Hogere winst niet-financiële bedrijven

De brutowinst vóór belasting van niet-financiële bedrijven kwam in het tweede kwartaal van 2018 uit op 56,8 miljard euro. Dat was 5,8 miljard euro meer dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder en het hoogste bedrag in het tweede kwartaal sinds het begin van de metingen in 1999. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

De winst is in het tweede kwartaal doorgaans iets lager dan in de overige kwartalen. De hoogste winst tot nog toe, 62,5 miljard euro, werd behaald in het derde kwartaal van 2017.

Brutowinst niet-financiële vennootschappen voor belasting (mld euro)
 Brutowinst voor belasting
2012 I53,723
2012 II45,881
2012 III53,702
2012 IV57,224
2013 I53,649
2013 II44,942
2013 III54,656
2013 IV52,145
2014 I51,875
2014 II46,438
2014 III53,454
2014 IV52,519
2015 I58,474
2015 II54,249
2015 III58,686
2015 IV58,053
2016 I55,803
2016 II51,915
2016 III61,212
2016 IV57,159
2017 I57,868
2017 II51,029
2017 III62,457
2017 IV59,297
2018 I59,77
2018 II56,79


Winst niet-financiële bedrijven voor belasting, tweede kwartalen (mld euro)
 Operationele winstOntvangen dividenden en ingehouden winstenOverig
2012 II31,57816,497-2,194
2013 II31,54315,106-1,707
2014 II30,26717,553-1,382
2015 II34,25420,232-0,237
2016 II35,50217,005-0,592
2017 II37,19414,687-0,852
2018 II38,87118,733-0,814

De brutowinst vóór belasting is gelijk aan de operationele winst plus het inkomen uit vermogen, zoals renteopbrengsten en dividenden, minus de betaalde rente en enkele betalingen aan de overheid, onder meer in verband met de aardgaswinning en erfpacht. De stijging van de winst ten opzichte van een jaar eerder kwam vooral doordat de ontvangen dividenden en ingehouden winsten met 4,0 miljard euro stegen. Deze toename betreft grotendeels winsten van buitenlandse dochters, met name van bedrijven in de petrochemie. Zowel de rentebetalingen als de renteontvangsten namen af in het tweede kwartaal. De betalingen namen meer af dan de ontvangsten.

De operationele winst is de winst op de productie door in Nederland gevestigde bedrijven en bedrijfsonderdelen. Ondanks een toename van de loonkosten steeg deze winst in het tweede kwartaal met 1,7 miljard euro ten opzichte van een jaar eerder. De toename van de loonkosten wordt mede veroorzaakt door de groei van de werkgelegenheid. Met 38,9 miljard euro was ook de operationele winst hoger dan in alle andere tweede kwartalen vanaf 1999. Van de brutowinst vóór belasting betalen niet-financiële bedrijven belastingen als de vennootschapsbelasting. In het tweede kwartaal van 2018 betaalden de niet-financiële bedrijven ruim 0,4 miljard euro meer belasting dan in dezelfde periode een jaar eerder.

De winst na betaling van de belastingen kunnen de bedrijven aanwenden voor investeringen en besparingen, of dividenduitkeringen aan aandeelhouders. De bedrijven investeerden 1,6 miljard euro meer in vaste activa dan in het tweede kwartaal van 2017. Ze keerden 1,7 miljard euro meer aan dividend uit dan een jaar eerder.

Schuldquote niet-financiële vennootschappen omlaag

Eind juni 2018 bedroegen de geconsolideerde schulden van de niet-financiële bedrijven 1 093 miljard euro, ofwel 144,6 procent van het bbp. Hiermee is de schuldquote van de niet-financiële bedrijven lager dan een kwartaal eerder (149,2 procent). Zowel op schuldbewijzen als op leningen losten bedrijven per saldo af. Wisselkoersontwikkelingen hadden daarentegen een opwaarts effect op de schuldquote, omdat de waarde van de Amerikaanse dollar steeg ten opzichte van de euro.

 

Schuldquote niet-financiële vennootschappen (% bbp)
 LeningenSchuldbewijzen
2012 I119,611,3
2012 II122,911,2
2012 III122,212
2012 IV121,212
2013 I123,312,2
2013 II126,412
2013 III127,612
2013 IV129,511,6
2014 I131,410,8
2014 II133,911
2014 III134,911,1
2014 IV140,616,2
2015 I144,217
2015 II143,217,3
2015 III140,717
2015 IV137,417,4
2016 I13717,4
2016 II135,118
2016 III137,420,9
2016 IV133,720,9
2017 I133,620,3
2017 II132,819,8
2017 III132,119,6
2017 IV12819,6
2018 I129,319,9
2018 II125,519,2