bestemming voor Nederlandse exportproducten.

De goederenuitvoer naar China bestond ook vooral uit de export van goederen van Nederlandse makelij. In 2019 bedroeg de waarde van deze export bijna 8 miljard euro, 3 miljard meer dan in 2015. Sinds de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie kende de Chinese import uit Nederland een gestage groei (Creemers et al., 2020). Zowel de export van eigen makelij als de wederuitvoer naar China namen tussen 2015 en 2019 toe met ruim 60 procent. Bovendien verstevigde China in de laatste jaren haar positie in de top tien landen van grootste exportbestemmingen van Nederland. In 2019 ging zo’n 3,4 procent van de totale uitvoer van in Nederland geproduceerde goederen naar China, in 2015 was dit aandeel lager (2,3 procent). Daarmee was China in 2019 de zesde belangrijkste bestemming voor de export van eigen makelij, één plek hoger dan in de periode van 2015 tot en met 2018.

Nederland exporteerde 5,3 miljard euro aan goederen naar Rusland, goed voor 1 procent van de totale goederenexport. De uitvoer naar Rusland is redelijk evenredig verdeeld over de export van Nederlands product en wederuitvoer met respectievelijk 2,9 miljard en 2,4 miljard euro. In tegenstelling tot China en de Verenigde Staten groeide de wederuitvoer naar Rusland wel harder dan de export van goederen van Nederlandse makelij. Het feit dat de groei van de export van Nederlands makelij iets achterblijft komt deels voor rekening van de Russische boycot op Europese landbouw- en voedselproducten (Cremers et al., 2019).

2.2.1 Goederenuitvoer naar China, Rusland en de Verenigde Staten
   Uitvoer van Nederlandse makelij (miljard euro)Wederuitvoer (miljard euro)
China20155,01,9
China20166,22,0
China20176,72,5
China20187,22,6
China20198,03,1
Rusland20152,01,4
Rusland20162,01,6
Rusland20172,31,9
Rusland20182,42,1
Rusland20192,92,4
Verenigde Staten20159,85,1
Verenigde Staten20169,54,9
Verenigde Staten201711,05,7
Verenigde Staten201813,25,8
Verenigde Staten201914,27,0
 

China

Om een beter beeld te krijgen hoe de goederenexport naar China, Rusland en de Verenigde Staten precies is opgebouwd, wordt de goederenstroom naar ieder land verder ingedeeld in vijf type goederen. We beginnen met de export naar China, zie figuur 2.2.2. De export van eigen makelij naar China kenmerkt zich door een omvangrijke export van machines en vervoermaterieel (2,9 miljard euro in 2019) en voeding en dranken (2,4 miljard), goed voor een gezamenlijk aandeel van 67 procent van de totale export van eigen makelij naar China. Ten opzichte van 2015 is de export van deze twee goederencategorieën in waarde nagenoeg verdubbeld. De export van machines en vervoermaterieel steeg van 1,7 miljard in 2015 tot 2,9 miljard in 2019. De exportwaarde van voeding en dranken bedroeg in 2015 1,1 miljard euro en is meer dan verdubbeld naar 2,4 miljard in 2019. Binnen de eerste goederencategorie met China als land van bestemming staan producten als (chip)machines en onderdelen (1,3 miljard) en elektronische onderdelen voor de (hightech) industrie (0,5 miljard) hoog genoteerd. Onder voeding en dranken naar China vallen met name babymelkpoeder (1,3 miljard) en vlees (0,7 miljard). De groei van de export van babymelkpoeder en vlees blijkt hoofdzakelijk verantwoordelijk te zijn voor de sterke toename van de uitvoer van voeding en dranken. De Chinese run op varkensvlees heeft te maken met de in China en andere landen toegeslagen Afrikaanse varkenspest (Ramaekers, 2020). Daarnaast is China traditioneel een grootgebruiker van Nederlands babymelkpoeder en de vraag hiernaar groeit continu (CBS, 2018; Ramaekers, 2020). Na machines en vervoermaterieel en voeding en dranken stond de export van chemische en industriële producten naar China met respectievelijk 1 en 0,9 miljard hoog genoteerd. Onder chemische producten ging het met name om optische, medische en fotografische precisie- en meetinstrumenten (0,4 miljard). In Nederland geproduceerde industriële producten uitgevoerd naar China bestonden voor het grootste gedeelte uit kunststof (0,4 miljard) en farmaceutische producten en medicijnen (0,2 miljard). De export van grondstoffen en minerale brandstoffen naar China daalde in tegenstelling tot de voorgaande goederencategorieën, mede door een flinke afname van de Nederlandse export van afvalproducten (CBS, 2018).

2.2.2 Goederenuitvoer naar China naar goederencategorie
   Uitvoer Nederlandse makelij (miljoen euro)Wederuitvoer (miljoen euro)
Voeding en dranken20192421,5203,1
Voeding en dranken20181870,9155,3
Voeding en dranken20151089,6132,4
Grondstoffen en minerale brandstoffen2019626,4207,5
Grondstoffen en minerale brandstoffen2018565,7295,3
Grondstoffen en minerale brandstoffen2015800,4548,8
Chemische producten20191073,3574,0
Chemische producten2018930,5589,3
Chemische producten2015909,6201,4
Industriële producten2019912,0905,1
Industriële producten2018757,1591,4
Industriële producten2015425,4336,1
Machines en vervoermaterieel20192945,11178,4
Machines en vervoermaterieel20183082,4979,7
Machines en vervoermaterieel20151736,9686,4

Wederuitvoer naar China spitste zich vooral toe op machines en vervoermaterieel (1,2 miljard in 2019), en industriële (0,9 miljard) en chemische producten (0,6 miljard). De wederuitvoer van industriële producten valt op; qua omvang is de wederuitvoer in 2019 nagenoeg gelijk aan de export van eigen makelij. De wederuitvoer van industriële producten bestond in dat jaar voor het overgrote deel uit optische, medische en fotografische precisie- en meetinstrumenten (0,5 miljard). De wederuitvoer van dit soort producten is ook verantwoordelijk voor de sterke toename van de wederuitvoer van industriële producten. Machines en vervoermaterieel vormden de grootste categorie in de wederuitvoer naar China, daarbij ging het vooral om elektronische onderdelen voor de (hightech) industrie (0,4 miljard) en generatoren en motoren (0,2 miljard). Chemische producten als organische chemische producten (0,2 miljard), en farmaceutische producten en medicijnen (0,1 miljard) gingen via Nederlandse wederuitvoer naar China.

Rusland

In de uitvoer van goederen naar Rusland zijn machines en vervoermaterieel en chemische en industriële producten het talrijkst, zie figuur 2.2.3. Over het algemeen is in alle goederencategorieën een exportgroei te zien.  Verder gaat het bij de export van machines en vervoermaterieel en industriële producten om veel wederuitvoer. Als er wordt gecorrigeerd voor wederuitvoer staan de machines en vervoermaterieel (0,9 miljard) en chemische producten (0,7 miljard) nog steeds hoog genoteerd in 2019. De industriële producten (0,4 miljard) werden echter wel voorbijgestreefd door voeding en dranken (0,5 miljard), en grondstoffen en minerale brandstoffen (0,4 miljard). Typische producten van Nederlandse makelij die onder machines en vervoermaterieel vallen, zijn landbouwmachines en machines voor de voedingsmiddelenindustrie (samen goed voor 0,2 miljard euro) en auto’s en auto-onderdelen (0,2 miljard). De wederuitvoer binnen dezelfde goederencategorie bestond vooral uit computers en onderdelen daarvan (0,5 miljard) en communicatieapparatuur (0,2 miljard). Bij zowel de export van chemische producten uit eigen productie en de wederuitvoer van dit type product ging het vooral om medicijnen en andere farmaceutische producten. Bij de industriële producten zijn de optische, medische en fotografische precisie- en meetinstrumenten dominant. Binnen de export van Nederlandse voeding en dranken naar Rusland zijn bereide voedingsmiddelen, groenten en fruit, en veevoer de grootste subcategorieën.

2.3.3 Samenstelling Nederlandse goederenimport naar land en goederencategorie, 2019
categorieInvoerLandinvoerNL (miljard euro)wederuitvoer (miljard euro)
Chemische ProductenChina1,0791,178
Chemische ProductenRusland0,1160,100
Chemische ProductenVerenigde Staten1,7673,801
Grondstoffen en minerale brandstoffenChina0,1890,434
Grondstoffen en minerale brandstoffenRusland8,3312,584
Grondstoffen en minerale brandstoffenVerenigde Staten3,8831,213
Industriële productenChina5,7178,024
Industriële productenRusland0,1480,751
Industriële productenVerenigde Staten1,9036,802
Machines en VervoermaterieelChina8,00916,690
Machines en VervoermaterieelRusland0,0250,037
Machines en VervoermaterieelVerenigde Staten6,3127,543
Voeding en drankenChina0,5070,485
Voeding en drankenRusland0,0580,049
Voeding en drankenVerenigde Staten0,6550,664
 

Verenigde Staten

De uitvoer van goederen van Nederlandse makelij naar de Verenigde Staten wordt gedomineerd door machines en vervoermaterieel, zie figuur 2.2.4. In 2019 werd voor meer dan 6 miljard euro van deze producten naar de Verenigde Staten geëxporteerd, dit was 10,7 procent van de totale export van Nederlandse machines en vervoermaterieel. Onder de categorie machines en vervoermaterieel ging het in 2019 met name om (chip)machines en onderdelen daarvan (28 miljard), op ruime afstand gevolgd door elektronische onderdelen voor de (hightech) industrie (1 miljard) – met name elektromedische en radiologische apparaten – en auto’s en auto-onderdelen (0,9 miljard).

Ook wat betreft wederuitvoer naar de Verenigde Staten voerden machines en vervoermaterieel de lijst aan in de periode 2015-2019. Typische wederuitvoergoederen in deze categorie waren computers en onderdelen daarvan (0,6 miljard), elektrische apparaten (0,6 miljard euro) – ook hierbij vooral elektromedische en radiologische apparaten – en generatoren en motors (0,6 miljard euro). Na machines en vervoermaterieel speelden industriële producten een belangrijke rol in zowel de uitvoer van eigen makelij als wederuitvoer naar de Verenigde Staten. De uitvoer van goederen van Nederlandse makelij betrof vooral diverse gefabriceerde goederen (0,6 miljard), ijzer en staal (0,5 miljard) en optische, medische en fotografische precisie- en meetinstrumenten (0,4 miljard). De wederuitvoer van industriële producten naar de Verenigde Staten bestaat grotendeels uit fotografische precisie- en meetinstrumenten (0,9 miljard) en diverse gefabriceerde goederen (0,4 miljard). De export van in Nederland geproduceerde grondstoffen en minerale brandstoffen naar de Verenigde Staten verdubbelde bijna in waarde tussen 2015 en 2019. Daarbij ging het met name om ruwe aardolie en aardolieproducten (1,8 miljard). De uitvoer van chemische producten bestond vooral uit organische chemische producten (0,4 miljard), farmaceutische producten en medicijnen (0,3 miljard), en kunststof (0,3 miljard). Uitvoer van Nederlandse voeding en drank naar de Verenigde Staten betrof voornamelijk bier (0,7 miljard), levende dieren (0,2 miljard), en groenten en fruit (0,2 miljard).

2.2.4 Goederenuitvoer naar de Verenigde Staten naar goederencategorie
   Uitvoer Nederlandse makelij (miljoen euro)Wederuitvoer (miljoen euro)
Voeding en dranken20191686,1163,3
Voeding en dranken20181595,4170,2
Voeding en dranken20151546,7125,6
Grondstoffen en minerale brandstoffen20192204,9863,3
Grondstoffen en minerale brandstoffen20181928,2587,5
Grondstoffen en minerale brandstoffen20151197,7629,2
Chemische producten20191727,5982,3
Chemische producten20181584,5933,4
Chemische producten20151565,61100,6
Industriële producten20192394,81664,5
Industriële producten20182232,21353,1
Industriële producten20151595,2889,3
Machines en vervoermaterieel20196143,33276,8
Machines en vervoermaterieel20185893,42707,1
Machines en vervoermaterieel20153860,52347,4

Technologische intensiteit

Figuur 2.2.5 geeft een andere manier om de exportstromen naar de drie landen te bekijken door ze in te delen naar diverse technologische intensiteiten. Uit figuur 2.2.5 zien we dat het aandeel medium-high-tech goederen het grootst is. Zo bedroeg de export van medium-high-tech goederen naar de Verenigde Staten (zonder wederuitvoer) in 2019 6,8 miljard euro, goed voor bijna de helft van de totale export van eigen makelij naar de Verenigde Staten. Voor de bestemmingen China en Rusland was dit aandeel respectievelijk 44 en 42 procent. Het hoge aandeel medium-high-tech goederen is logischerwijs te relateren aan de belangrijkste exportproducten die we eerder gemarkeerd hebben, zoals (chip)machines en machineonderdelen. Nederland exporteerde ook relatief veel medium-high-tech producten naar China en de Verenigde Staten, waarvan bijna de helft wel wederuitvoer betrof. High-tech goederen die in Nederland vervaardigd zijn, blijken voor China en de Verenigde Staten in relatieve zin even belangrijk. Circa 11,5 procent van de totale export van goederen uit eigen makelij naar China betrof high-tech producten, voor de Verenigde Staten was dit 11 procent. Uit figuur 2.2.5 is ook op te merken dat de Verenigde Staten in zowel absolute als relatieve zin meer afhankelijk zijn van Nederlandse medium-low-tech goederen, o.a. via grondstoffen en minerale brandstoffen en ijzer en staal, dan China en Rusland. In 2019 ging het om 2,9 miljard, oftewel 37 procent van de totale export naar de Verenigde Staten. China bleek voornamelijk relatief afhankelijk te zijn van Nederlandse low-tech goederen, vooral gedreven door de Nederlandse export van babymelkpoeder en vlees.

