Consumentenprijzen in april 0,9 procent hoger

© Hollandse Hoogte
De consumentenprijzen waren in april 0,9 procent hoger dan een jaar eerder, meldt het CBS. In maart was de prijsstijging van goederen en diensten op jaarbasis 1,0 procent.

De CPI is een belangrijke indicator voor het verschijnsel inflatie, maar is niet hetzelfde. De index geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dagelijkse boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies. Inflatie is breder dan de prijsontwikkeling van consumentengoederen en –diensten, want bijvoorbeeld ook koopwoningen, industriële producten, aandelen en goud veranderen van prijs.

De consumentenprijsindex (CPI) is één van de inflatie-indicatoren die is opgenomen in het prijzendashboard. Hierin staan ook andere inflatie-indicatoren zoals de prijsindex bestaande koopwoningen en de in- en uitvoerprijzen van de industrie. 

Consumentenprijsindex (CPI) (%-mutatie t.o.v. een jaar eerder)
 mutatie
2014 J1,4
2014 F1,1
2014 M0,8
2014 A1,2
2014 M0,8
2014 J0,9
2014 J0,9
2014 A1
2014 S0,9
2014 O1,1
2014 N1
2014 D0,7
2015 J0
2015 F0,2
2015 M0,4
2015 A0,6
2015 M1,1
2015 J1
2015 J1
2015 A0,8
2015 S0,6
2015 O0,6
2015 N0,7
2015 D0,7
2016 J0,6
2016 F0,6
2016 M0,6
2016 A0
2016 M0
2016 J0
2016 J-0,2
2016 A0,2
2016 S0,1
2016 O0,4
2016 N0,6
2016 D1
2017 J1,7
2017 F1,8
2017 M1,1
2017 A1,6
2017 M1,1
2017 J1,1
2017 J1,3
2017 A1,4
2017 S1,5
2017 O1,3
2017 N1,5
2017 D1,3
2018 J1,5
2018 F1,2
2018 M1
2018 A0,9

Vliegtickets en verblijf in bungalowparken goedkoper

De stijging van de consumentenprijzen op jaarbasis was in april kleiner dan in maart. Dit kwam vooral door de prijsontwikkeling van vliegtickets, vakantiereizen naar het buitenland en een verblijf in bungalowparken. Rond feestdagen en in vakanties zijn de prijzen van deze diensten hoger doordat meer mensen met vakantie gaan. In 2017 viel de meivakantie voor het grootste deel in april waardoor de prijzen toen flink hoger waren. In 2018 valt de meivakantie voor het grootste deel in mei. Vliegtickets waren daardoor in april gemiddeld 10,7 procent goedkoper dan een jaar eerder.

Benzine duurder

De prijsstijging van benzine had een verhogend effect op de stijging van de consumentenprijzen. Het CBS meldde afgelopen donderdag al dat de prijs was opgelopen tot het hoogste niveau sinds augustus 2015. In april 2018 kostte een liter Euro95 gemiddeld 1,61 euro en dat is 1,8 procent hoger dan vorig jaar. In maart was er op jaarbasis nog sprake van een lichte prijsdaling.

CPI; belangrijkste bijdragen aan de jaarmutatie (%-punt)
 MaartApril
Totaal10,9
Huisvesting, water
en energie
0,580,58
Diverse goederen en
diensten
0,240,27
Recreatie en cultuur0,170,12
Voedingsmiddelen en
alcoholvrije dranken
0,080,11
Vervoer0,140,09
Horeca0,160,08
Communicatie-0,21-0,18
Kleding en schoeisel-0,24-0,3

Stijging consumentenprijzen in Nederland lager dan in de eurozone

Naast de consumentenprijsindex (CPI) berekent het CBS ook de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP).

In april waren goederen en diensten in Nederland volgens de HICP 0,7 procent duurder dan een jaar eerder. Dat was in maart nog 1,0 procent. In de eurozone nam de prijsstijging af van 1,3 naar 1,2 procent.

Geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) (%-mutatie t.o.v. een jaar eerder)
 NederlandEurozone
2014 J0,80,8
2014 F0,40,7
2014 M0,10,5
2014 A0,60,7
2014 M0,10,5
2014 J0,30,5
2014 J0,30,4
2014 A0,40,4
2014 S0,30,3
2014 O0,40,4
2014 N0,30,3
2014 D-0,1-0,2
2015 J-0,7-0,6
2015 F-0,5-0,3
2015 M-0,3-0,1
2015 A00
2015 M0,70,3
2015 J0,50,2
2015 J0,80,2
2015 A0,40,1
2015 S0,3-0,1
2015 O0,40,1
2015 N0,40,1
2015 D0,50,2
2016 J0,20,3
2016 F0,3-0,2
2016 M0,50
2016 A-0,2-0,2
2016 M-0,2-0,1
2016 J-0,20,1
2016 J-0,60,2
2016 A0,10,2
2016 S-0,10,4
2016 O0,30,5
2016 N0,40,6
2016 D0,71,1
2017 J1,61,8
2017 F1,72
2017 M0,61,5
2017 A1,41,9
2017 M0,71,4
2017 J11,3
2017 J1,51,3
2017 A1,51,5
2017 S1,41,5
2017 O1,31,4
2017 N1,51,5
2017 D1,21,4
2018 J1,51,3
2018 F1,31,1
2018 M11,3
2018 A0,71,2

De HICP wordt volgens de Europees geharmoniseerde methode berekend zodat deze kan worden vergeleken met andere lidstaten van de Europese Unie. De prijsindexcijfers voor de eurozone en de Europese Unie als geheel worden berekend uit de HICP’s van de afzonderlijke lidstaten. De Europese Centrale Bank (ECB) gebruikt deze cijfers voor het monetaire beleid.

De HICP houdt in tegenstelling tot de CPI geen rekening met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren.