Import van kritieke materialen: nieuwste inzichten
Over deze publicatie
Er is zowel internationaal als in Nederland grote en toenemende aandacht voor de afhankelijkheid van andere landen voor kritieke materialen en voor de leveringszekerheid van die materialen. De voorliggende publicatie is het derde onderzoek van het CBS naar deze Nederlandse afhankelijkheid. Het is een actualisatie van die eerdere onderzoeken van Bohn et al. (2023) en Aerts et al. (2025) en voegt daarbij nieuwe elementen toe, zoals (nog niet kritieke) gemonitorde materialen, bedrijvenconcentratie en kritikaliteit. Dat laatste betreft een analyse van de meest kritieke materialen voor de Nederlandse economie.
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 bespreekt de belangrijkste internationale ontwikkelingen rondom kritieke materialen. Daarna verschuift de focus naar de Nederlandse import van kritieke materialen.
Hoofdstuk 2 kwantificeert de positie van Nederland in de EU als importeur van kritieke materialen, laat zien hoe de Nederlandse import zich in de tijd heeft ontwikkeld en gaat in op de belangrijkste landen van herkomst. Ook besteedt het hoofdstuk aandacht aan de producten waarin deze materialen zijn verwerkt. Nieuw ten opzichte van eerdere CBS-publicaties over dit thema is de aandacht voor gemonitorde materialen die (nog) niet als kritiek worden aangemerkt in de EU zoals ijzer, chroom en goud.
Hoofdstuk 3 maakt gebruik van waardeketenonderzoek om verdiepende inzichten te kunnen geven in de Nederlandse invoer van kritieke materialen. Daarbij wordt gekeken naar de bestemming van de Nederlandse invoer van kritieke materialen: wederuitvoer, verwerking voor de uitvoer of gebruik voor de Nederlandse markt. Ook komen de afhankelijkheden in de diverse toeleveringsketens aan bod. Nieuw ten opzichte van eerdere CBS-publicaties is de analyse in hoeverre de invoer van kritieke materialen bij een klein aantal bedrijven in Nederland geconcentreerd is.
Hoofdstuk 4 bevat een nieuwe analyse van de mate van kritikaliteit van de kritieke materialen voor de Nederlandse economie. Daarbij kijken we naar drie dimensies: het leveringsrisico, het economische belang voor de Nederlandse economie en de verwachte groei van de vraag naar de diverse kritieke materialen. Zo ontstaat een rangschikking van kritieke materialen die voor de Nederlandse economie relatief het meest kritiek zijn.