Auteur(s): Daniëlle Groffen, Moniek Coumans

Zingeving, maatschappelijke deelname en geluk

Over deze publicatie

In hoeverre vinden inwoners van Nederland het leven de moeite waard en hebben zij het gevoel iets bij te dragen aan de maatschappij? Verschilt dit tussen bevolkingsgroepen? Ervaren mensen die vrijwilligerswerk doen, deelnemen aan activiteiten van verenigingen, regelmatig contact hebben met anderen of informele hulp bieden meer zingeving dan mensen die dit niet of minder doen? En welke aspecten van zingeving hangen het sterkst samen met het geluk en de tevredenheid van mensen? Dit is onderzocht voor volwassenen in 2025.

Belangrijkste bevindingen:
- 90 procent van de volwassenen vindt het leven de moeite waard en 70 procent heeft het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving.
- Jongeren, vooral studenten en jongeren die bij hun ouders wonen, en 75-plussers hebben minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving.
- Sociale contacten en relaties zijn belangrijk voor mensen, vooral voor jongeren.
- Vooral mensen die de dingen kunnen doen die ze willen en belangrijk vinden in het leven, zijn gelukkig en tevreden met hun leven.
- Vrijwilligers ervaren de hoogste mate van zingeving. Het regelmatig contact hebben met familie, vrienden of buren hangt het sterkst samen met het leven de moeite waard vinden.

1. Inleiding

Weten wat je leven zin geeft en daar naar handelen kan een bron zijn van gezondheid en welzijn (Ventegodt & Merrick, 2012). Als mensen zin aan hun leven geven, kan dit helpen in het voorkomen van ziekten, het verbeteren van welzijn en het vergroten van het vermogen van mensen om zich aan te passen aan tegenslag en veranderende omstandigheden (Reker, 2000). 

Subjectief welzijn gaat over hoe mensen hun leven waarderen, over gevoelens, oftewel de emotionele staat, en het psychologisch functioneren van mensen (CBS, 2015). Zingeving, ook wel het eudemonisch welzijn genoemd, kan worden opgevat als één van deze aspecten van het subjectief welzijn. Daarnaast zijn ook het zogenoemde evaluatief welzijn en het affectief welzijn van belang. Evaluatief welzijn gaat over de cognitieve beoordeling van het eigen leven, zoals de tevredenheid met het leven als geheel of met specifieke aspecten daarvan. Affectief welzijn gaat meer over gevoelens op een bepaald moment, bijvoorbeeld het ervaren van geluk, maar ook verschillende andere emoties (OECD, 2013; OECD, 2025; Van Beuningen, 2018). Volgens de OECD zijn alle drie de aspecten van het subjectief welzijn van belang bij het monitoren van welvaart en trends in de samenleving (OECD, 2025).

Definitie zingeving

Er bestaan veel verschillende definities van zingeving (Abdallah & Mahoney, 2024). In eerder onderzoek van het CBS naar dit thema werd zingeving gedefinieerd als: “Het leiden van een leven met een doel en betekenis, dat voldoening geeft en waarin sociale betrokkenheid en interactie met mensen, persoonlijke ontwikkeling en altruïsme belangrijk zijn” (Coumans & van Muiswinkel, 2022). Hieruit wordt duidelijk dat zingeving enerzijds is gericht op het individu (voldoening, doel, betekenis en persoonlijke ontwikkeling) en anderzijds op de ander en/of de samenleving (sociale betrokkenheid, interactie en altruïsme). Als mensen actief deelnemen aan de samenleving en maatschappelijk betrokken zijn, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk te doen, draagt dit niet alleen bij aan de maatschappij als geheel, maar heeft het ook een positieve invloed op henzelf (Mateman & Dermaux, 2024).

Twee hoofdaspecten

Zingeving wordt daarom, net als in het voorgaande onderzoek, onderverdeeld in twee hoofdaspecten: de mate waarin mensen het leven de moeite waard vinden en de mate waarin mensen het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving. Hierbij verwijst het eerste aspect naar het individu en het tweede naar de (relaties met de) ander en de samenleving. Uit het voorgaande CBS-onderzoek naar zingeving kwam naar voren dat de meeste mensen in Nederland hun leven de moeite waard vinden en het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving. Wel zijn er bevolkingsgroepen bij wie dat minder het geval is. Zo hebben vooral jongeren van 18 tot 25 jaar en 75-plussers minder vaak het gevoel dat zij iets bijdragen aan de samenleving. Mensen met basisonderwijs of een vmbo- of mbo-1-diploma, een laag inkomen en alleenwonenden scoren lager op beide hoofdaspecten van zingeving dan andere groepen. Mensen die gehuwd zijn, vrijwilligerswerk doen of werken ervaren juist meer zingeving (Coumans & van Muiswinkel, 2022). 

Uit de resultaten van het eerdere onderzoek blijkt ook dat beide hoofdaspecten van zingeving sterk positief samenhangen met geluk. Degenen die het leven de moeite waard vinden of het gevoel hebben iets bij te dragen aan de maatschappij, zijn vaker gelukkig dan degenen die dat niet zo ervaren. 

Onderliggende dimensies

Naast deze hoofdaspecten is ook een aantal onderliggende dimensies van belang bij het in beeld brengen van zingeving. Net als in het voorgaande onderzoek worden in dit onderzoek het belang van sociale contacten en het belang van persoonlijke ontwikkeling meegenomen. Daarnaast is in 2025 ook een aantal nieuwe, door de OECD aanbevolen, vragen opgenomen. Deze vragen gaan over het zichzelf nuttig voelen, het belang van autonomie en het ervaren van hoop voor de toekomst (OECD, 2025). Met name autonomie wordt vaak genoemd als een belangrijk aspect van zingeving, in de literatuur ook wel flourishing genoemd (Huppert et al, 2009; New economics Foundation, 2009; Clark en Senik, 2011, Deci en Ryan, 2006). In dit onderzoek wordt bekeken of, en zo ja, hoe deze nieuw toegevoegde aspecten van zingeving samenhangen met welzijn. 

Een andere relevante vraag is in hoeverre maatschappelijke participatie samenhangt met zingeving. Hebben mensen die regelmatig sociaal contact hebben, deelnemen aan het verenigingsleven, vrijwilligerswerk doen of informele hulp bieden vaker het gevoel dat het leven de moeite waard is en dat zij iets bijdragen aan de maatschappij dan andere mensen?

Onderzoeksvragen

Dit artikel onderzoekt de ervaren mate van zingeving in 2025. Daarbij wordt, naast de vergelijking van de mate van zingeving tussen bevolkingsgroepen, ook onderzocht hoe de dimensies van zingeving samenhangen met verschillende vormen van maatschappelijke deelname en met de mate van geluk en tevredenheid met het leven. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:

  1. Welke mate van zingeving ervaren volwassenen in hun leven? Hierbij wordt zowel naar de hoofdaspecten van zingeving als de verschillende dimensies gekeken, en ook naar de samenhang daartussen. 
  2. Verschilt de mate van zingeving tussen bevolkingsgroepen? 
  3. Hoe hangt zingeving samen met andere aspecten van subjectief welzijn, zoals tevredenheid en geluk?
  4. Hoe hangt maatschappelijke deelname, zoals het doen van vrijwilligerswerk, de deelname aan verenigingen en het hebben van regelmatig sociaal contact met naasten, samen met de mate van zingeving?

Waar mogelijk wordt een vergelijking gemaakt met het eerder genoemde onderzoek naar zingeving in 2020 (Coumans & Muiswinkel, 2022). Er moet echter rekening mee worden gehouden dat dit onderzoek plaatsvond tijdens de coronapandemie, toen er maatregelen en lockdowns van kracht waren.

2. Data en methode

2.1 Het onderzoek Sociale samenhang en welzijn

Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van gegevens uit de enquête Sociale samenhang en welzijn (SSW) van 2025. In deze enquête is onder andere gevraagd naar de maatschappelijke deelname en het welzijn (zie bijlage 1 voor de vraagstellingen) van de bevolking van Nederland van 15 jaar of ouder. In 2025 is daarnaast een ad-hocvragenblok over zingeving toegevoegd. 

Doorgaans wordt over welzijn gerapporteerd voor de bevolking van 18 jaar en ouder (CBS StatLine, 2026). Omdat zingeving een onderdeel van het subjectief welzijn is, worden ook in dit artikel gegevens over 18-plussers gepresenteerd. In SSW 2025 ging het om 7 551 deelnemers. 

2.2 Kernbegrippen

Zingeving

In 2025 is zingeving aan de hand van verschillende vragen uitgevraagd in een ad-hocvragenblok. Deze vragen zijn opgesteld volgens het conceptuele kader (figuur 2.2.1) en richten zich zowel op de twee hoofdaspecten van zingeving als op verschillende dimensies daarvan (zie bijlage 1 voor de vraagstellingen). De dimensies ‘transcendentie’ (ook wel ‘kippenvelmomenten’ genoemd) en ‘religie/spiritualiteit’ droegen in het voorgaande onderzoek (Coumans & van Muiswinkel, 2022) minder bij aan het verklaren van bovenliggende concepten en zijn daarom in 2025 niet nogmaals uitgevraagd.

2.2.1 Conceptueel kader zingeving, als onderdeel van subjectief welzijn binnen het onderzoek Sociale samenhang en welzijn 2.2.1 Conceptueel kader zingeving, als onderdeel van subjectief welzijn binnen het onderzoek Sociale samenhang en welzijn Subjectief welzijn Eudemonisch welzijn Zingeving Dimensies: Sociaal Persoonlijke ontwikkeling Autonomie Hoop Nut Transcendentie Religie/spiritualiteit Het leven de moeite waard vinden Het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving Evaluatief welzijn Tevredenheid met het leven Affectief welzijn Geluk 2.2.1 Conceptueel kader zingeving, als onderdeel van subjectief welzijn binnen het onderzoek Sociale samenhang en welzijn Subjectief welzijn Eudemonisch welzijnZingeving Dimensies: SociaalPersoonlijke ontwikkelingAutonomieHoopNutTranscendentieReligie/spiritualiteit Het leven de moeite waard vinden Het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving Evaluatief welzijnTevredenheid met het leven Affectief welzijnGeluk

Naast twee stellingen over het leven de moeite waard vinden en het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving, zijn negen vraagstellingen over de vijf dimensies opgenomen. Bij de dimensie ‘sociaal’ gaat het over hoe belangrijk mensen hun sociale contacten vinden. Bij de dimensie ‘persoonlijke ontwikkeling’ gaat het over de vraag naar het belang van persoonlijke ontwikkeling, gevolgd door vier vragen over het opdoen en overdragen van kennis en ervaringen en het aangaan van uitdagingen. De dimensie ‘autonomie’ gaat over of mensen de dingen doen die zij willen en belangrijk vinden. De dimensie ‘hoop’ zegt iets over of mensen hoopvol zijn over de toekomst en de dimensie ‘nut’ gaat in op het gevoel nuttig te zijn. De vragen over het leven de moeite waard vinden, het gevoel hebben iets bij te dragen en over de dimensies ‘sociaal’ en ‘persoonlijke ontwikkeling’ zijn op dezelfde manier uitgevraagd als in de SSW-vragenlijst van 2020. De vragen over de dimensies ‘autonomie’, ‘hoop’ en ‘nut’ zijn nieuw toegevoegd in 2025.

Buiten het ad-hocvragenblok over zingeving is in 2016, 2019 en 2025 nog een algemene vraag opgenomen over het zinvol vinden van het leven (zie bijlage 1). Het zinvol vinden van het leven valt niet binnen het conceptueel kader, maar het hangt– naar verwachting – wel sterk met zingeving samen. Daarom is voor dit artikel nagegaan hoe deze algemene vraag samenhangt met de hoofdaspecten van zingeving.

2.2 Achtergrondkenmerken 

De volgende achtergrondkenmerken zijn gebruikt: 

  • Geslacht (‘mannen’, ‘vrouwen’),
  • Leeftijd (’18 tot 25 jaar’, ’25 tot 35 jaar’, ’35 tot 45 jaar’, ’45 tot 55 jaar’, ’55 tot 65 jaar’, ’65 tot 75 jaar’, ’75 jaar of ouder’), 
  • Behaald onderwijsniveau (‘basisonderwijs, vmbo, mbo1’, ‘havo, vwo, mbo2-4’ en ‘hbo, wo’), 
  • Gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen (in 25%-groepen), 
  • Sociaaleconomische categorie (‘zelfstandigen, waaronder directeuren-grootaandeelhouders, zzp’ers en meewerkende gezinsleden in een familiebedrijf’, ‘werknemers’, ‘studenten’, ‘mensen met een sociale uitkering, waaronder uitkeringen voor werkloosheid, bijstand, ziekte en arbeidsongeschiktheid’, ‘mensen met een pensioenuitkering’, ‘restgroep zonder inkomen’), 
  • Positie in het huishouden (‘alleenwonend’, ‘lid paar zonder kinderen’, ‘lid paar met kinderen’, ‘ouder in eenoudergezin’, ‘thuiswonend kind’), 
  • Religie (‘geen kerkelijke gezindte’, ‘rooms-katholiek’, ‘protestants’, ‘islamitisch’, of ‘overige’)
  • Stedelijkheid van de woongemeente (‘Zeer sterk stedelijk’, ‘sterk stedelijk’, ‘matig stedelijk’, ‘weinig stedelijk’, ‘niet stedelijk’)

Geslacht, leeftijd, onderwijsniveau, religie en positie in het huishouden zijn uitgevraagd in de enquête. Informatie over het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen, de sociaaleconomische categorie en de stedelijkheid van de woongemeente is afkomstig uit het Stelsel van Sociaal-Statistische Bestanden (SSB) en aan de enquêtegegevens toegevoegd. 

