Auteur(s): Kim Knoops

Ontwikkelingen in fysieke en psychische gezondheid in Nederland

Over deze publicatie

Om de gezondheid in Nederland te monitoren wordt vaak naar specifieke aspecten van gezondheid gekeken, zoals hoe mensen hun gezondheid beoordelen of het al dan niet hebben van een beperking. Om breder inzicht te krijgen in ontwikkelingen van zowel de fysieke als psychische gezondheidstoestand van mensen is in dit onderzoek gebruikgemaakt van de Short Form Questionnaire (SF-12). Deze vragenlijst omvat indicatoren van zowel de fysieke als de psychische gezondheid. Hoeveel mensen hebben in 2024 een minder goede fysieke of psychische gezondheid? Was er een ontwikkeling in fysieke en psychische gezondheid in de periode 2001 tot en met 2024? In welke aspecten van de fysieke en psychische gezondheid zien we deze ontwikkelingen vooral terug? En houden de ontwikkelingen verband met leefstijlfactoren?

In het kort:

– In 2024 heeft 36 procent van alle 12-plussers in Nederland een minder goede fysieke gezondheid en 18 procent een minder goede psychische gezondheid.
– Tussen 2001 en 2024 was er een toename van het percentage mensen met een minder goede fysieke en psychische gezondheid, zowel bij mannen als bij vrouwen.
– Deze toename van de minder goede fysieke gezondheid komt vooral voor in de leeftijdsgroepen van 25 tot 65 jaar en de toename van het percentage met een minder goede psychische gezondheid vooral in de leeftijdsgroepen tussen de 18 en 45 jaar.
– Tussen 2001 en 2024 was er een afname in het percentage mensen met een goede beoordeling van de eigen gezondheid en in het percentage mensen die zich rustig en kalm voelden. Het percentage dat zich somber of neerslachtig voelde, nam in diezelfde periode toe.
– Er was een toename van het percentage mensen met belemmeringen in sociale activiteiten en ook van het percentage mensen die minder bereikt hebben in dagelijkse activiteiten door lichamelijke gezondheid of een emotioneel probleem.

1. Inleiding

“In 2040 leven alle Nederlanders ten minste vijf jaar langer in goede gezondheid”, dat is de actuele centrale missie van VWS en diverse veldpartijen binnen de vijf missies Gezondheid en Zorg (VZinfo, VWS, Monitor missies Gezondheid en Zorg, 2024-2027).
De levensverwachting bij de geboorte is in de periode van 2001 tot 2024 voor mannen toegenomen van 75,8 tot 80,5 jaar, voor vrouwen van 80,7 naar 83,3. De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid steeg voor mannen in dezelfde periode van 61,8 naar 63,5 (Statline, 2024a). Voor vrouwen was de levensverwachting in als goed ervaren gezondheid 62 jaar in 2024 en was er geen (significante) verandering ten opzichte van 2001. Mannen kregen dus zowel gezonde als ongezonde jaren erbij, terwijl er bij vrouwen alleen ongezonde jaren bij zijn gekomen (VZinfo, 2025). 

In de centrale missie wordt een goede gezondheid gedefinieerd als het hebben van een (zeer) goede ervaren gezondheid. Ervaren gezondheid is een subjectieve meting en weerspiegelt het oordeel over de eigen gezondheid (VZinfo, z.d.). Hierbij weegt de respondent die gezondheidsaspecten mee die voor hem of haar relevant zijn. Welke gezondheidsaspecten daarbij belangrijk zijn kan voor iedereen anders zijn en is niet uit deze gezondheidsmaat af te leiden. 

Naast trends in samenvattende maten, zoals gezonde levensverwachting en ervaren gezondheid, worden vooral trends in verschillende afzonderlijke gezondheidsaspecten, zoals astma, bloeddruk, langdurige beperkingen en angst-of depressiegevoelens gebruikt als kernindicatoren voor beleid (Staat van Volksgezondheid, z.d.). 

In dit artikel worden trends in de algehele gezondheidstoestand, waarbij ook naar onderliggende fysieke en psychische dimensies en aparte gezondheidsaspecten hiervan, beschreven. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Short Form-12 Questionnaire (SF-12) (zie ook paragraaf 2) (Ware et al., 1995, Ware et al., 1996). Dit is één van de meest gebruikte vragenlijsten om een indicatie van zowel de fysieke en als de psychische gezondheid te geven, en kan worden gebruikt om trends en patronen in de gezondheid van de bevolking te identificeren. De SF-12 bevat de volgende aspecten: (ervaren) gezondheid, beperkingen in dagelijkse bezigheden, traplopen en sociale activiteiten, belemmeringen door lichamelijke gezondheid, emotionele problemen of pijn en het gevoel energiek, kalm, rustig of juist neerslachtig of somber te zijn. 

De SF-12 is in Nederland vaker gebruikt om de fysieke en psychische gezondheid van bepaalde groepen patiënten te beschrijven of tussen groepen te vergelijken (Mols et al., 2009, Jones et al., 2011, Wimmers et al., z.d., Haraldstad et al., 2017). De vragenlijst is echter zelden of nooit toegepast om trends in de fysieke en psychische gezondheid van de gehele Nederlandse bevolking te beschrijven. Ook is er nog weinig onderzoek gedaan of deze overkoepelende gezondheidsmaat dezelfde langdurige trends laat zien als andere afzonderlijke gezondheidsitems en leefstijlfactoren. 
 
In dit artikel wordt daarom ingegaan op de fysieke en psychische gezondheid van de totale Nederlandse bevolking van 12 jaar of ouder in 2024 en over de periode 2001 tot en met 2024. Daarbij wordt ingegaan op de afzonderlijke aspecten van de SF-12. Ook wordt nagegaan of veranderingen in gezondheid in lijn zijn met trends in leefstijlfactoren, zoals roken, drinken, overgewicht en bewegen. De vraag daarbij is of bepaalde ontwikkelingen in gezondheid te relateren zijn aan gelijktijdige veranderingen in rook-, drink- of beweeggedrag.

Dit resulteert in de volgende onderzoeksvragen: 

  1. Hoe was het in 2024 gesteld met de fysieke en psychische gezondheid van 12-plussers in Nederland en verschilt dit naar achtergrondkenmerken (geslacht, leeftijd, onderwijsniveau en financiële welvaart)?
  2. Hoe heeft de fysieke en psychische gezondheid van 12-plussers zich ontwikkeld tussen 2001 en 2024? Verschillen deze ontwikkelingen tussen mannen en vrouwen en tussen leeftijdsgroepen?
  3. In welke afzonderlijke aspecten van fysieke en psychische gezondheid waren er ontwikkelingen tussen 2001 en 2024? 
  4. Volgen leefstijlfactoren dezelfde ontwikkelingen als de fysieke en psychische gezondheid? Hierbij wordt gekeken naar roken, (ernstig) overgewicht en het voldoen aan de Beweegrichtlijnen en de alcoholrichtlijn. 

