Nieuwsbrief Leefomgeving kwartaal III 2026

Inhoud
1. Artikelen en publicaties
2. Aanvullende statistische diensten
3. Updates Compendium voor de Leefomgeving
4. Verschijnt binnenkort
5. Meer informatie
Deze nieuwsbrief
Welkom bij de Nieuwsbrief Leefomgeving van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het derde kwartaal van 2026. De Nieuwsbrief Leefomgeving verschijnt elk kwartaal en bevat een overzicht van de nieuwste cijfers en publicaties over de thema’s Bouwen en wonen, Energie, Landbouw en natuur, Milieu, en Regio en ruimte.
1. Artikelen en publicaties
Vooral thuiswonende jongeren in de knel op de woningmarkt
De toegenomen krapte op de Nederlandse woningmarkt is de afgelopen jaren gepaard gegaan met een verslechtering van de positie van jongeren. Dit blijkt uit de stijging van het aandeel jongeren die willen verhuizen, maar geen woning kunnen vinden, van 6 procent in 2018 naar 19 procent in 2024. Onder de totale bevolking van 18 jaar of ouder steeg dit aandeel in die periode van 4 naar 10 procent.
Vooral thuiswonende jongeren geven aan te willen verhuizen, maar geen woning te kunnen vinden. Binnen deze groep vallen thuiswonende jongeren met betaald werk of een uitkering op; 32 procent van hen wil verhuizen, maar kan geen woning vinden. Ook bij thuiswonende jongeren die onderwijs volgen, komt dit met 21 procent vaak voor. Tussen 2018 en 2024 werd het aandeel thuiswonende jongeren met betaald werk dat wil verhuizen maar niets kan vinden, bijna drie keer zo groot. Bij thuiswonende jongeren die onderwijs volgen, werd dit aandeel ruim vier keer zo groot. Lees meer in deze publicatie: Vooral thuiswonende jongeren in de knel op de woningmarkt
| categories | 2024 (%) | 2021 (%) | 2018 (%) |
|---|---|---|---|
| Totale bevolking 18 jaar of ouder | 9,5 | 6,5 | 4,0 |
| Jongeren 18 tot 30 jaar | 18,7 | 11,0 | 6,3 |
| waarvan: | |||
| Zelfstandig wonend | 10,7 | 9,4 | 5,1 |
| Thuiswonend met werk/uitkering | 32,0 | 17,1 | 11,8 |
| Thuiswonend en volgt onderwijs | 20,6 | 9,4 | 5,0 |
| Bron: CBS, WoonOnderzoek Nederland (WoON) | |||
Amsterdam populairste bestemming jongeren die uit huis gaan
Het CBS heeft ook onderzocht waar jongeren die het wel lukt uit huis te gaan terechtkomen:
In 2024 verlieten ruim 174 duizend jongeren tussen de 18 en 30 jaar het ouderlijk huis. Een derde van hen ging in tien grote vestigingsgemeenten wonen. Amsterdam is de populairste bestemming voor jongeren die uit huis gaan. Den Haag trekt naar verhouding veel niet-studenten. Mbo’ers trekken relatief vaak in een koopwoning. Lees meer in het nieuwsbericht Amsterdam populairste bestemming jongeren die uit huis gaan
| Gemeente | Mbo-student | Hbo-student | Wo-student | niet-student |
|---|---|---|---|---|
| Amsterdam | 700 | 2030 | 2740 | 7285 |
| Rotterdam | 685 | 1215 | 1385 | 4880 |
| Groningen (gemeente) | 540 | 1565 | 1290 | 4000 |
| Utrecht (gemeente) | 285 | 1170 | 1990 | 3510 |
| Nijmegen | 245 | 970 | 1410 | 2315 |
| 's-Gravenhage (gemeente) | 450 | 750 | 495 | 3205 |
| Eindhoven | 230 | 615 | 585 | 2130 |
| Tilburg | 255 | 635 | 615 | 1895 |
| Leiden | 110 | 455 | 1050 | 1650 |
| Breda | 280 | 730 | 135 | 1660 |
Onder de populairste steden voor jongeren om zich te vestigen bevinden zich veel universiteitssteden. Het CBS onderzocht ook welke jongeren van 17-22 jaar in 2025 naar deze steden verhuisden en waar zij vandaan kwamen. Lees meer in het nieuwsbericht: Veel jongeren die naar universiteitssteden verhuizen komen uit de regio.
