3. Resultaten
3.1 Hoofdaspecten van zingeving
Iets minder mensen vinden het leven de moeite waard
Met 90 procent vond het merendeel van de volwassenen het leven in 2025 de moeite waard. Dit aandeel is licht gedaald ten opzichte van 2020, toen dit 92 procent was. Dit hangt niet samen met verschuivingen in achtergrondkenmerken over de jaren, zoals de leeftijdverdeling. Het verschil zit vooral bij mensen die het helemaal eens zijn met de stelling dat het leven de moeite waard is. Dit aandeel daalde van 53 procent in 2020 naar 43 procent in 2025. Het aandeel dat het eens is met de stelling, nam in dezelfde periode toe van 39 procent naar 47 procent.
| 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder) | 2020 (% van mensen van 18 jaar of ouder) | |
|---|---|---|
| Helemaal mee eens | 43,0 | 52,5 |
| Mee eens | 46,8 | 39,4 |
| Niet mee eens, niet mee oneens | 8,2 | 6,5 |
| Mee oneens | 1,6 | 1,1 |
| Helemaal mee oneens | 0,5 | 0,5 |
Met 70 procent is ook het aandeel dat het gevoel heeft iets bij te dragen aan de samenleving in 2025 minder groot dan in 2020, toen dit 74 procent was. Ook hier ligt het verschil vooral bij de groep die het ‘helemaal eens’ is. Dit aandeel daalde van 23 procent in 2020 naar 20 procent in 2025.
| 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder) | 2020 (% van mensen van 18 jaar of ouder) | |
|---|---|---|
| Helemaal mee eens | 20,5 | 23,4 |
| Mee eens | 49,3 | 50,4 |
| Niet mee eens, niet mee oneens | 22,6 | 20,6 |
| Mee oneens | 6,5 | 4,4 |
| Helemaal mee oneens | 1,1 | 1,2 |
3.2 Dimensies van zingeving
Vooral sociale contacten en relaties zijn belangrijk
Van de volwassenen vindt 89 procent hun sociale contacten en relaties (heel) belangrijk. Iets minder mensen vinden hun persoonlijke ontwikkeling belangrijk (82 procent). Aspecten van persoonlijke ontwikkeling die door de meeste mensen belangrijk worden gevonden, zijn het opdoen van nieuwe kennis (84 procent) en nieuwe ervaringen (83 procent). Het aangaan van uitdagingen (70 procent) en het overdragen van kennis op anderen (71 procent) wordt door minder mensen belangrijk gevonden.
Net als bij de hoofdaspecten van zingeving valt op dat mensen in 2025 minder vaak ‘heel belangrijk’ en juist vaker ‘belangrijk’ antwoorden als zij gevraagd worden naar het belang van sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling. Wanneer deze categorieën worden samengevoegd, zijn er geen verschillen tussen 2025 en 2020.
| Dimensies | 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder) |
|---|---|
| Hecht (veel) belang aan sociale contacten | 89,3 |
| Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkeling | 82,4 |
| Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindt in het leven | 79,3 |
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | 77,8 |
| Is (heel) hoopvol over de toekomst | 68,2 |
De meeste mensen kunnen de dingen doen die zij belangrijk vinden
De meeste mensen kunnen de dingen doen die zij willen en belangrijk vinden in het leven: 79 procent is het (helemaal) eens met deze stelling. Verder heeft 78 procent het gevoel nuttig te zijn. Met 68 procent is een iets kleiner deel hoopvol over de toekomst.
Gevoel van nut hangt het sterkst samen met zingeving
Zoals verwacht, hangen de verschillende dimensies samen met de hoofdaspecten van zingeving. Het gevoel van nut hangt het sterkst samen met zowel het leven de moeite waard vinden als het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving, ook als alle andere dimensies en achtergrondkenmerken in het regressiemodel zijn meegenomen. Zo vindt 97 procent van de mensen die zichzelf nuttig vinden, het leven de moeite waard, terwijl dit bij mensen die zich minder nuttig voelen 65 procent is. Ook heeft 85 procent van de mensen die zichzelf nuttig vinden, het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving, tegenover 17 procent van de mensen die zich niet nuttig voelen.
| % (% van mensen van 18 jaar of ouder) | ||
|---|---|---|
| Het leven de moeite waard vinden | ||
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | Ja | 97,0 |
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | Nee | 64,7 |
| Het gevoel hebben iets bij te dragen | ||
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | Ja | 85,1 |
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | Nee | 16,6 |
Hoewel de algemene vraag naar het zinvol vinden van het leven conceptueel niet kan worden opgevat als een dimensie van zingeving, kan deze vraag wel worden gerelateerd aan de twee hoofddimensies van zingeving. Van de 18-plussers vindt 89 procent het leven zinvol (bijlage 2). Dit is vergelijkbaar met de resultaten van 2016 en 2019, toen dit nog respectievelijk 89 procent en 91 procent was. 94 procent van de mensen die het leven zinvol vinden, vindt ook dat het leven de moeite waard is en 75 procent vindt dat zij iets bijdragen aan de samenleving. Bij mensen die het leven niet zinvol vinden, is dat respectievelijk 60 procent en 28 procent.
3.3 Verschillen tussen bevolkingsgroepen
Hoewel het aandeel mensen dat het leven de moeite waard vindt en het gevoel heeft iets bij te dragen aan de samenleving relatief hoog is, zijn er wel verschillen tussen bevolkingsgroepen. Die verschillen houden deels verband met elkaar. Deze paragraaf gaat in op deze verschillen.
Vrouwen hechten meer belang aan sociale contacten dan mannen
Mannen en vrouwen vinden het leven even vaak de moeite waard en ze hebben ook even vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Wel hechten vrouwen met 92 procent meer belang aan sociale contacten met familie of vrienden dan mannen (86 procent). Er zijn geen verschillen in de andere dimensies van zingeving tussen mannen en vrouwen (bijlage 2).
Vooral jongeren en 75-plussers hebben minder het gevoel bij te dragen aan de samenleving
Leeftijd speelt geen rol bij het de moeite waard vinden van het leven. Wel hadden jongeren van 18 tot 25 jaar en 75-plussers in 2025 minder vaak het gevoel dat ze iets bijdragen aan de samenleving in vergelijking met andere leeftijdsgroepen. Dit hangt slechts deels samen met andere achtergrondkenmerken, zoals hun onderwijsniveau en inkomen, maar wel met hun positie in het huishouden: jongeren zijn vaker thuiswonend en ouderen zijn vaker alleenstaand. Niet alleen hebben jongeren en 75-plussers minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving, ook daalde dit aandeel in deze leeftijdsgroepen het sterkst ten opzichte van 2020.
| 2025 (%) | 2020 (%) | |
|---|---|---|
| 18 tot 25 jaar | 58,8 | 66,3 |
| 25 tot 35 jaar | 70,1 | 74,3 |
| 35 tot 45 jaar | 75,1 | 74,2 |
| 45 tot 55 jaar | 76,0 | 77,8 |
| 55 tot 65 jaar | 71,8 | 77,0 |
| 65 tot 75 jaar | 70,6 | 73,9 |
| 75 jaar en ouder | 60,3 | 67,6 |
Jongeren en 75-plussers hebben niet alleen het minst vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Ze voelden zich in 2025 ook het minst vaak nuttig (respectievelijk 74 procent en 69 procent). Bij jongeren hangt dit niet samen met andere achtergrondkenmerken, zoals het onderwijsniveau en inkomen. Bij ouderen is dat wel het geval: als rekening wordt gehouden met dat hun hoogst behaald onderwijsniveau vaker basisonderwijs of daarmee vergelijkbaar is en met hun gemiddeld lagere inkomen voelen zij zich niet minder nuttig dan andere leeftijdsgroepen.
Jongeren vinden sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling belangrijker dan 35-plussers. In 2025 vond 93 procent van de 18- tot 25-jarigen sociale contacten belangrijk, en 95 procent hun persoonlijke ontwikkeling. Bij 35-plussers was dit gemiddeld 88 en 77 procent.
