Wijnboeren leveren vaakst direct aan consument

Vrouw in boerderijwinkel
© Hollandse Hoogte / Michiel Wijnbergh Fotografie
Van de Nederlandse landbouwbedrijven leveren wijngaardbedrijven hun producten het vaakst (69 procent) rechtstreeks of via één tussenschakel aan de consument. Van alle boeren doet 10 procent aan deze zogenoemde korte-ketenverkoop, in de biologische landbouw ligt dat met ruim een derde hoger. Dat blijkt uit een analyse van de cijfers van de Landbouwtelling 2017.

Rechtstreekse levering aan consument, 2017 (% bedrijven)
  Percentage levering aan consument
Wijngaardbedrijven69
Fruitbedrijven42
Pluimveebedrijven17
Tuinbouwbedrijven15
Geitenbedrijven13
Totaal landbouwbedrijven10
Overige bedrijven9
Akkerbouwbedrijven8
Melkveebedrijven6
Varkensbedrijven3
 

Bij een korte keten leveren landbouwbedrijven rechtstreeks of via één tussenschakel producten aan de consument. Dit verloopt bijvoorbeeld via een boerderijwinkel, een automaat aan de weg of door directe levering aan de horeca. Maar ook zelfpluktuinen vallen onder deze korte-ketenverkoop.

Ook fruitbedrijven leveren vaak direct aan consument

Na wijngaardbedrijven zijn het vooral fruitbedrijven die hun producten direct aan de consument leveren. Van de bijna 1390 gangbare fruitbedrijven levert 42 procent producten via een korte keten. Van de biologische fruitbedrijven is dat 68 procent.

Van de gangbare tuinbouwbedrijven die hun producten via de korte keten verkopen (15 procent) zijn het vooral paddenstoelenbedrijven (46 procent), opengrondsgroentenbedrijven (37 procent) en glasgroentebedrijven (31 procent) die hun producten rechtstreeks aan de consument leveren. Bij biologische tuinbouwbedrijven verkoopt 53 procent producten via de korte keten.

Van de akkerbouwgroentebedrijven levert 13 procent rechtstreeks aan de consument, in de biologische akkerbouwgroenteteelt doet 15 procent van de bedrijven dat.

Varkensbedrijven verkopen het minst vaak direct aan consument

Onder de pluimveebedrijven zijn het vooral leghennenbedrijven die consumptie-eieren produceren, die producten rechtstreeks bij de consument afzetten. Een derde van deze leghennenbedrijven verkoopt eieren via de korte keten. In de biologische leghennenhouderij gebeurt dat met 31 procent ongeveer net zo vaak.

Melkveebedrijven en varkensbedrijven zijn met achtereenvolgens 6 procent en 3 procent van de bedrijven het minst actief in de korte keten. Dezelfde bedrijven in de biologische landbouw doen in 30 procent en 16 procent van de gevallen aan korte-ketenverkoop.

Korte-ketenverkoop (percentage bedrijven), 2017 (%)
 Aandeel bedrijven met korte ketenverkoop 2018
Groningen9
Friesland8
Drenthe7
Overijssel6
Flevoland13
Gelderland10
Utrecht12
Noord-Holland13
Zuid-Holland13
Zeeland14
Noord-Brabant11
Limburg15

Verkoop landbouwproducten direct aan consument het grootst in Limburg

Het aandeel landbouwbedrijven met korte-ketenverkoop is het grootst in Limburg (15 procent) en Zeeland (14 procent). Boeren in Drenthe en Overijssel leveren relatief het minst direct aan de consument (respectievelijk 7 procent en 6 procent).

Bruto opbrengst uit rechtstreekse verkoop, 2017* (% bedrijven)
 Minder dan 10%10 - 30%30 - 50%50% of meer
Geitenbedrijven276561
Melkveebedrijven2811457
Wijngaardbedrijven6271255
Tuinbouwbedrijven2815651
Fruitbedrijven3416743
Varkensbedrijven439443
Overige bedrijven36181234
Akkerbouwbedrijven39181033
Pluimveebedrijven616231
* Van bedrijven met korte-ketenverkoop

Hoge omzetaandelen uit directe verkoop

Van de ruim 5 700 landbouwbedrijven (10 procent) die rechtstreeks of via één tussenschakel leveren aan de consument, haalt 43 procent de helft of meer van de bruto opbrengst uit deze directe verkoop. Bij geitenbedrijven is dat met 61 procent het hoogst. Bij melkveebedrijven is het 57 procent en bij wijngaardbedrijven 55 procent.

Twee derde van de pluimveebedrijven die rechtstreeks verkopen aan de consument, haalt 10 procent of minder van de totale bruto opbrengst uit de korte-ketenverkoop.