2.3 Analyse 

De mate van zingeving is met behulp van zowel bivariate als multivariate beschrijvende analyses onderzocht. Bivariate analyses zijn uitgevoerd om verschillen tussen bevolkingsgroepen in kaart te brengen. Wanneer verschillen werden gevonden, is met behulp van multivariate logistische regressieanalyses nagegaan of deze verschillen te maken hebben met andere achtergrondkenmerken. Achtergrondkenmerken die sterk met elkaar samenhangen, zoals onderwijsniveau en inkomen, leeftijd en positie in het huishouden, en inkomen en sociaaleconomische categorie zijn ook los van elkaar toegevoegd. In de tekst worden de resultaten van de multivariate analyses alleen weergegeven als de bevindingen over de bivariate verschillen daardoor veranderden of als de multivariate uitkomsten niet aansloten op voorgaand onderzoek of literatuur.

3. Resultaten

3.1 Hoofdaspecten van zingeving

Iets minder mensen vinden het leven de moeite waard

Met 90 procent vond het merendeel van de volwassenen het leven in 2025 de moeite waard. Dit aandeel is licht gedaald ten opzichte van 2020, toen dit 92 procent was. Dit hangt niet samen met verschuivingen in achtergrondkenmerken over de jaren, zoals de leeftijdverdeling. Het verschil zit vooral bij mensen die het helemaal eens zijn met de stelling dat het leven de moeite waard is. Dit aandeel daalde van 53 procent in 2020 naar 43 procent in 2025. Het aandeel dat het eens is met de stelling, nam in dezelfde periode toe van 39 procent naar 47 procent. 

3.1.1. Het leven de moeite waard vinden
 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder)2020 (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Helemaal mee eens43,052,5
Mee eens46,839,4
Niet mee eens,
niet mee oneens
8,26,5
Mee oneens1,61,1
Helemaal mee oneens0,50,5

Met 70 procent is ook het aandeel dat het gevoel heeft iets bij te dragen aan de samenleving in 2025 minder groot dan in 2020, toen dit 74 procent was. Ook hier ligt het verschil vooral bij de groep die het ‘helemaal eens’ is. Dit aandeel daalde van 23 procent in 2020 naar 20 procent in 2025. 

3.1.2. Het gevoel hebben iets bij te dragen
 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder)2020 (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Helemaal mee eens20,523,4
Mee eens49,350,4
Niet mee eens, niet mee oneens22,620,6
Mee oneens6,54,4
Helemaal mee oneens1,11,2

3.2 Dimensies van zingeving 

Vooral sociale contacten en relaties zijn belangrijk 

Van de volwassenen vindt 89 procent hun sociale contacten en relaties (heel) belangrijk. Iets minder mensen vinden hun persoonlijke ontwikkeling belangrijk (82 procent). Aspecten van persoonlijke ontwikkeling die door de meeste mensen belangrijk worden gevonden, zijn het opdoen van nieuwe kennis (84 procent) en nieuwe ervaringen (83 procent). Het aangaan van uitdagingen (70 procent) en het overdragen van kennis op anderen (71 procent) wordt door minder mensen belangrijk gevonden. 

Net als bij de hoofdaspecten van zingeving valt op dat mensen in 2025 minder vaak ‘heel belangrijk’ en juist vaker ‘belangrijk’ antwoorden als zij gevraagd worden naar het belang van sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling. Wanneer deze categorieën worden samengevoegd, zijn er geen verschillen tussen 2025 en 2020. 

3.2.1 Dimensies van zingeving, 2025
Dimensies 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Hecht (veel) belang aan sociale contacten89,3
Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkeling82,4
Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindt in het leven79,3
Heeft het gevoel nuttig te zijn77,8
Is (heel) hoopvol over de toekomst68,2

De meeste mensen kunnen de dingen doen die zij belangrijk vinden

De meeste mensen kunnen de dingen doen die zij willen en belangrijk vinden in het leven: 79 procent is het (helemaal) eens met deze stelling. Verder heeft 78 procent het gevoel nuttig te zijn. Met 68 procent is een iets kleiner deel hoopvol over de toekomst. 

Gevoel van nut hangt het sterkst samen met zingeving

Zoals verwacht, hangen de verschillende dimensies samen met de hoofdaspecten van zingeving. Het gevoel van nut hangt het sterkst samen met zowel het leven de moeite waard vinden als het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving, ook als alle andere dimensies en achtergrondkenmerken in het regressiemodel zijn meegenomen. Zo vindt 97 procent van de mensen die zichzelf nuttig vinden, het leven de moeite waard, terwijl dit bij mensen die zich minder nuttig voelen 65 procent is. Ook heeft 85 procent van de mensen die zichzelf nuttig vinden, het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving, tegenover 17 procent van de mensen die zich niet nuttig voelen. 

3.2.2 Zingeving, nut, 2025
   % (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Het leven de moeite waard vinden
Heeft het gevoel nuttig te zijnJa97,0
Heeft het gevoel nuttig te zijnNee64,7
Het gevoel hebben iets bij te dragen
Heeft het gevoel nuttig te zijnJa85,1
Heeft het gevoel nuttig te zijnNee16,6

Hoewel de algemene vraag naar het zinvol vinden van het leven conceptueel niet kan worden opgevat als een dimensie van zingeving, kan deze vraag wel worden gerelateerd aan de twee hoofddimensies van zingeving. Van de 18-plussers vindt 89 procent het leven zinvol (bijlage 2). Dit is vergelijkbaar met de resultaten van 2016 en 2019, toen dit nog respectievelijk 89 procent en 91 procent was. 94 procent van de mensen die het leven zinvol vinden, vindt ook dat het leven de moeite waard is en 75 procent vindt dat zij iets bijdragen aan de samenleving. Bij mensen die het leven niet zinvol vinden, is dat respectievelijk 60 procent en 28 procent. 

3.3 Verschillen tussen bevolkingsgroepen

Hoewel het aandeel mensen dat het leven de moeite waard vindt en het gevoel heeft iets bij te dragen aan de samenleving relatief hoog is, zijn er wel verschillen tussen bevolkingsgroepen. Die verschillen houden deels verband met elkaar. Deze paragraaf gaat in op deze verschillen.

