Overheidsschuld daalt richting de 60-procentnorm

De overheidsschuld daalde in het derde kwartaal van 2016 met 9 miljard euro tot 428 miljard euro. De schuldquote, de overheidsschuld als percentage van het bruto binnenlands product (bbp), daalde zes kwartalen op rij en kwam uit op 61,9 procent. Naast de lagere overheidsschuld droeg ook het hogere bbp hieraan bij. Dit meldt CBS.

In 2011 kwam de Nederlandse schuldquote voor het eerst sinds 1998 boven de Europees afgesproken norm van 60 procent uit. De schuldquote piekte in het eerste kwartaal van 2015 op 69,1 procent. Sindsdien is deze met 7,2 procentpunt afgenomen. Bij de oprichting van de Europese Monetaire Unie is in het verdrag van Maastricht afgesproken dat de overheidsschuld (aan het einde van een kalenderjaar) kleiner dan 60 procent van het bbp moet zijn of snel genoeg moet dalen tot onder deze grens.

Nederlandse schuldquote
Nederlandse schuldquote
 Schuldquote EMU-norm
2011 I59,460
2011 II60,460
2011 III6160
2011 IV61,660
2012 I62,560
2012 II6460
2012 III65,160
2012 IV66,460
2013 I66,760
2013 II68,460
2013 III67,960
2013 IV67,760
2014 I67,260
2014 II68,660
2014 III68,160
2014 IV67,960
2015 I69,160
2015 II6760
2015 III66,260
2015 IV65,160
2016 I64,860
2016 II63,760
2016 III61,960

Schuldquote daalde voornamelijk door afname schuld

De ontwikkeling van de schuldquote wordt bepaald door de ontwikkeling van de overheidsschuld in euro’s (tellereffect) en de ontwikkeling van de waarde van het bbp (noemereffect). De overheidsschuld nam sinds de kredietcrisis sterk toe, terwijl het bbp maar beperkt in waarde toenam. Hierdoor steeg de schuldquote, tot 69,1 procent in het eerste kwartaal van 2015.

Na die piek nam de schuld overwegend af en gelijktijdig was er een sterkere toename van het bbp. De schuldquote nam sinds het eerste kwartaal van 2015 af met 7,2 procentpunt. Hiervan kan 4,7 procentpunt worden toegerekend aan de afname van de schuld, 2,5 procentpunt aan de toename van het bbp.

Schuldquotemutatie t.o.v. een kwartaal eerder
Schuldquotemutatie t.o.v. een kwartaal eerder
 Bijdrage schuldmutatie (tellereffect)Bijdrage bbp-mutatie (noemereffect)Schuldquotemutatie
2011 I0,6-0,50,1
2011 II1,2-0,31
2011 III0,9-0,20,6
2011 IV0,7-0,10,6
2012 I0,9-0,10,9
2012 II1,6-0,11,5
2012 III10,11
2012 IV1,5-0,11,3
2013 I0,4-0,10,3
2013 II1,8-0,11,7
2013 III-0,2-0,3-0,4
2013 IV0,1-0,3-0,2
2014 I-0,4-0,2-0,5
2014 II1,6-0,21,4
2014 III-0,2-0,3-0,5
2014 IV0,3-0,4-0,1
2015 I1,4-0,21,2
2015 II-1,7-0,4-2,1
2015 III-0,3-0,5-0,8
2015 IV-0,8-0,3-1,1
2016 I0,2-0,4-0,3
2016 II-0,7-0,5-1,2
2016 III-1,3-0,5-1,8

Schuld daalde ondanks tekort

De overheid gaf in 2015 en 2016 doorgaans meer uit dan dat zij ontving. Zo kwam de overheid in het derde kwartaal van 2016 meer dan 2 miljard euro tekort. Ondanks dit tekort nam de schuld af doordat de overheid onder andere financiële activa afstootte voor 9 miljard. Met deze opbrengsten kon niet alleen het tekort gefinancierd worden, maar ook een deel van de schuld worden afgelost.

Zo werd in het derde kwartaal van 2016 onder andere de vastgoedbeheerorganisatie Propertize, afkomstig uit de nationalisatie van SNS REAAL, voor 0,9 miljard euro verkocht. De verdere afbouw van de rentederivatenportefeuille van het Rijk leverde bijvoorbeeld 1,5 miljard euro op.

Ontwikkeling overheidsschuld
Ontwikkeling overheidsschuld
 OverheidstekortFinanciële transacties en overige mutaties Mutatie overheidsschuld
2011 I3,30,53,8
2011 II11,2-3,47,8
2011 III8,3-2,95,5
2011 IV4,7-0,24,4
2012 I3,12,95,9
2012 II9,60,810,3
2012 III10,2-3,96,3
2012 IV2,27,39,5
2013 I-2,45,22,8
2013 II7,44,211,6
2013 III8,2-9,2-1
2013 IV2,3-1,80,5
2014 I2-4,4-2,4
2014 II7,13,410,5
2014 III6,2-7,7-1,5
2014 IV-0,321,7
2015 I0,88,39,1
2015 II7,5-18,9-11,4
2015 III5,9-8,2-2,2
2015 IV-1,4-4-5,4
2016 I-0,81,91,1
2016 II2,2-7-4,8
2016 III2,5-11,4-8,9