Bijlage B. Onderzoeksverantwoording
In deze onderzoeksverantwoording worden de opzet en uitvoering van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag 2024 beschreven.
Achtereenvolgens komen aan de orde:
- Dataverzameling
- Vragenlijst
- Operationalisering concepten
- Aandachtspunten
- Gebruikte analysemethoden
- Plausibiliteit
- Toegang tot databestanden.
Over deze en andere onderwerpen die te maken hebben met de opzet en uitvoering van de PHGSG 2024 is meer informatie beschikbaar in de Onderzoeksdocumentatie.
1. Dataverzameling
Doelpopulatie en steekproef
De doelpopulatie bestaat uit alle in Nederland woonachtige mensen van 16 jaar of ouder bij de start van het veldwerk, die geregistreerd zijn als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) en die deel uitmaken van particuliere huishoudens. De institutionele bevolking, dat zijn mensen in inrichtingen, instellingen of tehuizen (IIT), worden voor dit onderzoek niet benaderd. Er is een aselecte steekproef getrokken. Deze bestaat uit 100 duizend mensen. Naar verwachting zou een respons van 24 procent worden gerealiseerd, hetgeen dus 24 duizend responsen zou opleveren. Het minimumaantal vereiste responsen bedraagt 23 duizend, hetgeen een respons van 23 procent betekent.
Veldwerk
Het veldwerk vond plaats van begin maart tot en met eind april 2024. De steekproefpersonen ontvingen een aanschrijfbrief met daarin het verzoek om via internet deel te nemen aan het onderzoek en de bijbehorende inloggegevens. Daarnaast werd in de brief ingegaan op het doel van het onderzoek. Bij de aanschrijfbrief werd een folder bijgevoegd waarin stond beschreven hoe het CBS omgaat met de privacy van respondenten en dat anonimiteit is gewaarborgd. Drie weken na de aanschrijfbrief werd aan steekproefpersonen een eerste rappelbrief verstuurd met daarin opnieuw het verzoek om via internet deel te nemen aan het onderzoek. Deze brief werd alleen verstuurd aan steekproefpersonen waarvan geen respons is ontvangen. Zes weken na de aanschrijfbrief werd een tweede rappelbrief verstuurd met opnieuw het verzoek om via internet deel te nemen aan het onderzoek. Ook deze brief werd alleen verstuurd aan steekproefpersonen waarvan nog geen respons is ontvangen. In de brief stond een uiterste datum tot wanneer de vragenlijst kon worden ingevuld.
Respons
Van de 100 duizend mensen die voor het onderzoek zijn benaderd hebben in totaal 25 613 mensen meegedaan, een responspercentage van 25,6 procent. Dit is ruim 2 procentpunten boven de minimumvereiste respons van 23 procent en ruim 1 procentpunt hoger dan de in 2022 gerealiseerde respons van 24,2 procent.
Uit de responsanalyse van de data van 2024 bleek dat er sprake is van een selectieve respons die overeenstemt met de selectiviteit van respons in andere CBS-onderzoeken. Zo nemen jongeren minder deel dan ouderen, mensen met een herkomst buiten Nederland minder dan mensen met een Nederlandse herkomst, en mensen met een lager huishoudensinkomen minder dan mensen met een hoger huishoudensinkomen. Voor deze selectiviteit in de respons is door weging zodanig gecorrigeerd dat de deelnemers aan het onderzoek een zo representatief mogelijke vertegenwoordiging vormen van de doelpopulatie (voor meer informatie over de selectiviteit van de respons en de weging zie de Onderzoeksdocumentatie).
