Auteur(s): Luc Cobben en Willem Gielen
Sociale veiligheid in het openbaar bestuur

Bijlagen

Bijlage 1 – Vragenblok sociale veiligheid

In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen:

  • In mijn organisatie kun je lastige kwesties naar voren brengen.
  • In mijn organisatie is het gemakkelijk om anderen om hulp te vragen.
  • In mijn organisatie is het niet erg om een fout te maken.
  • In mijn organisatie wordt ieders talent gewaardeerd.
  • In mijn organisatie accepteren mensen elkaar als ze anders zijn.
  • In mijn organisatie is het veilig om risico’s te nemen.
  • In mijn organisatie worden collega’s niet opzettelijk door anderen gedwarsboomd.

Antwoordcategorieën (1) zeer oneens, (2) oneens, (3) niet eens, niet oneens, (4) eens en (5) zeer eens

Bijlage 2 – Vragenblok individuele veiligheidsbeleving

In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen:

  • Op mijn werk durf ik mezelf te zijn.
  • Op mijn werk durf ik voor mezelf op te komen.
  • Ik voel me veilig om directe collega’s feedback te geven.

Antwoordcategorieën (1) zeer oneens, (2) oneens, (3) niet eens, niet oneens, (4) eens en (5) zeer eens

Bijlage 3 – Samenstellen van variabelen

Om de verschillen tussen overheidssectoren en de samenhang met sociale veiligheid op een overzichtelijke manier te beschrijven, zijn de vragenlijstitems zoveel mogelijk samengevoegd per vragenblok. De samengevoegde variabelen worden enkel gebruikt voor de beantwoording van de onderzoeksvragen twee en drie. Elk vragenblok representeert, na groepering, één aspect van sociale veiligheid.

Voor de vragenblokken met dichotome variabelen, iets is wel of niet van toepassing, is de samengestelde variabele ook dichotoom gemaakt. Wanneer het antwoord op minstens een van de vragen ’ja’ is, geldt dit ook voor de samengestelde variabele voor het blok.

De overige vragenblokken zijn niet dichotoom, maar hebben meer dan twee antwoordcategorieën. Voor deze vragenblokken wordt, mits statistisch en conceptueel verantwoord, de samengestelde variabele berekend met het gemiddelde van de vragen. De statistische verantwoording voor de samenvoeging van deze vragenlijstitems is getest met behulp van Cronbach’s alfa. Deze maat geeft aan in hoeverre een set van variabelen onderling correleert. Bij een hoge correlatie kan worden verondersteld dat de variabelen hetzelfde onderliggende construct meten.

Onderstaande tabel toont voor de gebruikte vragenblokken de corresponderende Cronbach’s alfa. Voor het vragenblok “Geweld en agressie”, met vijf vragen, was de waarde van Cronbach’s alfa met 0,805 relatief hoog. Omdat de onderliggende vragen conceptueel verschillen is dit blok echter opgedeeld in twee delen. De Cronbach’s alfa voor beide onderliggende delen is met minstens 0,7 nog altijd voldoende.

Vragenblok (aantal vragen) Bereik schaal Cronbach’s alfa
Geweld en agressie (5) 1 t/m 4 0,805
w.o.
  Beleid rond geweld en agressie (3) 1 t/m 4 0,789
  Invloed van geweld en agressie (2) 1 t/m 4 0,719
Inclusiviteit werkklimaat (7) 1 t/m 5 0,792
Sociale veiligheid (7) 1 t/m 5 0,809
Individuele veiligheidsbeleving (3) 1 t/m 5 0,838