1. Inleiding
Vertrouwen, zowel in elkaar als in instituties, is van belang bij het welzijn van een samenleving en draagt bij aan de groei daarvan (OECD, 2017). Instituties die zich bevinden in het politieke domein maken en voeren beleid uit om het welzijn van de samenleving te bevorderen. Deze politieke besluiten zijn echter afhankelijk van maatschappelijke steun, wat ontstaat uit vertrouwen van burgers in de politieke instituties. Politiek vertrouwen is daarmee belangrijk voor het welzijn van een samenleving. Bovendien is uit eerder onderzoek gebleken dat een gebrek aan vertrouwen samenhangt met pessimisme en onbehagen (Schmeets & Exel, 2020).
Politiek vertrouwen heeft betrekking op meerdere onderdelen van het politieke systeem. Daarom wordt in onderzoek vaak gekeken naar verschillende politieke instituties. CBS-cijfers laten zien dat het vertrouwen in politieke instituties in Nederland structureel lager ligt dan het vertrouwen in andere maatschappelijke instituties, zoals de politie, de rechterlijke macht en de gezondheidszorg (CBS, 2023; CBS Statline, 2026; Schmeets & Exel, 2022).
In vergelijking met andere Europese landen is het vertrouwen in politici en het parlement in Nederland echter relatief hoog, al scoren landen als Finland en Noorwegen net iets hoger. In veel Oost-Europese landen ligt het vertrouwen in politici en parlement juist een stuk lager. Net als in Nederland is ook in andere landen het vertrouwen in politie en rechtspraak hoger dan het vertrouwen in de politiek (CBS Statline, 2025).
Politiek vertrouwen reageert op maatschappelijke en politieke gebeurtenissen. In tijden van crises kan het vertrouwen tijdelijk toenemen, het zogenoemde ‘rally around the flag’-effect (Mueller, 1970). Burgers steunen de overheid en politieke leiders in moeilijke situaties, zoals natuurrampen of internationale spanningen. Na verloop van tijd, bijvoorbeeld wanneer een crisis voorbij is, neemt het effect af en herstelt het vertrouwen zich naar het niveau van vóór de crisis. Recent onderzoek laat zien dat dit effect ook optreedt bij moderne crises, zoals tijdens de coronapandemie (Baekgaard et al., 2020; Baker et al., 2020). Het vertrouwen in de Tweede Kamer en politici was in 2020 hoger dan in eerdere jaren (Schmeets & Exel, 2022). Daarna nam het af en bereikte het vertrouwen in de Tweede Kamer eind 2022 het laagste niveau in tien jaar (CBS, 2023).
Naast crises kunnen ook politieke gebeurtenissen zoals kabinetswisselingen of politieke schandalen het vertrouwen beïnvloeden. Dit vertrouwen hangt samen met hoe burgers de prestaties van de politiek en het functioneren van politieke processen beoordelen (Van der Meer & Hakhverdian, 2017). Zulke gebeurtenissen hebben meestal een beperkt en tijdelijk effect op het vertrouwen. De beoordeling van democratische procedures, zoals transparantie, eerlijkheid en representatie, weegt zwaarder en is stabieler over tijd (Van der Meer & Hakhverdian, 2017).
Ook verkiezingen spelen een rol. Rond verkiezingen kan het vertrouwen in de politiek tijdelijk toenemen, doordat burgers direct kunnen participeren en invloed ervaren (Hooghe & Stiers, 2016). Dit fenomeen wordt ook wel het ‘election boost’-effect genoemd. Dit effect verschilt echter tussen groepen: kiezers van winnende partijen zijn gemiddeld tevredener over het functioneren van de democratie dan kiezers van verliezende partijen (Blais & Gélineau, 2007; Anderson et al., 2005).
Daarnaast is er een duidelijke samenhang tussen politiek vertrouwen en politieke participatie. Mensen met weinig vertrouwen stemmen minder vaak en kiezen vaker voor partijen die zich profileren als anti-establishment (Devine, 2024; Van Enk & Schmeets, 2019). Tegelijkertijd nemen zij relatief vaker deel aan informele vormen van participatie, zoals protestacties, al is dit verband minder sterk.
Uit het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) van het SCP uit 2025 blijkt dat de meeste Nederlanders ontevreden zijn over ‘de Haagse politiek’: 34 procent geeft deze een voldoende, tegenover 64 procent voor de lokale politiek. Een meerderheid (59 procent) vindt dat het met Nederland de verkeerde kant op gaat (SCP, 2026).
Tegen deze achtergrond is het relevant om inzicht te krijgen in recente ontwikkelingen in politiek vertrouwen. Bestaand onderzoek richt zich vaak op specifieke momenten, instituties of verschillen tussen bevolkingsgroepen, maar minder vaak op de samenhang daartussen. Dit artikel sluit daarop aan door politiek vertrouwen in Nederland te analyseren over de periode 2016–2025. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar afzonderlijke instituties, maar ook naar een samengesteld cijfer dat een breder beeld geeft van politiek vertrouwen als geheel. Daarnaast zijn ook kwartaalcijfers gebruikt om mogelijke veranderingen door gebeurtenissen beter te kunnen duiden. Zo ontstaat inzicht in het algemene niveau van vertrouwen en de verschillen tussen instituties.
Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre politiek vertrouwen samenhangt met persoonskenmerken. Dit geeft inzicht in welke groepen relatief veel of juist weinig vertrouwen hebben, en welke factoren daarmee samenhangen.
De volgende onderzoeksvragen staan centraal:
- Hoe heeft het politiek vertrouwen in Nederland zich ontwikkeld in de periode 2016–2025?
- In hoeverre verschilt het vertrouwen tussen politieke instituties in deze periode?
- Hoe verschilt politiek vertrouwen tussen bevolkingsgroepen?