2.2.5 Samenstelling Nederlandse goederenuitvoer naar land en technologische intensiteit, 2019
   Uitvoer Nederlandse makelij (miljard euro)Wederuitvoer (miljard euro)
High-techChina0,90,8
High-techRusland0,51,1
High-techVerenigde Staten1,61,9
Medium-high-techChina3,51,2
Medium-high-techRusland1,20,7
Medium-high-techVerenigde Staten6,82,7
Medium-low-techChina0,40,2
Medium-low-techRusland0,20,1
Medium-low-techVerenigde Staten2,91,0
Low-techChina2,80,8
Low-techRusland0,50,4
Low-techVerenigde Staten2,31,1
Niet-technologischChina0,30,1
Niet-technologischRusland0,40,1
Niet-technologischVerenigde Staten0,60,2

2.3 Import van goederen

In dit hoofdstuk wordt de goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten onderzocht. In essentie bouwt deze paragraaf voort op de eerdere inzichten van Cremers et al. (2019) waar een aantal aspecten van de Nederlandse goederenimport al werd belicht voor het jaar 2018. In figuur 2.3.1 is de Nederlandse import uit China, Rusland en de Verenigde Staten in miljarden euro’s afgebeeld voor de jaren 2015-2019. Zoals eerder aangegeven door o.a. Cremers et al. (2019) kan een geïmporteerd product bestemd zijn voor Nederlands gebruik of voor wederuitvoer. Een dergelijke splitsing is ook terug te vinden in figuur 2.3.1. Nederland importeerde in 2019 voor bijna 90 miljard euro aan goederen uit China, Rusland en de Verenigde Staten, goed voor meer dan 20 procent van de totale goederenimport. Van deze drie landen werd de grootste bijdrage aan de import geleverd door China met 42,3 miljard euro, deze import vertegenwoordigde daarmee bijna 10 procent van de Nederlandse goederenimport.

Op totaalniveau zien we dat de goederenimport uit China en de Verenigde Staten in de periode 2015-2019 toegenomen is. Wanneer we net als in Cremers et al. (2019) inzoomen op het gebruik (of de bestemming) van de import, dan zien we wel een verandering. In 2019 bleek dat Nederland voor 26,8 miljard euro aan goederen uit China importeerde voor wederuitvoer, 5 miljard meer dan in 2015, oftewel een stijging van 23 procent. De invoer voor de Nederlandse markt steeg in die periode iets harder met bijna 40 procent. Invoer uit China lijkt in de laatste jaren dus relatief vaker bestemd voor de Nederlandse markt, hoewel het merendeel van de goederen uit China nog steeds bestemd is voor wederuitvoer. Een identiek patroon is zichtbaar voor de import uit de Verenigde Staten. Een andere interessante observatie is dat Nederland vaker producten uit China dan de Verenigde Staten importeert voor het binnenlands gebruik, waar dat in 2015 nog andersom was. De import voor wederuitvoer is voor de Verenigde Staten harder gestegen dan China. Goederenimport uit Rusland was in 2019 licht afgenomen tot 12,2 miljard euro. Dit komt met name door een sterke daling van de import voor Nederlands gebruik. Overigens is het verschil in de importwaarde niet noodzakelijkerwijs toe te schrijven aan een lager volume, dit kan ook verklaard worden door een prijsdaling van de ingevoerde producten. Uit Rusland worden veel minerale brandstoffen geïmporteerd die in prijs sterk kunnen fluctueren.

2.3.1 Bestemming van de goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten
LandJaarInvoer voor wederuitvoer (miljard euro)Invoer voor Nederlands gebruik (miljard euro)
China201521,811,1
China201621,911,9
China201725,311,9
China201826,312,9
China201926,815,5
Rusland201547,4
Rusland20163,67,7
Rusland20173,58,7
Rusland20183,710
Rusland20193,58,7
Verenigde Staten201516,111,9
Verenigde Staten201616,612,7
Verenigde Staten201717,612,4
Verenigde Staten201818,812,4
Verenigde Staten20192014,5

Invoer uitgesplitst naar goederencategorie

De invoerstromen kunnen vervolgens ingedeeld worden in vijf goederencategorieën. Deze uitsplitsing is voor het jaar 2019 weergegeven in figuur 2.3.2. Invoerproducten uit Rusland vallen voornamelijk in de categorie grondstoffen en minerale brandstoffen. Eerder in dit hoofdstuk is beschreven dat de invoerwaarde uit Rusland licht gedaald is ten opzichte van 2018. Deze daling is zowel te zien bij de invoer van aardolie (8,5 miljard euro in 2019) als gas (1,8 miljard). Voor gas is de totale invoerwaarde in 2019 gedaald ten opzichte van 2018, voor aardolie is dit niet het geval. Tegenover de lichte daling van de invoerwaarde van aardolie uit Rusland (van 8,7 naar 8,5 miljard euro) staat een stijging van de invoerwaarde van aardolie uit de Verenigde Staten (van 2,4 naar 3,6 miljard euro) – dit betreft de invoer van ruwe aardolie. Wel is het nog steeds zo dat het grootste deel van de invoer van grondstoffen en minerale brandstoffen voor Nederlands gebruik is.

2.3.2 Bestemming van de invoer, naar land
countrynamejaarInvoer voor Nederlands gebruik (%)Invoer voor wederuitvoer (%)
China20150,3390,661
China20160,3520,648
China20170,3200,680
China20180,3300,670
China20190,3660,634
Rusland20150,6500,350
Rusland20160,6820,318
Rusland20170,7110,289
Rusland20180,7280,272
Rusland20190,7110,289
Verenigde Staten20150,4260,574
Verenigde Staten20160,4340,566
Verenigde Staten20170,4140,586
Verenigde Staten20180,3980,602
Verenigde Staten20190,4200,580
 

Machines en vervoermaterieel

Uit China en de Verenigde Staten werden in 2019 bij uitstek producten geïmporteerd die onder machines en vervoermaterieel vallen, daar behelsde de invoer uit de Verenigde Staten en China samen bijna 39 miljard euro. In totaal voerde Nederland in deze categorie voor ongeveer 139 miljard euro in, waarvan meer dan een kwart dus afkomstig is uit China en de Verenigde Staten. Van deze invoer uit China en de Verenigde Staten was respectievelijk 16,7 en 7,5 miljard euro bestemd voor wederuitvoer, een kleine stijging ten opzichte van 2018. De invoer voor Nederlands gebruik is harder gestegen tussen 2018 en 2019: de import van goederen uit China steeg van 6,3 miljard naar 8 miljard euro, voor de Verenigde Staten ging het om een toename van 5,4 miljard naar 6,3 miljard euro.

Binnen de categorie machines en vervoermaterieel uit China vormden toestellen voor telecommunicatie (7,6 miljard euro invoer, waarvan 5,7 miljard voor wederuitvoer), computers (5,4 miljard euro invoer, waarvan 2,8 miljard wederuitvoer) en televisies (1,6 miljard euro invoer, waarvan 1,4 miljard wederuitvoer) het grootste aandeel. De stijging van de invoerwaarde van telecommunicatieapparatuur tussen 2018 en 2019 is bijna volledig toe te schrijven aan de stijging van invoer voor binnenlandse consumptie. Waar bij kantoormachines en televisieontvangers een dalende trend ingezet is, heeft er bij de invoer van computers uit China juist een omgekeerde kanteling plaatsgevonden: in 2018 was de invoer voor Nederlandse consumptie al gestegen van 2,0 naar 2,2 miljard en in 2019 steeg de invoer voor Nederlands gebruik door naar 2,6 miljard. De invoer voor wederuitvoer steeg van 2,3 miljard in 2018 tot 2,8 miljard in 2019.

Van machines en vervoermaterieel heeft de categorie luchtvaartuigen en onderdelen de grootste invoerwaarde uit de Verenigde Staten in 2019, namelijk 2,8 miljard euro, waarvan 2,3 miljard euro bestemd bleek voor binnenlands verbruik. Binnen deze categorie zitten begrijpelijkerwijs grote investeringen die niet ieder jaar plaatsvinden en de waarde fluctueerde de laatste jaren tussen de 1 en 3 miljard euro De belangrijkste goederen in deze categorie die afkomstig uit de Verenigde Staten en bestemd zijn voor wederuitvoer betreffen toestellen voor telecommunicatie (1,9 miljard), computeronderdelen (0,8 miljard) en niet-elektrische motoren (0,7 miljard euro).

Industriële producten

Ook de invoer van industriële producten is in 2019 gestegen ten opzichte van 2018. De invoer uit China bestemd voor wederuitvoer is gestegen van 7,6 miljard naar 8 miljard euro en de invoer voor binnenlands gebruik van 5 miljard naar 5,7 miljard. Voor wederuitvoer bestond de top drie in 2019 uit kleding (1,7 miljard), speelgoed- en sportartikelen (0,9 miljard) en schoenen (0,5 miljard). Voor binnenlands gebruik staat ook kleding op één met een invoerwaarde van 0,7 miljard euro, daarna volgen meubels (0,6 miljard) en speelgoed- en sportartikelen (0,5 miljard).

De invoer voor wederuitvoer uit de Verenigde Staten is van 6 miljard in 2018 naar 6,8 miljard gestegen in 2019. De invoer voor binnenlands gebruik is licht gedaald van 2,0 miljard in 2018 naar 1,9 miljard euro in 2019. De invoer bestemd voor wederuitvoer bestond voornamelijk uit medische instrumenten en apparaten (3,4 miljard), implantaten en orthopedische artikelen (1,5 miljard) en meetinstrumenten (0,6 miljard). De resterende 1,9 miljard euro aan industriële producten uit de Verenigde Staten, waaronder meettoestellen (0,4 miljard) en optische instrumenten en apparaten (0,2 miljard euro) was bestemd voor verbruik binnen de Nederlandse economie.

De invoer van industriële producten uit Rusland is gedaald, in 2019 was 0,8 miljard euro invoer bestemd voor wederuitvoer (in 2018 ging het nog om 0,9 miljard) en 0,1 miljard euro voor Nederlands gebruik (in 2018 nog 0,4 miljard).

Chemische producten

Ook met de invoer van chemische producten zijn aanzienlijke bedragen gemoeid, met name vanuit de Verenigde Staten. In totaal behelsde deze invoerstroom zo’n 53 miljard euro in 2019, waarvan iets meer dan 10 procent uit de Verenigde Staten kwam (5,6 miljard euro). Van deze 53 miljard euro was 17,3 miljard euro voor binnenlands gebruik en 25,6 miljard euro voor wederuitvoer. Van de invoer uit de Verenigde Staten was 3,8 miljard euro bestemd voor wederuitvoer en 1,8 miljard euro voor binnenlands gebruik. Waar het totaal van 2018 naar 2019 met meer dan 7 procent steeg (49,4 miljard in 2018) bleef het stijgingspercentage van de invoer uit de Verenigde Staten onder de 1 procent hangen.

Met name de categorie medicinale en farmaceutische producten bleek een sterke daler: de invoer uit de Verenigde Staten voor binnenlands gebruik is sinds 2015 behoorlijk afgeremd. In 2015 werd er nog voor 1,9 miljard euro aan medicinale en farmaceutische producten ingevoerd voor binnenlands gebruik, in 2019 was dit gedaald tot slechts 0,3 miljard. Dit is te relateren aan het feit dat in de periode 2013–2015 het patent van een groot deel van de bestverkopende medicijnen zijn verlopen (Lammertsma, 2019), waardoor de prijzen sterk zijn gedaald. Terwijl er sprake is van een forse daling in de import van farmaceutische producten en medicijnen uit de Verenigde Staten, zien we dat de invoer van medicinale en farmaceutische producten uit overige landen al sinds 2016 aanzienlijk stijgt. Farmaceutische producten en medicijnen uit de Verenigde Staten lijken vervangen te worden door hetzelfde soort producten uit andere landen, met name vanuit Duitsland, Ierland en Israël steeg deze invoer hard.

Grondstoffen en minerale brandstoffen

Invoer uit Rusland valt voornamelijk in de categorie grondstoffen en minerale brandstoffen. Eerder in dit hoofdstuk is beschreven dat de invoerwaarde uit Rusland licht gedaald is ten opzichte van 2018. Vanwege geheimhouding kan geen gedetailleerde uitsplitsing worden gegeven van deze goedereninvoer uit Rusland. Wel kan worden vermeld dat het merendeel van de goedereninvoer uit Rusland bestaande uit minerale brandstoffen zoals aardolie, aardgas en steenkool bestemd was voor binnenlands verbruik.

Technologische intensiteit

Analoog aan paragraaf 2.2 wordt de goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten verbijzonderd naar de mate van technologische intensiteit. Zo kunnen invoerstromen van verschillende technologische intensiteit met elkaar vergeleken worden. Deze uitsplitsing is voor het jaar 2019 weergegeven in figuur 2.3.3.

