Bijlage 1
Vraagstellingen
Zingeving
Deelnemers aan het onderzoek is gevraagd om aan te geven of ze het eens zijn met de volgende stellingen:
- ‘Ik vind mijn leven de moeite waard.’ (hoofdaspect van zingeving)
- ‘Ik heb het gevoel dat ik iets bijdraag aan de samenleving.’ (hoofdaspect van zingeving)
- ‘Ik heb het gevoel dat ik nuttig ben.’ (dimensie ‘nut’)
- ‘Ik kan de dingen doen die ik wil en belangrijk vind in mijn leven.’ (dimensie ‘autonomie’)
Hierbij hadden ze de antwoordmogelijkheden ‘Helemaal eens’, ‘Eens’, ‘Niet eens, niet oneens’, ‘Oneens’ of ‘Helemaal oneens’. In dit artikel worden de antwoorden ‘Helemaal eens’ en ‘Eens’ samengevoegd om te bepalen welke mensen een hoge mate van zingeving ervaren.
Ook is gevraagd naar het belang van sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling:
- ‘In hoeverre zijn sociale contacten en relaties belangrijk in uw leven?’ (dimensie ‘sociaal’)
- ‘In hoeverre is persoonlijke ontwikkeling belangrijk voor u?’ (dimensie ‘persoonlijke ontwikkeling’)
- ‘Kunt u voor de volgende zaken aangeven in hoeverre dit belangrijk voor u is?’
Hierop volgde het volgende lijstje:
- ‘Het opdoen van nieuwe kennis.’
- ‘Het overdragen van mijn kennis op anderen.’
- ‘Het opdoen van nieuwe ervaringen.’
- ‘Het aangaan van uitdagingen.’
Bij deze vragen hadden deelnemers de antwoordmogelijkheden ‘Heel belangrijk’, ‘Belangrijk’, ‘Niet belangrijk en niet onbelangrijk’, ‘Onbelangrijk’ en ‘Heel onbelangrijk’. De antwoorden ‘Heel belangrijk’ en ‘Belangrijk’ zijn samengevoegd om te bepalen welke mensen veel belang hechten aan de gevraagde zaken.
Tot slot is gevraagd: ‘In hoeverre bent u hoopvol over de toekomst? Een 1 staat voor helemaal niet hoopvol en een 10 voor heel hoopvol.’ (dimensie ‘hoop’). De scores 7 tot en met 10 zijn samengevoegd om te bepalen wie (heel) hoopvol is over de toekomst. Dit is een veelgebruikt afkappunt bij schalen over tevredenheid met het leven (Van Beuningen et al., 2014; van Beuningen, 2018).
Zinvol vinden van het leven
De algemene vraag over het zinvol vinden van het leven, gesteld buiten het ad-hocvragenblok, is in 2016, 2019 en 2025 uitgevraagd. In 2019 en 2016 luidde de vraagstelling: ‘In hoeverre vindt u de dingen die u doet in uw leven zinvol?’ Hierbij hadden deelnemers de antwoordmogelijkheden ‘Heel zinvol’, ‘Zinvol’, ‘Niet zo zinvol’ en ‘Helemaal niet zinvol’. De antwoorden ‘Heel zinvol’ en ‘Zinvol’ zijn samengevoegd om te bepalen wie de dingen die men doet zinvol vindt. In 2025 luidde de vraagstelling: ‘In hoeverre vindt u dat de dingen die u doet in uw leven zinvol zijn?' Een 1 staat voor helemaal niet zinvol en een 10 voor heel zinvol.’. Na robuustheidsanalyse en vergelijkingen met de resultaten van 2016 en 2019 zijn bij deze schaal de scores 6 tot en met 10 samengevoegd om te bepalen wie de dingen die men doet zinvol vindt.
Geluk en tevredenheid met het leven
Geluk is gemeten met de vraag ‘Kunt u op een schaal van 1 tot en met 10 aangeven in welke mate u zichzelf een gelukkig mens vindt? Een 1 staat voor volledig ongelukkig en 10 voor volledig gelukkig.’. Een score van 7 tot en met 10 is geclassificeerd als gelukkig.
Tevredenheid met het leven is gemeten met de vraag ‘Kunt u op een schaal van 1 tot en met 10 aangeven in welke mate u tevreden bent met het leven dat u nu leidt? Een 1 staat voor volledig ontevreden en 10 voor volledig tevreden.’ Een score van 7 tot en met 10 is geclassificeerd als tevreden. Deze afkappunten zijn in eerder onderzoek vastgesteld (Van Beuningen et al., 2014).
Maatschappelijke deelname
In het onderzoek is de maatschappelijke deelname vastgesteld door na te gaan of mensen dagelijks of wekelijks sociaal contact hebben met familie, vrienden of buren, door elkaar te zien, te bellen, te schrijven of berichtjes te sturen (Coumans & Schmeets, 2026). Het hulp bieden aan anderen buiten het eigen huishouden en buiten organisaties om, de zogenoemde informele hulp, is gemeten door te vragen of iemand in de afgelopen maand dergelijke hulp heeft verleend. Vrijwilligerswerk is gemeten door te vragen of mensen zich in het afgelopen jaar minstens één keer als vrijwilliger voor een organisatie hebben ingezet (Groffen, 2026). Voor deelname aan het verenigingsleven is nagegaan of iemand in de afgelopen vier weken minstens één keer deel heeft genomen aan activiteiten van één of meerdere verenigingen of organisaties (Groffen & Coumans, 2025).