Onder hoogopgeleiden vinden autochtonen sneller werk dan allochtonen

Hoogopgeleide autochtone werklozen vinden sneller werk dan werklozen met een niet-westerse achtergrond en hetzelfde opleidingsniveau. Bij laagopgeleiden is er nauwelijks verschil, zo blijkt uit cijfers van CBS over werklozen en hun arbeidspositie na drie maanden.

Deze cijfers geven geen verklaring voor de verschillen tussen herkomstgroepen. Er is alleen gekeken naar verschillen tussen onderwijsniveaus.  In de periode 2013-2015 is per kwartaal de huidige arbeidspositie en de arbeidspositie drie maanden later vastgesteld. Op deze manier is in beeld gebracht hoeveel werklozen na een kwartaal van positie zijn gewisseld.

Zo hadden bijna twee op de tien mensen die werkloos waren drie maanden later werk. Dit is geanalyseerd voor verschillende onderwijsniveaus en herkomstgroepen. Het gaat hierbij om mensen van 15 tot 75 jaar die geen onderwijs volgen. Scholieren en studenten zijn buiten beschouwing gelaten, omdat zij vooral naar een bijbaan zoeken.

Van werkloos naar werk

Hoogopgeleiden vinden doorgaans sneller werk dan lager opgeleiden. Van de hoogopgeleide autochtone werklozen had 26 procent drie maanden later werk, tegen 20 procent van de niet-westerse hoogopgeleide werklozen. Ruim de helft van het totale aantal werklozen is ook na drie maanden werkloos, de rest is gestopt met zoeken naar werk of is niet beschikbaar om op korte termijn aan een baan te beginnen.

De verschillen tussen autochtonen en allochtonen nemen af naarmate het onderwijsniveau lager is. Bij lager opgeleiden is het verschil tussen allochtonen en autochtonen in het vinden van werk na drie maanden het kleinst.

Arbeidspositie werklozen

Van werk naar werkloos

Van de werkenden was 1,3 procent drie maanden later werkloos. Laag- en middelbaar opgeleide niet-westerse allochtonen blijken sneller werkloos te raken dan autochtonen met hetzelfde onderwijsniveau. Bij hoogopgeleiden zijn de verschillen naar herkomst kleiner.

Aandeel werkzamen dat na drie maanden werkloos is, gemiddeld 2013-2015, niet-onderwijsvolgend, 15 tot 75 jaar

Bij laagopgeleiden van niet-westerse herkomst was vorig jaar 20,2 procent werkloos, tegen 9,2 procent van de autochtonen van dit niveau. Het relatief hoge werkloosheidspercentage onder laagopgeleide allochtonen komt primair doordat ze sneller hun baan verliezen en niet doordat ze minder snel een baan vinden.

Van de niet-westerse allochtonen met een hoog onderwijsniveau was in 2015 bijna acht procent werkloos. Van autochtonen met dit onderwijsniveau was dat 3,4 procent. Hier speelt mee dat niet-westerse allochtonen met een hbo- of wo-diploma minder snel werk vinden dan autochtonen.

Werkloosheidspercentage naar herkomstgroepering, 2015, 15 tot 75 jaar