Sociale bescherming kost 179 miljard in 2010

21-9-2011 09:30

In 2010 is in Nederland 179 miljard euro uitgegeven aan sociale bescherming. Dat is 30 procent van het totale inkomen van alle Nederlanders samen. De uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen stegen met 12 procent het hardst ten opzichte van 2009. In vergelijking met andere Europese landen besteedt Nederland veel aan sociale bescherming.

Uitgaven aan sociale bescherming

Uitgaven aan sociale bescherming

70 procent naar ouderen en zieken

Onder sociale bescherming vallen alle uitkeringen die tot doel hebben de lasten voor gezinnen en personen te verlichten. De totale uitgaven hieraan namen vorig jaar toe met bijna 5 procent tot 179 miljard euro. Het grootste deel hiervan, 70 procent, ging naar oudedagsvoorzieningen en ziekte/gezondheidszorg. Vooral door de vergrijzing zijn deze kosten de afgelopen jaren sterk gestegen.

De uitkeringen aan een oudedagsvoorziening, zoals de Algemene Ouderdomswet en de aanvullende pensioenen, stegen vorig jaar met ruim 5 procent tot 62,8 miljard euro. Een bijna even groot bedrag, 62,7 miljard euro, ging naar ziekte/gezondheidszorg. Dat is 6 procent meer dan in 2009.

Uitkeringen aan werklozen stegen het hardst

Door de opgelopen werkloosheid namen de uitgaven voor werklozen vorig jaar met 12 procent het sterkst toe. Sinds het uitbreken van de financiële crisis eind 2008 zijn de totale werkloosheidsuitkeringen met 50 procent gestegen: van 6 miljard euro in 2008 naar ruim 9 miljard euro in 2010.

Uitgaven aan sociale bescherming in Europa, 2008

Uitgaven aan sociale bescherming in Europa, 2008

Nederland met sociale bescherming in top-5 van Europa

In 2010 gaf Nederland 30 procent van het nationaal inkomen uit aan sociale bescherming. Uit de laatste Europese cijfers over 2008 blijkt dat alleen in Frankrijk, Zweden en Denemarken een groter deel van het nationaal inkomen hieraan besteedden. Roemenië en Letland sloten de rij. Zij gaven minder dan 15 procent van hun totale inkomen uit aan sociale bescherming.

Annemieke Redeman

Bron: