3. Van invoer tot bestemming: kritieke materialen in de Nederlandse economie
In tegenstelling tot het voorgaande hoofdstuk bekijken we de invoer in dit hoofdstuk vanuit het perspectief van economisch eigendomsoverdracht in plaats van vanuit fysieke grensoverschrijding. Eerst kijken we uitsluitend naar kritieke materialen, niet naar producten die kritieke materialen bevatten. Aan het eind van het hoofdstuk breiden we de analyse uit naar producten met kritieke materialen.
In 2024 bedroeg de invoer van kritieke materialen 12,4 miljard euro, goed voor 2,4 procent van de totale goedereninvoer, zie figuur 3.1. Daarmee lag de invoer ongeveer op hetzelfde niveau als in 2023 (375 miljoen euro lager), en fors lager dan in 2022 (-4,9 miljard euro), toen de wereldmarktprijzen voor kritieke materialen nog veel hoger lagen. Deze stabilisatie tussen 2023 en 2024 sluit aan bij de bredere ontwikkeling van grondstofprijzen sinds de piek van 2022 (Khadan & Temaj, 2024; zie ook hoofdstuk 1). Op het niveau van afzonderlijke kritieke materialen en invoerbestemmingen kunnen de ontwikkelingen echter sterk uiteenlopen ten opzichte van 2023, zoals we in dit hoofdstuk laten zien.
| Totaal (mld euro) | |
|---|---|
| 2024* | 12,4 |
| 2023 | 12,8 |
| 2022 | 17,3 |
| 2021 | 11,4 |
Meer dan de helft gaat direct weer het land uit
Van de 12,4 miljard euro aan ingevoerde kritieke materialen in 2024 bestond ruim 7,0 miljard euro, oftewel 56,7 procent, uit invoer voor wederuitvoer. Figuur 3.2 toont dat dit aandeel vrijwel gelijk bleef ten opzichte van een jaar eerder. Ten opzichte van 2021 steeg dit aandeel wel 3,6 procentpunt. Bij de totale goedereninvoer nam het aandeel wederuitvoer in dezelfde periode minder sterk toe, van 48,7 procent naar 50,2 procent. Daarmee lag het aandeel bij kritieke materialen ook in 2024 duidelijk hoger dan gemiddeld. Ruim twee derde van deze wederuitvoer ging naar slechts vier bestemmingslanden: Duitsland (41,7 procent), België (12,5 procent), Frankrijk (6,5 procent) en Italië (5,8 procent).
| Hoeveelheid (mln euro) | % t.o.v. totaal | |
|---|---|---|
| Invoer van kritieke materialen | 12 393 | 100 |
| Intermediaire invoer van kritieke materialen | 5 357 | 43,2 |
| Invoer van kritieke materialen direct bestemd voor binnenlandse bestedingen | 12 | 0,1 |
| Invoer van kritieke materialen direct bestemd voor het buitenland | 7 023 | 56,7 |
| Intermediaire invoer van kritieke materialen verwerkt in binnenlandse bestedingen | 2 260 | 18,2 |
| Intermediaire invoer van kritieke materialen verwerkt in de uitvoer | 3 098 | 25,0 |
In 2024 bedroeg de invoer van kritieke materialen voor verwerking door bedrijven in Nederland 5,4 miljard euro. Dit was goed voor 43,2 procent van de totale invoer van kritieke materialen, een lichte daling ten opzichte van een jaar eerder (43,5 procent). Hoewel dit algemene beeld nauwelijks is gewijzigd, waren de verschillen tussen de materialen groot. De invoer steeg bij 22 van de 32 materialen, en daalde bij slechts 10. De sterkste stijgingen deden zich voor bij koper (+154 miljoen euro), zeldzame aardmetalen (+111 miljoen euro) en nikkel (+99 miljoen euro), terwijl aluminium (-545 miljoen euro) en cokeskolen (-211 miljoen euro) het sterkst daalden. Samen waren deze twee materialen verantwoordelijk voor meer dan de volledige nettodaling. Zonder aluminium en cokeskolen nam de intermediaire invoer van de overige dertig materialen met 554 miljoen euro toe.
Van de 5,4 miljard euro aan ingevoerde kritieke materialen werd voor 2,3 miljard euro verwerkt in goederen en diensten voor de binnenlandse markt. De resterende 3,1 miljard euro werd verwerkt in de uitvoer. Zie Aerts et al. (2025, onder andere tabel 6.6) voor de bedrijfstakken die deze materialen gebruiken. Vooral de chemische industrie, de bouwnijverheid en de basismetaalindustrie zijn belangrijke afnemers. Daarmee werd 58 procent van de intermediaire invoer van kritieke materialen in 2024 verwerkt ten behoeve van export, tegenover 42 procent voor de binnenlandse markt. Afgezet tegen de totale intermediaire invoer van goederen bedroeg het aandeel van kritieke materialen voor verdere verwerking 3,0 procent in 2024. Rekening houdend met definitieverschillen tussen hoofdstukken, lijkt slechts een klein deel van de totale grensoverschrijdende invoer van kritieke materialen in 2024 daadwerkelijk in Nederland te zijn gebleven. Een groot deel betreft doorvoer of wederuitvoer.
Daarnaast werd in 2024 ter waarde van 12 miljoen euro aan kritieke materialen rechtstreeks ingevoerd voor binnenlandse bestedingen, zonder eerst door bedrijven in Nederland te worden verwerkt. Het ging hierbij om voorraadvorming, waarbij bedrijven kritieke materialen inkochten om deze op een later moment in te zetten.4) Als aandeel van de totale invoer van kritieke materialen was dit met 0,1 procent fors kleiner dan het aandeel van deze categorie in de totale goedereninvoer, waar dit 15,3 procent bedroeg. Dit weerspiegelt dat kritieke grondstoffen doorgaans eerst worden verwerkt of wederuitgevoerd, in tegenstelling tot de bredere goedereninvoer, die in belangrijke mate bestaat uit eindproducten die direct voor consumptie of investeringen bestemd zijn. Doordat directe consumptie voor kritieke materialen dus vrijwel geen rol speelt, concentreert de Nederlandse blootstelling aan deze materialen zich vrijwel volledig in verwerking en wederuitvoer.
Een nadere kijk op de vijf belangrijkste kritieke materialen: van aluminium tot vloeispaat5)
Ook in 2024 was aluminium het kritieke materiaal met de hoogste invoerwaarde, met een totaal van 5,0 miljard euro. Dat was een daling van 433 miljoen euro ten opzichte van 2023. Het merendeel, 2,8 miljard euro, was bestemd voor wederuitvoer. Dat was bijna drie keer zo hoog als de wederuitvoerwaarde van koper en nikkel, de materialen met respectievelijk de tweede en derde hoogste wederuitvoerwaarde.
De resterende 2,1 miljard euro werd door bedrijven in Nederland verwerkt, vrijwel gelijk verdeeld over de binnenlandse markt (1,1 miljard euro) en exportproductie (1,0 miljard euro). Zie tabel 3.3 voor deze verdeling bij alle 32 materialen. Aluminium was daarmee goed voor 50 procent van de invoer van kritieke materialen die werd verwerkt voor de binnenlandse markt. Bij de verwerking voor de uitvoer bedroeg dit aandeel 33 procent.
