Samenvatting
Hoofdstuk 1
In 2025 en 2026 is de wereldwijde concurrentie om kritieke materialen verder toegenomen. De EU heeft ambitieuze doelstellingen om haar afhankelijkheid van landen buiten de EU te verkleinen, maar ondervindt problemen bij de uitvoering daarvan. China heeft zijn exportcontroles op verschillende kritieke materialen verder aangescherpt, terwijl de Verenigde Staten via investeringen en internationale samenwerkingsverbanden actief proberen hun toegang tot kritieke materialen veilig te stellen. Voor defensie en de energietransitie vormt de beschikbaarheid van deze materialen een steeds belangrijker vraagstuk.
Op de langere termijn speelt technologische afhankelijkheid een steeds grotere rol. China loopt voorop in hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek op kritieke technologiegebieden en investeert ook veel in technologieën die naar verwachting verder aan belang winnen, waaronder geavanceerde AI. Naast kritieke materialen is het daarom ook zinvol om te kijken naar andere, niet-kritieke materialen die periodiek in de bredere Europese grondstoffenbeoordeling worden meegenomen en die in deze publicatie als gemonitorde materialen worden aangeduid. Een belangrijk deel van de Nederlandse afhankelijkheid van kritieke materialen loopt bovendien via geïmporteerde producten die kritieke materialen bevatten, zoals computers uit China. Daarom kijkt deze publicatie zowel naar de materialen zelf als naar producten waarin kritieke of gemonitorde materialen zijn verwerkt.
Hoofdstuk 2
Nederland is na Duitsland de grootste EU-importeur van kritieke en gemonitorde materialen en producten met kritieke en gemonitorde materialen. Wanneer de intra-EU-handel buiten beschouwing blijft, is het verschil een stuk kleiner dan inclusief intra-EU-handel, omdat Nederland veel goederen uit niet-EU-landen doorvoert naar Duitsland (en Duitsland die dan meerekent als eigen import). Zonder intra-EU-handel is Nederland zelfs de grootste EU-importeur van kritieke materialen uit landen buiten de EU.
Aluminium heeft het grootste aandeel in de importwaarde van kritieke materialen. Bij de gemonitorde materialen en producten met gemonitorde materialen is ijzer het belangrijkste. Bij producten met kritieke materialen zijn zeldzame aardmetalen en platinagroepmetalen toonaangevend. In termen van importgewicht zijn cokeskolen het belangrijkste kritieke materiaal en ijzer het belangrijkste bij (producten met) gemonitorde materialen. Bij producten met kritieke materialen heeft aluminium het grootste aandeel in het importgewicht.
Noorwegen is de grootste leverancier van kritieke materialen naar importwaarde, vooral door aluminium. China is de grootste leverancier van producten met kritieke materialen, waarbij producten met zeldzame aardmetalen een belangrijke rol speelden. Duitsland is de grootste leverancier van (producten met) gemonitorde materialen, waarbij vooral ijzer belangrijk is. Wanneer de vier importgroepen worden samengenomen, is China de grootste leverancier van Nederland.
Hoofdstuk 3
In dit hoofdstuk bekijken we de importcijfers vanuit het perspectief van economische eigendomsoverdracht in plaats van fysieke grensoverschrijding. Quasi-doorvoer blijft in deze benadering buiten beschouwing, waardoor de invoerwaarde lager uitvalt dan in hoofdstuk 2.
In 2024 bedroeg de invoer van kritieke materialen volgens dit concept 12,4 miljard euro, goed voor 2,4 procent van de totale goedereninvoer. Van de 12,4 miljard euro aan ingevoerde kritieke materialen in 2024 bestond ruim 7,0 miljard euro, oftewel 56,7 procent, uit invoer voor wederuitvoer. Twee derde van de wederuitvoer ging naar slechts vier landen: Duitsland, België, Frankrijk en Italië. De invoer van kritieke materialen voor verwerking door bedrijven in Nederland bedroeg 5,4 miljard euro. Daarvan werd 2,3 miljard euro gebruikt voor de binnenlandse markt, en 3,1 miljard euro voor de uitvoer.
In 2024 importeerden 6 810 bedrijven één of meerdere kritieke materialen, oftewel 7,9 procent van alle bedrijven in Nederland die goederen invoerden. Relatief veel bedrijven waren daarmee betrokken bij de invoer van kritieke materialen, terwijl deze materialen slechts 2,4 procent van de totale invoerwaarde vertegenwoordigden. De gemiddelde invoerwaarde per betrokken bedrijf lag daardoor relatief laag. Dit betekent echter niet dat de invoer gelijkmatig over die bedrijven verdeeld was. De importwaarde binnen deze groep was juist sterk geconcentreerd bij een klein aantal grote importeurs. Voor dertien materialen lag dit aandeel boven de 70 procent, onder andere bij veldspaat, helium en grafiet.
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 4 brengt de kritikaliteit van kritieke materialen voor de Nederlandse economie in kaart aan de hand van drie dimensies: het leveringsrisico, de economische impact en de verwachte groei van het gebruik. Daarbij wordt zowel gekeken naar de materialen zelf als naar producten waarin deze materialen zijn verwerkt.
Zes materialen vallen in de totale analyse op door de combinatie van een hoog leveringsrisico met een groot economisch belang en een relatief sterke verwachte groei van het gebruik: gallium, germanium, grafiet, kobalt, niobium en siliciummetaal. Gallium heeft de hoogste totale kritikaliteit. Het leveringsrisico is groot door de sterke concentratie van de wereldwijde productie en verwerking in China, terwijl gallium voor de Nederlandse economie belangrijk is door toepassingen in onder meer halfgeleiders en andere elektronische producten. Voor germanium, grafiet en siliciummetaal neemt het economische belang vooral toe wanneer ook de producten waarin deze materialen zijn verwerkt worden meegenomen. Kobalt en niobium behoren zowel als grondstof of halffabricaat als via verwerkte producten tot de materialen met een hoge kritikaliteit.