2. Data en methode

2.1 De Gezondheidsenquête

Voor dit artikel zijn de data van de Gezondheidsenquêtes 2001 tot en met 2024 gebruikt. De Gezondheidsenquête is een doorlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking van 0 jaar of ouder in particuliere huishoudens. Het doel van de Gezondheidsenquête is een zo volledig mogelijk overzicht te geven van (ontwikkelingen in) de gezondheid, de medische contacten en de leefstijl van de bevolking in Nederland. 
Elk jaar wordt gestreefd naar minimaal 9 500 deelnemers van 0 jaar of ouder (CBS, Gezondheidsenquête vanaf 2014).

Om verschillen te minimaliseren tussen de samenstelling van de netto steekproef en de totale bevolking wordt een correctie toegepast door middel van een wegingsfactor, gebaseerd op de kenmerken geslacht, leeftijd, herkomst, burgerlijke staat, stedelijkheid, provincie, landsdeel, huishoudgrootte, inkomen, vermogen, enquêteseizoen en, met ingang van 2018, doelgroep (Boonstra, 2019). 

Voor dit artikel zijn alleen respondenten van 12 jaar of ouder meegenomen, omdat de vragen over fysieke en psychische gezondheid alleen aan deze leeftijdscategorie worden gesteld. Ook de leefstijlvariabelen zullen omwille van de vergelijkbaarheid alleen gepresenteerd worden voor respondenten van 12 jaar of ouder. 

2.2 Fysieke en psychische gezondheid

Om de fysieke en psychische gezondheid na te gaan is de Short Form-12 (SF-12) Questionnaire gebruikt. Dit is een verkorte variant van de SF-36 (Short Form-36 Questionnaire), een vragenlijst voor het meten van de subjectieve gezondheidstoestand, bestaande uit 36 vragen (Ware et al., 2001). De SF-12 bestaat uit de volgende twaalf items (zie verder de Bijlage):

  1. Een (zeer) goede gezondheid 
  2. Beperkingen in dagelijkse bezigheden 
  3. Beperkingen in trappen oplopen 
  4. Minder bereikt door lichamelijke gezondheid 
  5. Beperkingen door lichamelijke gezondheid 
  6. Minder bereikt door emotioneel probleem 
  7. Minder zorgvuldig door emotioneel probleem 
  8. Belemmerd door pijn 
  9. Niet energiek 
  10. Kalm en rustig 
  11. Neerslachtig en somber
  12. Beperking in sociale activiteiten 

Op basis van deze twaalf items zijn twee samenvattende maten berekend: een samenvattende maat voor fysieke gezondheid (normscore fysiek) en een samenvattende maat voor psychische gezondheid (normscore psychisch). Een score van 50 of lager op de PCS-12 geldt als grenswaarde voor een minder goede fysieke gezondheid, terwijl een score van 42 of lager op de MCS-12 wordt opgevat op een minder goede psychische gezondheid of ‘klinische depressie’ (Ware et al., 1995).

De informatie uit de SF-12 is alleen beschikbaar voor de jaren 2001 tot en met 2013 en de jaren 2020 tot en met 2024. Tussen 2014 en 2019 waren deze vragen niet opgenomen in de Gezondheidsenquête (zie verder Bijlage 1). De deelvragen over niet energiek, kalm en rustig en neerslachtig en somber zijn wel beschikbaar voor de gehele periode, dus ook voor 2014 t/m 2018 (zie ook in de Bijlage).

2.3 Leefstijlfactoren

De volgende leefstijlfactoren worden in dit onderzoek gerelateerd aan fysieke en psychische gezondheid: roken, (ernstig) overgewicht, het voldoen aan de alcoholrichtlijn en het voldoen aan de Beweegrichtlijnen.

  • Roken: het percentage mensen dat ‘ja’ antwoordt op de vraag ‘Rookt u wel eens?’ 
  • Overgewicht en obesitas (ernstig overgewicht): het percentage mensen met overgewicht en obesitas. De gebruikte maat voor overgewicht en obesitas is de Body Mass Index (BMI). Deze wordt berekend als het quotiënt van het lichaamsgewicht in kilogrammen en het kwadraat van de lengte in meters [kg/m2]. Voor volwassenen van 20 jaar of ouder betekent een BMI ≥ 25,0 overgewicht en een BMI ≥ 30,0 ernstig overgewicht. Voor personen jonger dan 20 jaar hangen deze grenswaarden af van de leeftijd en het geslacht. 
  • Alcoholconsumptie: het aandeel mensen dat voldoet aan de richtlijn voor het consumeren van alcohol: voor volwassenen niet drinken of maximaal 1 glas per dag. Hiervoor wordt de richtlijn gebruikt zoals deze sinds 2015 in de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad staat (Gezondheidsraad). Voor 12- tot 18-jarigen geldt sinds 2014 de richtlijn: niet drinken tot je 18de (Trimbos-Instituut, NIX18 voor professionals). 
  • Bewegen: het percentage mensen dat voldoet aan de Beweegrichtlijnen zoals deze eind 2017 zijn opgesteld door de Gezondheidsraad (Gezondheidsraad). Personen vanaf 18 jaar dienen minstens 2,5 uur per week minimaal matig intensieve inspanning te verrichten verspreid over diverse dagen, zoals wandelen en fietsen, en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten. Jongeren van twaalf tot en met zeventien jaar dienen minstens elke dag een uur matig matige inspanning te verrichten en minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten.

Vanwege de wijzigingen in van zowel alcohol- als de Beweegrichtlijnen in 2014 zullen alleen voor de periode 2014 tot en met 2024 de percentages worden weergegeven voor twaalf-plussers. 

