Conclusie
Er zijn meer aanwijzingen dat 75-plussers steeds vitaler blijven. Zo blijkt uit het artikel van Bruggink en Reep (2023) dat het aandeel 75-plussers met één of meer beperkingen in algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) rond 2020 lager was dan rond de eeuwwisseling. Ook is het aandeel 75-plussers dat aangeeft één of meer OESO-beperkingen te hebben, gedaald van 47 procent in 2014 naar 33 procent in 2024 (StatLine, 2024b). De indicator van de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is gebaseerd op een zevental vragen over vaardigheden met betrekking tot zien, horen en bewegen, waarover mensen normaal kunnen beschikken, zo nodig met hulpmiddelen zoals een bril of hoorapparaat.
Ook steeg het aandeel 75-plussers dat de eigen gezondheid als (zeer) goed beoordeelt van 53 procent naar 58 procent in de periode van 2014 tot en met 2024 (Statline, 2024b). Onder de 20- tot 65-jarigen daalde dit aandeel juist. Dit beeld ziet er dus vergelijkbaar uit met de fysieke gezondheid gemeten met de SF-12. Daarentegen bleef het percentage 75-plussers met een zogenoemde GALI-beperking in deze periode nagenoeg gelijk (StatLine, 2024b). GALI staat voor de Global Activity Limitation Indicator, waarmee het percentage mensen wordt weergegeven dat vanwege problemen met de gezondheid sinds zes maanden of langer beperkt is in activiteiten die mensen gewoonlijk doen.
Het aandeel mensen met een minder goede psychische gezondheid is toegenomen van 11 procent in 2001 tot 18 procent in 2024. Deze toename ziet men vooral in de jongere leeftijdsgroepen tussen de 18 en 45 jaar. Ook dit beeld is in lijn met ontwikkelingen in andere indicatoren voor psychische gezondheid, zoals angst- of depressiegevoelens en het hebben van een depressie (StatLine, 2024). Het aandeel mensen van 12 jaar of ouder met angst- of depressiegevoelens steeg in de periode 2014 tot en met 2024 van 36 procent naar 44 procent. In 2014 gaf 8 procent van de 12-plussers aan een depressie te hebben (gehad) in de afgelopen twaalf maanden tegenover 10 procent in 2024 (StatLine, 2024b).
Hoewel de SF-12 vragenlijst in de jaren 2014 tot en met 2019 niet was opgenomen in de Gezondheidsenquête, waardoor een deel van de trends buiten beeld blijft, geeft dit onderzoek toch een indicatie van de ontwikkeling van de fysieke en psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking in de periode 2001 tot en met 2024. De resultaten laten over het algemeen een trend zien in de richting van meer ongezondheid, ook als rekening wordt gehouden met een veranderde leeftijdsopbouw (vergrijzing).
Deze bevinding lijkt evenwel in strijd met de prognose van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV, 2024) die aangeeft dat we in 2050 bijna vijf jaar langer zullen leven en zelfs 5,6 jaar langer in als goed ervaren gezondheid. De VTV 2024 maakte echter gebruik van gegevens over de periode 1990 tot en met 2021. Het voorliggende artikel laat zien dat vooral in de jaren 2022 tot en met 2024 een hoger percentage mensen een minder goede fysieke gezondheid heeft. Daarnaast wordt in de SF-12 rekening gehouden met meer aspecten van gezondheid dan alleen ervaren gezondheid. Om zicht te blijven houden op de gezondheid van mensen in al haar aspecten is het al met al van belang om ook in vervolgonderzoek de trend in gezondheid te monitoren met de SF-12.
Ook voor leefstijl is het beeld niet helemaal volgens verwachting. Het percentage rokers is gedaald ten opzichte van 2001 en steeds meer mensen volgen de alcoholrichtlijn. Wel is sinds 2001 het percentage mensen met (ernstig) overgewicht toegenomen. Overgewicht met name ernstig overgewicht is een risicofactor voor verschillende ziekten en aandoeningen zoals kanker, hart- en vaatziekten, metabole aandoeningen, luchtwegaandoeningen, aandoeningen van het bewegingsstelsel en neurologische aandoeningen. Mensen met overgewicht hebben vaker psychische aandoeningen, zoals depressie en angststoornissen, dan mensen zonder overgewicht (VZinfo, 2024). In Engeland en Schotland is hetzelfde beeld te zien; een afname in het percentage rokers en een toename in (ernstig) overgewicht). Daar zijn er nu meer overlijdens toe te schrijven aan (ernstig) overgewicht dan aan roken (Ho et al., 2021).