Vrouwen hechten meer belang aan sociale contacten dan mannen

Mannen en vrouwen vinden het leven even vaak de moeite waard en ze hebben ook even vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Wel hechten vrouwen met 92 procent meer belang aan sociale contacten met familie of vrienden dan mannen (86 procent). Er zijn geen verschillen in de andere dimensies van zingeving tussen mannen en vrouwen (bijlage 2). 

Vooral jongeren en 75-plussers hebben minder het gevoel bij te dragen aan de samenleving

Leeftijd speelt geen rol bij het de moeite waard vinden van het leven. Wel hadden jongeren van 18 tot 25 jaar en 75-plussers in 2025 minder vaak het gevoel dat ze iets bijdragen aan de samenleving in vergelijking met andere leeftijdsgroepen. Dit hangt slechts deels samen met andere achtergrondkenmerken, zoals hun onderwijsniveau en inkomen, maar wel met hun positie in het huishouden: jongeren zijn vaker thuiswonend en ouderen zijn vaker alleenstaand. Niet alleen hebben jongeren en 75-plussers minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving, ook daalde dit aandeel in deze leeftijdsgroepen het sterkst ten opzichte van 2020. 

3.3.1 Het gevoel hebben iets bij te dragen, leeftijd
 2025 (%)2020 (%)
18 tot 25 jaar58,866,3
25 tot 35 jaar70,174,3
35 tot 45 jaar75,174,2
45 tot 55 jaar76,077,8
55 tot 65 jaar71,877,0
65 tot 75 jaar70,673,9
75 jaar en ouder60,367,6

Jongeren en 75-plussers hebben niet alleen het minst vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Ze voelden zich in 2025 ook het minst vaak nuttig (respectievelijk 74 procent en 69 procent). Bij jongeren hangt dit niet samen met andere achtergrondkenmerken, zoals het onderwijsniveau en inkomen. Bij ouderen is dat wel het geval: als rekening wordt gehouden met dat hun hoogst behaald onderwijsniveau vaker basisonderwijs of daarmee vergelijkbaar is en met hun gemiddeld lagere inkomen voelen zij zich niet minder nuttig dan andere leeftijdsgroepen. 

Jongeren vinden sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling belangrijker dan 35-plussers. In 2025 vond 93 procent van de 18- tot 25-jarigen sociale contacten belangrijk, en 95 procent hun persoonlijke ontwikkeling. Bij 35-plussers was dit gemiddeld 88 en 77 procent. 

Verder zijn mensen tussen de 18 en 45 jaar, met gemiddeld 74 procent, hoopvoller over de toekomst dan 45-plussers. Het aandeel dat hoopvol is, neemt daarbij af van 69 procent bij 45- tot 55-jarigen tot 56 procent bij 75-plussers (bijlage 2). 

Thuiswonende kinderen en alleenwonenden vinden het leven minder vaak de moeite waard

Thuiswonende (volwassen) kinderen en alleenwonenden vinden het leven het minst vaak de moeite waard. Ook hebben zij minder vaak het gevoel dat ze iets bijdragen aan de samenleving. Dit hangt deels samen met onder andere hun jongere leeftijd. Mensen die met een partner wonen, met of zonder kinderen, hebben juist het vaakst het gevoel dat het leven de moeite waard is en dat zij iets bijdragen. Ten opzichte van 2020 hebben vooral thuiswonende (volwassen) kinderen minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. 

3.3.2 Het gevoel hebben iets bij te dragen, positie in het huishouden
 2025 (%)2020 (%)
Alleenwonend61,967,1
Lid paar zonder kinderen71,575,7
Lid paar met kinderen77,878,9
Ouder in eenoudergezin72,977,2
Thuiswonend kind59,066,9

Alleenwonenden en thuiswonende (volwassen) kinderen voelen zich met respectievelijk 69 en 73 procent ook het minst vaak nuttig. Alleenwonenden zijn daarnaast het minst vaak hoopvol over de toekomst (56 procent). Met 69 procent vinden ouders in eenoudergezinnen het minst vaak dat zij de dingen kunnen doen die ze willen of belangrijk vinden in het leven, vooral in vergelijking met leden van paren met en zonder kinderen (bijlage 2). Dit hangt deels samen met andere achtergrondkenmerken, zoals hun lagere inkomen en sociaaleconomische categorie.

Mensen met basisonderwijs of vmbo minder vaak het gevoel iets bij te dragen dan mensen met mbo, hbo of universiteit

Mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma hebben met 63 procent minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving dan mensen met een mbo-, hbo- of universitair diploma (of daarmee vergelijkbaar). Ook mensen uit de laagste twee inkomensgroepen hebben minder vaak dan de hoogste twee inkomensgroepen dit gevoel. Mensen met een uitkering, studenten, mensen zonder inkomen en gepensioneerden hebben dit gevoel ook minder vaak dan werknemers en zelfstandigen. Bij deze verschillen in zingeving speelt mee dat het onderwijsniveau, het inkomen en de sociaaleconomische categorie van mensen met elkaar te maken hebben. Het onderwijsniveau is immers medebepalend voor het inkomen en de sociaaleconomische categorie. Maar ook als met hun onderlinge samenhang rekening wordt gehouden, blijven er verschillen naar deze kenmerken.

In iets mindere mate bestaat de samenhang ook tussen onderwijsniveau, inkomen en sociaaleconomische categorie enerzijds met het leven de moeite waard vinden anderzijds. Dat studenten en gepensioneerden minder vaak het leven de moeite waard vinden hangt volledig samen met hun lagere inkomen en het vaker hebben van alleen basisonderwijs of een vmbo- of mbo-1-diploma. 

Ten opzichte van 2020 hebben vooral hbo’ers en universitair opgeleiden, gepensioneerden en studenten minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Vooral mensen zonder inkomen en studenten vinden in 2025 het leven minder vaak de moeite waard. 

3.3.3 Het gevoel hebben iets bij te dragen, 2025
 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Onderwijsniveau
Basisonderwijs, vmbo, mbo162,7
Havo, vwo, mbo2-469,3
Hbo, wo74,7
Huishoudensinkomen
Laagste 25%-inkomensgroep62,4
2e 25%-inkomensgroep 65,1
3e 25%-inkomensgroep71,4
Hoogste 25%-inkomensgroep75,2
Sociaaleconomische categorie
Werknemer74,3
Zelfstandige80,4
Sociale uitkering56,6
Pensioen63,7
Student56,7
Zonder inkomen64,4

Mensen met een hbo- of wo-diploma vinden met 92 procent hun sociale contacten belangrijker dan mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma (87 procent). Ook studenten hechten met 93 procent veel belang aan hun sociale contacten. Mensen met een sociale uitkering vinden sociale contacten met 85 procent iets minder belangrijk. 