2.4 Achtergrondkenmerken

In dit onderzoek zijn de volgende achtergrondkenmerken gebruikt: 

  • Geslacht (‘mannen’, ‘vrouwen’),
  • Leeftijd (‘12 tot 18 jaar’, ‘18 tot 25 jaar’, ‘25 tot 45 jaar’, ‘45 tot 65 jaar’, ‘65 tot 75 jaar’ en ‘75 jaar of ouder’),
  • Onderwijsniveau (‘basisonderwijs, vmbo, mbo1’, ‘havo, vwo, mbo2-4’ en ‘hbo, wo’). Dit wordt alleen weergegeven voor mensen van 25 jaar of ouder, omdat mensen tot 25 jaar nog bezig kunnen zijn met het afronden van hun onderwijs,
  • Financiële welvaart (een gecombineerde maat van het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen en vermogen van huishoudens, ingedeeld in vijf kwintielgroepen). De welvaart van een huishouden en alle personen in dat huishouden is vastgesteld als de som van het cumulatieve aandeel in het totale inkomen van alle huishoudens en het cumulatieve aandeel in het totale vermogen (zie ook Van den Brakel en Gidding, 2019). 

2.5 Analyses

In dit artikel worden percentages weergegeven per verslagjaar en per bevolkingsgroep. Deze percentages zijn berekend met een enkelvoudige variantieanalyse. Om bij het toetsen op de statistische significantie van verschillen tussen percentages rekening te houden met het steekproefdesign is een logistische regressieanalyse uitgevoerd. Door ook leeftijd in de regressieanalyse op te nemen is nagegaan of verschillen over de tijd significant blijven als rekening wordt gehouden met de vergrijzende populatie (veranderingen in leeftijdsopbouw). 
In dit artikel worden ook cijfers over de fysieke en psychische gezondheid weergegeven die zijn gewogen naar de leeftijdsopbouw in het startjaar (2001). Hiertoe is een weegfactor aangemaakt die ervoor zorgt dat de gewogen uitkomsten voor de jaren 2002 tot en met 2024 zijn gebaseerd op dezelfde leeftijdsopbouw als in 2001. 

3. Resultaten

3.1 Fysieke en psychische gezondheid in 2024 

In 2024 had 36 procent van de 12-plussers een minder goede fysieke gezondheid en 18 procent had een minder goede psychische gezondheid. Een minder goede fysieke en psychische gezondheid komt bij vrouwen, met 42 en 20 procent, meer voor dan bij mannen (30 en 15 procent). 

Een minder goede fysieke gezondheid neemt toe met de leeftijd. Onder de jongste leeftijdsgroep had 15 procent een minder goede fysieke gezondheid tegenover 64 procent in de oudste leeftijdsgroep. Een minder goede psychische kwaliteit van leven kwam juist het vaakst voor onder de leeftijdsgroepen van 18 tot 25 jaar en de leeftijdsgroep van 25 tot 45 jaar. In deze leeftijdsgroepen had ongeveer één op de vier mensen een minder goede psychische gezondheid. Bij de leeftijdsgroepen boven de 45 jaar is dat 16, 11 en 10 procent.
 
Ook welvaart hangt samen met de fysieke en psychische gezondheid. Onder de laagste welvaartsgroep was het percentage 12-plussers met een minder goede fysieke en psychische gezondheid hoger dan onder de hogere welvaartsgroepen. In de laagste welvaartsgroep had 47 procent een minder goede fysieke gezondheid, tegenover 26 procent in de hoogste welvaartsgroep. Twee keer zoveel 12-plussers hadden een minder goede psychische kwaliteit van leven in de laagste welvaartsgroep in vergelijking met de hoogste welvaartsgroep. 

Onder mensen die basisonderwijs, vmbo of mbo1 voltooiden had ruim de helft van de 25-plussers een minder goede fysieke gezondheid, tegenover bijna één op de drie onder de 25-plussers die HBO of WO afrondden. Voor psychische gezondheid was er geen verschil naar onderwijsniveau. 

3.1.1 Een minder goede fysieke en psychische gezondheid naar persoonskenmerken, 2024 (%)
Minder goede
fysieke gezondheid
Minder goede
psychische gezondheid
TotaalTotaal 12 jaar of ouder36,217,9
GeslachtMannen30,415,2
GeslachtVrouwen41,920,5
Leeftijd12 tot 18 jaar15,312,9
Leeftijd18 tot 25 jaar16,326,2
Leeftijd25 tot 45 jaar27,423,2
Leeftijd45 tot 65 jaar42,616,2
Leeftijd65 tot 75 jaar50,611,4
Leeftijd75 jaar of ouder63,99,9
Welvaart1ste welvaartskwintiel (lage welvaart)47,524,9
Welvaart2de welvaartskwintiel45,020,5
Welvaart3de welvaartskwintiel36,318,1
Welvaart4de welvaartskwintiel33,017,0
Welvaart5de welvaartskwintiel (hoge welvaart)26,411,8
Onderwijsniveau1)Basisonderwijs, vmbo, mbo 155,917,6
Onderwijsniveau1)Havo, vwo, mbo 2-442,017,1
Onderwijsniveau1)Hbo, wo30,217,0
1) De cijfers over onderwijsniveau gaan over personen van 25 jaar of ouder.

3.2 Ontwikkelingen in fysieke en psychische gezondheid, 2001 tot en met 2024 

Toename percentage mensen met een minder goede fysieke en psychische gezondheid

Zowel het percentage mensen van 12 jaar of ouder met een minder goede fysieke gezondheid als een minder goede psychische gezondheid is toegenomen tussen 2001 en 2024.
In 2001 had 29 procent een minder goede fysieke gezondheid. In 2024 was dit 36 procent. Vooral in de periode 2022 tot en met 2024 lag het percentage fysiek minder gezonde mensen hoger. Tot en met 2013 lag dit aandeel vrij constant rond 30 procent (variërend van 28 tot 31 procent). Alleen in 2002 was het percentage fysiek minder gezonde mensen met 27 procent iets lager dan in 2003 en 2004. 
In 2001 had 11 procent een minder goede psychische gezondheid tegenover 18 procent in 2024. In de hele periode 2020 tot en met 2024 is het percentage mensen dat psychisch minder gezond is hoger dan in de periode 2001 tot en met 2013. Tot 2013 was dit percentage vrij constant met een iets lager percentage in 2008. 
Ook wanneer er rekening wordt gehouden met de leeftijdsopbouw van 2001, is er een toename in het percentage mensen met een minder goede fysieke en psychische gezondheid tussen 2001 en 2024. Het percentage mensen met een minder goede fysieke gezondheid is iets lager in de laatste jaren, als de leeftijdsopbouw hetzelfde zou zijn dan die in 2001. 