De daling van 8 procent in de totale invoerwaarde van aluminium was groter dan de algemene daling voor alle kritieke materialen (2,9 procent). Dit totaal verhult echter een duidelijke tegenstelling: de invoer voor binnenlandse verwerking daalde sterk (-20 procent, tegenover een daling van 3,7 procent voor de totale intermediaire invoer van alle kritieke materialen gezamenlijk), terwijl de invoer voor wederuitvoer juist toenam (+5 procent). Aluminium verschoof met andere woorden relatief van verwerking in Nederland naar invoer voor wederuitvoer. De wereldmarktprijs van aluminium steeg in 2024 juist licht, mogelijk als gevolg van verminderde Russische aluminiumexport naar de EU, doordat Europese afnemers Russisch aluminium na de Russische invasie van Oekraïne steeds meer meden (Manthey & Patterson, 2025). De daling van de Nederlandse invoerwaarde kan daarom niet zonder meer worden toegeschreven aan een lagere wereldmarktprijs.
| Verwerkt voor binnenlandse bestedingen | Verwerkt voor export | Invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen | Invoer direct bestemd voor het buitenland (wederuitvoer) | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Aluminium | 1.130 | 1.007 | 1 | 2.822 | 4.960 |
| Antimoon | 2 | 5 | 0 | 6 | 13 |
| Arseen | 21 | 14 | 1 | 31 | 67 |
| Bariet | 43 | 36 | 1 | 77 | 158 |
| Beryllium | 0 | 1 | 0 | 0 | 1 |
| Bismut | 1 | 2 | 0 | 3 | 6 |
| Boraat | 15 | 25 | 0 | 62 | 103 |
| Cokeskolen | 135 | 543 | 0 | 129 | 807 |
| Fosfaaterts | 64 | 87 | 2 | 151 | 304 |
| Fosfor | 50 | 72 | 1 | 201 | 324 |
| Gallium | 0 | 0 | 0 | 25 | 26 |
| Germanium | 2 | 1 | 0 | 13 | 16 |
| Grafiet | 2 | 2 | 0 | 7 | 11 |
| Hafnium | 10 | 21 | 0 | 145 | 176 |
| Helium | 9 | 29 | 0 | 17 | 54 |
| Kobalt | 14 | 21 | 0 | 58 | 93 |
| Koper | 413 | 557 | 0 | 1.060 | 2.030 |
| Lithium | 13 | 33 | 0 | 95 | 140 |
| Magnesium | 35 | 33 | 0 | 78 | 146 |
| Mangaan | 14 | 21 | 0 | 104 | 138 |
| Nikkel | 157 | 149 | 0 | 920 | 1.226 |
| Niobium | 0 | 0 | 0 | 5 | 6 |
| Platinagroep metalen | 6 | 14 | 0 | 14 | 34 |
| Siliciummetaal | 29 | 61 | 0 | 125 | 215 |
| Strontium | 3 | 7 | 0 | 18 | 29 |
| Tantaal | 1 | 1 | 0 | 1 | 3 |
| Titanium | 40 | 105 | 1 | 90 | 237 |
| Vanadium | 10 | 21 | 0 | 53 | 85 |
| Veldspaat | 4 | 2 | 0 | 9 | 15 |
| Vloeispaat | 6 | 34 | 1 | 494 | 535 |
| Wolfraam | 7 | 12 | 0 | 27 | 46 |
| Zeldzame aardmetalen/ scandium | 25 | 180 | 3 | 183 | 391 |
| Totaal | 2.260 | 3.098 | 12 | 7.023 | 12.393 |
Koper stond in 2024 op de tweede plaats, met een invoerwaarde van 2,0 miljard euro, 255 miljoen euro meer dan in 2023. De verdeling van de koperinvoer sloot nauw aan bij het gemiddelde patroon van alle kritieke materialen: 52 procent was bestemd voor wederuitvoer en 48 procent voor verwerking door bedrijven in Nederland. Van de totale koperinvoer werd 27 procent verwerkt voor de uitvoer.
Nikkel volgde op de derde plaats, met een invoerwaarde van 1,2 miljard euro, 186 miljoen euro minder dan in 2023. Hiervan was 75 procent bestemd voor wederuitvoer, goed voor 920 miljoen euro, net achter koper en aluminium. Dit hoge aandeel is niet nieuw: ook in voorgaande jaren kende nikkel een bovengemiddeld hoge wederuitvoerwaarde. Deze invoer betrof met name ferro-nikkel, nikkelmattes en andere geraffineerde vormen van nikkel. De wederuitvoer ging voor circa een derde naar Duitsland en voor 28,9 procent naar België, gevolgd door Italië en Finland met kleinere aandelen. Bedrijven in Nederland verwerkten in 2024 voor slechts 306 miljoen euro aan nikkel, ongeveer gelijk verdeeld over exportgerichte productie en binnenlandse bestedingen.
Cokeskolen stonden op de vierde plaats, met een waarde van 807 miljoen euro. Dit is een daling van 18 procent ten opzichte van 2023, sterker dan de algemene daling. De prijs van Australische cokeskolen daalde in de loop van 2024 tot onder de USD 200 per ton, na een periode van verhoogde prijzen tussen september 2023 en maart 2024 als gevolg van een krap aanbod uit Australië. De daling in importwaarde is dan ook deels toe te schrijven aan deze prijsontwikkeling op de wereldmarkt (IEA, 2025a, 2025b).
In tegenstelling tot de andere materialen in de top 5 was het merendeel van de ingevoerde cokeskolen (84 procent) bestemd voor intermediair verbruik door bedrijven in Nederland, vrijwel uitsluitend als grondstof voor de productie van ijzer en staal. Van de 678 miljoen euro aan cokeskolen voor verwerking werd 543 miljoen euro, oftewel 80 procent, verwerkt in goederen en diensten voor de uitvoer. Dat was goed voor 18 procent van de invoerwaarde van alle kritieke materialen die bedrijven verwerken voor de export. Dat was een aanzienlijk hoger aandeel dan cokeskolen innam in de totale invoer van kritieke materialen met 6,5 procent.
De top 5 wordt afgesloten door vloeispaat, met een invoerwaarde van 535 miljoen euro. Vloeispaat wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de productie van fluorwaterstofzuur. Dit vormt de basis voor vrijwel alle fluorchemische producten, met name koelmiddelen en fluorpolymeren, en is een belangrijk ingrediënt bij de aluminiumverwerking. In kleinere mate wordt het ook toegepast als smeltmiddel in de staalindustrie (U.S. Geological Survey, 2025). Vloeispaat heeft een opvallend hoog wederuitvoeraandeel: 92 procent van de totale invoer wordt weer uitgevoerd (op één na hoogste aandeel van alle kritieke materialen, net achter gallium met 97 procent). Ter vergelijking, bij cokeskolen was dit met 16 procent juist het laagst van alle kritieke materialen. Deze wederuitvoerwaarde is verspreid over verschillende landen: 18,6 procent ging naar Duitsland, 16,3 procent naar Frankrijk en 10,2 procent naar Italië. Samen waren deze vijf materialen goed voor 77 procent van de totale invoerwaarde van de 32 kritieke materialen.
Waar kwamen de materialen terecht?
De producten waarin voor de uitvoer verwerkte kritieke materialen terechtkomen, verschillen sterk per materiaal. Cokeskolen springt eruit: circa 69,9 procent (380 miljoen euro) van de voor export verwerkte invoer kwam terecht in de categorie ijzer en staal, een sterke concentratie die past bij de rol van cokeskolen als grondstof voor de staalproductie. De resterende invoer was verspreid over onder meer metaalwaren (7,6 procent), gespecialiseerde machines (2,6 procent) en verschillende andere categorieën. Aluminium, koper en nikkel kennen veel meer toepassingen: de invoer van deze materialen verspreidde zich over een overlappende groep categorieën (non-ferrometalen, metaalwaren, gespecialiseerde en diverse machines, ijzer en staal), zonder dat één categorie meer dan circa 20 procent van de export-verwerkte invoer voor haar rekening nam.6) Vloeispaat wijkt hiervan af in de aard van de bestemming, niet alleen in de mate van verspreiding. Dit materiaal kwam terecht in een geheel andere keten, gedomineerd door de chemische en petrochemische industrie (organische chemische producten, kunststof in primaire vormen, ruwe aardolie), eveneens zonder een sterk dominante categorie. Gezien het hoge wederuitvoeraandeel van vloeispaat gaat het hier echter om een relatief klein bedrag (34 miljoen euro).