Gemiddelde woonoppervlakte neemt toe met 2 m² in 10 jaar
De woonoppervlakte per Nederlander was op 1 januari 2026 gemiddeld 55 vierkante meter. Dat is 2 vierkante meter meer dan tien jaar eerder. Ouderen hebben gemiddeld meer woonruimte dan jongeren. Onder 70-plussers zijn het vooral alleenstaanden die groter wonen. Lees meer in het nieuwsbericht: Gemiddelde woonoppervlakte neemt toe met 2 m² in 10 jaar | CBS
| Mannen 2016 (m2) | Mannen 2026 (m2) | Vrouwen 2016 (m2) | Vrouwen 2026 (m2) | |
|---|---|---|---|---|
| 15-19 | 58,2 | 59,7 | 51,8 | 56,7 |
| 20-24 | 50,2 | 51,2 | 46,5 | 48,1 |
| 25-29 | 51,8 | 51,8 | 47,0 | 47,8 |
| 30-34 | 49,4 | 51,7 | 42,6 | 45,7 |
| 35-39 | 46,7 | 49,2 | 40,4 | 42,4 |
| 40-44 | 48,0 | 49,3 | 42,6 | 42,8 |
| 45-50 | 51,3 | 51,6 | 47,4 | 46,3 |
| 50-55 | 56,3 | 56,4 | 56,0 | 54,2 |
| 55-59 | 63,8 | 63,8 | 66,3 | 65,0 |
| 60-64 | 70,1 | 70,8 | 73,2 | 73,1 |
| 65-69 | 72,7 | 74,6 | 76,7 | 76,8 |
| 70-74 | 73,5 | 75,9 | 79,9 | 79,3 |
| 75-79 | 71,5 | 76,3 | 81,0 | 82,9 |
| 80-84 | 72,0 | 78,7 | 84,7 | 89,2 |
| 85-89 | 74,9 | 80,0 | 86,6 | 92,7 |
| 90-94 | 79,2 | 85,6 | 86,8 | 96,5 |
| 95 ouder | 85,2 | 93,2 | 85,5 | 95,7 |
Erfgenamen op de woningmarkt
Mensen die een erfenis van 50 duizend euro of meer van hun overleden ouders ontvangen, zetten vaker stappen op de woningmarkt dan mensen zonder zo’n erfenis. Ze verhuizen vaker en gaan vooral in een groter of vrijstaand huis wonen. Ook investeren ze vaker in zonnepanelen. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS naar wat erfgenamen met hun erfenis doen op de woningmarkt.
Het CBS heeft onderzocht of veranderingen in de woonsituatie samenhangen met het al dan niet ontvangen van een erfenis. Daartoe zijn ruim 30,5 duizend kinderen gevolgd waarvan een ouder, geboren tussen 1936 en 1945, overleed en geen levende partner achterliet. Deze groep is vergeleken met kinderen van wie de ouder uit dezelfde generatie vier jaar later overleed, de zogenaamde controlegroep. Voor het volledige artikel in Statistische Trends: Erfgenamen op de woningmarkt
| jaar | Ouder overleden in 2018 ( % Verhuisd) | Ouder overleden in 2022 ( % Verhuisd) |
|---|---|---|
| 2015 | 4,96 | 4,9 |
| 2016 | 4,77 | 5,25 |
| 2017 | 5 | 5,46 |
| 2018 | 6,72 | 4,97 |
| 2019 | 7,55 | 4,92 |
| 2020 | 6,82 | 4,83 |
| 2021 | 4,96 | 4,52 |
Woonbase: verhuizingen en transacties
Het CBS heeft sinds kort extra informatie toegevoegd aan de Woonbase over verhuizingen en transacties. Deze kenmerken bevatten allemaal informatie over verhuizingen en of mensen daarbij een starter, een doorstromer of een uitstromer op de woningmarkt zijn. De bestanden zijn op het niveau van personen, huishoudens en woonruimten.