Verder zijn mensen tussen de 18 en 45 jaar, met gemiddeld 74 procent, hoopvoller over de toekomst dan 45-plussers. Het aandeel dat hoopvol is, neemt daarbij af van 69 procent bij 45- tot 55-jarigen tot 56 procent bij 75-plussers (bijlage 2).
Thuiswonende kinderen en alleenwonenden vinden het leven minder vaak de moeite waard
Thuiswonende (volwassen) kinderen en alleenwonenden vinden het leven het minst vaak de moeite waard. Ook hebben zij minder vaak het gevoel dat ze iets bijdragen aan de samenleving. Dit hangt deels samen met onder andere hun jongere leeftijd. Mensen die met een partner wonen, met of zonder kinderen, hebben juist het vaakst het gevoel dat het leven de moeite waard is en dat zij iets bijdragen. Ten opzichte van 2020 hebben vooral thuiswonende (volwassen) kinderen minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving.
| 2025 (%) | 2020 (%) | |
|---|---|---|
| Alleenwonend | 61,9 | 67,1 |
| Lid paar zonder kinderen | 71,5 | 75,7 |
| Lid paar met kinderen | 77,8 | 78,9 |
| Ouder in eenoudergezin | 72,9 | 77,2 |
| Thuiswonend kind | 59,0 | 66,9 |
Alleenwonenden en thuiswonende (volwassen) kinderen voelen zich met respectievelijk 69 en 73 procent ook het minst vaak nuttig. Alleenwonenden zijn daarnaast het minst vaak hoopvol over de toekomst (56 procent). Met 69 procent vinden ouders in eenoudergezinnen het minst vaak dat zij de dingen kunnen doen die ze willen of belangrijk vinden in het leven, vooral in vergelijking met leden van paren met en zonder kinderen (bijlage 2). Dit hangt deels samen met andere achtergrondkenmerken, zoals hun lagere inkomen en sociaaleconomische categorie.
Mensen met basisonderwijs of vmbo minder vaak het gevoel iets bij te dragen dan mensen met mbo, hbo of universiteit
Mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma hebben met 63 procent minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving dan mensen met een mbo-, hbo- of universitair diploma (of daarmee vergelijkbaar). Ook mensen uit de laagste twee inkomensgroepen hebben minder vaak dan de hoogste twee inkomensgroepen dit gevoel. Mensen met een uitkering, studenten, mensen zonder inkomen en gepensioneerden hebben dit gevoel ook minder vaak dan werknemers en zelfstandigen. Bij deze verschillen in zingeving speelt mee dat het onderwijsniveau, het inkomen en de sociaaleconomische categorie van mensen met elkaar te maken hebben. Het onderwijsniveau is immers medebepalend voor het inkomen en de sociaaleconomische categorie. Maar ook als met hun onderlinge samenhang rekening wordt gehouden, blijven er verschillen naar deze kenmerken.
In iets mindere mate bestaat de samenhang ook tussen onderwijsniveau, inkomen en sociaaleconomische categorie enerzijds met het leven de moeite waard vinden anderzijds. Dat studenten en gepensioneerden minder vaak het leven de moeite waard vinden hangt volledig samen met hun lagere inkomen en het vaker hebben van alleen basisonderwijs of een vmbo- of mbo-1-diploma.
Ten opzichte van 2020 hebben vooral hbo’ers en universitair opgeleiden, gepensioneerden en studenten minder vaak het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Vooral mensen zonder inkomen en studenten vinden in 2025 het leven minder vaak de moeite waard.