Het belang van persoonlijke ontwikkeling varieert naar onderwijsniveau en loopt op met de hoogte van het inkomen. Persoonlijke ontwikkeling is belangrijk voor 69 procent van de mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma. Bij mensen met een havo-, vwo- of mbo-diploma is dit 82 procent en bij hbo- of wo-opgeleiden 92 procent. Personen in de twee laagste inkomenskwartielen hechten hier met gemiddeld 78 procent minder belang aan dan in de hoogste twee inkomenskwartielen (gemiddeld 85 procent). Gepensioneerden hechten met 69 procent het minst belang aan persoonlijke ontwikkeling.

Mensen met een sociale uitkering hebben met 63 procent het minst vaak het gevoel nuttig te zijn en de dingen te kunnen doen die ze willen of belangrijk vinden in het leven (55 procent). Zij zijn ook het minst hoopvol over de toekomst (56 procent). Het gevoel nuttig te zijn, de dingen te kunnen doen die men wil of belangrijk vindt en de hoop voor de toekomst varieert, net als het belang van sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling, naar het onderwijsniveau en loopt op met de hoogte van het inkomen (bijlage 2). 

Gelovigen hebben vaker het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving

Vooral mensen met een protestants of islamitisch geloof vinden vaker dan niet-gelovigen en mensen met een andere geloofsovertuiging het leven de moeite waard en hebben vaker het gevoel dat zij iets bijdragen aan de samenleving. Als rekening wordt gehouden met de hogere leeftijd van gelovigen vervallen de verschillen tussen de geloven onderling, maar het verschil met de niet-gelovigen en mensen met een andere geloofsovertuiging blijft bestaan. 

3.3.4 Het gevoel hebben iets bij te dragen, kerkelijke gezindte, 2025
 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Geen kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering66,5
Rooms-katholiek73,2
Protestants76,6
Islamitisch76,4
Anders72,4

Mensen met een rooms-katholiek, protestants of islamitisch geloof hechten meer belang aan sociale contacten dan niet-gelovigen. Katholieken vinden hun persoonlijke ontwikkeling wat minder belangrijk, maar dit verschil vervalt als rekening wordt gehouden met hun hogere leeftijd. Ook voelen islamieten zich vaker nuttig dan niet-gelovigen en katholieken. Voor de andere dimensies zijn er geen statistisch significante verschillen. 

Bewoners van matig stedelijke gebieden hebben vaker het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving

Er zijn geen verschillen in het leven de moeite waard vinden naar de stedelijkheid van de woonomgeving. Wel hebben vooral mensen in matig stedelijke gebieden vaker het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving dan mensen die in zeer sterk stedelijke gebieden wonen. Dit verschil is niet volledig toe te schrijven aan verschillen tussen deze gebieden in bijvoorbeeld leeftijd, onderwijsniveau en inkomen van de inwoners.

3.4 Zingeving, geluk en tevredenheid

Mensen die veel zingeving ervaren vaker gelukkig en tevreden met het leven

De ervaren mate van zingeving hangt sterk samen met andere maten van subjectief welzijn, zoals geluk en tevredenheid met het leven. Zo zegt 91 procent van de volwassenen die het leven de moeite waard vinden gelukkig te zijn, tegenover 43 procent van de mensen die het leven niet de moeite waard vinden. Een vergelijkbaar verband bestaat voor het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Ook zijn mensen die meer zingeving ervaren vaker tevreden met hun leven. 

3.4.1 Geluk en tevredenheid, zingeving, 2025
   % (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Gelukkig
Vindt het leven de moeite waardJa91,2
Vindt het leven de moeite waardNee42,7
Heeft het gevoel iets bij te dragenJa91,6
Heeft het gevoel iets bij te dragenNee74,1
Tevreden met het leven
Vindt het leven de moeite waardJa88,5
Vindt het leven de moeite waardNee40,5
Heeft het gevoel iets bij te dragenJa89,6
Heeft het gevoel iets bij te dragenNee69,9

Vooral de ervaren autonomie van belang voor geluk en tevredenheid

Ook de verschillende dimensies van zingeving hangen samen met geluk en tevredenheid met het leven. De samenhang tussen het gevoel de dingen te kunnen doen die men wil en belangrijk vindt in het leven, ook wel autonomie genoemd, en tevredenheid en geluk is van alle dimensies van zingeving het sterkst. Van de mensen die veel autonomie ervaren is 91 procent tevreden met het leven, terwijl dit bij de mensen die weinig autonomie ervaren 56 procent is. Voor geluk is dat respectievelijk 92 en 62 procent. De samenhang tussen het belang van persoonlijke ontwikkeling enerzijds en tevredenheid met het leven en geluk anderzijds is minder sterk. 

3.4.2 Tevreden met het leven, dimensies van zingeving, 2025
Dimensie  % (% mensen van 18 jaar of ouder)
Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindtJa90,8
Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindtNee55,5
Is (heel) hoopvol over de toekomstJa90,6
Is (heel) hoopvol over de toekomstNee67,2
Heeft het gevoel nuttig te zijnJa89,3
Heeft het gevoel nuttig te zijnNee63,5
Hecht (veel) belang aan sociale contactenJa84,9
Hecht (veel) belang aan sociale contactenNee68,2
Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkelingJa84,5
Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkelingNee78,0

3.4.3 Geluk, dimensies van zingeving, 2025
Dimensie  Gelukkig (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindtJa92,4
Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindtNee62,4
Is (heel) hoopvol over de toekomstJa93,1
Is (heel) hoopvol over de toekomstNee70,1
Heeft het gevoel nuttig te zijnJa91,5
Heeft het gevoel nuttig te zijnNee67,6
Hecht (veel) belang aan sociale contactenJa87,4
Hecht (veel) belang aan sociale contactenNee71,7
Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkelingJa87,2
Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkelingNee80,3

3.5 Maatschappelijke deelname en zingeving

Vrijwilligers ervaren een relatief hoge mate van zingeving

Mensen die maatschappelijk actief zijn, ervaren een hogere mate van zingeving. Zo voelen vrijwilligers met 79 procent vaker dat zij iets bijdragen aan de samenleving. Bij mensen die de afgelopen twaalf maanden geen vrijwilligerswerk hebben gedaan, is dat 62 procent. Ook vinden vrijwilligers met 93 procent iets vaker het leven de moeite waard dan mensen die geen vrijwilligerswerk hebben gedaan (87 procent). Hoewel vrijwilligers verschillen van niet-vrijwilligers in achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, onderwijsniveau, inkomen, sociaaleconomische categorie en religie (Groffen, 2026), hangt het verband tussen vrijwilligerswerk en zingeving hier slechts deels mee samen. 