Wie importeert kritieke materialen? Veel bedrijven, maar de invoerwaarde is soms sterk geconcentreerd
In 2024 importeerden 6 810 bedrijven één of meerdere kritieke grondstoffen, oftewel 7,9 procent van alle bedrijven in Nederland die goederen invoerden. Dat aandeel ligt ruim drie keer hoger dan het aandeel van kritieke materialen in de totale importwaarde (2,4 procent). Relatief veel bedrijven waren dus bij deze invoer betrokken, terwijl de gemiddelde invoerwaarde per bedrijf lager lag dan bij de totale goedereninvoer. Dat beeld verschilt echter sterk per bestemmingsstroom. Een hoge betrokkenheid van bedrijven bij de invoer van een materiaal betekent dat verstoringen – bijvoorbeeld een exportrestrictie, maar ook prijsschokken – een relatief brede groep bedrijven direct kunnen raken.
Dit zegt echter niet dat de invoer gelijkmatig over die bedrijven verdeeld is. Zoals verderop blijkt, is de waarde binnen deze groep juist sterk geconcentreerd bij een klein aantal grote importeurs.
Van de 6 810 bedrijven verwerkten 6 340 bedrijven, meer dan 90 procent, de ingevoerde kritieke materialen verder voor de binnenlandse markt of voor export. Dat was goed voor 8,3 procent van alle bedrijven die goederen voor intermediair verbruik importeerden, opnieuw een oververtegenwoordiging. Dit aantal is vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van drie jaar eerder. Bij 22 van de 32 materialen waren in 2024 minder importerende bedrijven betrokken dan in 2021.
Bij wederuitvoer is de betrokkenheid van bedrijven veel kleiner. Slechts 40 procent van de kritieke-materialenimporteurs voert een deel van hun invoer weer uit, tegenover ruim twee derde van alle bedrijven in Nederland die goederen importeren. Toch was de wederuitvoer in 2024 goed voor 56,7 procent van de importwaarde van kritieke materialen, zie figuur 3.2. Deze stroom is dus geconcentreerd bij een relatief kleine groep bedrijven met een gemiddeld hogere importwaarde per bedrijf, terwijl de invoer voor verdere verwerking is verspreid over een talrijkere groep bedrijven met doorgaans lagere importwaarden per bedrijf. Of dit patroon samenhangt met bedrijfsgrootte, bijvoorbeeld een groter aandeel mkb-bedrijven bij de verwerkende invoer, vormt een aanknopingspunt voor vervolgonderzoek.
Bij invoer direct bestemd voor binnenlandse bestedingen is het patroon vergelijkbaar: slechts 16 procent van de kritieke-materialenimporteurs tegenover 69 procent van alle importerende bedrijven. Dit is niet verrassend, gezien het bescheiden aandeel van deze stroom in de importwaarde van 0,1 procent, zie figuur 3.2.
De mate waarin de invoer van kritieke materialen geconcentreerd is bij een klein aantal bedrijven verschilt sterk per materiaal. Tabel 3.4 toont voor elk van de 32 kritieke materialen het aandeel van de vijf en de tien grootste importerende bedrijven in de totale invoerwaarde voor intermediair verbruik, evenals het totale aantal bedrijven dat het materiaal in 2024 voor dit doel importeerde. De materialen zijn gerangschikt naar het aandeel van de vijf grootste bedrijven, van hoog naar laag. Bij vier materialen tonen we de concentratiepercentages niet (volledig) vanwege geheimhouding.