| 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder) | |
|---|---|
| Onderwijsniveau | |
| Basisonderwijs, vmbo, mbo1 | 62,7 |
| Havo, vwo, mbo2-4 | 69,3 |
| Hbo, wo | 74,7 |
| Huishoudensinkomen | |
| Laagste 25%-inkomensgroep | 62,4 |
| 2e 25%-inkomensgroep | 65,1 |
| 3e 25%-inkomensgroep | 71,4 |
| Hoogste 25%-inkomensgroep | 75,2 |
| Sociaaleconomische categorie | |
| Werknemer | 74,3 |
| Zelfstandige | 80,4 |
| Sociale uitkering | 56,6 |
| Pensioen | 63,7 |
| Student | 56,7 |
| Zonder inkomen | 64,4 |
Mensen met een hbo- of wo-diploma vinden met 92 procent hun sociale contacten belangrijker dan mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma (87 procent). Ook studenten hechten met 93 procent veel belang aan hun sociale contacten. Mensen met een sociale uitkering vinden sociale contacten met 85 procent iets minder belangrijk.
Het belang van persoonlijke ontwikkeling varieert naar onderwijsniveau en loopt op met de hoogte van het inkomen. Persoonlijke ontwikkeling is belangrijk voor 69 procent van de mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma. Bij mensen met een havo-, vwo- of mbo-diploma is dit 82 procent en bij hbo- of wo-opgeleiden 92 procent. Personen in de twee laagste inkomenskwartielen hechten hier met gemiddeld 78 procent minder belang aan dan in de hoogste twee inkomenskwartielen (gemiddeld 85 procent). Gepensioneerden hechten met 69 procent het minst belang aan persoonlijke ontwikkeling.
Mensen met een sociale uitkering hebben met 63 procent het minst vaak het gevoel nuttig te zijn en de dingen te kunnen doen die ze willen of belangrijk vinden in het leven (55 procent). Zij zijn ook het minst hoopvol over de toekomst (56 procent). Het gevoel nuttig te zijn, de dingen te kunnen doen die men wil of belangrijk vindt en de hoop voor de toekomst varieert, net als het belang van sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling, naar het onderwijsniveau en loopt op met de hoogte van het inkomen (bijlage 2).
Gelovigen hebben vaker het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving
Vooral mensen met een protestants of islamitisch geloof vinden vaker dan niet-gelovigen en mensen met een andere geloofsovertuiging het leven de moeite waard en hebben vaker het gevoel dat zij iets bijdragen aan de samenleving. Als rekening wordt gehouden met de hogere leeftijd van gelovigen vervallen de verschillen tussen de geloven onderling, maar het verschil met de niet-gelovigen en mensen met een andere geloofsovertuiging blijft bestaan.
| 2025 (% van mensen van 18 jaar of ouder) | |
|---|---|
| Geen kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering | 66,5 |
| Rooms-katholiek | 73,2 |
| Protestants | 76,6 |
| Islamitisch | 76,4 |
| Anders | 72,4 |
Mensen met een rooms-katholiek, protestants of islamitisch geloof hechten meer belang aan sociale contacten dan niet-gelovigen. Katholieken vinden hun persoonlijke ontwikkeling wat minder belangrijk, maar dit verschil vervalt als rekening wordt gehouden met hun hogere leeftijd. Ook voelen islamieten zich vaker nuttig dan niet-gelovigen en katholieken. Voor de andere dimensies zijn er geen statistisch significante verschillen.
Bewoners van matig stedelijke gebieden hebben vaker het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving
Er zijn geen verschillen in het leven de moeite waard vinden naar de stedelijkheid van de woonomgeving. Wel hebben vooral mensen in matig stedelijke gebieden vaker het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving dan mensen die in zeer sterk stedelijke gebieden wonen. Dit verschil is niet volledig toe te schrijven aan verschillen tussen deze gebieden in bijvoorbeeld leeftijd, onderwijsniveau en inkomen van de inwoners.