2. Vragenlijst
De vragenlijst heeft betrekking op ervaringen met geweld en intimidatie in de huiselijke kring en ongewenste seksuele ervaringen (zowel binnen als buiten de huiselijke kring). De vragenlijstblokken die huiselijk geweld (inclusief stalking door ex-partner) meten zijn ontwikkeld door het WODC. Dat is gebeurd op basis van bestaande vragenlijsten voor huiselijk geweld en het concept van de vragenlijst is voorgelegd aan een groep experts op het gebied van huiselijk geweld. Van die bijeenkomst is een verslag gemaakt, maar er is geen uitgebreider onderzoeksverslag beschikbaar. De vragenlijstblokken die seksuele intimidatie en seksueel geweld meten, zijn in opdracht van het WODC ontwikkeld door Rutgers en een aantal deskundigen op het gebied van seksualiteit en seksueel geweld. Het verslag dat over de ontwikkeling van dat deel is geschreven, is hier te vinden. De vragenlijst bestaat in totaliteit uit de volgende blokken met voorbeelden van vragen c.q. ervaringen:
| Blok in vragenlijst | Gebruikte begrip in publicatie | Voorbeelden van vragen c.q. ervaringen |
|---|---|---|
| Meningsverschillen en verbale agressie | Verbale agressie in huiselijke kring | - Iemand beledigde u en/of vloekte tegen u |
| - Iemand schreeuwde en/of gilde tegen u | ||
| - Iemand kleineerde of vernederde u | ||
| Lichamelijke agressie | Fysiek geweld in huiselijke kring | - Iemand dreigde een mes of ander wapen tegen u te gebruiken |
| - Iemand heeft u geschopt | ||
| - Iemand heeft geprobeerd om u te verstikken of te wurgen | ||
| Coercive control | Dwingende controle in huiselijke kring | - Iemand hield u de hele tijd weg bij uw familie en/of vrienden |
| - Iemand bepaalde voor u waaraan u uw geld mocht uitgeven | ||
| - Iemand controleerde regelmatig of de hele tijd uw post, telefoontjes, berichten, e-mails, of sociale media | ||
| Stalking | Stalking door ex-partner | - Een ex-partner belde u regelmatig, terwijl u dit niet wilde (inclusief opgehangen, voicemail en berichten) |
| - Een ex-partner bespioneerde u bijvoorbeeld met een verborgen camera, opname apparatuur of andere technologie | ||
| - Een ex-partner is uw auto of huis binnen gegaan zonder uw toestemming, of heeft dit geprobeerd | ||
| Hands-off online | Online seksuele intimidatie | - Iemand maakte online seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes |
| - Iemand bleef online aandringen op seks met hem/haar, terwijl u dat niet wilde | ||
| - Iemand maakte online een naaktfoto of seksfilmpje van u, terwijl u dat niet wilde | ||
| Hands-off offline | Offline seksuele intimidatie | - Iemand bleef aandringen op een date, terwijl u dat niet wilde |
| - Iemand staarde naar u op een seksuele manier, terwijl u dat niet wilde | ||
| - Iemand maakte een naaktfoto of seksfilmpje van u, terwijl u dat niet wilde | ||
| Hands-on | Fysiek seksueel geweld | - Iemand zoende u, terwijl u dat niet wilde |
| - Orale seks (seks met de mond), terwijl u dat niet wilde | ||
| - Geslachtsgemeenschap, terwijl u dat niet wilde | ||
In de vragenlijst wordt aan respondenten gevraagd of ze in de afgelopen 5 jaar slachtoffer zijn geweest van een of meer van bovenstaande ervaringen (zie rechterkolom van het overzicht). En zo ja, hoe vaak dit in de afgelopen 12 maanden is voorgekomen en wie de pleger was. Deze vragen worden per ervaring gesteld. Eventuele gevolgen van het slachtofferschap en het praten met anderen (inclusief de politie en Veilig Thuis) zijn ook onderwerpen die aan bod komen in de vragenlijst. Deze vragen worden over alle ervaringen in dat blok tezamen gesteld. Tenslotte wordt aan het eind van het blok een vraag gesteld over slachtofferschap in de kinderjaren. Nieuw in 2024 is de vraag naar slachtofferschap in een andere periode in het leven (naast de kindertijd en in de afgelopen 5 jaar).
Na de bovenstaande vragenlijstblokken is ook een vraag gesteld of men zelf pleger is geweest van huiselijk geweld in de afgelopen 12 maanden. In 2022 zijn op verzoek van de Begeleidingscommissie aan het eind van de vragenlijst enkele vragen opgenomen over het vermoeden, horen of zien van huiselijk geweld bij iemand in de omgeving. In 2024 zijn vergelijkbare vragen toegevoegd over seksueel grensoverschrijdend gedrag bij iemand in de omgeving. De vragen over de invloed van corona op het leven en veranderingen die tijdens de coronapandemie zijn opgetreden in werk en thuissituatie (toegevoegd in 2022) zijn komen te vervallen.
Ten slotte zijn in 2024 de (achtergrond)vragen naar seksuele oriëntatie en het hebben van een ex-partner aangepast, en zijn vragen toegevoegd over genderidentiteit en onderwijsniveau.