3.5.1 Het gevoel hebben iets bij te dragen, maatschappelijke deelname, 2025
ReeksAntwoordHet gevoel hebben iets bij te dragen (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Vrijwilligerswerk (afg. 12 mnd)Ja78,8
Vrijwilligerswerk (afg. 12 mnd)Nee61,7
Deelname aan verenigingen (maandelijks)Ja75,3
Deelname aan verenigingen (maandelijks)Nee66,2
Contact met familie (elke week)Ja72,0
Contact met familie (elke week)Nee58,8
Contact met vrienden (elke week)Ja72,9
Contact met vrienden (elke week)Nee60,5
Contact met buren (elke week)Ja74,3
Contact met buren (elke week)Nee64,4
Contact met familie, vrienden of buren (elke week)Ja70,5
Contact met familie, vrienden of buren (elke week)Nee56,1
Geven van informele hulp (afg. maand)Ja75,2
Geven van informele hulp (afg. maand)Nee66,9

3.5.2 Het leven de moeite waard vinden, maatschappelijke deelname, 2025
ReeksAntwoordHet leven de moeite waard vinden (% van mensen van 18 jaar of ouder)
Vrijwilligerswerk (afg. 12 mnd)Ja93,3
Vrijwilligerswerk (afg. 12 mnd)Nee86,7
Deelname aan verenigingen (maandelijks)Ja93,0
Deelname aan verenigingen (maandelijks)Nee87,7
Contact met familie (elke week)Ja91,6
Contact met familie (elke week)Nee81,1
Contact met vrienden (elke week)Ja91,9
Contact met vrienden (elke week)Nee83,4
Contact met buren (elke week)Ja92,8
Contact met buren (elke week)Nee86,1
Contact met familie, vrienden of buren (elke week)Ja90,7
Contact met familie, vrienden of buren (elke week)Nee72,8
Geven van informele hulp (afg. maand)Ja91,1
Geven van informele hulp (afg. maand)Nee89,1

Meer sociaal contact, meer zingeving

Ook het regelmatig contact hebben met familie, vrienden en buren hangt samen met zingeving, vooral met het leven de moeite waard vinden. Van de mensen die ten minste wekelijks contact hebben met familie, vrienden of buren, vindt 91 procent het leven de moeite waard en 70 procent heeft het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Bij mensen die minder dan wekelijks contact hebben, is dat respectievelijk 73 procent en 56 procent. Vooral contact met familie en vrienden speelt hierbij een belangrijke rol. Het burencontact speelt vooral een rol bij het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Het verband tussen sociale contacten en zingeving hangt maar voor een klein deel samen met verschillen in andere achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, inkomen en onderwijsniveau.

Gevoel van zingeving groter naarmate men actiever is in het verenigingsleven

Actief zijn in een vereniging hangt ook samen met zowel het leven de moeite waard vinden als met het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving. Van de mensen die ten minste maandelijks actief zijn, vindt 93 procent het leven de moeite waard en 75 procent heeft het gevoel iets bij te dragen. Bij degenen die minder vaak actief zijn in een vereniging is dat respectievelijk 88 procent en 66 procent. Dit hangt voor een klein deel samen met andere kenmerken, zoals leeftijd, onderwijsniveau en inkomen.  

Mensen die informele hulp bieden vaker het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving

Tussen mensen die wel of geen informele hulp geven is er geen statistisch significant verschil in het leven de moeite waard vinden. Wel hebben mensen die informele hulp geven met 75 procent vaker het gevoel dat zij iets bijdragen aan de samenleving dan mensen die geen informele hulp geven (67 procent). Bij informele hulp gaat het om onbetaalde hulp in de vrije tijd aan anderen buiten het eigen huishouden, zoals aan zieken, buren, familie, vrienden en onbekenden. 

4. Conclusie en discussie

De ervaren mate van zingeving is bij volwassenen relatief hoog. Net als in 2020 (Coumans & van Muiswinkel, 2022) vonden in 2025 de meeste mensen het leven de moeite waard en hadden zij het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Hoewel deze resultaten in lijn zijn met de bevindingen in 2020, was in 2025 een lager percentage van de bevolking het ‘helemaal eens’ met de stellingen over het gevoel dat het leven de moeite waard is en het gevoel dat ze iets bijdragen aan de samenleving. Tegelijkertijd werd de categorie ‘mee eens’ juist vaker gekozen. Zoals eerder opgemerkt, moet bij de interpretatie van deze bevindingen worden gerealiseerd dat het onderzoek in 2020 grotendeels plaatsvond tijdens de coronapandemie. De ongewone omstandigheden, met maatregelen en lockdowns, hebben waarschijnlijk invloed gehad op de gevoelens van de bevolking.

Ook de conclusies over de mate van zingeving bij verschillende bevolkingsgroepen zijn in 2025 vergelijkbaar met die in 2020. Jongeren tot 25 jaar, vooral jongeren die bij hun ouders wonen en studenten, 75-plussers, alleenwonenden en gepensioneerden hebben minder vaak dan andere bevolkingsgroepen het gevoel dat zij iets bijdragen aan de samenleving. De verschillen tussen de bevolkingsgroepen zijn kleiner als het gaat om de mate waarin mensen het leven de moeite waard vinden. Sociale contacten blijken belangrijk voor mensen; 89 procent van de volwassenen hecht veel belang aan de contacten die zij onderhouden. Vooral voor jongeren zijn deze contacten van belang. 

Gekeken naar de samenhang van zingeving met welzijn blijken beide hoofdaspecten van zingeving, net als in 2020, sterk samen te hangen met geluk en tevredenheid. Opvallend is dat, van alle dimensies, autonomie het sterkst samenhangt met zowel geluk als tevredenheid. Mensen die de dingen kunnen doen die zij willen en belangrijk vinden in het leven, zijn gelukkiger en meer tevreden met het leven dan mensen die minder autonomie ervaren. 

Ten slotte laat dit artikel een duidelijke samenhang zien tussen maatschappelijke deelname en de ervaren zingeving. Voorliggend onderzoek laat zien dat vooral het gevoel nuttig te zijn sterk samenhangt met de hoofdaspecten van zingeving. Vrijwilligers hebben het vaakst het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving en vinden het leven het vaakst de moeite waard. Mensen die niet regelmatig contact hebben met familie, vrienden of buren vinden het leven het minst vaak de moeite waard. Dit hoeft niet te betekenen dat het doen van vrijwilligerswerk en het onderhouden van sociale contacten automatisch leiden tot een hogere mate van zingeving. Het kan ook zo zijn dat mensen die al een hoge mate van zingeving ervaren eerder geneigd zijn om maatschappelijk actief te zijn. 

