Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024

Over deze publicatie

Deze publicatie beschrijft de resultaten van de derde meting van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (PHGSG) 2024. Het onderzoek is uitgevoerd door het CBS als aanvullende statistische dienstverlening voor het WODC, evenals in 2020 en 2022. Centraal staat de prevalentie van slachtofferschap van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, meer specifiek van psychisch geweld in huiselijke kring, fysiek geweld in huiselijke kring, stalking door ex-partner, offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld. Tevens wordt ingegaan op wie de plegers waren, wat de gevolgen voor de slachtoffers zijn/waren, en met wie de slachtoffers over hun ervaringen hebben gepraat.

Samenvatting

 In deze samenvatting komen achtereenvolgens aan de orde:

  • Aanleiding voor het onderzoek
  • Opzet van het onderzoek
  • Onderwerp van het onderzoek
  • Antwoorden op de onderzoeksvragen
  • Aanvullende thema's
  • Maatschappelijke context van het onderzoek.

1. Aanleiding voor het onderzoek

De aanleiding voor de start van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag1) (PHGSG) in 2020 was het aanbieden van het onderzoek naar de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling (Ten Boom & Wittebrood, 2019) aan de Tweede Kamer. De toenmalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de toenmalige minister voor Rechtsbescherming gaven aan het van belang te vinden dat er frequenter dan voorheen onderzoek wordt gedaan naar de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling (brief d.d. 5 februari 2019). Daarnaast is als antwoord op het maatschappelijke #MeToo debat en het debat in de Tweede Kamer over het rapport van de Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport (Commissie de Vries) destijds een motie aangenomen waarin onder meer is vastgesteld dat er geen goed beeld is van de omvang en ontwikkeling van gevallen van seksuele intimidatie en seksueel geweld. De motie verzoekt de regering onder andere om periodiek kwantitatief wetenschappelijk onderzoek te laten verrichten zodat de ontwikkelingen (primair van de omvang) van seksuele intimidatie en seksueel geweld blijvend worden gemonitord en het effect van preventiebeleid kan worden onderzocht.

Na de start van monitor in 2020 vond in 2022 de tweede meting en in 2024 de derde meting plaats. Dit rapport beschrijft de resultaten van de derde (en laatste) meting.

2. Opzet van het onderzoek

De cijfers in deze publicatie zijn gebaseerd op een internetenquête onder een steekproef van de Nederlandse bevolking van 16 jaar of ouder (bijna 14,8 miljoen mensen). Voor het onderzoek zijn honderdduizend mensen benaderd. Ruim 25 duizend mensen hebben de vragenlijst ingevuld, een respons van 25,6 procent. Dit grote aantal respondenten maakt het mogelijk om betrouwbare en gedetailleerde uitspraken te doen over de prevalentie van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland.

3. Onderwerp van het onderzoek

De monitor beschrijft de aard en de mate waarin huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland voorkomen. De data zijn gebaseerd op zelfrapportage, dit betekent dat de respondent verslag doet van zijn eigen gevoelens en ervaringen. Bij huiselijk geweld gaat het om vormen van psychisch geweld in huiselijke kring, fysiek geweld in huiselijke kring, stalking door ex-partner en seksueel grensoverschrijdend gedrag die gepleegd worden door iemand uit de huiselijke kring. De term ‘huiselijke kring’ heeft betrekking op de sociale relatie tussen slachtoffer en pleger. Tot de huiselijke kring worden gezins- en familieleden en ook eventuele (ex-)partners gerekend. Met ‘huiselijke kring’ wordt niet de locatie bedoeld: de voorvallen hoeven niet per se thuis te hebben plaatsgevonden. Seksueel grensoverschrijdend gedrag omvat alle vormen van seksuele intimidatie en seksueel geweld. Seksueel grensoverschrijdend gedrag kan binnen en buiten de huiselijke kring plaatsvinden, zowel online als offline (in de ‘echte wereld’).

In deze monitor worden achtereenvolgens de volgende vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag besproken: psychisch geweld in huiselijke kring, fysiek geweld in huiselijke kring, stalking door ex-partner, offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld. Gevraagd is naar ervaringen die hebben plaatsgevonden in de periode van vijf jaar en 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek. Het slachtofferschap staat centraal. Aangezien het veldwerk van dit onderzoek in maart en april 2024 plaatsvond, heeft de jaarprevalentie van slachtofferschap betrekking op de periode maart/april 2023 tot en met maart/april 2024. Ook komt naar voren in welke mate dit slachtofferschap een structureel karakter heeft (dat wil zeggen ten minste maandelijks plaatsvindt).

Het slachtofferschap van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag is uitgesplitst naar relevante kenmerken van slachtoffers zoals geslacht, genderidentiteit, leeftijd, seksuele oriëntatie, herkomst, de positie van de persoon in het huishouden, het welvaartsniveau van het huishouden en de stedelijkheid van de woongemeente. Uitleg over deze kenmerken is te vinden in paragraaf 1.2 van de Inleiding.

Ook wordt beschreven wie de plegers zijn, wat de gevolgen voor de slachtoffers zijn, en met wie de slachtoffers over hun ervaringen hebben gepraat. Aanvullende onderwerpen zijn slachtofferschap van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kinderjaren of in een andere periode in het leven, het zelf plegen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, en het vermoeden, horen of zien van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag bij iemand in de omgeving.

4. Antwoorden op de onderzoeksvragen

Voor de monitor zijn in overleg met het Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum (WODC) een aantal doelstellingen en daaraan gekoppelde onderzoeksvragen geformuleerd. Deze worden hieronder weergegeven en beantwoord.

Jaarprevalentie huiselijk geweld

In 2024 gaf 9 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (bijna 1,3 miljoen mensen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld. Het gaat hier ook om huiselijk geweld van seksueel grensoverschrijdende aard. Bijna 7 procent van de mensen van 16 jaar of ouder (990 duizend mensen) is structureel slachtoffer geweest van huiselijk geweld, dit betekent dat ze in de afgelopen 12 maanden ten minste één bepaalde vorm van huiselijk geweld (bijna) dagelijks, wekelijks of maandelijks hebben meegemaakt.

Uitgesplitst naar de verschillende vormen van huiselijk geweld werd 6 procent slachtoffer van psychisch geweld in huiselijke kring (870 duizend mensen). Het gaat dan bijvoorbeeld om voorvallen waarbij het slachtoffer structureel (maandelijks, wekelijks of dagelijks) wordt geïntimideerd, gekleineerd of gecontroleerd. Een specifieke vorm van psychisch geweld in huiselijke kring is dwingende controle in huiselijke kring. Hiervan werd 1 procent (bijna 200 duizend mensen) in de afgelopen 12 maanden slachtoffer.

In de afgelopen 12 maanden gaf 4 procent van de mensen van 16 jaar of ouder (ruim 530 duizend mensen) aan slachtoffer te zijn geweest van fysiek geweld in huiselijke kring, waarvan 9 procent (50 duizend mensen) zei dat dit geweld structureel plaatsvond. Fysiek geweld gaat over ervaringen waarbij werd gedreigd met geweld, het slachtoffer werd verwond of een poging daartoe werd gedaan. De voorvallen lopen uiteen van dreigen met pijn doen tot poging tot verstikking of verwondingen door het gebruik van wapens.

Van de mensen van 16 jaar of ouder met een ex-partner gaf 2 procent (ruim 210 duizend mensen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van stalking door een ex-partner. Door het herhaalde karakter gaat het bij stalking, net zoals bij psychisch geweld, per definitie om een structurele vorm van huiselijk geweld.

Jaarprevalentie seksueel grensoverschrijdend gedrag

In 2024 werd 12 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (ruim 1,7 miljoen mensen) slachtoffer van een of meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen 12 maanden. Van de mensen van 16 jaar of ouder werd 2 procent (230 duizend mensen) structureel slachtoffer van deze vorm van geweld.

Uitgesplitst naar de verschillende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, gaf 8 procent van de mensen van 16 jaar of ouder (bijna 1,2 miljoen mensen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van offline seksuele intimidatie2). Bij 14 procent van de slachtoffers (ruim 160 duizend mensen) had de intimidatie een structureel karakter. Offline seksuele intimidatie gaat over ervaringen met seksuele intimidatie die plaatsvonden in de ‘echte wereld’, dus niet online, waarbij er geen lichamelijk contact was tussen pleger en slachtoffer. Deze vorm van seksuele intimidatie kan variëren van seksueel getinte opmerkingen tot het moeten aanschouwen van seksuele handelingen.

Van de bevolking van 16 jaar of ouder gaf 5 procent (ruim 760 duizend mensen) aan dat ze in de afgelopen 12 maanden slachtoffer zijn geweest van online seksuele intimidatie. Voor 14 procent van de slachtoffers (bijna 105 duizend mensen) was dit structureel. Bij deze vorm van intimidatie gaat het om ongewenst seksueel gedrag dat via het internet, bijvoorbeeld via sociale media, WhatsApp, (video)chat of e-mail, plaatsvond. Voorbeelden zijn seksueel kwetsende opmerkingen of gedwongen worden om online seksuele handelingen te verrichten.

Van de mensen van 16 jaar of ouder zei 4 procent (ruim 520 duizend mensen) in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van fysiek seksueel geweld. Voor 4 procent van de slachtoffers (bijna 20 duizend mensen) was dit structureel. Het gaat om situaties waarbij grensoverschrijdend lichamelijk contact plaatsvond, variërend van ongewenste aanrakingen tot verkrachting.

Overlap tussen huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag

Huiselijk geweld kan seksueel grensoverschrijdend van aard zijn, en andersom kan seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring plaatsvinden. Deze overlap tussen huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag is relatief klein: 1 procent van de mensen van 16 jaar of ouder (bijna 205 duizend mensen) werd slachtoffer van huiselijk seksueel grensoverschrijdend gedrag, terwijl 8 procent (1,2 miljoen mensen) slachtoffer werd van huiselijk geweld dat geen seksueel grensoverschrijdend karakter had. Omgekeerd vindt seksueel grensoverschrijdend gedrag voor het grootste deel niet in huiselijke kring plaats: 11 procent van de mensen van 16 jaar of ouder (bijna 1,6 miljoen mensen) is slachtoffer geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag door een (al dan niet onbekende) pleger buiten de huiselijke kring. Bij 1 procent (bijna 205 duizend mensen) gebeurde dit binnen de huiselijke kring.

Ontwikkeling huiselijk geweld 2020–2024

De jaarprevalentie van huiselijk geweld in 2024 (9 procent) verschilt niet van die van 2020 en 2022 (toen ook 9 procent). Dit geldt ook voor de onderliggende vormen van huiselijk geweld: psychisch geweld in huiselijke kring (6 procent in alle drie de jaren), fysiek geweld in huiselijke kring (4 procent in alle drie de jaren), en stalking door een ex-partner (2 procent in alle drie de jaren).

Ontwikkeling seksueel grensoverschrijdend gedrag 2020–2024

In 2024 was de jaarprevalentie van seksueel grensoverschrijdend gedrag 12 procent, vergelijkbaar met 2020 (11 procent), maar lager dan in 2022 (13 procent). De jaarprevalentie van offline seksuele intimidatie is in 2024 (8 procent) hoger dan in 2020 (toen 7 procent), maar vergelijkbaar met 2022 (toen 9 procent). De jaarprevalentie van online seksuele intimidatie is in 2024 (5 procent), na een stijging in 2022 (toen 6 procent), weer vergelijkbaar met 2020 (toen 5 procent). Tussen 2020 en 2024 is het aandeel slachtoffers van fysiek seksueel geweld in de afgelopen 12 maanden niet significant veranderd (in 2020 en 2022 was dat 3 procent en in 2024 is dat 4 procent).

Verschillen in slachtofferschap huiselijk geweld tussen bevolkingsgroepen

Vrouwen zijn ongeveer even vaak slachtoffer van huiselijk geweld als mannen (10 tegen 7 procent, geen significant verschil). Jongeren zijn vaker slachtoffer dan ouderen. In 2024 werd 24 procent van de 16- tot 18-jarigen in de afgelopen 12 maanden slachtoffer van huiselijk geweld. Bij 18- tot 24-jarigen was dat 19 procent. Van de 65-plussers was 2 procent slachtoffer. Ook bi-plus vrouwen (17 procent) en mensen die zich identificeren als non-binair/genderqueer (26 procent) worden relatief vaak slachtoffer.

Verschillen in slachtofferschap seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen bevolkingsgroepen

Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn vrouwen meer dan twee keer zo vaak slachtoffer dan mannen (16 tegen 7 procent). Jongeren zijn vaker slachtoffer dan ouderen. In 2024 was 25 procent van de 16- tot 18-jarigen en 30 procent van de 18- tot 24-jarigen slachtoffer. Bij 65-plussers was dat 3 procent. Van de jonge vrouwen van 16 tot 18 jaar is ruim een derde (36 procent) slachtoffer geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bij vrouwen van 18 tot 24 jaar was dat twee vijfde (43 procent). Bi-plus vrouwen en mensen die zich identificeren als non-binair/genderqueer zijn relatief vaak slachtoffer (respectievelijk 34 en 31 procent). Ook mensen met een afgeronde hbo- of wo-opleiding en inwoners van meer verstedelijkte gemeenten zijn relatief vaak slachtoffer (respectievelijk 14 procent en 16 procent).

Huiselijk geweld wordt het vaakst door een partner of ex-partner gepleegd. Bij psychisch geweld in huiselijke kring geeft 41 procent van de slachtoffers aan dat de partner de pleger was, 19 procent noemt de ex-partner. Bij fysiek geweld in huiselijke kring liggen deze percentages met respectievelijk 31 en 11 procent lager. Ouders, broers, zussen, kinderen of andere familieleden worden minder vaak als pleger aangewezen.

Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag komt het overgrote deel van de plegers niet uit huiselijke kring. Bij offline en online seksuele intimidatie ging het bij ongeveer de helft van de slachtoffers om een onbekende. Bij fysiek seksueel geweld kennen de meeste slachtoffers (61 procent) de pleger. Plegers van buiten de huiselijke kring die relatief vaak genoemd worden zijn kennissen van uitgaan/feestjes, collega’s, dates, goede vrienden/vriendinnen, en – bij online seksuele intimidatie – online kennissen.

Bij de interpretatie van de cijfers over de gevolgen moet rekening worden gehouden met het feit dat binnen de onderscheiden vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag de voorvallen qua ernst en impact op het slachtoffer sterk kunnen verschillen. Bij fysiek seksueel geweld variëren de onderzochte voorvallen van bijvoorbeeld ongewenst zoenen tot ongewenste geslachtsgemeenschap (verkrachting). Duidelijk is dat de negatieve gevolgen voor de slachtoffers van het eerstgenoemde voorval anders zijn dan die voor de slachtoffers van het laatstgenoemde voorval. Dat blijkt ook uit de cijfers.

In 2024 zei 64 procent van de slachtoffers van psychisch geweld in huiselijke kring in de afgelopen 12 maanden negatieve gevolgen te hebben (gehad). Van de slachtoffers van fysiek geweld in huiselijk kring gaf 49 procent dat aan, van de slachtoffers van stalking door de ex-partner 67 procent.

Slachtoffers van offline seksuele intimidatie (24 procent), online seksuele intimidatie (20 procent) en fysiek seksueel geweld (32 procent) zeiden negatieve gevolgen te ervaren van het voorval. Het is belangrijk om op te merken dat bij fysiek seksueel geweld een ruime meerderheid (66 procent) gevolgen ondervindt als enkel wordt gekeken naar seksuele handelingen (ongewenste ervaringen met aftrekken of vingeren, orale seks, geslachtsgemeenschap of anale seks).

Wanneer gekeken wordt naar de aard van de gevolgen, komen bij huiselijk geweld psychische problemen het meest voor, gevolgd door relatieproblemen. Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn psychische problemen ook het meest genoemde negatieve gevolg, gevolgd door seksuele problemen.

De meerderheid van de slachtoffers van huiselijk geweld praat met iemand over hun ervaringen. Van de slachtoffers van huiselijk geweld zegt, afhankelijk van de ervaring, 70 tot 80 procent met iemand te hebben gepraat. Het meest wordt gesproken met mensen in de eigen sociale kring: vooral met vrienden/vriendinnen (30 tot 50 procent), de partner (20 tot 40 procent) of andere gezins- of familieleden (30 tot 40 procent). Ook wordt relatief vaak met professionele hulpverleners gesproken, zoals (huis)artsen, psychologen of maatschappelijk werkers (ongeveer 30 procent).

Afhankelijk van de ervaring, praat 60 tot 70 procent van de slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag met iemand over hun ervaringen. Met vrienden/vriendinnen (35 tot 50 procent) wordt het meest gesproken, gevolgd door de partner (15 tot 25 procent) en andere gezins- of familieleden (10 tot 15 procent). Met professionele hulpverleners praat 5 tot 10 procent van de slachtoffers.

Slachtoffers leggen naar verhouding weinig contact met instanties zoals de politie, Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld. Afhankelijk van de ervaring wordt door 4 tot 9 procent van de slachtoffers van huiselijk geweld gepraat met de politie. Bij slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag is dat 1 procent. Met medewerkers van Veilig Thuis praten, afhankelijk van de ervaring, 2 tot 3 procent van de slachtoffers van huiselijk geweld. Met hulpverleners van het Centrum Seksueel Geweld praten minder dan 0,5 procent van de slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

5. Aanvullende thema’s

Huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kinderjaren

In 2024 gaf 16 procent van de mensen van 16 jaar of ouder aan dat zij in de kinderjaren (tot 12-jarige leeftijd) slachtoffer zijn geweest van fysiek geweld in huiselijke kring. Ongeveer 6 procent was in hun kinderjaren slachtoffer van respectievelijk offline seksuele intimidatie en van fysiek seksueel geweld. Online seksuele intimidatie werd door 4 procent als kind meegemaakt. Deze vorm van intimidatie kan alleen de relatief jongere generaties hebben getroffen omdat er vroeger nog geen internet was.

Het slachtofferschap in de kinderjaren hangt samen met het recente slachtofferschap. Zo had twee vijfde (41 procent) van de slachtoffers van fysiek geweld in huiselijke kring voor hun twaalfde levensjaar ook te maken met deze vorm van geweld. Van de mensen die in 2024 geen slachtoffer zijn geweest is dit 15 procent. Ook bij offline seksuele intimidatie (19 tegen 4 procent), online seksuele intimidatie (14 tegen 2 procent) en fysiek seksueel geweld (15 tegen 6 procent) ligt het aandeel slachtoffers hoger bij mensen die ook in hun kinderjaren slachtoffer waren.

Huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag gedurende het leven

Een kwart van de bevolking van 16 jaar of ouder is weleens slachtoffer geweest van fysiek geweld in huiselijke kring (25 procent). Een vijfde kreeg op enig moment in zijn leven te maken met offline seksuele intimidatie (20 procent). Eveneens 20 procent kreeg te maken met fysiek seksueel geweld. Ruim 10 procent is ooit slachtoffer geweest van online seksuele intimidatie.

Zelfgerapporteerd plegerschap van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag

Van de mensen van 16 jaar of ouder geeft 2 procent aan dat het in de afgelopen 12 maanden weleens is voorgekomen dat zijzelf binnen de huiselijke kring lichamelijk agressief, controlerend en/of intimiderend zijn geweest. Ook kan het gaan om ongewenst seksueel gedrag of het stalken van een ex-partner. Dit zijn ongeveer 300 duizend mensen. Tussen 2020 en 2024 is het aandeel zelfgerapporteerd plegerschap niet gewijzigd.

Het slachtofferschap van huiselijk geweld en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag in de huiselijk kring hangt samen met het zelfgerapporteerd plegerschap. Van de mensen die zeggen slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld, geeft 12 procent aan zelf ook agressief, controlerend of intimiderend gedrag te hebben vertoond in de huiselijke kring. Van de mensen die geen slachtoffer zijn geweest is dit 1 procent. Ook mensen die aangeven in de kindertijd slachtoffer te zijn geweest van fysiek geweld in huiselijke kring, seksuele intimidatie en/of seksueel geweld geven met 6 procent vaker aan zelf pleger te zijn dan mensen die geen slachtoffer waren in de kindertijd (1 procent).

Ervaringen met huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag bij iemand in omgeving

In totaal geeft 26 procent aan weleens ervaringen te hebben gehad met huiselijk geweld bij iemand in de omgeving. Bij 18 procent gaat het om een vermoeden, en 11 procent heeft het (ook) gehoord of gezien. Seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt minder vaak vermoed (7 procent) en/of waargenomen in de omgeving (7 procent). In totaal geeft 13 procent aan weleens ervaringen te hebben gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag bij iemand in de omgeving.

Van de mensen die weleens hebben gehoord of gezien dat huiselijk geweld in hun omgeving plaatsvond, heeft 7 procent ingegrepen. Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag geeft 11 procent dat aan.

Vaker wordt er met iemand over de ervaringen gepraat. Bijna driekwart (73 procent) zegt dit te hebben gedaan toen zij huiselijk geweld in hun omgeving vermoedden, hoorden of zagen. Als het gaat om seksueel grensoverschrijdend gedrag geeft eveneens 73 procent dit aan. In de meeste gevallen is gesproken met het slachtoffer zelf. Met de (vermoedelijke) pleger, een hulpverlener of de politie is minder vaak gepraat.

6. Maatschappelijke context

Coronapandemie

Waar in 2020 en 2022 de coronapandemie impact heeft gehad op de prevalentiecijfers van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, speelde dit niet in dezelfde mate in 2024. Er waren toen aanzienlijk minder gevallen van corona en van beperkende maatregelen was geen sprake meer. In de vergelijking van deze jaarprevalenties moet rekening worden gehouden met het verschil in maatschappelijke context als gevolg van de coronapandemie.

Media-aandacht

Daarnaast speelde er in 2022 nog een ander maatschappelijk thema dat in 2020 en 2024 niet zodanig actueel was: de media-aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. De gebeurtenissen bij The Voice of Holland naar aanleiding van het online programma BOOS zijn hier een voorbeeld van. Er zijn aanwijzingen dat de aandacht voor dit thema tot een verhoogde rapportage van seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft geleid. De nasleep hiervan kan ook nog van invloed zijn op de uitkomsten van PHGSG 2024.

1) De in 2020 gehanteerde naamgeving van de ‘Prevalentiemonitor Huiselijk geweld en Seksueel Geweld’ is in 2022 veranderd in ‘Prevalentiemonitor Huiselijk geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag’. Dit is gedaan omdat het bij de seksuele voorvallen niet alleen gaat om seksueel geweld maar ook om seksuele intimidatie. Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een betere overkoepelende term om deze verschillende soorten seksuele voorvallen te omschrijven.
2) Offline seksuele intimidatie is seksuele intimidatie die niet via internet plaatsvindt. Het is dus de tegenhanger van online seksuele intimidatie. Om dit te benadrukken is de naamgeving veranderd: in de PHGSG 2020 heette deze vorm van seksuele intimidatie ‘niet-fysieke seksuele intimidatie’.

1. Inleiding

Hoeveel Nederlanders waren in 2024 slachtoffer van huiselijk geweld en van seksueel grensoverschrijdend gedrag? Wie zijn de plegers van dit geweld? Wat zijn de gevolgen voor het slachtoffer? Praten ze over hun ervaringen? En hoe heeft het slachtofferschap van huiselijk geweld en van seksueel grensoverschrijdend gedrag zich tussen 2020 en 2024 ontwikkeld? Deze vragen, en nog meer, worden in deze Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (PHGSG) 2024 beantwoord.

Deze publicatie heeft als doel de jaarprevalentie van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland van de bevolking van 16 jaar of ouder systematisch in beeld te brengen. Ook wordt onderzocht of de jaarprevalentie in de tijd aan verandering onderhevig is. In deze editie (2024) gaat het om de tweede vervolgmeting. In 2020 was de eerste meting en in 2022 de eerste vervolgmeting. Herhaling van de monitor in 2026 en 2028 wordt op een later moment bepaald. Mogelijk maken eventuele volgende metingen langetermijntrends in de ontwikkeling van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag inzichtelijk.

De aanleiding om in 2020 te starten met de monitor was het aanbieden van het onderzoek naar de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling (Ten Boom & Wittebrood, 2019) aan de Tweede Kamer. De toenmalige minister van VWS en de toenmalige minister voor Rechtsbescherming gaven aan het van belang te vinden dat er vaker dan voorheen onderzoek wordt gedaan naar de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling (brief d.d. 5 februari 20193)). Daarnaast is naar aanleiding van het maatschappelijke #MeToo debat en het debat in de Tweede Kamer over het rapport van de Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport (Commissie de Vries) destijds een motie aangenomen waarin onder meer wordt vastgesteld dat er geen goed beeld is van de omvang en ontwikkeling van seksuele intimidatie en seksueel geweld4). De motie verzocht de regering onder andere om kwantitatief wetenschappelijk onderzoek te laten verrichten, dat periodiek herhaald wordt, zodat de ontwikkelingen (primair van de omvang) van seksuele intimidatie en seksueel geweld blijvend worden gemonitord en het effect van preventiebeleid kan worden onderzocht.

Om aan de toezegging en motie die de aanleiding voor het onderzoek vormden tegemoet te komen, heeft het Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum (WODC) op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) aan het CBS gevraagd een tweejaarlijkse monitor te ontwikkelen naar de jaarprevalentie van huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksueel geweld onder de Nederlandse bevolking van 16 jaar of ouder.

1.1 Opzet van het onderzoek

Doelstelling en onderzoeksvragen

De PHGSG heeft als doelstelling het verkrijgen van inzicht in de aard en omvang van slachtofferschap van huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksueel geweld onder de Nederlandse bevolking van 16 jaar of ouder. Ook het verkrijgen van inzicht in de trend van de jaarprevalentie van huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksueel geweld is een doelstelling van de monitor.

Daarnaast dient de monitor antwoord te geven op de volgende vragen:

  • Bestaan er verschillen in de aard en omvang van slachtofferschap van huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksueel geweld tussen verschillende bevolkingsgroepen (geslacht, leeftijd, seksuele oriëntatie en andere relevante groepen)?
  • Wie zijn de plegers van huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksueel geweld?
  • Wat zijn de door slachtoffers ervaren gevolgen van huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksueel geweld?
  • In hoeverre praten slachtoffers van huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksueel geweld met anderen over hun ervaringen?

Er komt ook een aantal aanvullende thema’s aan de orde. Het gaat daarbij om slachtofferschap in de kinderjaren of in een andere periode in het leven, het zelfgerapporteerd plegerschap en ervaringen die mensen hebben met huiselijk geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag bij iemand in hun omgeving.

Dataverzameling

De cijfers in de PHGSG 2024 zijn gebaseerd op een internetenquête onder de Nederlandse bevolking van 16 jaar of ouder (bijna 14,8 miljoen mensen). Het onderzoek vond plaats tussen begin maart en eind april 2024. Voor het onderzoek zijn honderdduizend mensen benaderd. Ruim 25 duizend mensen hebben de vragenlijst ingevuld, een respons van 25,6 procent. Dat is hoger dan in 2022 (toen 24,2 procent), maar lager dan in 2020 (toen 30,5 procent). Het grote aantal respondenten maakt het mogelijk om betrouwbare en gedetailleerde uitspraken te doen over de prevalentie van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in Nederland. 

Projectvoering en begeleidingscommissie

De monitor is uitgevoerd door het CBS als aanvullende statistische dienst voor het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). De begeleiding van het onderzoek is gedaan door een commissie die naast vertegenwoordigers van het WODC bestaat uit inhoudelijke en methodologische experts van wetenschappelijke kennisinstellingen (Tilburg University, Universiteit Utrecht en Verwey-Jonker Instituut) en vertegenwoordigers van het ministerie van JenV en het ministerie van VWS.

De publicatie wordt uitgebracht als webpublicatie en in pdf-vorm, en is beschikbaar via de website van het CBS en het WODC.

1.2 Concepten en operationaliseringen

Huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag

Bij huiselijk geweld gaat het om vormen van psychisch geweld (waaronder dwingende controle) in huiselijke kring, fysiek geweld in huiselijke kring, stalking door een ex-partner en seksueel grensoverschrijdend gedrag gepleegd door iemand uit de huiselijke kring. De term ‘huiselijke kring’ gaat over de sociale relatie tussen slachtoffer en pleger. Tot de huiselijke kring worden gezins- en familieleden en ook eventuele (ex-)partners gerekend. Met ‘huiselijke kring’ wordt niet de locatie bedoeld: ervaringen hoeven niet per se thuis te hebben plaatsgevonden. Seksueel grensoverschrijdend gedrag gaat over alle vormen van seksuele intimidatie en geweld. Seksueel grensoverschrijdend gedrag kan binnen en buiten de huiselijke kring plaatsvinden, zowel offline als online.

Huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben overlap: seksuele voorvallen die in huiselijke kring plaatsvinden vallen ook onder huiselijk geweld. Ondanks deze overlap is er in deze publicatie gekozen voor een aparte beschrijving van de prevalentie van huiselijk geweld en die van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het samenvoegen ervan zou geen recht doen aan de inhoudelijke en beleidsmatig relevante verschillen tussen beide vormen van geweld.

Conceptualisering

In deze paragraaf worden de belangrijkste concepten die in deze monitor centraal staan en de operationalisering ervan toegelicht. Hieronder volgt een overzicht van de vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag waarnaar is gevraagd en voorbeelden van onderzoeksitems waarmee deze in de vragenlijst zijn geoperationaliseerd. In totaal zijn er meer dan zestig items aan de respondenten voorgelegd. Deze zijn beschreven in de afzonderlijke hoofdstukken. Voor de exacte formulering van de items kan de vragenlijst worden geraadpleegd5).

Vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag
ConceptVoorbeelden van operationalisering
Psychisch geweld in huiselijke kringStructureel verbale agressie
– Iemand beledigde u en/of vloekte tegen u
– Iemand schreeuwde en/of gilde tegen u
– Iemand treiterde of pestte u
Dreiging en intimidatie
– Iemand kleineerde of vernederde u
– Iemand maakte u bang of intimideerde u
– Iemand dreigde zichzelf of uw geliefden iets aan te doen
Dwingende controle
– Iemand hield u de hele tijd weg bij uw familie en/of vrienden
– Iemand bepaalde voor u waaraan u uw geld mocht uitgeven
– Iemand controleerde regelmatig of de hele tijd uw post, telefoontjes, berichten, e-mails, of sociale media
Fysiek geweld in huiselijke kringIemand dreigde een mes of ander wapen tegen u te gebruiken
Iemand heeft u geschopt
Iemand heeft geprobeerd om u te verstikken of te wurgen
Stalking door ex-partnerEen ex-partner belde u regelmatig, terwijl u dit niet wilde (inclusief opgehangen, voicemail en berichten)
Een ex-partner bespioneerde u bijvoorbeeld met een verborgen camera, opnameapparatuur of andere technologie
Een ex-partner is uw auto of huis binnen gegaan zonder uw toestemming, of heeft dit geprobeerd
Offline seksuele intimidatieIemand bleef aandringen op een date, terwijl u dat niet wilde
(binnen en buiten huiselijke kring)Iemand staarde naar u op een seksuele manier, terwijl u dat niet wilde
Iemand maakte een naaktfoto of seksfilmpje van u, terwijl u dat niet wilde
Online seksuele intimidatieIemand maakte online seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes
(binnen en buiten huiselijke kring)Iemand bleef online aandringen op seks met hem/haar, terwijl u dat niet wilde
Iemand maakte online een naaktfoto of seksfilmpje van u, terwijl u dat niet wilde
Fysiek seksueel geweld1)Iemand zoende u, terwijl u dat niet wilde
Orale seks (seks met de mond), terwijl u dat niet wilde
Geslachtsgemeenschap (penis of voorwerp in lichaam binnen dringen), terwijl u dat niet wilde
1) Vanaf 2024 is het item met betrekking tot gedwongen prostitutie komen te vervallen.

In de Onderzoeksverantwoording is beschreven hoe op basis van deze afzonderlijke vormen van huiselijk geweld, seksuele intimidatie en seksueel geweld de bredere concepten ‘huiselijk geweld’ en ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag’ zijn geoperationaliseerd.

Achtergrondkenmerken

Het slachtofferschap van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag is uitgesplitst naar kenmerken van slachtoffers zoals geslacht, genderidentiteit, leeftijd, seksuele oriëntatie, herkomst, de positie van de persoon in het huishouden, het welvaartsniveau van het huishouden en de stedelijkheid van de woongemeente. Hieronder worden enkele van deze kenmerken nader toegelicht.

Genderidentiteit

Hoe iemand zich voelt op het vlak van gender wordt ook wel genderidentiteit genoemd. Dit hoeft niet per se samen te hangen met het geslacht toegewezen bij de geboorte. Iemand kan zich vrouw of man voelen, maar er zijn ook andere genderidentiteiten zoals non-binair of genderqueer. In de PHGSG 2024 wordt voor het eerst gevraagd naar genderidentiteit. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vrouw, man en non-binair/genderqueer (NBGQ). Deze laatste groep is een overkoepelende term voor iedereen die zich niet eenduidig als man of vrouw identificeert.

Seksuele oriëntatie

Het kenmerk seksuele oriëntatie beschrijft tot wie iemand zich seksueel aangetrokken voelt. In PHGSG 2024 wordt ten opzichte van de voorgaande metingen een iets afwijkende indeling gebruikt. Waar in 2020 en 2022 de indeling van seksuele oriëntatie was gebaseerd op iemands geslacht, wordt in 2024 iemands genderidentiteit gebruikt. Op basis hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen heteroseksueel (alleen aangetrokken tot iemand van het tegenovergestelde gender), homoseksueel (alleen aangetrokken tot iemand van hetzelfde gender), bi-plus (aangetrokken voelen tot meer dan één gender) en aseksueel (niet of nauwelijks aangetrokken tot andere mensen). Waar voorheen de term ‘biseksueel’ werd gebruikt, wordt nu gesproken over bi-plus. Dit is een bredere en meer inclusieve term.

Herkomst

In PHGSG 2020 en 2022 werd gebruik gemaakt van het kernmerk migratieachtergrond. In 2022 is het CBS overgegaan op een nieuwe indeling en terminologie. Herkomst wordt bepaald op basis van de vraag of een persoon en diens ouders wel of niet in Nederland zijn geboren, dan wel in combinatie met het herkomstland. In deze publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen mensen met een Nederlandse herkomst (zelf en beide ouders in Nederland geboren), mensen met een Europese herkomst (zelf en/of beide ouders in een ander Europees land dan Nederland geboren) en mensen met een herkomst buiten Europa (zelf en/of beide ouders in een land buiten Europa geboren).

Welvaartsniveau van het huishouden

Het welvaartsniveau wordt gebaseerd op het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen en het vermogen van huishoudens. Op basis van het inkomen en welvaart van het huishouden zijn huishoudens opnieuw geordend van laag naar hoog en in vijf gelijke groepen (kwintielgroepen) ingedeeld. Huishoudens in de laagste welvaartsgroep hebben een laag inkomen én een laag vermogen. Naarmate het inkomen of vermogen hoger is, wordt een huishouden in een hogere groep (kwintiel) ingedeeld. Alle mensen in een huishouden behoren tot dezelfde kwintielgroep als het huishouden.

Stedelijkheid van de woongemeente

Het kenmerk stedelijkheid van de woongemeente zegt iets over de adressendichtheid in de omgeving, in dit geval die van de woongemeente. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen zeer sterk stedelijk (2500 of meer adressen per km2), sterk stedelijk (1500 tot 2500 adressen per km2), matig stedelijk (1000 tot 1500 adressen per km2), weinig stedelijk (500 tot 1000 adressen per km2) en niet stedelijk (minder dan 500 adressen per km2).

1.3 Leeswijzer

In de hoofdstukken 2 tot en met 7 worden de afzonderlijke vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag behandeld: psychisch geweld in huiselijke kring, fysiek geweld in huiselijke kring, stalking door ex-partner, offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld.
In hoofdstuk 8 komen aanvullende thema’s aan bod: slachtofferschap in de kinderjaren, slachtofferschap ooit in het leven, het zelf pleger zijn, en vermoedens van of ervaringen met huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in de omgeving. Hoofdstuk 9 geeft een totaalbeeld van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Afgesloten wordt met conclusies in hoofdstuk 10.

Elk hoofdstuk heeft in grote lijnen dezelfde opbouw. Eerst wordt de prevalentie beschreven: welk deel van de Nederlandse bevolking van 16 jaar of ouder is in de afgelopen 5 jaar en in de afgelopen 12 maanden slachtoffer geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag?  Vervolgens is beschreven welk deel van deze slachtoffers heeft aangegeven structureel slachtoffer te zijn geweest. Ook het aantal vormen van geweld en de mate waarin slachtoffers daarmee werden geconfronteerd komen aan de orde. Verder is beschreven wie de plegers waren, wat de gevolgen voor het slachtoffer zijn/waren, en met wie het slachtoffer over de ervaringen heeft gepraat.

Af en toe wordt iets afgeweken van deze opbouw. Bij voorvallen zoals psychisch geweld in huiselijke kring en stalking door de ex-partner ontbreekt de passage over slachtofferschap. Deze vormen hebben immers per definitie een structureel karakter. Bij voorvallen zoals fysiek seksueel geweld daarentegen zijn extra thema’s toegevoegd, zoals de pressiemiddelen die de pleger tegenover het slachtoffer heeft gebruikt en de reactie van het slachtoffer op het geweld.

De bijlagen bevatten tabellen met de belangrijkste cijfers uit deze publicatie, een onderzoeksverantwoording, een verwijzing naar meer cijfermateriaal, een Engelstalige versie van de samenvatting, literatuurreferenties, en een lijst van mensen die aan deze publicatie hebben meegewerkt.

3) Kamerstukken II, 2018-2019, 28345, nr. 207.
4) Kamerstukken II, 2017-2018, 34843, nr. 32.
5) Het vragenlijstdocument bevat naast de vraagteksten ook informatie die noodzakelijk is voor het ontwerp van de internetvragenlijst. De vragenlijst zelf is alleen digitaal afgenomen. Een papieren versie is daarom niet beschikbaar.
6) Vanaf 2024 is het item met betrekking tot gedwongen prostitutie komen te vervallen.
7) Uitzondering hierop is het hoofdstuk psychisch geweld in huiselijke kring waarbij enkel de prevalentie in de afgelopen 12 maanden wordt beschreven. Dit vanwege beperkingen in de vragenlijstopzet.

2. Psychisch geweld in huiselijke kring

Dit hoofdstuk gaat over geweld in huiselijke kring waarbij de pleger structureel verbaal agressief, dreigend en/of intimiderend is naar het slachtoffer. Psychisch geweld loopt uiteen van treiteren en pesten tot vernederen, intimideren en bedreigen. Een specifieke vorm van psychisch geweld is dwingende controle. Deze vorm wordt aan het einde van het hoofdstuk apart belicht.

2.1 Slachtofferschap

In 2024 gaf 6 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (870 duizend mensen) aan dat zij in de afgelopen 12 maanden slachtoffer zijn geweest van een of meerdere vormen van psychisch geweld door iemand uit de huiselijke kring. Dit is vergelijkbaar met 2020 en 2022. Ook de prevalenties van de onderliggende vormen van psychisch geweld zijn niet veranderd tussen 2020 en 2024.

Situaties waarin de pleger het slachtoffer structureel (maandelijks of vaker) kleineerde of vernederde, worden het vaakst genoemd (3 procent). Verder geeft 2 procent aan structureel te maken hebben gehad met schreeuwen, gillen, beledigen, vloeken, bang maken en/of intimidatie in de huiselijke kring.

2.1.1 Slachtoffers psychisch geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden1)
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Psychisch geweld totaal5,96,15,5
waarbij iemand in huiselijke
kring structureel:
Kleineerde of vernederde2,62,42,2
Schreeuwde en/of gilde 2,32,42,2
Beledigde en/of vloekte1,91,91,7
Bang maakte of intimiteerde1,61,71,5
Boos is weggelopen tijdens een ruzie1,11,10,9
Treiterde of pestte0,80,70,6
Dreigde zichzelf iets aan te doen0,70,70,7
Dreigde geliefden iets aan te doen0,30,20,2
Met opzet spullen kapot heeft gemaakt0,10,10,1
Op andere manier controleerde
of intimideerde
1,31,31,3
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Slachtoffers naar kenmerken

Vrouwen krijgen vaker dan mannen te maken met psychisch geweld in de huiselijke kring (7 tegen 5 procent). Ook jongeren tot 24 jaar hebben hier vaker mee te maken dan oudere leeftijdsgroepen. Zo geeft 16 procent van de 16- tot 18-jarigen en 12 procent van de 18- tot 24-jarigen aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van psychisch geweld.

Homoseksuele en bi-plus vrouwen krijgen relatief vaak te maken met psychisch geweld in huiselijke kring. Naast seksuele oriëntatie speelt ook genderidentiteit een rol in de mate van slachtofferschap. Zo krijgen mensen die zich identificeren als non-binair of genderqueer (dus niet eenduidig als man of als vrouw) relatief vaak te maken met psychisch geweld in huiselijke kring (zie Tabellenset). Van de non-binair/genderqueer mensen heeft 21 procent in de afgelopen 12 maanden te maken gehad met deze vorm van geweld.

2.1.2 Slachtoffers psychisch geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   In afgelopen 12 maanden (% personen van 16 jaar of ouder)
Totaal5,9
GeslachtVrouwen6,9
GeslachtMannen4,9
Leeftijd16 tot 18 jaar16,0
Leeftijd18 tot 24 jaar11,7
Leeftijd24 tot 45 jaar7,4
Leeftijd45 tot 65 jaar5,0
Leeftijd65 jaar of ouder1,7
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen10,9
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen6,3
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen11,0
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen6,9
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele vrouwen6,3
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele mannen4,7
Bron: CBS, WODC

Vrouwen krijgen vaker dan mannen te maken met de volgende vormen van psychisch geweld: kleineren of vernederen (3 tegen 2 procent), bang maken of intimideren (2 tegen 1 procent), boos weglopen tijdens een ruzie (1,4 tegen 0,9 procent) en op een andere manier gecontroleerd of geïntimideerd worden (2 tegen 1 procent). Het gaat bij alle vormen om een structureel karakter, dat wil zeggen ervaringen die de hele tijd of regelmatig gebeurden, dan wel maandelijks of vaker.

2.1.3 Slachtoffers psychisch geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden naar geslacht, 20241)
 Vrouwen (% personen van 16 jaar of ouder)Mannen (% personen van 16 jaar of ouder)
Psychisch geweld totaal6,94,9
waarbij iemand in huiselijke
kring structureel:
Kleineerde of vernederde3,41,9
Schreeuwde en/of gilde 2,62,0
Beledigde en/of vloekte2,21,7
Bang maakte of intimiteerde2,31,0
Boos is weggelopen tijdens een ruzie1,40,9
Treiterde of pestte0,90,6
Dreigde zichzelf iets aan te doen0,80,6
Dreigde geliefden iets aan te doen0,30,3
Met opzet spullen kapot heeft gemaakt0,10,1
Op andere manier controleerde
of intimideerde
1,61,0
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.
Vormen van geweld

Onder psychisch geweld vallen structurele verbale agressie8), dreiging en intimidatie9) of een combinatie van beide. Twee vijfde van de slachtoffers van psychisch geweld heeft alleen met een vorm van verbale agressie te maken, een vergelijkbaar deel alleen met dreiging en intimidatie. De kleinste groep slachtoffers heeft met zowel verbale agressie als dreiging en intimidatie te maken (23 procent).

Mannelijke en vrouwelijke slachtoffers krijgen even vaak te maken met een vorm van dreiging en intimidatie (zie Tabellenset). Van structurele verbale agressie worden mannen vaker slachtoffer: 47 procent, bij vrouwelijke slachtoffers is dat 34 procent. Daar staat tegenover dat vrouwen (26 procent) het vaakst slachtoffer worden van zowel verbale agressie als dreiging en intimidatie, bij mannen is dat 19 procent.

2.1.4 Vormen van psychisch geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden, 2024
 In afgelopen 12 maanden
Verbale agressie39,7
Dreiging en intimidatie37,1
Zowel verbale agressie als dreiging en intimidatie23,2
Bron: CBS, WODC
Het betreft hier slachtoffers van psychisch geweld in huiselijke kring van 16 jaar of ouder.

2.2 Plegers

Twee vijfde van de mensen die aangeven in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van psychisch geweld in de huiselijke kring, zegt dat de partner dit deed (zie ook tabel 3 in bijlage A) . Dit is vaker de mannelijke dan de vrouwelijke partner (24 tegen 17 procent). Ruim een kwart van de slachtoffers geeft aan dat de ouder de pleger was. De vader wordt even vaak als pleger aangewezen als de moeder (19 à 20 procent). Verder geeft 11 procent aan dat een broer of een zus de pleger van het geweld was. Ook de mannelijke ex-partner wordt relatief vaak als pleger aangewezen (12 procent).

2.2.1 Plegers psychisch geweld in huiselijke kring1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Mannelijke partner23,6
Moeder19,9
Vader18,7
Vrouwelijke partner17,0
Zoon12,2
Mannelijke ex-partner12,0
Broer11,0
Zus10,8
Dochter10,5
Vrouwelijke ex-partner6,5
Ander mannelijk familielid5,8
Ander vrouwelijk familielid5,7
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

De leeftijd van het slachtoffer speelt een rol als het gaat om de relatie tot de pleger. Waar jongeren (16 tot 24 jaar) het vaakst aangeven dat de ouder, broer of zus de pleger is, geven 24-plussers vaker aan dat de partner de dader was. Zo noemt 63 procent van de 16- tot 24-jarigen de ouder als pleger en 50 procent zei dat dit de broer of zus was. Van de 24-plussers geeft ongeveer de helft aan dat de partner de pleger was.

Geslacht van plegers

Plegers zijn vaker man dan vrouw: bij 37 procent van de slachtoffers is de pleger van psychisch geweld een man en bij 27 procent een vrouw (zie ook tabel 3 in bijlage A) . Ruim een kwart had zowel met mannelijke als met vrouwelijke plegers te maken (28 procent) en 9 procent heeft niet aangegeven wie de pleger was. Bij vrouwelijke slachtoffers is de pleger vaker man dan vrouw (51 tegen 11 procent), terwijl voor mannelijke slachtoffers de pleger vaker vrouw is dan man (48 tegen 16 procent). Het percentage dat zowel met mannelijke als vrouwelijke plegers te maken krijgt verschilt niet naar geslacht van het slachtoffer.

2.3 Gevolgen

Bijna twee derde van de slachtoffers zegt dat het psychisch geweld in huiselijke kring gevolgen heeft gehad. Vrouwelijke slachtoffers ervaren vaker gevolgen dan mannelijke slachtoffers (68 tegen 57 procent, zie Tabellenset).

Psychische problemen worden door slachtoffers het vaakst genoemd. Zo zegt 47 procent van de slachtoffers dat zij hiermee te maken hadden. Ook relatieproblemen worden relatief vaak genoemd (30 procent). Verder geeft 20 procent aan dat zij problemen hadden met (een deel van) de familie. En 16 procent heeft lichamelijke problemen ervaren.

2.3.1 Gevolgen psychisch geweld in huiselijke kring1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Heeft gevolgen gehad63,5
Psychische problemen46,6
Relatieproblemen29,9
Problemen met (een deel van) mijn familie19,5
Lichamelijk problemen15,8
Seksuele problemen10,7
Kon (een tijdje) niet meer werken7,8
Andere problemen met werk en/of opleiding9,5
Andere problemen12,0
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Vrouwelijke slachtoffers (51 procent) geven vaker dan mannelijke slachtoffers (40 procent) aan psychische problemen te hebben gehad (zie Tabellenset). Ook lichamelijke problemen worden door vrouwen vaker genoemd dan door mannen (19 tegen 12 procent). De andere gevolgen worden door vrouwen en mannen even vaak genoemd.

2.4 Praten over ervaringen

Van de mensen die in de afgelopen 12 maanden slachtoffer waren van psychisch geweld heeft 15 procent met niemand gesproken over wat hen overkomen is. Een ruime meerderheid van 81 procent heeft er wel met iemand over gepraat, en 4 procent wil niet zeggen of ze er met iemand over gesproken hebben (zie ook tabel 5 in bijlage A). Vrouwelijke slachtoffers praten er vaker over dan mannelijke slachtoffers (86 tegen 73 procent).

Slachtoffers die praten over wat hen overkomen is, doen dit vooral binnen hun eigen sociale omgeving, bijvoorbeeld met een vriend(in) (44 procent), een ander familie- of gezinslid dan de partner (38 procent) of met de partner (37 procent). Een derde praat erover met een hulpverlener zoals een (huis)arts, psycholoog of maatschappelijk werker. Minder vaak is er contact met een medewerker van Veilig Thuis (2 procent) en de politie (4 procent). Van de slachtoffers die met de politie hebben gesproken, deed bijna twee derde ook aangifte.

2.4.1 Gepraat over psychisch geweld in huiselijke kring1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Met iemand gepraat80,7
Vriend/ vriendin44,1
Ander gezins- of familielid38,1
Partner37,0
Hulpverlener (bijvoorbeeld
(huis)arts, psycholoog)
32,6
Politie3,9
Medewerker van Veilig Thuis2,5
Iemand anders8,6
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

8) Het gaat hier om maandelijks of vaker kleineren of vernederen, schreeuwen en/of gillen, beledigen en/of vloeken, boos weglopen tijdens een ruzie en/of met opzet spullen kapot maken.
9) Het gaat hier om regelmatig kleineren of vernederen, bang maken of intimideren, dreigen zichzelf iets aan te doen, dreigen geliefden iets aan te doen en/of op een andere manier controleren of intimideren. Deze component is met behulp van Principale Componenten Analyse (PCA) bepaald, zie de onderzoeksverantwoording voor meer informatie.
10) Zie de onderzoeksverantwoording voor meer informatie.

3. Fysiek geweld in huiselijke kring

Dit hoofdstuk gaat over geweld in huiselijke kring waarbij de pleger dreigde met geweld, het slachtoffer verwondde of een poging daartoe deed. Fysiek geweld loopt uiteen van dreigen met pijn doen tot poging tot verstikking of verwondingen door het gebruik van wapens.

3.1 Slachtofferschap

In 2024 gaf 9 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder aan dat zij in de afgelopen vijf jaar slachtoffer zijn geweest van een of meerdere vormen van fysiek geweld door iemand uit de huiselijke kring. In 2020 en 2022 was dit 7 procent.

Bij 4 procent was sprake van fysiek geweld in huiselijke kring in de afgelopen 12 maanden (ruim 530 duizend mensen). Dit aandeel is vergelijkbaar met 2020 en 2022. Ook de prevalentie van de onderliggende vormen van fysiek geweld is niet gewijzigd tussen 2020 en 2024. In de meeste gevallen dreigde de pleger met lichamelijke pijn (1,6 procent) of werden de slachtoffers geslagen (1,5 procent).

3.1.1 Slachtoffers fysiek geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden1)
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Fysiek geweld totaal3,63,93,7
waarbij iemand in huiselijke kring:
Dreigde met lichamelijke pijn1,61,41,7
Geslagen heeft1,51,51,5
Arm verdraaide, duwde of aan haar trok1,21,21,2
Voorwerp gooide dat pijn zou kunnen doen1,11,11,1
Gestompt heeft11,11
Geschopt heeft0,90,70,8
Dreigde slachtoffer te vermoorden0,30,30,2
Dreigde mes of ander wapen te gebruiken0,30,30,2
Verstikken of verwurgen heeft geprobeerd0,20,20,2
Expres brandwonden heeft veroorzaakt000
Verwonding met een mes of ander wapen00,10
Ander lichamelijk geweld heeft gebruikt0,60,50,5
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Slachtoffers naar kenmerken

Slachtofferschap van fysiek geweld in huiselijke kring komt ongeveer even vaak voor bij mannen als bij vrouwen. Jongeren tussen de 16 en 18 jaar geven naar verhouding vaak aan slachtoffer te zijn geweest (13 procent). Bij jongeren tot 24 jaar is dat 10 procent, bij 65-plussers 1 procent. Het slachtofferschap laat nagenoeg geen verschillen zien als het gaat om seksuele oriëntatie. Wel geven non-binair/genderqueer personen relatief vaak slachtoffer te zijn geweest van fysiek geweld in huiselijke kring (14 procent).

3.1.2 Slachtoffers fysiek geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   In afgelopen 12 maanden (% personen van 16 jaar of ouder)
Totaal3,6
GeslachtVrouwen3,8
GeslachtMannen3,4
Leeftijd16 tot 18 jaar13,3
Leeftijd18 tot 24 jaar9,7
Leeftijd24 tot 45 jaar4,4
Leeftijd45 tot 65 jaar2,3
Leeftijd65 jaar of ouder0,7
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen8,0
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen4,2
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen6,5
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen6,2
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele vrouwen3,4
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele mannen3,2
Bron: CBS, WODC

Vrouwen krijgen vaker dan mannen te maken met de volgende vormen van fysiek geweld in huiselijke kring: dreigen met lichamelijk pijn (1,8 tegen 1,3 procent), het verdraaien van de arm, duwen of aan de haren trekken (1,5 tegen 0,8 procent), en op een andere manier lichamelijk verwonden (0,8 tegen 0,4 procent).

3.1.3 Slachtoffers fysiek geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden naar geslacht, 20241)
 Vrouwen (% personen van 16 jaar of ouder)Mannen (% personen van 16 jaar of ouder)
Fysiek geweld totaal3,83,4
waarbij iemand in huiselijke kring:
Dreigde met lichamelijke pijn1,81,3
Geslagen heeft1,41,5
Arm verdraaide, duwde of aan haar trok1,50,8
Voorwerp gooide dat pijn zou kunnen doen1,11,1
Gestompt heeft0,91,2
Geschopt heeft0,80,9
Dreigde slachtoffer te vermoorden0,30,2
Dreigde mes of ander wapen te gebruiken0,20,3
Verstikken of verwurgen heeft geprobeerd0,20,1
Expres brandwonden heeft veroorzaakt0,00,0
Verwonding met een mes of ander wapen0,00,0
Ander lichamelijk geweld heeft gebruikt0,80,4
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.
Aantal vormen

Van de slachtoffers heeft 45 procent in de afgelopen 12 maanden één vorm van fysiek geweld meegemaakt in huiselijke kring. De overige 55 procent was slachtoffer van meerdere vormen. Bij ruim een derde (34 procent) ging het om twee of drie verschillende vormen en ruim een vijfde (22 procent) kreeg te maken met meer dan drie verschillende vormen.

3.1.4 Aantal vormen van fysiek geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden, 2024
 In afgelopen 12 maanden
1 vorm44,7
2 - 3 vormen33,7
4 - 7 vormen19,9
8 - 12 vormen1,7
Bron: CBS, WODC
Het betreft hier slachtoffers van fysiek geweld in huiselijke kring van 16 jaar of ouder.

3.2 Structurele vormen

De overgrote meerderheid van de slachtoffers had incidenteel te maken met fysiek geweld (eenmalig of enkele malen). Van structureel fysiek geweld is sprake als dit tenminste één keer per maand voorkomt; bij 9 procent van de slachtoffers is dit het geval (zie ook tabel 2 in bijlage A). Dit is 0,3 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (50 duizend mensen). 1 procent van de slachtoffers maakt (bijna) dagelijks fysiek geweld mee, 3 procent wekelijks en 5 procent maandelijks. Slaan, stompen en dreigen met lichamelijke pijn hebben naar verhouding vaak een structureel karakter. Zo geeft 13 procent van de slachtoffers die in de afgelopen 12 maanden geslagen zijn aan dat dit maandelijks of vaker gebeurde.

3.2.1 Structureel fysiek geweld in huiselijke kring1)2), 2024
 (Bijna) dagelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)Wekelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)Maandelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)
Fysiek geweld totaal1,13,54,8
waarbij iemand in huiselijke kring:
Geslagen heeft1,93,77,0
Gestompt heeft2,62,54,6
Dreigde met lichamelijke pijn1,73,34,2
Geschopt heeft1,72,54,0
Arm verdraaide, duwde of aan haar trok2,31,04,6
Voorwerp gooide dat pijn zou kunnen doen1,61,40,7
Ander lichamelijk geweld heeft gebruikt2,75,02,6
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk. 2) De voorvallen 'dreigen een mes of ander wapen te gebruiken', 'dreigen slachtoffer te vermoorden', 'expres brandwonden veroorzaken, 'pogen te verstikken of verwurgen' en 'verwonden met een mes of ander wapen' ontbreken i.v.m. te weinig waarnemingen.

3.3 Plegers

Bijna een derde van de mensen die aangeven in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van fysiek geweld in de huiselijke kring, zegt dat de partner dit deed. Het gaat vrijwel even vaak om een vrouwelijke als mannelijke partner. Ook broers worden naar verhouding vaak genoemd als pleger van deze vorm van geweld (14 procent, zie ook tabel 3 in bijlage A).

Vrouwelijke slachtoffers hebben vaker te maken met geweld van hun ex-partner dan mannelijke slachtoffers. Mannelijke slachtoffers krijgen wat vaker te maken met geweld van een broer.

3.3.1 Plegers fysiek geweld in huiselijke kring1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Mannelijke partner16,6
Vrouwelijke partner14,5
Broer14,3
Zus10,5
Zoon10,0
Vader9,0
Mannelijke ex-partner7,9
Dochter6,0
Moeder5,3
Ander mannelijk familielid4,3
Vrouwelijke ex-partner3,1
Ander vrouwelijk familielid1,3
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Plegers van fysiek geweld in huiselijke kring zijn vaker man (48 procent) dan vrouw (28 procent). Bij 9 procent van de slachtoffers was er sprake van zowel mannelijke als vrouwelijke plegers, en 15 procent heeft niet aangegeven wie de pleger was.

Bij vrouwelijke slachtoffers is de pleger vaker man (61 procent) dan vrouw (17 procent). Mannelijke slachtoffers hadden vaker een vrouwelijke pleger (41 procent) dan een mannelijke pleger (33 procent). Het percentage dat zowel met mannelijke als vrouwelijke plegers te maken krijgt verschilt niet naar geslacht.

Aantal plegers

Bij bijna driekwart (72 procent) van de slachtoffers gaat het om één pleger11). Ruim een op de tien (12 procent) heeft te maken met meerdere plegers, waarvan de meesten met twee. 15 procent van de slachtoffers geeft geen antwoord op de vraag wie uit de huiselijke kring verantwoordelijk is voor het fysiek geweld.

3.3.2 Aantal plegers fysiek geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden, 2024
 2024
1 pleger72,5
2 plegers11,0
3 of 4 plegers1,4
Geen antwoord15,1
Bron: CBS, WODC

3.4 Gevolgen

Bijna de helft (46 procent) van de slachtoffers zegt dat het fysieke huiselijke geweld in de afgelopen 12 maanden geen gevolgen voor hen heeft gehad (zie ook tabel 4 in bijlage A). Voor 49 procent had dit wel gevolgen en 6 procent heeft geen antwoord gegeven. Vrouwelijke slachtoffers van fysiek geweld ervaren vaker gevolgen dan mannelijke slachtoffers, namelijk 56 tegen 41 procent.

Het percentage slachtoffers dat gevolgen ondervond van huiselijk geweld is groter bij diegenen die regelmatig te maken hebben met deze vorm van geweld dan bij slachtoffers bij wie dit incidenteel gebeurt (59 tegen 48 procent). Door het te kleine aantal waarnemingen van structurele slachtoffers is dit verschil niet statistisch significant.

Bijna een derde van de slachtoffers heeft als gevolg van het fysieke geweld psychische problemen. Vrouwelijke slachtoffers ervaren deze problemen vaker dan mannelijke slachtoffers (37 tegen 26 procent). Ook relatieproblemen worden met 22 procent relatief vaak genoemd, en bij 11 procent heeft het geleid tot problemen met (een deel van) de familie. Verder geeft 14 procent aan lichamelijke problemen overgehouden te hebben aan het fysieke geweld. Van hen heeft 62 procent hierbij weleens een snee, blauwe plek, kneuzing, botbreuk of andere verwonding opgelopen. Voor 32 procent geldt dit niet en 6 procent geeft geen antwoord. Daarnaast heeft 10 procent van de slachtoffers van fysiek geweld seksuele problemen ervaren als gevolg van het geweld.

3.4.1 Gevolgen fysiek geweld in huiselijke kring1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Heeft gevolgen gehad48,7
Psychische problemen32,0
Relatieproblemen21,6
Lichamelijk problemen14,0
Problemen met (een deel van) mijn familie11,4
Seksuele problemen10,3
Andere problemen met werk en/of opleiding7,4
Kon (een tijdje) niet meer werken5,8
Andere problemen8,8
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

3.5 Praten over ervaringen

Een kwart van de mensen die de afgelopen 12 maanden slachtoffer waren van fysiek huiselijk geweld heeft met niemand gesproken over wat hen overkomen is (zie ook tabel 5 in bijlage A). Een ruime meerderheid (71 procent) heeft er wel met iemand over gepraat en 4 procent wil niet zeggen of ze er met iemand over gesproken hebben. Vrouwelijke slachtoffers praten er vaker over dan mannelijke slachtoffers (77 tegen 64 procent). Structurele slachtoffers en slachtoffers die incidenteel te maken hadden met fysiek geweld, verschillen hierin niet van elkaar.

Slachtoffers die erover praten, doen dit vooral binnen hun eigen sociale kring: met de partner (34 procent), een ander familie- of gezinslid (32 procent) of een vriend(in) (30 procent). Ongeveer een kwart (26 procent) praat erover met een hulpverlener zoals een (huis)arts, psycholoog of maatschappelijk werker. Minder vaak is er contact met een medewerker van Veilig Thuis (2 procent). Een klein deel (4 procent) heeft erover gesproken met de politie, waarvan 57 procent aangifte deed van een of meer ervaringen.

3.5.1 Gepraat over fysiek geweld in huiselijke kring1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Met iemand gepraat71,3
Partner34,5
Ander gezins- of familielid32
Vriend/ vriendin30,1
Hulpverlener (bijvoorbeeld (huis)arts, psycholoog)25,8
Politie4,2
Medewerker van Veilig Thuis2,5
Iemand anders7,7
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

11) Het gaat hier om pleger(s) in de huiselijke kring met dezelfde relatie tot het slachtoffer. Het kan voorkomen dat het slachtoffer met meerdere individuele plegers van doen heeft maar dat deze dezelfde relatie tot het slachtoffer hebben, bijvoorbeeld twee broers. In dat geval zijn deze twee broers geteld als 1 pleger. Wanneer het gaat om een broer en een zus als pleger, dan zijn deze beide geteld, dus als 2 plegers.

4. Stalking door ex-partner

Dit hoofdstuk gaat over stalking door een ex-partner. Dit is het herhaaldelijk, opzettelijk en structureel lastigvallen van de ex-partner. Stalking kan ook plaatsvinden door andere mensen. Dit is niet onderzocht, en dus geeft dit hoofdstuk geen compleet beeld van de prevalentie van stalking in Nederland. Het gaat hier alleen over stalking door een ex-partner.

4.1 Slachtofferschap

Ruim zes op de tien mensen van 16 jaar of ouder geeft aan dat zij in het verleden een relatie hebben gehad. Met name jongeren gaven relatief vaak aan geen ex-partner te hebben.

Van de mensen van 16 jaar of ouder met een ex-partner geeft 7 procent in 2024 aan in de afgelopen vijf jaar door hem of haar gestalkt te zijn. In de afgelopen 12 maanden was 2 procent slachtoffer van stalking door een ex-partner (ruim 210 duizend mensen)12). In 2020 en 2022 waren deze percentages hetzelfde.

Het stalken vindt het vaakst plaats doordat slachtoffers regelmatig berichtjes en mailtjes en telefoontjes ontvangen van de ex-partner (1 procent). Ook werden slachtoffers relatief vaak in alles gevolgd of in de gaten gehouden (1 procent)13), vaak gebeurde dit online. Andere vormen van stalking zoals opwachten bij de woning, werk of school, ongewenst cadeautjes sturen, auto of woning proberen binnen te gaan, bespioneren, of vreemde voorwerpen achterlaten vonden minder vaak plaats.

4.1.1 Slachtoffers stalking door ex-partner in afgelopen 12 maanden1)
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder met ex-partner)2022 (% personen van 16 jaar of ouder met ex-partner)2020 (% personen van 16 jaar of ouder met ex-partner)
Stalking ex-partner totaal2,42,12,4
waarbij de ex-partner ongewenst:
Regelmatig berichten of
e-mails stuurde
1,41,21,5
Regelmatig belde1,311,3
Alles volgde of in de gaten hield 2)0,90,50,6
Auto of huis is binnengegaan
(of poging daartoe)
0,40,30,2
Regelmatig wachtte bij woning,
school of werk
0,30,20,3
Regelmatig kaartjes, bloemen of
cadeautjes stuurde
0,30,20,3
Bespioneerde met technologie0,20,20,1
Vreemde of beangstigende
voorwerpen achterliet
0,10,10,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk. 2) In 2024 is de toelichting bij dit item weggehaald.
Slachtoffers naar kenmerken

Tussen mannen en vrouwen bij wie ooit een relatie is geëindigd, verschilt het slachtofferschap niet als het gaat om stalking door een ex-partner. Jongeren krijgen hier wel vaker mee te maken dan ouderen. Zo kreeg 10 procent van de 16- tot 18-jarigen in de afgelopen 12 maanden te maken met stalking door een ex-partner. Bij 65-plussers is dat 0,3 procent. Vooral jonge vrouwen krijgen te maken met stalking; 12 procent van de 16- tot 18-jarige vrouwen geeft dit aan. Het slachtofferschap verschilt nagenoeg niet tussen mensen met een andere seksuele oriëntatie (zie ook tabel 1b in bijlage A).

4.1.2 Slachtoffers stalking ex-partner in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   In afgelopen 12 maanden (% personen van 16 jaar of ouder met ex-partner)
Totaal2,4
GeslachtVrouwen2,7
GeslachtMannen2,1
Leeftijd16 tot 18 jaar9,7
Leeftijd18 tot 24 jaar6,6
Leeftijd24 tot 45 jaar3,1
Leeftijd45 tot 65 jaar1,7
Leeftijd65 jaar of ouder0,3
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen3,6
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen2,1
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen3,6
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen4
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele vrouwen2,6
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele mannen1,9
Bron: CBS, WODC

Als wordt gekeken naar de verschillende vormen van stalking door een ex-partner, verschillen mannen en vrouwen nauwelijks van elkaar in slachtofferschap. Vrouwen geven alleen vaker dan mannen aan dat een ex-partner ongewenst regelmatig belde (2 tegen 1 procent). De andere vormen worden door mannen en vrouwen ongeveer even vaak genoemd.

4.1.3 Slachtoffers stalking door ex-partner in afgelopen 12 maanden naar geslacht, 20241)
 Vrouwen (% personen van 16 jaar of ouder met ex-partner)Mannen (% personen van 16 jaar of ouder met ex-partner)
Stalking ex-partner totaal2,72,1
waarbij de ex-partner ongewenst:
Regelmatig berichten of e-mails stuurde1,61,1
Regelmatig belde1,60,9
Alles volgde of in de gaten hield 2)1,00,8
Regelmatig wachtte bij woning,
school of werk
0,40,2
Regelmatig kaartjes, bloemen of
cadeautjes stuurde
0,40,2
Auto of huis is binnengegaan
(of poging daartoe)
0,40,3
Bespioneerde met technologie0,20,3
Vreemde of beangstigende
voorwerpen achterliet
0,10,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk. 2) In 2024 is de toelichting bij dit item weggehaald.
Aantal vormen

In de afgelopen 12 maanden werd 45 procent van de slachtoffers van stalking op één manier lastiggevallen door hun ex-partner. De andere 55 procent werd op meerdere manieren gestalkt. Vaak ging het om twee of drie verschillende vormen (46 procent). Een minderheid (9 procent) was slachtoffer van meer dan drie vormen.

4.1.4 Aantal vormen van stalking door ex-partner in afgelopen 12 maanden, 2024
 In afgelopen 12 maanden
1 vorm44,5
2 - 3 vormen46
4 - 5 vormen5,8
6 - 8 vormen3,6
Bron: CBS, WODC
Het betreft hier slachtoffers van stalking door een ex-partner van 16 jaar of ouder.

4.2 Plegers

In de meeste gevallen was de ex-partner die stalkte een man. Zes op de tien mensen die hier de afgelopen 12 maanden mee te maken hadden, gaven dit aan. Bij 39 procent ging het om een vrouw. Er waren geen slachtoffers die aangaven gestalkt te zijn door een man én een vrouw, 1 procent wilde of kon niet zeggen wat het geslacht van de stalker was.

Vrouwelijke slachtoffers werden in 97 procent van de gevallen gestalkt door een man, mannelijke slachtoffers werden in 93 procent van de gevallen gestalkt door een vrouw.

4.3 Gevolgen

Voor de meeste slachtoffers (67 procent) heeft het stalken door de ex-partner gevolgen gehad (zie ook tabel 4 in bijlage A). Vaak ging het om psychische problemen (52 procent) of om relatieproblemen (27 procent). Drie op de tien gaf aan dat het stalken hen geen problemen heeft opgeleverd, 4 procent heeft geen antwoord gegeven. Er zijn geen grote verschillen in percentages mannen en vrouwen die gevolgen ondervonden van het stalken. Wel gaven vrouwelijke slachtoffers relatief vaak aan psychische problemen te hebben gehad als gevolg van het stalken (60 procent). Bij mannen is dit 41 procent.

4.3.1 Gevolgen stalking door ex-partner1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Heeft gevolgen gehad66,6
Psychische problemen52
Relatieproblemen27,5
Lichamelijk problemen15
Seksuele problemen10,1
Problemen met (een deel van) mijn familie9,7
Kon (een tijdje) niet meer werken7,9
Andere problemen met werk en/of opleiding10,9
Andere problemen15,2
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

4.4 Praten over ervaringen

Over het stalkgedrag van een ex-partner wordt vaak met anderen gesproken (zie ook tabel 5 in bijlage A). Zo deelde 81 procent van de slachtoffers hun ervaringen. Een minderheid (19 procent) heeft met niemand gesproken over de stalking. Het vaakst werd gesproken met een vriend of vriendin (50 procent). Bijna een kwart besprak het met de partner (23 procent) en 41 procent sprak er (ook) met andere gezins- of familieleden over.

Drie op de tien slachtoffers heeft contact gezocht met een hulpverlener zoals een (huis)arts, psycholoog of maatschappelijk werker. Medewerkers van Veilig Thuis worden met 2 procent minder vaak benaderd. Een klein deel (9 procent) sprak met de politie, 3 procent deed aangifte.

4.4.1 Gepraat over stalking door ex-partner1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Met iemand gepraat81
Vriend/vriendin50,2
Ander gezins- of familielid41,3
Hulpverlener (bijvoorbeeld (huis)arts, psycholoog)29,8
Partner22,7
Politie8,6
Medewerker van Veilig Thuis2,3
Iemand anders12,7
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

12) Of sprake is van stalking door de ex-partner wordt alleen gevraagd aan mensen die eerder een relatie hebben gehad (en nu niet meer). Bij de vraag over een eerdere relatie is in 2024 de toelichting iets aangepast. Dit kan invloed hebben gehad op het aantal mensen dat de vragen over stalking door de ex-partner heeft ingevuld.
13) In 2024 is het item waarbij de ex-partner het slachtoffer de hele tijd in de gaten hield of volgde iets aangepast. De toelichting ‘al dan niet met behulp van GPS of andere technologie’ is weggelaten. Dit kan invloed hebben gehad op de uitkomsten.

5. Offline seksuele intimidatie

Dit hoofdstuk gaat over ervaringen met seksuele intimidatie waarbij er geen lichamelijk contact was. Het gaat uitsluitend over ervaringen die in de ‘echte wereld’ (offline), dus niet online plaatsvonden. Offline seksuele intimidatie kan variëren van ongewenste seksueel getinte opmerkingen tot het moeten aanschouwen van seksuele handelingen. De incidenten kunnen binnen en buiten de huiselijke kring hebben plaatsgevonden.

5.1 Slachtofferschap

In 2024 gaf 14 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder aan de afgelopen vijf jaar weleens op een seksuele manier geïntimideerd te zijn, waarbij er geen lichamelijk contact was met de pleger maar de pleger wel fysiek aanwezig was. Dit percentage is de afgelopen twee jaar niet veranderd, maar is wel hoger dan in 2020 (12 procent). In 2024 gaf 8 procent (bijna 1,2 miljoen mensen) aan in de afgelopen 12 maanden offline seksuele intimidatie te hebben meegemaakt. Ook dit percentage is vergelijkbaar met 2022 maar hoger dan in 2020 (7 procent).

In de meeste gevallen werden ongewenste seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes gemaakt (5 procent) of werden de slachtoffers op een seksuele manier aangestaard (4 procent). De andere vormen van offline seksuele intimidatie worden door 1 procent of minder genoemd.

5.1.1 Slachtoffers offline seksuele intimidatie in afgelopen 12 maanden1)
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Offline seksuele intimidatie totaal8,18,76,8
waarbij iemand ongewenst:
Opmerkingen, grapjes maakte4,95,44
Bleef staren op een seksuele manier4,14,53,5
Bleef aandringen op seks1,31,41,1
Bleef aandringen op een date1,21,41,1
Seksueel gerichte gebaren maakte11,10,9
Eigen naakte lichaam liet zien0,90,80,7
Naaktfoto's of seksfilmpjes liet zien0,60,80,6
Liet zien dat hij/zij masturbeerde0,50,50,4
Toekeek bij seksuele handelingen0,20,10,1
Naaktfoto of seksfilmpje verspreidde0,20,10,1
Naaktfoto of seksfilmpje maakte0,10,10,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.
Slachtoffers naar kenmerken

Vrouwen zijn vaker slachtoffer van offline seksuele intimidatie dan mannen, respectievelijk 12 procent van de vrouwen en 4 procent van de mannen. Daarnaast zijn jongeren, en dan met name 18- tot 24-jarigen, vaker slachtoffer dan ouderen. Jonge vrouwen maken dit het vaakst mee: 35 procent van de vrouwen in de leeftijd van 18 tot 24 jaar geeft aan in de afgelopen 12 maanden geïntimideerd te zijn. Dit is vier keer vaker dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.

Heteroseksuele mensen worden minder vaak seksueel geïntimideerd dan mensen met een andere seksuele oriëntatie. Bi-plus vrouwen maken seksuele intimidatie het vaakst mee. Zo gaf 28 procent van hen aan dat zij in het afgelopen jaar werden geïntimideerd. Bij homoseksuele vrouwen is dit 12 procent en bij heteroseksuele vrouwen 10 procent. Er is geen significant verschil tussen bi-plus en homoseksuele mannen. Van de heteroseksuele mannen werd 3 procent slachtoffer.

Mensen met een afgeronde hbo- of wo-opleiding geven vaker aan slachtoffer te zijn van offline seksuele intimidatie dan mensen met afgeronde opleiding in het basisonderwijs, vmbo of mbo1 (zie ook tabel 1b in bijlage A). Verder zijn mensen die wonen in een zeer sterk stedelijke gemeente relatief vaak slachtoffer.

5.1.2 Slachtoffers offline seksuele intimidatie in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   2024 (% personen van 16 jaar of ouder)
Totaal8,1
GeslachtVrouwen11,9
GeslachtMannen4,2
Leeftijd16 tot 18 jaar17
Leeftijd18 tot 24 jaar21,9
Leeftijd24 tot 45 jaar12
Leeftijd45 tot 65 jaar4,8
Leeftijd65 jaar of ouder1,3
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen12,3
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen14,9
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen27,9
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen9,7
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele vrouwen10,1
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele mannen3,3
Bron: CBS, WODC

Vrouwen krijgen vaker dan mannen te maken met de volgende vormen van offline seksuele intimidatie: seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes (7 tegen 3 procent), op een seksuele manier aanstaren (7 tegen 1 procent), aandringen op seks (2 tegen 1 procent), aandringen op een date (2 tegen 1 procent), seksuele bewegingen te zien krijgen (2 tegen 0,4 procent), iemand zijn naakte lichaam te zien krijgen (1,2 tegen 0,5 procent) en masturbatie te zien krijgen (0,8 tegen 0,2 procent). In alle gevallen gaat het om ongewenste ervaringen.

5.1.3 Slachtoffers offline seksuele intimidatie in afgelopen 12 maanden naar geslacht, 20241)
 Vrouwen (% personen van 16 jaar of ouder)Mannen (% personen van 16 jaar of ouder)
Offline seksuele intimidatie totaal11,94,2
waarbij iemand ongewenst:
Bleef staren op een seksuele manier7,30,8
Opmerkingen, grapjes maakte7,12,8
Bleef aandringen op seks1,80,7
Bleef aandringen op een date1,80,6
Seksueel gerichte gebaren maakte1,60,4
Eigen naakte lichaam liet zien1,20,5
Naaktfoto's of seksfilmpjes liet zien0,80,5
Liet zien dat hij/zij masturbeerde0,80,2
Toekeek bij seksuele handelingen0,20,1
Naaktfoto of seksfilmpje verspreidde0,10,2
Naaktfoto of seksfilmpje maakte0,10,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.
Aantal vormen

Van de slachtoffers maakte 57 procent in de afgelopen 12 maanden één vorm van seksuele intimidatie mee. Voor 43 procent gebeurde dit op meerdere manieren. Bij 34 procent ging het om twee of drie van de onderzochte vormen en 9 procent maakte meer dan drie verschillende vormen mee.

5.1.4 Aantal vormen van offline seksuele intimidatie, 2024
 2024
1 vorm56,7
2-3 vormen33,7
4-7 vormen8,4
meer dan 8 vormen1,1
Bron: CBS, WODC
Het betreft hier slachtoffers van offline seksuele intimidatie van 16 jaar of ouder.

5.2 Structurele vormen

Bij 14 procent van de slachtoffers (ruim 160 duizend mensen) die in de afgelopen 12 maanden geïntimideerd werden, had dit een structureel karakter (zie ook tabel 2 in bijlage A). Dat is 1 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder.

Bij 7 procent van de slachtoffers gebeurde dit maandelijks, bij 4 procent wekelijks en bij 2 procent (bijna) elke dag. Het seksueel aangestaard worden en het ongewenst tonen van naaktfoto’s of seksfilmpjes hadden het vaakst een structureel karakter: respectievelijk 17 en 14 procent van de slachtoffers gaf aan dat dit structureel gebeurde.

5.2.1 Structurele offline seksuele intimidatie1), 2024
 (Bijna) dagelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)Wekelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)Maandelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)
Offline seksuele intimidatie totaal2,24,57
waarbij iemand ongewenst:
Bleef staren op een seksuele manier2,24,99,4
Naaktfoto's of seksfilmpjes liet zien2,91,310,1
Liet zien dat hij/zij masturbeerde3,81,76
Seksueel kwetsende opmerkingen
of grapjes maakte
1,545,9
Eigen billen, geslachtsdelen
of borsten liet zien
3,90,76,7
Bleef aandringen op seks1,72,53,4
Bleef aandringen op een date1,51,84,2
Seksueel gerichte gebaren maakte1,52,62,9
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

5.3 Plegers

De meeste slachtoffers (86 procent) worden alleen door mensen buiten de huiselijke kring geïntimideerd. Bij 7 procent is dat alleen binnen de huiselijke kring, en bij 5 procent zowel binnen als buiten de eigen kring. Meestal zijn de plegers man: 80 procent van de slachtoffers werd geïntimideerd door een man (of meerdere mannen), 6 procent door een vrouw (of meerdere vrouwen), 9 procent door beiden en 2 procent heeft niet aangegeven wie de pleger was (zie ook tabel 3 in bijlage A).

Meer dan de helft van de slachtoffers (52 procent) gaf aan door een onbekende geïntimideerd te zijn. Daarnaast worden een collega (21 procent) of iemand uit het uitgaansleven (16 procent) relatief vaak genoemd. Ook goede vrienden (11 procent), nieuwe dates (8 procent), online contacten (7 procent), medestudenten (6 procent), leidinggevenden (4 procent) en losse sekspartners (4 procent) werden genoemd als plegers van offline seksuele intimidatie (zie ook tabel 3 in bijlage A).

5.3.1 Plegers offline seksuele intimidatie1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Binnen huiselijke kring
mannelijke partner3,9
mannelijke ex-partner3,1
vrouwelijke partner1,3
vrouwelijke ex-partner0,9
broer0,6
vader0,4
moeder0,2
zus0,2
zoon0,1
dochter0
ander mannelijk familielid1,5
ander vrouwelijk familielid0,3
Buiten huiselijke kring
onbekende51,6
collega20,8
kennis van uitgaan of feestje16
goede vriend(in)11,4
date/iemand net ontmoet8,1
online kennis (niet in het echt ontmoet)6,7
medeleerling / medestudent6,1
leidinggevende4,3
sekspartner (zonder relatie)4,2
teamgenoot2,4
docent1
coach of trainer1
arts of zorgverlener0,8
religieus leider0,4
iemand anders16,6
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

5.4 Gevolgen

Voor bijna een kwart (24 procent) van de slachtoffers heeft de intimidatie gevolgen gehad (zie ook tabel 4 in bijlage A). Psychische problemen werden het vaakst genoemd (16 procent), gevolgd door seksuele problemen (7 procent) en relatieproblemen (5 procent). Het ervaren van gevolgen verschilt niet tussen mannelijke en vrouwelijke slachtoffers.

5.4.1 Gevolgen offline seksuele intimidatie1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Heeft gevolgen gehad23,6
Psychische problemen16,4
Seksuele problemen7,4
Relatieproblemen5,3
Lichamelijk problemen2,9
Andere problemen met werk en/of opleiding2,8
Kon (een tijdje) niet meer werken1,4
Problemen met (een deel van) familie1,3
Andere problemen5,5
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

5.5 Praten over ervaringen

Twee derde van de slachtoffers heeft met iemand over de seksuele intimidatie gesproken (zie ook tabel 5 in bijlage A). Een derde heeft er dus met niemand over gepraat. Degenen die structureel werden geïntimideerd praten even vaak over hun ervaringen als degenen die incidenteel zijn lastiggevallen.

Meestal praten slachtoffers met een vriend of vriendin (41 procent), partner (27 procent) of een ander gezins- of familielid (15 procent). Professionele hulpverlening wordt bij offline seksuele intimidatie verhoudingsgewijs weinig ingeschakeld, namelijk door 7 procent van de slachtoffers. Minder dan 1 procent van de slachtoffers doet aangifte van de seksuele intimidatie.

Vrouwen praten vaker over hun ervaringen dan mannen. Zo hebben 7 op de 10 vrouwelijke slachtoffers met iemand gepraat over wat hen overkomen is. Bij mannelijke slachtoffers doet de helft dat (zie Tabellenset).

5.5.1 Gepraat over offline seksuele intimidatie1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Met iemand gepraat64,2
Vriend/vriendin40,7
Partner26,7
Ander gezins- of familielid14,5
Hulpverlener (bijv. (huis)arts, psycholoog)7,2
Politie 1,5
Hulpverlener Centrum Seksueel Geweld0,1
Medewerker Veilig Thuis0
Met iemand anders10
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

6. Online seksuele intimidatie

Vervelende seksueel getinte opmerkingen, ongewenste aanrakingen of gedwongen seksuele handelingen zijn allemaal voorbeelden van ongewenst seksueel gedrag. Dit kan thuis of op straat gebeuren (zie hoofdstuk 5), maar ook via het internet, bijvoorbeeld via sociale media, WhatsApp, (video)chat of e-mail. In dit hoofdstuk gaat het over ongewenste seksuele ervaringen op het internet.

6.1 Slachtofferschap

In 2024 gaf een op de tien mensen van 16 jaar of ouder (10 procent) aan dat zij in de afgelopen vijf jaar online een of meerdere ongewenste seksuele ervaringen hebben meegemaakt. Vijf procent (ruim 760 duizend mensen) overkwam dit in de afgelopen 12 maanden. In 2024 is het slachtofferschap van online seksuele intimidatie afgenomen, vergeleken met 2022. Dit geldt voor zowel de ervaringen in de afgelopen vijf jaar (destijds 11 procent), als die in de afgelopen 12 maanden (destijds 6 procent). In 2022 was juist nog sprake van een toename ten opzichte van 2020. De cijfers van 2024 zijn vergelijkbaar met 2020.

Het maken van seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes, het ongewenst naaktfoto’s of seksfilmpjes sturen, het aandringen op een date, het aandringen op het sturen van persoonlijke seksuele foto’s of filmpjes en het tonen van iemands naakte billen, borsten of geslachtsdelen zijn vormen van online seksuele intimidatie die het vaakst voorkwamen (allen 2 procent).

6.1.1 Slachtoffers online seksuele intimidatie in afgelopen 12 maanden1)
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Online seksuele intimidatie totaal5,26,45,4
waarbij iemand ongewenst:
Seksueel kwetsende opmerkingen maakte2,23,02,1
Naaktfoto's of seksfilmpjes stuurde2,02,52,0
Bleef aandringen op een date1,72,11,8
Vroeg om seksuele foto's of filmpjes1,62,11,6
Billen, geslachtsdelen of borsten liet zien1,62,01,3
Bleef aandringen op seks1,01,21,0
Liet zien dat hij/zij masturbeerde0,91,10,7
Dwong tot het overmaken van geld0,60,50,8
Dwong tot uitkleden of masturberen0,10,20,1
Naaktfoto of seksfilmpje verspreidde0,10,10,1
Een naaktfoto of seksfilmpje maakte0,10,10,1
Nepnaaktfoto of nepseksfilmpje verspreidde0,10,00,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Slachtoffers naar kenmerken

Vrouwen geven vaker dan mannen aan dat zij in de afgelopen 12 maanden ongewenst seksueel gedrag hebben meegemaakt op internet (6 tegen 4 procent). Jongeren zijn duidelijk het vaakst slachtoffer van online seksuele intimidatie, en dan met name jonge vrouwen. Zo kreeg 22 procent van de 16- tot 18-jarige vrouwen en 21 procent van de 18- tot 24-jarige vrouwen hier in de afgelopen 12 maanden mee te maken. Bij mannelijke leeftijdsgenoten was dit percentage lager (7 à 8 procent). Daarbij krijgen homoseksuele mannen en bi-plus vrouwen er relatief vaak mee te maken.

6.1.2 Slachtoffers online seksuele intimidatie in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   2024 (% personen van 16 jaar of ouder)
Totaal5,2
GeslachtVrouwen6,4
GeslachtMannen3,9
Leeftijd16 tot 18 jaar14,4
Leeftijd18 tot 24 jaar14,4
Leeftijd24 tot 45 jaar7
Leeftijd45 tot 65 jaar3
Leeftijd65 jaar of ouder1,1
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen7,1
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen17,3
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen12,9
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen7,9
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele vrouwen5,9
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele mannen3,1
Bron: CBS, WODC

Vrouwen krijgen vaker dan mannen met de volgende vormen van online seksuele intimidatie te maken: seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes (3 tegen 2 procent), ontvangen van naaktfoto’s of filmpjes (3 tegen 1 procent), aandringen op een date (3 tegen 1 procent), vragen om seksuele foto’s of filmpjes (2 tegen 1 procent), iemand zijn naakte lichaam te zien krijgen (2 tegen 1 procent), masturbatie te zien krijgen (1,4 tegen 0,4 procent) en het aandringen op seks (1,2 tegen 0,7 procent). In alle gevallen gaat het om ongewenste ervaringen.

Mannen krijgen vaker dan vrouwen te maken met dwang om geld over te maken om verspreiding van naaktfoto’s of filmpjes te voorkomen (0,9 tegen 0,2 procent).

6.1.3 Slachtoffers online seksuele intimidatie in afgelopen 12 maanden naar geslacht, 20241)
 Vrouwen (% personen van 16 jaar of ouder)Mannen (% personen van 16 jaar of ouder)
Online seksuele intimidatie totaal6,43,9
waarbij iemand ongewenst:
Seksueel kwetsende opmerkingen maakte2,81,7
Naaktfoto's of seksfilmpjes stuurde2,61,3
Bleef aandringen op een date2,50,9
Vroeg om seksuele foto's of filmpjes2,30,9
Billen, geslachtsdelen of borsten liet zien2,30,8
Bleef aandringen op seks1,20,7
Liet zien dat hij/zij masturbeerde1,40,4
Dwong tot het overmaken van geld0,20,9
Dwong tot uitkleden of masturberen0,20,1
Naaktfoto of seksfilmpje verspreidde0,10,2
Een naaktfoto of seksfilmpje maakte0,10,1
Nepnaaktfoto of nepseksfilmpje verspreidde0,00,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.
Aantal vormen

Ruim de helft (51 procent) van de slachtoffers van 16 jaar of ouder is in de afgelopen 12 maanden slachtoffer geweest van één vorm van online seksuele intimidatie. De overige 49 procent kreeg met meerdere vormen te maken. Bij 28 procent ging het om 2 of 3 vormen en bij 21 procent om meer dan drie vormen.

6.1.4 Aantal vormen van online seksuele intimidatie, 2024
 2024
1 vorm51,3
2-3 vormen28
4-7 vormen19,1
meer dan 8 vormen1,5
Bron: CBS, WODC
Het betreft hier slachtoffers van online seksuele intimidatie van 16 jaar of ouder.

6.2 Structurele vormen

Ruim een op de acht slachtoffers (14 procent) in de afgelopen 12 maanden heeft structureel (minstens één keer per maand) te maken gehad met een vorm van online seksuele intimidatie (zie ook tabel 2 in bijlage A). Dit is 0,7 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (bijna 105 duizend mensen).

Naar verhouding gaat het vaak om seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes, het laten zien van masturberen door de pleger, en het ongewenst sturen van naaktfoto’s of seksfilmpjes. Voor 6 procent van de slachtoffers zijn het maandelijkse ervaringen, voor 5 procent wekelijkse ervaringen, en bij voor 3 procent (bijna) dagelijkse ervaringen.

6.2.1 Structurele online seksuele intimidatie1) 2), 2024
 (Bijna) dagelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)Wekelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)Maandelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)
Online seksuele intimidatie totaal3,14,95,7
waarbij iemand ongewenst:
Seksueel kwetsende opmerkingen maakte3,57,89,7
Liet zien dat hij/zij masturbeerde1,95,76,4
Naaktfoto's of seksfilmpjes stuurde2,93,36,8
Bleef aandringen op seks33,26,5
Billen, geslachtsdelen of borsten liet zien4,12,26,2
Vroeg om seksuele foto's of filmpjes3,33,45,6
Bleef aandringen op een date12,53,8
Dwong tot het overmaken van geld2,702
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk. 2) De voorvallen 'dwong tot uitkleden of masturberen', 'een naaktfoto of seksfilmpje maakte', 'naaktfoto of seksfilmpje verspreidde' en 'nepnaaktfoto of nepseksfilmpje verspreidde' ontbreken i.v.m. te weinig waarnemingen.

6.3 Plegers

De pleger(s) van online seksuele intimidatie behoren vaak niet tot de huiselijke kring van gezin, familie, partner of ex-partner. Bij 92 procent van de slachtoffers komt de pleger van buiten deze kring. Bij 4 procent gaat het wel om een gezins- of familielid of om een (ex)-partner. Bij 3 procent van de slachtoffers gaat het om plegers zowel binnen als buiten de huiselijke kring, en 1 procent gaf geen antwoord.

De helft van de slachtoffers (50 procent) geeft aan dat de pleger(s) onbekend is/zijn. De rest kent de pleger(s) wel. Het gaat naar verhouding vaak om iemand die ze alleen via het internet kennen (36 procent), om iemand die ze niet goed kennen zoals een date of iemand die ze net hebben ontmoet (15 procent) of om iemand die ze kennen van het uitgaan of een feestje (12 procent).

Vaak gaat het om mannelijke plegers. Zo zegt 68 procent van de slachtoffers dat een man of meerdere mannen hen online seksueel geïntimideerd hebben. Bij 9 procent ging het om een vrouwelijke pleger of plegers. Daarnaast kreeg 9 procent te maken met zowel mannelijke als vrouwelijke plegers. Verder wil of kan een relatief groot deel (13 procent) niet aangeven wat het geslacht van de pleger(s) is.

6.3.1 Plegers online seksuele intimidatie1), 2024
 2022 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Binnen huiselijke kring
mannelijke ex-partner3,8
mannelijke partner1,1
vrouwelijke partner0,5
vrouwelijke ex-partner0,3
moeder0,2
broer0,2
zus0,1
vader0
zoon0
dochter0
ander mannelijk familielid0,6
ander vrouwelijk familielid0,2
Buiten huiselijke kring
onbekende49,6
online kennis (niet in echt ontmoet)36,5
date / iemand net ontmoet14,7
kennis van uitgaan of feestje12,5
goede vriend(in)9,3
sekspartner (geen relatie)9
collega7,2
medeleerling / medestudent4,6
leidinggevende2,7
teamgenoot1,6
docent0,6
coach of trainer0,4
religieus leider0,4
arts of zorgverlener0,3
iemand anders12,8
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

6.4 Gevolgen

Driekwart (77 procent) van de slachtoffers gaf aan geen gevolgen te hebben ondervonden van de ongewenste seksuele ervaringen die zij online hebben opgedaan. Bij 20 procent was dit wel het geval, 3 procent heeft geen antwoord gegeven (zie ook tabel 4 in bijlage A). Vrouwen geven even vaak als mannen aan gevolgen te hebben ondervonden.

Bij 13 procent van de slachtoffers heeft de online seksuele intimidatie geleid tot psychische problemen. Seksuele, relatie- en lichamelijke problemen komen minder vaak voor.

6.4.1 Gevolgen online seksuele intimidatie1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Heeft gevolgen gehad19,6
Psychische problemen13
Seksuele problemen6,3
Relatieproblemen4,8
Andere problemen met werk en/of opleiding2,8
Lichamelijk problemen2,6
Problemen met (een deel van) familie1,2
Kon (een tijdje) niet meer werken0,5
Andere problemen4,7
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Het percentage dat gevolgen ondervindt van online seksuele intimidatie verschilt naar de frequentie waarmee dit voorkomt: van de structurele slachtoffers ondervindt 31 procent gevolgen, tegen 18 procent van de incidentele slachtoffers.

6.5 Praten over ervaringen

Bijna zes op de tien slachtoffers (57 procent) hebben met iemand gesproken over de online seksuele intimidatie die zij hebben meegemaakt (zie ook tabel 5 in bijlage A). Aan de andere kant heeft 41 procent de ervaringen met niemand gedeeld. Een kleine groep (2 procent) wil of kan niet zeggen of ze er met iemand over hebben gepraat. Het percentage dat met iemand gesproken heeft over de ongewenste seksuele gebeurtenissen op het internet verschilt niet tussen slachtoffers die er structureel of incidenteel mee te maken kregen.

Slachtoffers spraken vooral met mensen uit de sociale kring. Zo sprak 37 procent met een vriend of vriendin, 17 procent met de partner en 11 procent met een ander gezins- of familielid over de ongewenste gebeurtenissen. Er wordt duidelijk minder gesproken met hulpverleners zoals een (huis)arts, psycholoog of maatschappelijk werker (6 procent) en met de politie (1,2 procent). Het Centrum Seksueel Geweld en Veilig Thuis werden zo goed als niet genoemd. Van de slachtoffers zegt 1 procent aangifte te hebben gedaan bij de politie.

6.5.1 Gepraat over online seksuele intimidatie1), 2024
 2024 (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Met iemand gepraat57,3
Vriend/vriendin36,9
Partner17,3
Ander gezins- of familielid11,1
Hulpverlener (bijv. (huis)arts, psycholoog)6
Politie 1,2
Hulpverlener Centrum Seksueel Geweld0
Medewerker Veilig Thuis0
Met iemand anders7,2
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

7. Fysiek seksueel geweld

Bij fysiek seksueel geweld gaat het om alle vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag waarbij lichamelijk contact plaatsvond, variërend van ongewenste aanrakingen tot verkrachting. Dit fysiek seksueel geweld kan gebeuren binnen of buiten de huiselijke kring.

7.1 Slachtofferschap

In 2024 gaf 9 procent van de mensen van 16 jaar of ouder aan in de afgelopen vijf jaar slachtoffer te zijn geweest van fysiek seksueel geweld14). Dit percentage is vergelijkbaar met 2022, toen 9 procent aangaf slachtoffer te zijn geweest in de afgelopen vijf jaar. In 2024 zei 4 procent (ruim 520 duizend mensen) dat ze in de afgelopen 12 maanden fysiek seksueel geweld hebben meegemaakt. Dit is vergelijkbaar met 2020 en 2022.

Ongewenst op een seksuele manier aangeraakt worden komt het vaakst voor (3 procent), gevolgd door ongewenst zoenen (1 procent). Seksuele handelingen zoals aftrekken, geslachtsgemeenschap en orale of anale seks worden minder vaak genoemd.

7.1.1 Slachtoffers fysiek seksueel geweld in afgelopen 12 maanden1)
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Fysiek seksueel geweld totaal3,53,53,3
Waarbij het volgende gebeurde:
Aanraken op seksuele manier2,82,92,5
Ongewenst zoenen1,41,41,3
Aftrekken of vingeren0,40,50,3
Geslachtsgemeenschap0,30,40,3
Orale seks 0,20,20,2
Anale seks0,10,20,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Slachtoffers naar kenmerken

Vrouwen worden vaker dan mannen slachtoffer van fysiek seksueel geweld. Jongeren (met name 18- tot 24-jarigen) worden vaker slachtoffer dan ouderen. Zo gaf 18 procent van de 18- tot 24-jarige vrouwen aan in de afgelopen 12 maanden fysiek seksueel geweld te hebben meegemaakt. Dit is drie keer zo vaak als hun mannelijke leeftijdgenoten. Bi-plus vrouwen worden het vaakst slachtoffer: 13 procent in het afgelopen jaar. Heteroseksuele mannen worden het minst vaak slachtoffer (1 procent).

7.1.2 Slachtoffers fysiek seksueel geweld in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   2024 (% personen van 16 jaar of ouder)
Totaal3,5
GeslachtVrouwen5,3
GeslachtMannen1,7
Leeftijd16 tot 18 jaar9,2
Leeftijd18 tot 24 jaar12
Leeftijd24 tot 45 jaar4,6
Leeftijd45 tot 65 jaar1,8
Leeftijd65 jaar of ouder0,7
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen3,7
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen7,6
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen12,5
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen4,3
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele vrouwen4,6
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele mannen1,2
Bron: CBS, WODC

Vrouwen worden vaker dan mannen slachtoffer van de volgende vormen van fysiek seksueel geweld: op een seksuele manier aanraken (4 tegen 1 procent), zoenen (2 tegen 1 procent), aftrekken of vingeren (0,7 tegen 0,1 procent), geslachtsgemeenschap (0,6 tegen 0,1 procent) en orale seks (0,3 tegen 0,1 procent) en anale seks (0,3 tegen 0,0 procent). In alle gevallen gaat het om ongewenste ervaringen.

7.1.3 Slachtoffers fysiek seksueel geweld in afgelopen 12 maanden naar geslacht, 20241)
 Vrouwen (% personen van 16 jaar of ouder)Mannen (% personen van 16 jaar of ouder)
Fysiek seksueel geweld totaal5,31,7
Waarbij het volgende gebeurde:
Aanraken op seksuele manier4,21,3
Ongewenst zoenen2,20,6
Aftrekken of vingeren0,70,1
Geslachtsgemeenschap0,60,1
Orale seks 0,30,1
Anale seks0,30,0
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.
Aantal vormen

Ruim twee derde van de mensen die in de afgelopen 12 maanden slachtoffer zijn geweest van fysiek seksueel geweld heeft één vorm meegemaakt (69 procent). Bij 26 procent ging het om twee of drie van de onderzochte vormen en bij 6 procent om meer dan drie vormen.

7.1.4 Aantal vormen van fysiek seksueel geweld, 2024
 2024
1 vorm68,8
2 of 3 vormen25,7
4 tot 7 vormen5,5
Bron: CBS, WODC
Het betreft hier slachtoffers van fysiek seksueel geweld van 16 jaar of ouder.

7.2 Structurele vormen

Bij 4 procent van de slachtoffers (bijna 20 duizend mensen) die het fysiek seksueel geweld in de afgelopen 12 maanden meemaakten, had het dit een structureel karakter (zie ook tabel 2 in bijlage A). Dit is 0,1 procent van de totale bevolking van 16 jaar of ouder. De meesten gaven aan dat het fysiek seksueel geweld maandelijks (2 procent) of wekelijks (1 procent) gebeurde en minder dan 1 procent zei dat het (bijna) elke dag plaatsvond.

7.2.1 Structureel fysiek seksueel geweld1) 2), 2024
 (Bijna) dagelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)Wekelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)Maandelijks (% slachtoffers van betreffende voorval in afgelopen 12 maanden)
Fysiek seksueel geweld totaal0,61,22
Waarbij het volgende gebeurde:
Aanraken op seksuele manier0,70,92,7
Geslachtsgemeenschap2,67,61,2
Aftrekken of vingeren3,41,58,2
Ongewenst zoenen11,11,4
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk. 2) De voorvallen 'orale seks' en 'anale seks' ontbreken i.v.m. te weinig waarnemingen.

7.3 Plegers

Bij 81 procent van de slachtoffers was de pleger iemand buiten de huiselijke kring. Bij 14 procent gebeurde het juist door mensen binnen de huiselijke kring, en bij 3 procent door mensen zowel binnen als buiten de huiselijke kring.

De plegers zijn meestal mannen. Zo zegt 79 procent van de slachtoffers dat de pleger een man was (of meerdere mannen). Bij 14 procent was de pleger een vrouw (of meerdere vrouwen)15). Bij 4 procent ging het om zowel mannelijke als vrouwelijke plegers, en 3 procent heeft niet aangegeven wie de pleger was (zie ook tabel 3 in bijlage A).

Van de slachtoffers waarbij het geweld zich afspeelde binnen de huiselijke kring, gaf 8 procent aan dat de partner de pleger was van het fysiek seksueel geweld. Van de slachtoffers waarbij het geweld zich afspeelde buiten de huiselijke kring, kende 25 procent van de slachtoffers de pleger vanuit het uitgaansleven. Ook nieuwe dates (12 procent) of goede vrienden (12 procent) werden relatief vaak genoemd als pleger. Toch was in de meeste gevallen de pleger een onbekende (37 procent).

Voor 3 procent van de slachtoffers werd het fysiek seksueel geweld gepleegd door iemand in een hogere hiërarchische positie buiten de huiselijke kring, zoals een leidinggevende, docent, coach of religieus leider.

7.3.1 Plegers fysiek seksueel geweld1), 2024
 2024 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
Binnen huiselijke kring
mannelijke partner7,6
mannelijke ex-partner6,1
vrouwelijke ex-partner1,1
vrouwelijke partner0,7
broer0,2
vader0,1
zoon0,1
moeder0
zus0
dochter0
ander mannelijk familielid2,1
ander vrouwelijk familielid0,3
Buiten huiselijke kring
onbekende37,3
kennis van uitgaan of feestje24,9
date / iemand net ontmoet12
goede vriend(in)12
collega9
medeleerling / medestudent2,8
sekspartner (geen relatie)2,5
online kennis (niet in echt ontmoet)0,9
leidinggevende1,3
teamgenoot0,6
coach of trainer0,2
docent1
arts of zorgverlener0,3
religieus leider0,1
iemand anders10,1
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Aan slachtoffers van fysiek seksueel geweld waarbij seksuele handelingen16) werden gepleegd, is gevraagd wat de pleger deed voordat het gebeurde, dus welke pressiemiddelen werden gebruikt. Twee derde (64 procent) gaf aan dat het ging om aandringen of zeuren. Bij ruim een op de vijf werd er misbruik van gemaakt dat het slachtoffer onder invloed van alcohol of drugs was toen het gebeurde (23 procent). Bij 21 procent werd de pleger boos of agressief en bij 15 procent gebruikte de pleger geweld.

7.3.2 Pressiemiddelen fysiek seksueel geweld1) 2), 2024
 2024 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
Aandringen of zeuren64
Misbruik ervan maken dat slachtoffer
onder invloed van alcohol of drugs is
22,5
Boos of agressief worden20,9
Geweld gebruiken14,6
Chanteren11,5
Drogeren met alcohol of drugs11,2
Dreigen met geweld4,2
Anders29,9
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk. 2) Exclusief de voorvallen ongewenst aanraken op een seksuele manier en ongewenst zoenen.

7.4 Reactie en gevolgen

Op het moment van het voorval was de meest voorkomende reactie van het slachtoffer17) ‘wegdraaien’. Bijna de helft (47 procent) zegt instinctief het hoofd of lichaam te hebben weggedraaid. Andere naar verhouding vaak voorkomende reacties waren bevriezen (33 procent), wachten tot het voorbij was (30 procent), schreeuwen of duidelijk ‘nee’ zeggen (30 procent), overhalen te stoppen (22 procent) en duwen of vechten (17 procent).

7.4.1 Reactie op fysiek seksueel geweld1), 2024
 2024 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
Hoofd of lichaam wegdraaien47
Bevriezen33
Wachten tot het voorbij is30
Duidelijk 'nee' zeggen of schreeuwen29,6
Proberen de ander over te halen te stoppen21,6
Duwen of vechten16,6
Proberen te vluchten10,8
Huilen5,5
Anders16,7
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Een derde van de slachtoffers (32 procent) geeft aan dat het fysiek seksueel geweld gevolgen heeft gehad. Vrouwen gaven dit vaker aan dan mannen, respectievelijk 35 en 21 procent. Psychische problemen (23 procent) werden het meest genoemd, gevolgd door seksuele problemen (13 procent), relatieproblemen (12 procent) en lichamelijke problemen (5 procent).

7.4.2 Gevolgen fysiek seksueel geweld1), 2024
 2024 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
Heeft gevolgen gehad32
Psychische problemen23,1
Seksuele problemen13,2
Relatieproblemen11,8
Lichamelijke problemen5,3
Andere problemen met werk en/of opleiding4,2
Kon (een tijdje) niet meer werken2,1
Problemen met (een deel van) familie1,8
Zwangerschap0,3
Andere problemen6,2
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

Wanneer uitsluitend gekeken wordt naar de ongewenste ervaringen met seksuele handelingen (dus exclusief aanraken op een seksuele manier en ongewenst zoenen), blijkt dat die ervaringen grotere gevolgen hebben. Twee derde (66 procent) van de slachtoffers die te maken hadden met ongewenste seksuele handelingen zei gevolgen hiervan te ondervinden. Psychische problemen (53 procent) werden het vaakst genoemd, gevolgd door seksuele problemen (43 procent), relatieproblemen (32 procent) en lichamelijke problemen (16 procent).

7.5 Praten over ervaringen

Bijna zeven op de tien slachtoffers van fysiek seksueel geweld hebben met iemand gesproken over hun ervaringen (68 procent, zie ook tabel 5 in bijlage A). Dit was meestal met een vriend of vriendin (51 procent), gevolgd door de partner (24 procent) of een ander gezins- of familielid (14 procent). Ook praatte ruim 9 procent met een (huis)arts, psycholoog of maatschappelijk werker. Minder dan 1 procent sprak met iemand van Veilig Thuis of van het Centrum Seksueel Geweld. En 1,3 procent sprak met de politie en 0,8 procent deed aangifte.

7.5.1 Gepraat over fysiek seksueel geweld1), 2024
 2024 (% slachtoffers in de afgelopen 12 maanden)
Met iemand gepraat68,4
Vriend/vriendin51,1
Partner23,6
Ander gezins- of familielid13,8
Hulpverlener (bijv. (huis)arts, psycholoog)9,2
Politie 1,3
Hulpverlener Centrum Seksueel Geweld0,3
Medewerker Veilig Thuis0
Met iemand anders7
Bron: CBS, WODC
1) Meerdere antwoorden mogelijk.

14) Vanaf 2024 is het item met betrekking tot gedwongen prostitutie komen te vervallen. Voor 2020 en 2022 is de prevalentie voor fysiek seksueel geweld dan ook opnieuw bepaald.
15) Bij vrouwelijke slachtoffers is de pleger bijna altijd een man (93 procent). Bij mannelijke slachtoffers is de pleger vaker een vrouw dan een man (56 tegen 31 procent).
16) Hiermee worden bedoeld tegen de eigen wil aftrekken of vingeren, orale seks, geslachtsgemeenschap en/of anale seks. Tegen de eigen wil aanraken op een seksuele manier en tegen de eigen wil zoenen blijven buiten beschouwing.
17) Vanwege de fysieke component bij deze vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag is ook gevraagd naar de reactie van het slachtoffer op het geweld. Het kan gaan om fight-, flight- en/of freeze-reacties. Hoe iemand ook reageert op het geweld, het moge duidelijk zijn dat het nooit de schuld van het slachtoffer is.

8. Aanvullende thema’s

In de hoofdstukken 2 tot en met 7 zijn verschillende vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag besproken. In dit hoofdstuk komt een aantal aanvullende thema’s aan de orde. Het gaat om slachtofferschap in de kinderjaren en gedurende het leven, zelfgerapporteerd plegerschap, en ervaringen met huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag bij iemand in de omgeving.

8.1 Slachtofferschap in de kinderjaren18)

Van fysiek geweld in huiselijke kring was 16 procent van de mensen van 16 jaar of ouder in hun kinderjaren slachtoffer. Ongeveer 6 procent van hen was in hun kinderjaren slachtoffer van respectievelijk offline seksuele intimidatie en van fysiek seksueel geweld. Online seksuele intimidatie werd door 4 procent van de mensen van 16 jaar of ouder als kind meegemaakt. Alleen de relatief jonge generaties kunnen dit hebben meegemaakt omdat het internet pas in de afgelopen paar decennia een hoge vlucht heeft genomen.

Vergeleken met 2020 geven in 2024 meer mensen van 16 jaar of ouder aan dat zij in hun kinderjaren slachtoffer zijn geweest van offline seksuele intimidatie. In 2022 lag dit aantal ook hoger dan in 2020. Ook gaven in 2024 meer mensen aan dat zij in hun kinderjaren te maken kregen met online seksuele intimidatie, vergeleken met 2020 en 2022. Het percentage dat zegt in de kinderjaren slachtoffer te zijn geweest van fysiek seksueel geweld of van fysiek geweld in huiselijke kring verschilt niet significant tussen 2020, 2022 en 2024.

8.1.1 Slachtoffers huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kinderjaren1)
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Fysiek geweld in huiselijk kring16,316,715,9
Offline seksuele intimidatie5,55,94,9
Online seksuele intimidatie2)3,52,72,1
Fysiek seksueel geweld5,96,25,4
Bron: CBS, WODC
1) Psychisch geweld in huiselijke kring en stalking door ex-partner zijn hier buiten beschouwing gelaten. 2) Bij oudere personen kan online seksuele intimidatie op logische gronden niet voorkomen.

Van de mensen die in 2024 aangaven in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van fysiek geweld in huiselijke kring, gaf 41 procent aan ook in de kinderjaren slachtoffer te zijn geweest van deze vorm van geweld. Van degenen die in de afgelopen 12 maanden geen slachtoffer zijn geweest, gaf 15 procent aan wel slachtoffer te zijn geweest in de kinderjaren. Bij offline seksuele intimidatie, fysiek seksueel geweld en online seksuele intimidatie is dit beeld vergelijkbaar.

8.1.2 Slachtoffers huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in de kinderjaren, 20241)
 Slachtoffer in afgelopen 12 maanden (% personen van 16 jaar of ouder)Geen slachtoffer in afgelopen 12 maanden (% personen van 16 jaar of ouder)
Fysiek geweld in huiselijk kring40,515,3
Offline seksuele intimidatie19,14,3
Online seksuele intimidatie2)13,72,5
Fysiek seksueel geweld15,05,6
Bron: CBS, WODC
1) Psychisch geweld in huiselijke kring en stalking door ex-partner zijn hier buiten beschouwing gelaten. 2) Bij oudere personen kan online seksuele intimidatie in de kinderjaren op logische gronden niet voorkomen.

8.2 Slachtofferschap gedurende het leven19)

In 2024 is voor het eerst gevraagd aan mensen die in de afgelopen jaren en in de kinderjaren niet met huiselijk geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag te maken hadden, of ze in een andere periode wel te maken hebben gehad met deze vorm van geweld. Hieruit blijkt dat een kwart van de bevolking van 16 jaar of ouder ooit slachtoffer is geweest van fysiek geweld in huiselijke kring. Met offline seksuele intimidatie of fysiek seksueel geweld kreeg 20 procent te maken. Ruim 10 procent is ooit slachtoffer geweest van online seksuele intimidatie of van stalken door een ex-partner20). Dat een groot deel van de bevolking nog tijden heeft gekend zonder internet, maakt het aannemelijk dat het percentage slachtoffers van online seksuele intimidatie relatief laag is.

8.2.1 Ooit slachtoffer geweest van huiselijk geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag, 20241)
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)
Fysiek geweld in huiselijk kring25,1
Stalking door een ex-partner 2)11,9
Offline seksuele intimidatie20,3
Online seksuele intimidatie13,3
Fysiek seksueel geweld19,6
Bron: CBS, WODC
1) Psychisch geweld in huiselijke kring is hier buiten beschouwing gelaten. 2) Het gaat hierbij om personen met een ex-partner.

8.3 Zelfgerapporteerd plegerschap

Van de bevolking van 16 jaar of ouder geeft 2 procent aan (ongeveer 300 duizend mensen) in de afgelopen 12 maanden zelf lichamelijk agressief, controlerend en/of intimiderend te zijn geweest tegen iemand in de huiselijke kring, een ex-partner te hebben gestalkt of ongewenst seksueel gedrag te hebben vertoond. Dit is een totaalbeeld, er is niet gevraagd om welk gedrag het ging.

Mannen en vrouwen geven ongeveer even vaak aan in de afgelopen 12 maanden zelf agressief, controlerend of intimiderend gedrag te hebben vertoond in de huiselijke kring. Mensen tot 45 jaar geven met ongeveer 3 procent vaker dan 45- tot 65-jarigen (2 procent) en 65-plussers (0,6 procent) aan dat zij zelf pleger waren. Tussen mensen met een verschillende seksuele oriëntatie verschilt het zelfgerapporteerd plegerschap niet significant.

8.3.1 Zelf pleger van huiselijk geweld en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   2024 (% personen van 16 jaar of ouder)
Totaal2
GeslachtVrouwen2,1
GeslachtMannen2
Leeftijd16 tot 18 jaar3,6
Leeftijd18 tot 24 jaar3,3
Leeftijd24 tot 45 jaar2,9
Leeftijd45 tot 65 jaar1,8
Leeftijd65 jaar of ouder0,6
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen2,5
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen2,1
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen4,1
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen4,4
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele vrouwen1,9
Seksuele oriëntatieHeteroseksuele mannen1,8
Bron: CBS, WODC

Tussen het slachtofferschap en het zelfgerapporteerd plegerschap van huiselijk geweld en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag in de huiselijke kring bestaat een relatie. Van de mensen die zeggen slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld, geeft 12 procent aan zelf ook agressief, controlerend of intimiderend gedrag te hebben vertoond in de huiselijke kring. Van de mensen die geen slachtoffer zijn geweest is dit 1 procent.

Slachtofferschap in de kinderjaren hangt ook samen met het zelfgerapporteerd plegerschap van huiselijk geweld en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Mensen die aangeven in de kindertijd slachtoffer te zijn geweest van fysiek geweld in huiselijke kring, seksuele intimidatie en/of seksueel geweld geven met 6 procent vaker aan zelf pleger te zijn dan mensen die geen slachtoffer waren in de kinderjaren (1 procent).

8.4 Ervaringen bij iemand in omgeving

In totaal zegt 18 procent van de Nederlanders van 16 jaar of ouder dat zij weleens huiselijk geweld hebben vermoed bij iemand in de omgeving, 11 procent heeft het gehoord of gezien. Seksueel grensoverschrijdend gedrag is door 7 procent weleens vermoed en door eveneens 7 procent weleens waargenomen in de omgeving.

Vrouwen vermoeden, horen of zien vaker huiselijk geweld en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag dan mannen.

8.4.1 Huiselijk geweld en/of seksueel grensoverschrijdend gedrag vermoed, gehoord of gezien bij iemand in omgeving, 2024
 Totaal (% personen van 16 jaar of ouder)Vrouwen (% personen van 16 jaar of ouder)Mannen (% personen van 16 jaar of ouder)
Huiselijk geweld
Totaal26,228,423,8
Vermoeden18,119,916,2
Gehoord of gezien10,911,410,3
Seksueel grensoverschrijdend gedrag
Totaal12,714,011,3
Vermoeden6,87,75,9
Gehoord of gezien7,17,76,5
Bron: CBS, WODC

Van de mensen die weleens hebben gehoord of gezien dat huiselijk geweld in hun omgeving plaatsvond, heeft 7 procent ingegrepen. Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag is dit 11 procent.

Praten over ervaringen

Bijna driekwart van de slachtoffers (73 procent) zegt met iemand te hebben gepraat toen zij huiselijk geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag in hun omgeving vermoedden, hoorden of zagen. In de meeste gevallen werd gesproken met het slachtoffer. Met de (vermoedelijke) pleger, of iemand die de (vermoedelijke) pleger kent, is minder vaak gepraat.

Van de mensen die weleens huiselijk geweld in hun omgeving hebben vermoed, gehoord of gezien, sprak 15 procent met een hulpverlener over hun ervaringen. Met de politie of een wijkagent sprak 7 procent en 6 procent had contact met een medewerker van Veilig Thuis. Eveneens 6 procent heeft hierover gesproken met een (huis)arts, psycholoog of maatschappelijk werker (zie Tabellenset).

Bij vermoedens van of ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag in de omgeving heeft 8 procent met een hulpverlener gesproken. Vaak gaat het om een (huis)arts, psycholoog of maatschappelijk werker (5 procent). Minder vaak gaat het om contact met de politie of een wijkagent (3 procent) of een medewerker van Veilig Thuis (2 procent).

8.4.2 Gepraat over vermoeden, horen of zien van huiselijk geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag, 2024
 Huiselijk geweld (% personen van 16 jaar of ouder met vermoeden / getuige)Seksueel grensoverschrijdend gedrag (% personen van 16 jaar of ouder met vermoeden / getuige)
Met iemand gepraat73,273,0
Met het slachtoffer34,548,3
Met iemand die het slachtoffer kent21,618,3
Met de pleger9,911,9
Met iemand die de pleger kent9,310,7
Met een hulpverlener15,38,4
Met iemand in omgeving die
slachtoffer en pleger niet kent
12,610,4
Met iemand anders9,85,3
Bron: CBS, WODC
Melding of aangifte bij de politie

Bij de politie wordt bijna geen melding of aangifte gedaan. Van de mensen die weleens huiselijk geweld in hun omgeving hebben vermoed of ervaren deed 5 procent melding bij de politie (zie Tabellenset). Aangifte deed 0,5 procent. Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag in de omgeving deed 2 procent melding en 1 procent aangifte.

18) De prevalentie van slachtofferschap in de kinderjaren kan voor psychisch geweld niet worden bepaald doordat psychisch geweld is gebaseerd op vragen uit verschillende vragenlijstblokken. Stalking door een ex-partner kan op logische gronden niet voorkomen in de kinderjaren.
19) Bij slachtofferschap gedurende het leven gaat om het slachtofferschap in de afgelopen vijf jaar (inclusief de afgelopen 12 maanden), slachtofferschap in de kinderjaren en/of slachtofferschap in een andere periode in het leven.
20) Bij het slachtofferschap van stalken door een ex-partner gaat het uitsluitend om mensen met een ex-partner.

9. Totaalbeeld huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag

Dit hoofdstuk geeft een totaalbeeld van het slachtofferschap van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Er worden geen totaalcijfers voor huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag samen gegeven. Een dergelijke samenvoeging zou geen recht doet aan de inhoudelijke en beleidsmatig relevante verschillen tussen beide fenomenen. Ook wordt een totaalbeeld geschetst van de plegers, de gevolgen en het praten over huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

9.1 Slachtofferschap

Huiselijk geweld

In 2024 gaf 9 procent van de mensen van 16 jaar of ouder (bijna 1,3 miljoen mensen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld, hetzelfde als in 2020 en 2022 (toen ook 9 procent). Onder huiselijk geweld valt psychisch of fysiek geweld in huiselijk kring, stalking door de ex-partner of seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring.

Van de onderzochte vormen van huiselijk geweld in de afgelopen 12 maanden kwam in 2024 psychisch geweld21) (6 procent) het vaakst voor, gevolgd door fysiek geweld (4 procent) en stalking door de ex-partner (2 procent). Het kleinste deel werd slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring (1 procent).

9.1.1 Slachtoffers huiselijk geweld in de afgelopen 12 maanden
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Psychisch geweld in huiselijke kring5,96,15,5
Fysiek geweld in huiselijke kring3,63,93,7
Stalking door ex-partner 1)2,42,12,4
Seksueel grensoverschrijdend gedrag
in huiselijke kring
1,41,51,1
Bron: CBS, WODC
1) Het betreft het percentage personen van 16 jaar of ouder met een ex-partner.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag

In 2024 zei 12 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (ruim 1,7 miljoen mensen) dat zij in de afgelopen 12 maanden slachtoffer zijn geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dit is vergelijkbaar met 2020 (11 procent), maar lager dan in 2022 (13 procent). Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag gaat het om offline en online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld. Het gaat om voorvallen die binnen en buiten de huiselijke kring voorkwamen.

Bij de onderzochte vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, waren de meesten slachtoffer van offline seksuele intimidatie (8 procent) in de afgelopen 12 maanden. Van online seksuele intimidatie was 5 procent slachtoffer. Bij fysiek seksueel geweld22) is dat 4 procent.

In vergelijking met 2020 zeggen meer mensen in 2024 slachtoffer te zijn van offline seksuele intimidatie. Bij online seksuele intimidatie is dat anders. Na een toename in 2022, daalde het percentage slachtoffers in 2024 tot het niveau van 2020. Fysiek seksueel geweld laat geen significante veranderingen zien.

9.1.2 Slachtoffers seksueel grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen 12 maanden
 2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Offline seksuele intimidatie8,18,76,8
Online seksuele intimidatie5,26,45,4
Fysiek seksueel geweld3,53,53,3
Bron: CBS, WODC

Overlap tussen huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag

Tussen het slachtofferschap van huiselijk geweld en het slachtofferschap van seksueel grensoverschrijdend gedrag bestaat overlap. Zo kan huiselijk geweld seksueel van aard zijn, en andersom kan seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring plaatsvinden.

In 2024 werd 1 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (bijna 205 duizend mensen) in de afgelopen 12 maanden slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag door iemand uit de huiselijke kring. En andersom werd 8 procent (1,2 miljoen mensen) slachtoffer van huiselijk geweld dat geen seksueel karakter had. Omgekeerd vindt seksueel grensoverschrijdend gedrag voor het grootste deel niet in de huiselijke kring plaats. Van de bevolking van 16 jaar of ouder is 11 procent (bijna 1,6 miljoen mensen) slachtoffer geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten de huiselijke kring. Dit is vergelijkbaar met het beeld dat in 2020 te zien was.

9.1.3 Slachtoffers huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen 12 maanden
   2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Huiselijk
geweld
Totaal8,89,28,5
Huiselijk
geweld
Niet-seksueel8,18,58
Huiselijk
geweld
Seksueel1,41,51,1
Seksueel
grens-
overschrijdend
gedrag
Totaal11,612,710,9
Seksueel
grens-
overschrijdend
gedrag
Buiten
huiselijke kring
10,711,810,3
Seksueel
grens-
overschrijdend
gedrag
In huiselijke kring1,41,51,1
Bron: CBS, WODC

9.2 Slachtofferschap naar kenmerken

Huiselijk geweld

Mannen en vrouwen zijn ongeveer even vaak slachtoffer van huiselijk geweld. Jongeren zijn vaker slachtoffer dan ouderen. Zo werd 24 procent van de 16- tot 18-jarigen in de afgelopen 12 maanden slachtoffer, bij de 18- tot 24-jarigen was dat 19 procent en bij 65-plussers 2 procent. Bi-plus vrouwen krijgen het vaakst te maken met huiselijk geweld (17 procent). Ook mensen die zichzelf identificeren als non-binair/genderqueer geven met 26 procent relatief vaak aan slachtoffer te zijn van huiselijk geweld (zie Tabellenset).

9.2.1 Slachtoffers huiselijk geweld in de afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   2024 (% personen van 16 jaar of ouder)
Totaal8,8
GeslachtVrouwen10,1
GeslachtMannen7,4
Leeftijd16 tot 18 jaar24,1
Leeftijd18 tot 24 jaar19,4
Leeftijd24 tot 45 jaar10,9
Leeftijd45 tot 65 jaar7,0
Leeftijd65 jaar of ouder2,4
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen15,1
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen8,8
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen17,2
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen11,9
Seksuele oriëntatieHetero vrouwen9,2
Seksuele oriëntatieHetero mannen7,1
Bron: CBS, WODC

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Vrouwen zijn meer dan twee keer zo vaak slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag als mannen (16 tegen 7 procent). Jongeren krijgen er vaker dan ouderen mee te maken. Waar 16- tot 18-jarigen en 18- tot 24-jarigen met respectievelijk 25 en 30 procent relatief vaak slachtoffer zijn in de afgelopen 12 maanden, is dat bij 65-plussers minder het geval (3 procent). Van de jonge vrouwen van 16 tot 18 jaar is ruim een derde (36 procent) slachtoffer geweest. Bij vrouwen van 18 tot 24 jaar was dat twee vijfde (43 procent).

Als het gaat om seksuele oriëntatie, zijn bi-plus vrouwen (34 procent) het vaakst slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Van de non-binair/genderqueer mensen geeft 31 procent aan slachtoffer te zijn geweest. Ook mensen met een afgeronde hbo- of wo-opleiding en inwoners van meer verstedelijkte gemeenten zijn relatief vaak slachtoffer (zie Tabellenset).

9.2.2 Slachtoffers seksueel grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
   2024 (% personen van 16 jaar of ouder)
Totaal11,6
GeslachtVrouwen15,6
GeslachtMannen7,4
Leeftijd16 tot 18 jaar24,6
Leeftijd18 tot 24 jaar29,5
Leeftijd24 tot 45 jaar16,7
Leeftijd45 tot 65 jaar7,2
Leeftijd65 jaar of ouder2,6
Seksuele oriëntatieHomoseksuele vrouwen17,3
Seksuele oriëntatieHomoseksuele mannen25,7
Seksuele oriëntatieBi-plus vrouwen34,0
Seksuele oriëntatieBi-plus mannen15,3
Seksuele oriëntatieHetero vrouwen13,7
Seksuele oriëntatieHetero mannen6,1
Bron: CBS, WODC

9.3 Structureel slachtofferschap

Huiselijk geweld

Voor 7 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (990 duizend mensen) was een van de vormen van huiselijk geweld in de afgelopen 12 maanden structureel; dat wil zeggen (bijna) dagelijks, wekelijks of maandelijks23)24). Bijna 29 duizend mensen kregen structureel te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag door iemand uit de huiselijke kring (0,2 procent).

9.3.1 Slachtoffers structureel huiselijk geweld en structureel seksueel grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen 12 maanden
   2024 (% personen van 16 jaar of ouder)2022 (% personen van 16 jaar of ouder)2020 (% personen van 16 jaar of ouder)
Structureel
huiselijk
geweld
Totaal6,76,86,3
Structureel
huiselijk
geweld
Niet-seksueel6,66,86,3
Structureel
huiselijk
geweld
Seksueel0,20,30,2
Structureel
seksueel
grens-
overschrijdend
gedrag
Totaal1,61,91,3
Structureel
seksueel
grens-
overschrijdend
gedrag
Buiten
huiselijke kring
1,41,71,2
Structureel
seksueel
grens-
overschrijdend
gedrag
In huiselijke kring0,20,30,2
Bron: CBS, WODC
Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Met structureel seksueel grensoverschrijdend gedrag – intimidatie en geweld dat ten minste eens per maand plaatsvond – had in de afgelopen 12 maanden 2 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (230 duizend mensen) te maken. Bij structureel seksueel huiselijk geweld was dat 0,2 procent (bijna 29 duizend mensen). Dit is dezelfde groep slachtoffers als de groep slachtoffers van structureel seksueel grensoverschrijdend gedrag door iemand uit de huiselijke kring, zoals beschreven in de laatste zin van de vorige paragraaf.

9.4 Plegers

Huiselijk geweld

Huiselijk geweld wordt het vaakst gepleegd door de partner of ex-partner. Bij psychisch geweld geeft 41 procent van de slachtoffers aan dat de partner de pleger was, bij fysiek geweld in huiselijke kring 31 procent. De ex-partner was door respectievelijk 19 en 11 procent van de slachtoffers als pleger aangewezen. Slachtoffers van psychisch geweld in huiselijke kring noemen ook relatief vaak een ouder als pleger. Broers, zussen, kinderen of andere familieleden worden minder vaak als pleger aangewezen.

9.4.1 Plegers van huiselijk geweld, 2024
 Psychisch geweld in huiselijke kring (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Fysiek geweld in huiselijk kring (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Partner40,631,1
Ex-partner18,511,0
Ouder26,912,6
Broer/zus19,623,1
Kind17,813,7
Ander familielid9,64,9
Bron: CBS, WODC

Mannen zijn vaker pleger van huiselijk geweld dan vrouwen (zie tabel 3 in bijlage A). Zo zegt 37 procent van de slachtoffers van psychisch geweld in huiselijke kring dat de pleger een man was, 27 procent noemt een vrouw als pleger. Bij fysiek geweld in huiselijke kring wijst 48 procent een mannelijke en 28 procent een vrouwelijke pleger aan. Van de slachtoffers van stalking door een ex-partner geeft 61 procent aan dat de pleger een man was en 39 procent een vrouw.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Plegers van seksuele voorvallen behoren vaak niet tot de huiselijke kring van het slachtoffer. Bij offline en online seksuele intimidatie is de pleger bij ongeveer de helft van de gevallen een onbekende buiten de huiselijke kring. Bij fysiek seksueel geweld kennen de meeste slachtoffers de pleger (61 procent). Plegers van buiten de huiselijke kring die relatief vaak worden genoemd zijn dates, goede vrienden/vriendinnen, collega’s, kennissen van het uitgaan/ feestjes en – bij online seksuele intimidatie – online kennissen.

9.4.2 Plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag, 2024
 Offline seksuele intimidatie (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Online seksuele intimidatie (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Fysiek seksueel geweld (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Binnen huiselijke kring
Partner5,21,68,2
Ex-partner4,04,17,0
Ouder0,60,20,1
Broer/zus0,70,40,2
Kind0,10,00,1
Ander familielid1,60,82,3
Buiten huiselijke kring
date/iemand net ontmoet8,114,712,0
goede vriend(in)11,49,312,0
leidinggevende4,32,71,3
collega20,87,29,0
coach of trainer1,00,40,2
teamgenoot2,41,60,6
religieus leider0,40,40,1
docent1,00,61,0
medeleerling of medestudent6,14,62,8
arts of zorgverlener0,80,30,3
iemand van uitgaan of een feestje16,012,524,9
online kennis, niet in het echt ontmoet6,736,50,9
iemand met wie al seks gehad, zonder relatie4,29,02,5
onbekende51,649,637,3
iemand anders16,612,810,1
Bron: CBS, WODC

Bij seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn plegers voor het overgrote deel mannelijk (zie tabel 3 in bijlage A). Bij offline seksuele intimidatie geeft 80 procent van de slachtoffers aan dat de pleger een man was, bij online seksuele intimidatie is dat 68 procent, en bij fysiek seksueel geweld 79 procent.

9.5 Gevolgen

Bij de interpretatie van de cijfers over de gevolgen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag moet rekening worden gehouden met de ernst van de ervaring en de impact op het slachtoffer bij de onderliggende vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag: deze lopen sterk uiteen. Ze variëren bij fysiek seksueel geweld bijvoorbeeld van voorvallen zoals ongewenste aanrakingen tot vergrijpen als fysieke mishandeling.

Huiselijk geweld

Als gevolg van het geweld, heeft ongeveer twee derde van de slachtoffers van psychisch geweld in de huiselijk kring problemen gehad (64 procent, zie ook tabel 4 in bijlage A). Van de slachtoffers van fysiek geweld in huiselijke kring geeft 49 procent dat aan, en van de slachtoffers van stalking door ex-partner 67 procent.

In het algemeen komen psychische problemen het meest voor als gevolg van huiselijk geweld. Relatieproblemen, lichamelijke problemen en problemen met (een deel van) de familie worden relatief gezien ook vaak door slachtoffers genoemd.

9.5.1 Gevolgen huiselijk geweld, 2024 1)
 Psychisch geweld in huiselijke kring (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Fysiek geweld in huiselijke kring (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Stalking door ex-partner (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Heeft gevolgen gehad63,548,766,6
Lichamelijk problemen15,81415
Psychische problemen46,63252
Seksuele problemen10,710,310,1
Problemen met
(een deel van) familie
19,511,49,7
Relatieproblemen29,921,627,5
Bron: CBS, WODC
1) Een aantal antwoordcategorieën die minder vaak voorkomen ontbreken (zie tabel 4 in bijlage A).

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Slachtoffers van offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld geven met respectievelijk 24, 20 en 32 procent aan problemen te hebben ervaren als gevolg van het seksueel grensoverschrijdend gedrag, (zie ook tabel 4 in bijlage A). Als bij fysiek seksueel geweld alleen naar de slachtoffers van seksuele handelingen (ongewenste ervaringen met aftrekken of vingeren, orale seks, geslachtsgemeenschap of anale seks) wordt gekeken, ervaart een ruime meerderheid (66 procent) gevolgen.

Als gevolg van het seksueel grensoverschrijdend gedrag worden psychisch problemen het vaakst genoemd. Ook seksuele problemen en relatieproblemen worden relatief vaak door slachtoffers genoemd.

9.5.2 Gevolgen seksueel grensoverschrijdend gedrag, 2024 1)
 Offline seksuele intimidatie (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Online seksuele intimidatie (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Fysiek seksueel geweld (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Heeft gevolgen gehad totaal23,619,632
Lichamelijk problemen2,92,65,3
Psychische problemen16,41323,1
Seksuele problemen7,46,313,2
Problemen met
(een deel van) familie
1,31,21,8
Relatieproblemen5,34,811,8
Bron: CBS, WODC
1) Een aantal antwoordcategorieën die minder vaak voorkomen ontbreken (zie tabel 4 in bijlage A).

9.6 Praten over ervaringen

Huiselijk geweld

De meerderheid van de slachtoffers van huiselijk geweld praat met iemand over hun ervaringen (zie ook tabel 5 in bijlage A). Afhankelijk van het soort voorval zeggen 7 à 8 op de 10 slachtoffers met iemand te hebben gepraat. Het meest wordt gesproken met mensen in de eigen sociale kring; vooral met vrienden/vriendinnen (30 tot 50 procent), de partner (20 tot 40 procent), en met andere gezins- of familieleden (30 tot 40 procent).

Professionele hulpverleners zoals (huis)artsen, psychologen of maatschappelijk werkers worden ook relatief vaak benaderd. Met Veilig Thuis wordt naar verhouding weinig contact opgenomen. Ook met de politie wordt weinig contact opgenomen. Slachtoffers van stalking door de ex-partner nemen het vaakst contact op met de politie (9 procent). Bij de andere vormen van huiselijk geweld wordt door slechts ongeveer 4 procent van de slachtoffers contact opgenomen met de politie. Ongeveer de helft van de slachtoffers die contact leggen met de politie doet aangifte.

9.6.1 Praten over ervaringen van huiselijk geweld, 2024
 Psychisch geweld in huiselijke kring (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Fysiek geweld in huiselijke kring (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Stalking door ex-partner (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Met iemand gepraat
totaal
80,771,381,0
Met partner37,034,522,7
Met ander gezins-
of familielid
38,132,041,3
Met vriend / vriendin44,130,150,2
Met hulpverlener
(bijv. huisarts)
32,625,829,8
Met Veilig Thuis2,52,52,3
Met politie3,94,28,6
Met iemand anders8,67,712,7
Bron: CBS, WODC

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Het merendeel van de slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag praat met iemand over hun ervaringen (zie ook tabel 5 in bijlage A). Afhankelijk van het soort voorval, zeggen 6 à 7 op de 10 slachtoffers met iemand gepraat te hebben.

Het meest wordt gesproken met mensen in de eigen sociale kring, vooral met vrienden/vriendinnen (35 tot 50 procent) en de partner (15 tot 25 procent). Slachtoffers praten minder vaak met hulpverleners zoals (huis)artsen, psychologen of maatschappelijk werkers (5 tot 10 procent). Met Veilig Thuis of Centrum Seksueel Geweld wordt nagenoeg geen contact gezocht. Met de politie praat 1 procent van de slachtoffers over hun ervaringen, ongeveer de helft daarvan doet vervolgens ook aangifte.

9.6.2 Praten over ervaringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, 2024
 Offline seksuele intimidatie (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Online seksuele intimidatie (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)Fysiek seksueel geweld (% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Met iemand gepraat
totaal
64,257,368,4
Met partner26,717,323,6
Met ander gezins-
of familielid
14,511,113,8
Met vriend / vriendin40,736,951,1
Met hulpverlener
(bijv. huisarts)
7,269,2
Met Veilig Thuis000
Met Centrum Seksueel
Geweld
0,100,3
Met politie1,51,21,3
Met iemand anders107,27
Bron: CBS, WODC

21) De thema’s ‘Verbale agressie’ en ‘Dwingende controle’ uit de edities van 2020 en 2022 zijn gedeeltelijk samengevoegd tot ‘Psychisch geweld’ (zie hoofdstuk 2). Omdat het hier geen nieuwe vragen betreft, maar een andere indeling, zijn ook de cijfers over psychisch geweld, en daarmee ook van huiselijk geweld, teruggelegd naar 2020 en 2022.
22) Vanaf 2024 is het item met betrekking tot gedwongen prostitutie komen te vervallen. Voor 2020 en 2022 is de prevalentie van fysiek seksueel geweld, en daarmee ook van seksueel grensoverschrijdend gedrag, opnieuw bepaald.
23) Alle vormen van psychisch geweld en stalking door ex-partner zijn als structureel meegeteld.
24) Het betreft een minimumschatting omdat mensen meermaals slachtoffer kunnen zijn van meerdere vormen, en daar is in deze schatting geen rekening mee gehouden. Hetzelfde geldt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag.

10. Conclusies

Dit afsluitende hoofdstuk bevat de belangrijkste conclusies van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (PHGSG) 2024.

10.1 Slachtofferschap

In 2024 gaf 9 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (bijna 1,3 miljoen mensen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld. Van de mensen van 16 jaar of ouder werd 7 procent (990 duizend mensen) structureel slachtoffer, dat wil zeggen dat ze in de afgelopen 12 maanden ten minste één vorm van huiselijk geweld (bijna) dagelijks, wekelijks of maandelijks hebben meegemaakt. De meest voorkomende vorm van huiselijk geweld was psychisch geweld, gevolgd door fysiek geweld en stalking door een ex-partner.

In 2024 werd 12 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (ruim 1,7 miljoen mensen) slachtoffer van een of meerdere vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen 12 maanden. Twee procent van de mensen van 16 jaar of ouder (230 duizend mensen) werd structureel slachtoffer. De meest voorkomende vorm was offline seksuele intimidatie, gevolgd door online seksuele intimidatie, en fysiek seksueel geweld.

Bij veruit de meeste voorvallen is huiselijk geweld van niet-seksuele aard en vindt seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten de huiselijke kring plaats.

10.2 Trends in slachtofferschap

De jaarprevalentie van huiselijk geweld in 2024 (9 procent) verschilt niet significant met die van 2020 en 2022. Dit geldt ook voor de onderliggende vormen van huiselijk geweld.

De jaarprevalentie van seksueel grensoverschrijdend gedrag in 2024 daarentegen verschilt wel met die in 2022, maar is vergelijkbaar met 2020. Waar vier jaar geleden 11 procent van de mensen van 16 jaar of ouder aangaf in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag, was dit in 2022 met 13 procent hoger. In 2024 is de prevalentie afgenomen naar 12 procent, wat niet significant verschilt van 2020. Wel ligt het slachtofferschap van offline seksuele intimidatie in 2024 nog altijd hoger dan in 2020.

Er zijn indicaties dat de toename van seksueel grensoverschrijdend gedrag in 2022 (deels) toe te schrijven was aan de media-aandacht voor dit thema, waardoor de bewustwording van slachtoffers is vergroot en tot een verhoogde rapportage van seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft geleid. Dat blijkt ook uit cijfers van het Centrum Seksueel Geweld waar in 2022 een toename was van het aantal meldingen en hulpvragen. Deze toename deed zich vooral voor in de periode na de uitzending van BOOS over misstanden bij The Voice of Holland. Hoewel het aantal meldingen en hulpvragen in 2023 ook weer afnam, bleef het aantal nog altijd hoger dan in 2021.

10.3 Slachtofferschap naar kenmerken

Van huiselijk geweld zijn mannen en vrouwen ongeveer even vaak slachtoffer. Jongeren zijn vaker slachtoffer dan ouderen. Zo werd 24 procent van de 16- tot 18-jarigen in de afgelopen 12 maanden slachtoffer, bij de 18- tot 24-jarigen was dat 19 procent en bij 65-plussers 2 procent. Bi-plus vrouwen krijgen het vaakst te maken met huiselijk geweld (17 procent). Ook mensen die zichzelf identificeren als non-binair/genderqueer geven met 26 procent relatief vaak aan slachtoffer te zijn van huiselijk geweld.

Van seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn vrouwen meer dan twee keer zo vaak slachtoffer dan mannen (16 tegen 7 procent). Jongeren krijgen er vaker dan ouderen mee te maken. Waar 16- tot 18-jarigen en 18- tot 24-jarigen met respectievelijk 25 en 30 procent relatief vaak slachtoffer zijn in de afgelopen 12 maanden, is dat bij 65-plussers minder het geval (3 procent). Als het gaat om seksuele oriëntatie, zijn bi-plus vrouwen (34 procent) het vaakst slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Van de non-binair/genderqueer mensen geeft 31 procent aan slachtoffer te zijn geweest. Ook mensen met een afgeronde hbo- of wo-opleiding en inwoners van meer verstedelijkte gemeenten zijn relatief vaak slachtoffer.

10.4 Plegers

Huiselijk geweld wordt het vaakst gepleegd door een partner of ex-partner. Bij psychisch geweld geeft 41 procent van de slachtoffers aan dat de partner de pleger was, bij fysiek geweld in huiselijke kring 31 procent. De ex-partner was door respectievelijk 19 en 11 procent van de slachtoffers als pleger aangewezen. Slachtoffers van psychisch geweld in huiselijke kring noemen ook relatief vaak een ouder als pleger. Broers, zussen, kinderen of andere familieleden worden minder vaak als pleger aangewezen.

Plegers van seksuele voorvallen behoren vaak niet tot de huiselijke kring van het slachtoffer. Bij offline en online seksuele intimidatie is de pleger bij ongeveer de helft van de gevallen een onbekende buiten de huiselijke kring. Bij fysiek seksueel geweld kennen de meeste slachtoffers (ruim 60 procent) de pleger. Plegers van buiten de huiselijke kring die relatief vaak worden genoemd zijn dates, goede vrienden/vriendinnen, collega’s, kennissen van het uitgaan/ feestjes en – bij online seksuele intimidatie – online kennissen.

Zowel bij huiselijk geweld als bij seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn de plegers vaker man(nen) dan vrouw(en).

10.5 Gevolgen

Als gevolg van het geweld heeft ongeveer twee derde van de slachtoffers van psychisch geweld in de huiselijk kring problemen gehad (64 procent). Van de slachtoffers van fysiek geweld in huiselijke kring geeft 49 procent dat aan, en van de slachtoffers van stalking door een ex-partner 67 procent. In het algemeen komen psychische problemen het meest voor als gevolg van huiselijk geweld. Relatieproblemen, lichamelijke problemen en problemen met (een deel van) de familie worden relatief gezien ook vaak door slachtoffers genoemd.

Slachtoffers van offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld geven met respectievelijk 24, 20 en 32 procent aan problemen te hebben ervaren als gevolg van het seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bij fysiek seksueel geweld had een ruime meerderheid (66 procent) van de slachtoffers van seksuele handelingen (ongewenste ervaringen met aftrekken of vingeren, orale seks, geslachtsgemeenschap of anale seks) gevolgen. Psychische problemen worden het vaakst ervaren naar aanleiding van de ongewenste seksuele ervaringen. Ook seksuele problemen en relatieproblemen worden relatief vaak door slachtoffers genoemd.

10.6 Praten over ervaringen

De meerderheid van de slachtoffers van huiselijk geweld praat met iemand over hun ervaringen. Afhankelijk van het soort voorval zeggen 7 à 8 op de 10 slachtoffers met iemand te hebben gepraat. Het meest wordt gesproken met mensen in de eigen sociale kring; vooral met vrienden/vriendinnen, partner, en met andere gezins- of familieleden. Professionele hulpverleners zoals (huis)artsen, psychologen of maatschappelijk werkers worden ook relatief vaak benaderd door slachtoffers van huiselijk geweld. Met Veilig Thuis en de politie wordt naar verhouding weinig contact opgenomen.

Van de slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag praat het merendeel met iemand over hun ervaringen. Afhankelijk van het soort voorval, zeggen 6 à 7 op de 10 slachtoffers met iemand gepraat te hebben. Het meest wordt gesproken met mensen in de eigen sociale kring, vooral met vrienden/vriendinnen en de partner. Slachtoffers praten minder vaak met hulpverleners zoals (huis)artsen, psychologen of maatschappelijk werkers. Met Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld of de politie wordt nauwelijks of geen contact gezocht.

Bijlage A. Tabellen

1a. Slachtofferschap huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend
gedrag, bevolking van 16 jaar of ouder (%)
Psychisch geweld in huiselijke kring Fysiek geweld in huiselijke kring Stalking door ex-partner1)Offline seksuele intimidatieOnline seksuele intimidatieFysiek seksueel geweldHuiselijk geweld totaalSeksueel grensoverschrijdend gedrag totaal
2020In afgelopen 12 maanden5,53,72,46,85,43,38,510,9
2020In afgelopen 5 jaar6,96,311,78,97,6
2020In kinderjaren15,94,92,15,4
2022In afgelopen 12 maanden6,13,92,18,76,43,59,212,7
2022In afgelopen 5 jaar6,96,614,811,39,3
2022In kinderjaren16,75,92,76,2
2024In afgelopen 12 maanden5,93,62,48,15,23,58,811,6
2024In afgelopen 5 jaar8,66,514,09,68,6
2024In kinderjaren16,35,53,55,9
1) Het gaat hier om personen van 16 jaar of ouder met een ex-partner.

1b. Slachtofferschap huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend
gedrag in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, bevolking van 16 jaar of ouder, 2024 (%)
Psychisch geweld in huiselijke kringFysiek geweld in huiselijke kringStalking door ex-partner1)Offline seksuele intimidatieOnline seksuele intimidatieFysiek seksueel geweldHuiselijk geweld totaalSeksueel grensoverschrijdend gedrag totaal
GeslachtVrouwen6,93,82,711,96,45,310,115,6
GeslachtMannen4,93,42,14,23,91,77,47,4
Leeftijd16 tot 18 jaar16,013,39,717,014,49,224,124,6
Leeftijd18 tot 24 jaar11,79,76,621,914,412,019,429,5
Leeftijd24 tot 45 jaar7,44,43,112,07,04,610,916,7
Leeftijd45 tot 65 jaar5,02,31,74,83,01,87,07,2
Leeftijd65 jaar of ouder1,70,70,31,31,10,72,42,6
Geslacht x leeftijdVrouwen, 16 tot 18 jaar17,714,511,925,422,314,826,336,3
Geslacht x leeftijdVrouwen, 18 tot 24 jaar13,510,58,335,420,618,521,842,9
Geslacht x leeftijdVrouwen, 24 tot 45 jaar8,74,63,617,78,77,112,823,0
Geslacht x leeftijdVrouwen, 45 tot 65 jaar6,32,62,17,03,52,78,79,4
Geslacht x leeftijdVrouwen, 65 jaar of ouder1,80,80,01,50,70,92,52,4
Geslacht x leeftijdMannen, 16 tot 18 jaar14,412,27,59,07,14,022,113,7
Geslacht x leeftijdMannen, 18 tot 24 jaar9,98,84,88,58,25,716,916,3
Geslacht x leeftijdMannen, 24 tot 45 jaar6,14,32,66,25,32,29,010,2
Geslacht x leeftijdMannen, 45 tot 65 jaar3,72,11,32,72,60,85,45,0
Geslacht x leeftijdMannen, 65 jaar of ouder1,60,70,71,21,70,52,32,8
HerkomstNederland5,83,62,18,05,13,68,611,5
HerkomstEuropa (excl. Nederland)6,63,93,111,16,24,110,314,7
HerkomstBuiten-Europa5,83,33,27,05,12,98,510,2
Seksuele oriëntatieVrouwen, heteroseksueel6,33,42,610,15,94,69,213,7
Seksuele oriëntatieVrouwen, homoseksueel10,98,03,612,37,13,715,117,3
Seksuele oriëntatieVrouwen, bi-plus11,06,53,627,912,912,517,234,0
Seksuele oriëntatieMannen, heteroseksueel4,73,21,93,33,11,27,16,1
Seksuele oriëntatieMannen, homoseksueel6,34,22,114,917,37,68,825,7
Seksuele oriëntatieMannen, bi-plus6,96,24,09,77,94,311,915,3
Positie in het huishoudenThuiswonend kind12,29,36,516,813,08,219,023,8
Positie in het huishoudenAlleenstaande5,43,43,211,58,15,88,916,7
Positie in het huishoudenPartner, geen kinderen3,11,70,75,22,41,74,57,1
Positie in het huishoudenPartner, met kinderen6,03,20,64,32,21,48,06,4
Positie in het huishoudenAlleenstaande ouder10,85,36,110,77,35,016,115,0
Welvaart van het huishoudenEerste (laagste) kwintiel7,25,13,911,27,44,911,315,8
Welvaart van het huishoudenTweede kwintiel5,83,42,77,85,23,18,611,1
Welvaart van het huishoudenDerde kwintiel6,53,52,67,85,13,39,011,1
Welvaart van het huishoudenVierde kwintiel5,33,41,97,94,73,68,010,9
Welvaart van het huishoudenVijfde (hoogste) kwintiel5,43,41,56,64,13,38,110,1
Stedelijkheid woongemeenteZeer sterk stedelijk5,83,52,311,36,35,09,015,6
Stedelijkheid woongemeenteSterk stedelijk6,24,12,77,95,33,79,211,0
Stedelijkheid woongemeenteMatig stedelijk5,23,22,66,14,32,57,79,0
Stedelijkheid woongemeenteWeinig stedelijk6,23,51,66,34,42,48,79,5
Stedelijkheid woongemeenteNiet stedelijk5,93,53,26,34,43,19,09,8
1) Het gaat hier om personen van 16 jaar of ouder met een ex-partner.

2. Structureel slachtofferschap huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, bevolking van 16 jaar of ouder, 20241)
(% slachtoffers in afgelopen 12 maanden)
Fysiek geweld in huiselijke kringOffline seksuele intimidatieOnline seksuele intimidatieFysiek seksueel geweld
TotaalStructureel9,413,713,73,8
Totaal(Bijna) dagelijks1,12,23,10,6
TotaalWekelijks3,54,54,91,2
TotaalMaandelijks4,87,05,72,0
GeslachtVrouwen9,514,412,03,8
GeslachtMannen9,211,716,53,8
1) Op logische gronden is bij sommige vormen van huiselijk geweld (in dit geval bij psychisch geweld in huiselijke kring en bij stalking door de ex-partner) niet gevraagd naar de frequentie van het slachtofferschap. Deze vormen hebben altijd een zich herhalend, structureel karakter.
 

3. Plegers huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag,
bevolking van 16 jaar of ouder, 20241) (% slachtoffers in afgelopen
12 maanden)
Psychisch geweld in huiselijke kringFysiek geweld in huiselijke kringOffline seksuele intimidatieOnline seksuele intimidatieFysiek seksueel geweld
Pleger(s) huiselijke kringMannelijke partner23,616,63,91,17,6
Pleger(s) huiselijke kringVrouwelijke partner17,014,51,30,50,7
Pleger(s) huiselijke kringMannelijke ex-partner12,07,93,13,86,1
Pleger(s) huiselijke kringVrouwelijke ex-partner6,53,10,90,31,1
Pleger(s) huiselijke kringVader18,79,00,40,00,1
Pleger(s) huiselijke kringMoeder19,95,30,20,20,0
Pleger(s) huiselijke kringBroer11,014,30,60,20,2
Pleger(s) huiselijke kringZus10,810,50,20,10,0
Pleger(s) huiselijke kringZoon12,210,00,10,00,1
Pleger(s) huiselijke kringDochter10,56,00,00,00,0
Pleger(s) huiselijke kringAnder mannelijke familielid5,84,31,50,62,1
Pleger(s) huiselijke kringAnder vrouwelijke familielid5,71,30,30,20,3
Pleger(s) huiselijke kringGeen antwoord 9,015,10,80,60,5
Pleger(s) buiten huiselijke kringDate / iemand net ontmoet8,114,712,0
Pleger(s) buiten huiselijke kringGoede vriend(in)11,49,312,0
Pleger(s) buiten huiselijke kringLeidinggevende4,32,71,3
Pleger(s) buiten huiselijke kringCollega20,87,29,0
Pleger(s) buiten huiselijke kringCoach of trainer1,00,40,2
Pleger(s) buiten huiselijke kringTeamgenoot2,41,60,6
Pleger(s) buiten huiselijke kringReligieus leider0,40,40,1
Pleger(s) buiten huiselijke kringDocent1,00,61,0
Pleger(s) buiten huiselijke kringMedeleerling / medestudent6,14,62,8
Pleger(s) buiten huiselijke kringArts of zorgverlener0,80,30,3
Pleger(s) buiten huiselijke kringKennis van uitgaan of feestje16,012,524,9
Pleger(s) buiten huiselijke kringOnline kennis (niet in echt ontmoet)6,736,50,9
Pleger(s) buiten huiselijke kringSekspartner (geen relatie)4,29,02,5
Pleger(s) buiten huiselijke kringOnbekende51,649,637,3
Pleger(s) buiten huiselijke kringIemand anders16,612,810,1
Pleger(s) buiten huiselijke kringGeen antwoord 3,02,31,5
Geslacht pleger(s)Man(nen)36,648,079,868,478,6
Geslacht pleger(s)Vrouw(en)26,628,16,59,414,1
Geslacht pleger(s)Mannen en vrouwen27,98,88,78,64,1
Geslacht pleger(s)Geen antwoord9,015,12,312,73,2
1) Op logische gronden is bij stalking door de ex-partner niet gevraagd naar de pleger.