| Top 5 bedrijven | Top 10 bedrijven | Aantal bedrijven | Verschil aantal bedrijven t.o.v. 2021 | |
|---|---|---|---|---|
| Veldspaat | 97 | 100 | 20 | -5 |
| Helium | 88 | 95 | 80 | -25 |
| Grafiet | 87 | 97 | 2360 | 140 |
| Beryllium | 87 | 90 | 870 | -60 |
| Germanium | 76 | 87 | 250 | 15 |
| Tantaal | 74 | 80 | 300 | 10 |
| Antimoon | 74 | 86 | 545 | 0 |
| Arseen | 73 | 91 | 345 | -35 |
| Wolfraam | 72 | 77 | 1195 | 15 |
| Strontium | 72 | 79 | 635 | 35 |
| Kobalt | 67 | 86 | 1745 | -25 |
| PGM | 66 | 75 | 1190 | 255 |
| Lithium | 63 | 66 | 285 | -5 |
| Hafnium | 60 | 74 | 455 | -55 |
| Vloeispaat | 59 | 69 | 385 | -75 |
| Titanium | 59 | 67 | 625 | 250 |
| Bismut | 54 | 64 | 305 | -30 |
| Fosfor | 48 | 53 | 150 | -100 |
| Gallium | 46 | 60 | 340 | -30 |
| Aluminium | 44 | 53 | 3165 | -175 |
| Koper | 43 | 55 | 2165 | -75 |
| Bariet | 43 | 51 | 1305 | -30 |
| Siliciummetaal | 33 | 40 | 3775 | -170 |
| Magnesium | 32 | 40 | 3615 | -290 |
| Mangaan | 31 | 35 | 3560 | -220 |
| Nikkel | 29 | 36 | 1935 | 120 |
| Fosfaaterts | 28 | 40 | 725 | 30 |
| Vanadium | 27 | 33 | 540 | -35 |
| Niobium | 10 | 12 | 800 | 260 |
| Niet gerangschikt naar concentratie1) | ||||
| Cokeskolen | * | * | 195 | -45 |
| Boraat | * | 74 | 450 | -80 |
| ZAM | * | * | 1725 | -170 |
| Totaal | 30 | 40 | 6340 | -50 |
Bron: CBS 1) Het aantal bedrijven en de verandering ten opzichte van 2021 zijn afgerond op een veelvoud van vijf; de concentratiepercentages zijn afgerond op hele procenten. Waar één of enkele bedrijven een te groot aandeel in het totaal hebben, worden de concentratiepercentages vanwege geheimhouding niet getoond (aangeduid met *). Cokeskolen, boraat en zeldzame aardmetalen en scandium (ZAM) zijn daarom niet gerangschikt naar concentratie. Het totaal onderaan de tabel omvat deze drie materialen wel. | ||||
Het aandeel van de top 5 bedrijven varieerde in 2024 van ruim 10 procent tot boven de 90 procent. Voor dertien materialen lag dit aandeel boven de 70 procent (inclusief drie waar de exacte waarde vanwege geheimhouding niet kan worden getoond). De top 10 bedrijven voegden daar vaak nog eens 5 tot 15 procentpunt aan toe, wat erop wijst dat de invoer bij deze materialen na de eerste vijf bedrijven al snel afvlakt in plaats van breed uit te lopen. Veldspaat, met 97 procent bij de top 5 en slechts 20 bedrijven in totaal, illustreert dit patroon: een klein aantal bedrijven was hier verantwoordelijk voor vrijwel de volledige Nederlandse invoer voor verdere verwerking.
Een hoge concentratie heeft echter niet bij ieder materiaal dezelfde betekenis. Bij materialen met weinig importeurs volgt een hoog top-5-aandeel deels uit het beperkte aantal bedrijven. Interessant zijn daarom ook materialen waarbij veel bedrijven worden meegeteld, maar enkele bedrijven toch het grootste deel van de invoerwaarde vertegenwoordigen.
