Foto man achter laptop
© CBS / Alrik Swagerman

Woonbase: Woononderzoek op basis van integrale gegevensbronnen

In samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 
ontwikkelt het CBS een woononderzoek op basis van integrale gegevensbronnen: de Woonbase. De snelle ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om zo recent mogelijke en integraal beschikbare cijfers. Integrale databronnen zijn daarom geschikter dan periodieke enquêtes. Integrale gegevens hebben verschillende voordelen: ze zijn actueler en kunnen makkelijker gebruikt worden voor meerdere doeleinden. Uiteraard zijn er ook nadelen aan het gebruik van integrale gegevensbronnen: voor sommige thema’s is geen informatie beschikbaar. Dat is de reden dat enquêtes ook in de toekomst een belangrijke aanvulling blijven voor de Woonbase. Maar het zwaartepunt verschuift: in plaats van enquêteresultaten aan te vullen met integrale gegevens worden integrale gegevens aangevuld met informatie uit enquêtes.

Stand van zaken ontwikkelingen Woonbase

1. Opzet van de Woonbase

Om integrale gegevens over de woningmarkt en de woonsituatie van huishoudens te krijgen, is het belangrijk om eerst te bepalen hoe de verschillende relevante eenheden zoals populaties personen, huishoudens en woningen zich tot elkaar verhouden in integrale gegevensbestanden.

Schematische weergave onderlinge relaties bij de opzet van de Woonbase Om integrale gegevens over de woningmarkt en de woonsituatie van huishoudens te krijgen, is het belangrijk om eerst te bepalen hoe de verschillende relevante eenheden zoals populaties personen, huishoudens en woningen zich tot elkaar verhouden in integrale gegevensbestanden. 

Relaties in de Woonbase

Door de onderlinge relaties jaarlijks vast te leggen, ontstaat een sleutelbestand dat gebruikt kan worden om de verschillende populaties aan elkaar te koppelen op elk gewenst moment in een verslagjaar. In december 2020 werd de eerste versie van de Woonbase opgeleverd: een integraal gegevensbestand met informatie over ‘Wie woont waar met wie?’. Voor het verslagjaar 2018 is in de Woonbase vastgelegd wie gedurende dat jaar met welke huishoudleden in welke woning woont. In 2021 wordt de Woonbase uitgebreid met actuele cijfers en nieuwe onderwerpen.

In juni 2021 is de eerste output gepubliceerd die is ontwikkeld op basis van de Woonbase. De tabellen 3 en 4 in de CBS Nieuwbouwmonitor zijn vanuit de Woonbase gemaakt en paragraaf 2.2 in de Staat van de Woningmarkt (BZK publicatie) is grotendeels op deze tabellen gebaseerd. Onderaan dit artikel staan de links naar de genoemde publicaties.

2. Typeringen van de woningvoorraad

In integrale bestanden werden woningen meestal getypeerd als eengezins- of meergezinswoning (flats). Omdat dit erg algemeen is, is er de wens om de typering te specificeren zodat onderscheid kan worden gemaakt naar specifiekere woningtypen. Eind 2020 is met het Kadaster afgestemd om eengezinswoningen in vier categorieën in te delen: hoek-, tussen- en twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande huizen. In de zomer van 2021 verwacht het CBS een verdere typering van meergezinswoningen te kunnen voorleggen aan het Kadaster. Daarnaast wordt er in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gewerkt aan een betere afbakening van bewoond zorgvastgoed.

3. Kosten van energieverbruik

Met alle aandacht voor energiezuinig wonen, bestaat de behoefte om de kosten van het theoretisch gebouwgebonden energieverbruik van een woning te berekenen. Dit kan bijdragen aan het berekenen van energiekosten van een woning, zonder dat deze worden beïnvloed door de consumptieve keuzes van het huishouden dat in de woning woont. Het CBS kijkt of het mogelijk is om het theoretisch energieverbruik van een woning te schatten met behulp van variabelen die vanuit registers integraal beschikbaar zijn. Dit is onderzocht met de energiemodule 2018, aangevuld met diverse registervariabelen.

4. Betaalbaarheid van wonen

Voor het maken van beleid is het van belang om inzicht te hebben in de ontwikkeling van de woonlasten van huishoudens die wonen in een huur- of koopwoning. Hierbij worden verschillende delen van de woonlasten onderscheiden zoals de hypotheeklasten, huur, servicekosten, energielasten, onderhoudskosten en huurtoeslag. 

In verschillende initiatieven wordt geprobeerd informatie integraal beschikbaar te maken voor alle huurders en huiseigenaren:

  • Vaststellen huurbedragen: van alle huurwoningen in eigendom van een woningcorporatie zijn de huurbedragen uit verschillende bronnen integraal beschikbaar. Huurprijzen van woningen van overige verhuurders (particuliere verhuurders, institutionele beleggers en andere (niet-)commerciële verhuurders) zijn in beperkte mate geregistreerd. Door nieuwe bronnen te zoeken en te werken aan een modelmatige benadering van ontbrekende huurbedragen wordt geprobeerd uitspraken te doen over huurprijzen van alle hurende huishoudens en alle huurwoningen.
  • Bruto vaste woonuitgaven: woningwaarden en hypotheekschulden zijn via de integrale vermogensstatistiek bekend voor alle huiseigenaren. Wel ontbreken gegevens over opgebouwde bedragen in spaar- en beleggingshypotheken. Met nieuwe bronnen wordt een poging gedaan deze ontbrekende bedragen te benaderen. Ook wordt een vaststellingsvoorstel gedaan voor overige onderdelen van de vaste woonuitgaven van eigenaren zoals onderhoudskosten en betaalde premies en belastingen.
  • Bijkomende woonlasten: bijkomende woonlasten zijn de uitgaven voor heffingen en belastingen van de Openbaar Publiekrechtelijke Lichamen (OPL) en de uitgaven aan energie- en waterverbruik. Deze zijn voor huurders en huiseigenaren verschillend opgebouwd; hiervoor wordt een voorstel gedaan voor vaststelling van de verschillende bijkomende woonlasten.

5. Verhuiskansen

In 2019 deed het CBS een eerste onderzoek naar het schatten van verhuiskansen van Nederlanders. Met behulp van een model is de verhuiskans op landelijk niveau geschat. Deze kans is gebaseerd op de Nederlandse bevolking (met uitzondering van de institutionele bevolking) en is te bekijken op een interactieve dashboard. Vele registergegevens zijn input geweest voor het model om een verhuiskans te bepalen. Het CBS en BZK werken nu aan een verbetering van het oorspronkelijke verhuiskansmodel. In het onderzoek worden nieuwe kenmerken opgenomen uit tot nu toe niet gebruikte registers en wordt een doelgroepenanalyse gedaan. Als laatste stap in het huidige onderzoek wordt de implementatie van de verhuiskans in de Woonbase (registratie van ‘wie woont waar met wie?’) voorbereid. Mogelijk volgt in de toekomst nog een uitbreiding naar gespecificeerde typen verhuiskansen en wordt een recentere schatting van de verhuiskansen gepresenteerd. 

Uitgebreide rapportages van de ontwikkelprojecten zijn beschikbaar op aanvraag met een korte motivatie via Woonbase@cbs.nl.