Verder bevatten de bestanden over personen en woonruimten ook informatie over koopstarters, woningkopers, en leeg achtergelaten woningen. Tot slot is er ook op woningniveau informatie over transactieprijzen beschikbaar (alleen als er een persoon bij betrokken was, dus geen bedrijfsmatige transacties). Bestanden zijn beschikbaar over periode 2021 tot en met 2024: Woonbase: verhuizingen en transacties
Bijna helft mensen ervaart sociale overlast in buurt, vooral van hangjeugd
Van de mensen van 15 jaar of ouder zei 46 procent in 2025 sociale overlast te ervaren in hun buurt. In 2021 was dat 42 procent. Sociale overlast kan bijvoorbeeld gaan om rondhangende jongeren, buren die veel lawaai maken, maar ook drugsoverlast. Dit speelt vooral in zeer sterk stedelijke gemeenten.
Als het gaat om sociale overlast, zorgen rondhangende jongeren het vaakst voor overlast in de buurt. Ruim een kwart van de mensen (26 procent) zei in 2025 hier ervaring mee te hebben. Vier jaar eerder was dat 22 procent. 7 procent zegt er zelfs veel overlast van te hebben, dat was 6 procent in 2021. Ook buurtbewoners zorgen voor overlast (20 procent noemt dit). Het lastigvallen van mensen op straat wordt het minst vaak genoemd als bron van sociale overlast (7 procent). Meer informatie is te vinden in het nieuwsbericht Bijna helft mensen ervaart sociale overlast in buurt, vooral van hangjeugd
| Ervaart beetje overlast (% van mensen van 15 jaar of ouder) | Ervaart veel overlast (% van mensen van 15 jaar of ouder) | |
|---|---|---|
| Totaal | 31,9 | 14,3 |
| Rondhangende jongeren | 19,2 | 7,1 |
| Overlast door buurtbewoners | 15,0 | 4,9 |
| Verwarde personen | 11,8 | 3,4 |
| Dronken mensen op straat | 11,9 | 3,1 |
| Drugsgebruik | 9,3 | 3,6 |
| Drugshandel | 8,6 | 3,7 |
| Mensen op straat lastigvallen | 5,4 | 2,1 |
Afname energiearmoede stagneert in 2025
In 2025 hadden naar schatting 503 duizend huishoudens te maken met energiearmoede. Nadat de financiële steunmaatregelen in 2024 zijn stopgezet, steeg het aandeel huishoudens met energiearmoede naar 6 procent. In 2025 veranderde dit niet. Wel is het lager dan in 2021, het jaar voordat de steunmaatregelen werden ingevoerd. Dat blijkt uit nieuwe voorlopige cijfers van TNO en het CBS. Lees meer in het nieuwsbericht Afname energiearmoede stagneert in 2025.
| jaar | Energiearm (%) | Niet energiearm dankzij compensatie (%) |
|---|---|---|
| 2019 | 9,9 | |
| 2020 | 6,9 | |
| 2021 | 6,8 | |
| 2022 | 4,1 | 1,8 |
| 2023* | 3,7 | 4,3 |
| 2024* | 6,0 | |
| 2025¹⁾ | 6,0 | |
| Bron: CBS, TNO | ||
| *voorlopige cijfers ¹⁾voorlopige schatting TNO | ||
Hernieuwbare energie in Nederland 2025
In 2025 was het aandeel hernieuwbare energie 22,7 procent van het totale energieverbruik in Nederland. De meeste hernieuwbare energie komt uit biomassa, 34 procent. 30 procent van de hernieuwbare energie is afkomstig uit windenergie en 23 procent uit zonne-energie. Buitenluchtwarmte en bodemenergie, benut met een warmtepomp, droegen samen 9 procent bij. Waterkracht, aardwarmte en hernieuwbare koude leverden gezamenlijk 4 procent. In dit jaarrapport worden de ontwikkelingen in de verschillende vormen van hernieuwbare energie besproken en wordt de methode achter de cijfers toegelicht. Lees meer in de publicatie Hernieuwbare energie in Nederland 2025.