3.2.1 Een minder goede fysieke en psychische gezondheid
 Minder goede fysieke gezondheid (% van personen van 12 jaar of ouder)Minder goede fysieke gezondheid, bij leeftijdsopbouw 2001 (% van personen van 12 jaar of ouder)Minder goede psychische gezondheid (% van personen van 12 jaar of ouder)Minder goede psychische gezondheid, bij leeftijdsopbouw van 2001 (% van personen van 12 jaar of ouder)
200129,129,111,411,4
200227,727,611,311,3
200330,730,611,311,3
200430,930,611,511,6
200530,229,811,611,6
200630,229,611,511,5
200730,029,410,911,0
200830,129,49,49,4
200930,229,310,810,8
201030,129,110,910,9
201130,429,311,411,6
201231,229,911,311,4
201330,428,911,812,0
202030,628,315,716,6
202132,129,918,619,6
202234,932,718,018,9
202335,132,716,817,6
202436,233,817,918,8

Zowel bij mannen als vrouwen een afname in fysieke en psychische gezondheid

De afname in fysieke en psychische gezondheid doet zich bij zowel mannen als vrouwen voor. Onder mannen had 23 procent in 2001 een minder goede fysieke gezondheid tegen 30 procent in 2024. Voor vrouwen was dat 35 procent in 2001 tegenover 42 procent in 2024. Deze afname blijft significant als er rekening wordt gehouden met de steeds ouder wordende bevolking 

3.2.2 Een minder goede fysieke en psychische gezondheid naar geslacht
 Mannen: fysieke gezondheid (% personen van 12 jaar of ouder)Mannen: psychische gezondheid (% personen van 12 jaar of ouder)Vrouwen: fysieke gezondheid (% personen van 12 jaar of ouder)Vrouwen: psychische gezondheid (% personen van 12 jaar of ouder)
200123,18,735,114,0
200222,77,832,614,7
200325,99,735,412,8
200426,19,635,413,4
200525,49,234,913,9
200625,88,434,414,5
200726,59,333,512,6
200825,17,935,010,8
200926,38,733,912,8
201026,39,333,912,5
201125,410,235,412,5
201226,39,036,213,5
201326,610,034,113,5
202026,112,535,118,9
202127,615,536,621,8
202230,814,939,020,9
202329,914,240,119,5
202430,415,241,920,5

Meer 25- tot 65-jarigen met minder goede fysieke gezondheid tussen 2001 en 2024 

In de jaren 2022 tot en met 2024 hadden meer 25- tot 45-jarigen een slechtere fysieke gezondheid dan in de jaren ervoor (met uitzondering van 2003). Onder de 45- tot 65-jarigen was het percentage mensen met een minder goede fysieke gezondheid hoger in 2023 en 2024 dan de jaren ervoor. Onder de 75-plussers daarentegen zien we een positieve trend in de fysieke gezondheid; het percentage mensen met een minder goede fysieke gezondheid is afgenomen.
In de andere leeftijdsgroepen is er geen sprake van een duidelijke of significante trend. In de leeftijdsgroep van 12 tot 18 jaar had 15 procent een minder goede gezondheid. Onder de 18- tot 25-jarigen was dat 16 procent in 2024. Eén op de twee mensen van 65 tot 75 jaar had in 2024 een minder goede gezondheid.

3.2.3 Een minder goede fysieke gezondheid naar leeftijd
 12 tot 18 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)18 tot 25 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)25 tot 45 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)45 tot 65 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)65 tot 75 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)75 jaar of ouder (% van personen van 12 jaar of ouder)
200115,819,921,734,348,271,0
200213,014,622,632,744,560,7
200316,419,924,834,446,770,1
200412,720,324,335,350,468,5
200517,217,121,836,045,666,9
200613,319,422,034,348,070,4
200714,817,022,234,146,168,5
200814,914,823,233,244,169,8
200913,917,421,534,543,368,3
201013,117,222,236,141,267,3
201112,716,922,634,845,667,5
201211,720,123,235,346,365,5
201316,117,721,833,745,066,5
20209,915,121,535,144,959,2
202111,016,123,936,845,958,1
202212,519,027,439,247,062,6
202312,819,326,440,647,461,2
202415,316,327,442,650,663,9

Psychische gezondheid vooral bij jongste leeftijdsgroepen minder goed 

Het percentage met een minder goede psychische gezondheid is vooral bij jongere leeftijdsgroepen tot 45 jaar toegenomen. In 2024 hadden met 13 procent twee keer zoveel 12- tot 18- jarigen een minder goede psychische gezondheid dan in 2001 (6 procent). Ook 18 tot 25-jarigen hadden in 2024 ruim twee keer zo vaak een minder goede psychische gezondheid dan in 2001 (26 procent tegen 11 procent). Van de 25- tot 45-jarigen had 12 procent in 2001 een minder goede psychische kwaliteit van leven, tegen 23 procent in 2024. 
Bij de hogere leeftijdsgroepen was de trend van het toenemende percentage met een minder goede psychische gezondheid minder opvallend (voor 45- tot 65-jarigen) of niet duidelijk aanwezig (voor 65- tot 75-jarigen en 75-plussers). Onder de 65-plussers had ongeveer één op de tien mensen een minder goede fysieke gezondheid. 

3.2.4 Een minder goede psychische gezondheid naar leeftijd
 12 tot 18 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)18 tot 25 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)25 tot 45 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)45 tot 65 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)65 tot 75 jaar (% van personen van 12 jaar of ouder)75 jaar of ouder (% van personen van 12 jaar of ouder)
20015,811,411,811,512,915,7
20025,413,312,111,79,910,9
20037,29,412,811,610,011,3
20046,511,012,512,011,611,0
20057,011,512,212,98,212,1
20065,710,712,412,111,311,4
20075,39,012,211,89,111,9
20085,88,79,010,59,311,1
20093,511,512,011,57,913,8
20107,811,111,711,86,212,7
20117,313,313,211,26,912,1
20126,613,812,511,97,510,0
20135,813,613,512,67,212,0
202010,923,120,614,49,89,6
202118,330,123,416,510,211,5
202214,929,122,317,58,69,6
202312,825,820,916,29,410,9
202412,926,223,216,211,49,9

3.3 Ontwikkelingen in afzonderlijke aspecten van fysieke en psychische gezondheid 

Afname percentage goede gezondheid en toename belemmeringen in sociale activiteiten

Het percentage mensen dat aangeeft een goede gezondheid te hebben is afgenomen van 90 procent in 2001 naar 85 procent in 2024. De daling vond vooral plaats tussen 2021 en 2022. 
Het percentage mensen dat aangaf door lichamelijke gezondheid of emotionele problemen belemmerd te zijn in sociale activiteiten (zoals bezoek aan vrienden of naaste familieleden) nam toe van 19 procent in 2001 tot 26 procent in 2024. Deze toename vond vooral plaats vanaf 2021. 

Toename percentage dat vanwege gezondheid minder bereikt heeft en beperkt is in soort bezigheden 

Het aandeel dat aangaf door de lichamelijke gezondheid minder bereikt te hebben dan bedoeld in werk of andere dagelijkse bezigheden is toegenomen. In 2001 was dat 17 procent en in 2024 lag dat op 23 procent. Ook als er rekening wordt gehouden met leeftijd blijft deze toename zichtbaar. 

Het percentage mensen dat door lichamelijke gezondheid beperkt werd in het soort bezigheden, zoals werk of andere dagelijkse activiteiten, is tussen 2001 en 2024 eveneens gestegen van 18 procent tot 23 procent. Rekening houdend met de leeftijdsopbouw van de bevolking is de toename iets minder, van 19 procent in 2001 tot 22 procent in 2024. 

Het percentage mensen dat aangaf door hun gezondheid matig of ernstig beperkt te zijn in dagelijkse bezigheden die een matige inspanning vereisen, zoals bijvoorbeeld het verplaatsen van een tafel, stofzuigen of fietsen, was in 2024 hoger dan in de jaren 2001 tot en met 2021 (met uitzondering van de uitschieters in 2003, 2011 en 2012. Als rekening wordt gehouden met leeftijd is het percentage in 2024 alleen hoger dan 2001 en 2002. 

3.3.1 Ervaren gezondheid, belemmering in sociale activiteiten en beperkingen
 Goede ervaren gezondheid (% van personen van 12 jaar of ouder)Belemmerd in sociale activiteiten (% van personen van 12 jaar of ouder)Beperkt in dagelijkse bezigheden (% van personen van 12 jaar of ouder)Minder bereikt in werk/school/opleiding of anders (% van personen van 12 jaar of ouder)Beperkt in soort bezigheden (werk/opleiding/school of anders) (% van personen van 12 jaar of ouder)
200190,218,720,716,818,2
200289,416,420,216,217,5
200389,216,724,518,218,7
200489,217,723,918,018,9
200589,118,423,817,718,9
200689,118,423,517,518,0
200789,616,923,117,218,5
200889,716,423,917,417,5
200989,016,923,818,318,3
201089,219,023,418,218,5
201188,918,624,217,618,0
201289,117,624,317,518,2
201389,218,423,317,717,7
202088,122,523,618,017,2
202188,325,023,719,819,3
202285,726,825,021,420,8
202385,325,824,221,621,1
202485,426,225,622,722,5

Minder zorgvuldig en minder bereikt door emotionele problemen en minder vaak kalm en rustig dan in 2001

Het percentage mensen dat aangaf door van een emotioneel probleem, bijvoorbeeld doordat de persoon zich depressief voelde, minder bereikt te hebben is in de periode tussen 2001 en 2024 licht toegenomen van 12 naar 15 procent. Ook was er een beperkte toename in het percentage dat aangaf minder zorgvuldig te zijn geweest door een emotioneel probleem. Dit was 12 procent in 2001 tegenover 14 procent in 2024. 
Het percentage dat zich vaak, meestal of voortdurend kalm en rustig voelde is in de jaren 2021 tot en met 2024 eveneens lager dan in de jaren ervoor. In de periode 2001 tot en met 2020 fluctueerde dit tussen de 82 en 85 procent, tegenover ongeveer 80 procent in de periode 2021 tot en met 2024. 
Ten slotte was in de periode 2021 tot en met 2024 (8 tot 9 procent) het percentage mensen dat aangaf zich neerslachtig of somber te voelen iets hoger dan in de periode 2001 tot en met 2020 (5 tot bijna 7 procent). 

3.3.2 Minder bereikt en zorgvuldig door emotionele problemen, somber en neerslachtig en kalm en rustig
 Minder bereikt door emotioneel probleem (% van personen van 12 jaar of ouder)Minder zorgvuldig door emotioneel probleem (% van personen van 12 jaar of ouder)Somber en neerslachtig (% van personen van 12 jaar of ouder)Kalm en rustig (% van personen van 12 jaar of ouder)
200111,811,65,681,8
200211,411,34,882,6
200312,011,25,083,7
200411,911,45,782,6
200511,811,65,682,9
200611,110,85,584,3
200711,110,95,283,7
200810,59,94,984,7
200910,910,45,084,4
201011,411,15,383,6
201112,011,45,082,8
201211,810,95,483,1
201311,910,95,982,9
20145,882,5
20155,982,2
20166,781,6
20176,482,5
20186,682,2
20196,782,3
202014,212,97,682,0
202116,414,99,379,9
202215,815,08,879,5
202315,214,08,080,3
202415,413,88,279,8

Nauwelijks ontwikkelingen in belemmeringen door pijn, beperkingen in traplopen en niet energiek voelen 

De ontwikkelingen in de andere aspecten van de SF-12 zijn eerder beperkt of minder eenduidig. In 2024 gaf 41 procent van de 12-plussers aan belemmerd te zijn door pijn bij normale werkzaamheden (zowel werk buitenshuis als huishoudelijk werk) tegen 38 procent in 2001. Wanneer men rekening houdt met leeftijd, varieert het percentage mensen dat belemmerd is door pijn tussen de 34 en 39 procent, maar is er geen significante toe- of afname over de jaren heen. 

Het percentage mensen dat aangaf een beetje of ernstig beperkt te zijn in traplopen was in 2024 (23 procent) hoger dan in de periode 2001 tot en met 2009 (20 tot 22 procent). Echter, rekening houdend met de veranderende leeftijdsopbouw over de jaren is er geen toename meer en is het percentage mensen dat beperkt is in traplopen juist hoger in 2001 (23 procent) tegen (22 procent). 
In 2024 voelde één op de drie 12-plussers zich in de afgelopen vier weken niet energiek. Dat was evenveel als in de jaren ervoor (2021 tot en met 2023) en dan in 2001, maar in de tussenliggende periode was dat iets lager. 

3.4 Trends in leefstijlfactoren

Op basis van de geconstateerde trend van een toename van ongezondheid, zoals vastgesteld met de SF-12, is de verwachting dat dit samengaat met een toename van minder gezond gedrag. Is er in 2024 meer overgewicht dan in 2001, zijn mensen tussen 2001 en 2024 inderdaad meer gaan roken, en wordt er minder voldaan aan de alcoholrichtlijn en de Beweegrichtlijnen? 