De OECD benadrukt dat het subjectieve welzijn een essentiële rol moet spelen bij het monitoren van maatschappelijke trends en het beoordelen van de brede welvaart in de samenleving (OECD, 2025). Om een compleet beeld van het welzijn van de bevolking te krijgen, is het van belang om alle aspecten van subjectief welzijn te meten, waaronder ook de mate van zingeving. Vanwege de belasting van deelnemers, is het niet haalbaar om alle dimensies van zingeving ieder jaar terug te laten komen in de vragenlijst van de enquête Sociale samenhang en welzijn. Voorlopige analyses met de algemene vraag over het zinvol vinden van het leven laten zien dat deze een voldoende hoge samenhang toont met de hoofdaspecten van zingeving. Vervolgonderzoek is nodig om te bepalen of deze vraag gebruikt kan worden om de ervaren mate van zingeving jaarlijks te kunnen monitoren en of deze gevoelig genoeg is om vroegtijdig veranderingen in de samenleving te kunnen detecteren. Als dat niet het geval is, dan kan worden overwogen om andere dimensies van zingeving aan de vragenlijst toe te voegen. 

Referenties

Abdallah, S. & Mahoney, J. (2024). Measuring eudaimonic components of subjective well-being: Updated evidence to inform national data collections. OECD Papers on Well-being and Inequalities, No. 30.

Beuningen, J. van (2018). Subjectief welzijn: tevredenheid, zinvolheid en affecten.

Beuningen, J. van, Houwen, K. van der & Moonen, L. (2014).  Measuring well-being. An analysis of different response scales.

CBS (2015). Welzijn in Nederland 2015.

CBS StatLine (2026). Welzijn; kerncijfers, persoonskenmerken.

Clark, A. & Senik, C. (2011). Is happiness different from flourishing? Cross-country evidence from the ESS, Working paper 2011-04.

Coumans, M. & Schmeets, H. (2026). Buitengesloten voelen in de samenleving.

Coumans, M. & Muiswinkel, E. van (2022). Zingeving.

Deci, E.L. & Ryan, R.M. (2006). Hedonia, eudaimonia, and well-being: an introduction. Journal of Happiness Studies, 9, 1-11.

Groffen, D. (2026). Vrijwilligerswerk 2025.

Groffen, D. & Coumans, M. (2025). Ontwikkelingen in het verenigingsleven.

Huppert, F.A., Marks, N., Clark, A., Siegrist, J., Stutzer, A., Vitterso, J. & Wahrendorf, M. (2009). Measuring Well-being Across Europe: Description of the ESS Well-being Module and Preliminary Findings. Social Indicators Research, 91, 301-315.

Mateman, H. & Dermaux, J. (2024). Zingeving en vrijwilligerswerk: Kennissynthese. Movisie.

New Economics Foundation (2009). National Accounts of Well-being.

OECD (2013). OECD Guidelines on Measuring Subjective Well-being

OECD (2025). OECD Guidelines on Measuring Subjective Well-being (2025 Update)

Reker, G.T. (2000). Theoretical perspective, dimensions, and measurement of existential meaning. In: Gary T. Reker en Kerry Chamberlain (red.), Exploring existential meaning: optimizing human development across the life span (pp. 39-55).

Ventegodt, S. & Merrick, J. (2012). Our search for meaning in life. Quality of life philosophy. Series: Health and human development.

Bijlage 1

Vraagstellingen

Zingeving

Deelnemers aan het onderzoek is gevraagd om aan te geven of ze het eens zijn met de volgende stellingen: 

  • ‘Ik vind mijn leven de moeite waard.’ (hoofdaspect van zingeving)
  • ‘Ik heb het gevoel dat ik iets bijdraag aan de samenleving.’ (hoofdaspect van zingeving)
  • ‘Ik heb het gevoel dat ik nuttig ben.’ (dimensie ‘nut’)
  • ‘Ik kan de dingen doen die ik wil en belangrijk vind in mijn leven.’ (dimensie ‘autonomie’)

Hierbij hadden ze de antwoordmogelijkheden ‘Helemaal eens’, ‘Eens’, ‘Niet eens, niet oneens’, ‘Oneens’ of ‘Helemaal oneens’. In dit artikel worden de antwoorden ‘Helemaal eens’ en ‘Eens’ samengevoegd om te bepalen welke mensen een hoge mate van zingeving ervaren.

Ook is gevraagd naar het belang van sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling:

  • ‘In hoeverre zijn sociale contacten en relaties belangrijk in uw leven?’ (dimensie ‘sociaal’)
  • ‘In hoeverre is persoonlijke ontwikkeling belangrijk voor u?’ (dimensie ‘persoonlijke ontwikkeling’)
  • ‘Kunt u voor de volgende zaken aangeven in hoeverre dit belangrijk voor u is?’

Hierop volgde het volgende lijstje: 

  • ‘Het opdoen van nieuwe kennis.’ 
  • ‘Het overdragen van mijn kennis op anderen.’
  • ‘Het opdoen van nieuwe ervaringen.’
  • ‘Het aangaan van uitdagingen.’

Bij deze vragen hadden deelnemers de antwoordmogelijkheden ‘Heel belangrijk’, ‘Belangrijk’, ‘Niet belangrijk en niet onbelangrijk’, ‘Onbelangrijk’ en ‘Heel onbelangrijk’. De antwoorden ‘Heel belangrijk’ en ‘Belangrijk’ zijn samengevoegd om te bepalen welke mensen veel belang hechten aan de gevraagde zaken.

Tot slot is gevraagd: ‘In hoeverre bent u hoopvol over de toekomst? Een 1 staat voor helemaal niet hoopvol en een 10 voor heel hoopvol.’ (dimensie ‘hoop’). De scores 7 tot en met 10 zijn samengevoegd om te bepalen wie (heel) hoopvol is over de toekomst. Dit is een veelgebruikt afkappunt bij schalen over tevredenheid met het leven (Van Beuningen et al., 2014; van Beuningen, 2018). 

Zinvol vinden van het leven

De algemene vraag over het zinvol vinden van het leven, gesteld buiten het ad-hocvragenblok, is in 2016, 2019 en 2025 uitgevraagd. In 2019 en 2016 luidde de vraagstelling: ‘In hoeverre vindt u de dingen die u doet in uw leven zinvol?’ Hierbij hadden deelnemers de antwoordmogelijkheden ‘Heel zinvol’, ‘Zinvol’, ‘Niet zo zinvol’ en ‘Helemaal niet zinvol’. De antwoorden ‘Heel zinvol’ en ‘Zinvol’ zijn samengevoegd om te bepalen wie de dingen die men doet zinvol vindt. In 2025 luidde de vraagstelling: ‘In hoeverre vindt u dat de dingen die u doet in uw leven zinvol zijn?' Een 1 staat voor helemaal niet zinvol en een 10 voor heel zinvol.’. Na robuustheidsanalyse en vergelijkingen met de resultaten van 2016 en 2019 zijn bij deze schaal de scores 6 tot en met 10 samengevoegd om te bepalen wie de dingen die men doet zinvol vindt.