De vragenlijst25) PHGSG 2024 is hier beschikbaar.
3. Operationalisering concepten
De concepten huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn gebaseerd op samenvoegingen en selecties van 6 afzonderlijke vormen van intimidatie en geweld, namelijk:
- Psychisch geweld in huiselijke kring
- Fysiek geweld in huiselijke kring
- Stalking door de ex-partner
- Offline seksuele intimidatie
- Online seksuele intimidatie
- Fysiek seksueel geweld
In 2024 zijn op verzoek van de Begeleidingscommissie enkele concepten aangepast. Waar in de voorgaande metingen (2020 en 2022) verbale agressie in huiselijke kring en dwingende controle in huiselijke kring als aparte concepten werden meegenomen, zijn deze in 2024 vervangen door het nieuwe concept psychisch geweld in huiselijke kring.
Bij psychisch geweld gaat het om de structurele vormen van verbale agressie in huiselijke kring, dit betekent dat de vormen maandelijks of vaker voorkomen. Daarnaast vallen de vormen van dwingende controle in huiselijke kring waarbij sprake is van dreiging en intimidatie26) onder psychisch geweld in huiselijke kring.
Het concept van psychisch geweld, en de daar bijbehorende concepten van huiselijk geweld, zijn in 2024 voor het eerst bepaald. De vormen van intimidatie en geweld die worden meegenomen onder psychisch geweld zijn ook in 2020 en 2022 op een vergelijkbare manier uitgevraagd. Hierdoor zijn de nieuwe concepten psychisch geweld en huiselijk geweld voor 2020 en 2022 bepaald. De reeds eerder gepubliceerde cijfers over huiselijk geweld zijn daarmee niet een op een vergelijkbaar met de cijfers in de huidige monitor, het gaat hier namelijk om een andere operationalisering van huiselijk geweld.
Eveneens is het concept seksueel grensoverschrijdend gedrag in 2024 aangepast. Op verzoek van de Begeleidingscommissie is het item over gedwongen prostitutie, dat wordt meegenomen onder fysiek seksueel geweld, komen te vervallen. Het concept fysiek seksueel geweld is daarom voor 2020 en 2022 opnieuw bepaald, net als het overkoepelende concept seksueel grensoverschrijdend gedrag. Net zoals bij huiselijk geweld, kunnen cijfers over seksueel grensoverschrijdend gedrag niet één op één worden vergeleken met die in eerder publicaties.27)
| Concept | Operationalisering |
|---|---|
| Huiselijk geweld | Een of meer vormen van: |
| - Psychisch geweld in huiselijke kring | |
| - Fysiek geweld in huiselijke kring | |
| - Stalking door ex-partner | |
| - Offline seksuele intimidatie in huiselijke kring | |
| - Online seksuele intimidatie in huiselijke kring | |
| - Fysiek seksueel geweld in huiselijke kring | |
| Huiselijk niet-seksueel geweld | Een of meer vormen van: |
| - Psychisch geweld in huiselijke kring | |
| - Fysiek geweld in huiselijke kring | |
| - Stalking door ex-partner | |
| Huiselijke seksueel geweld | Een of meer vormen van: |
| - Offline seksuele intimidatie in huiselijke kring | |
| - Online seksuele intimidatie in huiselijke kring | |
| - Fysiek seksueel geweld in huiselijke kring | |
| Seksueel grensoverschrijdend gedrag | Een of meer vormen van: |
| - Offline seksuele intimidatie | |
| - Online seksuele intimidatie | |
| - Fysiek seksueel geweld | |
| Seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring | Een of meer vormen van: |
| - Offline seksuele intimidatie in huiselijke kring | |
| - Online seksuele intimidatie in huiselijke kring | |
| - Fysiek seksueel geweld in huiselijke kring | |
| Seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten huiselijke kring | Een of meer vormen van: |
| - Offline seksuele intimidatie buiten huiselijke kring | |
| - Online seksuele intimidatie buiten huiselijke kring | |
| - Fysiek seksueel geweld buiten huiselijke kring | |
Let op: het concept huiselijk seksueel geweld komt overeen met het concept seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de huiselijke kring.
4. Aandachtspunten
Hieronder volgt een aantal aandachtspunten waarmee bij de interpretatie van de onderzoeksresultaten rekening moet worden gehouden.
Samenstelling afzonderlijke vormen van huiselijk en seksueel grensoverschrijdend gedrag
De samenstelling van de zes vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag (psychisch geweld in huiselijke kring, fysiek geweld in huiselijke kring, stalking door ex-partner, offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie, fysiek seksueel geweld) is gebaseerd op een set van items die in het betreffende vragenblok in de PHGSG-vragenlijst zijn uitgevraagd. Deze items variëren in ernst van de gebeurtenis/ervaring. Bij fysiek geweld in huiselijke kring bijvoorbeeld, lopen de gevraagde items uiteen van voorvallen als iemand stompen tot misdrijven zoals pogingen om iemand te verstikken of te verwonden met een wapen. Bij fysiek seksueel geweld variëren de voorvallen van ongewenst gezoend worden tot pogingen tot verkrachting. In overleg met het WODC is bepaald dat de gepresenteerde onderzoeksresultaten voor de totalen van de afzonderlijke vormen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag gebaseerd zijn op de complete set van items. Er worden dus geen onderzoeksresultaten voor selecties van items gepresenteerd, waarbij onderzoekers bepalen wat ernstig is en wat minder erg. Alleen in hoofdstuk 7 bij fysiek seksueel geweld is hierop bij de bespreking van de gevolgen voor de slachtoffers een uitzondering gemaakt.
Ontbrekende waarden
Indien een respondent de vraag over slachtofferschap bij een item niet heeft beantwoord, wordt verondersteld dat hij/zij dit item niet heeft meegemaakt. Deze veronderstelling zal niet altijd juist zijn omdat sommige slachtoffers om hun moverende redenen die items niet hebben willen of kunnen beantwoorden. Hierdoor zijn de gepresenteerde slachtofferpercentages waarschijnlijk een onderschatting. Deze omgang met ontbrekende waarden is in Nederland gebruikelijk voor slachtofferschapsenquêtes, en deze wordt gehanteerd in alle edities van de monitor, zodat de onderzoeksresultaten vergelijkbaar zijn.
5-jaarsprevalentie en jaarprevalentie slachtofferschap
In deze publicatie staan de cijfers over het slachtofferschap in de afgelopen 12 maanden – de jaarprevalentie – centraal. Aangezien het veldwerk in maart–april 2024 heeft plaatsgevonden hebben de jaarprevalenties dus betrekking op de periode maart/april 2023 tot maart/april 2024.
Daarnaast zijn in beperkte mate ook cijfers opgenomen over het slachtofferschap in afgelopen vijf jaar, in de kinderjaren en in een andere periode in het leven. Bekend is dat naarmate de referentieperiode langer wordt, de kans op foreward telescoping toeneemt. Dit betekent dat de respondent geneigd is om voorvallen die verder in het verleden liggen als recenter gebeurd in te schatten. Met name bij de langere referentieperiodes betekent dit dat er mogelijk sprake is van een overschatting van het slachtofferschap in deze periode.
Prevalentieschattingen naar kenmerken
Een van de onderzoeksvragen bij de start van het onderzoek was: is er verschil in aard en omvang van slachtofferschap tussen de verschillende bevolkingsgroepen? De prevalentieschattingen zijn daarom uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, geslacht x leeftijd, herkomst, genderidentiteit, seksuele oriëntatie, hoogst behaald onderwijsniveau, positie van de persoon in het huishouden, het welvaartsniveau van het huishouden en de stedelijkheid van de gemeente.
De uitsplitsing naar herkomst was in de meeste gevallen weinig zeggend omdat degenen met een herkomst buiten Nederland relatief vaak de prevalentievragen niet beantwoordden. Het is niet duidelijk wat hier speelt: wellicht taalproblemen, wellicht gevoeligheden.
Bij de prevalentieschattingen uitgesplitst naar achtergrondkenmerken zijn ook analyses uitgevoerd waarbij gecorrigeerd is voor de onderlinge samenhang tussen bepaalde kenmerken (zie ook paragraaf 5, gebruikte analysemethoden).
Definitie structureel slachtofferschap
In navolging van eerder onderzoek (Ten Boom & Wittebrood, 2019) is ook in dit onderzoek ‘structureel geweld’ gedefinieerd als geweld dat ten minste één keer per maand voorkomt. Twee huiselijke vormen van geweld, psychisch geweld in huiselijke kring en stalking door de ex-partner, hebben per definitie een structureel karakter.