De ontwikkeling van het percentage mensen met overgewicht en obesitas sluit aan bij de trend in de fysieke en psychische gezondheid. In 2024 had 48 procent van de mensen van 12 jaar of ouder overgewicht tegen 41 procent in 2001. Het percentage mensen van 12 jaar of ouder met obesitas steeg van 9 procent in 2001 tot 15 procent in 2024. 

Roken en het voldoen aan de alcoholrichtlijn laten juist een tegengestelde ontwikkeling zien. In 2001 gaf 33 procent van de 12-plussers aan wel eens te roken. In 2024 was dat bijna gehalveerd (17 procent). Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat aan de alcoholrichtlijn voldoet, is in de periode 2014 tot en met 2024 toegenomen. In 2014 voldeed 40 procent aan deze richtlijn tegen 47 procent in 2024 (Statline, 2009, 2013, 2024c) .

Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat aan de Beweegrichtlijnen voldoet, ten slotte, is in 2024 (45 procent) vrijwel gelijk aan dat van 2014 (Statline, 2024c). 

3.5.1 Roken, (ernstig) overgewicht, voldoen aan de alcoholrichtlijn en Beweegrichtlijnen
 Rokers (% van personen van 12 jaar of ouder)Overgewicht (% van personen van 12 jaar of ouder)Ernstig overgewicht (% van personen van 12 jaar of ouder)Voldoen aan alcoholrichtlijn (% van personen van 12 jaar of ouder)Voldoen aan Beweegrichtlijnen (% van personen van 12 jaar of ouder)
200133,341,08,7
200232,341,19,0
200330,842,09,9
200429,642,710,3
200529,541,310,0
200629,642,610,5
200727,941,910,5
200827,643,310,5
200927,143,410,9
201025,644,510,5
201125,644,410,4
201223,344,210,9
201323,244,310,7
201424,246,312,539,843,65
201524,646,112,440,343,38
201622,746,313,241,643,02
201721,745,912,942,545,62
201821,047,013,942,345,97
201920,447,113,743,448,36
202018,947,413,046,651,94
202119,447,313,546,245,75
202217,947,514,245,443,15
202318,147,214,546,043,64
202417,447,514,747,444,77

Conclusie

In 2024 had 36 procent van de 12-plussers een minder goede fysieke gezondheid. Dat is meer dan de 29 procent in 2001. De afname van de fysieke gezondheid kan niet volledig worden toegeschreven aan de ontwikkeling van de leeftijdsopbouw van de bevolking (vergrijzing). Vooral in de laatste jaren is het percentage mensen met een minder goede fysieke gezondheid hoger (2022-2024). Met name onder 25- tot 65-jarigen neemt het percentage mensen met een minder goede fysieke gezondheid toe, terwijl het onder 75-plussers juist afneemt. 

Er zijn meer aanwijzingen dat 75-plussers steeds vitaler blijven. Zo blijkt uit het artikel van Bruggink en Reep (2023) dat het aandeel 75-plussers met één of meer beperkingen in algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) rond 2020 lager was dan rond de eeuwwisseling. Ook is het aandeel 75-plussers dat aangeeft één of meer OESO-beperkingen te hebben, gedaald van 47 procent in 2014 naar 33 procent in 2024 (StatLine, 2024b). De indicator van de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is gebaseerd op een zevental vragen over vaardigheden met betrekking tot zien, horen en bewegen, waarover mensen normaal kunnen beschikken, zo nodig met hulpmiddelen zoals een bril of hoorapparaat.
Ook steeg het aandeel 75-plussers dat de eigen gezondheid als (zeer) goed beoordeelt van 53 procent naar 58 procent in de periode van 2014 tot en met 2024 (Statline, 2024b). Onder de 20- tot 65-jarigen daalde dit aandeel juist. Dit beeld ziet er dus vergelijkbaar uit met de fysieke gezondheid gemeten met de SF-12. Daarentegen bleef het percentage 75-plussers met een zogenoemde GALI-beperking in deze periode nagenoeg gelijk (StatLine, 2024b). GALI staat voor de Global Activity Limitation Indicator, waarmee het percentage mensen wordt weergegeven dat vanwege problemen met de gezondheid sinds zes maanden of langer beperkt is in activiteiten die mensen gewoonlijk doen.
Het aandeel mensen met een minder goede psychische gezondheid is toegenomen van 11 procent in 2001 tot 18 procent in 2024. Deze toename ziet men vooral in de jongere leeftijdsgroepen tussen de 18 en 45 jaar. Ook dit beeld is in lijn met ontwikkelingen in andere indicatoren voor psychische gezondheid, zoals angst- of depressiegevoelens en het hebben van een depressie (StatLine, 2024). Het aandeel mensen van 12 jaar of ouder met angst- of depressiegevoelens steeg in de periode 2014 tot en met 2024 van 36 procent naar 44 procent. In 2014 gaf 8 procent van de 12-plussers aan een depressie te hebben (gehad) in de afgelopen twaalf maanden tegenover 10 procent in 2024 (StatLine, 2024b).

Hoewel de SF-12 vragenlijst in de jaren 2014 tot en met 2019 niet was opgenomen in de Gezondheidsenquête, waardoor een deel van de trends buiten beeld blijft, geeft dit onderzoek toch een indicatie van de ontwikkeling van de fysieke en psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking in de periode 2001 tot en met 2024. De resultaten laten over het algemeen een trend zien in de richting van meer ongezondheid, ook als rekening wordt gehouden met een veranderde leeftijdsopbouw (vergrijzing). 
Deze bevinding lijkt evenwel in strijd met de prognose van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV, 2024) die aangeeft dat we in 2050 bijna vijf jaar langer zullen leven en zelfs 5,6 jaar langer in als goed ervaren gezondheid. De VTV 2024 maakte echter gebruik van gegevens over de periode 1990 tot en met 2021. Het voorliggende artikel laat zien dat vooral in de jaren 2022 tot en met 2024 een hoger percentage mensen een minder goede fysieke gezondheid heeft. Daarnaast wordt in de SF-12 rekening gehouden met meer aspecten van gezondheid dan alleen ervaren gezondheid. Om zicht te blijven houden op de gezondheid van mensen in al haar aspecten is het al met al van belang om ook in vervolgonderzoek de trend in gezondheid te monitoren met de SF-12. 

