1. Inleiding
Weten wat je leven zin geeft en daar naar handelen kan een bron zijn van gezondheid en welzijn (Ventegodt & Merrick, 2012). Als mensen zin aan hun leven geven, kan dit helpen in het voorkomen van ziekten, het verbeteren van welzijn en het vergroten van het vermogen van mensen om zich aan te passen aan tegenslag en veranderende omstandigheden (Reker, 2000).
Subjectief welzijn gaat over hoe mensen hun leven waarderen, over gevoelens, oftewel de emotionele staat, en het psychologisch functioneren van mensen (CBS, 2015). Zingeving, ook wel het eudemonisch welzijn genoemd, kan worden opgevat als één van deze aspecten van het subjectief welzijn. Daarnaast zijn ook het zogenoemde evaluatief welzijn en het affectief welzijn van belang. Evaluatief welzijn gaat over de cognitieve beoordeling van het eigen leven, zoals de tevredenheid met het leven als geheel of met specifieke aspecten daarvan. Affectief welzijn gaat meer over gevoelens op een bepaald moment, bijvoorbeeld het ervaren van geluk, maar ook verschillende andere emoties (OECD, 2013; OECD, 2025; Van Beuningen, 2018). Volgens de OECD zijn alle drie de aspecten van het subjectief welzijn van belang bij het monitoren van welvaart en trends in de samenleving (OECD, 2025).
Definitie zingeving
Er bestaan veel verschillende definities van zingeving (Abdallah & Mahoney, 2024). In eerder onderzoek van het CBS naar dit thema werd zingeving gedefinieerd als: “Het leiden van een leven met een doel en betekenis, dat voldoening geeft en waarin sociale betrokkenheid en interactie met mensen, persoonlijke ontwikkeling en altruïsme belangrijk zijn” (Coumans & van Muiswinkel, 2022). Hieruit wordt duidelijk dat zingeving enerzijds is gericht op het individu (voldoening, doel, betekenis en persoonlijke ontwikkeling) en anderzijds op de ander en/of de samenleving (sociale betrokkenheid, interactie en altruïsme). Als mensen actief deelnemen aan de samenleving en maatschappelijk betrokken zijn, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk te doen, draagt dit niet alleen bij aan de maatschappij als geheel, maar heeft het ook een positieve invloed op henzelf (Mateman & Dermaux, 2024).
Twee hoofdaspecten
Zingeving wordt daarom, net als in het voorgaande onderzoek, onderverdeeld in twee hoofdaspecten: de mate waarin mensen het leven de moeite waard vinden en de mate waarin mensen het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving. Hierbij verwijst het eerste aspect naar het individu en het tweede naar de (relaties met de) ander en de samenleving. Uit het voorgaande CBS-onderzoek naar zingeving kwam naar voren dat de meeste mensen in Nederland hun leven de moeite waard vinden en het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving. Wel zijn er bevolkingsgroepen bij wie dat minder het geval is. Zo hebben vooral jongeren van 18 tot 25 jaar en 75-plussers minder vaak het gevoel dat zij iets bijdragen aan de samenleving. Mensen met basisonderwijs of een vmbo- of mbo-1-diploma, een laag inkomen en alleenwonenden scoren lager op beide hoofdaspecten van zingeving dan andere groepen. Mensen die gehuwd zijn, vrijwilligerswerk doen of werken ervaren juist meer zingeving (Coumans & van Muiswinkel, 2022).
Uit de resultaten van het eerdere onderzoek blijkt ook dat beide hoofdaspecten van zingeving sterk positief samenhangen met geluk. Degenen die het leven de moeite waard vinden of het gevoel hebben iets bij te dragen aan de maatschappij, zijn vaker gelukkig dan degenen die dat niet zo ervaren.
Onderliggende dimensies
Naast deze hoofdaspecten is ook een aantal onderliggende dimensies van belang bij het in beeld brengen van zingeving. Net als in het voorgaande onderzoek worden in dit onderzoek het belang van sociale contacten en het belang van persoonlijke ontwikkeling meegenomen. Daarnaast is in 2025 ook een aantal nieuwe, door de OECD aanbevolen, vragen opgenomen. Deze vragen gaan over het zichzelf nuttig voelen, het belang van autonomie en het ervaren van hoop voor de toekomst (OECD, 2025). Met name autonomie wordt vaak genoemd als een belangrijk aspect van zingeving, in de literatuur ook wel flourishing genoemd (Huppert et al, 2009; New economics Foundation, 2009; Clark en Senik, 2011, Deci en Ryan, 2006). In dit onderzoek wordt bekeken of, en zo ja, hoe deze nieuw toegevoegde aspecten van zingeving samenhangen met welzijn.
Een andere relevante vraag is in hoeverre maatschappelijke participatie samenhangt met zingeving. Hebben mensen die regelmatig sociaal contact hebben, deelnemen aan het verenigingsleven, vrijwilligerswerk doen of informele hulp bieden vaker het gevoel dat het leven de moeite waard is en dat zij iets bijdragen aan de maatschappij dan andere mensen?
Onderzoeksvragen
Dit artikel onderzoekt de ervaren mate van zingeving in 2025. Daarbij wordt, naast de vergelijking van de mate van zingeving tussen bevolkingsgroepen, ook onderzocht hoe de dimensies van zingeving samenhangen met verschillende vormen van maatschappelijke deelname en met de mate van geluk en tevredenheid met het leven. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord:
- Welke mate van zingeving ervaren volwassenen in hun leven? Hierbij wordt zowel naar de hoofdaspecten van zingeving als de verschillende dimensies gekeken, en ook naar de samenhang daartussen.
- Verschilt de mate van zingeving tussen bevolkingsgroepen?
- Hoe hangt zingeving samen met andere aspecten van subjectief welzijn, zoals tevredenheid en geluk?
- Hoe hangt maatschappelijke deelname, zoals het doen van vrijwilligerswerk, de deelname aan verenigingen en het hebben van regelmatig sociaal contact met naasten, samen met de mate van zingeving?
Waar mogelijk wordt een vergelijking gemaakt met het eerder genoemde onderzoek naar zingeving in 2020 (Coumans & Muiswinkel, 2022). Er moet echter rekening mee worden gehouden dat dit onderzoek plaatsvond tijdens de coronapandemie, toen er maatregelen en lockdowns van kracht waren.