Zelfgerapporteerd plegerschap
In de enquête is gevraagd of de respondent zelf huiselijk geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag in huiselijke kring heeft gepleegd. Verwacht wordt dat niet iedereen dit toegeeft en dat het bij deze cijfers om een onderschatting gaat.
Betrouwbaarheidsmarges
De monitor is gebaseerd op steekproefonderzoek. Dit betekent dat de gepresenteerde cijfers schattingen zijn, waarvan de werkelijke uitkomsten binnen betrouwbaarheidsmarges (aangegeven met een boven- en ondergrens) liggen. In dit onderzoek is een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent gekozen. Dit betekent dat de werkelijke waarde in 95 van de 100 steekproeven zal liggen tussen de boven- en ondergrens die hoort bij de schatting. De betrouwbaarheidsmarges behorende bij de in deze publicatie gepresenteerde cijfers zijn opgenomen in de Tabellenset die aan de publicatie is toegevoegd.
Prevalentie huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in maatschappelijke context
De vraag is in hoeverre maatregelen tijdens de coronapandemie het beantwoorden van vragen over huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in 2020 en 2022 hebben beïnvloed én in hoeverre die maatregelen invloed hebben (gehad) op de feitelijke prevalentie van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag in die jaren. Harde conclusies kunnen weliswaar niet worden getrokken, maar het lijkt plausibel dat veranderingen in de maatschappelijke context en de visie op de onderwerpen van de PHGSG effect hebben gehad op de onderzoeksresultaten.
In 2020, toen de enquêtering grotendeels plaatsvond in een periode waarin de eerste coronamaatregelen werden getroffen (zoals de oproep om zoveel mogelijk thuis te werken en sluiting van horeca) waren veel respondenten vaker aan huis gebonden, daardoor vaker niet alleen, en keek er bij het beantwoorden van de vragen mogelijk vaker iemand over de schouder mee. Dit kan hebben geleid tot meer sociaal wenselijke antwoorden. Ook kan de feitelijke prevalentie van de onderzochte vormen van geweld zijn veranderd, binnenshuis mogelijk in ongunstige zin omdat de mensen door de coronamaatregelen meer en dichterbij elkaar in de buurt waren en buitenshuis mogelijk in gunstige zin omdat mensen door de maatregelen minder op straat kwamen en daardoor minder kans hadden om slachtoffer te worden.
In 2022 waren de coronamaatregelen tijdens de periode van enquêteren grotendeels opgeheven. Dit kan effecten hebben gehad die tegengesteld zijn aan de hierboven beschreven effecten in 2020. Daarentegen omvatte de referentieperiode van 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek in 2022, op basis waarvan de jaarprevalentie wordt bepaald, juist wel nog momenten van beperkende coronamaatregelen en lockdowns. Dit betekent dat de cijfers over de jaarprevalentie van huiselijk en seksueel grensoverschrijdend gedrag voor 2022 voor het grootste deel betrekking hadden op de coronaperiode, terwijl de prevalentiecijfers voor 2020 en 2024 dit voor het (grootste deel) niet hadden.
Vlak voor de enquêtering in 2022 speelde er nog een andere maatschappelijke kwestie die in 2020 niet in die mate aan de orde was: de aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag in met name de media (onder andere naar aanleiding van berichtgeving over de gebeurtenissen bij het televisieprogramma The Voice of Holland). Deze aandacht, het publieke debat dat daarop volgde en de ermee gepaard gaande toenemende erkenning van het probleem kunnen van invloed zijn geweest op de prevalentiecijfers. Mensen kunnen met name bij seksueel geweld en intimidatie - ook retrospectief - beter zijn gaan realiseren wat hen overkomen is en zichzelf als slachtoffer ervan zien. Als gevolg van dit verkregen inzicht zullen zij vaker slachtofferschap rapporteren met als resultante verhoogde prevalentiecijfers van seksueel geweld en intimidatie in 2022. Nog altijd verschijnen berichten over nieuwe beschuldigingen in de media, maar inmiddels lijkt er sprake van een stabilisatie in de aandacht voor het onderwerp.
5. Gebruikte analysemethoden
De analysemethoden waarvan in deze monitor gebruik is gemaakt, worden hieronder kort toegelicht.
Bivariate analyses
In bivariate analyses wordt de relatie tussen twee variabelen bekeken, in dit geval de relatie tussen de doelvariabelen van huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag en de achtergrondkenmerken. Met behulp van significantietoetsing is nagegaan of op basis van de steekproefgegevens kan worden geconcludeerd of het verband tussen twee variabelen in de populatie statistisch significant is.