2.3.3 Samenstelling Nederlandse goederenimport naar land en goederencategorie, 2019
categorieInvoerLandInvoer voor Nederlands gebruik (miljard euro)Invoer voor wederuitvoer (miljard euro)
Chemische productenChina1,0791,178
Chemische productenRusland0,1160,100
Chemische productenVerenigde Staten1,7673,801
Grondstoffen en minerale brandstoffenChina0,1890,434
Grondstoffen en minerale brandstoffenRusland8,3312,584
Grondstoffen en minerale brandstoffenVerenigde Staten3,8831,213
Industriële productenChina5,7178,024
Industriële productenRusland0,1480,751
Industriële productenVerenigde Staten1,9036,802
Machines en vervoermaterieelChina8,00916,690
Machines en vervoermaterieelRusland0,0250,037
Machines en vervoermaterieelVerenigde Staten6,3127,543
Voeding en drankenChina0,5070,485
Voeding en drankenRusland0,0580,049
Voeding en drankenVerenigde Staten0,6550,664
 

High-technology

In 2019 werden er relatief veel high-tech producten geïmporteerd uit China en de Verenigde Staten. Van 76,6 miljard euro aan totale invoer van high-tech goederen kwam meer dan 34 procent uit China of de Verenigde Staten (26,2 miljard euro). Van de invoer van high-tech goederen uit China (18,9 miljard euro) was het overgrote deel - meer dan 70 procent - bestemd voor wederuitvoer (13,3 miljard). High-tech goederen lijken geleidelijk vaker bestemd te zijn voor de Nederlandse markt. Ten opzichte van de totale invoer blijkt dat het aandeel high-tech goederen vanuit China bestemd voor binnenlands gebruik groter wordt (van 16 procent in 2015 naar 22 procent in 2019), terwijl het aandeel voor wederuitvoer slinkt (van 30 procent in 2015 naar 26 procent in 2019). Daarnaast lijkt het aandeel invoer van high-tech goederen uit China voor wederuitvoer te stagneren of zelfs licht te dalen sinds 2017. De invoer voor binnenlands verbruik blijft daarentegen wel groeien, van 4,2 miljard euro in 2018 naar 5,6 miljard euro in 2019. De high-tech producten vallen met name in de categorie machines en vervoermaterieel.

De invoer van high-tech producten uit de Verenigde Staten bedroeg 7,3 miljard euro in 2019. Daarvan was ook het grootste deel bedoeld voor wederuitvoer, namelijk 5,4 miljard euro. Het relatieve belang van high-tech goederen uit de Verenigde Staten daalde gestaag, dit was met name zichtbaar in de invoer bestemd voor binnenlands gebruik (van 15 procent in 2015 naar 7 procent in 2019). Hierin speelde farmaceutische producten en medicijnen een grote rol. De ingevoerde high-tech producten uit de Verenigde Staten zijn met name chemische producten en machines en vervoermaterieel. Zoals reeds beschreven daalde de invoer van chemische producten (met name de medicinale en farmaceutische producten) vanuit de Verenigde Staten, en draagt daarmee sterk bij aan de daling van de high-tech invoer.

Medium high-technology

Ingevoerde producten die als medium-high-tech bestempeld worden, waren minder vaak afkomstig uit China en de Verenigde Staten dan high-tech producten. In totaal importeerde Nederland in 2019 voor 127 miljard euro aan medium-high-tech producten, daarvan was 67,9 miljard euro bestemd voor binnenlands gebruik en het resterende deel, 59,2 miljard, voor wederuitvoer. Minder dan 10 procent kwam uit China. Deze invoer had een waarde van 10,2 miljard euro, waarvan wel de meerderheid voor wederuitvoer bestemd was (6,1 miljard). Uit de Verenigde Staten werd voor 13,4 miljard euro aan medium-high-tech goederen geïmporteerd, waarvan een nipte meerderheid voor binnenlands gebruik (6,8 miljard). De medium-high-tech invoer uit de Verenigde Staten valt voor het grootste deel in de categorie machines en vervoermaterieel: 5,3 miljard euro was bestemd voor binnenlands gebruik en 3,8 miljard euro voor wederuitvoer. De tweede grootste categorie was chemische producten en daarvan werd 1,3 miljard euro ingevoerd voor binnenlands gebruik en 2,7 miljard voor wederuitvoer.

Medium-low-tech, low-tech en niet-technologische producten

Van de 64,9 miljard euro invoer aan medium-low-tech producten was slechts 8,8 miljard in 2019 afkomstig uit China, Rusland en de Verenigde Staten. Zowel voor de Verenigde Staten als voor Rusland daalde dit aandeel tussen 2015 en 2019. Uit de Verenigde Staten kwam in 2019 voor bijna 1 miljard euro aan medium-low-tech producten voor binnenlands gebruik binnen en 1,2 miljard euro voor wederuitvoer. Het gros hiervan behoort tot de categorie industriële producten. Vanuit Rusland waren dat grondstoffen en minerale brandstoffen en in totaal werd er voor 0,7 miljard euro en 1,9 miljard euro ingevoerd, voor respectievelijk binnenlands gebruik en wederuitvoer.

De invoer van medium-low-tech goederen uit China is wel gestegen: voor de binnenlandse productie of consumptie werd 2,2 miljard euro geïmporteerd en voor wederuitvoer was dat 1,8 miljard, beide hoger dan de afgelopen jaren. Het gros hiervan behoort ook tot de categorie industriële producten.

De invoer voor wederuitvoer van low-tech producten nam de laatste jaren sterk toe met ruim 36 procent, van 36 miljard in 2015 tot bijna 49 miljard euro in 2019. De invoer van low-tech producten voor binnenlands gebruik steeg wel minder hard: van 38 miljard in 2015 naar 43 miljard euro in 2019, oftewel 13 procent. De totale invoer van low-tech producten – met name industriële producten – uit China is in de periode 2015-2019 gestegen, zowel de import voor binnenlands gebruik (van 2,8 miljard in 2015 naar 3,4 miljard euro in 2019) als de import voor wederuitvoer (van 3,9 miljard naar 5,3 miljard euro) namen toe. De invoer voor binnenlands gebruik uit de Verenigde Staten schommelde al jaren rond de 1 miljard euro, maar de invoer voor wederuitvoer bleef gestaag groeien. In 2019 bedroeg deze invoer 5,8 miljard euro, zo’n 1,8 miljard meer dan in 2015.

Van de producten die niet technisch geïndiceerd zijn, betreft een aanzienlijk deel grondstoffen en minerale brandstoffen. Dit is dan ook de categorie waar Rusland een groter aandeel van de invoer leverde dan de Verenigde Staten en China. Uit Rusland werd in 2019 voor 7,4 miljard euro ingevoerd voor Nederlands gebruik, goed voor bijna 16 procent van de totale invoer in deze categorie, en voor 1,5 miljard euro voor wederuitvoer, oftewel bijna 7 procent van de totale invoer voor wederuitvoer.

2.4 Export van diensten

Figuur 2.4.1 geeft per jaar de totale dienstenuitvoer naar China, Rusland en de Verenigde Staten weer. De Nederlandse dienstenuitvoer naar de Verenigde Staten bedroeg 14,2 miljard euro in 2019 – goed voor een wereldwijd aandeel van ruim 8,0 procent. De dienstenuitvoer naar China bedroeg 2,4 miljard euro en de uitvoer naar Rusland bedroeg 1,5 miljard euro. China vertegenwoordigde slechts 1,4 procent van de Nederlandse dienstenuitvoer in 2019 en Rusland had een aandeel van 0,8 procent.

In zowel absolute alsook relatieve zin was de uitvoerafhankelijkheid van de diensten van de Verenigde Staten dus veel groter dan die van China en Rusland. Dit patroon is echter anders bij de goederenuitvoer. Hoewel de goederenuitvoer naar China bijna evenveel was als de goederenuitvoer naar de Verenigde Staten, hadden de Verenigde Staten een veel groter belang voor de Nederlandse uitvoer vanuit het perspectief van diensten. Ook was de afhankelijkheid van Rusland voor de Nederlandse goederenuitvoer (2,1 procent van de totale goederenuitvoer) meer dan twee keer zo hoog als de afhankelijkheid voor de dienstenexport. De hoge omvang van de dienstenexport naar de Verenigde Staten weerspiegelt de ‘verdienstelijking’ van de twee economieën (Lemmers, 2015).

In geen van de drie landen was er een sterke opwaartse of neerwaartse trend in de dienstenuitvoer zichtbaar in de periode 2015-2019. De Nederlandse uitvoer van diensten nam tussen 2015 en 2019 gemiddeld 3,7 procent per jaar toe. De gemiddelde jaarlijkse groei van de uitvoer naar Rusland was met 4,1 procent iets hoger dan de gemiddelde groei. De gemiddelde jaarlijkse groei naar China was iets minder met 1,9 procent en in het geval van de Verenigde Staten was de groei zelfs negatief met -1,2 procent. De relatief beperkte groei in de dienstenexport hangt samen met de sterk toenemende export van diensten binnen Europa (+21 procent tussen 2015 en 2019) in vergelijking met buiten Europa (-5 procent tussen 2015 en 2019).

2.4.1 Dienstenuitvoer naar China, Rusland en de Verenigde Staten
landjaarExport van land (miljard euro)
China20152,2
China20161,8
China20171,9
China20181,9
China20192,4
Rusland20151,2
Rusland20161,0
Rusland20171,7
Rusland20181,6
Rusland20191,5
Verenigde Staten201515,0
Verenigde Staten201613,3
Verenigde Staten201713,1
Verenigde Staten201814,0
Verenigde Staten201914,2

Voor elk van die drie landen nam de dienstenuitvoer een aanzienlijk aandeel van de totale uitvoer voor zijn rekening. Van de totale uitvoerstroom naar China in 2019 - waaronder ook goederen zijn inbegrepen - was bijna een kwart (23,2 procent) aan diensten toe te schrijven. Het aandeel van diensten in de totale uitvoer naar Rusland was iets hoger met ongeveer een derde (33,8 procent). Maar het aandeel van diensten in de totale uitvoer naar de Verenigde Staten was met 50,2 procent het hoogste van de drie landen. Terwijl de aandelen van diensten in de totale uitvoer naar China en Rusland door de jaren heen relatief stabiel zijn gebleven, is het aandeel dienstenexport naar de Verenigde Staten vanaf 2015 – toen nog 60,5 procent – geleidelijk afgenomen.

China

Welke type diensten worden het meest geëxporteerd? Nu gaan we dieper in op het belang van verschillende dienstensoorten in de totale dienstenuitvoer naar China, Rusland en de Verenigde Staten. We kijken allereerst naar de export van diensten naar China. Figuur 2.4.2 toont de top vijf geëxporteerde dienstencategorieën naar China in 2019 samen met de exportwaarden van genoemde categorieën in 2015, 2018 en 2019. De uitvoer van telecommunicatie- en computerdiensten (ICT) naar China - de grootste categorie - bedroeg 1,0 miljard euro in 2019, wat in relatieve zin op 4,2 procent van de totale uitvoer van deze dienstencategorie neerkwam. Dit bedrag was een verdubbeling in de uitvoer ten opzichte van een jaar eerder. Meer dan 90 procent van de ICT-uitvoer in 2019 (93,8 procent) was toe te schrijven aan de uitvoer van computerdiensten. De uitvoer van computerdiensten was ook verantwoordelijk voor de recente snelle groei van de ICT-uitvoer, aangezien deze meer dan verdubbelde; van 440 miljoen euro in 2018 naar 976 miljoen euro in 2019.

De op één na grootste uitvoercategorie naar China in 2019 waren zakelijke diensten met 385 miljoen euro. Deze uitvoer bevat vooral R&D, en technische en aan de handel verbonden diensten met 268 miljoen euro en professionele en managementadviesdiensten met 117 miljoen euro (waarvan 17 miljoen euro voor de wederuitvoer van diensten bestemd was). Er is in de uitvoer van zakelijke diensten naar China een opvallende dalende trend te zien: in 2015 werd met een bedrag van 611 miljoen euro fors meer zakelijke diensten naar China geëxporteerd. Dit blijkt met name samen te hangen met een daling van de categorie aan de handel verbonden diensten en R&D diensten. Verdere belangrijke dienstencategorieën in de uitvoer naar China in 2019 waren vervoersdiensten met 377 miljoen euro, reisverkeer met 185 miljoen euro (d.w.z. de uitgaven van Chinese toeristen en zakenreizigers in Nederland) en financiële diensten met 46 miljoen euro. Ook vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom stonden hoog genoteerd. In 2018 waren zij de vierde belangrijkste dienstencategorie die naar China werd geëxporteerd. Vanwege geheimhouding die van toepassing is in een aantal jaren is deze uitvoer niet in figuur 2.4.2 weergegeven..

2.4.2 Dienstenuitvoer naar China naar dienstencategorie
Dienst2019 (miljoen euro)2018 (miljoen euro)2015 (miljoen euro)
ICT-diensten1040,5503,5599,0
Zakelijke diensten385,3447,7611,3
Vervoersdiensten376,6360,5422,7
Reisverkeer185,2163,1141,0
Financiële diensten46,064,1108,2
 

Rusland

Zakelijke diensten waren het type dienst met de grootste uitvoerwaarde naar Rusland met 552 miljoen euro in 2019. Tegelijkertijd is de zakelijke dienstenuitvoer naar Rusland bijna gehalveerd vergeleken met 2018 toen er nog 914 miljoen euro werd geëxporteerd (hoewel de uitvoerwaarde nog steeds hoger was in 2019 dan in 2015). De op één na grootste uitvoercategorie was vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom waarvan in 2018 192 miljoen euro naar Rusland werd geëxporteerd. Net zoals voor China wordt deze uitvoer niet in figuur 2.4.3 getoond vanwege geheimhouding. De derde grootste categorie bestond uit telecommunicatie- en computerdiensten met 200 miljoen euro in 2019, hoewel de uitvoer sinds 2015 gehalveerd is. In relatieve zin was voor geen enkele type dienst de exportafhankelijkheid van Rusland substantieel. De hoogste relatieve afhankelijkheid gold voor de bouwdiensten: 2,3 procent van de totale uitvoer van bouwdiensten hiervan had in 2019 Rusland als bestemming. De bouwdiensten waren een kleine maar snelgroeiende dienstencategorie in de totale dienstenuitvoer naar Rusland.