3.4 Zingeving, geluk en tevredenheid
Mensen die veel zingeving ervaren vaker gelukkig en tevreden met het leven
De ervaren mate van zingeving hangt sterk samen met andere maten van subjectief welzijn, zoals geluk en tevredenheid met het leven. Zo zegt 91 procent van de volwassenen die het leven de moeite waard vinden gelukkig te zijn, tegenover 43 procent van de mensen die het leven niet de moeite waard vinden. Een vergelijkbaar verband bestaat voor het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Ook zijn mensen die meer zingeving ervaren vaker tevreden met hun leven.
| % (% van mensen van 18 jaar of ouder) | ||
|---|---|---|
| Gelukkig | ||
| Vindt het leven de moeite waard | Ja | 91,2 |
| Vindt het leven de moeite waard | Nee | 42,7 |
| Heeft het gevoel iets bij te dragen | Ja | 91,6 |
| Heeft het gevoel iets bij te dragen | Nee | 74,1 |
| Tevreden met het leven | ||
| Vindt het leven de moeite waard | Ja | 88,5 |
| Vindt het leven de moeite waard | Nee | 40,5 |
| Heeft het gevoel iets bij te dragen | Ja | 89,6 |
| Heeft het gevoel iets bij te dragen | Nee | 69,9 |
Vooral de ervaren autonomie van belang voor geluk en tevredenheid
Ook de verschillende dimensies van zingeving hangen samen met geluk en tevredenheid met het leven. De samenhang tussen het gevoel de dingen te kunnen doen die men wil en belangrijk vindt in het leven, ook wel autonomie genoemd, en tevredenheid en geluk is van alle dimensies van zingeving het sterkst. Van de mensen die veel autonomie ervaren is 91 procent tevreden met het leven, terwijl dit bij de mensen die weinig autonomie ervaren 56 procent is. Voor geluk is dat respectievelijk 92 en 62 procent. De samenhang tussen het belang van persoonlijke ontwikkeling enerzijds en tevredenheid met het leven en geluk anderzijds is minder sterk.
| Dimensie | % (% mensen van 18 jaar of ouder) | |
|---|---|---|
| Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindt | Ja | 90,8 |
| Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindt | Nee | 55,5 |
| Is (heel) hoopvol over de toekomst | Ja | 90,6 |
| Is (heel) hoopvol over de toekomst | Nee | 67,2 |
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | Ja | 89,3 |
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | Nee | 63,5 |
| Hecht (veel) belang aan sociale contacten | Ja | 84,9 |
| Hecht (veel) belang aan sociale contacten | Nee | 68,2 |
| Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkeling | Ja | 84,5 |
| Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkeling | Nee | 78,0 |
| Dimensie | Gelukkig (% van mensen van 18 jaar of ouder) | |
|---|---|---|
| Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindt | Ja | 92,4 |
| Kan de dingen doen die men wil en belangrijk vindt | Nee | 62,4 |
| Is (heel) hoopvol over de toekomst | Ja | 93,1 |
| Is (heel) hoopvol over de toekomst | Nee | 70,1 |
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | Ja | 91,5 |
| Heeft het gevoel nuttig te zijn | Nee | 67,6 |
| Hecht (veel) belang aan sociale contacten | Ja | 87,4 |
| Hecht (veel) belang aan sociale contacten | Nee | 71,7 |
| Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkeling | Ja | 87,2 |
| Hecht (veel) belang aan persoonlijke ontwikkeling | Nee | 80,3 |
3.5 Maatschappelijke deelname en zingeving
Vrijwilligers ervaren een relatief hoge mate van zingeving
Mensen die maatschappelijk actief zijn, ervaren een hogere mate van zingeving. Zo voelen vrijwilligers met 79 procent vaker dat zij iets bijdragen aan de samenleving. Bij mensen die de afgelopen twaalf maanden geen vrijwilligerswerk hebben gedaan, is dat 62 procent. Ook vinden vrijwilligers met 93 procent iets vaker het leven de moeite waard dan mensen die geen vrijwilligerswerk hebben gedaan (87 procent). Hoewel vrijwilligers verschillen van niet-vrijwilligers in achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, onderwijsniveau, inkomen, sociaaleconomische categorie en religie (Groffen, 2026), hangt het verband tussen vrijwilligerswerk en zingeving hier slechts deels mee samen.