Principale Componenten Analyse (PCA)
Voor het vragenlijstblok Coercive control (ook wel dwingende controle in huiselijke kring) is een PCA uitgevoerd om op een exploratieve manier te bekijken of de items in de vragenlijst kunnen worden samengevat tot een beperkt aantal componenten. De Cronbach’s alpha (CA) meet de interne consistentie van die componenten (op een schaal tussen 0 en 1; vanaf 0,7 wordt een component als acceptabel gezien). Met de PCA zijn de twaalf indicatoren voor coercive control ingedikt tot drie componenten: sociale controle (CA van 0,93), dreiging en intimidatie (CA van 0,94), en het wegnemen van zelfstandigheid (CA van 0,99). In onderstaand schema is voor elk van deze drie componenten weergegeven wat de bijbehorende items zijn:
| Indikking | Indicatoren |
|---|---|
| Sociale controle | - Iemand hield u de hele tijd weg bij uw familie en/of vrienden |
| - Iemand bepaalde voor u met wie u wel of niet mocht praten | |
| - Iemand hield de hele tijd bij waar u was en wat u deed | |
| - Iemand controleerde regelmatig of de hele tijd uw post, telefoontjes, berichten, e-mails, of sociale media | |
| Dreiging en intimidatie | - Iemand dreigde regelmatig om uw kinderen of iemand van wie u houdt iets aan te doen |
| - Iemand dreigde regelmatig om zichzelf iets aan te doen of zelfmoord te plegen als hij of zij boos op u was | |
| - Iemand maakte u regelmatig bang of intimideerde u, bijvoorbeeld door te schreeuwen, iets van u met opzet kapot te maken of hard op de muren of tafel te slaan | |
| - Iemand kleineerde of vernederde u regelmatig of de hele tijd | |
| - Iemand heeft u op een andere manier regelmatig of de hele tijd gecontroleerd of geïntimideerd | |
| Wegnemen van zelfstandigheid | - Iemand verbood u regelmatig of de hele tijd om het huis te verlaten |
| - Iemand verbood u om eigen geld of bankrekening te hebben | |
| - Iemand bepaalde voor u waaraan u uw geld mocht uitgeven | |
Logistische regressieanalyse
Voor elke hoofdvorm van slachtofferschap (i.e. psychisch geweld in huiselijke kring, fysieke agressie in huiselijke kring, stalking door ex-partner, offline seksuele intimidatie, online seksuele intimidatie en fysiek seksueel geweld) en voor huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag is onderzocht welke achtergrondkenmerken direct (d.w.z. los van andere kenmerken) verband houden met het al dan niet slachtoffer worden. Hierbij moet opgemerkt worden dat hiervoor enkel achtergrondkenmerken in aanmerking komen die bekend zijn voor zowel slachtoffers als niet-slachtoffers. De opzet en de uitkomsten van de logistische regressieanalyse zijn hier te vinden.
6. Plausibiliteit
Bij de eerste editie van de PHGSG in 2020 is een vergelijking gemaakt met de resultaten van eerder onderzoek over hetzelfde onderwerp (Akkermans, Gielen, Kloosterman, Moons, Reep en Wingen, 2020). Het ging onder andere om het CBS-onderzoek ‘Persoonlijke veiligheid’ (PV) uit 2017 en om het onderzoek ‘Huiselijk geweld’ (HG), een online (panel)enquête onder ruim 6 duizend mannen en vrouwen van 18 jaar of ouder, in 2009 uitgevoerd door Intomart (Van Dijk, van Veen en Cox, 2010) en ‘Violence against women’, een face-to-face enquête in 2012 uitgevoerd in de EU door FRA– European Union Agency for Fundamental Rights (FRA, 2015). De conclusie was dat de uitkomsten van deze onderzoeken niet goed vergeleken konden worden met de PHGSG. De onderzoeken leken qua vraagstelling weliswaar sterk op elkaar maar de afbakening van de hoofdgebeurtenissen is in de PHGSG iets anders. Daarnaast was het onderzoeksdesign niet hetzelfde, werden verschillende doelgroepen benaderd en waren de onderzoeken in verschillende jaren uitgevoerd.
