Regionale geboortecijfers in Nederland

1. Inleiding

In Nederland werden in 2024 ruim 166 duizend kinderen geboren. Dat kwam neer op 1,43 kind per vrouw in de vruchtbare leeftijd. In Europees perspectief behoort Nederland daarmee tot de middenmoot (CBS 2024a). In Spanje is het gemiddeld kindertal 1,10 en in Frankrijk 1,61. Ondanks de geografische verschillen, hebben alle Europese landen een trend gemeen: het gemiddeld aantal kinderen per vrouw daalt over de tijd (Eurostat, 2026). In Nederland is dit cijfer gedaald van 1,80 in 2010 naar 1,43 in 2024.

De dalende geboortetrend krijgt de laatste jaren meer aandacht in de media, de politiek en de wetenschap. Niemand weet of de daling zal aanhouden of zich zal herstellen. In de CBS Bevolkingsprognose wordt verwacht dat het kindertal per vrouw in de komende jaren iets zal terugveren, maar dat is allerminst zeker (Van Duin et al., 2025).

Van de ruim 166 duizend kinderen die in 2024 in Nederland ter wereld kwamen, werden er bijna 10 duizend geboren in de gemeente Amsterdam, en minder dan 5 op Schiermonnikoog. Dit illustreert de forse regionale spreiding van geboorten in Nederland. Ook uitgedrukt in kindertal per vrouw zijn er aanzienlijke verschillen: in de gemeente Urk kregen 15- tot 50-jarige vrouwen gemiddeld 2,5 kind, en in Schiermonnikoog 0,58; de twee uitersten in kindertal per vrouw in 2024 (CBS Dashboard Bevolking, 2026).

Van alle vrouwen die moeder worden, kregen de meesten tot nu toe een gezin met twee kinderen (CBS StatLine, 2023). Wel is er een toename te zien van vrouwen die geen kinderen krijgen (Van Duin & Feijten, 2023), al is het mogelijk dat sommigen die nu nog geen kind hebben alsnog een kind zullen krijgen. Gekeken naar moeders die hun vruchtbare levensfase afgerond hebben (ouder dan 50) blijkt dat ruim 20 procent van de moeders een gezin met 3 of meer kinderen kreeg.

De leeftijd waarop vrouwen voor het eerst een kind krijgen, stijgt al geruime tijd. In 2000 waren vrouwen gemiddeld 29,1 jaar oud bij de geboorte van hun eerste kind. Daarna is deze leeftijd geleidelijk opgelopen tot 30,4 jaar in 2024 (CBS, 2025). Nederlandse vrouwen worden relatief laat moeder, vergeleken met andere Europese landen. In België en Duitsland was de gemiddelde leeftijd van vrouwen bij het eerste kind respectievelijk 29,6 en 29,9 jaar in 2024 (Eurostat, 2026).

1.1 Onderzoeksvragen

Dit onderzoek brengt de huidige situatie in kaart en biedt daarmee informatie voor lagere overheden. Het bouwt voort op eerder onderzoek, maar voegt een actuele en gedetailleerde regionale analyse van geboortecijfers in Nederland toe. De volgende onderzoeksvragen staan centraal:

  1. Is het gemiddeld kindertal per vrouw in alle delen van Nederland in gelijke mate gedaald tussen 2014 en 2024?
  2. Welke regionale patronen zijn zichtbaar in geboortecijfers in 2024? Hierbij wordt gekeken naar het gemiddeld kindertal per vrouw, de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen voor het eerst moeder worden en de gezinsgrootte.
  3. Welke demografische, economische, culturele en woningmarktgerelateerde kenmerken van gemeenten hangen samen met verschillen in het gemiddeld kindertal per vrouw?

1.2 Verschillen tussen gemeenten

Er zijn verschillende redenen waarom het geboortecijfer hoger ligt in de ene gemeente dan in de andere. In de literatuur worden vier typen determinanten onderscheiden: demografisch, economisch, cultureel en woningmarktgerelateerd (Huisman & De Jong, 2017). Op basis van eerder onderzoek worden de volgende samenhangen met het gemiddeld kindertal per vrouw verwacht:

Demografische kenmerken

  • Hoe hoger het aandeel 20- tot 40-jarige vrouwen in eenpersoonshuishoudens, hoe lager het gemiddeld kindertal per vrouw. De meeste mensen vinden een vaste relatie een belangrijke voorwaarde om kinderen te krijgen en vrouwen die alleenwonend zijn krijgen minder vaak kinderen (CBS StatLine, 2025a; Loozen & Kloosterman, 2019).
  • Hoe hoger het aandeel 20- tot 40-jarige vrouwen dat in het buitenland is geboren, hoe lager het gemiddeld kindertal per vrouw. Velen van hen verblijven tijdelijk in Nederland, bijvoorbeeld voor werk of studie, en krijgen hier geen kinderen (CBS, 2024b).

Economische kenmerken

  • Hoe hoger het mediane inkomen in een gemeente en hoe minder mensen met een uitkering, hoe hoger het gemiddeld kindertal per vrouw. De ruime meerderheid van de volwassenen vindt voldoende inkomen en een vaste baan belangrijke voorwaarden om een gezin te stichten (Loozen & Kloosterman, 2019; Van Wijk, 2023).

Culturele kenmerken

  • Hoe hoger het aandeel stemmers op ChristenUnie (CU) en Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), hoe hoger het gemiddeld kindertal per vrouw. In protestantse kringen is het traditionele gezin een belangrijke kernwaarde, en zijn gezinnen gemiddeld groter (De Beer & Deerenberg, 2005).
  • Hoe traditioneler een gemeente, hoe hoger het gemiddeld kindertal per vrouw. In meer traditionele, vaak landelijke gebieden, ligt de nadruk sterker op gezinsvorming dan in stedelijke gebieden (Boyle et al., 2007; Huisman & De Jong, 2017).

Woningmarktkenmerken

  • Hoe meer eengezinswoningen en koopwoningen, hoe hoger het gemiddeld kindertal per vrouw. Mensen wachten vaak met kinderen krijgen tot ze in een ‘gezinsvriendelijke woning’ wonen (Van Wijk & Feijten, 2026).
  • Hoe meer nieuwbouwwoningen in een gemeente, hoe hoger het gemiddeld kindertal per vrouw. De groei van de woningvoorraad door nieuwbouw biedt ruimte aan mensen om te gaan samenwonen, of ruimer te gaan wonen, en dat kan bijdragen aan het realiseren van een mogelijke kinderwens.