| Reeks | Antwoord | Het gevoel hebben iets bij te dragen (% van mensen van 18 jaar of ouder) |
|---|---|---|
| Vrijwilligerswerk (afg. 12 mnd) | Ja | 78,8 |
| Vrijwilligerswerk (afg. 12 mnd) | Nee | 61,7 |
| Deelname aan verenigingen (maandelijks) | Ja | 75,3 |
| Deelname aan verenigingen (maandelijks) | Nee | 66,2 |
| Contact met familie (elke week) | Ja | 72,0 |
| Contact met familie (elke week) | Nee | 58,8 |
| Contact met vrienden (elke week) | Ja | 72,9 |
| Contact met vrienden (elke week) | Nee | 60,5 |
| Contact met buren (elke week) | Ja | 74,3 |
| Contact met buren (elke week) | Nee | 64,4 |
| Contact met familie, vrienden of buren (elke week) | Ja | 70,5 |
| Contact met familie, vrienden of buren (elke week) | Nee | 56,1 |
| Geven van informele hulp (afg. maand) | Ja | 75,2 |
| Geven van informele hulp (afg. maand) | Nee | 66,9 |
| Reeks | Antwoord | Het leven de moeite waard vinden (% van mensen van 18 jaar of ouder) |
|---|---|---|
| Vrijwilligerswerk (afg. 12 mnd) | Ja | 93,3 |
| Vrijwilligerswerk (afg. 12 mnd) | Nee | 86,7 |
| Deelname aan verenigingen (maandelijks) | Ja | 93,0 |
| Deelname aan verenigingen (maandelijks) | Nee | 87,7 |
| Contact met familie (elke week) | Ja | 91,6 |
| Contact met familie (elke week) | Nee | 81,1 |
| Contact met vrienden (elke week) | Ja | 91,9 |
| Contact met vrienden (elke week) | Nee | 83,4 |
| Contact met buren (elke week) | Ja | 92,8 |
| Contact met buren (elke week) | Nee | 86,1 |
| Contact met familie, vrienden of buren (elke week) | Ja | 90,7 |
| Contact met familie, vrienden of buren (elke week) | Nee | 72,8 |
| Geven van informele hulp (afg. maand) | Ja | 91,1 |
| Geven van informele hulp (afg. maand) | Nee | 89,1 |
Meer sociaal contact, meer zingeving
Ook het regelmatig contact hebben met familie, vrienden en buren hangt samen met zingeving, vooral met het leven de moeite waard vinden. Van de mensen die ten minste wekelijks contact hebben met familie, vrienden of buren, vindt 91 procent het leven de moeite waard en 70 procent heeft het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Bij mensen die minder dan wekelijks contact hebben, is dat respectievelijk 73 procent en 56 procent. Vooral contact met familie en vrienden speelt hierbij een belangrijke rol. Het burencontact speelt vooral een rol bij het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving. Het verband tussen sociale contacten en zingeving hangt maar voor een klein deel samen met verschillen in andere achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, inkomen en onderwijsniveau.
Gevoel van zingeving groter naarmate men actiever is in het verenigingsleven
Actief zijn in een vereniging hangt ook samen met zowel het leven de moeite waard vinden als met het gevoel hebben iets bij te dragen aan de samenleving. Van de mensen die ten minste maandelijks actief zijn, vindt 93 procent het leven de moeite waard en 75 procent heeft het gevoel iets bij te dragen. Bij degenen die minder vaak actief zijn in een vereniging is dat respectievelijk 88 procent en 66 procent. Dit hangt voor een klein deel samen met andere kenmerken, zoals leeftijd, onderwijsniveau en inkomen.
Mensen die informele hulp bieden vaker het gevoel iets bij te dragen aan de samenleving
Tussen mensen die wel of geen informele hulp geven is er geen statistisch significant verschil in het leven de moeite waard vinden. Wel hebben mensen die informele hulp geven met 75 procent vaker het gevoel dat zij iets bijdragen aan de samenleving dan mensen die geen informele hulp geven (67 procent). Bij informele hulp gaat het om onbetaalde hulp in de vrije tijd aan anderen buiten het eigen huishouden, zoals aan zieken, buren, familie, vrienden en onbekenden.