2. Data en methode
Het Werkonderzoek
Voor dit artikel is gebruikgemaakt van gegevens uit het Werkonderzoek. Het CBS voert deze enquête uit op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de Stichting ICTU. Het onderzoek richt zich op werknemers in de arbeidsvoorwaardelijke overheidssector. Hiertoe behoren werknemers in de sectoren openbaar bestuur, onderwijs, gemeenschappelijke regelingen en zelfstandige bestuursorganen (zbo’s). Werknemers van defensie en politie vormen geen onderdeel van deze enquête. Het Werkonderzoek bevat ook een kleine afspiegeling van de marktsector. Hierdoor is het mogelijk om de werkbeleving te vergelijken tussen de overheid en de private sector. Het Werkonderzoek is uitgevoerd in 2019, 2022 en 2024. In dit artikel wordt uitsluitend gebruikgemaakt van gegevens uit 2024, mede omdat de gebruikte gegevens niet allemaal beschikbaar zijn in voorgaande edities.
Ten behoeve van de leesbaarheid wordt in dit artikel het begrip openbaar bestuur gehanteerd voor alle werknemers bij de gemeenschappelijke regelingen, gemeenten, provincies, rechterlijke macht, rijksoverheid, waterschappen en zbo’s.
Leidinggevenden
Respondenten in het Werkonderzoek krijgen verschillende vragenlijsten. Zo volgen leidinggevenden een andere route in de vragenlijst dan niet-leidinggevenden. Hierdoor zijn niet alle gegevens in dit artikel beschikbaar voor leidinggevenden. In de figuren wordt het vermeld als de cijfers betrekking hebben op werknemers exclusief leidinggevenden.
Om de vragenlijst zo kort mogelijk te houden, zijn alle respondenten in twee willekeurige groepen gedeeld, waarbij sommige vragenblokken alleen aan een van deze groepen worden gesteld. Dit geldt bijvoorbeeld voor de blokken over ongewenst gedrag, discriminatie en geweld. De route is daarbij ook afhankelijk van het al dan niet leidinggeven en de sector waarin wordt gewerkt.
Sociale veiligheid en individuele veiligheidsbeleving
Voor het meten van sociale veiligheid is een set van zeven stellingen uit het Werkonderzoek gebruikt (zie bijlage 1). Deze stellingen zijn ontleend aan de literatuur over dit thema (Edmonson, 1999, 2019). Ze hebben betrekking op hoe werknemers de sociale veiligheid in hun organisatie ervaren.
Daarnaast zijn in het Werkonderzoek drie stellingen opgenomen die specifieker vragen naar hoe werknemers hun eigen sociale veiligheid ervaren (zie bijlage 2). In het vervolg van dit artikel wordt naar deze drie stellingen verwezen met de term individuele veiligheidsbeleving.
Ongewenst gedrag
In het Werkonderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen ongewenst gedrag door collega's en leidinggevenden en ongewenst gedrag door burgers. Het vragenblok over ongewenst gedrag door burgers is alleen voorgelegd aan werknemers die aangeven contact met burgers te hebben. De uitkomsten over ongewenst gedrag door burgers hebben daarom enkel betrekking op deze groep werknemers.
Samenvoegen van vragenlijstitems
In het Werkonderzoek zijn verschillende vragenblokken opgenomen over onderwerpen die, in meer of mindere mate, samenhangen met sociale veiligheid. Zo zijn er, naast bovengenoemde stellingen over sociale veiligheid in de organisatie en individuele veiligheidsbeleving, ook vragen opgenomen over het ervaren van ongewenst gedrag (waaronder discriminatie), de inclusiviteit van het werkklimaat, het beleid ten aanzien van agressie en geweld in de organisatie en de invloed van agressie en geweld op het werk. Voor de beantwoording van onderzoeksvragen twee en drie zijn per onderwerp steeds, waar mogelijk, de onderliggende vragen samengevoegd tot één variabele (zie bijlage 3). De eerste onderzoeksvraag wordt beantwoord met de volledige (niet-samengevoegde) set aan vragen.
Een aantal vragen heeft vier of vijf antwoordcategorieën. Een veelvoorkomende vraagconstructie is bijvoorbeeld: In hoeverre bent u het eens met …, met de antwoordcategorieën (1) zeer oneens, (2) oneens, (3) niet eens, niet oneens, (4) eens en (5) zeer eens. Per vragenblok wordt eerst een gemiddelde score berekend over de vragen in het blok. Als dit gemiddelde minimaal 3,5 bedraagt bij vragen met vijf antwoordcategorieën of minimaal 2,5 bij vragen met vier antwoordcategorieën, dan krijgt de samengevoegde (dichotome) variabele de waarde 1 (en anders de waarde 0). Deze methodiek is gelijk aan die van andere onderzoeken, zoals de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van CBS en TNO (CBS, 2024).
Methode
De relatie tussen sociale veiligheid en de andere onderwerpen is onderzocht met lineaire regressie-analyses. De afhankelijke variabelen in deze regressie-analyses zijn respectievelijk de sociale veiligheid in de organisatie en de individuele veiligheidsbeleving. De onafhankelijke variabelen zijn: ongewenst gedrag door externen, ongewenst gedrag door internen, discriminatie, beleid rond geweld, impact van geweld en inclusiviteit van het werkklimaat. Ter controle worden ook de leeftijd, het geslacht, het onderwijsniveau en de herkomst van de respondenten meegenomen. Leidinggevenden blijven buiten de regressie-analyses in dit artikel, omdat zij meerdere relevante vragen niet gesteld krijgen.