Financiële positie Nederland ten opzichte van het buitenland verslechterd

8-7-2009 09:30

Het financieel vermogen van Nederland is in het eerste kwartaal van 2009 met 7 miljard afgenomen. In het vierde kwartaal van 2008 daalde het vermogen al met ruim 40 miljard euro. Het gaat hierbij om de vermogenspositie (vorderingen minus verplichtingen) ten opzichte van het buitenland. Vorderingen en schulden die Nederlandse huishoudens, bedrijven en (overheids)instellingen onderling hebben, heffen elkaar in dit cijfer op.

Verandering in financieel vermogen

Verandering in financieel vermogen

Nederland heeft relatief veel last van de crisis

Vanaf eind 2007 tot aan het einde van het derde kwartaal van 2008 liet het financiëel vermogen van Nederland nog een stijgende lijn zien. Op het hoogtepunt bedroeg dit vermogen 232 miljard euro. Het feit dat de Nederlandse vorderingen hierna sterker afnamen dan de schulden duidt erop dat Nederland relatief veel last heeft van de wereldwijde economische crisis. Het financieel vermogen kwam aan het einde van het eerste kwartaal van 2009 uit op 185 miljard euro. Dit is het verschil tussen 4142 miljard euro aan vorderingen en 3957 miljard euro aan schulden aan het buitenland.

Financieel vermogen van Nederland t.o.v. het buitenland

Financieel vermogen Nederland t.o.v. het buitenland

Veranderingen in het financieel vermogen van Nederland ten opzichte van het buitenland treden op om twee redenen. Ten eerste verandert dit vermogen door transacties met buitenlandse partijen, zoals het opnemen of aflossen van leningen of het aan- of verkopen van aandelen of obligaties. Ten tweede spelen waardeveranderingen een rol. Daarbij gaat het om wisselkoersveranderingen en (vooral) waardeveranderingen van aandelen en obligaties door prijsontwikkelingen op de financiële markten. De waardeveranderingen waren in de periode tussen eind 2007 en het einde van het eerste kwartaal van 2009 verreweg het belangrijkst. Veranderingen in het financieel vermogen waren in die periode voor ruwweg driekwart het gevolg van waardeveranderingen en vloeiden voor slechts een kwart voort uit transacties met het buitenland.