Klimaat- en energieverkenning 2026
Nederland heeft een grote kloof te overbruggen om in de buurt te komen van de Europese ambitie om in 2040 90 procent minder broeikasgas in de EU uit te stoten dan in 1990. In het basispad vindt in 2040 naar verwachting een emissiereductie van 57 tot 68 procent plaats. Met minder vaststaande, maar wel doorrekenbare plannen (‘aanvullend beleid’) erbij wordt dit 61 tot 72 procent emissiereductie. Zo ligt Nederland niet op koers richting het wettelijke doel van klimaatneutraliteit in 2050. De geraamde emissiedaling in 2030 stagneert al drie jaar op rij. Politieke impasses hebben het tempo uit de energietransitie gehaald. Daarmee blijft het heel onwaarschijnlijk dat Nederland het klimaatdoel voor 2030 haalt. Meer informatie is te vinden in Klimaat- en energieverkenning 2026
Rioolwaterzuivering voorkomt veel watervervuiling
Rioolwaterzuiveringsinstallaties halen het grootste deel van de watervervuiling door huishoudens en bedrijven uit het afvalwater. Vervolgens wordt dit als restlozing geloosd op het oppervlaktewater. De organische (afbreekbare) stoffen worden voor circa 98 procent verwijderd. Stoffen als stikstof, fosfor en zware metalen worden voor 70 tot 90 procent verwijderd. Het CBS berekent de restlozing. Maar welk aandeel heeft deze restlozing vergeleken met andere bronnen van watervervuiling? Daarvoor wordt CBS-informatie gecombineerd met gegevens uit de Emissieregistratie.
In 2024, waren restlozingen van rioolwaterzuiveringsinstallaties verantwoordelijk voor respectievelijk 15 en 19 procent van de totale stikstof- en fosforvervuiling in het water. Bij zware metalen is dat 23 procent (zink), 22 procent (chroom), 21 procent (nikkel) en 8 procent (koper).
De landbouw en landbouwbodems zijn de grootste vervuilingsbron voor stikstof (49 procent), fosfor (56 procent) en zware metalen zoals chroom (38 procent) en nikkel (48 procent). Bij zink (56 procent) en koper (26 procent) zijn emissies vanuit verkeers- en vervoersactiviteiten de grootste bron, bijvoorbeeld door slijtage van remmen en banden van voertuigen of vervuiling door scheepvaart. Voor alle hier gepresenteerde cijfers geldt dat de vervuiling naar de Noordzee niet is meegenomen.
Lees voor meer informatie het nieuwsbericht Meer stikstof, fosfor en zware metalen geloosd door rioolwaterzuivering | CBS
| Categorie | Landbouw en landbouwbodems (%) | Natuur en natuurbodems (%) | Rioolwaterzuivering (%) | Atmosferische depositie (%) | Verkeer en vervoer (%) | Rioolstelsel (%) | Industrie (%) | Overige bronnen (%) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stikstof | 50523,64 | 17879,53 | 15127,09 | 15002,48 | 49,07 | 2436,12 | 1571,60 | 461,37 |
| Fosfor | 5059,60 | 1697,67 | 1713,37 | 0,00 | 7,37 | 408,91 | 126,55 | 60,45 |
| Nikkel | 17,76 | 4,52 | 7,59 | 2,59 | 0,77 | 2,40 | 0,89 | 0,42 |
| Chroom | 4,13 | 1,17 | 2,34 | 0,70 | 0,14 | 1,76 | 0,40 | 0,14 |
| Zink | 46,52 | 16,87 | 82,68 | 32,35 | 92,73 | 58,14 | 3,94 | 24,90 |
| Koper | 11,51 | 2,71 | 9,38 | 5,59 | 62,73 | 11,36 | 8,22 | 0,23 |
| Bron: CBS, Emissieregistratie | ||||||||
Uitstoot broeikasgassen in tweede kwartaal 2026 iets hoger
In het tweede kwartaal van 2026 was de uitstoot van broeikasgassen iets hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2025 (+0,6 procent). De uitstoot bij de mobiliteitssector was ruim 10 procent lager, doordat er in Duitsland een korting op de accijns was als compensatie van de gestegen dieselprijzen. Daardoor was het voor het internationaal vrachtvervoer voordeliger om over de grens in Duitsland te tanken. De elektriciteitssector stootte echter 22 procent meer uit. Dat komt doordat er meer steenkolen en aardgas zijn verbruikt voor de hogere elektriciteitsproductie.
In de Klimaatwet is vastgelegd dat in 2030 de broeikasgasemissies 55% lager moeten liggen dan in 1990. Dit wordt berekend volgens voorschriften die in het kader van het Kyotoprotocol zijn opgesteld door het IPCC. Het CBS raamt ieder kwartaal deze broeikasgasemissies, voornamelijk op basis van energiemaandstatistieken. Dit geeft een actueel inzicht in de ontwikkeling in de uitstoot van broeikasgassen richting het wettelijk vastgelegde doel.