Geluk en tevredenheid met het leven

Geluk is gemeten met de vraag ‘Kunt u op een schaal van 1 tot en met 10 aangeven in welke mate u zichzelf een gelukkig mens vindt? Een 1 staat voor volledig ongelukkig en 10 voor volledig gelukkig.’. Een score van 7 tot en met 10 is geclassificeerd als gelukkig.

Tevredenheid met het leven is gemeten met de vraag ‘Kunt u op een schaal van 1 tot en met 10 aangeven in welke mate u tevreden bent met het leven dat u nu leidt? Een 1 staat voor volledig ontevreden en 10 voor volledig tevreden.’ Een score van 7 tot en met 10 is geclassificeerd als tevreden. Deze afkappunten zijn in eerder onderzoek vastgesteld (Van Beuningen et al., 2014).

Maatschappelijke deelname

In het onderzoek is de maatschappelijke deelname vastgesteld door na te gaan of mensen dagelijks of wekelijks sociaal contact hebben met familie, vrienden of buren, door elkaar te zien, te bellen, te schrijven of berichtjes te sturen (Coumans & Schmeets, 2026). Het hulp bieden aan anderen buiten het eigen huishouden en buiten organisaties om, de zogenoemde informele hulp, is gemeten door te vragen of iemand in de afgelopen maand dergelijke hulp heeft verleend. Vrijwilligerswerk is gemeten door te vragen of mensen zich in het afgelopen jaar minstens één keer als vrijwilliger voor een organisatie hebben ingezet (Groffen, 2026). Voor deelname aan het verenigingsleven is nagegaan of iemand in de afgelopen vier weken minstens één keer deel heeft genomen aan activiteiten van één of meerdere verenigingen of organisaties (Groffen & Coumans, 2025).

Bijlage 2

B2. Hoofdaspecten en dimensies van zingeving,
achtergrondkenmerken, 2025 (%)
Vindt het leven de moeite waardHeeft het gevoel ets bij te dragen aan de samenlevingHecht (veel) belang aan sociale contactenHecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkelingHet opdoen van nieuwe kennisHet overdragen van mijn kennis op anderenHet opdoen van nieuwe ervaringenHet aangaan van uitdagingenHeeft het gevoel nuttig te zijnKan de dingen doen die men wil en belangrijk vindt in het levenIs (heel) hoopvol over de toekomstVindt het leven zinvol
Totaal18 jaar of ouder89,869,889,382,483,871,283,369,777,879,368,289,0
GeslachtMannen89,870,986,581,585,073,183,471,278,880,467,887,4
GeslachtVrouwen89,868,892,183,382,769,483,368,276,978,168,590,5
Leeftijd18 tot 25 jaar88,058,893,394,792,975,093,384,273,677,174,587,4
Leeftijd25 tot 35 jaar90,470,192,992,293,876,392,684,480,077,074,886,1
Leeftijd35 tot 45 jaar90,375,188,090,090,276,990,379,481,577,073,688,0
Leeftijd45 tot 55 jaar89,976,087,783,185,775,885,372,281,879,169,389,9
Leeftijd55 tot 65 jaar89,371,886,376,578,371,477,962,379,078,965,989,8
Leeftijd65 tot 75 jaar91,070,689,472,672,759,573,151,975,785,560,491,6
Leeftijd75 jaar of ouder89,160,388,865,068,057,365,244,769,580,856,190,5
Positie in het huishoudenAlleenwonend82,961,988,179,483,267,881,867,869,274,859,984,4
Positie in het huishoudenLid paar zonder kinderen93,171,589,578,179,066,878,761,178,383,367,291,0
Positie in het huishoudenLid paar met kinderen93,977,889,785,186,577,885,775,185,281,274,790,9
Positie in het huishoudenOuder in eenoudergezin90,172,990,587,789,476,689,373,382,768,666,392,8
Positie in het huishoudenThuiswonend kind84,859,089,892,490,072,591,082,173,576,172,886,8
OnderwijsniveauBasisonderwijs, vmbo, mbo186,162,786,669,069,762,172,757,472,576,360,787,4
OnderwijsniveauHavo, vwo, mbo2-489,669,388,181,783,172,784,370,878,878,769,989,1
OnderwijsniveauHbo, wo92,574,792,191,693,075,188,875,980,582,171,490,2
HuishoudensinkomenLaagste 25%-inkomensgroep85,362,488,479,281,465,780,767,871,871,862,084,7
Huishoudensinkomen2e 25%-inkomensgroep 86,965,187,976,578,967,578,765,374,175,963,287,4
Huishoudensinkomen3e 25%-inkomensgroep90,871,488,982,883,071,982,667,678,979,170,090,8
HuishoudensinkomenHoogste 25%-inkomensgroep93,375,290,987,288,575,287,774,582,485,873,190,7
Sociaaleconomische categorieWerknemer90,974,389,186,088,076,287,874,882,480,073,389,9
Sociaaleconomische categorieZelfstandige94,280,490,488,085,576,486,077,684,585,368,691,6
Sociaaleconomische categorieSociale uitkering78,556,684,779,079,365,277,265,262,555,455,675,9
Sociaaleconomische categoriePensioen90,063,789,267,969,756,968,647,371,682,857,991,2
Sociaaleconomische categorieStudent87,756,793,294,993,472,792,184,271,377,974,186,4
Sociaaleconomische categorieZonder inkomen89,264,488,473,275,764,976,463,974,382,364,486,2
StedelijkheidZeer sterk stedelijk90,367,390,587,588,573,688,174,776,377,768,287,5
StedelijkheidSterk stedelijk88,669,388,482,884,971,483,069,576,478,568,688,6
StedelijkheidMatig stedelijk91,574,290,382,182,670,682,167,680,380,269,589,8
StedelijkheidWeinig stedelijk89,570,388,876,777,968,879,465,379,781,366,890,4
StedelijkheidNiet stedelijk90,270,588,478,481,670,080,869,479,580,767,590,4
ReligieGeen kerkelijke gezindte of
levensbeschouwelijke groepering
88,566,588,783,586,069,984,671,775,879,467,088,2
ReligieRooms-katholiek91,973,289,375,476,670,679,561,978,881,670,690,9
ReligieProtestants93,576,692,479,381,073,379,265,083,481,069,992,9
ReligieIslam91,576,490,689,688,079,088,280,286,978,071,585,4
ReligieAnders85,272,489,590,989,278,287,575,176,572,367,987,1