Consumentenprijzen in december 1,3 procent hoger

De consumentenprijzen waren in december 1,3 procent hoger dan een jaar eerder, meldt het CBS. In november was de prijsstijging van goederen en diensten op jaarbasis 1,5 procent. Gemiddeld kwam de stijging van de consumentenprijzen in 2017 uit op 1,4 procent.

De CPI is een belangrijke indicator voor het verschijnsel inflatie, maar is niet hetzelfde. De index geeft het prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten zoals dagelijkse boodschappen, kleding, benzine, huur en verzekeringspremies. Inflatie is breder dan de prijsontwikkeling van consumentengoederen en –diensten, want bijvoorbeeld ook koopwoningen, industriële producten, aandelen en goud veranderen van prijs.

De consumentenprijsindex (CPI) is één van de inflatie-indicatoren die is opgenomen in het prijzendashboard. Hierin staan ook andere inflatie-indicatoren zoals de prijsindex bestaande koopwoningen en de in- en uitvoerprijzen van de industrie.

Kleinere prijsstijging autobrandstoffen

De stijging van de consumentenprijzen was kleiner door de prijsontwikkeling van autobrandstoffen en voedingsmiddelen. Autobrandstoffen waren weliswaar 1,5 procent duurder dan in december 2016, maar in november was de stijging op jaarbasis met 6,1 procent een stuk groter. De prijsontwikkeling van kleding had daarentegen een verhogend effect op stijging van de consumentenprijzen.

Stijging consumentenprijzen in Nederland lager dan in de eurozone

Naast de consumentenprijsindex (CPI) berekent het CBS ook de Europees geharmoniseerde prijsindex (HICP).

In december waren goederen en diensten in Nederland volgens de HICP 1,2 procent duurder dan een jaar eerder. In november was dat nog 1,5 procent. In de eurozone was de prijsstijging van 1,4 procent in december lager dan de stijging van 1,5 procent in november.

De HICP wordt volgens de Europees geharmoniseerde methode berekend zodat deze kan worden vergeleken met andere lidstaten van de Europese Unie. De prijsindexcijfers voor de eurozone en de Europese Unie als geheel worden berekend uit de HICP’s van de afzonderlijke lidstaten. De Europese Centrale Bank (ECB) gebruikt deze cijfers voor het monetaire beleid.

De HICP houdt in tegenstelling tot de CPI geen rekening met de kosten van het wonen in de eigen woning. In de CPI worden deze kosten berekend aan de hand van de ontwikkeling van woninghuren.