Lees meer in het nieuwbericht: Uitstoot broeikasgassen in tweede kwartaal 2026 iets hoger | CBS
Lees hier meer over broeikasgassen: Dossier broeikasgassen
| CO2 (megaton CO2-equivalent) | Overige broeikasgassen (megaton CO2-equivalent) | ||
|---|---|---|---|
| Totaal IPCC | 2026 | 25,5 | 6,1 |
| Totaal IPCC | 2025 | 25,2 | 6,2 |
| Industrie | 2026 | 9,6 | 1,2 |
| Industrie | 2025 | 9,6 | 1,2 |
| Mobiliteit | 2026 | 6,5 | 0,2 |
| Mobiliteit | 2025 | 7,2 | 0,2 |
| Landbouw | 2026 | 1,2 | 4,5 |
| Landbouw | 2025 | 1,2 | 4,6 |
| Elektriciteit | 2026 | 5,5 | 0 |
| Elektriciteit | 2025 | 4,5 | 0 |
| Gebouwde omgeving | 2026 | 2 | 0,1 |
| Gebouwde omgeving | 2025 | 1,9 | 0,1 |
| Landgebruik | 2026 | 0,7 | 0,2 |
| Landgebruik | 2025 | 0,7 | 0,2 |
Tijdreeks wijk- en buurtcijfers
Als onderdeel van het Meerjarenprogramma 2024–2028 van het CBS is een tijdreeks gemaakt op wijk- en buurtniveau voor de thema’s inkomen en vermogen, demografie en vastgoed en woningmarkt. Deze tijdreeks is gebaseerd op de regionale indelingen van 2025. Voor de berekeningen over de verschillende jaren is consequent uitgegaan van de buurt-, wijk- en gemeentekaart met als peildatum 1 januari 2025. De tijdreeks voor de thema’s demografie en vastgoed en woningmarkt loopt van 2015 tot en met 2025. Voor het thema van inkomen en vermogen loopt de tijdreeks van 2011 tot en met 2024. Meer informatie: Overzicht tijdreeks wijk- en buurtcijfers
Gemeenten kunnen elk jaar wijzigingen aanbrengen in hun wijk- en buurtindeling (wbi). Het CBS is verantwoordelijk voor het coördineren en bijeenbrengen van de wijk- en buurtindelingen van alle gemeenten in de landelijke Wijk- en buurtkaart. Half september zijn de eerste statistieken verschenen op basis van de nieuwe wijk- en buurtindeling in de StatLine-tabel Kerncijfers wijken en buurten 2026.
Veelgestelde vragen regionale en ruimtelijke statistiek
Waar staat een overzicht van gemeentelijke herindelingen per jaar? Is er een alternatief, als ik de wijk- en buurtkaart niet kan openen? Hoe te bepalen waar iemand woont bij dezelfde postcode in meerdere buurten? Op deze en tal van andere vragen over regionale indelingen, wijken en buurten, postcodes en vierkanten, bestand bodemgebruik en bestandsformaten geeft de FAQ regionale en ruimtelijke statistieken voortaan antwoord. Staat uw vraag er niet tussen? Stel deze dan via regstat@cbs.nl.
2. Aanvullende statistische diensten
Naast het reguliere programma doet het CBS regelmatig aanvullend statistisch onderzoek. Hieronder volgt een deel van de meest recente onderzoeksresultaten over Leefomgeving. Een volledig overzicht van de aanvullende onderzoeken die het CBS recentelijk heeft uitgevoerd, is terug te vinden via de website van het CBS.
Bouwen en wonen
Haalbaarheidsonderzoek differentiatie transities eigendom woningvoorraad
Het haalbaarheidsonderzoek ‘Differentiatie transities eigendom woningvoorraad’ beschrijft een mogelijke methode om veranderingen in het type eigenaar van woningen tussen twee peilmomenten te kunnen identificeren en, waar mogelijk, toe te kunnen schrijven aan onderliggende gebeurtenissen zoals woningtransacties, verhuizingen en fysieke mutaties van de woningvoorraad. Het CBS heeft dit onderzoek samen met het Kadaster uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De resultaten dragen bij aan een beter inzicht in de dynamiek van de eigendomsstructuur van de woningvoorraad: Haalbaarheidsonderzoek differentiatie transities eigendom woningvoorraad. Een belangrijk verschil met de verhuizingen en transacties die aan de Woonbase zijn toegevoegd, is dat dit haalbaarheidsonderzoek ook niet-natuurlijke eigenaren omvat zoals bedrijven en stichtingen.