2.4.3 Dienstenuitvoer naar Rusland naar dienstencategorie
Dienst2019 (miljoen euro)2018 (miljoen euro)2015 (miljoen euro)
Zakelijke diensten551,8914,4322,1
ICT-diensten200151,2407,8
Reisverkeer164,8102,672,0
Vervoersdiensten106,2111,4102,3
Verzekeringsdiensten0,70,61,2
 

Verenigde Staten

De Nederlandse dienstenuitvoer naar de Verenigde Staten domineerde in vergelijking met China en Rusland. De grootste categorie in de dienstenuitvoer naar de Verenigde Staten was in 2019 zakelijke diensten, die met 5,7 miljard euro ruim 40 procent van de dienstenuitvoer naar de Verenigde Staten vertegenwoordigden. Dat betekent in relatieve zin 11,4 procent van de totale Nederlandse uitvoer van zakelijke diensten. Twee derde van de zakelijke diensten betrof technische, aan de handel verbonden en overige diensten. De uitvoer van zakelijke diensten is iets gedaald in 2019 vergeleken met de 6,4 miljard euro die in 2015 nog werd geëxporteerd. De daling is voornamelijk toe te schrijven aan een forse afname in de uitvoer van R&D diensten tussen 2015 en 2019. In tegenstelling tot R&D diensten is de uitvoer van professionele en managementadviesdiensten ieder jaar gestegen tussen 2015 en 2019.

De uitvoer van telecommunicatie- en computerdiensten naar de Verenigde Staten, de tweede grootste categorie in 2019, bedroeg ongeveer 2,2 miljard euro. Daarvan bestond ruim twee derde uit computerdiensten. De derde grootste categorie, vervoersdiensten (met name in de lucht- en zeevaart), bedroeg 2,1 miljard euro. Vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom stonden op de vierde plaats en bedroegen 1,4 miljard euro. De uitvoer van de vijfde grootste dienstensoort - financiële diensten - bedroeg 1,2 miljard euro. Net als de uitvoer van zakelijke diensten was er een opmerkelijke daling in de uitvoer van financiële diensten. Financiële diensten daalden fors van 2,3 miljard euro in 2015 naar slechts 1,2 miljard euro in 2019.

2.4.4 Dienstenuitvoer naar de Verenigde Staten naar dienstencategorie
Dienst2019 (miljard euro)2018 (miljard euro)2015 (miljard euro)
Zakelijke diensten5,75,36,4
ICT-diensten2,22,41,6
Vervoersdiensten2,12,01,9
Gebruik intellectueel eigendom1,41,41,7
Financiële diensten1,21,32,3
 

De relatieve afhankelijkheid van de Verenigde Staten was het grootst voor de uitvoer van persoonlijke, culturele en recreatieve diensten met een aandeel van 27,4 procent van het totaal (in 2019) - zie figuur 2.4.5. Ook de uitvoer van de financiële dienstverlening is relatief afhankelijk van de Verenigde Staten. Een aandeel van 15,9 procent van de totale financiële dienstenuitvoer ging in 2019 naar de Verenigde Staten. Dit aandeel kende wel een forse daling ten opzichte van 2015, toen ging het nog 36,1 procent. Ook het relatieve belang van de Verenigde Staten was groot voor zakelijke diensten: 11,4 procent van de totale uitvoer van zakelijke diensten ging naar dat land. Voor de categorie telecommunicatie- en computerdiensten bedroeg het aandeel in het totaal 9,1 procent. Nederland was ook populair onder Amerikaanse toeristen en zakenreizigers, aangezien 4,6 procent van de totale uitvoer van reisverkeer in 2019 aan de Verenigde Staten toe te schrijven was.

2.4.5 Aandeel van de Verenigde Staten in de totale diensteninvoer naar dienstencategorie
Dienst2019 (%)2018 (%)2015 (%)
Persoonlijke, culturele en recreatieve diensten27,428,711,1
Financiële diensten15,918,036,1
Zakelijke diensten11,411,114,7
ICT-diensten9,110,37,0
Verzekeringsdiensten6,36,518,2
 

2.5 Import van diensten

Figuur 2.5.1 geeft per jaar de totale diensteninvoer uit China, Rusland en de Verenigde Staten weer. Net zoals aan de uitvoerkant importeerde Nederland veel meer diensten uit de Verenigde Staten dan uit China en Rusland. In 2019 importeerden Nederlandse bedrijven en consumenten 22,5 miljard euro aan diensten uit de Verenigde Staten, 1,9 miljard euro aan diensten uit China en 525 miljoen euro aan diensten uit Rusland. Maar de verschillen in aandelen van de totale dienstenimport die deze cijfers vertegenwoordigen, zijn iets groter dan aan de uitvoerkant: de Verenigde Staten, China en Rusland hadden een aandeel van respectievelijk 14,4 procent, 1,2 procent en 0,3 procent in de totale diensteninvoer in 2019 (de bijhorende aandelen van de totale dienstenuitvoer voor de Verenigde Staten, China en Rusland respectievelijk 8,0 procent, 1,4 procent, en 0,8 procent). De Verenigde Staten waren dus een nog belangrijkere handelspartner aan de invoerkant, terwijl China en Rusland minder belangrijk waren.

Dit patroon is ook heel anders vergeleken met dat van de invoer van goederen. Terwijl Nederland 18 procent minder goederen uit de Verenigde Staten importeerde dan uit China in 2019, importeerde Nederland tegelijkertijd 1100 procent meer diensten uit de Verenigde Staten dan uit China. De totale Nederlandse invoer van diensten was het hoogst in 2015, daalde vervolgens abrupt in 2016 (voornamelijk vanwege een lagere invoer van intellectueel eigendom) en nam daarna weer geleidelijk toe. Als 2015 buiten beschouwing wordt gelaten, het jaar dat verantwoordelijk was voor een afwijking van de algemene trend, was er een gemiddelde jaarlijkse groei van de diensteninvoer van 6,1 procent tussen 2016 en 2019. De gemiddelde jaarlijkse invoergroei uit China was met -16,7 procent veel lager dan de gemiddelde groei. De gemiddelde jaarlijkse groei van de dienstenimport uit de Verenigde Staten was met 9,4 procent wel hoger dan de gemiddelde groei over de vier jaren. Die diensteninvoer uit de Verenigde Staten is sinds 2016 geleidelijk toegenomen. Daarentegen is de diensteninvoer uit China sinds 2016 aan het afnemen.

Figuur 2.5.1 maakt een verder onderscheid tussen invoer voor de binnenlandse markt (bijvoorbeeld invoer voor verdere verwerking, inclusief diensten die nodig zijn voor de Nederlandse export of voor binnenlandse consumptie) en invoer direct voor de buitenlandse markt (voornamelijk wederuitvoer van diensten). Er is weinig wederuitvoer gerelateerd aan de invoer van diensten uit de drie landen en daar is door de jaren heen niet veel aan veranderd. Een uitzondering was in het jaar 2016 toen 12,2 procent van de diensteninvoer uit de Verenigde Staten voor de wederuitvoer bestemd was. Hiervan bestond 94 procent uit vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom die bestemd zijn voor wederuitvoer.

2.5.1 Diensteninvoer uit China, Rusland en de Verenigde Staten
   Invoer voor binnenlandse markt (miljard euro)Invoer direct voor buitenlandse markt (miljard euro)
China20152,40,0
China20163,10,0
China20172,60,1
China20182,50,1
China20191,80,1
Rusland20150,40,0
Rusland20160,40,0
Rusland20170,70,0
Rusland20181,00,0
Rusland20190,50,0
Verenigde Staten201520,11,2
Verenigde Staten201616,62,3
Verenigde Staten201718,20,7
Verenigde Staten201819,10,7
Verenigde Staten201921,80,7
 

Als we naar de samenstelling van de totale invoer van goederen en diensten kijken, blijkt dat de invoer uit China en Rusland uit een beperkt gedeelte uit diensten bestond. Slechts 4,4 procent van de totale invoer uit China en 4,3 procent van Rusland bestonden in 2019 uit diensten. Zulke lage aandelen veranderden niet veel door de jaren heen. Voor de Verenigde Staten was dit anders: in 2019 bestond ruim 65 procent van de totale invoer uit de Verenigde Staten uit diensten. Dit aandeel is sinds 2016 ook relatief stabiel gebleven. Het aandeel diensten in de totale Nederlandse invoer uit de Verenigde Staten - ongeveer twee derde - valt dus iets hoger uit dan het aandeel diensten in de totale Nederlandse uitvoer naar de Verenigde Staten (ruim de helft). Samenvattend kunnen we stellen dat de invoer van diensten sterk afhankelijk is van de Verenigde Staten maar lager dan gemiddeld afhankelijk van China en van Rusland.

China

Startend met China zoomen we in op de invoer van diensten op land- en dienstniveau. Zoals eerder is gebleken, importeerde Nederland veel minder diensten uit China dan goederen. Figuur 2.5.2 laat zien dat het overgrote deel van de diensten die in 2019 uit China werden geïmporteerd – ruim 1,2 miljard euro (goed voor een aandeel van 63,8 procent) – uit zakelijke diensten bestond. Zakelijke diensten domineerden in een nog grotere mate in voorgaande jaren; in 2015 bedroeg de invoer van zakelijke diensten uit China 1,7 miljard euro, oftewel 70,3 procent van de totale diensteninvoer uit China. Het grootste gedeelte van de importwaarde van zakelijke diensten was tussen 2015 en 2019 technische, aan de handel verbonden en overige zakelijke diensten. Dit aandeel nam wel af sinds 2015. Het overige gedeelte van de totale import van diensten uit China betrof de invoer van R&D diensten en professionele en managementadviesdiensten. De invoer van zakelijke diensten uit China vertegenwoordigde 2,3 procent van de totale invoer van zakelijke diensten in 2019. Ongeveer 5,5 procent van de invoer van zakelijke diensten uit China was bestemd voor wederuitvoer.

De op één na grootste categorie vanuit China geïmporteerde diensten waren vervoersdiensten met 243 miljoen euro en vertegenwoordigde 1,3 procent van de totale invoer van vervoersdiensten in 2019. Bijna twee derde betrof de import van luchtvaartdiensten. Luchtvaartdiensten uit China bleken tussen 2015 en 2019 met zo’n 20 procent gegroeid te zijn. Daarna kwam het gebruik van intellectueel eigendom (niet getoond vanwege geheimhouding) en telecommunicatie- en computerdiensten met 99 miljoen euro (het gros hiervan betrof computerdiensten). De invoer van bouwdiensten was relatief klein met 66 miljoen euro in 2019, en vertegenwoordigde 2,4 procent van de totale invoer van bouwdiensten. Er bleek geen andere categorie van diensten afhankelijker van China in relatieve zin dan bouwdiensten.

2.5.2 Diensteninvoer uit China naar dienstencategorie
Dienst2019 (miljoen euro)2018 (miljoen euro)2015 (miljoen euro)
Zakelijke diensten11951739,21694,4
Vervoersdiensten243212,4266,6
ICT-diensten99229,2156,8
Reisverkeer94140,294,2
Financiële diensten2526,750,3
 

Rusland

Ook uit Rusland waren zakelijke diensten verreweg de grootste categorie geïmporteerde diensten. Zakelijke diensten uit Rusland vertegenwoordigden 316 miljoen euro of 0,6 procent van de totale geïmporteerde diensten van deze categorie. Er was echter sprake van een enorme daling ten opzichte van de 771 miljoen euro die uit Rusland werd geïmporteerd in 2018 en toen het aandeel 1,5 procent bedroeg. Ongeveer 70 procent van de invoer van zakelijke diensten bestond uit technische, aan de handel verbonden en overige zakelijke diensten (in 2019) en bijna 30 procent betrof R&D diensten en professionele- en managementadviesdiensten.

Vervoersdiensten – vooral in de luchtvaart en zeevaart – waren de tweede grootste categorie die uit Rusland werd geïmporteerd in 2019, goed voor een invoerwaarde van 77 miljoen euro. Sinds 2015 was er wel een licht dalende trend te zien. Daarentegen groeide de import van reisverkeer snel en vervijfvoudigde van 15 miljoen euro in 2015 naar 76 miljoen euro in 2019. Dat was goed voor 0,4 procent van de totale invoer van reisverkeer in 2019. Dat betekent bijvoorbeeld dat Nederlandse toeristen steeds meer geld uitgaven in Rusland. De relatieve afhankelijkheid van Rusland was over het algemeen laag. Geen enkele categorie van uit Rusland geïmporteerde diensten vertegenwoordigde meer dan 1,0 procent van de totale invoer van dezelfde categorie in 2019.

2.5.3 Diensteninvoer uit Rusland naar dienstencategorie
Dienst2019 (miljoen euro)2018 (miljoen euro)2015 (miljoen euro)
Zakelijke diensten316,1771,0269,5
Vervoersdiensten77,491,3102,1
Reisverkeer765615
ICT-diensten17,847,926,6
Industriële diensten1,92,92,7
 

Verenigde Staten

Figuur 2.5.4 laat zien dat Nederland tussen 2015 en 2019 grote bedragen van meerdere categorieën aan diensten heeft geïmporteerd uit de Verenigde Staten. De invoer van het gebruik van intellectueel eigendom was van 4,1 miljard euro in 2015 naar ruim 8,7 miljard euro in 2019 gestegen. In 2018-2019 werd intellectueel eigendom de grootste categorie van geïmporteerde diensten uit de Verenigde Staten – goed voor 38,7 procent van de totale diensteninvoer uit dat land in 2019. Hier gaat het om bijvoorbeeld gebruikslicenties voor software, betalingen van royalty’s voor films en muziek en franchisevergoedingen in de handel en horeca. De Verenigde Staten speelden ook in relatieve zin een zeer grote rol: 28,2 procent van de totale invoer van intellectueel eigendom was afkomstig uit de Verenigde Staten. In 2015 was dit aandeel nog 8,3 procent. Het is ook vermeldenswaardig dat in 2019 een klein maar merkbaar aandeel – 6,4 procent – van deze invoer bestemd was voor wederuitvoer; in 2015 was dit aandeel fors hoger, namelijk 28,1 procent.

Zakelijke diensten waren de tweede belangrijkste invoercategorie in 2019 met 6,0 miljard euro. Hiervan waren professionele en managementadviesdiensten en de technische, aan de handel verbonden diensten de grootste subcategorieën. In 2015 was de invoer van zakelijke diensten met 7,1 miljard euro nog de belangrijkste importcategorie uit de Verenigde Staten. Dit bedrag is ondertussen iets afgenomen. De relatieve afhankelijkheid van de invoer van zakelijke diensten uit de Verenigde Staten was met een aandeel van 11,7 procent redelijk bescheiden: vergeleken met andere dienstencategorieën staan ze maar op de zevende plaats in 2019.

Verder importeerde Nederland 2,2 miljard euro aan telecommunicatie- en computerdiensten (ICT) uit de Verenigde Staten in 2019 – iets lager ten opzichte van 3,1 miljard euro in 2015. Binnen deze categorie daalde het aandeel van computerdiensten van 94,9 procent in 2015 naar 72,4 procent in 2019 terwijl het aandeel van telecommunicatiediensten van 2,8 procent naar 20,5 procent groeide. De relatieve afhankelijkheid van de invoer van ICT-diensten uit de Verenigde Staten is met ongeveer 14,6 procent (2019) door de jaren heen stabiel gebleven.

Financiële diensten waren de vierde grootste invoercategorie in 2019 met een bedrag van 2,0 miljard euro. De invoer van financiële diensten uit de Verenigde Staten was – net zoals de zakelijke en ICT-diensten – iets gedaald, in 2015 werd nog 3,1 miljard geïmporteerd. Echter – de relatieve afhankelijkheid van de invoer van financiële diensten uit de Verenigde Staten was hoog en stabiel gebleven met ruim een kwart (26,0 procent in 2019). Financiële diensten waren - behalve voor intellectueel eigendom in 2019 – in relatieve zin de belangrijkste categorie. Het hoge aandeel is niet verrassend, gezien de status van de Verenigde Staten als een wereldwijde financiële centrum.

Naast de bovengenoemde diensten waren aan de invoerkant ook vervoersdiensten met 1,3 miljard euro en reisverkeer met 1,1 miljard euro belangrijke categorieën. De invoerwaarden van deze diensten waren stabiel in de tijd. Er waren ook enkele diensten uit de Verenigde Staten die niet zo belangrijk waren in absolute zin maar wel belangrijk in de zin van relatief belang - met name onderhoud en reparatie, overheidsdiensten (beide niet getoond vanwege geheimhouding) en persoonlijke, culturele en recreatieve diensten.

2.5.4 Diensteninvoer uit de Verenigde Staten naar dienstencategorie
Dienst2019 (miljard euro)2018 (miljard euro)2015 (miljard euro)
Gebruik intellectueel eigendom8,76,04,1
Zakelijke diensten6,05,97,1
ICT-diensten2,22,33,1
Financiële diensten2,02,12,4
Vervoersdiensten1,31,41,4

2.5.5 Aandeel van de Verenigde Staten in de totale diensteninvoer naar dienstencategorie
Dienst2019 (%)2018 (%)2015 (%)
Gebruik intellectueel eigendom28,219,68,3
Financiële diensten26,026,425,9
Persoonlijke, culturele en recreatieve diensten14,98,934,8
ICT-diensten14,615,814,4
Zakelijke diensten11,411,918,3
 

Literatuur

Aerts, N., Notten, T., Prenen, L., Rooyakkers, J. & Wong, K.F. (2020). Nederlandse verdiensten aan internationale handel. Nederland Handelsland: Export, investeringen en werkgelegenheid 2020. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Bohn, T., Brakman, S., & Dietzenbacher, E. (2018). The role of services in globalisation. The World Economy, 41(10), 2732-2749. 

CBS (2018). Minder industrieel afval naar China. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Creemers, S., Jaarsma, M., Notten, T. & Rooyakkers, J. (2020). De handels- en investeringsrelatie tussen Nederland en China. Internationaliseringsmonitor 2020, tweede kwartaal: China. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Cremers, D., & Jaarsma, M. (2020). Dienstenhandel en zwaartekracht; anders dan goederenhandel? Internationaliseringsmonitor 2019, derde kwartaal: Internationale handel in diensten en R&D. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Jaarsma, M. & Wong, K.F. (2020). Nederlandse in internationale waardeketens. Nederland Handelsland: Export, investeringen en werkgelegenheid 2020. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Lammertsma, A. (2019). Samenstelling van de Nederlandse handel. Nederland Handelsland: Export, investeringen en werkgelegenheid 2019. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Lemmers, O. (2015), Waarom diensten de dienst uitmaken in export. In CBS Internationaliseringsmonitor 2015, eerste kwartaal. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Ramaekers, P. (2020). Geografische dimensie van de Nederlandse handel in landbouwgoederen. De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband. Wageningen/Den Haag/Heerlen/Bonaire: Wageningen Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek.

1) De cijfers in dit rapport zijn verkregen door de gegevens van de nationale rekeningen met die van de statistieken Internationale Handel in Goederen en Internationale Handel in Diensten te combineren, en hierbij worden de cijfers van de nationale rekeningen als leidend beschouwd. Door verschillen in definities en methoden wijken deze cijfers af van de overige randtotalen zoals gepresenteerd op StatLine, die gebaseerd zijn op de handelsstatistieken.

3. Import- en exportpakket van Nederlandse bedrijven

3.1 Inleiding

Nederlandse bedrijven exporteren een groot deel van hun productie naar het buitenland. Zoals we in het vorige hoofdstuk hebben gezien, wordt een aanzienlijk deel van de buitenlandse omzet van Nederlandse bedrijven gegenereerd in China, Rusland en de Verenigde Staten. In dit hoofdstuk wordt naar de afhankelijkheid van Nederlandse bedrijfstakken van de export naar deze drie landen gekeken, zowel voor goederen als voor diensten. Daarbij wordt getracht de volgende onderzoeksvragen te beantwoorden:

  • Welke bedrijfstakken exporteren voornamelijk goederen naar China, Rusland en de Verenigde Staten? Om welke goederen gaat het? Wat is het aandeel van deze export in de totale export van goederen van deze bedrijfstakken? Welke bedrijfstakken zijn – absoluut en relatief gezien – het meest afhankelijk van goederenexport naar China, Rusland en de Verenigde Staten?
  • Vanuit welke bedrijfstakken vindt de dienstenexport naar China, Rusland en de Verenigde Staten voornamelijk plaats? In welke dienstencategorieën kan de dienstenexport naar deze drie landen worden uitgesplitst? Wat is het aandeel van deze export in de totale dienstenexport van deze bedrijfstakken? Welke bedrijfstakken zijn – absoluut en relatief gezien – het meest afhankelijk van dienstenexport naar China, Rusland en de Verenigde Staten?

Bedrijven importeren niet alleen grondstoffen en halffabricaten maar ook ondersteunende diensten uit het buitenland om hun productie te realiseren. Het tweede deel van dit hoofdstuk zal focussen op de directe en indirecte afhankelijkheid van Nederlandse bedrijven van ingevoerde goederen en diensten die worden gebruikt in productieprocessen in Nederland. Specifiek de afhankelijkheid van Nederlandse bedrijfstakken van geïmporteerde goederen en diensten uit China, Rusland en de Verenigde Staten zal in dit hoofdstuk in kaart gebracht worden. Daarbij wordt getracht de volgende onderzoeksvragen te beantwoorden:

  • In welke bedrijfstakken importeren bedrijven voornamelijk direct zelf goederen uit China, Rusland en de Verenigde Staten? Welke goederencategorieën of specifieke producten worden door deze bedrijven vooral uit deze drie landen ingekocht? Wat is het aandeel van deze directe import in de totale directe import van deze goederen door bedrijven in deze bedrijfstakken? Welke bedrijfstakken zijn absoluut en relatief gezien het meest afhankelijk van directe import van goederen uit China, Rusland en de Verenigde Staten?
  • Wat is de indirecte afhankelijkheid van Nederlandse bedrijfstakken van import van goederen uit China, Rusland en de Verenigde Staten? Welke ingevoerde productcategorieën of specifieke producten uit deze landen komen indirect bij specifieke bedrijfstakken terecht? Zijn er ook goederen die vooral indirect geïmporteerd worden in plaats van direct? Welke bedrijfstakken zijn absoluut en relatief gezien het meest afhankelijk van indirecte goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten?
  • In welke bedrijfstakken importeren bedrijven voornamelijk direct zelf diensten uit China, Rusland en de Verenigde Staten? Welke dienstencategorieën worden door deze bedrijven vooral uit deze drie landen afgenomen? Wat is het aandeel van deze directe import in de totale directe dienstenimport door bedrijven in deze bedrijfstakken? Welke bedrijfstakken zijn absoluut en relatief gezien het meest afhankelijk van directe import van diensten uit China, Rusland en de Verenigde Staten?
  • Wat is de indirecte afhankelijkheid van Nederlandse bedrijfstakken van import van diensten uit China, Rusland en de Verenigde Staten? Welke ingevoerde dienstencategorieën uit deze landen komen indirect bij specifieke bedrijfstakken terecht? Zijn er ook diensten die vooral indirect geïmporteerd worden in plaats van direct? Welke bedrijfstakken zijn absoluut en relatief gezien het meest afhankelijk van indirecte dienstenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten?

Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: paragraaf 3.2 geeft een overzicht op macroniveau van de afhankelijkheid van China, Rusland en de Verenigde Staten voor wat betreft de Nederlandse goederenexport en de dienstenexport. Paragraaf 3.3  geeft een vergelijkbaar macro-economisch overzicht van de directe en indirecte afhankelijkheid van import uit China, Rusland en de Verenigde Staten voor zowel de goederenexport als de dienstenexport. Paragraaf 3.4 beschrijft de exportstromen naar, en de directe en indirecte importstromen uit China, zowel voor goederen als voor diensten. Daarbij wordt dieper ingegaan op bedrijfstakniveau en productniveau. Paragraaf 3.5 doet dit voor Rusland en paragraaf 3.6 doet dit voor de Verenigde Staten.

3.2 Export van goederen en diensten

Goederenuitvoer

De uitvoer van Nederlandse makelij betreft de uitvoer na productie in Nederland dan wel uitvoer na significante bewerking van buitenlandse makelij. Samen met wederuitvoer vormt de uitvoer van eigen makelij de totale Nederlandse goederenuitvoer. Wederuitvoer betreft invoer van goederen van buitenlandse makelij die na aankomst in Nederland niet of nauwelijks een bewerking ondergaan en daarna weer worden uitgevoerd naar het buitenland. Wederuitvoer wordt hier buiten beschouwing gelaten. 

Als we kijken naar het belang van China, de Verenigde Staten en Rusland in de export van Nederlandse makelij, dan zien we in figuur 3.2.1 dat van de drie genoemde landen de Verenigde Staten de belangrijkste exportpartner is. In 2019 exporteerden Nederlandse bedrijven voor ruim 14,2 miljard euro aan goederen van Nederlandse makelij naar de Verenigde Staten. Naar China werd in datzelfde jaar voor een bedrag van bijna 8 miljard euro geëxporteerd en naar Rusland voor bijna 2,9 miljard euro. 

De uitvoer naar China groeide tussen 2015 en 2019 ieder jaar. De groeicijfers naar Rusland en de Verenigde Staten zijn meer volatiel. Zo zien we dat de Nederlandse export van eigen makelij naar beide landen in 2016 afnam. Voor Rusland is dat te verklaren door minder vraag naar Nederlandse goederen als gevolg van de handelsboycot en de Russische financiële crisis die van 2014 tot 2017 duurde (CBS, 2017). De afname van de export van Nederlandse makelij naar de Verenigde Staten is mogelijk te verklaren door lagere grondstofprijzen, aangezien een aanzienlijk deel van de Nederlandse export naar de Verenigde Staten bestaat uit aardolieproducten.

Vanwege deze volatiliteit is het nuttiger te kijken naar de exportgroei op een wat langere termijn. De gemiddelde jaarlijkse groei van de totale export van Nederlandse makelij tussen 2015 en 2019 bedroeg 2,3 procent per jaar. Wat betreft de export naar alle drie de landen geldt dat de gemiddelde jaarlijkse groeivoet beduidend hoger was dan die voor de totale goederenexport van Nederlandse makelij. De uitvoer van Nederlandse makelij naar China rapporteerde de gemiddelde hoogste jaarlijkse groei. Tussen 2015 en 2019 groeide de uitvoer naar China gemiddeld genomen met 12,6 procent per jaar, gevolgd door de uitvoer naar de Verenigde Staten met 9,7 procent per jaar en de uitvoer naar Rusland groeide gemiddeld met 8,8 procent per jaar.

3.2.1 Goederenuitvoer van Nederlandse makelij naar China, Rusland en de Verenigde Staten
JaarLandExport van Nederlandse makelij (miljard euro)
China20155,0
China20166,3
China20176,7
China20187,2
China20198,0
Rusland20152,0
Rusland20162,0
Rusland20172,3
Rusland20182,4
Rusland20192,9
Verenigde Staten20159,8
Verenigde Staten20169,5
Verenigde Staten201711,0
Verenigde Staten201813,2
Verenigde Staten201914,2
 

Figuur 3.2.2 toont het verloop van de aandelen van de drie landen in de totale export van Nederlandse makelij tussen 2015 en 2019. Met een aandeel van 6,1 procent in 2019 is de exportafhankelijkheid het grootst van de Verenigde Staten, gevolgd door China met 3,4 procent en Rusland met 1,2 procent. Met een toename van 1,5 procentpunt is de afhankelijkheid van de Verenigde Staten tussen 2015 en 2019 ook het meest toegenomen. De afhankelijkheid van China is gegroeid met 1,1 procentpunt en het belang van Rusland in deze export is het minst toegenomen met 0,3 procentpunt. Dat de Nederlandse export van eigen makelij in de afgelopen jaren steeds vaker naar deze drie landen ging, is voornamelijk ten koste gegaan van de afhankelijkheid van de Nederlandse export van andere lidstaten van de Europese Unie en dan met name van de 15 oude lidstaten (Jaarsma et al., 2018). De afhankelijkheid van de EU nam tussen 2015 en 2019 af met 6,5 procentpunt.

