Economisch beeld weer negatiever

Over dit onderwerp zijn nieuwere cijfers beschikbaar. Bekijk de laatste cijfers.
© Hollandse Hoogte / Richard Brocken
Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het CBS was in mei negatiever dan in april, meldt het CBS. In de Conjunctuurklok van april presteerden 6 van de 13 indicatoren beter dan hun langjarige trend.

De conjunctuurklok is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de Conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok betreft een macro-economisch beeld en het gaat niet in gelijke mate op voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren, exclusief bbp, in de Conjunctuurklok)
jaarmaandcyclus (afwijking van de langetermijntrend (=0))
2017januari0,22
2017februari0,29
2017maart0,33
2017april0,37
2017mei0,42
2017juni0,46
2017juli0,48
2017augustus0,55
2017september0,59
2017oktober0,63
2017november0,7
2017december0,74
2018januari0,78
2018februari0,83
2018maart0,86
2018april0,86
2018mei0,87
2018juni0,87
2018juli0,85
2018augustus0,85
2018september0,85
2018oktober0,82
2018november0,82
2018december0,78
2019januari0,73
2019februari0,7
2019maart0,66
2019april 0,63
2019mei0,61
2019juni0,58
2019juli0,56
2019augustus0,52
2019september0,49
2019oktober0,47
2019november0,42
2019december0,51
2020januari0,39
2020februari0,32
2020maart0,21
2020april-0,34
2020mei-1,03
2020juni-1,98
2020juli-2
2020augustus-1,32
2020september-1,17
2020oktober-0,96
2020november-0,9
2020december-0,65
2021januari-0,75
2021februari-0,98
2021maart-0,93
2021april-0,79
2021mei-0,55
2021juni-0,38
2021juli-0,1
2021augustus0,29
2021september0,36
2021oktober0,44
2021november0,53
2021december0,56
2022januari0,52
2022februari0,2
2022maart0,36
2022april0,44
2022mei0,58
2022juni0,59
2022juli0,5
2022augustus0,46
2022september0,33
2022oktober0,18
2022november0,1
2022december-0,02
2023januari-0,14
2023februari-0,28
2023maart-0,4
2023april-0,52
2023mei-0,67

Consumentenvertrouwen verandert nauwelijks, producenten minder positief

Consumenten waren in mei vrijwel even negatief als een maand eerder. Het consumentenvertrouwen is laag en lag ver onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar. Het vertrouwen van producenten was in mei opnieuw minder positief, maar lag boven het langjarig gemiddelde.

Consumenten- en producentenvertrouwen (seizoengecorrigeerd)
jaarmaandConsumentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)Producentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)
2019januari05,8
2019februari-26,3
2019maart-46,1
2019april-36,7
2019mei-34,7
2019juni 03,3
2019juli23,9
2019augustus03,9
2019september-23,3
2019oktober-13,6
2019november-22,8
2019december-22,9
2020januari-32,5
2020februari-23,7
2020maart-20,2
2020april-22-28,7
2020mei-31-25,1
2020juni-27-15,1
2020juli-26-8,7
2020augustus-29-5,4
2020september-28-4,8
2020oktober-30-5,6
2020november-26-3,8
2020december-20-0,4
2021januari-190,6
2021februari-190,1
2021maart-183,4
2021april-146,5
2021mei-98,8
2021juni-311,5
2021juli-412,3
2021augustus-69,6
2021september-511,1
2021oktober-1012,3
2021november-1912,7
2021december-2510,2
2022januari-289
2022februari-308,5
2022maart-398,7
2022april-4810,8
2022mei-479,9
2022juni-508,1
2022juli-518,4
2022augustus-544,6
2022september-592,6
2022oktober-592,5
2022november-573
2022december-523,3
2023januari-493,6
2023februari-443,7
2023maart-394
2023april-373
2023mei-382,1

Consumptie huishoudens, export en investeringen groeien

In maart 2023 hebben huishoudens 0,8 procent meer gekocht, voor prijsveranderingen en koopdagpatroon gecorrigeerd, dan in maart 2022. Ze hebben meer diensten gekocht, maar minder goederen.

Het volume (werkdaggecorrigeerd) van de goederenexport was in maart 2,4 procent groter dan in maart 2022. Er zijn vooral meer aardolieproducten, transportmiddelen, machines en apparaten uitgevoerd.

In maart 2023 was het volume van de investeringen in materiële vaste activa 4,4 procent groter dan een jaar eerder. Dat komt vooral doordat er meer is geïnvesteerd in gebouwen en personenauto’s.

Productie industrie 4 procent lager in maart

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in maart 4,0 procent lager dan in maart 2022. Ook in de twee voorgaande maanden van 2023 kromp de productie op jaarbasis.

Meer faillissementen in april

In april zijn, voor zittingsdagen gecorrigeerd, 26 meer bedrijven failliet verklaard dan in maart. Dat is een stijging van 12 procent. Het aantal faillissementen bleef onder het niveau van de periode voor het uitbreken van corona.

Prijzen koopwoningen ruim 4 procent lager in april

In april waren de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 4,4 procent lager dan in april 2022. Een maand eerder was de daling 2,3 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar.

Minder gewerkte uren, minder werklozen en evenveel vacatures

Werknemers en zelfstandigen werkten in het eerste kwartaal van 2023 in totaal ruim 3,6 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 0,4 procent minder dan een kwartaal eerder.

Eind maart stonden er 437 duizend vacatures open, net zoveel als aan het einde van het vierde kwartaal. Deze stabilisatie volgt op twee kwartalen van daling.

In april 2023 waren 343 duizend mensen van 15 tot 75 jaar werkloos, 3,4 procent van de beroepsbevolking. Over de afgelopen drie maanden nam het aantal werklozen af met gemiddeld 6 duizend per maand.

De omzet van uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling steeg in het vierde kwartaal 2022 met 1,8 procent in vergelijking met een kwartaal eerder.

Bruto binnenlandse product (volume), seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalIndex (2015=100)
20161e kwartaal101,2
20162e kwartaal101,4
20163e kwartaal102,6
20164e kwartaal103,4
20171e kwartaal104,0
20172e kwartaal104,9
20173e kwartaal105,6
20174e kwartaal106,4
20181e kwartaal106,9
20182e kwartaal107,6
20183e kwartaal107,8
20184e kwartaal108,3
20191e kwartaal109,0
20192e kwartaal109,5
20193e kwartaal109,9
20194e kwartaal110,4
20201e kwartaal108,8
20202e kwartaal100,1
20203e kwartaal106,4
20204e kwartaal106,3
20211e kwartaal106,7
20212e kwartaal110,5
20213e kwartaal112,3
20214e kwartaal112,7
20221e kwartaal113,3
20222e kwartaal116,3
20223e kwartaal116,0
20224e kwartaal116,5
20231e kwartaal115,8

Bbp daalde met 0,7 procent in eerste kwartaal 2023

Volgens de eerste berekening van het CBS, op basis van nu beschikbare gegevens, daalde het volume van het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal met 0,7 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2022. In het vierde kwartaal steeg het bbp met 0,4 procent. De krimp in het eerste kwartaal is vooral toe te schrijven aan een daling van het handelssaldo en aan een grotere onttrekking uit de voorraden.