| Type transitie | Mutatie (% van transities) | Transactie (% van transities) | Verhuizing (% van transities) | Transactie en verhuizing (% van transities) | Niet direct verklaarbaar (% van transities) |
|---|---|---|---|---|---|
| Transitie van onbekend naar bekend | 0 | 220 | 0 | 290 | 2695 |
| Transitie van bekend naar onbekend | 0 | 90 | 0 | 55 | 565 |
| Transitie van niet-nat. naar nat. eigenaren | 0 | 4600 | 0 | 10970 | 2275 |
| Transitie van nat. naar niet-nat. eigenaren | 0 | 5900 | 0 | 2515 | 2365 |
| Transitie tussen niet-natuurlijke eigenaren | 0 | 3695 | 0 | 0 | 6710 |
| Transitie tussen nat. eigenaren: huur naar koop | 0 | 5785 | 5925 | 27110 | 6830 |
| Transitie tussen nat. eigenaren: koop naar huur | 0 | 1460 | 16620 | 3180 | 1395 |
| Fysieke transitie: naar de voorraad | 89765 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Fysieke transitie: uit de voorraad | 19270 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 109030 | 21750 | 22550 | 44115 | 22835 |
| Bron: CBS, Kadaster | |||||
Gemiddelde
woonoppervlakte per persoon, 2016-2026
Nieuwbouwwoningen
woningcorporaties eerste halfjaar 2026
Monitor
invoering hypotheekgarantie op Bonaire
Verkamering
in Leiden op 31 december 2019, 2021, 2023, 2024 en 2025
Prijsindices commercieel
vastgoed
Bouwvergunningen
woonruimten geregionaliseerd 2012-2026
Woningvoorraad
naar gemeente, wijk, buurt en PC5, 2026
Bouwvergunningen
bedrijfsgebouwen, 2025-2026
Prijsindex woningen Bonaire,
2025
Aantallen
en kenmerken Van Verenigingen van Eigenaren 2025
Uitsplitsing
doorlooptijden nieuwbouwwoningen 2015 - 2e kwartaal 2026
Prijsindex
Bestaande Koopwoningen (PBK) naar gemeente
Haalbaarheidsonderzoek
differentiatie transities eigendom woningvoorraad
Hoofdverwarmingsinstallaties
woningen, 2025
Woonsituatie
van personen van 70 jaar of ouder, 2018-2026
Aantal
WOZ-objecten naar gebruikscode en gemeente, 1 januari 2025 en 2026
Prijsindex
en aantallen vakantiewoningen op vakantieparken, 2019-2025
Energie
Dashboard
energiesubsidies woningen, 2021-2025
Maandelijkse
olietabel op basis van m-1 data in JODI format
Aardgasverbruik naar
sector en per maand
Tabellen energie
en broeikasgassen; 1990-2025
Elektrisch
verwarmde woningen en ISDE-toekenningen warmtepompen, 2022-2025
Energieverbruik
particuliere woningen naar woningkenmerken, 2019 t/m 2025
Aantallen
en kenmerken Van Verenigingen van Eigenaren 2025
Inkomens
en isolatiemaatregelensubsidie Schagen, 2023
Hoofdverwarmingsinstallaties
woningen, 2025
Monitor Energiearmoede
2019-2024
Hernieuwbare
energie voor vervoer volgens RED III, 2025
Energiebalans
naar klimaatsector en keten, 2015-2025
Energieverbruik
voor warmte in de landbouw, 2015-2025
Energieleveringenlandbouw naar verbruiksklasse, 2023-2024
Energieverbruik
landbouw naar belastingschijf, 2024
Energieleveringen
bedrijven en instellingen naar verbruiksklasse, 2023-2024
Landbouw en natuur
Totaal
areaal quinoa en zoete aardappel van landbouwbedrijven in Nederland | CBS
Zaai-uien,
poot-en plantuien (incl. sjalotten), naar gemeente, 2025 | CBS
Aantal
melkveebedrijven naar GVE per hectare in klassen, 2015 - 2025 | CBS
Milieu
Dierlijke mest en
mineralen 2025 | CBS
Monitor
fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest tweede kwartaal 2026 | CBS
Regio en ruimte
Buurt, wijk
en gemeente 2026 voor postcode huisnummer
Kerncijfers wijken en
buurten 2024
Kerncijfers wijken en
buurten 2025
Kerncijfers wijken en
buurten 2026
Nabijheid
van bibliotheekvoorzieningen en IDO’s, 2025
3. Updates Compendium voor de Leefomgeving
Het Compendium voor de Leefomgeving is een website die een zo compleet mogelijk
beeld geeft van de actuele situatie van milieu, natuur en landschap, en van de ruimtelijke ontwikkeling in
Nederland. De publicatie omvat ongeveer 600 specifieke onderwerpen (indicatoren), waarvan het CBS er zo’n 300
bijhoudt.