3.2.2 Aandelen van China, Rusland en de Verenigde Staten in de totale uitvoer van Nederlandse makelij
JaarLandAandeel in de totale export van Nederlandse makelij (%)
China20152,34
China20162,99
China20172,96
China20183,00
China20193,43
Rusland20150,96
Rusland20160,94
Rusland20171,03
Rusland20181,01
Rusland20191,23
Verenigde Staten20154,61
Verenigde Staten20164,53
Verenigde Staten20174,85
Verenigde Staten20185,51
Verenigde Staten20196,09
 

Dienstenuitvoer

Uit figuur 3.2.3 blijkt dat de dienstenuitvoer naar de Verenigde Staten beduidend groter is dan de dienstenuitvoer naar China en Rusland tezamen. In 2019 exporteerden Nederlandse bedrijven voor 14,1 miljard euro aan diensten naar de Verenigde Staten. Naar China werd voor 2,4 miljard euro aan diensten geëxporteerd en naar Rusland voor 1,4 miljard euro. De export van diensten naar zowel China, Rusland en de Verenigde Staten nam in 2016 af en volgde daarmee de algemene trend van de Nederlandse dienstenexport.

3.2.3 Dienstenuitvoer naar China, Rusland en de Verenigde Staten
JaarLandDienstenexport (miljard euro)
China20152,221
China20161,785
China20171,764
China20181,814
China20192,391
Rusland20151,230
Rusland20160,989
Rusland20171,695
Rusland20181,557
Rusland20191,438
Verenigde Staten201514,314
Verenigde Staten201613,202
Verenigde Staten201712,989
Verenigde Staten201813,765
Verenigde Staten201914,125
 

Als we kijken naar de gemiddelde jaarlijkse exportgroei over de afgelopen 5 jaar dan is het de dienstenexport naar Rusland die de grootste gemiddelde jaarlijkse groei vertoont. Tussen 2015 en 2019 groeide de dienstenexport naar Rusland gemiddeld met 4 procent per jaar. Daarbij dient wel vermeld te worden dat Rusland in het basisjaar 2015 in een diepe recessie verkeerde. De gemiddelde jaarlijkse exportgroei naar China tijdens de afgelopen 5 jaar bedroeg 1,9 procent en die naar de Verenigde Staten nam gemiddeld met 0,3 procent per jaar af. De gemiddelde jaarlijkse groeivoet van de totale dienstenexport bedroeg 3,7 procent tussen 2015 en 2019.

3.2.4 Aandelen van China, Rusland en de Verenigde Staten in de totale dienstenuitvoer
LandJaarAandelen in de totale dienstenexport (%)
China20151,45
China20161,24
China20171,20
China20181,13
China20191,35
Rusland20150,81
Rusland20160,68
Rusland20171,11
Rusland20180,94
Rusland20190,82
Verenigde Staten20159,69
Verenigde Staten20169,19
Verenigde Staten20178,39
Verenigde Staten20188,34
Verenigde Staten20197,98
 

Figuur 3.2.4 toont het verloop van de aandelen van de drie landen in de totale dienstenexport van 2015 tot en met 2019. Met een aandeel van 8,3 procent in 2019 is de exportafhankelijkheid van de Verenigde Staten veruit het grootst, gevolgd door China met 1,4 procent en Rusland met 0,8 procent. In 2015 waren de Verenigde Staten nog goed voor 9,9 procent van de totale Nederlandse dienstenexport. In de laatste 5 jaar is het aandeel van de Verenigde Staten in de dienstenexport met 1,6 procentpunt afgenomen. Tijdens diezelfde periode is het aandeel van China in de totale dienstenexport afgenomen met 0,1 procentpunt en het aandeel van Rusland steeg met een minieme 0,01 procentpunt.

3.3 Import van goederen en diensten

Directe goederenimport

Onder ‘de directe import van goederen’ wordt de directe import door Nederlandse bedrijfstakken bedoeld, die verbruikt wordt in het productieproces of verder verwerkt wordt tot andere producten. Direct slaat op het feit dat het de bedrijfstak zelf is die de import betrekt, in tegenstelling tot indirecte import, die via een andere bedrijfstak wordt betrokken. 

De import van goederen die direct doorgaat naar het buitenland (invoer voor wederuitvoer) en de import van goederen voor finale consumptie (zoals door consumenten gekochte smartphones of door bedrijven aangekochte machines voor investeringen in vaste activa) zijn hier buiten beschouwing gelaten. De directe invoer van Nederlandse bedrijfstakken in 2019 was, met een bedrag van ruim 9,3 miljard euro, het grootst uit de Verenigde Staten. In 2018 was dat nog Rusland met 9,4 miljard euro. In 2019 bedroeg de directe import uit Rusland 8,1 miljard euro. De afname van de directe import uit Rusland kan mogelijk worden verklaard door dalende olie- en gasprijzen en een lagere vraag naar aardgas vanwege de zachte winter van 2019. Uit China werd voor bijna 9,3 miljard euro direct aan goederen geïmporteerd.

3.3.1 Directe goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten door Nederlandse bedrijfstakken
JaarRegioDirecte import (miljard euro)
China20156,189
China20166,440
China20176,836
China20187,819
China20199,255
Rusland20156,929
Rusland20167,351
Rusland20178,396
Rusland20189,431
Rusland20198,146
Verenigde
Staten
20156,982
Verenigde
Staten
20166,770
Verenigde
Staten
20177,474
Verenigde
Staten
20188,507
Verenigde
Staten
20199,327
 

De goederenimport uit China en de Verenigde Staten door Nederlandse bedrijfstakken steeg sinds 2015 sneller dan de gemiddelde directe invoer. Terwijl de gemiddelde jaarlijkse groei van de totale directe goederenimport tussen 2015 en 2019 gelijk was aan 5,0 procent, groeide de goederenimport uit China gemiddeld met 10,6 procent per jaar en de goederenimport uit de Verenigde Staten met 7,5 procent. Nederlandse bedrijfstakken zijn daarmee tussen 2015 en 2019 relatief meer goederenimport uit China en de Verenigde Staten in hun productie gaan verwerken dan uit andere landen. Met een gemiddelde jaarlijkse groei van 4,1 procent, is de gemiddelde jaarlijkse groei van de directe goederenimport uit Rusland lager dan de gemiddelde jaarlijkse groei van de directe goederenimport uit alle landen.

3.3.2 Aandelen van China, Rusland en de Verenigde Staten in de directe goederenimport van bedrijfstakken
JaarRegioAandeel in de directe import van bedrijfstakken (%)
China20155,10
China20165,12
China20175,11
China20185,30
China20196,27
Rusland20155,71
Rusland20165,85
Rusland20176,28
Rusland20186,40
Rusland20195,52
Verenigde
Staten
20155,75
Verenigde
Staten
20165,38
Verenigde
Staten
20175,59
Verenigde
Staten
20185,77
Verenigde
Staten
20196,32
 

Figuur 3.3.2 toont het verloop van de aandelen van de drie landen in de totale directe import van goederen tussen 2015 en 2019. Met 6,3 procent hebben de Verenigde Staten het grootste aandeel in de directe goederenimport van bedrijfstakken van de drie landen, nauw gevolgd door China met 6,3 procent. Het aandeel van Rusland is sterk gedaald in 2019, door de al eerder genoemde lagere olie- en gasprijzen. Sinds 2015 is het aandeel van China in de directe goedereninvoer (met 1,2 procentpunt) het sterkst gestegen, gevolgd door dat van de Verenigde Staten met 0,6 procentpunt. Het aandeel van Rusland nam ten opzichte van 2015 af met 0,2 procentpunt tot 5,5 procent.

Technologische intensiteit van de directe goederenimport

Figuur 3.3.3 toont de technologische intensiteit van de directe goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten. Wat direct opvalt, is het grote aandeel van niet-technologische producten in de directe goederenimport van Nederlandse bedrijfstakken uit Rusland, wat verklaard wordt door het grote aandeel van delfstoffen (o.a. ruwe aardolie, aardgas, steenkool). Verder zien we dat het aandeel van high-tech producten in de goederenimport uit China relatief hoog is, zelfs veel hoger dan bij de import uit de Verenigde Staten. De belangrijkste direct geïmporteerde high-tech producten uit China zijn laptops, tablets, telefoons en onderdelen hiervan. Uit de Verenigde Staten zijn dat telefoons, lasers, medicijnen en optische instrumenten. Het aandeel van niet-technologische producten in de directe goedereninvoer van de Verenigde Staten is ook relatief hoog, Hier gaat het vooral om de import van delfstoffen (ruwe aardolie, molybdeenerts) en landbouwproducten (sojabonen, pindanoten, zoete aardappelen) uit de Verenigde Staten. Voor zowel China als de Verenigde Staten is het aandeel van medium-high-tech producten in de directe goederenimport het hoogst. Voor China bestaat deze import voornamelijk uit lithium-ion-batterijen, ledlampen en biodiesel en voor de Verenigde Staten uit carrosserieën voor personenauto’s, onderdelen van chipmachines en lithium-ion-batterijen.

3.3.3 Technologische intensiteit van de directe goederenimport van bedrijfstakken uit China, Rusland en de Verenigde Staten, 2019
 Low-technology (%)Medium-low technology (%)Medium-high technology (%)High-technology (%)Niet-technologisch (%)
China13,5520,3832,2731,302,51
Rusland1,678,344,450,0785,47
Verenigde Staten5,659,3734,6511,6038,73
 

Indirecte goederenimport

Naast direct importeren kunnen bedrijfstakken ook indirect goederen uit het buitenland verwerken in hun productie. Dat gebeurt in de industrie, die bijvoorbeeld goederen inkoopt van de Nederlandse groothandel en elektriciteit van Nederlandse energiemaatschappijen. Om deze goederen te produceren heeft de Nederlandse groothandel onderdelen uit China ingekocht, terwijl de energiebedrijven minerale brandstoffen zoals steenkool uit Rusland hebben ingekocht om elektriciteit op te wekken. Deze halffabricaten uit China en minerale brandstoffen uit Rusland vallen dan onder de indirecte import van de Nederlandse industrie, uit respectievelijk China en Rusland. De indirecte import is niet cumulatief.

3.3.4 Directe, indirecte en totale goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten naar bedrijfstak, 2019
ChinaChinaChina
Direct (mln)Indirect (mln)Totaal (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij69115184
B Delfstoffenwinning131730
C Industrie5 2992355 533
D Energievoorziening233356
E Waterbedrijven en afvalbeheer282553
F Bouw1 2803651 645
G Handel528228756
H Vervoer en opslag96124221
I Horeca8976165
J Informatie en communicatie59983683
K_L Bank- en verzekeringswezen124325448
M_N Zakelijke dienstverlening399248648
O_P_Q Quartaire sector572315887
R_S Overige diensten14370213
Totaal9 262**
RuslandRuslandRusland
Direct (mln)Indirect (mln)Totaal (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij11678194
B Delfstoffenwinning21416
C Industrie·171·
D Energievoorziening·25·
E Waterbedrijven en afvalbeheer181735
F Bouw105170274
G Handel85177262
H Vervoer en opslag121338459
I Horeca344073
J Informatie en communicatie73846
K_L Bank- en verzekeringswezen2097117
M_N Zakelijke dienstverlening43140183
O_P_Q Quartaire sector65138204
R_S Overige diensten376299
Totaal8 150**
Verenigde StatenVerenigde StatenVerenigde Staten
Direct (mln)Indirect (mln)Totaal (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij49121171
B Delfstoffenwinning61521
C Industrie 7 3111637 474
D Energievoorziening18330213
E Waterbedrijven en afvalbeheer332760
F Bouw529273801
G Handel314203517
H Vervoer en opslag33227260
I Horeca9658153
J Informatie en communicatie17267240
K_L Bank- en verzekeringswezen27182209
M_N Zakelijke dienstverlening197200397
O_P_Q Quartaire sector310205515
R_S Overige diensten7260132
Totaal9 332**
Bron: CBS.
· Geheimhouding.
* Wegens dubbeltellingen kunnen de indirecte import en totalen per land niet worden opgeteld.

Uit tabel 3.3.4 blijkt dat de import van goederen uit China door bedrijfstakken voornamelijk direct geschiedt. Opvallend is de directe goederenimport ter waarde van bijna 1,3 miljard euro van bouwbedrijven in 2019. Ook de bedrijfstakken informatie en communicatie, de groot- en detailhandel en de quartaire sector importeren elk voor meer dan een half miljard euro rechtstreeks uit China.

De landbouw, industrie en energievoorziening importeerden in 2019 voornamelijk direct goederen uit Rusland. Deze import bestond grotendeels uit minerale brandstoffen zoals aardolie, aardgas en steenkool. Andere bedrijfstakken importeerden meestal indirect goederen uit Rusland. Deze indirecte import bestond eveneens voornamelijk uit minerale brandstoffen, die via de industrie (en dan met name de aardolie-industrie) en energievoorziening bij deze bedrijfstakken terechtkomen.

De directe goederenimport van de Nederlandse industrie uit de Verenigde Staten was ook in 2019 aanzienlijk en werd gedomineerd door de invoer van kapitaalgoederen zoals machines en transportmiddelen. Ook in de energievoorziening, waterbedrijven en afvalbeheer, de bouw, de groot- en detailhandel, de horeca, informatie en communicatie en de quartaire sector zien we dat de directe goederenimport uit de Verenigde Staten groter was dan de indirecte goederenimport uit dat land.