Met het beschikbaar komen van de data van de vervolgmetingen in 2022 en 2024 is het wel mogelijk een indicatie van de plausibiliteit van de uitkomsten te verkrijgen door een vergelijking te maken met de resultaten van de verschillende edities van de PHGSG. Het volgende overzicht toont de uitkomsten van de 12-maanden prevalenties voor 2020, 2022 en 2024.
| 2020 (%) | 2022 (%) | 2024 (%) | ||
|---|---|---|---|---|
| Afgelopen 12 maanden psychisch geweld | Waarde | 5,5 | 6,1 | 5,9 |
| in huiselijke kring meegemaakt | Ondergrens | 5,2 | 5,7 | 5,6 |
| Bovengrens | 5,8 | 6,4 | 6,2 | |
| Afgelopen 12 maanden fysiek geweld | Waarde | 3,7 | 3,9 | 3,6 |
| in huiselijke kring meegemaakt | Ondergrens | 3,4 | 3,6 | 3,3 |
| Bovengrens | 3,9 | 4,2 | 3,9 | |
| Afgelopen 12 maanden stalking door | Waarde | 2,4 | 2,1 | 2,4 |
| ex-partner meegemaakt | Ondergrens | 2,1 | 1,8 | 2,1 |
| Bovengrens | 2,6 | 2,4 | 2,7 | |
| Afgelopen 12 maanden offline seksuele | Waarde | 6,8 | 8,7 | 8,1 |
| intimidatie meegemaakt | Ondergrens | 6,5 | 8,3 | 7,7 |
| Bovengrens | 7,2 | 9,2 | 8,5 | |
| Afgelopen 12 maanden online seksule | Waarde | 5,4 | 6,4 | 5,2 |
| intimidatie meegemaakt | Ondergrens | 5,1 | 6,1 | 4,9 |
| Bovengrens | 5,7 | 6,8 | 5,5 | |
| Afgelopen 12 maanden fysiek seksueel | Waarde | 3,3 | 3,5 | 3,5 |
| geweld meegemaakt | Ondergrens | 3,1 | 3,2 | 3,3 |
| Bovengrens | 3,5 | 3,8 | 3,8 | |
De cijfers van huiselijk geweld zijn min of meer gelijk zijn gebleven tussen de onderzoeksjaren. De cijfers van seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn in 2022 gestegen, met name die van seksuele intimidatie, en zijn in 2024 grotendeels weer terug op het niveau van 2020. De uitzondering hierop is offline seksuele intimidatie, waarvan de prevalentie in 2024 nog altijd hoger is dan in 2020.
Het beeld dat uit de PHGSG 2024 naar voren komt, past in het beeld dat andere actuele onderzoeken laten zien. Zo blijkt uit cijfers van Veilig Thuis dat het aantal meldingen over (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling niet veel veranderd is in de periode van 2020-2023 (in 2021 was sprake van een lichte daling). Uit cijfers van Centrum Seksueel Geweld blijkt dat het aantal meldingen en hulpvragen door slachtoffers van ongewenste seksuele ervaringen in 2022 is toegenomen ten opzichte van de jaren daarvoor. De toename was met name zichtbaar in de periode na de uitzending van BOOS over misstanden bij The Voice of Holland. In 2023 nam het aantal meldingen en hulpvragen weer af, maar het aantal bleef nog altijd hoger dan in 2021. Deze bevindingen zijn in lijn met die van de PHGSG en zijn indicatief voor de plausibiliteit van de uitkomsten.
7. Toegang tot databestanden
Onderzoekers kunnen op de volgende manieren toegang krijgen tot twee verschillende databestanden:
- RA-bestand. Dit een remote access bestand vergelijkbaar met het microbestand, en is beschikbaar bij het Centrum voor Beleidsstatistiek (CvB). Daar kunnen instellingen met een instellingsmachtiging via RA (tegen betaling) op werken.
- DANS-bestand. Dit is een ingedikt bestand (bijvoorbeeld leeftijd in klassen, regio’s ingedikt enz.). Dat is beschikbaar bij DANS (Data Archiving & Network Services) en hier kunnen instellingen en studenten onder bepaalde voorwaarden toegang toe krijgen.
26) De component dreiging en intimidatie is bepaald door middel van PCA (zie ook paragraaf 5).
27) Door de lage prevalentie van het item over gedwongen prostitutie heeft het wegvallen van dit item niet of nauwelijks invloed op de prevalentiecijfers van seksueel grensoverschrijdend gedrag.