Het Compendium voor de Leefomgeving komt voort uit het Milieu- en Natuurcompendium, de Monitor Nota
Ruimte en de Ruimtemonitor. Het is een gezamenlijk product van het CBS, het Planbureau voor de Leefomgeving,
Wageningen Universiteit en Researchcentrum en het RIVM.
In het afgelopen kwartaal zijn onder andere de volgende
indicatoren bijgewerkt:
Energie
Verbruik van
hernieuwbare energie, 1990-2025
Aanbod en
verbruik van elektriciteit, 1990-2025
Bruto
elektriciteitsproductie en inzet energiedragers, 2015-2025
Milieu
Zuivering
van stedelijk afvalwater: stikstof en fosfor, 1981-2024 | Compendium voor de Leefomgeving
Afzet van
zuiveringsslib naar bestemming, 1981-2024 | Compendium voor de Leefomgeving
Zuivering
van stedelijk afvalwater: zware metalen, 1990-2024 | Compendium voor de Leefomgeving
Afval van huishoudens, 1985-2025
| Compendium voor de Leefomgeving
Afval van huishoudens
per inwoner, 1950-2025 | Compendium voor de Leefomgeving
4. Verschijnt binnenkort
3 november Woningtransformaties 202511 november Prijzen bestaande koopwoningen per gemeente, 3e kwartaal 2026
5. Meer informatie
Cijfers
De statistieken over de leefomgeving zijn in tabelvorm te vinden in StatLine, de online databank van het CBS:
Bouwen en wonen
Energie
Landbouw
Natuur en milieu
Regio en ruimte
Als u liever cijfers in kaartvorm raadpleegt, is dit mogelijk via de visualisatie Cijfers op de Kaart. Hierin zijn statistieken uit een breed scala aan onderwerpen beschikbaar, op het niveau van gemeenten, wijken en buurten.
Wilt u zelf met een GIS-programma aan de slag, dan kunt u de benodigde kaartbestanden in verschillende formaten downloaden via de pagina Geografische data.
Samenwerkingspartners
Brandweer | Emissieregistratie | Eurostat | Kadaster | Koninklijke Bibliotheek | Locatus | Ministerie van BZK | Ministerie van VRO| Ministerie van EZ | Ministerie van IenW | Ministerie van LVVN | Mulier Instituut | NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) | Planbureau voor de Leefomgeving | Prorail | Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK) | Rijksdienst voor Ondernemend Nederland | RIVM | Vektis | Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) | Vereniging van Statistiek en Onderzoek (VSO) | Wageningen University & Research
Interessante links
Cijfers circulaire economie
Cijfers op de Kaart
Compendium voor de leefomgeving
Dashboard regionale statistieken
Dossier Circulaire economie
Dossier stikstof
Dossier broeikasgassen
Energietransitie
Eurostat regional yearbook
Informatie natuur, landschap en biodiversiteit
Klimaat en energie PBL
Netwerk Ecologische Monitoring
Nieuwsbrief Regionaal
Monitor Koopwoningmarkt
Monitor Koopwoningmarkt TU Delft
Publieke Dienstverlening op de Kaart
Regionale Energiestrategie
Colofon
De Nieuwsbrief Leefomgeving is een uitgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek, en verschijnt 4 keer per jaar.
Wilt u reageren op deze nieuwsbrief of heeft u een vraag over de cijfers of publicaties? Neem dan per e-mail contact met ons op. Ook voor een abonnement op deze Nieuwsbrief kunt u ons mailen.