4. Gevolgen huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag,
bevolking van 16 jaar of ouder, 2024 (% slachtoffers in afgelopen
12 maanden)
Psychisch geweld in huiselijke kringFysiek geweld in huiselijke kringStalking door ex-partner1)Offline seksuele intimidatieOnline seksuele intimidatieFysiek seksueel geweld
GevolgenTotaal63,548,766,623,619,632,0
GevolgenLichamelijk problemen15,814,015,02,92,65,3
GevolgenPsychische problemen46,632,052,016,413,023,1
GevolgenSeksuele problemen10,710,310,17,46,313,2
GevolgenFamilieproblemen19,511,49,71,31,21,8
GevolgenRelatieproblemen29,921,627,55,34,811,8
GevolgenNiet meer werken7,85,87,91,40,52,1
GevolgenAndere problemen werk / opleiding9,57,410,92,82,84,2
GevolgenZwangerschap0,3
GevolgenAndere problemen12,08,815,25,54,76,2
GevolgenGeen antwoord4,55,63,65,83,23,9
1) Het gaat hier om personen van 16 jaar of ouder met een ex-partner.

5. Met iemand gepraat over huiselijk geweld en seksueel
grensoverschrijdend gedrag, bevolking van 16 jaar of ouder, 2024
(% slachoffers in afgelopen 12 maanden)
Psychisch geweld in huiselijke kringFysiek geweld in huiselijke kringStalking door ex-partner1)Offline seksuele intimidatieOnline seksuele intimidatieFysiek seksueel geweld
GepraatTotaal80,771,381,064,257,368,4
GepraatMet partner37,034,522,726,717,323,6
GepraatMet ander gezins- of familielid38,132,041,314,511,113,8
GepraatMet vriend/vriendin44,130,150,240,736,951,1
GepraatMet hulpverlener32,625,829,87,26,09,2
GepraatMet Veilig Thuis2,52,52,30,00,00,0
GepraatMet Centrum Seksueel Geweld0,10,00,3
GepraatMet politie3,94,28,61,51,21,3
GepraatMet iemand anders8,67,712,710,07,27,0
GepraatGeen antwoord4,33,80,02,51,81,8
1) Het gaat hier om personen van 16 jaar of ouder met een ex-partner.

Bijlage B. Onderzoeksverantwoording

In deze onderzoeksverantwoording worden de opzet en uitvoering van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag 2024 beschreven. 

Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • Dataverzameling
  • Vragenlijst
  • Operationalisering concepten
  • Aandachtspunten
  • Gebruikte analysemethoden
  • Plausibiliteit
  • Toegang tot databestanden.

Over deze en andere onderwerpen die te maken hebben met de opzet en uitvoering van de PHGSG 2024 is meer informatie beschikbaar in de Onderzoeksdocumentatie.

1. Dataverzameling

Doelpopulatie en steekproef

De doelpopulatie bestaat uit alle in Nederland woonachtige mensen van 16 jaar of ouder bij de start van het veldwerk, die geregistreerd zijn als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) en die deel uitmaken van particuliere huishoudens. De institutionele bevolking, dat zijn mensen in inrichtingen, instellingen of tehuizen (IIT), worden voor dit onderzoek niet benaderd. Er is een aselecte steekproef getrokken. Deze bestaat uit 100 duizend mensen. Naar verwachting zou een respons van 24 procent worden gerealiseerd, hetgeen dus 24 duizend responsen zou opleveren. Het minimumaantal vereiste responsen bedraagt 23 duizend, hetgeen een respons van 23 procent betekent.

Veldwerk

Het veldwerk vond plaats van begin maart tot en met eind april 2024. De steekproefpersonen ontvingen een aanschrijfbrief met daarin het verzoek om via internet deel te nemen aan het onderzoek en de bijbehorende inloggegevens. Daarnaast werd in de brief ingegaan op het doel van het onderzoek. Bij de aanschrijfbrief werd een folder bijgevoegd waarin stond beschreven hoe het CBS omgaat met de privacy van respondenten en dat anonimiteit is gewaarborgd. Drie weken na de aanschrijfbrief werd aan steekproefpersonen een eerste rappelbrief verstuurd met daarin opnieuw het verzoek om via internet deel te nemen aan het onderzoek. Deze brief werd alleen verstuurd aan steekproefpersonen waarvan geen respons is ontvangen. Zes weken na de aanschrijfbrief werd een tweede rappelbrief verstuurd met opnieuw het verzoek om via internet deel te nemen aan het onderzoek. Ook deze brief werd alleen verstuurd aan steekproefpersonen waarvan nog geen respons is ontvangen. In de brief stond een uiterste datum tot wanneer de vragenlijst kon worden ingevuld.

Respons

Van de 100 duizend mensen die voor het onderzoek zijn benaderd hebben in totaal 25 613 mensen meegedaan, een responspercentage van 25,6 procent. Dit is ruim 2 procentpunten boven de minimumvereiste respons van 23 procent en ruim 1 procentpunt hoger dan de in 2022 gerealiseerde respons van 24,2 procent. 

Uit de responsanalyse van de data van 2024 bleek dat er sprake is van een selectieve respons die overeenstemt met de selectiviteit van respons in andere CBS-onderzoeken. Zo nemen jongeren minder deel dan ouderen, mensen met een herkomst buiten Nederland minder dan mensen met een Nederlandse herkomst, en mensen met een lager huishoudensinkomen minder dan mensen met een hoger huishoudensinkomen. Voor deze selectiviteit in de respons is door weging zodanig gecorrigeerd dat de deelnemers aan het onderzoek een zo representatief mogelijke vertegenwoordiging vormen van de doelpopulatie (voor meer informatie over de selectiviteit van de respons en de weging zie de Onderzoeksdocumentatie).

2. Vragenlijst 

De vragenlijst heeft betrekking op ervaringen met geweld en intimidatie in de huiselijke kring en ongewenste seksuele ervaringen (zowel binnen als buiten de huiselijke kring). De vragenlijstblokken die huiselijk geweld (inclusief stalking door ex-partner) meten zijn ontwikkeld door het WODC. Dat is gebeurd op basis van bestaande vragenlijsten voor huiselijk geweld en het concept van de vragenlijst is voorgelegd aan een groep experts op het gebied van huiselijk geweld. Van die bijeenkomst is een verslag gemaakt, maar er is geen uitgebreider onderzoeksverslag beschikbaar. De vragenlijstblokken die seksuele intimidatie en seksueel geweld meten, zijn in opdracht van het WODC ontwikkeld door Rutgers en een aantal deskundigen op het gebied van seksualiteit en seksueel geweld. Het verslag dat over de ontwikkeling van dat deel is geschreven, is hier te vinden. De vragenlijst bestaat in totaliteit uit de volgende blokken met voorbeelden van vragen c.q. ervaringen: 

Blok in vragenlijstGebruikte begrip in publicatieVoorbeelden van vragen c.q. ervaringen
Meningsverschillen
en verbale agressie
Verbale agressie
in huiselijke kring
- Iemand beledigde u en/of vloekte tegen u
- Iemand schreeuwde en/of gilde tegen u
- Iemand kleineerde of vernederde u
Lichamelijke agressieFysiek geweld
in huiselijke kring
- Iemand dreigde een mes of ander wapen tegen u te gebruiken
- Iemand heeft u geschopt
- Iemand heeft geprobeerd om u te verstikken of te wurgen
Coercive controlDwingende controle
in huiselijke kring
- Iemand hield u de hele tijd weg bij uw familie en/of vrienden
- Iemand bepaalde voor u waaraan u uw geld mocht uitgeven
- Iemand controleerde regelmatig of de hele tijd uw post, telefoontjes, berichten, e-mails, of sociale media
Stalking Stalking door ex-partner- Een ex-partner belde u regelmatig, terwijl u dit niet wilde (inclusief opgehangen, voicemail en berichten)
- Een ex-partner bespioneerde u bijvoorbeeld met een verborgen camera, opname apparatuur of andere technologie
- Een ex-partner is uw auto of huis binnen gegaan zonder uw toestemming, of heeft dit geprobeerd
Hands-off onlineOnline seksuele intimidatie- Iemand maakte online seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes
- Iemand bleef online aandringen op seks met hem/haar, terwijl u dat niet wilde
- Iemand maakte online een naaktfoto of seksfilmpje van u, terwijl u dat niet wilde
Hands-off offlineOffline seksuele intimidatie- Iemand bleef aandringen op een date, terwijl u dat niet wilde
- Iemand staarde naar u op een seksuele manier, terwijl u dat niet wilde
- Iemand maakte een naaktfoto of seksfilmpje van u, terwijl u dat niet wilde
Hands-onFysiek seksueel geweld- Iemand zoende u, terwijl u dat niet wilde
- Orale seks (seks met de mond), terwijl u dat niet wilde
- Geslachtsgemeenschap, terwijl u dat niet wilde

In de vragenlijst wordt aan respondenten gevraagd of ze in de afgelopen 5 jaar slachtoffer zijn geweest van een of meer van bovenstaande ervaringen (zie rechterkolom van het overzicht). En zo ja, hoe vaak dit in de afgelopen 12 maanden is voorgekomen en wie de pleger was. Deze vragen worden per ervaring gesteld. Eventuele gevolgen van het slachtofferschap en het praten met anderen (inclusief de politie en Veilig Thuis) zijn ook onderwerpen die aan bod komen in de vragenlijst. Deze vragen worden over alle ervaringen in dat blok tezamen gesteld. Tenslotte wordt aan het eind van het blok een vraag gesteld over slachtofferschap in de kinderjaren. Nieuw in 2024 is de vraag naar slachtofferschap in een andere periode in het leven (naast de kindertijd en in de afgelopen 5 jaar).

Na de bovenstaande vragenlijstblokken is ook een vraag gesteld of men zelf pleger is geweest van huiselijk geweld in de afgelopen 12 maanden. In 2022 zijn op verzoek van de Begeleidingscommissie aan het eind van de vragenlijst enkele vragen opgenomen over het vermoeden, horen of zien van huiselijk geweld bij iemand in de omgeving. In 2024 zijn vergelijkbare vragen toegevoegd over seksueel grensoverschrijdend gedrag bij iemand in de omgeving. De vragen over de invloed van corona op het leven en veranderingen die tijdens de coronapandemie zijn opgetreden in werk en thuissituatie (toegevoegd in 2022) zijn komen te vervallen.

Ten slotte zijn in 2024 de (achtergrond)vragen naar seksuele oriëntatie en het hebben van een ex-partner aangepast, en zijn vragen toegevoegd over genderidentiteit en onderwijsniveau.

De vragenlijst25) PHGSG 2024 is hier beschikbaar.

3. Operationalisering concepten

De concepten huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn gebaseerd op samenvoegingen en selecties van 6 afzonderlijke vormen van intimidatie en geweld, namelijk:

  • Psychisch geweld in huiselijke kring
  • Fysiek geweld in huiselijke kring
  • Stalking door de ex-partner
  • Offline seksuele intimidatie
  • Online seksuele intimidatie
  • Fysiek seksueel geweld

In 2024 zijn op verzoek van de Begeleidingscommissie enkele concepten aangepast. Waar in de voorgaande metingen (2020 en 2022) verbale agressie in huiselijke kring en dwingende controle in huiselijke kring als aparte concepten werden meegenomen, zijn deze in 2024 vervangen door het nieuwe concept psychisch geweld in huiselijke kring. 
Bij psychisch geweld gaat het om de structurele vormen van verbale agressie in huiselijke kring, dit betekent dat de vormen maandelijks of vaker voorkomen. Daarnaast vallen de vormen van dwingende controle in huiselijke kring waarbij sprake is van dreiging en intimidatie26) onder psychisch geweld in huiselijke kring.
Het concept van psychisch geweld, en de daar bijbehorende concepten van huiselijk geweld, zijn in 2024 voor het eerst bepaald. De vormen van intimidatie en geweld die worden meegenomen onder psychisch geweld zijn ook in 2020 en 2022 op een vergelijkbare manier uitgevraagd. Hierdoor zijn de nieuwe concepten psychisch geweld en huiselijk geweld voor 2020 en 2022 bepaald. De reeds eerder gepubliceerde cijfers over huiselijk geweld zijn daarmee niet een op een vergelijkbaar met de cijfers in de huidige monitor, het gaat hier namelijk om een andere operationalisering van huiselijk geweld.

Eveneens is het concept seksueel grensoverschrijdend gedrag in 2024 aangepast. Op verzoek van de Begeleidingscommissie is het item over gedwongen prostitutie, dat wordt meegenomen onder fysiek seksueel geweld, komen te vervallen. Het concept fysiek seksueel geweld is daarom voor 2020 en 2022 opnieuw bepaald, net als het overkoepelende concept seksueel grensoverschrijdend gedrag. Net zoals bij huiselijk geweld, kunnen cijfers over seksueel grensoverschrijdend gedrag niet één op één worden vergeleken met die in eerder publicaties.27)

ConceptOperationalisering
Huiselijk geweld Een of meer vormen van:
- Psychisch geweld in huiselijke kring
- Fysiek geweld in huiselijke kring
- Stalking door ex-partner
- Offline seksuele intimidatie in huiselijke kring
- Online seksuele intimidatie in huiselijke kring
- Fysiek seksueel geweld in huiselijke kring
Huiselijk niet-seksueel geweldEen of meer vormen van:
- Psychisch geweld in huiselijke kring
- Fysiek geweld in huiselijke kring
- Stalking door ex-partner
Huiselijke seksueel geweld Een of meer vormen van:
- Offline seksuele intimidatie in huiselijke kring
- Online seksuele intimidatie in huiselijke kring
- Fysiek seksueel geweld in huiselijke kring
Seksueel grensoverschrijdend gedragEen of meer vormen van:
- Offline seksuele intimidatie
- Online seksuele intimidatie
- Fysiek seksueel geweld
Seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring Een of meer vormen van:
- Offline seksuele intimidatie in huiselijke kring
- Online seksuele intimidatie in huiselijke kring
- Fysiek seksueel geweld in huiselijke kring
Seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten huiselijke kringEen of meer vormen van:
- Offline seksuele intimidatie buiten huiselijke kring
- Online seksuele intimidatie buiten huiselijke kring
- Fysiek seksueel geweld buiten huiselijke kring

Let op: het concept huiselijk seksueel geweld komt overeen met het concept seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de huiselijke kring.

4. Aandachtspunten

Hieronder volgt een aantal aandachtspunten waarmee bij de interpretatie van de onderzoeksresultaten rekening moet worden gehouden.

Samenstelling afzonderlijke vormen van huiselijk en seksueel grensoverschrijdend gedrag

De samenstelling van de zes vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag (psychisch geweld in huiselijke kring, fysiek geweld in huiselijke kring, stalking door ex-partner, offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie, fysiek seksueel geweld) is gebaseerd op een set van items die in het betreffende vragenblok in de PHGSG-vragenlijst zijn uitgevraagd. Deze items variëren in ernst van de gebeurtenis/ervaring. Bij fysiek geweld in huiselijke kring bijvoorbeeld, lopen de gevraagde items uiteen van voorvallen als iemand stompen tot misdrijven zoals pogingen om iemand te verstikken of te verwonden met een wapen. Bij fysiek seksueel geweld variëren de voorvallen van ongewenst gezoend worden tot pogingen tot verkrachting. In overleg met het WODC is bepaald dat de gepresenteerde onderzoeksresultaten voor de totalen van de afzonderlijke vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag gebaseerd zijn op de complete set van items. Er worden dus geen onderzoeksresultaten voor selecties van items gepresenteerd, waarbij onderzoekers bepalen wat ernstig is en wat minder erg. Alleen in hoofdstuk 7 bij fysiek seksueel geweld is hierop bij de bespreking van de gevolgen voor de slachtoffers een uitzondering gemaakt.

Ontbrekende waarden

Indien een respondent de vraag over slachtofferschap bij een item niet heeft beantwoord, wordt verondersteld dat hij/zij dit item niet heeft meegemaakt. Deze veronderstelling zal niet altijd juist zijn omdat sommige slachtoffers om hun moverende redenen die items niet hebben willen of kunnen beantwoorden. Hierdoor zijn de gepresenteerde slachtofferpercentages waarschijnlijk een onderschatting. Deze omgang met ontbrekende waarden is in Nederland gebruikelijk voor slachtofferschapsenquêtes, en deze wordt gehanteerd in alle edities van de monitor, zodat de onderzoeksresultaten vergelijkbaar zijn.

5-jaarsprevalentie en jaarprevalentie slachtofferschap 

In deze publicatie staan de cijfers over het slachtofferschap in de afgelopen 12 maanden – de jaarprevalentie – centraal. Aangezien het veldwerk in maart–april 2024 heeft plaatsgevonden hebben de jaarprevalenties dus betrekking op de periode maart/april 2023 tot maart/april 2024. 

Daarnaast zijn in beperkte mate ook cijfers opgenomen over het slachtofferschap in afgelopen vijf jaar, in de kinderjaren en in een andere periode in het leven. Bekend is dat naarmate de referentieperiode langer wordt, de kans op foreward telescoping toeneemt. Dit betekent dat de respondent geneigd is om voorvallen die verder in het verleden liggen als recenter gebeurd in te schatten. Met name bij de langere referentieperiodes betekent dit dat er mogelijk sprake is van een overschatting van het slachtofferschap in deze periode.

Prevalentieschattingen naar kenmerken

Een van de onderzoeksvragen bij de start van het onderzoek was: is er verschil in aard en omvang van slachtofferschap tussen de verschillende bevolkingsgroepen? De prevalentieschattingen zijn daarom uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, geslacht x leeftijd, herkomst, genderidentiteit, seksuele oriëntatie, hoogst behaald onderwijsniveau, positie van de persoon in het huishouden, het welvaartsniveau van het huishouden en de stedelijkheid van de gemeente. 
De uitsplitsing naar herkomst was in de meeste gevallen weinig zeggend omdat degenen met een herkomst buiten Nederland relatief vaak de prevalentievragen niet beantwoordden. Het is niet duidelijk wat hier speelt: wellicht taalproblemen, wellicht gevoeligheden. 

Bij de prevalentieschattingen uitgesplitst naar achtergrondkenmerken zijn ook analyses uitgevoerd waarbij gecorrigeerd is voor de onderlinge samenhang tussen bepaalde kenmerken (zie ook paragraaf 5, gebruikte analysemethoden).

Definitie structureel slachtofferschap

In navolging van eerder onderzoek (Ten Boom & Wittebrood, 2019) is ook in dit onderzoek ‘structureel geweld’ gedefinieerd als geweld dat ten minste één keer per maand voorkomt. Twee huiselijke vormen van geweld, psychisch geweld in huiselijke kring en stalking door de ex-partner, hebben per definitie een structureel karakter. 

Zelfgerapporteerd plegerschap

In de enquête is gevraagd of de respondent zelf huiselijk geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring heeft gepleegd. Verwacht wordt dat niet iedereen dit toegeeft en dat het bij deze cijfers om een onderschatting gaat.

Betrouwbaarheidsmarges 

De monitor is gebaseerd op steekproefonderzoek. Dit betekent dat de gepresenteerde cijfers schattingen zijn, waarvan de werkelijke uitkomsten binnen betrouwbaarheidsmarges (aangegeven met een boven- en ondergrens) liggen. In dit onderzoek is een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent gekozen. Dit betekent dat de werkelijke waarde in 95 van de 100 steekproeven zal liggen tussen de boven- en ondergrens die hoort bij de schatting. De betrouwbaarheidsmarges behorende bij de in deze publicatie gepresenteerde cijfers zijn opgenomen in de Tabellenset die aan de publicatie is toegevoegd.

Prevalentie huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in maatschappelijke context

De vraag is in hoeverre maatregelen tijdens de coronapandemie het beantwoorden van vragen over huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in 2020 en 2022 hebben beïnvloed én in hoeverre die maatregelen invloed hebben (gehad) op de feitelijke prevalentie van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in die jaren. Harde conclusies kunnen weliswaar niet worden getrokken, maar het lijkt plausibel dat veranderingen in de maatschappelijke context en de visie op de onderwerpen van de PHGSG effect hebben gehad op de onderzoeksresultaten.

In 2020, toen de enquêtering grotendeels plaatsvond in een periode waarin de eerste coronamaatregelen werden getroffen (zoals de oproep om zoveel mogelijk thuis te werken en sluiting van horeca) waren veel respondenten vaker aan huis gebonden, daardoor vaker niet alleen, en keek er bij het beantwoorden van de vragen mogelijk vaker iemand over de schouder mee. Dit kan hebben geleid tot meer sociaal wenselijke antwoorden. Ook kan de feitelijke prevalentie van de onderzochte vormen van geweld zijn veranderd, binnenshuis mogelijk in ongunstige zin omdat de mensen door de coronamaatregelen meer en dichterbij elkaar in de buurt waren en buitenshuis mogelijk in gunstige zin omdat mensen door de maatregelen minder op straat kwamen en daardoor minder kans hadden om slachtoffer te worden.

In 2022 waren de coronamaatregelen tijdens de periode van enquêteren grotendeels opgeheven. Dit kan effecten hebben gehad die tegengesteld zijn aan de hierboven beschreven effecten in 2020. Daarentegen omvatte de referentieperiode van 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek in 2022, op basis waarvan de jaarprevalentie wordt bepaald, juist wel nog momenten van beperkende coronamaatregelen en lockdowns. Dit betekent dat de cijfers over de jaarprevalentie van huiselijk en seksueel grensoverschrijdend gedrag voor 2022 voor het grootste deel betrekking hadden op de coronaperiode, terwijl de prevalentiecijfers voor 2020 en 2024 dit voor het (grootste deel) niet hadden.

Vlak voor de enquêtering in 2022 speelde er nog een andere maatschappelijke kwestie die in 2020 niet in die mate aan de orde was: de aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag in met name de media (onder andere naar aanleiding van berichtgeving over de gebeurtenissen bij het televisieprogramma The Voice of Holland). Deze aandacht, het publieke debat dat daarop volgde en de ermee gepaard gaande toenemende erkenning van het probleem kunnen van invloed zijn geweest op de prevalentiecijfers. Mensen kunnen met name bij seksueel geweld en intimidatie - ook retrospectief - beter zijn gaan realiseren wat hen overkomen is en zichzelf als slachtoffer ervan zien. Als gevolg van dit verkregen inzicht zullen zij vaker slachtofferschap rapporteren met als resultante verhoogde prevalentiecijfers van seksueel geweld en intimidatie in 2022. Nog altijd verschijnen berichten over nieuwe beschuldigingen in de media, maar inmiddels lijkt er sprake van een stabilisatie in de aandacht voor het onderwerp.

5. Gebruikte analysemethoden

De analysemethoden waarvan in deze monitor gebruik is gemaakt, worden hieronder kort toegelicht.

Bivariate analyses

In bivariate analyses wordt de relatie tussen twee variabelen bekeken, in dit geval de relatie tussen de doelvariabelen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag en de achtergrondkenmerken. Met behulp van significantietoetsing is nagegaan of op basis van de steekproefgegevens kan worden geconcludeerd of het verband tussen twee variabelen in de populatie statistisch significant is.

Principale Componenten Analyse (PCA)

Voor het vragenlijstblok Coercive control (ook wel dwingende controle in huiselijke kring) is een PCA uitgevoerd om op een exploratieve manier te bekijken of de items in de vragenlijst kunnen worden samengevat tot een beperkt aantal componenten. De Cronbach’s alpha (CA) meet de interne consistentie van die componenten (op een schaal tussen 0 en 1; vanaf 0,7 wordt een component als acceptabel gezien). Met de PCA zijn de twaalf indicatoren voor coercive control ingedikt tot drie componenten: sociale controle (CA van 0,93), dreiging en intimidatie (CA van 0,94), en het wegnemen van zelfstandigheid (CA van 0,99). In onderstaand schema is voor elk van deze drie componenten weergegeven wat de bijbehorende items zijn:

IndikkingIndicatoren
Sociale controle- Iemand hield u de hele tijd weg bij uw familie en/of vrienden
- Iemand bepaalde voor u met wie u wel of niet mocht praten
- Iemand hield de hele tijd bij waar u was en wat u deed
- Iemand controleerde regelmatig of de hele tijd uw post, telefoontjes, berichten, e-mails, of sociale media
Dreiging en intimidatie - Iemand dreigde regelmatig om uw kinderen of iemand van wie u houdt iets aan te doen
- Iemand dreigde regelmatig om zichzelf iets aan te doen of zelfmoord te plegen als hij of zij boos op u was
- Iemand maakte u regelmatig bang of intimideerde u, bijvoorbeeld door te schreeuwen, iets van u met opzet kapot te maken of hard op de muren of tafel te slaan
- Iemand kleineerde of vernederde u regelmatig of de hele tijd
- Iemand heeft u op een andere manier regelmatig of de hele tijd gecontroleerd of geïntimideerd
Wegnemen van zelfstandigheid- Iemand verbood u regelmatig of de hele tijd om het huis te verlaten
- Iemand verbood u om eigen geld of bankrekening te hebben
- Iemand bepaalde voor u waaraan u uw geld mocht uitgeven

Logistische regressieanalyse 

Voor elke hoofdvorm van slachtofferschap (i.e. psychisch geweld in huiselijke kring, fysieke agressie in huiselijke kring, stalking door ex-partner, offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld) en voor huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag is onderzocht welke achtergrondkenmerken direct (d.w.z. los van andere kenmerken) verband houden met het al dan niet slachtoffer worden. Hierbij moet opgemerkt worden dat hiervoor enkel achtergrondkenmerken in aanmerking komen die bekend zijn voor zowel slachtoffers als niet-slachtoffers. De opzet en de uitkomsten van de logistische regressieanalyse zijn hier te vinden.

6. Plausibiliteit

Bij de eerste editie van de PHGSG in 2020 is een vergelijking gemaakt met de resultaten van eerder onderzoek over hetzelfde onderwerp (Akkermans, Gielen, Kloosterman, Moons, Reep en Wingen, 2020). Het ging onder andere om het CBS-onderzoek ‘Persoonlijke veiligheid’ (PV) uit 2017 en om het onderzoek ‘Huiselijk geweld’ (HG), een online (panel)enquête onder ruim 6 duizend mannen en vrouwen van 18 jaar of ouder, in 2009 uitgevoerd door Intomart (Van Dijk, van Veen en Cox, 2010) en ‘Violence against women’, een face-to-face enquête in 2012 uitgevoerd in de EU door FRA– European Union Agency for Fundamental Rights (FRA, 2015). De conclusie was dat de uitkomsten van deze onderzoeken niet goed vergeleken konden worden met de PHGSG. De onderzoeken leken qua vraagstelling weliswaar sterk op elkaar maar de afbakening van de hoofdgebeurtenissen is in de PHGSG iets anders. Daarnaast was het onderzoeksdesign niet hetzelfde, werden verschillende doelgroepen benaderd en waren de onderzoeken in verschillende jaren uitgevoerd.