Bestemming van de goederenimport

Bedrijfstakken importeren rechtstreeks of gebruiken door andere Nederlandse bedrijfstakken geïmporteerde goederen om zelf goederen te produceren en diensten te verlenen om deze vervolgens ofwel af te zetten in de binnenlandse markt ofwel te exporteren. Onder de invoer die is verwerkt in de afzet op de binnenlandse markt valt de goederenimport die is verwerkt in goederen en diensten voor de consumptie door huishoudens en de overheid, voor investeringen in vaste activa, maar ook voor de voorraadvorming. Tot de goedereninvoer die is verwerkt in goederen en diensten bestemd voor de export behoort de goederenimport die is verwerkt in de export van Nederlandse makelij, de export van diensten en het reisverkeer, maar ook de goedereninvoer die is verwerkt in het faciliteren van de wederuitvoer. Denk daarbij bijvoorbeeld aan ingevoerde brandstof die wordt gebruikt door transportbedrijven die de wederuitvoer faciliteren.

Tabel 3.3.5 geeft een overzicht van de bestemming van de goederenimport (direct en indirect) uit de drie landen naar bedrijfstak. De landbouw, delfstoffenwinning en de industrie importeren voornamelijk goederen uit China, Rusland en de Verenigde Staten die gebruikt worden bij exportproductie. Dit geldt ook voor de dienstverlenende bedrijfstak vervoer en opslag. Bij de zakelijke dienstverlening is het importverbruik van goederen vrijwel gelijk verdeeld tussen binnenlands verbruik en de export. De overige dienstverlenende bedrijfstakken, inclusief de groot- en detailhandel gebruiken geïmporteerde goederen uit China, Rusland en de Verenigde Staten voornamelijk om de binnenlandse markt te bedienen.

3.3.5 Bestemming van de goederenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten naar bedrijfstak, 2019
ChinaChina
Binnenlands (mln)Export (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij43141
B Delfstoffenwinning624
C Industrie1 1324 401
D Energievoorziening3817
E Waterbedrijven en afvalbeheer2726
F Bouw1 497148
G Handel392364
H Vervoer en opslag69152
I Horeca12738
J Informatie en communicatie353329
K_L Bank- en verzekeringswezen39751
M_N Zakelijke dienstverlening323325
O_P_Q Quartaire sector86819
R_S Overige diensten17439
RuslandRusland
Binnenlands (mln)Export (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij38156
B Delfstoffenwinning313
C Industrie1 0866 065
D Energievoorziening326216
E Waterbedrijven en afvalbeheer1817
F Bouw24134
G Handel131131
H Vervoer en opslag126333
I Horeca5618
J Informatie en communicatie2224
K_L Bank- en verzekeringswezen9917
M_N Zakelijke dienstverlening9093
O_P_Q Quartaire sector1949
R_S Overige diensten8316
Verenigde StatenVerenigde Staten
Binnenlands (mln)Export (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij40131
B Delfstoffenwinning416
C Industrie1 2656 209
D Energievoorziening13182
E Waterbedrijven en afvalbeheer2733
F Bouw72675
G Handel298219
H Vervoer en opslag74186
I Horeca12033
J Informatie en communicatie128112
K_L Bank- en verzekeringswezen18326
M_N Zakelijke dienstverlening196201
O_P_Q Quartaire sector50312
R_S Overige diensten10923
Bron: CBS.

Directe dienstenimport

Net als bij de dienstenexport zijn van de drie landen de Verenigde Staten voor Nederland ook de belangrijkste importpartner. Nederlandse bedrijfstakken importeerden in 2019 voor een bedrag van bijna 18,9 miljard euro direct aan diensten uit de Verenigde Staten. Sinds 2015 is de dienstenimport uit de Verenigde Staten gemiddeld 7,5 procent per jaar gestegen. Daarmee groeide de dienstenimport uit de Verenigde Staten harder dan de algehele import van diensten. In 2019 bedroeg de dienstenimport uit China bijna 1,5 miljard euro. Sinds 2015 is deze import jaarlijks met 7,2 procent afgenomen. Uit Rusland werd in 2019 voor 420 miljoen euro aan diensten ingevoerd. Tussen 2015 en 2019 bedroeg de jaarlijkse gemiddelde groeivoet van de dienstenimport uit Rusland 0,6 procent.

3.3.6 Directe dienstenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten door Nederlandse bedrijfstakken
JaarLandDirecte import (miljard euro)
China20151,961
China20162,484
China20172,165
China20181,998
China20191,455
Rusland20150,410
Rusland20160,392
Rusland20170,605
Rusland20180,905
Rusland20190,420
Verenigde Staten201514,136
Verenigde Staten201613,618
Verenigde Staten201715,238
Verenigde Staten201816,342
Verenigde Staten201918,854
 

Figuur 3.3.7 toont het verloop van de aandelen van de drie landen in de totale directe dienstenimport tussen 2015 en 2019. Met 15,8 procent heeft de Verenigde Staten van de drie landen het grootste aandeel in de directe dienstenimport door Nederlandse bedrijfstakken. Dit aandeel is sinds 2015 ook met 1,5 procentpunt toegenomen. Het aandeel van China piekte in 2016, maar is gestaag gedaald tot 1,2 procent, terwijl dat in 2016 nog 2,5 procent bedroeg. Het aandeel van Rusland in de directe dienstenimport van Nederlandse bedrijfstakken bedroeg 0,4 procent, een halvering vergeleken met 2018.

3.3.7 Aandelen van China, Rusland en de Verenigde Staten in de directe dienstenimport van bedrijfstakken
JaarLandAandeel in de directe dienstenimport van bedrijfstakken (%)
China20151,98
China20162,49
China20171,99
China20181,70
China20191,22
Rusland20150,41
Rusland20160,39
Rusland20170,56
Rusland20180,77
Rusland20190,35
Verenigde Staten201514,28
Verenigde Staten201613,67
Verenigde Staten201714,01
Verenigde Staten201813,93
Verenigde Staten201915,76
 

Indirecte dienstenimport

Bedrijfstakken importeren ook op indirecte wijze diensten uit het buitenland. Net zoals bij goederen zijn er bedrijfstakken die indirect geïmporteerde diensten verwerken in hun goederenproductie of dienstlevering. Zo verbruikte de Nederlandse industrie inputs van de Nederlandse groot- en detailhandel waarin voor een aanzienlijk bedrag aan Chinese technische, aan de handel verbonden en andere zakelijke diensten waren gebruikt. De Nederlandse zakelijke dienstverlening importeerde indirect financiële en verzekeringsdiensten uit de Verenigde Staten via het Nederlandse bank- en verzekeringswezen.

3.3.8 Directe, indirecte en totale dienstenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten naar bedrijfstak, 2019
ChinaChinaChina
Direct (mln)Indirect (mln)Totaal (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij81018
B Delfstoffenwinning437
C Industrie240105345
D Energievoorziening5611
E Waterbedrijven en afvalbeheer236
F Bouw6542107
G Handel32653379
H Vervoer en opslag15223175
I Horeca61521
J Informatie en communicatie15324177
K_L Bank- en verzekeringswezen12132153
M_N Zakelijke dienstverlening32958388
O_P_Q Quartaire sector345488
R_S Overige diensten91321
Totaal1 455**
RuslandRuslandRusland
Direct (mln)Indirect (mln)Totaal (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij145
B Delfstoffenwinning314
C Industrie10734140
D Energievoorziening214
E Waterbedrijven en afvalbeheer112
F Bouw31418
G Handel14512157
H Vervoer en opslag54559
I Horeca156
J Informatie en communicatie25631
K_L Bank- en verzekeringswezen13721
M_N Zakelijke dienstverlening571269
O_P_Q Quartaire sector61420
R_S Overige diensten246
Totaal420**
Verenigde StatenVerenigde StatenVerenigde Staten
Direct (mln)Indirect (mln)Totaal (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij76121197
B Delfstoffenwinning15634190
C Industrie3 0161 2204 237
D Energievoorziening4765112
E Waterbedrijven en afvalbeheer324980
F Bouw305543848
G Handel3 0507833 833
H Vervoer en opslag1 0972931 390
I Horeca67171238
J Informatie en communicatie4 3742854 659
K_L Bank- en verzekeringswezen2 3063942 700
M_N Zakelijke dienstverlening3 7588964 653
O_P_Q Quartaire sector4517421 193
R_S Overige diensten119165284
Totaal18 854**
Bron: CBS.
* Wegens dubbeltellingen kunnen de indirecte import en totalen per land niet worden opgeteld.

Uit tabel 3.3.8 blijkt dat de dienstenimport uit China voornamelijk direct geschiedt. De belangrijkste directe importeurs van diensten uit China in 2019 waren bedrijven uit de zakelijke dienstverlening, de groot- en detailhandel en de industrie. De indirecte invoer uit China was het hoogst voor de Nederlandse industrie. De invoer van diensten uit Rusland geschiedt ook voornamelijk direct. De directe import uit Rusland was het grootste voor de industrie en de groot- en detailhandel.

Bedrijven in de bedrijfstak informatie en communicatie hadden in 2019 de meeste directe dienstenimport uit de Verenigde Staten, gevolgd door de zakelijke dienstverlening en de groot- en detailhandel. Indirect werd er het meest aan diensten ingevoerd door de industrie, gevolgd door de zakelijke dienstverlening en de groot- en detailhandel. Bouwbedrijven importeerden meer indirect dan direct uit de Verenigde Staten.

Bestemming van de dienstenimport

Nederlandse bedrijfstakken gebruiken deze direct of indirect ingevoerde diensten om goederen te produceren of diensten te verlenen, ofwel op de binnenlandse markt ofwel in het buitenland. Tabel 3.3.9 geeft een overzicht van de bestemming van de dienstenimport uit de drie landen naar bedrijfstak. Wat opvalt in vergelijking met de bestemming van de goederenimport (tabel 3.3.5) is dat in een groter aantal bedrijfstakken het merendeel van de direct en indirect ingevoerde diensten wordt gebruikt voor de export. Naast dat de Nederlandse industrie intensief gebruik maakt van Nederlandse diensten in haar productieproces (DNB, 2014), blijkt dat er ook veel ingevoerde diensten worden gebruikt voor de exportproductie. Het totale gebruik van ingevoerde diensten uit de Verenigde Staten in de export van de Nederlandse industrie bedroeg bijna 3,5 miljard euro in 2019. De zakelijke dienstverlening, informatie en communicatie en de groot- en detailhandel zijn grootverbruikers van ingevoerde Amerikaanse diensten bij het tot stand brengen van hun export van goederen en diensten. Bij de overheid en de bouw werd het merendeel van de ingevoerde diensten uit de drie landen juist verwerkt in de dienstverlening bestemd voor binnenlands gebruik. De overheid en de bouw zijn ook maar in beperkte mate afhankelijk van export voor hun afzet.

3.3.9 Bestemming van de dienstenimport uit China, Rusland en de Verenigde Staten naar bedrijfstak, 2019
ChinaChina
Binnenlands (mln)Export (mln)
Bedrijfstak414
A Landbouw, bosbouw, visserij16
B Delfstoffenwinning65281
C Industrie84
D Energievoorziening33
E Waterbedrijven en afvalbeheer9314
F Bouw150229
G Handel42132
H Vervoer en opslag165
I Horeca64112
J Informatie en communicatie6687
K_L Bank- en verzekeringswezen122266
M_N Zakelijke dienstverlening853
O_P_Q Quartaire sector174
RuslandRusland
BedrijfstakBinnenlands (mln)Export (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij14
B Delfstoffenwinning03
C Industrie25115
D Energievoorziening21
E Waterbedrijven en afvalbeheer11
F Bouw162
G Handel6295
H Vervoer en opslag1445
I Horeca41
J Informatie en communicatie1219
K_L Bank- en verzekeringswezen138
M_N Zakelijke dienstverlening2247
O_P_Q Quartaire sector191
R_S Overige diensten51
Verenigde StatenVerenigde Staten
BedrijfstakBinnenlands (mln)Export (mln)
A Landbouw, bosbouw, visserij46152
B Delfstoffenwinning20170
C Industrie7393 498
D Energievoorziening7636
E Waterbedrijven en afvalbeheer4535
F Bouw75395
G Handel1 4882 345
H Vervoer en opslag3641 026
I Horeca17959
J Informatie en communicatie1 4793 180
K_L Bank- en verzekeringswezen1 5091 192
M_N Zakelijke dienstverlening1 4613 192
O_P_Q Quartaire sector1 15835
R_S Overige diensten23252
Bron: CBS.

3.4 China

In de vorige twee paragrafen werd inzicht gegeven in hoe afhankelijk Nederlandse bedrijfstakken zijn van import uit China, Rusland en de Verenigde Staten voor wat betreft hun productie voor de binnenlandse markt én export. Daarbij werd ook een onderscheid gemaakt naar directe import uit deze drie landen en indirecte import – via binnenlandse toeleveranciers.

Deze paragraaf gaat dieper in op de bilaterale handelsrelatie van Nederlandse bedrijfstakken met China. Allereerst kijken we naar de Nederlandse goederenexport van eigen makelij naar China, welke bedrijfstakken hiervoor verantwoordelijk zijn en hoe deze export is samengesteld. Vervolgens doen we hetzelfde voor de dienstenexport naar China. Daarna nemen we de invoer van goederen en diensten uit China verder onder de loep, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen directe en indirecte invoer.

3.4.1 Export naar China

Goederenexport naar China
De export van Nederlandse makelij naar China bedroeg bijna 8 miljard euro in 2019. In absolute zin exporteerde de voedings- en genotmiddelenindustrie – met een uitvoerwaarde van 2,5 miljard euro – het meest naar China, gevolgd door de machine-industrie met 1,9 miljard euro, de chemische industrie met 928 miljoen euro, de elektrotechnische industrie met 661 miljoen euro, de groothandel en handelsbemiddeling met 288 miljoen euro en de auto- en aanhangwagenindustrie met 275 miljoen euro.