Grafiet is hiervan een voorbeeld. Op basis van de gebruikte toerekeningsmethode werden 2 360 bedrijven als importeur van grafiet meegeteld, terwijl de vijf grootste bedrijven 87 procent van de invoerwaarde voor intermediair verbruik voor hun rekening namen. Deze indicator meet de concentratie onder Nederlandse importeurs en is geen directe maatstaf voor het leveringsrisico. Uit de concentratie kan evenmin worden afgeleid in hoeverre andere importeurs bij een verstoring de invoer van de grootste bedrijven kunnen overnemen.
Aan de andere kant van het spectrum staan materialen als aluminium, magnesium, mangaan en siliciummetaal. Bij elk van deze materialen waren meer dan 3 000 van de 6 340 bedrijven die kritieke materialen voor dit doel importeerden. Dit weerspiegelt de brede industriële toepassing van deze materialen, die niet beperkt blijft tot gespecialiseerde sectoren maar ook via een reeks veelgebruikte verbindingen in onder meer de chemische industrie wordt ingevoerd. Ook Aerts et al. (2025, hoofdstuk 6) laten zien dat de chemische industrie een breed scala aan kritieke materialen gebruikt.
Ook verwerkt in eindproducten
Zoals hoofdstuk 2 al liet zien, bereiken kritieke materialen de Nederlandse economie niet alleen als grondstof of halffabricaat, maar ook verwerkt in geïmporteerde eindproducten. Figuur 3.5 toont voor 2021 en 2024 hoeveel waarde aan kritieke materialen via grondstoffen, halffabricaten en producten voor intermediair verbruik Nederland binnenkwam.
Anders dan in hoofdstuk 2 gaat het hier alleen om invoer voor intermediair verbruik en om de 32 onderzochte kritieke materiaalgroepen. Bovendien wordt niet de volledige waarde van een product toegerekend: alleen het aan het kritieke materiaal toegerekende deel van de productwaarde wordt meegenomen. Hoofdstuk 2 rekent daarentegen de volledige waarde van een gekoppelde goederencode toe. Verdere details over de CPA- en GN-indeling staan in Data en methoden en bijlage 2.
| Product | Jaar | Producten met kritieke materialen (mln euro) | Kritieke materialen (mln euro) |
|---|---|---|---|
| Informaticaproducten, elektronische en optische producten | 2024 | 6605 | 0 |
| Informaticaproducten, elektronische en optische producten | 2021 | 6168 | 0 |
| Basismetaal en metaalproducten | 2024 | 1913 | 3270 |
| Basismetaal en metaalproducten | 2021 | 1761 | 3287 |
| Elektrische apparatuur | 2024 | 4464 | 0 |
| Elektrische apparatuur | 2021 | 3686 | 0 |
| Machines, apparaten en werktuigen | 2024 | 2752 | 0 |
| Machines, apparaten en werktuigen | 2021 | 2478 | 0 |
| Chemische producten | 2024 | 877 | 797 |
| Chemische producten | 2021 | 1407 | 748 |
| Vervoersmiddelen/transportmiddelen | 2024 | 1339 | 0 |
| Vervoersmiddelen/transportmiddelen | 2021 | 1654 | 0 |
| Rubber, kunststof, bouwmaterialen | 2024 | 985 | 22 |
| Rubber, kunststof, bouwmaterialen | 2021 | 955 | 22 |
| Grondstoffen en minerale brandstoffen | 2024 | 0 | 963 |
| Grondstoffen en minerale brandstoffen | 2021 | 0 | 839 |
| Overige goederen | 2024 | 52 | 305 |
| Overige goederen | 2021 | 43 | 302 |
| Overige industriële goederen | 2024 | 82 | 0 |
| Overige industriële goederen | 2021 | 190 | 2 |
Voor de intermediaire invoer geldt dat de waarde van kritieke materialen in eindproducten met 19,1 miljard euro fors hoger is dan de waarde in grondstoffen en halffabricaten ter waarde van 5,4 miljard euro. Het totaalbeeld veranderde tussen 2021 en 2024 weinig. Een substantieel deel van de Nederlandse blootstelling aan kritieke materialen loopt dus via producten waarin deze materialen verwerkt zijn, maar niet als zodanig herkenbaar zijn in de handelsstatistieken. Deze bevinding wijst in dezelfde richting als hoofdstuk 2, al zijn de cijfers door de verschillende toerekeningsmethode niet direct vergelijkbaar.
Voor de meeste categorieën is het beeld eenduidig. Bij informaticaproducten, elektronische en optische producten, elektrische apparatuur, machines, apparaten en werktuigen, vervoersmiddelen, en rubber, kunststof en bouwmaterialen bestond vrijwel de volledige toegerekende waarde uit kritieke materialen die in producten waren verwerkt. Onbewerkte of ruw geraffineerde vormen van kritieke materialen worden in de gebruikte classificatie bijna nooit ingedeeld bij deze productgroepen, ook al zit het materiaal erin verwerkt. Grondstoffen en minerale brandstoffen, en overige goederen bestaan op vergelijkbare wijze vrijwel volledig uit kritieke materialen zelf, niet als onderdeel van producten.
Basismetaal en metaalproducten nemen een tussenpositie in: circa 63 procent van de waarde betreft kritieke materialen zelf, tegenover 37 procent producten met kritieke materialen. Deze verhouding hangt mede samen met de gekozen classificatiegrens tussen kritieke materialen en producten met kritieke materialen, zie bijlage 2. Voor aluminium, koper en nikkel bestaat de waarde dan ook vrijwel volledig uit onbewerkte of ruw geraffineerde vormen. De waarde van kritieke materialen binnen deze categorie kwam voor bijna de helft uit Duitsland, IJsland en Noorwegen.
Chemische producten wijken het sterkst af van het overige patroon. Hier is de verdeling tussen kritieke materialen en producten met kritieke materialen in 2024 vrijwel gelijk. De waarde van kritieke materialen bij chemische producten kwam vooral uit Duitsland, de Verenigde Staten, België en China. Opvallend is bovendien dat deze verhouding verschoven is ten opzichte van 2021, toen de waarde van producten met kritieke materialen nog bijna twee keer zo groot was als de waarde van kritieke materialen zelf, terwijl deze laatste in dezelfde periode nagenoeg stabiel bleef.
Onder deze vrijwel stabiele waarde van kritieke materialen gingen tegengestelde ontwikkelingen schuil. De waarde van organische grondstoffen daalde, vooral tussen 2022 en 2023, terwijl die van de organische basischemie toenam, vooral tussen 2021 en 2022. Deze daling valt samen met de bredere prijsontwikkeling van grondstoffen na de piek van 2022, wat op een prijseffect kan wijzen, al zijn samenstellingseffecten niet uit te sluiten.
De sterke daling aan de productzijde van chemische producten vond met name plaats tussen 2021 en 2022, en betrof vooral kritieke materialen die vervat zijn in farmaceutische producten, zoals medicijnen. Dit hangt mogelijk samen met een verhoogde farmaceutische productiecapaciteit tijdens de coronapandemie. Ook overige chemische producten kenden in diezelfde periode een daling. De onderliggende oorzaken van deze ontwikkeling zijn in dit onderzoek niet afzonderlijk onderzocht.
4) Voor meer informatie over het concept van voorraadvorming, zie CBS (2024a). De invoer voor voorraadvorming werd berekend volgens dezelfde algemene methode als beschreven in Walker et al. (2024).
5) Voor een toelichting op de belangrijkste toepassingen van de top materialen in de Nederlandse economie, zie ook de vorige publicatie (Aerts et al., 2025).
6) De productcategorieën in deze alinea zijn gebaseerd op de CPA2-indeling, een relatief hoog aggregatieniveau.