Met het beschikbaar komen van de data van de vervolgmetingen in 2022 en 2024 is het wel mogelijk een indicatie van de plausibiliteit van de uitkomsten te verkrijgen door een vergelijking te maken met de resultaten van de verschillende edities van de PHGSG. Het volgende overzicht toont de uitkomsten van de 12-maanden prevalenties voor 2020, 2022 en 2024. 

Vergelijking PHGSG 2020, 2022 en 2024 - prevalenties in de afgelopen 12 maanden
2020 (%)2022 (%)2024 (%)
Afgelopen 12 maanden psychisch geweldWaarde5,56,15,9
in huiselijke kring meegemaaktOndergrens5,25,75,6
Bovengrens5,86,46,2
Afgelopen 12 maanden fysiek geweldWaarde3,73,93,6
in huiselijke kring meegemaaktOndergrens3,43,63,3
Bovengrens3,94,23,9
Afgelopen 12 maanden stalking doorWaarde2,42,12,4
ex-partner meegemaaktOndergrens2,11,82,1
Bovengrens2,62,42,7
Afgelopen 12 maanden offline seksueleWaarde6,88,78,1
intimidatie meegemaaktOndergrens6,58,37,7
Bovengrens7,29,28,5
Afgelopen 12 maanden online seksuleWaarde5,46,45,2
intimidatie meegemaaktOndergrens5,16,14,9
Bovengrens5,76,85,5
Afgelopen 12 maanden fysiek seksueelWaarde3,33,53,5
geweld meegemaaktOndergrens3,13,23,3
Bovengrens3,53,83,8

De cijfers van huiselijk geweld zijn min of meer gelijk zijn gebleven tussen de onderzoeksjaren. De cijfers van seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn in 2022 gestegen, met name die van seksuele intimidatie, en zijn in 2024 grotendeels weer terug op het niveau van 2020. De uitzondering hierop is offline seksuele intimidatie, waarvan de prevalentie in 2024 nog altijd hoger is dan in 2020.

Het beeld dat uit de PHGSG 2024 naar voren komt, past in het beeld dat andere actuele onderzoeken laten zien. Zo blijkt uit cijfers van Veilig Thuis dat het aantal meldingen over (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling niet veel veranderd is in de periode van 2020-2023 (in 2021 was sprake van een lichte daling). Uit cijfers van Centrum Seksueel Geweld blijkt dat het aantal meldingen en hulpvragen door slachtoffers van ongewenste seksuele ervaringen in 2022 is toegenomen ten opzichte van de jaren daarvoor. De toename was met name zichtbaar in de periode na de uitzending van BOOS over misstanden bij The Voice of Holland. In 2023 nam het aantal meldingen en hulpvragen weer af, maar het aantal bleef nog altijd hoger dan in 2021. Deze bevindingen zijn in lijn met die van de PHGSG en zijn indicatief voor de plausibiliteit van de uitkomsten.

7. Toegang tot databestanden

Onderzoekers kunnen op de volgende manieren toegang krijgen tot twee verschillende databestanden:

  • RA-bestand. Dit een remote access bestand vergelijkbaar met het microbestand, en is beschikbaar bij het Centrum voor Beleidsstatistiek (CvB). Daar kunnen instellingen met een instellingsmachtiging via RA (tegen betaling) op werken.
  • DANS-bestand. Dit is een ingedikt bestand (bijvoorbeeld leeftijd in klassen, regio’s ingedikt enz.). Dat is beschikbaar bij DANS (Data Archiving & Network Services) en hier kunnen instellingen en studenten onder bepaalde voorwaarden toegang toe krijgen. 
25) Het vragenlijstdocument bevat naast de vraagteksten ook informatie die noodzakelijk is voor het ontwerp van de internetvragenlijst. De vragenlijst zelf is alleen digitaal afgenomen. Een papieren versie ervan is daarom niet beschikbaar.
26) De component dreiging en intimidatie is bepaald door middel van PCA (zie ook paragraaf 5).
27) Door de lage prevalentie van het item over gedwongen prostitutie heeft het wegvallen van dit item niet of nauwelijks invloed op de prevalentiecijfers van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Bijlage C. Meer cijfers

Het cijfermateriaal dat hoort bij de gepresenteerde uitkomsten in deze publicatie is, inclusief 95% betrouwbaarheidsmarges (boven- en ondergrens), opgenomen in de Tabellenset PHGSG2024.

Bijlage D. Summary

This summary covers the following:

  • Reason for the study
  • Design of the study
  • Subject of the study
  • Answers to the research questions
  • Additional topics
  • Social context

1. Reason for the study 

The reason for the launch of the Prevalence Monitor for Domestic Violence and Sexually Inappropriate Behavior (PHGSG)28) in 2020 was the presentation of the study into the prevalence of domestic violence and child abuse (Ten Boom & Wittebrood, 2019) to the Dutch parliament. The Minister of that time of Health, Welfare and Sport and the Minister of that time for Legal Protection indicated that they believed it is important that research into the prevalence of domestic violence and child abuse is conducted more frequently than previously was the case (letter dated 5 February 2019). In addition, in response to the social #MeToo debate and the debate in the Dutch parliament on the Committee of Inquiry’s report into Sexual Harassment and Abuse in Sports (De Vries Committee), a motion was passed in which, one of the conclusions was that there is no clear picture of the scale and development of cases of sexual harassment and sexual violence. Among other things, the motion requests the government to periodically conduct quantitative scientific research so that developments (primarily of the extent) of sexual harassment and sexual violence can be permanently monitored and the effect of prevention policy can be established. 

After the start of the Monitor, the second measurement took place in 2022 and the third in 2024. This report describes the results of PHGSG 2024.

2. Design of the study

The figures in this PHGSG are based on an internet survey among a sample of the Dutch population aged 16 years and older (approximately 14.8 million people). One hundred thousand people were approached for the investigation. About 25 thousand people have completed the questionnaire, a response of 25.6 percent. This large number of respondents enables us to make reliable and detailed statements about the prevalence of domestic violence and sexually inappropriate behavior in the Netherlands. 

3. Subject of the study

The Monitor describes the nature and extent to which domestic violence and sexually inappropriate behavior occur in the Netherlands. The data are based on self-reporting, this means that the respondent reports about his/her own feelings and experiences. Domestic violence involves acts of violence such as psychological violence, physical violence, stalking by ex-partner and sexually inappropriate behavior committed by someone in the domestic circle. The term “domestic circle” refers to the social relationship between victim and perpetrator, i.e. family members, relatives and (ex-)partners. “Domestic circle” does not refer to the location: the incidents do not necessarily have to have happened at home. Sexually inappropriate behavior includes all acts of sexual harassment and violence. Sexually inappropriate behavior can occur inside and outside the domestic circle, both online and offline (in the “real world”).

In this monitor the following acts of domestic violence and sexually inappropriate behavior are discussed separately: psychological violence in the domestic circle, physical violence in the domestic circle, stalking by an ex-partner, offline sexual harassment, online sexual harassment and physical sexual violence. The questions asked refer to violence experienced during a period of 5 years or in the 12 months previous to the survey. Since the fieldwork of this survey took place in March and April 2024, the annual prevalence of victimization relates to the period from March/April 2023 to March/April 2024. In addition, it is addressed to what extent this victimization is structural (i.e. at least monthly).

Victimization of domestic violence and sexually inappropriate behavior is broken down by relevant characteristics of victims such as gender, gender identity, age, sexual orientation, migration background, the position in the household, household’s prosperity level and urbanity of the municipality. Explanations of these characteristics can be found in section 1.2 of the Introduction.

It is also described who the perpetrators are, what the consequences are for the victims, and with whom the victims talked about their experiences. Additional subjects are victimization of domestic violence and sexually inappropriate behavior during childhood or any other period in life, being a perpetrator of domestic violence or conducting sexually inappropriate behavior, and suspicion, hearing or seeing of domestic violence to some-one in the vicinity.

4. Answers to the research questions

A number of objectives and related research questions have been formulated for this monitor in consultation with the WODC. These are answered below.

Annual prevalence of domestic violence 

In 2024, 9 percent of the population aged 16 and older (nearly 1.3 million people) reported having been the victim of one or more forms of domestic violence in the past 12 months. This includes domestic violence of a sexually inappropriate nature. Almost 7 percent of the 16‑plus population (990 thousand people) has been a structural victim of domestic violence, this means they have experienced at least one form of domestic violence (almost) daily, weekly or monthly in the past 12 months. 

If broken down into the various forms of domestic violence, 6 percent were victims of psychological violence in the domestic circle (870 thousand people). This includes, for example, incidents where the victim was structurally (monthly, weekly or daily) harassed, belittled or controlled. A specific form of domestic psychological violence is coercive control in the domestic circle. In the past 12 months, 1 percent (almost 200 thousand people) became victims of this.

In the past 12 months, 4 percent of the 16‑plus population (more than 530 thousand people) said they had been the victims of physical violence in the domestic circle, of which 9 percent (50 thousand people) said that this violence occurred structurally. Physical violence refers to experiences in which violence was threatened, the victim was injured or attempted. The incidents range from threats of harm to attempted suffocation or injury from the use of weapons. Five percent of the 16‑plus population (nearly 730 thousand people) were victim of coercive control in the domestic circle in the past 12 months. Due to its repeated nature, this form of domestic violence is by definition structural: it involves violence in which one person strongly dominates and controls the other. The victim may be denied certain freedoms by the other person, such as maintaining social contacts or having their own money. The perpetrator can also threaten to harm himself, the victim, or loved ones.

Of people aged 16 and over with an ex-partner, 2 percent (over 210 thousand people) said they had been victims of stalking by an ex-partner in the past 12 months. Due to its repeated nature, stalking is, just like psychological violence, by definition a structural form of domestic violence.

Annual prevalence of sexually inappropriate behavior 

In 2024, 12 percent of the population aged 16 and older (more than 1.7 million people) was victim of one or more forms of sexually inappropriate behavior in the past 12 months. Of the 16‑plus population, 2 percent (230 thousand people) was a structural victim of this form of violence.

Looking at the specific forms of sexually inappropriate behavior, 8 percent of the people aged 16 and over (almost 1.2 million people) reported having been a victim of offline sexual harassment29) in the past 12 months. For 14 percent of the victims (more than 160 thousand people), the intimidation was of a structural nature. Offline sexual harassment concerns experiences with sexual harassment that took place in the ‘real world’, i.e. not online, and without physical contact between the perpetrator and the victim. Examples from this form of sexual harassment range from sexually suggestive comments to having to witness sexual acts.

Of the population aged 16 years and older, 5 percent (more than 760 thousand people) said that they have been victim of online sexual harassment in the past 12 months. For 14 percent of the victims (almost 105 thousand people) this was structural. This form of harassment concerns unwanted sexual behavior that took place via the internet, for example via social media, WhatsApp, (video)chat or e-mail. Examples are sexually offensive comments or being forced to perform online sexual acts.

Of the people aged 16 an over, 4 percent (more than 520 thousand people) said they have been a victim in the past 12 months of physical sexual violence. For 4 percent of the victims (almost 20 thousand people), this violence was structural. It concerns situations in which transgressive physical contact took place, ranging from unwanted touching to rape

Domestic violence can be sexually inappropriate behavior, and vice versa, sexually inappropriate behavior can take place in the domestic circle. This overlap between domestic violence and sexually inappropriate behavior is small: 1 percent of the 16‑plus population (almost 205 thousand people) were victim of domestic sexually inappropriate behavior, while 8 percent (1.2 million people) were victims of domestic violence without sexually inappropriate behavior. Conversely, sexually inappropriate behavior for the most part does not take place in the domestic circle: 11 percent of the 16‑plus population (almost 1.6 million people) has been a victim of sexually inappropriate behavior by an (unknown) perpetrator from outside the domestic circle. For 1 percent (almost 205 thousand people) this happened within the domestic circle.

Development domestic violence 2020–2024 

The annual prevalence of domestic violence in 2024 (9 percent) does not differ from that of 2022 or 2020 (both 9 percent). This also applies to the underlying forms of domestic violence: psychological violence in the domestic circle (6 percent in all three years), physical violence in the domestic circle (4 percent in all three years), and stalking by an ex-partner (2 percent in all three years). 

Development sexually inappropriate behavior 2020–2024

In 2024 the annual prevalence of sexually inappropriate behavior was 12 percent. This is comparable to 2020, when it was 11 percent. In 2022 it was 13 percent, a higher proportion than in 2024. The annual prevalence of offline sexual harassment was in 2022 (then 9 percent) and 2024 (8 percent) higher than in 2020 (then 7 percent). The annual prevalence of online sexual harassment is in 2024 (5 percent), after an increase in 2022 (then 6 percent), again comparable with 2020 (then 5 percent). Between 2020 and 2024 the proportion of victims of physical sexual violence in the past 12 months has not changed significantly.

Differences in victimization of domestic violence between population groups

Women are about as likely to be victims of domestic violence as men (10 versus 7 percent). Young people are more likely to be victims than older people. In 2024, 24 percent of 16- to 18-year-olds were victims of domestic violence in the past 12 months. Among 18- to 24-year-olds, it was 19 percent. Among people 65 years and older, 2 percent were victims. Bi-plus women (17 percent) and people who identify as non-binary/genderqueer (26 percent) are victims relatively often.

For sexually inappropriate behavior, women are more than twice as likely to be victims than men (16 versus 7 percent). Young people are more likely to be victims than older people. In 2024, 25 percent of 16- to 18-year-olds and 30 percent of 18- to 24-year-olds were victims. Among those over 65, it was 3 percent. Among young women aged 16 to 18, more than one-third (36 percent) has been victim of sexually inappropriate behavior. Among women aged 18 to 24, it was two-fifths (43 percent). Bi-plus women and people who identify as non-binary/genderqueer are relatively often victims. People with a completed college or university education and residents of more urbanized communities are victims relatively often.

Domestic violence is most often committed by a partner or ex-partner. For psychological violence in the domestic circle 41 percent of the victims indicate that the partner was the perpetrator, 19 percent say the ex-partner. For physical violence in the domestic circle these percentages are lower, respectively 31 and 11 percent. Parents, brothers, sisters, children or other family members are mentions less often as perpetrator.

For sexually inappropriate behavior, the majority of the perpetrators are from outside the domestic circle. For offline and online sexual harassment, about half of the victims report that the perpetrator is unknown. For physical sexual violence, most of the victims (61 percent) know the perpetrator. Perpetrators from outside the domestic circle that are mentioned relatively often are acquaintances from parties/going out, colleagues, dates, close friends, and - in the case of online sexual harassment - online acquaintances.

When interpreting the figures on the consequences, it must be taken into account that within the various forms of domestic violence and sexually inappropriate behavior, the incidents can differ greatly in terms of seriousness and impact on the victim. For physical sexual violence, the investigated incidents range from, for example, unwanted kissing to unwanted sexual intercourse. It is clear that the consequences for the victims of the former incident are different from those for the victims of the latter incident. And the figure show this, too.

In 2024, 64 percent of the victims of psychological violence in the domestic circle in the past 12 months say that they (have) experienced consequences. Of victims of domestic physical violence, 49 percent said so, of victims of ex-partner stalking, 67 percent. 

Victims of offline sexual harassment (24 percent), online sexual harassment (20 percent) and physical sexual violence (32 percent) said they experienced negative consequences from the incident. It is important to note that for physical sexual violence, a vast majority (66 percent) experienced consequences if the unwanted incidents of sexual touching and kissing are excluded.

When looking at the nature of the consequences, for domestic violence, psychological problems are the most common, followed by relationship problems. For sexually inappropriate behavior, psychological problems are also the most frequently cited negative consequence, followed by sexual problems.

The majority of victims of domestic violence talk to someone about their experiences. Of the victims of domestic violence, depending on the experience, 70 to 80 percent say they have talked to someone. Victims talked the most with people in their own social circle: mainly friends (30 to 50 percent), the partner (20 to 40 percent) or other family members or relatives (30 to 40 percent). People also talk relatively often to professional caregivers, such as (family) doctors, psychologists or social workers (about 30 percent).

Depending on the experience, 60 to 70 percent of victims of sexual inappropriate behavior talk to someone about their experiences. Victims talk the most with friends (35 to 50 percent), followed by the partner (15 to 25 percent) and other family members or relatives (10 to 15 percent). Professional counselors are talked with by 5 to 10 percent of the victims.

Comparatively little contact is made with institutes such as the police, Veilig Thuis and Centrum Seksueel Geweld. Depending on experience, 4 to 9 percent of victims of domestic violence talk to the police. Among victims of sexually transgressive behavior, it is 1 to 2 percent. Depending on experience, 2 to 3 percent of the victims of domestic violence talk to employees of Veilig Thuis. Professionals of Centrum Seksueel Geweld are consulted by less than 0.5 percent of victims of sexual inappropriate behavior.

5. Additional topics

Domestic violence and sexually inappropriate behavior in childhood

In 2024, 16 percent indicated that they have been the victim of domestic physical violence in childhood (before the age of 12). About 6 percent were in their childhood victims of offline sexual harassment and physical sexual violence, respectively. Online sexual harassment was experienced by 4 percent of people aged 16 and older in their childhood. This form of harassment can only have affected the relatively younger generations because there was no Internet before.

Childhood victimization correlates with recent victimization. For example, two-fifths (41 percent) of victims of domestic physical violence had also experienced this form of violence before age 12. Among those who were not victims in 2024, this is 15 percent. Similarly, for offline and online sexual harassment and sexual violence, the proportion of victims is higher among people who were also victims in childhood.

Domestic violence and sexually inappropriate behavior throughout life

A quarter of the population aged 16 and older has been a victim of domestic physical violence at some point in their lives (25 percent). One-fifth experienced offline sexual harassment (20 percent) or physical sexual violence (20 percent) at some point in their lives. More than 10 percent have ever been victims of online sexual harassment.

Self-reported perpetrators of domestic violence and sexually inappropriate behavior

Of those aged 16 years and older, 2 percent reported that, there were instances in the past 12 months, when they themselves have been physically aggressive, controlling and/or intimidating in the domestic circle. This may also include unwanted sexual behavior or stalking an ex-partner. This is about 300 thousand people. Between 2020 and 2024, the proportion of self-reported perpetrators did not change.

Victimization of domestic violence and/or sexually inappropriate behavior in the domestic circle correlates with self-reported perpetration. Of those who say they have been victims of domestic violence, 12 percent say they themselves have also engaged in aggressive, controlling or intimidating behavior in the domestic circle. Of those who have not been victims, this is 1 percent. Also, people who say they have been victims of domestic physical violence, sexual harassment and/or sexual violence in childhood are with 6 percent more likely to say they are themselves perpetrators than those who were not victims in childhood (1 percent).

Experiences of domestic violence and sexually inappropriate behavior to someone close 

Overall, 26 percent report having had experiences with domestic violence to someone close to them: 18 percent have suspected it and/or 11 percent have heard or seen it. Sexual inappropriate behavior is less often suspected (7 percent) and/or observed in the close environment (7 percent). Overall, 13 percent report having had experiences of sexually transgressive behavior in someone close to them. 

Of those who have ever heard or seen domestic violence in their environment, 7 percent have intervened. For sexually inappropriate behavior, 11 percent reported it. 

More often, people talk to someone about the experience. Nearly three-quarters (73 percent) say they did so when they suspected, heard or saw domestic violence in their environment. When it comes to sexually inappropriate behavior, 73 percent indicate this. In most cases they spoke with the victim themselves. Talking to the (suspected) perpetrator, a social worker or the police was less common.

6. Social context

Corona pandemic 

Whereas in 2020 and 2022 the corona pandemic had an impact on prevalence rates of domestic violence and sexual inappropriate behavior, this was not the case in 2024. There were significantly fewer cases of corona then and restrictive measures were no longer in place. In comparing the annual prevalences, the difference in social context due to the corona pandemic must be taken into account.

Media attention

In addition in 2022, there was another social issue at play that was not so topical in 2020 and 2024: media coverage of sexually inappropriate behavior. The events at The Voice of Holland following the online program BOOS is an example of this. There are indications that the attention on this topic led to increased reporting of sexually inappropriate behavior. The aftermath of this may also continue to influence the outcomes of PHGSG 2024.

28) In 2020 the monitor was named ‘Prevalence Monitor for Domestic Violence and Sexual Violence’. In 2022 its name has changed to ‘Prevalence Monitor for Domestic Violence and Sexually Inappropriate Behavior’. This change took place because the occurrences that measure sexual inappropriate behavior are not only about sexual violence, but also about sexual harassment. Sexually inappropriate behavior is a better all-encompassing term to describe these different sexual occurrences.
29) Offline sexual harassment is sexual harassment/intimidation that does not take place via internet. It is the counterpart of online sexual harassment. To emphasize this, the name of this specific form of violence has changed: in the PHGSG 2020 this form of sexual harassment was called ‘non-physical sexual harassment’.

Bijlage E. Referenties

Akkermans, M., Derksen, E., Kloosterman, R., Moons, E., en Wingen, M. (2022). Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2022. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum/Centraal Bureau voor de Statistiek.

 

Akkermans, M., Gielen, W., Kloosterman, R., Moons, E., Reep, C., en Wingen, M. (2020). Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld 2020. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum/Centraal Bureau voor de Statistiek.

 

Akkermans, M., en Kloosterman, R. (2022). Gediscrimineerd gevoeld?. Statistische Trends, juli 2022.

 

Boom, A. ten, en Wittebrood, K. (2019). De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland. WODC – Meer ruimte in je hoofd, Den Haag. Cahier 2019-1.

 

Brakel, M. van den, Gidding, K. (2019) Hoe is de financiële welvaart verdeeld? Centraal Bureau voor de Statistiek.

 

Caldwell,J.E., Swan, S.C., en Woodbrown, V.D. (2012). Gender differences in intimate partner violence outcomes. Psychology of Violence, 2(1), 42.

 

Centraal Bureau voor de Statistiek (2022). Nieuwe indeling bevolking naar herkomst. Statistische Trends.

 

CBS StatLine, 2024. Huiselijk geweld; kerncijfers Veilig Thuis, regio. Gewijzigd op 24 april 2024.

 

Centrum Seksueel Geweld, 2024. Jaarverslag Centrum Seksueel Geweld 2023

 

Daru, S., Mejdoubi, J., Vaan, K. de, en Visser, A. (2016). Huiselijk geweld verklaard vanuit genderperspectief. Literatuurstudie. Utrecht: Movisie/Regioplan/Atria.

 

Dijk, T. van, Veen, M. van, en Cox, E. (2010). Slachtofferschap van huiselijk geweld. Aard, omvang, omstandigheden en hulpzoekgedrag. Intomart GFK, Hilversum.

 

Felson, R.B., en Outlaw, M.C. (2007). The control motive and marital violence. Violence and victims, 22(4), 387–407.

 

Drijfhout, R., en Westerveld, N. (2024). De dynamiek van huiselijk geweld in beeld. Augeo Foundation en Movisie.

 

Drost, V., Jensters, B., en Kluft, S. (2022). LHBTI+ en huiselijk en seksueel geweld. Significant Public en Verwey Jonker Instituut.

 

FRA– European Union Agency for Fundamental Rights, 2015. Violence against women. Luxembourg: Publications Office of the European Union.

 

Fulu, E., Warner, X., Miedema, S., Jewkes, R., Roselli, T., en Lang, J. (2013). Why Do Some Men Use Violence Against Women and How Can We Prevent It? Bangkok: United Nations Development Programme, United Nations Population Fund, United Nations Women and United Nations Volunteers.

 

Graaf, H. de, en Marra, E. (2019). Seksueel Geweld en Grensoverschrijding. Ontwikkeling van een vragenlijst voor de bevolking van 16 jaar en ouder. Rutgers Kenniscentrum Seksualiteit, Utrecht.

 

Huijnk, W., Damen, R., Kampen, L. van. (2022). LHBT-monitor 2022 De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender mensen in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

 

Joemmanbaks, M. en Graaf, H. de. (2022). Fenomenen van seksueel geweld in Nederland. Secundaire analyses op data van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld 2020. Rutgers Expertisecentrum seksualiteit.

 

Korf, W., Harthoorn, H., Witvliet, M. (2023). Digitale dimensie van geweld tegen vrouwen. Opvolging Algemene Aanbeveling nr. 1 GREVIO. Regioplan.

 

Nikkelen, S., Tijdink, S., Graaf, H. de, en Bakker, B. (2019). Seksuele gezondheid van lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen in Nederland anno 2017. Utrecht: Rutgers.

 

Reep, C. (2013). Responsgedrag bij de Veiligheidsmonitor 2012. Onderzoek naar responsgedrag en selectiviteit bij inzet van internet en papier. Centraal Bureau voor de Statistiek, Heerlen.

 

Reep, C., Akkermans, M. en Kloosterman, R. (2022). Straatintimidatie van jongeren. Statistische Trends, februari 2021.

 

Römkens, R.G. (1992). Gewoon geweld? Omvang, aard, gevolgen en achtergronden van geweld tegen vrouwen in heteroseksuele relaties. Amsterdam: Swets & Zeitlinger.

 

TK (2018/2019). Kamerstukken II, 2018–2019, 28345, nr. 207.

 

TK (2017/2018). Kamerstukken II, 2017–2018, 34843, nr. 32.

Bijlage F. Medewerkers

Auteurs (allen CBS)

drs. E.L.J. Derksen 
dr. M.I.J. Kennis
dr. J.G. Kloosterman 
dr. E.A.L.M.G Moons 
dr. V.B.M. Peters

Begeleidingscommisie

em. prof. dr. W.M.A. Vanwesenbeeck (UU; tevens voorzitter)
drs. J. van Rooden - Timmer LLM (Ministerie van VWS) 
dr. I. Schwabe (TiU)
prof. dr. M.J. Steketee (Verwey-Jonker Instituut)
drs. S.J. Tjalsma MSc LLM (Ministerie van JenV)
dr. L.M. van der Knaap (WODC)