3.4.1 Export van Nederlandse makelij van bedrijfstakken naar China, top-10, 2019
BedrijfstakExport Nederlands product (miljoen euro)
Voedings-, genotmiddelenindustrie2451,0
Machine-industrie1905,9
Chemische industrie928,5
Elektrotechnische industrie661,3
Groothandel en handelsbemiddeling288,3
Auto- en aanhangwagenindustrie275,0
Farmaceutische industrie221,3
Metaalproductenindustrie204,3
Hout-, papier- en grafische industrie176,1
Elektrische apparatenindustrie166,4
 

De machine-industrie is wat betreft goederenexport het meest afhankelijk van China. In 2019 had 7,4 procent van de export van deze bedrijfstak China als bestemming. De voedings- en genotmiddelenindustrie is voor 5,2 procent van zijn buitenlandse afzet afhankelijk van China. De groothandel en de elektrische apparatenindustrie volgen beide met 4,5 procent.

3.4.2 Aandeel van China in de export van Nederlandse makelij van bedrijfstakken, 2019
BedrijfstakAandeel van China in de export van Nederlandse makelij (%)
Machine-industrie7,40
Voedings-, genotmiddelenindustrie5,23
Groothandel en handelsbemiddeling4,49
Elektrische apparatenindustrie4,45
Metaalproductenindustrie3,94
Elektrotechnische industrie3,86
Farmaceutische industrie3,83
Overige industrie en reparatie3,31
Hout-, papier- en grafische industrie2,94
Chemische industrie2,85
 

Sinds 2015 heeft de export van de voedings- en genotmiddelenindustrie naar China in absolute zin de snelste groei doorgemaakt. Tussen 2015 en 2019 is de export van deze bedrijfstak verdubbeld van 1,2 miljard euro naar ruim 2,4 miljard euro. De gemiddelde jaarlijkse groei bedroeg 19,2 procent. De export van de machine-industrie is tijdens dezelfde periode met 898 miljoen euro gegroeid tot ruim 1,9 miljard euro. De gemiddelde jaarlijkse groei bedroeg 17,3 procent. De elektrotechnische industrie zag zijn export naar China tussen 2015 en 2019 groeien met 355 miljoen euro, een ruime verdubbeling. De gemiddelde jaarlijkse groei bedroeg 21,2 procent. Opvallend was de sterke stijging van de hout-, papier- en grafische industrie die tussen 2015 en 2019 meer dan vervijfvoudigde tot 176 miljoen euro. De groothandel en handelsbemiddeling zag de export naar China juist afnemen, van 400 miljoen euro in 2015 tot 288 miljoen euro in 2019, een gemiddelde jaarlijkse afname van 7,9 procent. Ook de export van de waterbedrijven en afvalbeheer verminderde van 74 miljoen euro in 2015 tot 50 miljoen euro in 2019, een gemiddelde jaarlijkse afname van 7,9 procent. Deze afname was onder meer te danken aan de restricties die China in 2018 instelde op de invoer van verscheidene soorten recyclebaar afval, zoals afval van rubber en plastic (CBS, 2019a).

Type exportproducten
De bedrijfstak die het meest naar China exporteerde in 2019 was de voedings- en genotmiddelenindustrie met een exportwaarde van ruim 2,4 miljard euro. Deze export bestond voor bijna de helft uit babymelkpoeder, goed voor 1,2 miljard euro. Deze exportstroom is ontstaan na een schandaal in 2008 met verontreinigd babymelkpoeder, waardoor Chinese consumenten zijn overgestapt van Chinese producten naar geïmporteerde producten. Nederlandse exporteurs zijn uitgegroeid tot marktleider in de Chinese markt voor babymelkpoeder (CBS, 2015). De op één na grootste categorie die de Nederlandse voedings- en genotmiddelenindustrie naar China exporteerde, was varkensvlees. In 2019 exporteerde de voedings- en genotmiddelenindustrie varkensvlees voor een bedrag van 645 miljoen euro. Dat was een toename van 407 miljoen euro ten opzichte van 2018. Deze toename hing samen met het uitbreken van de Afrikaanse varkenspest in Azië afgelopen jaar (CBS, 2020). Nederland exporteerde ook voor 132 miljoen euro aan zuivelproducten naar China, het merendeel melkpoeder en wei. De op drie na grootste exportcategorie van eigen makelij bestond uit vis en schaaldieren. De export in deze categorie had een waarde van 81 miljoen euro en bestond voor meer dan de helft uit diepgevroren kabeljauw. Andere producten in deze productgroep waren garnalen en diepgevroren schelvis. Ten slotte werd er door de voedings- en genotmiddelenindustrie in 2019 voor 50 miljoen euro aan bier naar China geëxporteerd.

De machine-industrie exporteerde in 2019 voor ruim 1,9 miljard euro naar China. Bijna de helft van deze export – 971 miljoen euro – bestond uit chipmachines en onderdelen daarvoor. De Nederlandse machine-industrie exporteerde voor 115 miljoen euro aan onderdelen voor gas- en watergeneratoren, voor 82 miljoen euro aan heimachines en voor 38 miljoen euro aan vleesverwerkingsmachines.

De chemische industrie exporteerde in 2019 voor 928 miljoen euro aan goederen naar China. Hierin vormden kunststoffen in primaire vorm – met een exportwaarde van 354 miljoen euro – het grootste gedeelte, gevolgd door synthetische filamentgarens met 62 miljoen euro en cosmetica met 60 miljoen euro.

De elektrotechnische industrie exporteerde in 2019 voor 661 miljoen euro naar China. Hier ging het vooral om röntgentoestellen met een uitvoerwaarde van 167 miljoen euro, gevolgd door microscopen met 153 miljoen euro, elektronische geïntegreerde schakelingen met 91 miljoen euro en magnetische resonantieapparaten met 45 miljoen euro.

De groothandel en handelsbemiddeling exporteerde in 2019 voor 288 miljoen euro naar China. Resten en afval van koper vormden de grootste categorie in de export van deze bedrijfstak met een exportwaarde van 79 miljoen euro, gevolgd door chipmachines en onderdelen daarvan met 54 miljoen en papierafval met 26 miljoen euro.

De auto- en aanhangwagenindustrie exporteerde in 2019 voor een bedrag van 275 miljoen euro naar China. Hiervan bestond bijna 86 procent uit personenauto’s. De export van auto-onderdelen naar China bedroeg 28 miljoen euro.

Dienstenexport naar China
De dienstenuitvoer naar China bedroeg ruim 2,4 miljard euro in 2019. In absolute zin exporteerde de zakelijke dienstverlening het meest naar China met een uitvoerwaarde van 640 miljoen euro, gevolgd door de IT- en informatiedienstverlening met 401 miljoen euro, vervoer en opslag met 377 miljoen euro en film, TV en radio met 313 miljoen euro.

3.4.3 Dienstenexport van bedrijfstakken naar China, top-10, 2019
BedrijfstakDienstenexport (miljoen euro)
Zakelijke dienstverlening640,4
IT- en informatiedienstverlening400,6
Vervoer en opslag377,3
Film, TV en radio313,3
Groothandel en handelsbemiddeling124,6
Bank- en verzekeringswezen79,9
Horeca62,8
Detailhandel (niet in auto's)59,8
Overige industrie en reparatie57,1
Cultuur, recreatie, overige diensten29,0
 

De bedrijfstak film, TV en radio is wat betreft de export van diensten het meest afhankelijk van China. In 2019 had 3,5 procent van de export van deze bedrijfstak China als bestemming. De detailhandel is voor 3,4 procent van zijn dienstenuitvoer afhankelijk van China. De bouwmaterialenindustrie volgt op 3,1 procent, de overige industrie en groothandel op 2,8 procent en de IT- en informatiedienstverlening op 2,2 procent.

3.4.4 Aandeel van China in de dienstenexport van bedrijfstakken, 2019
BedrijfstakAandeel van China in de dienstenexport (%)
Film, TV en radio3,46
Detailhandel (niet in auto's)3,35
Bouwmaterialenindustrie3,13
Overige industrie en reparatie2,83
IT- en informatiedienstverlening2,20
Groothandel en handelsbemiddeling1,99
Elektrische apparatenindustrie1,89
Cultuur, recreatie, overige diensten1,36
Textiel-, kleding-, lederindustrie1,34
Rubber- en kunststofproductindustrie1,32
 

Sinds 2015 heeft de export naar China van de bedrijfstak film, TV en radio in absolute zin de snelste groei doorgemaakt. Tussen 2015 en 2019 is deze export toegenomen van 38 miljoen euro naar ruim 313 miljoen euro. De dienstenexport van de IT- en informatiedienstverlening is tijdens dezelfde periode met 166 miljoen euro gegroeid tot 400 miljoen euro. Dat komt neer op een gemiddelde jaarlijkse groei van 14,3 procent. De detailhandel zag zijn export naar China tussen 2015 en 2019 groeien met 39 miljoen euro, bijna een verdriedubbeling. De gemiddelde jaarlijkse groei bedroeg 31,3 procent. De zakelijke dienstverlening zag de dienstenexport naar China afnemen van 782 miljoen euro in 2015 tot 640 miljoen euro in 2019, een gemiddelde jaarlijkse afname van 4,9 procent. De dienstenexport van het bank- en verzekeringswezen nam tussen 2015 en 2019 af met 138 miljoen euro tot 80 miljoen euro, een jaarlijkse gemiddelde afname van 22,2 procent.

Type exportdiensten
De bedrijfstak die het meest aan diensten naar China exporteerde in 2019 was de zakelijke dienstverlening met een exportwaarde van ruim 640 miljoen euro (zie figuur 3.4.3). Deze export bestond voor 241 miljoen euro uit computerdiensten. Denk daarbij aan softwarediensten en dataverwerkingsdiensten. De zakelijke dienstverlening exporteerde ook voor 206 miljoen euro aan R&D diensten en technische, aan de handel verbonden en overige zakelijke diensten en voor 93 miljoen euro aan professionele en managementadviesdiensten.

De dienstenexport van de IT- en informatiedienstverlening naar China bedroeg 400 miljoen euro in 2019. Ruim driekwart van deze export (303 miljoen euro) bestond uit computerdiensten. Het resterende deel van het exportpakket van de IT- en informatiedienstverlening naar China bestond uit betalingen voor het gebruik van intellectueel eigendom en informatiediensten.

De bedrijfstak vervoer en opslag exporteerde in 2019 voor 377 miljoen euro aan diensten naar China. Bijna 63 procent of 236 miljoen euro van deze export waren luchttransportdiensten. Ook exporteerden opslag- en vervoersbedrijven voornamelijk zeetransportdiensten en post- en koeriersdiensten naar China.

De dienstenexport van de bedrijfstak film, TV en radio bedroeg 313 miljoen euro in 2019, goed voor 3,5 procent van de totale dienstenexport van deze bedrijfstak. Het merendeel van de export van deze bedrijfstak was – met een exportwaarde van 237 miljoen euro – samengesteld uit computerdiensten, gevolgd door gebruik van intellectueel eigendom door middel van royalty’s voor het gebruik van audiovisueel materiaal (Creemers et al., 2020).

De groothandel exporteerde voor bijna 125 miljoen euro aan diensten naar China. Deze dienstenexport bestond voor 80 miljoen euro uit computerdiensten. Het bank- en verzekeringswezen exporteerde in 2019 voor bijna 80 miljoen euro aan diensten naar China, waarvan 32 miljoen euro bestond uit financiële diensten. In 2015 bedroeg de export van financiële diensten naar China door het bank- en verzekeringswezen nog 84 miljoen euro.

De dienstenexport van de horeca, detailhandel en cultuur, recreatie en overige diensten hangt nauw samen met inkomend reisverkeer uit China. Tezamen exporteerden deze drie bedrijfstakken voor 152 miljoen euro naar China, waarvan 66 miljoen euro bestond uit reisverkeer.

3.4.2 Import uit China

Directe goederenimport uit China
In 2019 bedroeg de directe goederenimport uit China ruim 9,2 miljard euro. De bouwsector importeerde in absolute zin het meest aan goederen uit China, met een invoerwaarde van 1,3 miljard euro, nauw gevolgd door de elektrotechnische industrie met 1,2 miljard euro, de machine-industrie met 734 miljoen euro en de chemische industrie met 592 miljoen euro. De gezondheidszorg importeerde voor 293 miljoen euro uit China.

3.4.5 Directe goederenimport uit China naar bedrijfstak, 2019
BedrijfstakDirecte goederenimport uit China (miljoen euro)
Bouw1280
Elektrotechnische industrie1220
Machine-industrie734
Chemische industrie592
Voedings-, genotmiddelenindustrie542
Zakelijke dienstverlening399
IT- en informatiedienstverlening309
Auto- en aanhangwagenindustrie301
Groothandel en handelsbemiddeling294
Gezondheidszorg293

In relatieve zin importeerde de IT- en informatiedienstverlening van alle bedrijfstakken het meest uit China. Maar liefst 38,8 procent van de totale directe goederenimport van deze bedrijfstak was afkomstig uit China. De directe goederenimport uit China besloeg 26,2 procent van de totale directe goederenimport van de elektrotechnische industrie. De telecomsector importeerde ook relatief veel goederen uit China met een aandeel van 24,2 procent in de totale directe goederenimport.

3.4.6 Aandeel van China in de directe goederenimport van bedrijfstakken, top-10, 2019
BedrijfstakAandeel van China in directe goederenimport (%)
IT- en informatiedienstverlening38,82
Elektrotechnische industrie26,15
Telecommunicatie24,1
Financiële dienstverlening21,26
Elektrische apparatenindustrie14,07
Groothandel en handelsbemiddeling13,68
Detailhandel (niet in auto's)12,93
Overige industrie en reparatie12,54
Zakelijke dienstverlening12,41
Overige transportmiddelenindustrie11,79
 

Indirecte goederenimport door bedrijfstakken uit China
De bedrijfstakken met de hoogste indirecte goederenimport uit China zijn de bouwnijverheid, het bank- en verzekeringswezen en de zakelijke dienstverlening.