SDG 9.1 Infrastructuur en mobiliteit
Het eerste deel van SDG 9 gaat over de voorzieningen om personen te vervoeren (infrastructuur) en het gebruik daarvan (mobiliteit). Mobiliteit stelt mensen in staat om te werken, sociale contacten te onderhouden en hun vrije tijd in te vullen. Mobiliteit heeft ook nadelen, zoals tijdverlies door files, onveiligheid in het verkeer en druk op het milieu.
- Steeds meer auto’s zijn elektrisch en een groeiend aandeel van de kilometers gereden met personenauto’s wordt gereden met emissieloze auto’s.
- Tijdverlies door files en vertragingen is sterk toegenomen.
- Uitstoot van fijnstof uit mobiele bronnen neemt af.
Het dashboard en de indicatoren
Middelen en mogelijkheden
in EU
in 2022
in EU
in 2024
Gebruik
Uitkomsten
in EU
in 2024
in EU
in 2023
Beleving
| Thema | Indicator | Waarde | Trend | Positie in EU | Positie op EU-ranglijst |
|---|---|---|---|---|---|
| Middelen en mogelijkheden | Investeringen in grond-, weg- en waterbouw | 2,2% van het bruto binnenlands product in 2025 | |||
| Middelen en mogelijkheden | Uitgaven aan vervoer door huishoudens | 12,3% van de totale consumptieve uitgaven (lopende prijzen) in 2024 | 15e van 27 in 2022 | midden van de ranglijst | |
| Middelen en mogelijkheden | Autobeschikbaarheid personen | 61,9% van de personen heeft een autorijbewijs en minimaal één personenauto in het huishouden in 2024 | |||
| Middelen en mogelijkheden | Elektrische personenauto's | 21,5% van het totaal heeft elektriciteit als hoofdbrandstof, eind 2025 | stijgend (stijging brede welvaart) | 3e van 27 in 2024 | bovenste kwart van de ranglijst |
| Gebruik | Verplaatsingen voor besteding van vrije tijd | 38,0% van de verplaatsingen in 2024 | stijgend (stijging brede welvaart) | ||
| Gebruik | Emissieloos verkeer personenauto's | 9,0% van het totaal aantal kilometers van Nederlandse personenauto's in 2024 | stijgend (stijging brede welvaart) | ||
| Gebruik | Autogebruik (personenauto's) | 8 146 reizigerskilometers per persoon gemiddeld in 2024 | |||
| Gebruik | Openbaar vervoergebruik | 1 522 reizigerskilometers per persoon met trein, bus, metro of tram gemiddeld in 2024 | |||
| Gebruik | Fietsgebruik | 1 111 reizigerskilometers gemiddeld per persoon in 2024 | |||
| Uitkomsten | Tijdverlies door files en vertraging | 5,63 voertuigverliesuren per inwoner in 2024 | |||
| Uitkomsten | Doden in het verkeer | 3,8 verkeersdoden per 100 000 inwoners in 2024 | 4e van 16 in 2024 | bovenste kwart van de ranglijst | |
| Uitkomsten | CO2-uitstoot voertuigen voor personenverkeer in Nederland | 905,2 kilogram per inwoner in 2024 | |||
| Uitkomsten | CO2-uitstoot van bedrijfsvoertuigen in Nederland | 599,7 kilogram per inwoner in 2024 | |||
| Uitkomsten | Fijnstofuitstoot mobiele bronnen (PM10) | 0,46 kilo per inwoner in 2024 | dalend (stijging brede welvaart) | ||
| Uitkomsten | CO2-uitstoot nationale luchtvaartmaatschappijen A) | 614,5 kilogram per inwoner in 2025 | 23e van 27 in 2023 | onderste kwart van de ranglijst | |
| Beleving | Ervaren verkeersoverlast | 32,6% van de bevolking ervaart veel overlast in 2025 |
Uitleg dashboard, kleuren en noten
Infrastructuur maakt mobiliteit mogelijk. Mensen verplaatsen zich met de auto, met het openbaar vervoer, op de fiets, lopend of door de lucht.
Middelen en mogelijkheden gaan over de beschikbare middelen voor onderhoud en ontwikkeling van de infrastructuur en de mogelijkheden die deze bieden voor mobiliteit van personen en goederen. In 2025 bedroegen de investeringen in grond-, weg- en waterbouw 2,2 procent van het bbp. Deze investeringen zijn noodzakelijk voor het onderhoud en de verbetering van de infrastructuur. Dit investeringspercentage is jarenlang gedaald maar is de laatste jaren stabiel gebleven, met uitzondering van 2021 en 2022.
Meer dan de helft van de bevolking van 6 jaar of ouder beschikt in hun huishouden over de middelen om zich per auto te verplaatsen. In 2024 had 61,9 procent van de mensen een rijbewijs en beschikking over tenminste één personenauto in het huishouden. Een steeds groter aandeel van deze personenauto’s is elektrisch. Eind 2025 had 21,5 procent van de auto’s elektriciteit als hoofdbrandstof. Nederland is een van de koplopers in elektrisch rijden binnen de EU (3e van de 27 in 2024). Op elektriciteit rijden is zuiniger en schoner dan rijden met een conventionele auto. Wel zijn voor de productie van elektrische auto’s zeldzame grondstoffen als lithium en kobalt nodig, die niet altijd onder goede werkomstandigheden gewonnen worden. Daarnaast stoten auto’s op elektriciteit wel fijnstof uit vanwege band- en wegdekslijtage, maar niet door verbranding in de motor.
Gebruik beschrijft de mate waarin mensen zich met verschillende vervoermiddelen verplaatsen. Veel tijdreeksen voor gebruik zijn relatief kort. Daarnaast hadden de overheidsmaatregelen in de coronaperiode veel impact op het verkeer. De positie van Nederland ten opzichte van andere EU-landen is bij de indicatoren in dit dashboard moeilijk te bepalen, want er zijn weinig internationaal vergelijkbare databronnen.
Het aantal reizigerskilometers met de auto (als bestuurder of als passagier) en met het openbaar vervoer nemen beide sinds 2020 toe, maar liggen nog onder de niveaus van voor de coronapandemie. De meeste reizigerskilometers worden afgelegd met de auto, als bestuurder of passagier. In 2024 ging het om 8 146 kilometer per persoon. Daarnaast zijn er in 2024 gemiddeld per persoon 1 111 reizigerskilometers afgelegd met de fiets (inclusief elektrische fietsen) en 1 522 kilometers met het openbaar vervoer (trein, bus, metro en tram).
Het aandeel kilometers gereden met emissieloze auto’s in het totaal aantal kilometers van Nederlandse personenauto’s groeit snel. In 2015 (het eerste meetjaar) werd slechts 0,1 procent van de voertuigkilometers, die met Nederlandse personenauto’s waren gereden, afgelegd met elektrische en door waterstof aangedreven personenauto’s. In de jaren daarna is dit aandeel toegenomen naar 9 procent in 2024. Volledig elektrische personenauto’s en auto’s met waterstof als brandstof worden als emissieloos beschouwd, omdat er geen uitstoot uit de uitlaat komt. Zoals eerder benoemd is er wel wat fijnstofuitstoot
Mobiliteit is een middel voor de vrijetijdsbesteding. In 2024 was bij 38 procent van het totaal aantal verplaatsingen besteding van vrije tijd de achterliggende reden. De trend is stijgend, maar het niveau is sinds 2021 stabiel. De resterende verplaatsingen waren vooral van en naar het werk, voor boodschappen doen en winkelen, of voor andere zakelijke en beroepsmatige activiteiten.
Uitkomsten betreffen de effecten van verkeer en vervoer. De fijnstofuitstoot van mobiele bronnen (transportmiddelen en mobiele werktuigen met een verbrandingsmotor) daalt al tientallen jaren. Met 0,46 kilogram per inwoner is in 2024 het laagste niveau bereikt sinds deze uitstoot wordt gemeten. Het gaat om PM10 dat kan binnendringen tot in de bovenste luchtwegen en dat een hoger risico meebrengt op luchtwegaandoeningen en bij lange blootstelling op acute hartinfarcten, beroertes en diabetes.
Het tijdverlies door files en vertragingen is van 2023 op 2024 toegenomen (met 4,4 procent) naar 5,63 voertuigverliesuren per inwoner. Dit komt voornamelijk door drukte in de spits, maar er is ook een kleine stijging in het aantal files door werkzaamheden aan en langs de weg.
De CO2-uitstoot van voertuigen voor personenverkeer (personenauto’s, bussen, motorfietsen en bromfietsen) ligt ongeveer 15 procent lager dan vóór de coronapandemie. De CO2-uitstoot van bedrijfsvoertuigen is de afgelopen jaren stabiel gebleven. In het laatste jaar (van 2023 op 2024) is de uitstoot van personenverkeer en bedrijfsvoertuigen gedaald. Per inwoner zorgden voertuigen voor het personenverkeer in 2024 voor de uitstoot van 905,2 kilogram CO2 en bedrijfsvoertuigen voor 599,7 kilogram CO2. In 2025 zorgden de nationale luchtvaartmaatschappijen voor 614,5 kilogram CO2-uitstoot per inwoner. Sinds de coronapandemie is deze uitstoot ieder jaar toegenomen. Nederlandse luchtvaartmaatschappijen hebben een relatief grote CO2-uitstoot per inwoner vergeleken met die van nationale maatschappijen van andere EU-landen (23e van de 27 landen).
In 2024 vielen per 100 duizend inwoners 3,8 verkeersdoden. Dat is relatief weinig vergeleken met andere EU-landen (4e van 16 landen). In de periode van 2000 tot 2025 is het aantal verkeersdoden met meer dan 40 procent gedaald. De meeste verkeersdoden in 2000 waren jonger dan 30 jaar en in 2024 ouder dan 80 jaar. Op de middellange termijn (2018-2025) is er geen trendmatige ontwikkeling.
Beleving betreft de ervaren verkeersoverlast. In 2025 ervoer 32,6 procent van de bevolking veel overlast van parkeerproblemen (zowel foutgeparkeerde voertuigen als te weinig plaatsen), te hard rijden en/of agressief verkeersgedrag. De overlast is op de middellange termijn stabiel, maar is tussen 2023 en 2025 met een procentpunt toegenomen.
Relevante links
- Link Website - Verkeer en vervoer
- Link Dashboard - Verkeer en vervoer