Ook voor leefstijl is het beeld niet helemaal volgens verwachting. Het percentage rokers is gedaald ten opzichte van 2001 en steeds meer mensen volgen de alcoholrichtlijn. Wel is sinds 2001 het percentage mensen met (ernstig) overgewicht toegenomen. Overgewicht met name ernstig overgewicht is een risicofactor voor verschillende ziekten en aandoeningen zoals kanker, hart- en vaatziekten, metabole aandoeningen, luchtwegaandoeningen, aandoeningen van het bewegingsstelsel en neurologische aandoeningen. Mensen met overgewicht hebben vaker psychische aandoeningen, zoals depressie en angststoornissen, dan mensen zonder overgewicht (VZinfo, 2024). In Engeland en Schotland is hetzelfde beeld te zien; een afname in het percentage rokers en een toename in (ernstig) overgewicht). Daar zijn er nu meer overlijdens toe te schrijven aan (ernstig) overgewicht dan aan roken (Ho et al., 2021).  

Referenties

Boonstra, H. (2019). Weging Gezondheidsenquête vanaf 2014.

Brakel van den, M. & Gidding, K.(2019). Hoe is de financiële welvaart verdeeld?

Bruggink, J. & Reep, C. Minder beperkingen onder 75- tot 85-jarigen dan rond de eeuwwisseling. Statistische Trends, september 2023.

CBS StatLine (2024a). Gezonde levensverwachting vanaf 1981.

CBS StatLine (2024b). Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken.

CBS StatLine (2024c). Leefstijl; persoonskenmerken.

CBS StatLine (2009). Gezondheid, leefstijl, zorggebruik; 2000-2009.

CBS StatLine (2013). Leefstijl, preventief onderzoek; persoonskenmerken; 2010-2013.

CBS, Gezondheidsenquête vanaf 2014. Geraadpleegd op 10 februari 2026.

Gezondheidsraad (z.d.). Richtlijnen goede voeding 2015. Geraadpleegd op 10 februari 2026. 

Gezondheidsraad (z.d.). Beweegrichtlijnen 2017. Geraadpleegd op 10 februari 2026. 

Haraldstad, K., Rohde, G., Stea, T. H., Lohne-Seiler, H., Hetlelid, K., Paulsen, G., & Berntsen, S. (2017). Changes in health-related quality of life in elderly men after 12 weeks of strength training. European Review of Aging and Physical Activity, 14(1), 8. 

Ho, F. K., Celis-Morales, C., Petermann-Rocha, F., Parra-Soto, S. L., Lewsey, J., Mackay, D., & Pell, J. P. (2021). Changes over 15 years in the contribution of adiposity and smoking to deaths in England and Scotland. BMC public health, 21(1), 169.

Jones, P. W., Brusselle, G., Dal Negro, R. W., Ferrer, M., Kardos, P., Levy, M. L., Perez, T., Soler-Cateluña, J. J., van der Molen, T., Adamek, L. & Banik, N. (2011). Health-related quality of life in patients by COPD severity within primary care in Europe. Respiratory medicine, 105(1), 57-66. 

Mols, F., Pelle, A. J., & Kupper, N. (2009). Normative data of the SF-12 health survey with validation using postmyocardial infarction patients in the Dutch population. Quality of life Research, 18(4), 403-414. 

Staat van Volksgezondheid (z.d.) Kerncijfers voor beleid. Geraadpleegd op 10 februari 2026. 

Trimbos-instituut (z.d.). NIX18 voor professionals. Geraadpleegd op 10 februari 2026. 

RIVM (2021) Rapport Sport- en Beweeggedrag in 2020.

Volksgezondheid Toekomst Verkenning, 2024. Levensverwachting en sterfte | Trendscenario VTV-2024. Geraadpleegd op 10 februari 2026. 

VWS (z.d.). Missies gezondheid & zorg. Geraadpleegd op 10 februari 2026.

VZinfo. (z.d.). Monitor missies gezondheid en zorg. Geraadpleegd op 10 februari 2026.

VZinfo (2025). Gezonde levensverwachting. Leeftijd en geslacht. Geraadpleegd op 10 februari 2026.

VZinfo (2024). Overgewicht. Gevolgen. Geraadpleegd op 12 februari 2026. 

VZinfo. Ervaren gezondheid. Verantwoording. Geraadpleegd op 10 februari 2026.

Ware, J., Kosinski, M., Keller, S.D. (1996). A 12-Item Short-Form Health Survey: construction of scales and preliminary tests of reliability and validity. Med care, 34(3), 220-33. 

Ware, J., Kosinski, M., & Keller, S. (1994). SF-36 physical and mental health summary scales. A user’s manual.

Ware, J.E., Kosinski, M., Keller, S.D. SF-12 (1995). How to score the SF-12 Physical and Mental Health Summary Scales. Boston, MA: The Health Institute, New England Medical Center, Second Edition. 

Wimmers, R.H., Koop, Y., Bots, M.L., Vaartjes, I. (z.d.) Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en het effect van hart- en vaatziekten. Resultaten van de SF 12 vragenlijst. Geraadpleegd op 10 februari 2026.

Bijlage

B1 Short Form-12 Questionnaire (SF-12)

De SF-12 bevat de volgende items:

  1. Goede gezondheid: Het percentage mensen dat ‘uitstekend’, ‘zeer goed’ of ‘goed’ antwoordt op de vraag ‘Wat vindt u, in het algemeen, van uw gezondheid?’. De twee overige antwoordopties waren ‘matig’ en ‘slecht’.
  2. Beperkt in dagelijkse bezigheden: Het percentage mensen dat ‘ja, beperkt' of 'ja, een beetje beperkt' antwoordt op de vraag ‘In welke mate wordt u door uw gezondheid op dit moment beperkt bij dagelijkse bezigheden die een matige inspanning vereisen, bijv. het verplaatsen van een tafel, stofzuigen of fietsen?’. De overige antwoordoptie was 'nee, helemaal niet beperkt'.
  3. Beperkt in trappen oplopen: Het percentage mensen dat ‘ja, beperkt' of 'ja, een beetje beperkt' antwoordt op de vraag ‘In welke mate wordt u door uw gezondheid op dit moment beperkt bij het oplopen van een paar trappen?’. De overige antwoordoptie was 'nee, helemaal niet beperkt'.
  4. Minder bereikt door lichamelijke gezondheid: Het percentage mensen dat ‘ja’ antwoordt op de vraag ‘Als u denkt aan school/opleiding of werk/uw werk of andere dagelijkse bezigheden, heeft u dan door uw lichamelijke gezondheid minder bereikt dan u zou willen?’. De vraag kon beantwoord worden met ‘ja’ of ‘nee’.
  5. Beperkt door lichamelijke gezondheid: Het percentage mensen dat ‘ja’ antwoordt op de vraag ‘Als u denkt aan school/uw opleiding of werk/ uw werk of andere dagelijkse bezigheden, was u dan door uw lichamelijke gezondheid in de afgelopen vier weken beperkt in het soort werk of het soort bezigheden?’. De vraag kon beantwoord worden met ‘ja’ of ‘nee’.
  6. Minder bereikt door emotioneel probleem: Het percentage mensen dat ‘ja’ antwoordt op de vraag ‘Als u denkt aan school/uw opleiding of werk/uw werk of andere dagelijkse bezigheden, heeft u dan door een emotioneel probleem (bijv. doordat u zich depressief of angstig voelde) in de afgelopen 4 weken minder bereikt dan u zou willen?’. De vraag kon beantwoord worden met ‘ja’ of ‘nee’.
  7. Minder zorgvuldig door emotioneel probleem: Het percentage mensen dat ‘ja’ antwoordt op de vraag ‘Als u denkt aan school/uw opleiding of werk/uw werk of andere dagelijkse bezigheden, heeft u dan door een emotioneel probleem (bijv. doordat u zich depressief of angstig voelde) in de afgelopen vier weken het werk of andere bezigheden niet zo zorgvuldig gedaan als u gewend bent?’. De vraag kon beantwoord worden met ‘ja’ of ‘nee’.
  8. Belemmerd door pijn: Het percentage mensen dat ‘een klein beetje’, 'nogal', 'veel' of 'heel erg veel' antwoordt op de vraag ‘In welke mate bent u de afgelopen vier weken door pijn gehinderd bij uw normale werkzaamheden, zowel werk buitenshuis als huishoudelijk werk?’. De overige antwoordoptie was ‘geen’.

Vanaf 2014 werd vóór de vraag naar belemmering door pijn de vraag gesteld ’Hoeveel pijn heeft u de afgelopen vier weken gehad?’. Mensen die hierop ‘geen’ als antwoord gaven, kregen de vraag naar belemmerd door pijn niet. Voor de vraag naar belemmering door pijn werd aangenomen dat ze niet belemmerd waren door pijn. 
De vragen naar pijn werden in alle jaren van de Gezondheidsenquête vanaf 2001 tot en met 2024 opgenomen. Daarom zijn de resultaten voor alle jaren gepresenteerd. 

  1. Niet energiek: Het percentage mensen dat 'soms', 'zelden' of 'nooit' antwoordt op de vraag ‘Had u veel energie?’. De andere antwoordopties waren ‘voortdurend', 'meestal' en 'vaak'. De inleidende tekst hierbij was: ‘Geef bij elke vraag het antwoord dat het beste aansluit bij hoe u zich de afgelopen vier weken heeft gevoeld’. 
  2. Kalm en rustig: Het percentage mensen dat ‘voortdurend’, ‘meestal’ of ‘vaak’ antwoordt op de vraag ‘Voelde u zich kalm en rustig?’. De andere antwoordopties waren 'soms', 'zelden' of 'nooit'. De inleidende tekst hierbij was: ‘Geef bij elke vraag het antwoord dat het beste aansluit bij hoe u zich de afgelopen vier weken heeft gevoeld’. De vraag werd in alle jaren van de Gezondheidsenquête vanaf 2001 tot en met 2024 opgenomen. Daarom zijn de resultaten voor alle jaren gepresenteerd. 
  3. Neerslachtig en somber: Het percentage mensen dat ‘voortdurend', 'meestal' of 'vaak' antwoordt op de vraag ‘Voelde u zich neerslachtig en somber?’. De andere antwoordopties waren 'soms’, ‘zelden' en 'nooit'. De inleidende tekst hierbij was: ‘Geef bij elke vraag het antwoord dat het beste aansluit bij hoe u zich de afgelopen vier weken heeft gevoeld’. 
  4. Beperking in sociale activiteiten: Het percentage mensen dat ‘voortdurend’, ‘meestal’ of ‘soms’ antwoordt op de vraag ‘Hoe vaak hebben uw lichamelijke gezondheid of emotionele problemen u in de afgelopen 4 weken gehinderd bij uw sociale activiteiten (zoals vrienden of familie bezoeken)?’. De andere antwoordopties waren ‘zelden’ of ‘nooit’.

De Short Form Questionnaire in de Gezondheidsenquête

In 2001 werden de SF-12 vragen voor het eerst toegevoegd aan de Gezondheidsenquête (toen nog het Permanent onderzoek Leefsituatie). Dit werd gedaan naar aanleiding van het revisievoorstel Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) door de werkgroep ‘Revisie POLS-Gezondheidsenquête’ op aanraden van de Centrale Commissie voor de Statistiek en de Commissie van Advies Gezondheid. In 2014 werden de SF-12 vragen uit de Gezondheidsenquête geschrapt omdat de vragenlijst te lang zou worden voor de respondenten. In dat jaar moesten, als gevolg van een EU-verplichting, de vragen van de European Health Interview Survey (EHIS) geïntegreerd worden in de Gezondheidsenquête. Ook werden per 2014 de twee tot dan toe gebruikte deelvragenlijsten van de Gezondheidsenquête samengevoegd tot één vragenlijst. De SF-12 vragen werden in de eerste jaren ná 2014 niet teruggeplaatst in de Gezondheidsenquête, omdat andere onderwerpen een hogere prioriteit kregen. 

Naar aanleiding van een consultatieronde door een onafhankelijke Expert Group Gezondheid, waarin mensen uit een breed gezondheidsveld buiten het CBS zetelden, werden de SF-12 vragen in 2020 weer toegevoegd aan de Gezondheidsenquête. De SF-12 vragen zijn daarom alleen beschikbaar voor de jaren 2001 tot en met 2013 en de jaren 2020 tot en met 2024. Sommige deelvragen van de SF-12 zijn wel beschikbaar voor de gehele periode, dus ook voor de jaren 2014 tot en met 2018 (zie paragraaf 2.2).
In 2025 gold opnieuw een EU-verplichting voor de EHIS, waardoor de SF-12 ook in dat jaar niet is opgenomen in de Gezondheidsenquête. Om de lengte van de gezondheidsenquête te beperken zal er vanaf 2026 met roterende modules worden gewerkt. Het voornemen van het CBS is om de SF-12 in de Gezondheidsenquêtes van 2027 en 2030 terug te laten keren.